Kwartierstaat


1 Jan Pieter Ouweltjes, zn. van Wijb Ouweltjes en Aat Langendoen. Vader van Daniël en Sander.

Generatie II

2 Wijbrand (Wijb) Ouweltjes, zn. van Jan Ouweltjes en Aagje Roelofs, tr. met
3 Adriana (Aat) Langendoen, dr. van Koos Langendoen en Jansje Jonker

Generatie III

4 Jan Ouweltjes, veehouder, tuinder, geb. Oostknollendam 14.11.1891, overl. Schagen 9.3.1976, zn. van Jan Ouweltjes en Neeltje Groot, tr. Oosthuizen 6.10.1918 met
5 Aagje Roelofs, geb. Hobrede 12.11.1894, overl. Alkmaar 10.7.1971, dr. van Jan Roelofs en Maria Lampe
6 Jacobus Pieter Anthonie (Koos) Langendoen, dagloner, geb. Vlaardingen 3.12.1900, overl. Driehuizen 7.2.1982, zn. van Jan Langendoen en Adriana van der Pijl, tr. Zuid- en Noord-Schermer 6.5.1925 met
7 Jannetje (Jansje) Jonker, geb. Schermeer gem. Akersloot 19.8.1903, overl. Heerhugowaard 4.11.1991, dr. van Jacob Jonker en Trijntje van ’t Hof
 

Generatie IV

8 Jan Ouweltjes, pakhuisknecht, fouragehandelaar, caféhouder, kruidenier, geb. Oostknollendam 18.11.1869, overl. Heiloo 21.01.1924, zn. van Jan Ouweltjes en Elizabet Bas, tr. Wormer 7.5.1891 met
9 Neeltje Groot, geb. Uitgeest 1.3.1870, overl. Zaandam 10.2.1963, begr. te Heiloo, dr. van Wijbrand Groot en Hillegond Reijne
10 Jan Roelofs, bakker te Hobrede, geb. Oosthuizen 30.3.1845, overl. Hobrede 5.10.1909, zn. van Roelof Roelofs en Maartje Joosten, tr. Oosthuizen 18.8.1872 met
11 Maria Lampe, geb. Hobrede 26.8.1847, overl. ald. 29.3.1932, dr. van Arend Lampe en Anna Maria Kapel
12 Jan Langendoen, schipper, ook wel "Engelse Jan" genoemd omdat hij praktisch zijn hele leven op een Engelse boot voer, geb. Vlaardingen 13.8.1871, overl. ald. 6.3.1945, zn. van Klaas Langendoen en Johanna Maurits, tr. Vlaardingen 9.10.1895 met
13 Adriana van der Pijl, geb. Hellevoetsluis 31.1.1873, overl. Vlaardingen 6.3.1910, dr. van Cornelis van der Pijl en Jannetje van Krieken
14 Jacobus (Jacob) Jonker, broodbakker op de hoek van de bloemendaler weg en de zuidervaart in de schermeer, geb. schermeer gem. Akersloot 29.7.1865, overl. ald. 11.5.1925, zn. van Kornelis Jonker en Rebekka Adriana Alblas, tr. Akersloot 1.3.1891 met
15 Trijntje van 't Hof, geb. Ursem 1.4.1864, bij haar huwelijk wonende in Akersloot, overl. ald. 11.10.1922, dr. van Jacob van 't Hof en Maartje Oud

Generatie V

16 Jan Ouweltjes, visser, geb. Oostknollendam gem. Wormer 9.4.1842, overl. ald. 5.11.1920, zn. van Antje Ouwertjes, tr. Wormer 5.2.1865 met
17 Elizabet Bas, geb. Markenbinnen gem. Uitgeest 27.6.1842, overl. Oostknollendam gem. Wormer 24.10.1921, dr. van Jacob Bas en Grietje Prins.
18 Wijbrand Groot, veehouder onder Markenbinnen, geb. Oostknollendam gem. Wormer 11.12.1831, overl. Uitgeest 20.11.1921, zn. van Willem Groot en Guurtje Heijnis, tr. Uitgeest 13.8.1854 met
19 Hillegond Reijne, geb. Uitgeest 19.12.1831, overl. Markenbinnen gem. Uitgeest 8.1.1889, dr. van Jan Reijne en Barbera van der Zee
20 Roelof Roelofs, schippersknecht, schipper, geb. Amsterdam 10.2.1811, ged. Amsterdam (zuiderkerk, nederd. geref.) 20.2.1811, overl. Oosthuizen 14.12.1895, zn. van Hendrik Roelofs en Heintje van Kampen, tr. Oosthuizen 12.2.1832 met
21 Maartje Joosten, geb. Oosthuizen 1.11.1808, ged. ald. (nederd. geref.) 27.11.1808, overl. Oosthuizen 14.2.1900, dr. van Pieter Joosten en Geertje Beets
22 Arend Lampe, kleermaker, geb. Hobrede gem. Oosthuizen 16.1.1820, overl. Oosthuizen 10.11.1908, zn. van Coenraad Lampe en Jannetje Wilkes, tr. Oosthuizen 30.8.1846 met
23 Anna Maria Kapel, geb. Amsterdam 12.7.1820, overl. Hobrede gem. Oosthuizen 18.12.1893, bij haar huwelijk wonende in Purmerend, dr. van Christiaan Christoffel Kappel en Maartje de Vries
24 Klaas Langendoen, schipper, geb. Zwartewaal 1.2.1835, overl. Vlaardingen 8.9.1918, zn. van Jan Langendoen en Pietertje Troost, tr. Vlaardingen 12.8.1863 met
25 Johanna Maurits, geb. Vlaardingen 25.2.1837, overl. Leiden 11.2.1901, dr. van Karel Maurits en Petronella Roodenburg
26 Cornelis van der Pijl, stoker op een sleepboot, geb. Brielle 8.10.1841, overl. Rotterdam 31.12.1905, zn. van Jacobus van der Pijl en Cornelia Verschoor, tr. Hellevoetsluis 1.11.1865 met
27 Jannetje van Krieken, geb. Hellevoetsluis 12.4.1841, overl. Rotterdam 1.5.1938, dr. van Cornelis Marinus van Krieken en Ariaantje Bakker
28 Kornelis Jonker, broodbakker aan de zuidervaart onder Akersloot, geb. Driehuizen gem. Zuid- en Noord-Schermer 5.4.1828, overl. Amsterdam 3.2.1902 (ouderdomszwakte), begr. te Driehuizen, zn. van Jan Jonker en Maartje Nool, tr. Zuid- en Noord-Schermer 19.11.1854 met
29 Rebekka Adriana Alblas, geb. Driehuizen gem. Zuid- en Noord-Schermer 30.12.1823, overl. Akersloot 13.12.1891, dr. van Jan Alblas en Jannetje Jonges
30 Jacob (Jakob) van 't Hof, boerenknecht, dagloner, geb. Akersloot 28.11.1832, bij zijn huwelijk wonende in Oterleek, overl. Alkmaar 11.1.1891, zn. van Klaas van 't Hof en Trijntje Blokker, tr. Zuid- en Noord-Schermer 29.4.1860 met
31 Maartje Oud, dienstbode, melkslijtster, geb. Grootschermer gem. Zuid- en Noord-Schermer 1.6.1836, bij haar huwelijk wonende in Heerhugowaard, overl. Alkmaar 12.4.1894, dr. van Maarten Oud en Jaapje Kemp

Generatie VI

33 Antje Ouwertjes, later Ouweltjes, geb. Oostknollendam gem. Wormer 23.1.1821, overl. Assendelft 20.2.1895, tr. Assendelft 25.2.1865 met Gijsbert Klokman, dagloner, arbeider, geb. Schardam 7.4.1809, zn. van Jan Klokman en Lijsbet Gijzen, tr. 1e Wormer 26.10.1828 met Neeltje de Jong, dienstbode, geb. Assendelft ca. 1804, overl. Assendelft 9.6.1849, dr. van Maarten de Jong en Grietje Aafjes, tr. 2e Assendelft 12.7.1850 met Jannetje Daan, geb. Krommenie 9.11.1807, overl. Assendelft 18.9.1858, weduwe van Pieter Aafjes, dr. van Hendrik Dirksz Daan en Trijntje Klaas Fonteijn
34 Jacob Bas, doopsgezind, boerenknecht, dagloner, hekelaar, landman, geb. Markenbinnen gem. Uitgeest 15.4.1806, overl. ald. 10.3.1874, zn. van Willem Gerritsz Bas en Grietje Jacobs de Ruijter, tr. Akersloot 25.4.1830 met
35 Grietje Prins, doopsgezind, geb. Oostgraftdijk 11.4.1809, zn. van Jacob Auwelsz Prins en Ariaantje Roelofs van Natten
36 Willem Groot, landman, meelhandelaar, geb. Oostknollendam gem. Wormer 19.3.1802, overl. ald. 27.6.1858, zn. van Jan Wijbrandsz Groot en Aaltje Willems Hoek, tr. Wormer 21.5.1826 met
37 Guurtje Heijnis, winkelierster, geb. Wijdewormer 23.10.1806, overl. Oostknollendam gem. Wormer 12.9.1866, dr. van Krijn Pietersz Heijnis en Antje Alderts Groot
38 Jan Reijne, doopsgezind, landbouwer te Uitgeest, veehouder te Krommenie, later onder Markenbinnen, geb. Krommenie 15.10.1799, overl. Markenbinnen gem. Uitgeest 27.1.1855, zn. van Klaas Jaspersz Reijne en Neeltje Leguijt, tr. Krommenie 25.4.1824 met
39 Barbera (Berber, Barbertje) van der Zee, geb. IJlst 9.3.1805, ged. ald. (nederd. geref.) 24.3.1805, overl. Markenbinnen gem. Uitgeest 19.2.1881, dr. van Heere Douwes van der Zee en Hiltje Jacobs Bootsma
40 Hendrik (Henderik) Roelofs (Roellofs) alias Hendrik Roelof Schipper alias Hendrik Schippers, turfschipper, geb. Rotsterhaule 20.9.1782, ged. ald. (nederd. geref.) 29.9.1782, overl. Oosthuizen 18.8.1848, zn. van Roel Hendriks en Eelkje Pieters Zwigt, tr. 1e Amsterdam 8.4.1803 met Grietje Tweehuijsen, ged. Amsterdam (nieuwe kerk, nederd. geref.) 9.7.1780 (getuigen Sijmen van Slooten en Grietje van Slooten), overl. Amsterdam 7.4.1815, waaruit een zoon Roelof (ged. Amsterdam westerkerk 6.11.1803) en een dochter Hijntje (ged. Amsterdam zuiderkerk 18.4.1810), dr. van Hermanus Tweehuijsen en Aaltje van Slooten, tr. 2e Amsterdam 24.4.1833 met
41 Heintje (Heijntje) van Kampen, ged. Amsterdam (zuiderkerk, nederd. geref.) 27.5.1778, overl. Oosthuizen 26.11.1868, waaruit een zoon Henderik (ged. Amsterdam nieuwe kerk 18.3.1807), een zoon Doominikis (ged. Amsterdam nieuwe kerk 18.3.1807), een dochter Henderika (ged. Amsterdam oude kerk 25.12.1808) en een zoon Roellof (gedoopt Amsterdam 20.2.1811), dr. van Hendrik Cornelisz van Kampen en Marretje Harnis
42 Pieter Joosten, timmerman, geb. Hobrede 11.2.1779, ged. Purmerend (ev. luth.) 14.2.1779 (zie doopregister gerangschikt op voornaam dopeling ald., getuige Hilletje Ottens), overl. ald. 23.12.1847, zn. van Joost Hendrikse en Maartje Klaas Visser, otr. Oosthuizen (gerecht) 29.4.1801, tr. ald. (gerecht) 17.5.1801 met
43 Geertje Maartens Beets, ged. Oosthuizen (nederd. geref.) 5.5.1784, overl. ald. 17.11.1843, dr. Maarten Klaasz Beets en Neeltje Leenderts de Oude
44 Johann Heinrich Friedrich Conrad (Coenraad) Lampe, kleermaker, geb. Eldagsen 22.7.1788, overl. Oosthuizen 16.1.1861, zn. van Johann Heinrich Lampe en Anne Maria Louise Kurz, tr. 2e Oosthuizen 29.8.1826 Dirkje Nieuwenhof, geb. Edam 2.7.1795, overl. Oosthuizen 26.3.1837, dochter van Jacob Nieuwenhof en Hermina Fijn, tr. 3e Oosthuizen 18.2.1838 met Maria de Vries (kwartier 47), tr. 1e Purmerend 5.1.1817 met
45 Jannetje Wilkers (Wilkes), geb. Purmerend 14.7.1794, ged. ald. (ev. luth.) 20.7.1794 (getuige Willempje Claus), overl. Hobrede gem. Oosthuizen 10.8.1824, dr. van Arend Wilker en Hilletje Munnikhof
46 Christiaan Christoffel Kappel (Kapel), smidsknecht, geb. Amsterdam 2.5.1792, ged. ald. (waalse kerk) 6.5.1792 (getuigen Christiaan Sauer en Ana Konionta Weeiandt), overl. Amsterdam 28.4.1835, zn. van Jean Christophe Kappel en Anna Maria Chevalier, tr. Beemster 2.7.1815
47 Maria (Maartje) de Vries, geb. Purmerend 16.7.1787, ged. ald. (ev. luth.) 22.7.1787 (getuige Hilletje de Vries), overl. Oosthuizen 9.12.1851, dr. van Volkert de Vries en Catharina Saalberg, tr. 2e Johann Heinrich Friedrich Conrad Lampe (kwartier 44)
48 Jan Langendoen, metselaar, geb. Zwartewaal 18.3.1803, ged. ald. (nederd. geref.) 10.4.1803 (getuige Ariaantje Stellenaar), overl. ald. 19.12.1869, zn. van Cornelis Langendoen en Cornelia Stellenaar, tr. Zwartewaal 31.10.1828 met
49 Pietertje Troost, geb. Zwartewaal 18.10.1802, ged. ald. (nederd. geref.) 20.10.1802, overl. ald. 9.12.1871, dr. van Klaas Troost en Maartje van der Hoeven
50 Karel Maurits, scheepsmaker, stadsambtenaar, geb. Vlaardingen 21.10.1809, overl. ald. 2.8.1860, tr. Vlaardingen 23.11.1836 met
51 Petronella Rodenburg, geb. Vlaardingen 20.6.1815, overl. ald. 4.12.1885, dr. van Dirk Rodenburg en Willemina Verschuur
52 Jacobus van der Pijl, in 1834 als vrijwillig matroos der eersteklasse dienende aan boord van zijner majesteits kanonnerboot nummer 14, later schipper voor zeeloodsen, geb. Zwartewaal 21.12.1806, overl. Brielle 25.6.1873, zn. van Lucas Jansz van der Pijl en Cornelia Pieters Valkenier, tr. Zwartewaal 24.4.1834 met
53 Cornelia Verschoor, geb. Zwartewaal 29.12.1808, overl. Brielle 15.4.1893, dr. van Willem Cornelisz Verschoor en Leentje Rokus Berkhout
54 Cornelis Marinus van Krieken, scheepstimmerman, geb. Hellevoetsluis 24.6.1820, overl. Rotterdam 15.8.1905, tr. Hellevoetsluis 22.5.1840 met
55 Ariaantje Bakker, geb. Sliedrecht 22.9.1820, overl. Rotterdam 12.11.1899, dr. van Geertje Bakker
56 Jan Jonker, wonende in Driehuizen, schippersknecht, koopman, winkelier, geb. Wormerveer 11.8.1792, ged. ald. (doopsgez.) 28.2.1815, overl. Driehuizen gem. Zuid- en Noord-Schermer 12.4.1834, zn. van Adriaan Jonker en Maartje Cornelis van Nek, tr. Zuid en Noord-Schermer 28.6.1822 met
57 Maartje Nool, geb. Zuid en Noord-Schermer 13.11.1802, overl. Driehuizen gem. Zuid- en Noord-Schermer 23.11.1858, dr. van Cornelis Nool en Grietje van der Woude
58 Jan Alblas, onderwijzer, winkelier, geb. Hoorn 14.6.1798, overl. Zuid- en Noord-Schermer 9.2.1866, zn. van Jan Arens Alblas en Aafje Jans Gem, tr. Zuid- en Noord-Schermer 12.3.1820
59 Jannetje Jonges (Jongens), geb. Jisp 7.9.1793, ged. ald. (nederd. geref.) 8.9.1793 (getuige Engeltje Toenast), overl. Graft 16.9.1871, dr. van Klaas Cornelisz Jonges en Rebecca Dirks Lakeman
60 Klaas van 't Hof, boer, arbeider, schuitenvoerder, geb. Assendelft 22.7.1793, overl. Akersloot 24.6.1871, zn. van Cornelis Dirksz van ’t Hof en Trijntje Klaas Hos, tr. Akersloot 25.4.1819
61 Trijntje Blokker, boerin, geb. Akersloot 2.10.1796, overl. ald. 26.12.1877, dr. van Jan Claasz Blokker en Trijntje Jans Stadegaart
62 Maarten Oud, arbeider, geb. Zuid- en Noord-Schermer 29.11.1795, overl. ald. 3.2.1875, zn. van Pieter Oud en Krijntje Kriek, tr. Zuid- en Noord-Schermer 28.4.1822 met
63 Jaapje Kemp, geb. Graft 20.4.1799, overl. Zuid- en Noord-Schermer 23.1.1884, dr. van Pieter Kemp en Grietje Eelman

Generatie VII

66 Floris Garbrandsz Houwertjes, werkman, visser, geb. Oostknollendam16.10.1783, ged. ald. (nederd. geref.) 19.10.1783, overl. ald. 20.9.1823, zn. van Garbrand Florisz Houwertjes en Aagje Wijbrands Groot, tr. Wormer 27.5.1804 met
67 Aagje Gerrits Plooijer, overzetster op het veer tussen Oost- en West-Kollendam, geb. Oostzaan 1.5.1781, ged. ald. (nederd. geref.) 6.5.1781, overl. Oostknollendam gem. Wormer 29.3.1840, dr. van Gerrit Gerritsz Plooijer en Grietje Hendricks Rietvoort
68 Willem Gerritsz Bas, doopsgezind, landbouwer, geb. Markenbinnen ca. 1773, overl. ald. 27.12.1824, zn. van Gerrit Willemsz Bas en Geertje Claas Bant, tr. met
69 Grietje Jacobs de Ruijter, doopsgezind, boerin, geb. Oostzaan 20.2.1779, overl. Markenbinnen 13.11.1855, dr. van Jacob Jansz de Ruijter en Maartje Gerrits Buijs
70 Jacob Auwelsz Prins, landman, geb. ca. 1780, ged. Oostgraftdijk (doopsgez.) 4.4.1805, overl. Oostknollendam 27.4.1833, zn. van Auwel Pietersz Prins en Neeltje Pieters Kunst, tr. 2e Akersloot 25.4.1830 met Hendrikje Bakker, geb. Uitgeest ca. 1793, weduwe van Dirk Roderwijn, dr. van Maarten Pietersz Bakker en Ariaantje Joon, tr. 1e Wormer 24.12.1802 met
71 Ariaantje Roelofs van Natten, geb. Wormer 11.4.1777, ged. ald. (nederd. geref.) 13.4.1777, overl. de Woude gem. Akersloot 12.3.1829, dr. van Roelof Roelofsz van Natten en Lijsbeth Jans van den Heuvel
72 Jan Wijbrandsz Groot, geb. Oostknollendam 18.10.1767, ged. ald. (nederd. geref.) 25.10.1767, overl. ald. 28.8.1811 (bijgeschreven in doopboek), zn. van Wijbrand Jacobsz Groot en Hermina Pieters Leusink, tr. Wormerveer 26.1.1796 met
73 Aaltje Willems Hoek, veehoudster, geb. Driehuizen, ged. Oterleek (nederd. geref.) 3.2.1771, overl. Oostknollendam 5.7.1829, dr. van Willem Jacobsz Hoek en Trijntje Adams Luijken
74 Krijn (Crijn) Pietersz Heijnis, winkelier te Oostknollendam, geb. Grootschermer ca. 1774, overl. Oostknollendam 16.12.1837, blijkens overlijdensakte een zn. van Pieter Krijnsz Heijnis en Grietje Cornelis Volger, tr. Grootschermer 2.6.1805 met
75 Antje Alderts Groot, geb. Oostknollendam ca. 1783, overl. Oostknollendam 13.2.1863, blijkens overlijdensakte een dr. van Aldert Arisz Groot en Guurtje Gerrits Haantjes
76 Klaas Jaspersz Reijne, doopsgezind, veehouder te Krommenie aan de heiligeweg, geb. Krommenie 3.5.1773, overl. ald. 10.5.1818, zn. van Jasper Klaasz Reijne en Dieuwertje Kaper, tr. 2e Krommenie 5.2.1805 met Lijsbet Schipper, hervormd, ged. Heiloo 19.4.1772, overl. Krommenie 5.1.1826, dr. van Pieter Hendriksz Schipper en Hillegond Jans Krom, tr. 1e Krommenie 24.4.1796 met
77 Neeltje Leguijt, hervormd, geb. Krommenie 18.10.1773, overl. ald. 7.1.1803, dr. van Jan Cornelisz Leguijt en Fokel Pieters Slinger
78 Heere (Here, Harre) Douwes, schippersknecht op de vaart, neemt op 2.1.1812 de familienaam Van der Zee aan, geb. Sloten 27.4.1777, ged. ald. (nederd. geref.) 8.5.1777 (getuige Janneke Sijtses), overl. Harlingen 16.1.1840, zn. van Douwe Wiebes en Janke Tjallings,tr. 2e IJlst 1.5.1818 met Helena Odolphy, winkelierster te Harlingen, geb. Wommels 27.7.1775, overl. ald. 31.5.1827, dr. van Jacob Odolphy en Trijntje de Vries, otr. 1e IJlst (civiel) 16.2.1799, tr. ald. (nederd. geref.) 24.2.1799 met
79 Hiltje Jacobs Bootsma (Bootma), geb. IJlst 17.12.1778, ged. ald. (nederd. geref.) 20.12.1778 (doophoudster Baukje Buddens Bouma), overl. ald. 3.8.1815, dr. van Jacob Gerbensz Bootsma en Barber Thomas
80 Roel Hendriksz alias Roelof Hendrik Schipper, schipper, geb. 7.1.1756, ged. Rotsterhaule (nederd. geref.) 18.1.1756, begr. Amsterdam (westerkerk) 14.5.1807, zn. van Hendrik Roelofs en Hendrikjen Jelles, tr. Oudeschoot 16.3.1777 met
81 Eelkjen (Jeltje) Pieters (Pieterse) Zwigt, ged. Lippenhuizen, Terwispel en Hemrik (nederd. geref.) 20.9.1750, overl. Wilnis 14.10.1815, dr. van Pieter Pieters Zwigt en Akke Jannes.
82 Hendrik (Henderik) Cornelisz van Kampen (van Campen), jongman van Amsterdam, houtzager, ged. Amsterdam (amstelkerk, nederd. geref.) 28.3.1751, overl. ald. 2.4.1816, zn. van Cornelis van Kampen en Margaretha Veerman, is vader van Margriete ged. Amsterdam (nederd. geref., amstelkerk) 11.1.1775 (get. Kornelis van Kampen, Margriete Veerman), is vader van Heijntie ged. Amsterdam (nederd. geref., zuiderkerk) 27.5.1778 (get. Hendrik Bos, Antie Houtenhousen), is vader van Cornelis ged. Amsterdam (nederd. geref., zuiderkerk) 25.5.1785 (get. Hendrik Bos, Antije Houtenhuijsen), is vader van Wileminia ged. Amsterdam (nederd. geref., oude kerk) 16.11.1788 (get. Willem van Laar, Grietje de Koning), otr. Amsterdam (nederd. geref.) 18.1.1793 (hij weduwnaar van Marretje Harnis, wonende in de kleine kattenburgerstraat voorbij de dwarsstraat, zij oud 25 jaar, wonende in de kattenburgerstraat, geassisteerd met haar vader Jan van Onlangs) met Margaretha van Onlangs, otr. Amsterdam (nederd. geref.) 29.5.1772 (hij oud 21 jaar, wonende op de kadijk, geassisteerd met zijn vader Cornelis van Campen, zij oud 22 jaar, wonende op cattenburg, geassiteerd met haar moeder Grietje de Koning) met
83 Marretje (Mattie, Matije, Matje, Marjetje) Harnis (Hernis, Sternes), jongedochter van Amsterdam op cattenburg, ged. Amsterdam (oude kerk, nederd. geref.) 22.5.1750, leeft 20.2.1811 (doopboek Amsterdam), dr. van Johannes Christiaan Harnis en Grietje de Koning
84 Joost Hendrik (Joost) Adolph (Adolff, Adolfs, Adolfsz, Adolfze) alias Joost Hendrikse, jongman afkomstig uit het Schaumburgse, lidmaat Purmerend (ev. luth.) 14.3.1758 tezamen met zekere Ernst Adolph, is vader van Klaas Joosten alias Klaas Hendrik Joosten blijkens zijn overlijdensakte geb. Oosthuizen 2.1.1767 blijkens doopregister geb. 2.1.1767 ged. Purmerend (ev. luth.) 4.1.1767 (get. Fredrica Meijers) overl. Oosthuizen 2.12.1823, is vader van Hendrik Joosten blijkens doopregister geb. 3.3.1769 ged. Purmerend (ev. luth.) 5.3.1769 (get. Hilje Diedelhof), is vader van Hendrik Joosten blijkens doopregister geb. 10.6.1770 ged. Purmerend (ev. luth.) 17.6.1770 (get. Hilletje Otten), is vader van Marijtje Joosten blijkens haar overlijdensakte geb. Hobrede omstreeks februari 1767 blijkens doopregister geb. 17.2.1773 ged. Purmerend (ev. luth.) 21.2.1773 (get. Hilke Ottens) overl. Oosthuizen 24.9.1855, is vader van Dirk Joosten blijkens zijn overlijdensakte geb. Hobrede 23.6.1775 blijkens doopregister geb. 17.6.1775 ged. Purmerend (ev. luth.) 25.6.1775 (get. Hilletje Otters) overl. Oosthuizen 25.8.1839, is vader van Pieter Joosten blijkens zijn overlijdensakte geb. Hobrede ca. 1779 blijkens doopregister geb. 11.2.1779 ged. Purmerend (ev. luth.) 14.2.1779 (get. Hilletje Ottens) overl. Oosthuizen 23.12.1847, tr. Purmerend (ev. luth.) 6.7.1766 met
85 Maartje (Maritje, Maria, Mari) Klaas (Klaase) Visser, jongedochter afkomstig van Warder, ten tijde van haar hertrouwen wonende te Hobrede, in 1802 doopgetuige bij de doop van een dochter van Dirk Joosten, overl. Oosthuizen 10.1.1808, begr. ald. 14.1.1808, zij hertr. Hobrede (nederd. geref.) 6.1.1788 met Willem Vastwijk, overl. Oosthuizen 13.4.1816, afkomstig van Warder, vanaf 1778 vermeld te Oosthuizen (doopboek nederd. geref. ald.), wonende aan het westeinde ald. (lidmatenboek ald.), weduwnaar van Trijntje Cornelis Duijm
86 Maarten Claasz Beets, ged. Kwadijk (nederd. geref.) 10.9.1747, jongman aan de oostringdijk in de Beemster, lidmaat nederd. geref. kerk te Oosthuizen 1788, zn. van Claas Jacobsz Beets en Geertje Maartens Klerk, otr. Beemster (nederd. geref.) 19.4.1772, tr. Oosthuizen (nederd. geref.) 3.5.1772 met
87 Neeltje Leenderts de Oude, jongedochter van Oosthuizen, ged. Beemster (nederd. geref.) 29.11.1744, lidmaat Oosthuizen (nederd. geref.) 1788, overl. ald. 27.6.1812, dr. van Leendert Garbrantsz de Oude en Trijntje Jans
88 Mr Johann Heinrich (Johann Henrich, Johann Hinrich) Lampe, meesterkleermaker, ged. Eldagsen (ev.luth.) 29.7.1739, overl. Eldagsen 5.2.1814, zn. van Hermann Christoff Lampe en Anna Elisabeth Köhsels, is vader van Maria Louise ged. Eldagsen (ev.luth.) 19.8.1768 (get. Christian Webers, Marc Kaijsers), is vader van Johann Christoph ged. Eldagsen (ev.luth.) 1.5.1771 (get. Johann Hermann Christoph Lampe), is vader van Johann Hinrich ged. Eldagsen (ev.luth.) 2.1.1774 (get. Johann Diedrich Weber, Hinrich Jacob Meier), is vader van Sophie Maria Dorothea Leonore ged. Eldagsen (ev.luth.) 25.10.1776 (get. de vrouw van Johann Henrich Beilers, ofwel Anna Sophie Webers), is vader van Ilse Dorothea Eleonora ged. Eldagsen (ev.luth.) 13.8.1779 (get. Dorothea Webers), is vader van Carolina ged. Eldagsen (ev.luth.) 31.10.1781, is vader van Charlotte Wilhelmine ged. Eldagsen (ev.luth.) 22.1.1783 (get. Charlotte Fürstenau, Wilhelmine Meijer), is vader van Johann Christian Ludolph ged. Eldagsen (ev.luth.) 6.7.1785 (get. Kersting, Kesten, Keller), is vader van Johann Heinrich Friedrich Conrad ged. Eldagsen (ev.luth.) 25.7.1788 (get. Johann Heinrich Bruns, Johann Conrad Kohlmeijer), is vader van Johann Georg ged. Eldagsen (ev.luth.) 25.12.1791 (get. Johann Conrad Pröhl), is vader van Maria Sophie Eleonore ged. Eldagsen (ev.luth.) 10.3.1794 (get. Amalia Boderlich, Maria Eleonore Kurz), is verloofd met Ilse Louise Flentjen die overl. 30.5.1767 begr. Eldagsen (ev.luth.) 3.6.1767, tr. 1e Eldagsen (ev.luth.) 4.10.1767 (hij bijgestaan door Hermann Christoph Lampe, zij door Johann Christian Webers) met Ilse Maria (Maria) Webers, overl. Eldagsen 13.11.1781 op 40-jarige leeftijd, begr. ald. (ev.luth.) 15.11.1781, tr. 2e Eldagsen 24.2.1782 met
89 Anne Maria Louise (Marie Louise, Maria Louise) Kurz, leeft 5.1.1817
90 Arnd Henrich (Arend, Arent) Wilker (Wilkes), jongman uit Dielingen, geb. 18.11.1745, ged. Dielingen (ev.luth.) 21.11.1745 (get. Arnd Henrich Türemann, Margreth Ilsabein Räbekers), lidmaat Purmerend (ev. luth.) 20.8.1774, overl. Purmerend 10.1.1808 (dan 60 jaar oud, ongehuwd, wonende aan de padjedijk, nalatende 5 kinderen), zn. van Johann Friderich Wilcker en Anna Ilsabein Apike alias Wilckers, is vader van Frerik ged. Purmerend (ev.luth.) 8.2.1776 (get. Willemptje Astman, haar familienaam onzeker), is vader van Willempje ged. Purmerend (ev.luth.) 16.2.1777 (get. Willempje Claus), is vader van Hendrik ged. Purmerend (ev.luth.) 1.11.1778 (get. Willempje Claus), is vader van Antje ged. Purmerend (ev.luth.) 15.10.1780 (get. Willempje Claus), is vader van Frederik ged. Purmerend (ev.luth.) 20.4.1783 (get. Willempje Claus), is vader van Antje ged. Purmerend (ev.luth.) 17.10.1784 (get. Willempje Claus), is vader van Frederik ged. Purmerend (ev.luth.) 6.12.1786 (get. Willempje Claus), is vader van Jan ged. Purmerend (ev.luth.) 15.3.1789 (get. Willempje Claus), is vader van Cornelis ged. Purmerend (ev.luth.) 5.7.1791 (get. Willempje Claus), is vader van Jannetje ged. Purmerend (ev.luth.) 20.7.1794 (get. Willempje Claus), is vader van Frederik Willem ged. Purmerend (ev.luth.) 30.4.1797 (get. Cornelia van Ree), tr. Purmerend (nederd. geref.) 20.11.1774, tr. ald. (ev. luth.) 20.11.1774 met
91 Hilletje Munnikhof (Munnikhoff), jongedochter uit de Beemster, lidmaat Purmerend (ev. luth.) 27.6.1771, overl. Purmerend 3.2.1807 (dan 55 jaar oud, gehuwd, nalatende 5 kinderen), dr. van Hendrik Munnikhoff en Grietje Janszen
92 Jean Christophe (Jean Christoph, Jean Christoffel, Johan Christoff) Kappel (Kapel), wonende in Amsterdam en later in Monnickendam, geb. Frankfurt am Main 2.7.1740, overl. Monnickendam 19.3.1819, is vader van Antoinette Elisabeth geb. Amsterdam 11.3.1783 ged. ald. (franse kapel, rooms kath.) 11.3.1783 (get. Gille Henri Michelai, Elisabeth Choupie), is vader van Anna Maria geb. Amsterdam 20.9.1784 ged. ald. (franse kapel, rooms kath.) 20.11.1784 (get. Jacob Raven), is vader van Anne Marie geb. Amsterdam 1.3.1786 ged. ald. (franse kapel, rooms kath.) 1.3.1786 (get. Jean Baptiste Areins, Anna Maria Areins geb. Louis), is vader van Marie geb. Amsterdam 24.9.1787 ged. ald. (franse kapel, rooms kath.) 24.9.1787 (get. Angelbert Marchal, Marie Delsaux), is vader van Jeanne Elisabet geb. Amsterdam 21.5.1789 ged. ald. (nieuwe waalse kerk, waals herv.) 24.5.1789 (get. Jean Allexis Chevaliet, Jeanne Elisabet Chevaliet), is vader van Christiaan Christoffel geb. Amsterdam 2.5.1792 ged. ald. (nieuwe waalse kerk, waals herv.) 6.5.1792 (get. Christiaan Sauer, Anna Konionta Weeiandt), tr. met
93 Marie Anne (Anna Maria) Foukau (Voekole) alias Chevalier, ged. Lunéville (rk) 22.11.1749, overl. Monnickendam 7.7.1823, dr. van Gentien (Jean) Foucault alias Chevalier en Anne Marie Voignier, blijkens haar overlijdensakte een dr. van Jean Foukau en Anna Maria Chaullier en geb. Lunéville 12.3.1753 maar dat is maar ten dele juist
94 Volkert (Folkert) Harmsen de Vries, geb. Neufunnixsiel, ged. Funnix (ev. luth.) 26.2.1730, wordt op 30.3.1752 lidmaat van de ev. luth. gemeente in Purmerend, is dan tuinmansknecht op Alewijns plaats in de Beemster (lidmatenreg. Purmerend ev. luth.), watermolenaar in de derde molen van de draaijoordergang in de Beemster, overl. Beemster 30.12.1811, zn. van Volkert (Folkert) Harms (Harmse) en Himke (Hemke) Hillrichs (Volkerts), is vader van Hilletje ged. Purmerend (ev.luth.) 16.10.1763, is vader van Willem ged. Purmerend (ev.luth.) 19.5.1765 (get. Helena Mulder), is vader van Dirk ged. Purmerend (ev.luth.) 23.8.1767 (get. Helena Mulder), is vader van Trijntje ged. Purmerend (ev.luth.) 20.7.1769 (get. Helena Mulders), is vader van Margrietje ged. Purmerend (ev.luth.) 6.4.1772 (get. Margrietje Jadikes), is vader van Lijsbet ged. Purmerend (ev.luth.) 31.7.1785 (get. Hilletje de Vries), is vader van Maria ged. Purmerend (ev.luth.) 22.7.1787 (get. Hilletje de Vries), is vader van Volkert ged. Purmerend (ev.luth.) 1.2.1.1789 (get. Hilletje de Vries), is vader van Elsje ged. Purmerend (ev.luth.) 8.9.1791 (get. Trijntje de Vries), tr. 1e Purmerend (ev. luth.) 4.4.1762 met Lijsbet Willemse alias Lijsbet de Vries, jongedochter van Oostfriesland, otr. 2e Purmerend (ev. luth.) 17.10.1784, tr. Beemster (nederd. geref., met aantekening in het ev. luth. trouwregister van Purmerend) 31.10.1784 met
95 Catharina Saalberg (Salemberg, Salembien, Zaalburg), watermolenaresse, geb. Esens (D) 26.8.1758, overl. Beemster 18.9.1836, zuster van Taade (Thade, Taade) Saalberg die is overl. Purmerend 12.9.1828, dr. van Johann Stephan Saalberg en Elsche Margretha Taden
96 Cornelis Ariensz Langendoen, geb. Zwartewaal 30.9.1770, ged. ald. (nederd. geref.) 7.10.1770 (getuige Stijntje Bakkers), zn. van Arij Langendoen en Maertje Jans van Eijs, tr. 2e Zwartewaal 17.8.1811 met Cornelia van Zwanenburg, bij haar trouwen dienstmaagd, dr. van Cornelis van Zwanenburg en Margritie Smit, otr. 1e Zwartewaal (gerecht) 8.4.1796, tr. ald. (gerecht) 30.4.1796 met
97 Cornelia Jans Stellenaar, geb. Zwartewaal 22.6.1772, ged. ald. (nederd. geref.) 28.6.1772 (getuigen Pieter Kortenbout, Margrietje Smit), overl. ald. 12.11.1809, dr. van Jan Jansz Stellenaar en Pietertje Krijne Kortenbout
98 Klaas Cornelisz Troost, ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 7.10.1764 (getuige Maartje Pieters van Bodegom), overl. Zwartewaal 11.6.1805, bij zijn huwelijk wonende in Zwartewaal, zn. van Cornelis Troost en Neeltje van Hamburg, otr. Zwartewaal (kerk, gerecht) 6.9.1800, tr. ald. (kerk, gerecht) 25.9.1800 met
99 Maartje Jans van der Hoeven, geb. Zwartewaal 26.3.1769, ged. ald. (nederd. geref.) 2.4.1769 (getuigen Johannes Kortenbout, Elisabeth Kortenbout), overl. Zwartewaal 25.5.1805, dr. van Jan Jansz van der Hoeven en Pietertje Krijne Kortenbout, otr. 1e Zwartewaal (nederd. geref.) 30.3.1792 met Willem van der Zee
100 Pieter Karelsz Maurits, scheepsmaker, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 26.8.1781 (getuige Aaltje Pieters 't Hek), overl. ald. 11.5.1864, zn. van Karel Maurits en Johanna van Adrichem, otr. Vlaardingen (gerecht) 8.11.1805 met
101 Anna Pieters Bruggeling, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 25.2.1781 (getuige Neeltje Lammesse de Jong), overl. ald. 10.8.1851, dr. van Pieter Barendsz Bruggeling en Neeltje Jacobs de Jong
102 Dirk Dirksz Rodenburg, bouwman, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 27.10.1776 (getuige Trijntje van Zanten), overl. ald. 26.1.1855, zn. van Dirk Rodenburg en Arentje van Zanten, otr. Vlaardingen (gerecht) 21.5.1803 met
103 Willemijna Gijsbrechts Verschuur, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 7.7.1782 (getuigen Lambertus van der Laar en Trijntje Verschuur), overl. ald. 9.8.1835, dr. van Gijsbrecht Kasparsz Verschuur en Reimpje Aalberts Vink
104 Lucas Jansz van der Pijl, visser, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 8.6.1777 (getuigen Lucas van Emden en Hendrina de Man), overl. Zwartewaal 23.4.1840, zn. van Jan Korse van der Pijl en Hilletje van Embden, tr. Zwartewaal 18.10.1797 met
105 Cornelia Pieters Valkenier, ged. Maassluis (nederd. geref.) 22.3.1778, overl. Zwartewaal 3.9.1835, dr. van Pieter Valkenier en Adriaantje Lagerstee
106 Willem Cornelisz Verschoor, geb. Zwartewaal 31.7.1785, ged. ald. (nederd. geref.) 7.8.1785, zn. van Cornelis Jansz Verschoor en Nelletje Willems Poldervaart, tr. Zwartewaal 12.12.1807 met
107 Leentje Rokus Berkhout, geb. Zwartewaal 17.9.1786, ged. ald. (nederd. geref.) 24.9.1786, overl. Heenvliet 19.7.1811, begr. Zwartewaal 23.7.1811, dr. van Rokus Dirksz Berkhout en Johanna Kastelein
108 Cornelis Daniël van Krieken, jongman van IJsselstein, ged. IJsselstein (nederd. geref.) 17.9.1783, commandeur bij de marine, koopt op 9.4.1809 van Jan de Jong een huis in de nieuwstraat te Hellevoetsluis (trouwboek Hellevoetsluis gerecht), overl. Hellevoetsluis 29.11.1859, zn. van Daniël van Krieken en Catharina van Rhee, otr. Hellevoetsluis (gerecht) 1.1.1809 tr. ald. (gerecht) 15.1.1809 met
109 Jannetje Jans Kievit, jongedochter van Goedereede, geb. Goedereede 22.11.1785, ged. ald. (nederd. geref.) 7.12.1785 (getuige Aagje Johannesse van der Beek), overl. Hellevoetsluis 20.1.1860, dr. van Jan Krijnse Kievit en Jannetje Arens Witte
111 Geertje Bakker, geb. Sliedrecht 10.7.1796, ged. ald. (nederd. geref.) 19.7.1796, dr. van Pieter Ariensz Bakker en Ariaantje Gerrits Bot
112 Adriaan Jonker, doopsgezind, begr. Wormerveer 7.5.1803 (grafnr. 136), blijkens het huwelijkscontract van zijn dochter Neeltje Jonker met Pieter Korver te Uitgeest op 3.5.1829 is hij een zn. van Jan Baartsz Jonker en Neeltje Jacobs Dinkel (haar achternaam zeer twijfelachtig; gezien de chronologie en de vernoemingsregels wordt aangenomen dat het hier feitelijk om Neeltje Adriaans Smit gaat), verkoopt op 1.12.1791 aan Simon Pietersz Root wonende te Krommenie een huis en erf staande en gelegen te Krommenie op t weijver belend ten westen Jan Klaasz Ooms ten oosten Klaas Baltusz voor een bedrag van 250 gulden (ORA Krommenie 1413 fol.166 d.d. 1.12.1791), koopt op 2.2.1792 van Alewijn van Richteren een huis staande en gelegen te Wormerveer aan de weg en de zaan, belend ten zuiden Cornelis Kuijper en ten noorden Vasterd Vas, voor een bedrag van 2000 gulden, op voorwaarde dat hij de woning voor brandschade zal verzekeren (RA Westzaan inv.1612 fol.46v d.d. 2.2.1792), is vader van Jan geb. ca. 1792 die volgt, is vader van Neeltje geb. 26.10.1794 ged. ald. (nederd. geref.) 23.11.1794 overl. Zuid- en Noord-Schermer 30.12.1833 tr. Uitgeest met Pieter Korver, is vader van Klaas, broodbakkersknecht, geb. ca. 1797 overl. Oude Niedorp 10.7.1821, is vader van Trijntje geb. Wormerveer 27.12.1798 ged. ald. (nederd. geref.) 1.1.1799 tr. Wieringerwaard 18.4.1824 met Jan Vonk, tr. Wormerveer (nederd. geref., huwelijkscontract zie GAZ NA 1791, fol.182, testament fol.185) 21.8.1791 met
113 Maartje Cornelis van Nek, ged. Wormerveer (nederd. geref.) 26.3.1758, begr. ald. 10.6.1802 (grafnr. 136), weduwe van Jacob Klaasz Dekker (GAZ NA 1791, fol.181), dr. van Cornelis Jansz van Nek en Antje Willems Huijberts
114 Cornelis Pietersz Nool, katholiek, geb. Grootschermer ca. 1767, overl. ald. 30.4.1842, zn. van Pieter Cornelisz Nool en Maartje Bakker, tr. met
115 Grietje Klaas van der Woude, ged. Driehuizen (nederd. geref.) 29.1.1764, overl. ald. 11.9.1826, dr. van Klaas Cornelisz van der Woude en Hendrikje Hendriks Duijnmaijer
116 Jan Arijsz Alblas, burgemeester te Schermerhorn, geb. Muiden 13.10.1776, overl. Schermerhorn 5.5.1828, zn. van Arij Alblas en Adriana Sentes, tr. met
117 Aafje Jans Gem, ged. Hoorn (nederd. geref.) 11.3.1774, overl. Schermerhorn 29.5.1861, dr. van Jan Jacobsz Gem en Trijntje Jans Geusebroek
118 Klaas Cornelisz Jonges, ged. Jisp (nederd. geref.) 27.3.1746 (getuige Neeltje Jans), overl. ca. 1802, zn. van Cornelis Klaasz Jonges en Grietje Cornelis, tr. 1e Jisp (gerecht) 13.10.1781, tr. ald. (gerecht) 28.10.1781 met IJtje (Eitje) Heijje (Hein, Haijje, Heijtes), jongedochter van Jisp, otr. 2e Jisp (nederd. geref.) 22.1.1791, tr. ald. (nederd. geref.) 7.2.1791 met
119 Rebecca Dirks Lakeman, boerin, ged. Jisp (nederd. geref.) 6.3.1768, overl. Jisp 15.2.1847, dr. van Dirk Lakeman en Jannetje Witbaart, otr. 2e Jisp (gerecht) 14.1.1791, tr. ald. (gerecht, nederd. geref.) 30.1.1803 met Hendrik van Straaten, jongman van Jisp, tr. 3e Jisp 4.12.1814 met Klaas Pranger, landman, geb. Wormer 17.2.1788, ged. Westzaandam (ev. luth.) 17.2.1788 (getuige Jannetje Jansz), overl. Jisp 1.10.1872, zn. van Hendrik Pranger en Marijtje Hak, hij tr. 2e met Antje Baars, doopsgezind, dienstbode, geb. Wormer 13.8.1815, dr. van Jan Baars en Bregtje Groen
120 Cornelis Dirksz van 't Hof, ged. Assendelft (nederd. geref.) 25.6.1758, zn. van Dirk Gerritsz van 't Hof en Maartje Cornelis Verdonk, tr. 1e Assendelft impost 10.5.1783 met Jannetje Cornelis Smit, tr. 2e Assendelft impost 11.2.1792 met
121 Trijntje Klaas Hos, ged. Assendelft (nederd. geref.) 25.12.1769, dr. van Claes Pietersz Hos en Antje Pieters Oot
122 Jan Claasz Blokker, ged. Akersloot (nederd. geref.) 31.3.1766 (getuige Katharina Helderman), schuitenmaker, landman, overl. ald. 27.12.1830, zn. van Klaas Blokker en Maartje Molenaar (in de overlijdensakte van Jan Claasz Blokker wordt Maartje Admiraal als moeder aangemerkt), tr. Akersloot 15.10.1791 met
123 Trijntje Jans Stadegaart, ged. Akersloot (nederd. geref.) 17.9.1769, overl. ald. 8.3.1828, dr. van Jan Stadegaart en Trijntje Duijtseboer
124 Pieter Cornelisz Oud (Out), ged. Grootschermer (nederd. geref.) 13.12.1767, overl. Zuid- en Noord-Schermer 18.1.1847, zn. van Cornelis Pietersz Out en Antje Jacobs Heijnis, tr. met
125 Krijntje (Crijntje) Maartens Kriek, ged. Grootschermer (nederd. geref.) 14.6.1772, overl. Zuid- en Noord-Schermer 13.8.1849, dr. van Maarten Jansz Kriek en Antje Aartes Hensberg
126 Pieter Klaasz Kemp, bakker, ged. Graft (nederd. geref.) 20.11.1757, overl. ald. 20.3.1817, zn. van Klaas Dirksz Kemp en Trijntje Ollebrants, tr. Graft impost 18.9.1784 met
127 Grietje Jacobs Eelman, ged. Graft (nederd. geref.) 11.3.1764, overl. ald. 7.10.1828, dr. van Jacob Pietersz Eelman en Impje Cornelis

Generatie VIII

132 Garbrant (Garment) Florisz Houwertjes, visser, ged. Assendelft (nederd. geref.) 16.3.1760, woont aanvankelijk in Oostknollendam, koopt op 6.11.1783 Grietje Bijvoet de weduwe van Cornelis Jansz Pot en diens erfgenamen een huis, erf, koestal en hooiberg te Krommenie op t weijver oversloot belend ten westen en ten oosten de weduwe van Jan Oosterhoorn alsmede 7 morgen 184 roeden land gelegen in de westzaner polder onder de banne van Krommenie voor een bedrag van 375 gulden gereed geld (ORA Krommenie 1413 fol.123 d.d. 6.11.1783), overl. Krommenie 16?.6.1800, zn. van Floris Garbrandsz Houwertjes en Maartje Pieters Korver, tr. Wormerveer 2.6.1782 met
133 Aagje Wijbrands Groot, ged. Oostknollendam (nederd. geref.) 28.8.1757, impost begr. Krommenie 6.5.1795, dr. van Wijbrand Jacobsz Groot en Hermina Pieters Leusink.
134 Gerrit Gerritsz Plooijer, jongman van de kerkbuurt, ged. Oostzaan (nederd. geref.) 15.9.1756, zn.v. Gerrit Gerritsz Plooijer en Aagje Alberts Cat, otr. Oostzaan (nederd. geref.) 3.11.1780, tr. ald. (nederd. geref.) 19.11.1780 met
135 Grietje Hendriks Rietvoort, jongedochter van de kerkbuurt, ged. Oostzaan (nederd. geref.) 28.1.1759, dr. van Hendrik Reijniersz Rietvoort en Antje Jans Schouten
136 Gerrit Willemsz Bas, geb. ca. 1746, wonend in Markenbinnen, zn. van Willem Jacobsz Bas en Aagje Jans Waagmeester, tr. 2e Graft impost 6.7.1780 met Trijntje Klaas Knegt, jongedochter van Oostgraftdijk, tr. 3e Uitgeest impost 23.9.1781 met Sijtje Jans van 't Hof, weduwe van Markenbinnen, begr. ald. 7.11.1781, tr. 1e Uitgeest impost 19.8.1770 met
137 Geertje Claas Bant, ged. Oosthuizen (nederd. geref.) 5.11.1741, begr. Markenbinnen 3.7.1777, dr. van Claas Cornelisz Bant en Grietje Reijers
138 Jacob Jansz de Ruijter, wonende in het zuideinde van Oostzaan, ged. Purmerland (nederd. geref.) 28.7.1750, begr. Oostzaan impost 23.10.1782 (aangifte door Albert de Ruijter), zn. van Jan Albertsz de Ruijter en Grietje Jacobs Zomer, tr. 1e Oostzaan (nederd. geref.) 22.5.1774 met Geertje Jans bij 't Vier, jongedochter van het zuideinde, ged. Oostzaan (nederd. geref.) 16.10.1746, impost begr. ald. 18.12.1777 (aangifte door Hendrik Sopjes), dr. van Jan bij ’t Vier en Trijntje Klaas Kat, tr. 2e Oostzaan (nederd. geref.) 26.4.1778 met
139 Maritje Gerrits Buijs, jongedochter van het weerpad, ged. Oostzaan (nederd. geref.) 13.9.1752, dr. van Gerrit Claesz Buijs en Trijntje Hendriks
140 Auwel Pietersz Prins, geb. ca. 1758, ged. De Rijp (doopsgez.) 21.3.1779, overl. Oostgraftdijk in het Camerhop 27.10.1787, begr. Graft 31.10.1787, zn. van Pieter Auwelsz Prins en Maartje Jans Waagmeester, tr. Graft impost 6.4.1776, tr. ald. 21.4.1776 met
141 Neeltje Pieters Kunst, boerin, ged. Westgraftdijk (nederd. geref.) 23.5.1756, ged. De Rijp (doopsgez.) 25.3.1781, overl. Jisp 20.1.1831, dr. van Pieter Maartens Kunst en Grietje Adriaans Wortel, zij hertr. met Jelle Cornelisz Maas
142 Roelof Roelofsz van Natten, ged. Wormer (nederd. geref.) 5.5.1743, zn. van Roelof Roelofsz van Natten en Ariaantje Nannings, tr. 1e met Lijsbeth Hendriks Groot, ged. Wormer (nederd. geref.) 19.3.1741, dr. van Hendrik Cornelisz Groot en Hester Engels, tr. 2e met
143 Lijsbeth Jans van den Heuvel, ged. Wormer (nederd. geref.) 3.1.1741, dr. van Jan Hendriksz van den Heuvel en Neeltje Klaas
144 Wijbrand Jacobsz Groot, geb. Oostknollendam 10.9.1733, ged. ald. (nederd. geref.) 13.9.1733 (getuige Stijntje Adriaans), overl. ald. 2.9.1794 (aantekening in doopboek Knollendam), zn. van Jacob Aldertsz en Guurtje Sijmons, tr. met
145 Hermina Pieters Leusink, ged. Lochem (nederd. geref.) 7.12.1732, overl. Oostknollendam 3.12.1794
146 Willem Jacobsz Hoek alias Wortel (RAA RA 6341, fol.8), ged. Zuidschermer (nederd. geref.) 13.12.1744, begr. Stompetoren 7.4.1800, zn. van Jacob Willemsz Hoeck en Maartje Gerrits Wortel, tr. 2e Zuidschermer (nederd. geref.) 10.8.1783 met Neeltje Bancras (Bankerds), ged. Zuidschermer (nederd. geref.) 14.11.1762, overl. Schermeer gem. Akersloot 8.9.1831, dr. van Bancras Cornelisz en Aaltje Pieters Visser, zij hertr. Zuid- en Noord-Schermer impost 13.2.1801 met Pieter Opdam, geb. Noord-Scharwoude ca. 1763, overl. Noord-Schermeer, impost begr. Schermerhorn 12.3.1807 (aangifte Cornelis Bankras), tr. 1e (nederd. geref.) Stompetoren 29.10.1768 met
147 Trijntje Adams Luijken, ged. Stompetoren (nederd. geref.) 1.3.1751, overl. in de Noord-Schermeer voor 13.1.1783 (RAA RA 6341, fol.8), dr. van Adam Jurgensz en Maartje Jans
148 Pieter Krijnsz Heijnis, geb. Grootschermer 13.11.1738, zn. van Krijn Jansz Heijnis en Maartje Pieters Schram, tr. met
149 Grietje Cornelis Volger, ged. Stompetoren (nederd. geref.) 2.9.1742, dr. van Cornelis Dirksz Volger en Guurtje Klaas
150 Aldert Arisz Groot, ged. Oostknollendam (nederd. geref.) 28.4.1754, overl. ald. 11.4.1809, zn. van Aris Aldertsz en Grietje Aris, tr. met
151 Guurtje Gerrits Haantjes, ged. Oostknollendam (nederd. geref.) 22.2.1756, dr. van Gerrit Gerritsz Haantjes en Antje Jans van Straten
152 Jasper Klaasz Reijne, doopsgezind, geb. Krommenie 2.3.1740, koopt op 28.8.1772 van Pieter Sparreboer een huis erf ald. staande en gelegen op de heijlige wegh belend de koper ten westen en Cornelis Swart ten oosten (ORA Krommenie 1412 fol.151v d.d. 28.8.1772), overl. ald. 11.1.1782, begr. ald. 15.1.1782, zn. van Klaas Jaspersz Reijne en Agie Huijbers, tr. met
153 Dieuwertje Jacobs Kaper, geb. Krommeniedijk 28.3.1748, ged. ald. (doopsgez.) 27.3.1769, overl. Krommenie 2.5.1803 (verdronken), begr. ald. 4.5.1803, dr. van Jacob Simonsz Kaper en Niesje Baarts
154 Jan Cornelisz Leguijt, ged. Beemster (nederd. geref.) 11.3.1736, overl. ald. 16.2.1796, zn. van Cornelis Jansz Leguijt en Trijntje Jans de Vries, otr. Beemster 15.2.1761 met
155 Fokeltje Pieters Slinger, ged. Beemster (nederd. geref.) 9.8.1739, overl. Assendelft 16.2.1796, dr. van Pieter Jansz Slinger en Aagje Jans Binnenwijzen
156 Douwe Wiebes (Wijbes), geb. ca. 1743, laat tussen 1769 en 1774 kinderen dopen te Balk, laat in 1777 een kind dopen te Sloten, vanaf 1780 vermeld te IJlst, overl. IJlst 23.1.1808 (dan 64 jaar oud, zie huwelijksbijlagen dochter Wijbkjen Douwes van der Zee, tr. IJlst 8.5.1819 met Siebren Hanzes van der Bank), tr. 2e IJlst (gerecht) 11.3.1787 met Iebeltje Ottes, tr. 3e IJlst (nederd. geref.) 5.12.1790 met Feijkjen Jans Bouma, tr. 1e met
157 Janke Tjallings (Tjiallings), overl. IJlst ca. 1786
158 Jacob Gerbensz Bootsma, ged. IJlst (nederd. geref.) 8.9.1754, zn. van Gerben Walles Bootsma en Hiltje Jacobs Bootsma, otr. Schoterland (nederd. geref.) 26.11.1775, tr. IJlst (nederd. geref.) 3.12.1775, zij met consent van haar vader Thomas Wijpkes (trouwen civiel IJlst, inv.2, d.d. 16.11.1775) met
159 Berber Thomas (Toomas), afkomstig van Heerenveen, geb. ca. 1755, vanuit de doopsgezinde gemeente tot de hervormde gemeente van IJlst toegelaten op 15.11.1778
160 Hendrik Roels, op 15.5.1749 met attestatie van Beetsterzwaag naar Rotsterhaule (lidmatenreg. Sintjohannesga-Delfstrahuizen-Rohel-Rotsterhaule nederd. geref.), ged. Heerenveen (nederd. geref.) 7.5.1719, overl. Rotsterhaule 31.10.1759, zn. van Roelof Jans en Antje Johannes Born, tr. Sintjohannesga (nederd. geref.) 29.3.1750 met
161 Hendrikje (Hendrikjen, Henrijkjen) Jelles, geb. 28.5.1722, ged. Doniawerstal (nederd. geref.) 7.6.1722, belijdenis 11.2.1751 (lidmatenreg. Sintjohannesga-Delfstrahuizen-Rohel-Rotsterhaule nederd. geref.), dr. van Jelle Hendriks en Seike Jans, zij tr. 2e Sintjohannesga (nederd. geref.) 25.12.1761 met Jacob Harmens, op 14.12.1761 met attestatie van Giethoorn naar Rotsterhaule (lidmatenreg. Sintjohannesga-Delfstrahuizen-Rohel-Rotsterhaule nederd. geref.)
164 Cornelis (Cornelus) van Kampen (van Campen, van Kappen, van Kempen), houtzager, jongman van Bennekom, bij zijn huwelijk wonende te Vianen, na zijn huwelijk wonende te Utrecht buiten de wittevrouwenpoort, vermeld ald. vanaf 7.9.1740 (doopboek nederd. geref. ald.), vanaf 28.3.1751 vermeld te Amsterdam (doopboek nederd. geref. ald.), wonende aan de cadijk ald., leeft 3.8.1770 (doopboek nederd. geref. Amsterdam), zn. van Willem Hendricksen van Campen en Willemijn Gerrits Roseboom, zijn doop is niet aangetroffen ald., waarschijnlijk ten gevolge van de vele omissies die het doopboek rijk is en dat achter in het doopboek door latere getuigenissen slechts deels is rechtgezet, is vader van Willemijntje ged. Vianen (nederd. geref.) 10.1.1737, is vader van Willem ged. Vianen (nederd. geref.) 17.8.1738, is vader van Johannus Willem ged. Vianen (nederd. geref.) 19.8.1739, is vader van Willem ged. Utrecht (nederd. geref.) 7.9.1740, is vader van Willemina ged. Utrecht (nederd. geref.) 10.11.1743, is vader van Hendrina ged. Amsterdam (nederd. geref., amstelkerk) 12.6.1748 (get. Gerrit van Campen, Willemina Roseboom), is vader van Hendrik ged. Amsterdam (nederd. geref., amstelkerk) 28.3.1751 (get. Gerrit van Campen, Arnolda van Campen), otr. Vianen (nederd. geref.) 31.4.1735, tr. Utrecht (nederd. geref.) 8.5.1735 met
165 Margaretha (Margrietie, Grietje, Margrieta, Mallegrietie, Greitie, Margrita) Veerman (Vermaen, Verman, Voerman), jongedochter van Jaarsveld, ten tijde van haar huwelijk wonende te Vianen, begr. Amsterdam (Karthuizer kerkhof) 20.11.1787
166 Johannes Christiaan (Christiaan) Harnis, ged. Amsterdam (ev. luth.) 15.8.1732 (get. Johan Bormeester, Catharina de Wolf), zn. van Christiaen Willem Harnis en Maria Wenkhuijs, is vader van Marretje ged. Amsterdam (nederd. geref., oude kerk) 22.5.1750 (get. Jan de Koning, Marretje Hendriks), relatie met
167 Grietje (Grietie) de Koning, ged. Amsterdam (zuiderkerk, nederd. geref.) 13.10.1728, dr. van Jan de Koning en Marritie Martens, krijgt nadien een relatie met Hendrik Bos, waaruit Hendrik ged. Amsterdam (nederd. geref., oude kerk) 14.12.1753 (get. Jan de Koning, Mietje Martens)
172 Klaas (Claas) Jacobsz Beets, wonende in de Beemster onder Kwadijk, ged. Beemster (nederd. geref.) 29.9.1709, begr. Kwadijk (nederd. geref.) 20.4.1764, zn. van Jacob Claasz Beets en Grietje Maartens, tr. met
173 Geertje Maartens Klerk, ged. Beemster (nederd. geref.) 8.3.1722, begr. Kwadijk (nederd. geref.) 2.9.1758, dr. van Maarten Jans Klerk en Maartje Jans
174 Leendert Garbrantsz de Oude, wonende in de Beemster aan de rijperweg tussen de middenweg en de nekkerweg, nadien in Middenbeemster, ged. Beemster (nederd. geref.) 11.2.1714, zn. van Garbrant Sakelsz de Oude en Maartje Leenderts, tr. 2e met Aegje Vos (lidmatenregister Beemster nederd. geref. anno 1746), doch in het doopboek wordt zij steevast Aafje Jacobs genoemd, tr. 1e met
175 Trijntje Jans Donker, ged. Kwadijk (nederd. geref.) 30.11.1721, belijdenis Beemster (nederd. geref.) 5.9.1742, begr. Beemster (nederd. geref.) 19.8.1747, na haar overlijden worden Claas Kock (later genoemd Klaas Jansz Kock) en Jan Garmentsz (later genoemd Jan Garbrantsz de Oude) aangesteld als voogden (weesboek Beemster fol.134), dr. van Jan Harmensz Donker en Neeltje Outgers
176 Mr Herman Christoff (Herman Christoph, Christoff) Lampe (Lampen), meesterkleermaker, is in 1755 51 jaar oud en heeft dan thuis wonen een zoon van 16 jaar oud en een dochter van 22 jaar oud (volkstelling Eldagsen, het zal gaan om de dochter Cathrina Magdalena begr. Eldagsen 24.1.1767 en om zoon Johan Heinrich), overl. 19.10.1775, begr. Eldagsen (ev.luth.) 21.10.1775, zn. van Hans Hinrich Lampen en Magdalena Elisabeth Ohlendorff, is vader van Cathrina Magdalena ged. Eldagsen (ev.luth.) eerste pinksterdag 1725 (get. de moeder van vader en de vrouw van Thomas Katz), is vader van een dochtertje begr. Eldagsen (ev.luth.) 4.6.1725, is vader van Ilsabe Catrina begr. Eldagsen (ev.luth.) 26.11.1728 (2 jaar 8 maanden oud), is vader van een zoon begr. Eldagsen (ev.luth.) 24.1.1730 (2 jaar oud), is vader van Johan Heinrich ged. Eldagsen (ev.luth.) 2.9.1739 (get. de zwager van vader genaamd Johan Heinrich D.), tr. Eldagsen (ev.luth.) 1723 met Maria Elisabeth Hues, begr. Eldagsen (ev.luth.) 5 trin. (rond augustus) 1729, afkomstig van Wülfingen, dr. van Ernst Christoff Hues schoolmeester en organist ald., tr. Eldagsen (ev.luth.) 20.1.1730 zij bijgestaan door Herman Köhsels) met
177 Anna Elisabeth Köhsels (Kösel), ged. Eldagsen (ev.luth.) 23.10.1706, begr. Eldagsen (ev.luth.) 12.12.1748 (overleden in het kraambed, dan 31 jaar oud maar dat kan niet kloppen), dr. van Hermen Kösel
180 Johann Friderich (Johan Friderich, Friderich Henrich) Timann (Tieman) alias Wilcker (Wilcke), geb. 23.12.1716, ged. Dielingen (ev.luth.) 27.12.1716 (get. Johan Eberh. Timann, Johan Fridr. Pohlmeijers alias Langelohn, Margaretha Elsabein Pohlmeijers geb. Bucks), begr. Dielingen (ev.luth.) 29.5.1760 (is dan 43 jaar), dr. van Johann Henrich Timann alias Strackenbroock en Catharina Maria Pohlmeijers, is vader van Henrich Philip ged. Dielingen (ev.luth.) 13.9.1744 (get. Henrich Philip Pohlmeijer, Johann Henrich Apke, Margaretha Elisabeth Meijers), is vader van Arnd Henrich ged. Dielingen (ev.luth.) 21.11.1745 (get. Arnd Henrich Türemann, Margreth Ilsabein Räbekers), is vader van Eberhardina Margretha ged. Dielingen (ev.luth.) 17.3.1748 (get. Anna Margretha Vornholz, Eberhardina Greteke Ohneweders, Johann Friderich Strackenbroock), is vader van Catharina Maria ged. Dielingen (ev.luth.) 31.3.1750 (get. Agnesa Maria Pohlmeijers, Anna Catharina Tiemanns, Cord Herm. Kruse), is vader van Cord Henrich ged. Dielingen (ev.luth.) 28.11.1751 (get. Cord Henrich Hasekampf, Cord Henrich Weber, Catrin Marg. Meijers), is vader van Clamer ged. Dielingen (ev.luth.) 15.2.1754 (get. Clamer Tiemann), is vader van Johann Henrich ged. Dielingen (ev.luth.) 9.1.1757 (get. Johann Clamor Gräver), is vader van Frans Friderich ged. Dielingen (ev.luth.) 20.1.1760 (get. Frans Friderich Schlüter), tr. Dielingen (ev.luth.) 24.9.1742 met
181 Catharina Ilsabein (Catrin Ilsabein) alias Anna Ilsabein (Anna Elisabeth) Apike alias Wilckers (Wilckern), geb. 12.1.1724, ged. Dielingen (ev.luth.) 16.1.1724 (get. Anna Elsabein Apiken, Anna Elsabein Martens, Johann Greber), begr. Dielingen (ev.luth.) 29.11.1787 (dan oud 64 jaar), dr. van Johann Hermann Apike alias Wilcker en Anna Elsabein Wilcker
182 Hendrik Munnikhoff (Munnik), wonende in de Beemster, is vader van Antje ged. Purmerend (ev.luth.) 4.6.1752 (get. Willempje Janze Heus vrouw van Jan van 't Morg?), is vader van Jan ged. Purmerend (ev.luth.) 29.6.1754 (get. Willempje Timijer vrouw van Jan Timijer), is vader van Frederik ged. Purmerend (ev.luth.) 21.12.1757 (get. Willempje Tiemijer), is vader van Hendrik ged. Purmerend (ev.luth.) 25.12.1759 (get. Willemje Janzen), mogelijk gelijk aan of een broer van Hans Hendrik Munnik (lidmatenreg. Purmerend ev. luth. 6.4.1754) of Joost Hendrik Munnickhoff (lidmatenreg. Purmerend ev. luth. 5.4.1757) die beiden afkomstig waren uit het graafschap Schaumburg, tr. met
183 Grietje Janszen alias Grietje Munnikhoff
186 Gentien (Jean) Foucault (Foucot, Fouquaut) alias Chevalier (Chevallier), ged. Saint-Dyé-sur-Loire (rk) 5.3.1711, zn. van Gentien Foucault en Marie Furet, is vader van Jean Alexis ged. Lunéville (rk) 6.3.1739 (get. Alexis Belcourt, Marie Richard), is vader van Magdelaine ged. Lunéville (rk) 11.8.1740 (get. Claude Pinger, Magdelaine Ury), is vader van Marguerite ged. Lunéville (rk) 11.5.1742 (get. George Bonneman, Marguerite Pelot), is vader van Marie ged. Lunéville (rk) 18.3.1744 (get. Joseph Meuse, Marguerite Rebour), is vader van Elizabeth ged. Lunéville (rk) 12.8.1745 (get. Nicolas Guillaume, Elizabeth Hupert), is vader van Marie Barbe ged. Lunéville (rk) 24.9.1748 (get. Lowi compte Domski gentil homme du Roy de Pologne ofwel Ludwik Karol Dambski die als kamerheer aan het hof te Lunéville diende onder Stanislas Lesczynski koning van Polen en hertog van Lotharingen en die een zn. was van Kazimierz Jozef (Casimir) Dambski (Domski) die gouverneur was van het graafschap Sieradz en senator was van het koninkrijk Polen, Marie Barbe Bartillye), is vader van Marie Anne ged. Lunéville (rk) 22.11.1749 (get. André Destrebet, Marie Joly), is vader van Claude ged. Lunéville (rk) 14.1.1751 (get. Claude Berg, Magdelaine Herga), is vader van Anne Charlotte ged. Lunéville (rk) 30.11.1753 (get. Antoine Thomassy, Anne Charlotte Boucry), is vader van Jean Alexis ged. Lunéville (rk) 21.7.1755 (get. Jean Alexis Foucot, Marie Anne Claude), is vader van Jean Louis ged. Lunéville (rk) 22.8.1757 (get. Jean Alexis Foucot, Anne Marie le Moine), tr. Lunéville (rk) 22.3.1738 (hij een zn. van Jean Foucault en Marie Furet behorend tot de parochie Saint-Dyé-sur-Loire, zij een dr. van François Voignier en Claudette Voittincourt) met
187 Anne Marie (Anne) Voignier (Vigni, Voigny, Voinier, Vernit, Voitey, Voygnie), ged. Lunéville (rk) 7.8.1717 (get. Claude Voittincourt, Anne Mourout), dr. van François Voignier en Claudette Voittincourt
188 Folkert Harms, schipper, ged. Funnix (ev. luth.) 4.10.1685, overl. Neufunnixsiel 13.10.1731, zn. van Harmen Dirks en Froweke Folkerts, tr. Funnix (ev. luth.) 30.5.1711 met
189 Himke (Hiemke) Hillrichs, ged. Funnix (ev. luth.) 17.10.1686,overl. 15.6.1751, dr. van Hilrich Dirks en Gretcke Roolfs
190 Johann Stephan Saalberg, houthandelaar, geb. Radevormwald 9.11.1731, ged. ald. (ev. luth.) 18.11.1731, overl. Klosterschoo 5.8.1793, zn. van Henricus Saalberg en Catharina Elisabeth Sambring, tr. 2e Dunum 29.4.1778 met Helena Christophers, geb. Thunum ca. 1738, overl. Nord Dunum 5.8.1793, tr. Burhafe (kerk) 18.8.1757 met
191 Elsche Margretha Taden, geb. Nord Dunum 21.8.1739, overl. ald. 23.10.1775, dr. van Thade Mammen en Eijte Janssen
192 Arij Cornelisz Langendoen, ged. Oostvoorne (nederd. geref.) 28.7.1737 (getuige Magteltje Arends), bij zijn huwelijk wonende in ’t Nieuwland, zn. van Cornelis Claasz Langendoen en Jannetje Jans Verdam, otr. Zwartewaal (nederd. geref.) 22.4.1769, tr. ald. (nederd. geref.) 7.5.1769 met
193 Maria (Maertje) Jans van Heijsen, later van Eijs, bij haar huwelijk wonende in ’t Nieuwland, ged. Zuidland (nederd. geref.) 26.1.1749, overl. Zwartewaal 16.1.1809, dr. van Jan Jacobsz van Heijsen en Maartje Cornelis Breeman
194 Jan Jansz Stellenaar, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 11.5.1738 (getuige de moeder), zn. van Jan Leendertsz Stellenaar en Ariaantje Kornelis Lantmeter, otr. Zwartewaal (nederd. geref.) 19.9.1760, tr. ald. (nederd. geref.) oktober 1760 met
195 Pietertje Krijne Kortenbout, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 5.7.1739 (getuige Trijntje Wilms van der Hoeve), dr. van Krijn Jansz Kortenbout en Aagje Jans Kruijne
196 Cornelis (Krelis) Leijiersz Troost, ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 6.12.1733 (getuige Lena Cornelis Vermaet), zn. van Leijier Troost en Margrietie Vermaat, otr. Spijkenisse (nederd. geref.) 2.5.1759 met
197 Neeltje Claas van Hamburg, ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 19.12.1734 (getuige Neeltie Jans Buijck), dr. van Claas Jansz van Hamburg en Maartje Pieters van Bodegom
198 Jan Jansz van der Hoeve, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 10.2.1726 (getuige Pietertje Pieters den Beenk), overl. ald. 11.10.1797, zn. van Jan Willemsz van der Hoeve en Maartje Cornelis Tuijnders, tr. Zwartewaal 19.4.1750 met
199 Pietertje Jans Kortenbout, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 14.11.1728 (getuige Trijntje Wilms van der Hoeve), overl. ald. 7.12.1813, dr. van Johannis Jansz Kortenbout en Maartje Jans Kuijper
200 Karel (Carel) Maurits (Morits, Mouweris, Mouweres), kleermaker, geb. ca. 1753, overl. Vlaardingen 28.5.1801, otr. Vlaardingen (gerecht) 15.10.1778, tr. ald. (gerecht) 1.11.1778 met
201 Johanna Jans van Adrichem (van Adrighem, van Adrechem), geb. Rotterdam (nederd. geref.) 1.2.1750 (get. Cornelis Pietersz van Adrijgem, Geertje van Dam), overl. Vlaardingen 21.2.1826, weduwe van Alexander Pense van der Aa, dr. van Jan Pietersz van Adrichem en Marijtje Starrenburgh
202 Pieter Barendsz Bruggeling, zeeman, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 22.5.1746 (getuigen Cornelia Venebos en Cornelis van Assendelft), overl. ald. 10.12.1825, zn. van Barend Bruggeling en Anna van Assendelft, tr. Vlaardingen (nederd. geref.) 6.7.1777 met
203 Neeltje Jacobs de Jong, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 31.12.1752 (getuigen Caatje Plaveij, Maria van der Voijs), dr. van Jacob Lambrechtsz de Jong en Jannetje Jorisse Quandt
204 Dirk Pietersz Rodenburg (Roodenburg), bouwman, jongman van Vlaardingen, bij zijn huwelijk wonende te Maassluis aan de kaalistraat, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 4.1.1739 (getuige Trijntje Rodenburg, de vader abusievelijk vermeld als Pieter Dirksz Rodenburg), zn. van Pieter Willemsz Rodenburg en Trijntje Jans Zegwaart, otr. Maassluis (nederd. geref.) 1.5.1763, tr. ald. (nederd. geref.) 15.5.1763 met
205 Arentje (Arendtje) Dirks van Zanten (van Santen), jongedochter van de Lier, ged. De Lier (nederd. geref.) 2.9.1736 (getuige Ariaentje de Graaf), ten tijde van haar huwelijk wonende te Maassluis aan de korte boomestraat, dr. van Dirk Volkers van Santen en Maartje Tijsse de Graaf
206 Gijsbrecht (Gijsbert) Kasparsz Verschuur, arbeider, ged. Culemborg (nederd.geref.) 11.9.1740 (in de marge: extract hiervan gegeven den 6en november 1778), overl. Vlaardingen 1.3.1818, zn. van Kaspar Meuse Verschuur en Willemijntje Jacobs van der Vloet, tr. Vlaardingen (nederd. geref.) 16.5.1779 met
207 Reimpje Aalberts Vink, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 5.6.1746 (getuige Reimtje Manneken), overl. ald. 25.4.1803, dr. van Albert Kornelisz Vinck en Jacoba Paulus Varenburg
208 Jan Korse van der Pijl, zeeman, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 13.2.1754 (getuige Cornelia van der Ree), overl. Vlaardingen 3.12.1831, zn. van Kors Janse van der Pijl en Machteld Cornelis van der Ree, otr. 2e Vlaardingen 12.11.1802 (gerecht) met Willempje (Willemtje) van den Bos, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 3.11.1765 (get. Sara Jans, Annetje van den Bos), overl. Vlaardingen 20.6.1817, weduwe van Paulus van Rijn, dr. van Dirk van den Bos en Trijntje Woensdrecht, tr. 3e Vlaardingen 3.6.1818 met Fijtje Hoogenboom, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 20.7.1774 (get. Lidia Jooste Schriel), weduwe van Lambert van Oeveren, in 1831 wonende in Boskoop, dr. van Cornelis Hoogenboom en Cornelia de Kok, tr. 1e Vlaardingen (nederd. geref.) 18.12.1774 met
209 Hillegonda (Hilletje, Heiltje) van Embden (van Emden), ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 22.5.1746, dr. van Lucas van Embden en Hendrina de Man, tr. Vlaardingen (nederd. geref.) 22.3.1767 met Andries Janse Nederdijk
210 Pieter Valkenier, ged. Maassluis (nederd. geref.) 13.12.1750, bij zijn huwelijk wonende in de korte bogaartstraat, overl. op zee 28.1.1815 (SAVPR, inv.1217 akte 277 dd. 8.9.1817), zn. van Cornelis Cornelisz Valckenier en Ariaentie Pieters Vroom, otr. Maassluis 13.10.1776, tr. ald. (nederd. geref.) 1.12.1776 met
211 Ariaantje Lagerstee, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 2.7.1752, bij haar huwelijk wonende in de veerstraat te Maassluis, overl. Zwartewaal 15.1.1835, dr. van Jacobus Abrahamsz Lagestee en Lijntje Ariens Buitendijk, hertr. Zwartewaal 9.11.1817 met Arij Allerliefste, overl. Zwartewaal 1.8.1826, zn. van Crelis Arijsz Allerliefste en Marijtje Willems van Son
212 Cornelis Jansz Verschoor, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 3.11.1754, zn. van Jan Arendse Verschoor en Neeltje Dingemans Zwarteveld, otr. Vierpolders (nederd. geref.) 24.3.1779 met
213 Neeltje Willems Poldervaart, jongedochter van Briels Nieuwland, ged. Vierpolders (nederd. geref.) 21.7.1754 (getuige Pleuntje Willems), dr. van Willem Engelsz Poldervaart en Lijsbet Jans Beijer
214 Rokus Dirksz Berkhout, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 9.1.1757, zn. van Dirk Gerritsz Berkhout en Judik Rokus van Eijk, tr. Zwartewaal 2.11.1783 met
215 Johanna Bastiaans Kastelein, geb. Zwartewaal 11.3.1764, ged. ald. (nederd. geref.) 18.3.1764, overl. Heenvliet 16.4.1811, begr. Geervliet 19.4.1811, dr. van Bastiaan Arisz Kastelein en Leentje van der Linden
216 Daniel Cornelisz van Krieken, ged. Gorinchem (nederd. geref.) 21.1.1756 (get. Daniel van Krieken, Adriaan Decker), bij zijn huwelijk wonende in IJsselstein, overl. Herwijnen ca. 1805 (zie huwelijksbijlagen van zoon Gijsbert van Krieken, gehuwd te Herwijnen op 14.7.1819 met Jantje van Zandwijk), zn. van Cornelis van Krieken en Geertruij van Treuveren, tr. 2e Herwijnen 24.3.1793 met Catharina Vervoorn, geb. Loenen ca. 1768, dr. van Gijsbert Vervoorn en Sara Catharina van Kerkwijk, otr. 1e Utrecht (nederd. geref) 26.4.1782, tr. IJsselstein (nederd. geref.) 12.5.1782 met
217 Catharina van Rhee, jongedochter van Utrecht, ged. Utrecht (domkerk, nederd. geref.) 14.11.1755, dr. van Antonie van Rhee en Elisabeth van der Elst
218 Jan Krijnse (Crijnse) Kievit (Kivit, Kievet, de Kievit, de Kiewit), jongman van Goedereede, ged. Goedereede (nederd. geref.) 3.9.1752, tijdens zijn eerste huwelijk wonende te Goedereede, tijdens zijn tweede huwelijk wonende te Hellevoetsluis, zn. van Krijn Cornelisz Kievit en Aagje van der Beek, tr. 2e Goedereede impost 2.1.1787 (zie aantekening impost trouwen Hellevoetsluis aan het eind van het jaar 1788) met Cornelia Klaas Mol (Moll), ged. Hellevoetsluis (nederd. geref.) 15.7.1764 (getuige Cornelia Hossebos), overl. ald. 25.6.1831, dr. van Klaas (Nicolaas) Mol en Dingena (Dingenum) Zeedijk, zij otr. 2e Hellevoetsluis (gerecht) 5.4.1801, tr. ald. (gerecht) 12.4.1801 met Jan de Jong, jongman van Friesland, beurtschipper, overl. Hellevoetsluis 15.9.1834 (akte vermeldt dat hij van Moordrecht afkomstig is maar dat is onjuist), otr. 1e Goedereede (nederd. geref.) 10.5.1782, tr. ald. (nederd. geref.) 2.6.1782 met
219 Jannetje Arens Witte, jongedochter van Goedereede, ged. Goedereede (nederd. geref.) 9.4.1758, impost begr. ald. 3.12.1785 (zie ook aantekening impost begr. ald. 11.11.1783), dr. van Aren Dirkse Witte en Cornelia Jans de Eerzaamen
222 Pieter Ariensz Bakker, geb. Sliedrecht 14.11.1764, ged. ald. (nederd. geref.) 24.11.1764 (getuigen Jannetje Bastiaans Baan en Jan Pietersz Bakker), zn. van Arien Pietersz Bakker en Geertje Arends van Vuuren, tr . Sliedrecht (gerecht) 4.3.1791 met
223 Ariaantje Gerrits Bot, jongedochter van Niemansdvriend, ged. Sliedrecht (nederd. geref.) 17.11.1764 (getuigen Neeltje Rokus Baan en Rokus Baan), geb. ald. 15.11.1764, overl. ald. 18.10.1826, dr. van Gerrit Pietersz Bot en Cornelia Rokus Baan
224 Jan Baartsz Jonker (Joncker), doopsgezind, zn. van Baert Dirksz Jonker en Trijn Jans, is vader van een dood ter wereld gekomen kind impost begr. Westzaan pro deo 21.10.1771 (aangifte door de vader), is vader van Baart Jansz Jonker impost begr. Westzaan pro deo 6.6.1775 (aangifte door de diakonen van de waterlands doopsgezinde gemeente te Wormerveer), woont te Wormerveer in het huis dat eerder toebehoorde aan zijn ouders en dat omstreeks 1773 in handen komt van de waterlands doopsgezinde gemeente ald. (OA Westzaan inv.193 fol.394), otr. Jisp (gerecht) 5.5.1753, otr. Westzaan (gerecht) 6.5.1753, tr. Jisp (gerecht) 20.5.1753 met Beertje Jans Butter, afkomstig van Jisp, weduwe van Frederik Arisz Koper, otr. Westzaan (gerecht) 6.3.1757 tr. ald. (gerecht) 10.3.1757 met Aaltje Cornelis Oom, jongedochter van Wormerveer, otr. Westzaan (gerecht) 16.1.1761 tr. ald. (gerecht) 1.2.1761 met
225 Neeltje Adriaans Smit
226 Cornelis (Crelis) Jansz van Nek (van Neck), ged. Purmerend (nederd. geref.) 2.10.1735, belijdenis ald. (nederd. geref.) 28.2.1755, dan wonende op de bult ald., komend met attestatie van Purmerend naar Wormerveer ca. 1757, wonende op het derde patje ald. (lidmatenboek Wormerveer nederd. geref.), overl. Wormerveer 20.11.1789, zn. van Jan Cornelisz van Neck en Neeltje Everts, is vader van Maartje ged. Wormerveer (nederd. geref.) 26.3.1758, is vader van Neeltje ged. Wormerveer (nederd. geref.) 13.4.1760, is vader van Magteltje ged. Wormerveer (nederd. geref.) 9.5.1762, is vader van Jan ged. Wormerveer (nederd. geref.) 4.3.1764, is vader van Maarten ged. Wormerveer (nederd. geref.) 26.3.1767, is vader van Jan geb. Wormerveer 26.11.1772 ged. ald. (nederd. geref.) 29.11.1772, is vader van Pieter geb. Wormerveer 28.8.1775 ged. ald. (nederd. geref.) 3.9.1775, tr. Wormerveer (nederd. geref.) 24.7.1757 met
227 Antje Willems Huijberts alias Toorn, jongedochter van Wormerveer
228 Pieter Kornelisz Nolis (Nool), wonend in Grootschermer, treedt op 15.8.1755 samen met Jan Fransz op als getuige in een testament van de in de noordeindermeer wonende Otto Jansz Draijer die is getrouwd met Maartje Cornelis, zn. van Kornelis Pietersz Nolis, tr. 1e (kath.) Noordeinde (statie thans in De Rijp) 11.10.1750 met Grietje Wanders, tr. 2e met
229 Maartje Bakker, mogelijk identiek aan Maartje Jans getrouwd met ene Pieter Cornelisz die op 11 mei 1767 een geldbedrag ontvangen uit een erfenis
230 Klaas Cornelisz van der Woude, wonend in de noordeindermeer (RAA RA 6341, fol.68, 18.2.1805), zn. van Cornelis Jansz van der Woude, tr. 1e met Jannetje Pieters Braak, tr. 2e met
231 Hendrikje Hendriks Duijnmaijer, begr. Driehuizen 4.5.1796, dr. van Hendrik Teunisz en Grietje Hendriks
232 Arij Alblas, schoolmeester te Muiden, rijksontvanger te Edam, ged. Nieuwerkerk aan den IJssel (nederd. geref.) 18.8.1754, overl. Edam 12.10.1828, zn. van Teunis Alblas en Adriana Kooij, tr (nederd. geref.) Muiden 29.5.1774 met
233 Aarjen (Adriana) Sentes, ged. Kolhorn (nederd. geref.) 27.10.1754, dr. van Jan Cornelisz Sentes en Neeltje Claas Kaat
234 Jan Jacobsz Gem, jongman van Hoorn wonende agter op t sant, ged. Hoorn (nederd. geref.) 17.10.1741 (getuige Antje Gem), overl. voor 14.8.1781, zn. van Jacob Claasz Gem en Sijtje Jans, otr. Hoorn (nederd. geref., hij geassisteerd met Jacob Gem zijn vader, zij geassisteerd met Jan Jacobsz Geusebroek haar vader) 13.7.1765, tr. ald. (nederd. geref.) 28.7.1765 met
235 Trijntje Jans Geusebroek, jongedochter van Hoorn wonende op de zeedijk, ged. Hoorn (nederd. geref.) 15.8.1743, dr. van Jan Jacobsz Geusebroek en Aafje Lammers Vroom
236 Cornelis (Crelis) Klaasz (Claasz) Jonges (Neeltjes, Jongens), ged. Jisp (nederd. geref.) 5.12.1703 (getuige Neeltje Pietters), zn. van Claas Jansz Neeltjes en Neel Pieters, otr. Jisp (nederd. geref.) 6.5.1741, tr. ald. (gerecht) 21.5.1741 met
237 Grietje (Grietjen) Cornelis (Crelis) Wagenaar, jongedochter van Jisp, ged. Oostzaandam (nederd. geref.) 8.5.1721, dr. van Cornelis Cornelisz Wagenaar en Antje Jacobs
238 Dirk Willemsz Memelman alias Lakeman, geb. Beemster 1.5.1736, ged. Purmerend (ev. luth.) 6.5.1736 (getuige Annetje Barentsz), begr. Jisp 3.4.1789, zn. van Willem Lammertsz Memelman en Rebecca Frans, otr. 1e Purmerend (gerecht) 7.1.1759, tr. ald. 21.1.1759 met Diewertje Marcus, weduwe uit de Wormer, otr. 2e Jisp 7.1.1767, tr. ald. 22.11.1767 met
239 Jannetje (Jannetjen) Gerrits Witbaard (Witbaart, Witbeert) alias Phaate, ged. Jisp (nederd. geref.) 24.2.1743 (getuige Jannetje Pieters), overl .ald. 17.3.1820, dr. van Gerrit Gerritsz en Anne Sijmons
240 Dirk Gerritsz van 't Hof, geb. ca. 1728, zn. van Gerrit Cornelisz van 't Hof en Bregje Dirks de Graaff, tr. Assendelft impost 16.12.1752 met
241 Maartje Cornelis Verdonck alias de Oude
242 Claes Pietersz Hos alias de Oudste, ged. Assendelft (nederd. geref.) 14.11.1734, overl. ald. 30.4.1788, zn. van Pieter Claasz Hos en Guurtje Gerrits Timme, tr. Assendelft 30.3.1760 met
243 Antje Pieters Oot, ged. Assendelft (nederd. geref.) 19.12.1734, overl. ald. 28.1.1805, dr. van Pieter Maartsz Oot en Guurtje Cornelis Houtkoper
244 Klaas (Claas) Blokker, overl. Akersloot 15.12.1799, schepen ald. 1782, zn. van Jan Frederiksz Blocker en Katharina Helderman, koopt van Jan en Cornelis Schotvanger wonende te Beverwijk 219 roe bouwland in de groote polder voor 42 gulden (RAA RA 120, fol.250, 2.5.1759), tr. Akersloot impost 20.9.1760 met
245 Maartje Krelisse Molenaar, jongedochter van Koedijk
246 Jan Gerritsz Stadegaard (Stadegaart), schepen Akersloot 1758, 1760-62, impost begr. ald. 16.4.1787 (6 gulden), tr. Akersloot 4.4.1754 met Dieuwertje Sijmons, begr. Akersloot impost 1.5.1755 (3 gulden), tr. 2e Akersloot 4.9.1756 met
247 Trijntje Dirks Duijtseboer, afkomstig van de Zuid-Schermeer, dr. van Dirk Jansz Duijtscheboer en Trijntje Ariens Smit
248 Cornelis Pietersz Out (Oudt), ged. Scharwoude (nederd. geref.) 13.1.1743 (get. Trijntje Dirks), wonende in Grootschermer (RAA OA 121 e.v.), overl. voor 9.10.1775, zn. van Pieter Out en Geertje Dirks Slot, tr. met
249 Antje Jacobs Heijnis, geb. Grootschermer 2.9.1739, overl. Zuid- en Noord-Schermer 6.10.1826, dr. van Jacob Jansz Heijnis en Geertje Dirks Boer
250 Maarten Jansz Kriek, mollenvanger (RAA RA 45, anno 1783), overl. Grootschermer 19.11.1784, zn. van Jan Arendsz Kriek en Krijntje Maartens, tr. met
251 Antje Aartes Hensberg, ged. Schardam (nederd. geref.) 16.11.1749, overl. Zuid- en Noord-Schermer 18.1.1832, dr. van Aart Franse en Stijntje Hendriks Bouman, tr. 2e Grootschermer 4.12.1785 met Jan Klaasz van der Woude alias Jan uijt de Hut, overl. voor 18.2.1805 (RAA RA 6341), tr. 3e met Sijmen Bouwman, dagloner, geb. Schermerhorn ca. 1763, overl. Grootschermer gem. Zuid- en Noord-Schermer 24.2.1833, weduwnaar van Guurtje Dirks Hogenbirk (Hogenberg), zn. van Gerrit Bouwman en Maartje Schoenmaker
252 Klaas Dirksz Kemp, ged. Graft (nederd. geref.) 30.11.1718, impost begr. ald. 17.4.1781, koopt een huis en erf gelegen op de dam te Graft, waarvoor hij op 4.2.1768 een hypotheek aangaat bij Jan van Galen ter hoogte van 100 gulden (RAA RA 6458), zn. van Dirk Albertsz Kemp en Ariaantje Klaas, tr. Graft impost 21.3.1739 met
253 Trijntje Ollebrants, ged. Graft (nederd. geref.) 20.7.1721, impost begr. ald. 17.1.1786, dr. van Ollebrand Jansz Bergen alias Koorn en Impje Kars
254 Jacob (Jaap) Pietersz Eelman, ged. Graft (nederd. geref.) 29.10.1724, betrekt bij zijn huwelijk het huis gelegen op het verwersbuurtje dat tot dan toebehoorde aan zijn schoonvader, koopt op 4.1.1770 een huis en erf op de baangaard te Graft van de weduwe van Cornelis Horius (RAA RA 6450) en dat hij drie jaar later verkoopt aan Pieter Pietersz (RAA RA 6450 4.3.1773), leent op 1.6.1775 een bedrag van 95 gulden aan David Hen en Hertog Isaacq inzake de koop van een huis en erf op het verwersbuurtje te Graft (RAA RA 6458), verkoopt op 10.6.1779 een huis en erf op het verwersbuurtje te Graft (in 1770 nog in het bezit van Jan Blaauw en Gerrit van Assum en dus kennelijk daarna toegekomen aan Jacob Pietersz) aan Dirk Cornelisz de Boer (RAA RA 6450), impost begr. ald. 20.5.1782, zn. van Pieter Jacobsz en Grietje Pieters, tr. Graft impost 30.10.1751 (hij bijgestaan door zijn neef Kornelis Klaasz en zij door haar oom Albert Minnes) met
255 Impje Cornelis, ged. Graft (nederd. geref.) 15.12.1723, leent op 3.1.1788 een bedrag van 50 gulden aan Jacob de Graeff inzake de koop van een huis en erf op annejan sappes buurt, dr. van Cornelis Melles en Marij Cornelis

Generatie IX

264 Floris (Flooris) Garbrantsz (Garmentsz) Houwertjes (Houwerties), wonende in Assendelft, winkelier ald., kerkmeester ald. (GAZ OA Assendelft inv.139d, anno 1754, ibid., anno 1755), impost begr. Assendelft 21.7.1767, zn. van Garbrand Florisz Houwertjes en Jannetje Jans, tr. 1e Assendelft kerk 16.8.1739 met Maritje Jans, afkomstig van Koog aan de Zaan, tr. 2e Assendelft 4.8.1754 met
265 Maartje Pieters Korver, dr. van Pieter Gerritsz Korver en Grietje Engels Peet (RA Assendelft inv.1992, d.d. 22.5.1761: Gerrit, Engel en Claas Pietersz Corver mitsgaders Floris Garbrandsz Houwertjes, aangestelde sequesters in de gesequestreerden boedel van de overleden Pieter Gerritsz Corver en zijn vooroverleden huisvrouw)
266
267
268 Gerrit (Gerret) Gerritsz (Gerretsz) Plooijer alias Crommenie, jongman van het weerpadt, ged.Oostzaan (nederd. geref.) 23.9.1731, zn. van Gerrit Michielsz Plooijer en Magtel Alberts, otr. Oostzaan (nederd. geref.) 4.6.1756, tr. ald. (nederd. geref.) 20.6.1756 met
269 Aagje Alberts Cat (Kat), jongedochter van het weerpadt, ged. Oostzaan (nederd. geref.) 18.11.1725, dr. van Albert Dirksz Cat en Trijntje Ariaans
270 Hendrik Reijniersz Rietvoort, geb. 21.7.1723, ged. Purmerend (ev.luth.) 25.7.1723 (getuige Grietje Harmensz), bij zijn huwelijk vermeld als jongman wonende in het zuidend van Oostzaan, doch is dan nog meelmolenaar in Den Ilp, koopt op 30.4.1750 een huis, erf en enig land in Den Ilp van Jacob Bosschieter en Cornelis Jansz Wijn (WA RA 3648), dat hij twee jaar later weer verkoopt aan Susanna van de Capelle (WA RA 3648, 19.2.1752), koopt op 6.3.1767 een boeier inclusief zeil en treil van Jan Zoonen, veerschipper te Akersloot (RAA RA 120 fol.306), begr. Oostzaan impost 17.2.1802 (aangifte door armenvoogden), zn. van Reijnier Rietvoort en Femmetje Jans, otr. Oostzaan (nederd. geref.) 5.11.1747, tr. ald. (nederd. geref.) 12.11.1747 met
271 Antje Jans Schouten, jongedochter van de kerkbuurt in Oostzaan, begr. Oostzaan impost 15.11.1800
272 Willem Jacobsz Bas, jongman van Markenbinnen, zn. van Jacob Engelsz Bas, tr. Uitgeest impost 9.10.1734, tr. ald. (gerecht) 24.10.1734 met
273 Aagje Jans Waagmeester, jongedochter van Markenbinnen, dr. van Jan Jacobsz Waagmeester en Trijntje Dirks
274 Claes Cornelisz Bant, molenaar in een molen van de rijpergang in de Beemster, begr. Beemster 10.5.1782, zn. van Cornelis Claesz Bant en Geertje Klaas, tr. 2e met Geertje Cornelis, weduwe uit de Purmer, begr. Beemster 17.5.1782, tr. 1e met
275 Grietje Reijers, impost begr. Beemster 22.3.1749
276 Jan Albertsz de Ruijter (de Ruter, Ruijter), jongman van Purmerland, begr. Oostzaan impost 14.9.1790 (aangifte door Bastiaan van Zuijl), begr. ald. (nederd. geref.) 16.9.1790, zn. van Albert Dircksz Ruijter en Eefje Dirks, koopt op 25.4.1744 van Jacob Korver wonende in Ilpendam een huis en erf te Purmerland bewesten de gouw (WA RA 3647 p.257 d.d. 25.4.1744), koopt op 25.4.1744 van de erfgenamen van Pieter Jansz Knoeijer een stuk land groot 1 deijmt 50 roeden gelegen in de 12e weer (WA RA 3647 p.275), koopt op 13.6.1744 van Albert Beemster, regerend burgemeester van Purmerland, een stuk land groot 1 deijmt 125 roeden (WA RA 3647 p.294 d.d. 13.6.1744), verkoopt op 25.4.1767 –hij woont dan reeds in Oostzaan- aan Hendrik Stam wonende in Purmerland een huis en erf ald. bezuiden de kerk en bewesten de gouw (WA RA 3647 p.381 d.d. 24.4.1767), verkoopt op 16.5.1767 aan Jacob Beemster oud burgemeester te Purmerland twee stukken land te Purmerland bezuiden de kerk en beoosten de gouw in de 12e weer, samen groot 2 deijmt 175 roeden (WA RA 3647 p.384 d.d. 16.5.1767), otr. 1e Purmerland (nederd. geref.) 2.4.1740, tr. ald. (nederd. geref.) 17.4.1740 met Aagje Gerrits, jongedochter van Purmerland, otr. 2e Purmerland (nederd. geref.) 24.11.1743, tr. ald. (nederd. geref.) 8.12.1743 met Lijsbet Alberts Beemster, jongedochter van Purmerland, otr. 3e Purmerland (nederd. geref.) 10.4.1745, tr. ald. (nederd. geref.) 25.4.1745 met
277 Grietje Jacobs Zomer (Zomers, Soomers), jongedochter van Purmerland, ged. Kwadijk (nederd. geref.) 31.1.1723, begr. Oostzaan impost 4.12.1765, dr. van Jacob Somer en Lijsebet Pieters
278 Gerrit Claasz (Klaasz) Buijs, jongman van de Haal, ged. Oostzaan (nederd. geref.) 6.5.1717, zn. van Claas Jansz Buijs en Maritje Dirks, otr. Oostzaan (nederd. geref.) 3.5.1743, tr. ald. (nederd. geref.) 19.5.1743 met
279 Trijntje Heijndriks, jongedochter van de kerkbuurt
280 Pieter Auwelsz Prins, geb. vermoedelijk Graft 19.8.1724, overl. Oostgraftdijk 1778, zn. van Auwel Pietersz Prins en Jannetje Jans, tr. Uitgeest (gerecht) 17.3.1743 met
281 Maartje Jans Waagmeester, afkomstig van Markenbinnen, overl. Oostgraftdijk in het Camerhop 12.3.1793, impost begr. ald. 14.3.1793, dr. van Jan Jacobsz Waagmeester en Trijntje Dirks
282 Pieter Maartensz Kunst, wonende te Westgraftdijk, koopt op 5.4.1770 een huis en erf te Westgraftdijk van Gerrit Boeregeest (RA Graft inv.6450 d.d. 5.4.1770), koopt op 1.2.1776 een huis en erf te Westgraftdijk naast het eerdere huis gelegen (RA Graft inv.6450 d.d. 1.2.1776) en dat zijn vrouw op 7.10.1779 verkoopt aan Jan Cornelisz Backer (RA Graft inv.6450 d.d. 7.10.1779), impost begr. ald. 12.1.1778, voogd over zijn kinderen is Maarten Maartensz Kunst (RA Graft inv.6496 d.d. 7.11.1780) die was gehuwd met Antje Klaas Kamp en die eerst in Alkmaar en later te Castricum woonden, is vader van Maartje ged. Westgraftdijk (nederd. geref.) 2.9.1753, is vader van Neeltje ged. Westgraftdijk (nederd. geref.) 23.5.1756, is vader van Adriaan ged. Westgraftdijk (nederd. geref.) 12.11.1758, is vader van Ariaantje ged. Westgraftdijk (nederd. geref.) 5.10.1760, is vader van Aafje ged. Westgraftdijk (nederd. geref.) 17.10.1762, is vader van Guurtje ged. Westgraftdijk (nederd. geref.) 4.3.1770, is vader van Maarten ged. Westgraftdijk (nederd. geref.) 20.9.1772, tr. met
283 Grietje Adriaans Wortel, ged. zowel Zuidschermer als Westgraftdijk (nederd. geref.) 5.12.1728, belijdenis te Westgraftdijk 29.9.1747, impost begr. Westgraftdijk 20.1.1780, dr. van Adriaan Pietersz Wortel en Neeltje Cornelis
284 Roelof Roelofsz van Natten, ged. Wormer (nederd. geref.) 10.3.1724, zn. van Roelof van Natten en Guurtje Crelis Kuijper, tr. met
285 Ariaantje Nannings, ged. Jisp (nederd. geref.) 27.6.1700 (getuige Antje Pietters), weduwe van Jan Cornelisz Kuijper, dr. van Nanning Willemsz Stertius en Trijntje Dircks
286 Jan Hendriksz van Heuvel, later van den Heuvel, weduwnaar van Wormer, mogelijk identiek aan Jan Hendricksz jongman uit Munsterland die tr. Wormer (gerecht) 9.2.1732 met Trijn Crelis, tr. Wormer impost 17.1.1733 met
287 Neeltje Klaas, jongedochter van Wormer
288 Jacob (Japik) Aldertsz alias Jacob Groot, afkomstig van Oostknollendam, ged. Oostknollendam (nederd. geref.) 25.7.1700 (getuige Siltje Kornelis), zn. van Aldert Jacobsz en Aeght Gerrits,tr. Wormer (gerecht) 10.5.1727 met
289 Guurtje Sijmons alias Guurtje Stoffels, afkomstig van Oostknollendam, is samen met haar man lidmaat te Oostknollendam in 1729, getuige bij doop van een kind van Sijmon Jansz Stoffelsz en Aefje Krelis (doopboek Knollendam 9.1.1729), leeft 28.9.1760 (doopboek Knollendam nederd. geref.), zij tr. 2e Knollendam (nederd. geref.) 7.10.1753 met Jan Ariensz Egmond, ged. Knollendam 10.9.1713 (getuige Risje Pieters Egmond), weduwnaar van Marijtje Jans Leek, zn. van Adriaan (Arie) Pietersz Egmond en Lobberig (Lobbrig, Lobregt) Jans Koorn
290 Peter Lusink (Leussink), ged. Lochem (nederd. geref.)12.9.1706 (get. de moeder zelf), zn. van Coert Lösinc en Henders Janssen, tr. Lochem 10.9.1730 met
291 Anna Brabander, ged. Lochem (nederd. geref.) 22.7.1708,dr. van Arent Brabender en Willemken Slagmans
292 Jacob Willemsz Hoek (Hoeck) alias Jacob Speelhuijs alias Wortel, jongman van de Schermeer, overl. voor 24.1.1764 (RAA RA 6340), voogden over de kinderen zijn Poulus Jansz in de Egmondermeer en Pieter Gerritsz Wortel in de Schermeer, mogelijk een broer van Grietje Willems afkomstig uit de Heerhugowaard die otr. Alkmaar (nederd. geref., grote kerk) 2.4.1747 met Poulis Jansz afkomstig uit de Egmondermeer onder stadsjurisdictie, is vader van Maertje ged. Stompetoren (nederd. geref.) 15.4.1743, is vader van Willem ged. Zuid-Schermer (nederd. geref.) 13.12.1744, is vader van Cornelis ged. Zuid-Schermer (nederd. geref.) 20.3.1746, is vader van Diewer ged. Stompetoren (nederd. geref.) 14.6.1747, is vader van Aariaentie ged. Stompetoren (nederd. geref.) 25.12.1748, is vader van Pieter ged. Stompetoren (nederd. geref.) 30.8.1750, tr. Zuidschermer (nederd. geref.) 29.1.1741 met
293 Maartje (Maartjen) Gerrits Wortel, ged. Zuidschermer (nederd. geref.) 21.11.1720, dr. van Gerrit Pietersz Wortel en Sijbrig Pieters
294 Adam Jurgensze, afkomstig van Paderborn, wonende in de bedijkte Schermeer aan de laanweg, is weesmeester in de banne Zuid-Schermer (RAA RA 6340, 8.2.1768), bekent op 5.4.1757 tezamen m et zijn vrouw Maartje Jans schuldig te zijn aan Hendrik Koedijk, wonende te Alkmaar, een bedrag van 1000 gulden, waaraan zij verbindeen een huismanswoning met een kavel land staande en gelegen in de schermeer aan de laanweg in de polder M, zijn de de kavel op de kaart getekend met no.25, belend ten noorden de erve van Dirk Zuurbier en ten zuiden de laanweg, ten westen de zuidervaart en ten oosten het verloren togtje, alsmede twee kavels land gelegen als voren mede aan de laanweg no.14 en 15, belend ten oosten mevr. de weduwe van de edele Cornelis Sevenhuijsen en ten westen Jan de Wilt c.s. ten noorden de togt en ten zuiden de laanweg, alsmede hun personen en goederen (RA Schermeer inv.6358 fol.106 d.d. 5.4.1757 en fol.114 d.d. 16.1.1762), ruilt op 15.6.1762 met Abraham Cornelisz een stuk land groot anderhalf morgen gelegen in de matten voor een stuk land in de matten groot twee morgen (RAA RA 6313), bekent samen met zijn vrouw op 29.11.1766 een schuld van 3000 gulden aan Matthijs Ringers , waaraan zij verbinden hun huismanswoning met twee kavels op de kaart als no.25 en twee kavels no.15 en no.16 (sic), alsmede de gerechte helft in een huismanswoning met 37 morgen land waar van 32 morgen liggen aan de laanweg in de polder M en getekend met no.16 en 17 (RA Schermeer inv.6358 fol.125 d.d. 29.11.1766), verkoopt op 1.12.1769 aan Cornelis Limburg wonende in de stad Alkmaar de helft in 35 aggelen 3 vierling 2 3/4 metjes gelegen in de matten (RAA RA 6314), tr. Stompetoren (nederd. geref.) 25.9.1746 met
295 Maartje (Maartie) Jans
296 Krijn Jansz Heijnis, zn. van Jan Krijnsz Heijnis, verkoopt op 11.5.1734 aan de voogden van Jan Pietersz Borst een stukje land in de buremader koge groot 2 agele 19 roeden 7 voet (RAA RA 138), verkoopt op 11.5.1744 aan Sijmon Mooij een huis en erf te Grootschermer (RAA RA 138), handelt op 9.11.1761 namens zijn kinderen uit zijn eerste huwelijk, die erfgenamen zijn van hun oom Jacob Pietersz Schram (RAA RA 6340), tr. 2e Grootschermer 28.1.1753 met Antje Cornelis Bul, tr. 1e met
297 Maartje Pieters Schram, overl. voor 8.1.1753 wanneer Jacob Pietersz Schram en Sijmon Moijman, oom en behuwd oom van de kinderen, aangesteld worden als voogden (RAA RA 6340), dr. van Pieter Jacobsz Schram
298 Cornelis (Crelis) Dirksz Volger, jongman uit de Schermeer, molenaar aan de zuidervaart, zn. van Dirk Volger, is vader van Lijsbet ged. Stompetoren (nederd. geref.) 28.1.1731, is vader van Pieter en Dirk ged. Stompetoren (nederd. geref.) 4.5.1732, is vader van Arien ged. Stompetoren (nederd. geref.) 13.2.1735, is vader van Klaes ged. Stompetoren (nederd. geref.) 16.11.1738 (de moeder Guurtje Jans), is vader van Lijsbet ged. Stompetoren (nederd. geref.) 6.11.1740, is vader van Grietje ged. Stompetoren (nederd. geref.) 2.9.1742, is vader van Sijmon ged. Stompetoren (nederd. geref.) 29.3.1744, is vader van Cornelis ged. Stompetoren (nederd. geref.) 25.4.1746, is vader van Pieter ged. Stompetoren (nederd. geref.) 11.8.1748, tr. Stompetoren (nederd. geref.) 8.1.1730 met
299 Guurtje Klaas (Klaes, Claas), jongedochter uit de Schermeer
300 Aris Aldertsz, afkomstig van Oostknollendam, ged. Oostknollendam (nederd. geref.) 9.7.1713 (getuige Siltje Cornelis), zn. van Aldert Jacobsz en Aagt Gerrits, otr. 1e Wormer (gerecht) 31.5.1749 met Maartje (Marijtje) Aris, jongedochter van Graft, impost begr. Wormer 9.1.1751 (aangifte door Reijer Reijersz), otr. 2e Wormer (gerecht) 26.2.1751, tr. Oostknollendam (nederd. geref., getrouwd te Markenbinnen) 14.3.1751 met
301 Grietje Aris alias Grietje Hendriks, weduwe afkomstig van Wormer
302 Gerrit Gerritsz Haantjes (Haan), wonende in Oostknollendam, ged. Wormer (nederd. geref.) 21.5.1713, overl. ald. 12.12.1778, zn. van Gert Gertsz Haantjes en Guurtje Tijsen, tr. 1e Oostknollendam (nederd. geref.) 17.5.1737 met Jannetje Jans, jongedochter van Oostknollendam, tr. 2e Oostknollendam (nederd. geref.) november 1744, impost Akersloot 23.10.1744 met
303 Antje Jans van Straten (van Straaten), ged. Wormer (nederd. geref.) 10.9.1719, dr. van Jan Claasz van Straten en Dieuwer Claas Cronenburch
304 Klaas Jaspersz Reijne, doopsgezind, heemraad Assendelver dijk, begr. Krommenie impost 19.7.1755, zn. van Jasper Hendricksz Reijne en Guurtje Jans, tr. Krommenie impost 6.3.1739 met
305 Aegje (Agie) Huijbers, afkomstig van Koedijk, geb. ca. 1712, begr. Krommenie impost 24.11.1768, dr. van Huijbert Bouwensz Slommer en Ariaantje Poulus Doets
306 Jacob Simonsz Kaper, geb. ca. 1712, overl. Krommenie 30.10.1750, begr. Krommeniedijk, zn. van Simon Jacobsz Kaper en Neeltje Jans, tr. Krommenie impost 23.6.1736 met
307 Niesje Baarts, overl. Krommenie 15.8.1763, begr. Krommeniedijk
308 Cornelis Jansz Leguijt, ged. Beemster (nederd. geref.) 16.1.1707, wonende in de Beemster aan de middelweg, in Middenbeemster, aan de jisperweg, en aan de dijk bij De Rijp (lidmatenboek Beemster nederd. geref.), zn. van Jan Cornelisz Leguijt en Geertje Cornelis van der Meer, tr. met
309 Trijntje Jans de Vries, ged. Beemster (nederd. geref.) 19.8.1708, dr. van Jan Andriesz de Vries en Geertje Hendriks
310 Pieter Jansz Slinger, wonende in de Beemster aan de rijperweg en nadien aan de volgerweg, mogelijk een zn. van Neeltje Pieters Molenaar die hertr. met Claes Cornelisz Wennis (WA ORA Ilpendam inv.3645, fol.1v d.d. 10.9.1712), tr. 1e ca. 1722 met Grietjen Thijmens, ged. Beemster (nederd. geref.) 13.12.1699, dr. van Thijmen Sijmonsz en Trijn Jans wonende aan de zuiddijk (weesboek Beemster fol.294), begr. Beemster 17.12.1722, tr. 2e met
311 Aagje Jans Binnenwijzen, mogelijk een dr. van Jan Cornelisz Binnenwijzent ged. Purmerend (nederd. geref.) 5.1.1672 als zn. van Cornelis Dirxz Binnenwijsent en Fokel Pieters
316 Gerben Walles Bootsma, ged. IJlst (nederd. geref.) 6.11.1720, meester scheepstimmerman ald., zn. van Walle Wijtses Bootsma en Pijtje Ageus Wiarda, tr. IJlst (nederd. geref.) 19.1.1744 met
317 Hiltje Jacobs Bootsma, afkomstig van IJlst, dr. van Jacob Asses en IJmkjen Wijbes (bijlagen civiel trouwboek IJlst, inv.2, zonder datum)
318 Thomas Wijpkes, afkomstig van Heerenveen, lidmaat geworden ald. (doopsgezind) 31.1.1742, belijdenis ald. 2.2.1742, op 30.1.1774 kandidaat kerkvoogd ald., overl. ald. 15.3.1789, zn. van Wijpke Wijpkes en Rink Thomas, tr. Heerenveen (nederd. geref.) 8.1.1741 met
319 Geertje (Gettje, Geert, Geerte) Aeles (Ales), afkomstig van Heerenveen, lidmaat geworden ald. (doopsgezind) 24.2.1738, belijdenis doopsgezinde gemeente Heerenveen 2.2.1742, overl. ald. 27.10.1782
320 Roelof Jans, afkomstig van Nieuweschoot, tr. Heerenveen 27.9.1711 met
321 Antje Johannes Born, afkomstig van Heerenveen, dr. van Johannes Goderts Born en Geertje Heinsius
322 Jelle Hendriks, afkomstig van Oldeouwer, overl. Rosterhaule juni 1762 (lidmatenreg. Sintjohannesga-Delfstrahuizen-Rohel-Rotsterhaule nederd. geref.), hertr. met Fedtje Arents, overl. Rotsterhaule 20.9.1763 (lidmatenreg. Sintjohannesga-Delfstrahuizen-Rohel-Rotsterhaule nederd. geref.), tr. Doniawerstal (nederd. geref.) 26.12.1717 met
323 Seike (Sijke) Jans, afkomstig van Sintjohannesga
328 Willem Hendricksen (Hendriks, Hendricks, Hendericksen) van Campen, is vader van Gerrit ged. Bennekom (nederd. geref.) 17.3.1713, is vader van Naleken ged. Bennekom (nederd. geref.). 13.3.1716, is vader van Brantje ged. Bennekom (nederd. geref.) 6.10.1718, wordt bij zijn trouwen bijgestaan door zijn zwager Jan Aartsen gehuwd met Geertie Hendricks (zie trouwregister Bennekom nederd. geref. 6.11.1700), tr. Bennekom (nederd. geref.) 19.4.1711 met
329 Willemijn Gerrits Roseboom alias Willemijn Aarten, ged. Bennekom (nederd. geref.) 13.12.1691, dr. van Cornelis van Campen en Margrietje Veerman, dr. van Gerrit Aerts Roseboom en Brantie Hendricks, laat op 17.1.1728 in verband met het overlijden van haar man en ten behoeve van hun kinderen Cornelis, Gerrit, Naleken en Brantje, waarbij zij wordt bijgestaan door haar toekomende bruidegom Dirck Cornelissen als haar gecoren momber aan de ene zijde en door Geurt Henricksz en Henrick Gerritsz als omen en bloedmombers van de vier kinderen aan de andere zijde, een inventaris opmaken van hun gezamenlijk goed, te weten een huis, hof en ongeveer 3 ? bouwland gelegen aan de dijckgraeff, een halve ? hooiland in de veencampen in de rietcampjes onder Wageningen, en een halfschepel ? op de brink tegenover de deur, gereedschap, kookgerei, kleding, koren (gedorst en ongedorst), bed en bedlinnen, en schulden aan onder meer de erfgenamen van Claartjen Hendriks (ORA Veluwe inv.493 no.97 f.621 d.d. 26.5.1729)
332 Christiaen Willem (Christiaan) Harnis (Harnesch), afkomstig van Eisleben (nabij Leipzig), geb. ca. 1703, wonende op marken (voormalig eiland binnen de stadsgrenzen van Amsterdam, ook valkenburg genoemd, ter hoogte van de huidige markensteeg), Hans Christiaan ged. Amsterdam (ev.luth.) 8.12.1728 (get. Martinus Bernart Keerse, Cathrina Langenbergh), is vader van Johannes Christiaan ged. Amsterdam (ev.luth.) 15.8.1732 (get. Johannes Bormeester, Catrina de Wolf), otr. Amsterdam neder. geref.) 18.12.1732 (Christiaan dan wonende bij de weesperpoort) met Eva Jans, geb. ca. 1708 wonende op kattenburg en bijgestaan door haar vader Jan Bart, otr. Amsterdam (nederd. geref.) 21.7.1730, dan weduwnaar van Anna Maria Eekers, met
333 Maria Wenkhuijs (Winkhuijse), jongedochter van Osnabrück, geb. ca. 1703, ten tijde van haar huwelijk wonende te Amsterdam op de kadijk en geassisteerd door Maria Eekers
334 Jan de Koning (de Koning, de Koningh, de Kunijgh, de Kooneng), wonende te Amsterdam, is vader van Jan ged. Amsterdam (oosterkerk, nederd. geref.) 4.6.1724 (get. Jan Andersen, Martie Anderis), is vader van Grietje ged. ald. (zuiderkerk, nederd. geref.) 13.10.1728 (get. Marten Jansen, Grietie Arnordus), is vader van Catrina ged. Amsterdam (oosterkerk, nederd. geref.) 3.6.1731 (get. Henderik en Catrina de Wolf), is vader van Annatie ged. Amsterdam (zuiderkerk, nederd. geref.) 17.3.1734 (get. Hans Verman, Grietie Martens), tr. met
335 Marritie (Maria, Maretie, Mitie, Mareijtie) Martens, mogelijk een dr. van Marten Jansen en Grietie Arnordus (doopboek nederd. geref. Amsterdam, d.d. 13.10.1728)
344 Jacob (Japik) Claasz Beets, ged. Beets (nederd. geref.) 7.1.1685, wonende in de Beemster, vermeld ald. aan de middelweg en nadien bij Hobrede, zn. van Claes Jacobsz Beets en Reijnuw Wouters, tr. met
345 Grietje Maartens
346 Maarten Jansz Klerk (Clerk, Clercq), wonende in de Beemster, vermeld ald. aan de oosthuijserwegh, ged. Beets (nederd. geref.) 23.1.1689, begr. Oosthuizen (nederd. geref.) 12.6.1750, zn. van Jan Adriaensz Klerck en Grietje Maertens, tr. 1e met Marij Jans van Hem, begr. Beemster (nederd. geref.) 11.1.1716, otr. 2e Kwadijk (nederd. geref.) 27.11.1718, tr. ald. (nederd. geref.) 11.12.1718 met
347 Maartje (Maartjen, Maertje) Jans, jongedochter van Kwadijk, overl. voor 3.1.1741, na haar overlijden worden als voogd over haar drie kinderen aangesteld de ooms Ziebrant Haas en Claas de Boer, aan wie op 5.3.1743 ieder 850 gulden wordt toebedeeld (weeskamerarchief Beemster, ORA 4083 nr. 86)
348 Garbrant Sakelsz de Oude, wonende in Middenbeemster, ged. Beemster (nederd. geref.) 24.10.1677, zn. van Sakel Garbrantsz en Engeltje Takes, tr. 1e met Maartje Jans (weeskamer Beemster nr.231, voogden over de kinderen zijn Mattheus Danielsz en Pieter Hendriks), tr. 2e met
349 Maartje Leenderts
350 Jan Harmensz Donker, wonende in de Purmer (lidmatenlijst Kwadijk nederd. geref. 1707-1724), begr. Kwadijk (nederd. geref.) 21.4.1730, zn. van Harmen Jansz Doncker, otr. 2e Kwadijk (nederd. geref.) 9.7.1724, tr. ald. (nederd. geref.) 23.7.1724 met Trijn Klaas, tr. 1e met
351 Neeltje Outgers (Attes) Slinger, geb. Purmer, ged. Monnickendam (nederd. geref.) 4.7.1683, overl. 1723 (lidmatenboek Kwadijk nederd. geref.), begr. Kwadijk (grafsteen nederd. geref. kerk ald.), dr. van Outger Jansz Slinger en Lijsbet Jans
352 Mr Hans Hinrich Lampen, meestertimmerman, ged. Eldagsen (ev.luth.) 15.6.1660 (hij is dan 29 weken oud), begr. Eldagsen (ev.luth.) 9.3.1721 (hij is dan 61 1/2 jaar oud), zn. van Berend Lampen en Ilsabe Devesen, is vader van Ilse Margaretha ged. Eldagsen (ev.luth.) 30.9.1692, is vader van Catharina Elisabeth ged. Eldagsen (ev.luth.) 1.11.1695, is vader van Jobst Henning ged. Eldagsen (ev.luth.) 13.2.1705 (get. Stella Bertens de moeder van vader), tr. Eldagsen (ev.luth.) 28.6.1689 met
353 Magdalena Elisabeth Ohlendorff, begr. Eldagsen (ev.luth.) 27.4.1733
354 Hermen (Harmen, Herman, Hermann, Harmen Peter, Harmen Peters, Herman Peter) Kösel (Kösell, Kösels, Köses, Köseln), brouwer te Eldagsen, is vader van Ilse Catharina ged. Adensen (ev.luth.) 29.7.1687 (get. H. Wahrendorffs, Paul Grimmens vrouw, Arend Elvers), is vader van Hinrich Christoffer ged. Adensen (ev.luth.) 3.2.1688 (get. Hinrich Opperman, Christoffel Kösel, Hinrich Schinken von Borgstammen), is vader van Margretha Maria ged. Adensen (ev.luth.) 22.2.1691 (get. Ilse Margreta Rodemeijers, Benedictus Gehrken, Curdt Rodezwohls), is vader van Benedictus ged. Adensen (ev.luth.) 7.5.1693 (get. Benedicte Gehrken, Henrich Bortfelds), is vader van Peter Moritz ged. Adensen (ev.luth.) 3.11.1695 (get. o.a. Moritz Wagenaer), is vader van Arend Hinrich ged. Adensen (ev.luth.) 4.3.1698 (get. H. Henrich Wahrendorff, Arend Devens van Eldagsen, Herman Krepens junior), is vader van Julius Conrad Herman ged. Adensen (ev.luth.) februari 1701 (get. o.a. Julius Kupfer, Conrad Caspar Rodemeijer), is vader van Christian ged. Adensen (ev.luth.) 27.2.1705 (get. Jacob Timmermans), is vader van Anna Elisabeth ged. Eldagsen (ev.luth.) 23.10.1706 (get. de zuster van vader), is vader van Ernst Christoffer ged. Eldagsen (ev.luth.) 29.10.1708 (get. Christoffer Amelunk de zwager van vader), is vader van Maria Elisabeth ged. Eldagsen (ev.luth.) 19.1.1711 (get. Hans Vosding en de moeder van de vader) is vader van Cathrina Maria ged. Eldagsen (ev.luth.) 13.4.1715 (get. Anna Maria Brinckmans en de moeder van de vader), is vader van Maria Elisabeth ged. Eldagsen (ev.luth.) 14.11.1717 (get. Catharina Maria Beders de zuster van de moeder, Hans Müller, Hermann en Benedix Kösel vader en broeder), tr. Eldagsen (ev.luth.) 5.2.1714 met jongedochter Cathrina (Catrina) Brinkmans, begr. Eldagsen (ev.luth.) 14.1.1715 (overl. in het kraambed, 28 jaar oud), tr. Eldagsen (ev.luth.) 28.11.1715 met Anna Margretha Beders, afkomstig uit de niedren vorstadt bij Eldagsen, tr. Adensen (ev.luth.) 26.10.1686 met Maria Oppermans, tr. met
355 NN, begr. Eldagsen (ev.luth.) 3.3.1713 (zij is dan 37 jaar oud), mogelijk gaat het om Maria Oppermans maar dan klopt de leeftijd bij overlijden niet
360 Johann Henrich Timann (Tiemann) alias Strackenbroock, geb. 28.2.1685, ged. Dielingen (ev.luth.) 3.3.1685 (get. Johan Hinrich Schmid), begr. Dielingen (ev.luth.) 13.2.1738 (dan 54 jaar oud), zn. van Gerd Hinrich Tieman en Anna Catharina Meijers alias Tiemans, is vader van Johann Friderich ged. Dielingen (ev.luth.) 27.12.1716 (get. Johan Eberh. Timann, Johan Fridr. Pohlmeijers alias Langelohn, Margaretha Elsabein Pohlmeijers geb. Buoks), is vader van Catharina Agnesa ged. Dielingen (ev.luth.) 19.2.1725 (get. Anna Cath. Timanns geb. Berckmeijers, Agnesa Maria Pohlmeijers, Arnd Henrich Tünemann), is vader van Clamer ged. Dielingen (ev.luth.) 6.1.1728, is vader van Margareth Elisabeth ged. Dielingen (ev.luth.) 21.12.1732 (get. Catharina Margaretha Albers geb. Upmeijers), is vader van Catharina Maria ged. Dielingen (ev.luth.) 21.12.1732 (get. Margaretha Agnesa Pohlmeijers), tr. Dielingen (ev.luth.) 6.2.1715 met
361 Catharina Maria (Maria) Poelmeijer (Pohlmeijers), geb. 28.1.1690, ged. Dielingen (ev.luth.) 12.2.1690, begr. Dielingen (ev.luth.) 30.12.1732, dr. van Cord Poelmeijer en Agnese Maria Poelmeijers
362 Johann Hermann Apike (Apken) alias Wilckers, zn. van Johan Tysing alias Apike en Jennike Schmides, is vader van Anna Maria ged. Dielingen (ev.luth.) 11.6.1721 (get. Anna Magdalena Grebers), Arnd Henrich ged. Dielingen (ev.luth.) 11.6.1722 (get. Johann Arnd Meijers, Joh. Heinrich Apike, Anna Christina Grebers), is vader van Catharina Elsabein ged. Dielingen (ev.luth.) 16.1.1724 (get. Anna Elsabein Apiken, Anna Elsabein Martens, Johann Greber), is vader van Catharina Margaretha ged. Dielingen (ev.luth.) 6.10.1726 (get. Catharina Margaretha Grebers), is vader van Gerd Henrich ged. Dielingen (ev.luth.) 9.10.1729 (get. Joh. Gerd Meijer, Claus Henr. Gräber, Anna Marg. Aapken), is vader van Johann Hermann ged. Dielingen 18.1.1733 (get. Hermann Tönies Vornholtz, Johann Clamer Apke, Marg. Elsabein Gräbers), tr. Dielingen (ev.luth.) 13.11.1720 met
363 Anna Elsabein (Anna Elisabeth) Wilckers (Wilker) alias Apcken, geb. 9.12.1687, ged. Dielingen (ev.luth.) 11.12.1687 (get. Ilsab. Meijers), begr. Dielingen (ev.luth.) 26.12.1760, dr. van Johann Hinrich Wilker en Anna Meijers alias Wilker
372 Gentien Foucault (Foucaut), wijnbouwer, overl. Saint-Dyé-sur-Loire (rk) 16.6.1718 (aangifte door zijn broer Simon Foucault en door zijn zwager Germain Furet, Gentien was toen naar hun zeggen 40 jaar oud), zn. van Simon Foucaut en Françoise Givais, is vader van Marie ged. Saint-Dyé-sur-Loire (rk) 31.1.1703 (get. Silvain Proulleau, Marie Buiet), is vader van Gentien ged. Saint-Dyé-sur-Loire (rk) 27.12.1704 (get. Theodore Grou, Renée Malibaet), is vader van Magdeleine ged. Saint-Dyé-sur-Loire (rk) 10.1.1706, is vader van Jeanne ged. Saint-Dyé-sur-Loire (rk) 23.3.1708 (get. Jean Roulleux, Jeanne Lucas), is vader van Gentien ged. Saint-Dyé-sur-Loire (rk) 5.3.1711 (get. Charle Bernier, Marie Chasseneau), is vader van Marguerite ged. Saint-Dyé-sur-Loire (rk) 8.4.1713 (get. Charle Chevigny, Marguerite Richon), is vader van Françoise ged. Saint-Dyé-sur-Loire (rk) 31.5.1715 (get. Pierre Marlat, Françoise Archanbait), is vader van een zoontje ged. Saint-Dyé-sur-Loire (rk) 31.7.1717 dat kort daarna is overl, tr. Saint-Dyé-sur-Loire (rk) 7.2.1702 (hij een zn. van Simon Foucaut en Françoise Givais, zij een dr. van Germain Furet en Renée Durand, get. o.a. Ettienne Foucaut zijn neef, Simon Foucaut zijn broer, Germain Furet haar broer) met
373 Marie Furet (Furette), dr. van Germain Furet en Renée Durand, zij hertr. Saint-Dyé-sur-Loire (rk) 7.2.1724 met Jean Augeard
374 François Voinier (Vognier), ged. Saint-Nicolas-de-Port (rk) 10.4.1695 (get. François Dufty, Marie Contal), overl. Lunéville (rk) 28.8.1721, zn. van Henry Voinier en Anne Bayart, is vader van Anne Marie ged. Lunéville (rk) 7.8.1717 (get. Claude Voittincourt, Anne Mourout), tr. Saint-Nicolas-de-Port (rk) 28.5.1715 (hij een zn. van meesterbakker Henry Voyniet en Anne Bayart, zij een dr. van meesterschoenmaker Claude Vatincourt en Anne Marie la Grone, get. benedictijn Joseph Play, hoefsmid Jean Voynier, haar vader Claude Vatincourt, François Gobert, Jean Thouvenin) met
375 Claudette (Claude) Voittincourt (Vatincourt), dr. van Claude Vatincourt en Anne Marie la Grone
376 Harmen Dirks, tr. Funnix (ev. luth.) 3.12.1680 met
377 Froweke Folkerts, zij tr. 2e Funnix (ev. luth.) 13.7.1698 met Johan Hayungs
378 Hilrich Dirks, zn. van Dirck Hillrichs, tr. Funnix (ev. luth.) 14.11.1678 met
379 Gretcke Roolfs
380 Henricus (Henric) Saalberg, zn. van Henricus Saalberg en Gerdruthen Boelefeldt, tr. Radevormwald (ev. luth.) 22.12.1729 met
381 Catharina Elisabeth Sambring, dr. van Johannes Sambring
382 Tade (Thade) Mammen, geb. Warnsath 15.10.1702, overl. Nord Dunum 5.3.1755, zn. van Mamme Arends en Agnesa Taden, tr. 1e voor 1731 met Elsche NN, overl. Nord Dunum 9.1.1738, tr. 2e Nord Dunum (kerk) 4.11.1738 met
383 Eijte (Ete) Janssen, geb. Adorf ca. 1705, overl. Nord Dunum 24.6.1774, tr. 2e Nord Dunum (kerk) 8.2.1759 met Arend Hinrich Hünefeld, afkomstig van Mettingen
384 Cornelis Claasz Langendoen, ged. Oostvoorne (nederd. geref.) 24.10.1706 (getuige Jannetje Wittese, huisvrouw van David Jorisse), zn. van Claas Wittese Langendoen en Wijntje Arens Droogendijk, koopt op 11.5.1736 van Leentje Claas Langendoen die weduwe is van Jacob Jacobsz de Geus een woning etc. met boomgaard op de hevering te Oostvoorne bij de korenmolen (SAVPR toegang 41 inv.337 regest 704 d.d. 11.5.1736), verkoopt op 17.1.1747 dit huis aan Abraham Brouwer, tegen overname van een schuldbrief ten behoeve van de diaconie te Oostvoorne nog inhoudende 150 gulden (SAVPR toegang 41 inv.338 regest 778 d.d. 17.1.1747), tr. Zwartewaal (nederd. geref.) 19.12.1734 met
385 Jannetje Jans van der Lugt (van der Lucht), later Verdam, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 9.2.1713, dr. van Magteltje Arents Luijendijk, filiatie blijkt uit het feit dat Antje van Leur, dr. van Christiaan Christiaansz van Leur en Marietje Arents Luijendijk, als doopgetuige optreedt bij kinderen van Cornelis Claasz Langendoen en Jannetje Jans. Jannetje Jans is buiten echt geboren, in een testament dat haar moeder ten tijde van haar zwangerschap van haar tweede kind heeft opgesteld samen met haar echtgenoot Jacob Willems van Roon draagt Jannetje de familienaam van der Lucht (SAVPR, inv.1040 toegang 110 d.d. 21.8.1730), zij zou deze kunnen hebben aangenomen ten tijde van het eerste huwelijk van haar moeder, met Aren van der Lugt; evenzeer mogelijk, hoewel minder waarschijnlijk, is dat Jannetje een dochter is van Jan Kornelisz van der Lugt, de vader van Aren van der Lugt; vanaf ca. 1750 draagt Jannetje de familienaam Verdam (doopboek Zwartewaal).
386 Jan Jacobsz van Heijsen (van Heijssen, van Hijssen), ged. Maasdam (nederd. geref.) 16.11.1721 (getuige Lena Jans Barendrecht), zn. van Jacob Bastiaansz van Heijsden en Maria Jans Barendrecht, bij zijn huwelijk wonende in Zuidland, otr. Zuidland (kerk) 27.7.1748, tr. ald. (nederd. geref.) 11.8.1748 met
387 Maartje Kornelis Breeman, ged. Abbenbroek (nederd. geref.) 8.12.1726 (getuige Maartje van Putten), bij haar huwelijk wonende in Zuidland, dr. van Kornelis Breeman en Jobje Arents Herweijer, hertr. met Dingeman Vlaming, zij verkopen aan Arij de Hoogh wonende in Zuidland een huis, schuur en erf in het langeslop waarbij wordt bepaald dat verkopers tot 1.5.1783 in het “kamertie” mogen blijven wonen (SAVPR toegang 23 inv.11 regest 419)
388 Jan Leendertsz Stellenaar, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 29.1.1719 (getuige Lena Jans Stellenaar), overl. voor 11.5.1738, zn. van Leendert Jansz Stellenaar en Maartje Jans van der Meer, tr. met
389 Ariaantje Kornelis Landmeter, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 18.9.1718, dr. van Kornelis Pietersz Landmeter en Jannetje Claas Admiraal
390 Krijn (Crijn) Jansz Kortenbout (Cortenbout), ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 23.10.1701 (getuige Ariaantje Jans), zn. van Jan Jansz Kortenbout en Pietertje Pieters den Beenk, bekent op 5.1.1744 aan Cornelis Preuit, meester zeilmaker te Zwartewaal, een schuld van 700 gulden, waarvoor hij hypotheek geeft op zijn huis en erf te Zwartewaal op het zuideinde, belend ten zuiden Willem Stellenaer, Witte Joppe en Frank Preuit, en ten noorden Abraham Schenk (RZ Zwartewaal inv.2 d.d. 5.1.1744), is vader van Jan ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 8.8.1728 (get. Jan Jansz Kortenbout, Pietertje Pieters den Beenk), is vader van Johannis ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 12.8.1731 (get. Jan Vrijdag, Trijntje Wilms van der Hoeve), is vader van Jan ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 8.3.1733 (get. Teuntje Jans Kruijne), is vader van Pieter ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 25.7.1734 (get. Trijntje van der Hoeve, Jan Kruijne den Ouden), is vader van Jannetje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 22.1.1736 (get. Teuntje Jans Kruijne), is vader van Pietertje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 12.7.1739 (get. Trijntje Wilms van der Hoeve), is vader van Jannetje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 1.1.1742, is vader van Jannetje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 22.8.1744 (get.Crijn Cortenbout [sic], Marijtje Landsers), tr. (nederd. geref.) Zwartewaal 27.5.1727 met
391 Aagje Jans Kruijne, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 22.6.1707 (getuigen Andries Jeugt, Aagje Witte), dr. van Jan Jansz Kruijne en Jannetje Kornelis Buere
392 Leijier (Leijjier, Legier, Leiier, Lier) Dirksz Troost, ged. Nieuw-Beijerland (nederd. geref.) 13.8.1702 (getuige Lijsbeth Jans Troost), zn. van Dirk Leijiersz Troost en Lijsbeth Jans Jongeknegt, otr. Spijkenisse (nederd. geref.) 23.10.1727, tr. ald. (nederd. geref.) 16.11.1727 met
393 Margreta (Margrietje) Cornelis Vermaat, ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 5.10.1704 (getuige Trijntie Cornelis Ploeger), dr. van Cornelis Jansz Vermaat alias Bos, en Margriet (Grietie) Barrevelt
394 Claas Jansz van Hamburg, ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 11.3.1708 (getuige Neeltie Jans Buijck), zn. van Jan Claasz van Hamburg en Annitje Bastiaans Naijerboer, otr. Spijkenisse (nederd. geref.) 6.11.1728, tr. ald. (nederd. geref.) 28.11.1728, maar zonder toestemming van de vader van de bruid (zie huwelijksakte), met
395 Maartje Pieters van Bodegom, ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 1.1.1705 (getuige Ida Bodegoms), dr. van Pieter Cornelisz van Bodegom en Maertie Maartens Bornklerk
396 Jan Willemsz van der Hoeve, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 4.9.1689 (getuige Maartje Pieters), zn. van Willem Jansz van der Hoeve en Pietertje Pieters den Beenk, koopt op 13.10.1721 voor een bedrag van 300 gulden van Aurelius Pietersz Hertogh, wonende in de stad Brielle, een huis en erf staande en liggende te Zwartewaal aan de westzijde van de dubbeldestraet, belend ten zuiden het dorpsslop en ten noorden Maerten Cornelisz Arkenbout (RA Zwartewaal inv.1 d.d. 13.10.1721), tr. Zwartewaal 4.5.1715 (testament zie RA Zwartewaal testamenten d.d. 2.1.1735 in aanwezigheid van Crijn Jansz Cortenbout en Tomas Tuijnders) met
397 Maartje Kornelis Tuijnders, ged. Zuidland (nederd. geref.) 3.11.1686 (getuigen Sijtje Bastejaans en Jannetje Leenderts), dr. van Kornelis Einoutsz Tuinder en Ariaantje Kornelis
398 Johannis Jansz Kortenbout, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 9.1.1707, zn. van Jan Jansz Kortenbout en Pietertje Pieters den Beenk, bekent op 25.11.1730 tezamen met Barent Jansz Kuijper aan Cornelis Abrahamsz Nieuland een schuld van 1000 gulden, waarvoor zij hypotheek geven op een huis en erf in Zwartewaal op de noorddijk, belend ten zuiden Cornelis Jacobsz Wiggert en ten noorden Jan van der Linde (RA Zwartewaal inv.1 d.d. 25.11.1730), koopt op 29.9.1731 van Barent Jansz Kuijper de helft in het voornoemde huis voor een bedrag van 200 gulden (RA Zwartewaal inv.1 d.d. 29.9.1731), is vader van Pietertje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) Trijntje Wilms van der Hoeve), is vader van Jan ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 5.8.1731 (get. Barent Janse Kuijper, Neeltje Barents van der Velde), is vader van Lijsbet ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 15.8.1734 (get. Neeltje Barents van der Velde, Jan Jillisse Kuijper), is vader van Bastiaan ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 10.2.1737 (get. Trijntje Willems van der Hoeve), is vader van Lijsbet ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 20.9.1739 (get. Neeltje Dirkse van der Sluijs, Jan Willemsz van der Hoeve), is vader van Barent ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 15.4.1742 (get. Ariaantje Ariens Lakekas), is vader van Arijaantje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 1.11.1744 (get. Joris Hooijhaus, Trijntje van der Hoeve), is vader van Jillis ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 24.9.1747 (get. de vader), tr. Zwartewaal (nederd. geref.) 18.9.1728 met
399 Maartje Jans Kuijper, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 22.2.1705, dr. van Jan Jillisz Kuijper en Neeltje Barents van der Velde
402 Jan Pietersz van Adrichem (van Adrigem), jongman afkomstig van Vlaardingen, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 26.11.1724 (get. Lijsbet van Dorp, Neeltje Proost), zn. van Pieter van Adrichem en Annetje van Dorp, bij zijn huwelijk wonende in Kralingen, in 1750/53 wonende in de kipstraat en in 1757 op de dijk ald., otr. Kralingen 16.8.1748, tr. ald. 8.9.1748 met
403 Marijtje Arents Starrenburg (Starrenburgh), van Hillegersberg, dr. van Arij Jansz Starrenburg en Lijntje Dirks Olshoorn, bij haar huwelijk wonende in Kralingen, in 1762 wonende in de ketelaarsgang, otr. Rotterdam 7.1.1762, tr. ald. 23.2.1762 met Teunis van der Aa, afkomstig van Oudewater
404 Barend (Barent) Bruggeling, sjouwer, zeeman, ged. ’s-Gravenhage (nieuwe kerk, nederd. geref.) 26.4.1716, zn. van Harmanus Bruggeling en Grietgen de Soet (get. Abraham en Maria de Soet, wordt 9.1.1740 poorter van Vlaardingen, otr. Vlaardingen (nederd. geref.) 19.9.1739, tr. ald. (nederd. geref.) 4.10.1739 met
405 Annetje (Anna) Jacobs van Assendelft, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 3.6.1715 (get. Cornelia van Assendelft, Anna de Heldt), dr. van Jakobus Cornelisz van Assendelft en Ariaentje Jans van Waerden
406 Jacob (Japik) Lambrechtsz de Jong, slachter, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 22.1.1727 (get. Jannetje van Lewen, Marijtje Jacobs de Jong), zn. van Lambrecht Jacobsz de Jong en Maritje Grabels Hogendam, is vader van Neeltje ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 31.12.1752 (get. Caatje Plaveij, Maria van der Voijs), is vader van Maria ged. Vlaardingen (neder. geref.) 16.12.1753 (get. Geertje Ar. de Jong), is vader van Lambregt ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 12.3.1755 (get. Heiltje van Noort), otr. Vlaardingen (nederd. geref.) 12.8.1752, tr. ald. (nederd. geref.) 27.8.1752 met
407 Jannetje Jorisse Quant (Quante, Quanter, Kwant, Quandt), jongedochter van Vlaardingen, ged. Schiedam (kath.) 28.5.1732, get. Alewijn van der Vaert, Anna Bredervelt), ouders wonende te Vijfsluizen, dr. van Joris Cornelisse Quant en Dirkje Jans Houbraken, filiatie blijkt evident uit diverse notariele akten waarin zij samen met haar man en haar ouders wordt genoemd (ONA Schiedam inv.846 blz.401 inventaris, ibid. blz. 449 procuratie, ibid. blz.684 rekening)
408 Pieter Willemsz Rodenburg, jongman van Vlaardingerambacht, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 15.8.1691 (get. Trijntie Pieters), zn. van Willem Leendertsz Rodenburgh en Dirckie Aris, otr. Vlaardingen (gerecht) 23.4.1729, tr. Vlaardingen (nederd. geref.) 8.5.1729 met
409 Trijntje Jans Zegwaart (Segwerd, Segwaert, Segwaart), jongedochter van Vlaardingerambacht, dr. van Jan Cornelisz Segwaert en Geertje Gielen Opmeer
410 Dirk Volkers (Folkers) van Santen, ged. Tricht (nederd. geref.) 11.1.1705 (getuige Jantje Cornelis), zn. van Folkert Pietersz en Grietje Dirks, tr. De Lier (nederd. geref.) 29.4.1736 met
411 Maartje Tijsse de Graaf, jongedochter van De Lier, dr. van Tijs Jansz de Graaf en Arentje Rodenburg
412 Kaspar (Caspar, Casper) Meuse (Meus) Verschuur (Verschuer), ged. Culemborg (nederd. geref.) 23.9.1697, zn. van Meus Casparsz van der Schuur en Trijntje Ariens van den Ham, otr. ald. (nederd. geref.) 3.11.1725 met
413 Willemken (Willempje, Willemijntje, Willemeijn) Jacobs (Kobus) van der Vloet, bij haar huwelijk wonende te Culemborg, ged. Herwijnen (nederd. geref.) 14.3.1697, dr. van Jacobus van der Vloet en Dirsken Eijmerts Bergakker
414 Aalbrecht (Albert, Aalbert) Kornelisz Vink, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 27.7.1721 (getuigen Jacob Vink, Margarita van den Ende en Alida Vink), overl. ald. mei 1764, zn. van Kornelis Aelbrechtsz Vinck en Agatha Daniëls Langstraat, otr. Vlaardingen (nederd. geref.) 5.4.1743, tr. ald. (nederd. geref.) 14.4.1743 met
415 Jakoba Paulus Varenburg, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 14.5.1722 (getuigen Jakob Manneke, Annetje Hoogstraten, Katrina Manneke), dr. van Paulus Varenburg en Reijmpie Cornelis Manneke
416 Kors (Korstiaan) Janse van der Pijl, baander (touwslager), zeeman, ged. Asperen (nederd. geref.) 14.3.1717 (get. Josijna Onderwater), begr. Vlaardingen augustus 1765, zn. van Jan Korssen van der Peijl en Grietje Krijns van Vollenhove, filiatie blijkt uit aanwezigheid van Maria de Lozij -ook genoemd Maria Loosje of Marijtje van der Loos, ged. Asperen (nederd. geref.) 6.12.1714 en wier moeder een halfzuster was van de moeder van Kors van der Pijl- bij de doop van kinderen van zowel Kors Janse van der Pijl als van Crijn Jansz van der Pijl, tr. Vlaardingen (nederd. geref.) 27.11.1740 met
417 Machteld (Magteld) Cornelis van der Ree, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 1.5.1720, begr. ald. 15.3.1800, dr. van Cornelis Korsz van der Ree en Geertruij Maartens Versluijs
418 Lucas (Lukas) van Embden (van Emden), jongman van Delft oosteinde, keurslijfmaker te Vlaardingen, ged. Delft (nederd. geref.) 20.9.1718 (get. Dirck Kelderman, Maria Potters), zn. van Roelant van Emden en Hillegonda Kelderman, is vader van Roelandt ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 31.1.1740 (get. Roelant van Emden, Hillegonda Kelderman), is vader van Roelant ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 10.9.1741 (get. Roelant van Embden, Hillegonda Kelderman), is vader van Maria ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 30.12.1742 (get. Michiel van Velde, Anna de Man), is vader van Johannes ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 30.9.1744 (get. Arnoldus de Hoogh, Johanna van Embden), is vader van Hillegonda ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 22.5.1746 (get. Roelant van Emden, Hillegonda van Emden), is vader van Johanna ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 12.5.1748 (get. Roelant van Embden, Hillegonda van Embden), is vader van Agata en Alida ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 8.8.1750 (get. Joannes van Emden, Jacob Bonholm, Alida Kelderman), is vader van Alida ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 8.8.1751 (get. Roelant van Emden, Alida Kelderman), is vader van Hendrika ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 20.2.1754 (get. Paulus van Embden), is vader van Paulus ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 9.10.1755 (get. Paulus van Emden, Hendrina Spanjerberg), otr. 2e Vlaardingen (gerecht) 3.3.1780, tr. ald. 19.3.1780 met Neeltje Prins, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 15.12.1726, weduwe van Jan van der Weijde, dr. van Crijn Pietersz Prins en Neeltje Arents Boon, otr. 1e Delft (nederd. geref.) 25.4.1739 met
419 Hendrina de Man, jongedochter wonende te Delft oosteinde
420 Cornelis Cornelisz Valckenier, ged. Maassluis (nederd. geref.) 16.8.1711, zn. van Cornelis Cornelisz Valckenier en Grietje Lambrechts Boutesteijn, tr. Maassluis (nederd. geref.) 29.9.1737 met
421 Ariaentie Pieters Vroom, bij haar huwelijk wonende op de zuiddijk, ged. Maassluis (nederd. geref.) 14.9.1712, dr. van Pieter Abrahamsz Vroom en Maartje Ariens Dijck
422 Jacobus Abramsz Lagestee, geboren in Strijen, bij zijn huwelijk wonende in Zwartewaal, zn. van Abraham Janse Lageste en Jannigje Ariens van der Giessen, tr. Numansdorp (nederd. geref.) 7.4.1733 met
423 Lijntje Ariens Buitendijk, ged. Numansdorp (nederd. geref.) 23.2.1713 (getuige Ariaentge Arijens Buitendijk), dr. van Arij Arijens Buitendijk en Ariaentge Arijens Molendijk
424 Jan Arense (Arendse) Verschoor (Schoor, Verschor), jongman van Pernis, ged. Pernis (nederd. geref.) 23.1.1718, zn. van Arij Jansz Verschoor en Leentje Jans 't Hard, is vader van Arij ged. Pernis (nederd. geref.) 8.3.1744 (getuige Klaesje), is vader van Dingeman ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 30.1.1746 (getuigen Dingeman Swarteveld, Arentje Swarteveld), is vader van Leendert ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 18.1.1750 (getuigen Dingeman Zwartvel, Neeltje Schoor), is vader van Willem ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 17.9.1752 (getuige Lijntje Jans Bragger), is vader van Cornelis ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 3.11.1754, otr. Pernis (gerecht) 17.4.1743, tr. Zwartewaal (nederd. geref.) 12.5.1743 met
425 Neeltje Dingemans Zwarteveld (Zwartvel, Zwartfelt), ged. Vlaardingen 2.12.1716 (get. Claes Arijensz Krijger, Nelletje Jacobs Swarteveldt, Lijntie Jacob Swarteveldt), bij haar huwelijk wonende in Zwartewaal, dr. van Dingeman Jacobsz Zwarteveld en Willempje Ariens Krijger
426 Willem Engelsz Poldervaart, jongman uit Nieuwland, ged. Vierpolders (nederd. geref.) 15.1.1708 (getuige Susannetje Dircks), zn. van Engel Cornelisz Poldervaart en Pleuntje Willems van Roon, tr. Vierpolders (nederd. geref.) 22.4.1732 met
427 Lijsbet Jans Beijer, jongedochter uit Nieuwland, ged. Vierpolders (nederd. geref.) 23.3.1710 (getuige Willemtje Jans), dr. van Jan Jansz Beijer en Nelletje Jans Vermeer
428 Dirk Gerritsz Berkhout, gerechtsbode, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 23.6.1726 (getuige Grietje Jans Smitskam), overl. voor 1776, zn. van Gerrit Arentsz Berkhout en Ariaantje Dirks van der Hoek, koopt op 18.9.1755 voor een bedrag van 450 gulden van Joost Jansz Pille als erfgenaam van zijn moeder Sara Jooste van der Waal, wonende te Zwartewaal, een huis en erf staande te Zwartewaal aan de oostzijde van de noorddijk, belend ten zuiden Pieter Lantsert en ten noorden de dorps boompad (RA Zwartewaal inv.2 fol.112 d.d. 18.9.1755), bekent op diezelfde dag aan Cruijn van Toll, wonende op de heenvlietse dam een schuld van 500 gulden, waarvoor hij het aangekochte huis en erf in hypotheek geeft (RA Zwartewaal inv.2 fol.113 d.d. 18.9.1755), is vader van Rokus ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 9.1.1757 (get. Jannetje Rokus van Eijk), is vader van Gerrit ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 29.6.1760 (get. Jannetje Kruine), tr. Zwartewaal (nederd. geref.) 7.6.1750 met
429 Judik Rokus van Eijk, dr. van Rokus Heindriksz van Eijk en Annetje Arens Bakker
430 Bastiaan Arisz Kastelein, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 28.3.1734, zn. van Arij Bastiaansz Kastelein en Nelletje Pieters van Putte, is vader van Arij ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 20.12.1761 (get. Ariaantje Kastelein), is vader van Johanna ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 18.3.1764 (get. Ariaantje van der Linden), otr. (nederd. geref.) Zwartewaal 20.3.1761, tr. ald. (nederd. geref.) mei 1761 met
431 Leentje van der Linden, ged. Abbenbroek (nederd. geref.) 16.3.1738, dr. van Anthony Jansz van der Linden en Pietertje Cornelis de Jong
432 Cornelis van Krieken, ged. Gorinchem (nederd. geref.) 26.3.1731 (get. Dirck Monsuer, Maria van Roojen), begr. Arkel 8.1.1806, zn. van Daniel Petersz van Krieken en Jannigje van Rooijen, otr. Gorinchem (nederd. geref.) 26.12.1754, tr. ald. (nederd. geref.) 12.1.1755 met
433 Geertruij van Treuveren, ged. Gorinchem (nederd. geref.) 13.1.1734 (get. Dirck Boot, Geertruij van den Burgh), dr. van Willem van Treuveren en Zijke Boot
434 Antonie (Antonij, Anthonij, Antoni, Andtonie, Anthonie) van Rhee, jongman van Maurik, ged. Maurik (nederd. geref.) 25.11.1725, zn. van Cornelis van Rhee, vanaf 1751 wonende te Utrecht aan ’t steenweg achter de buurkerk, vanaf 1768 wonende aan de lange nieuwstraat ald., otr. Asperen (nederd. geref.) 16.4.1750, otr. Utrecht (nederd. geref.) 19.4.1750, tr. Asperen (nederd. geref.) 10.5.1750 met
435 Elisabeth (Elisabettha, Elizabet, Elisabet, Elizabeth, Elisabetta) van der Elst, jongedochter van Asperen, ged. Asperen (nederd. geref.) 12.5.1726, dr. van Jacobus van der Elst en Neeltje van den Berg
436 Krijn (Crijn) Cornelisse Kievit (Kievid, Cieviet), jongman van Goedereede, ged. Goedereede (nederd. geref.) 26.3.1721 (getuige Jannitje Arent Bogerman), zn. van Cornelis Domisse Kievit en Maertje Krijns Vlietlant, otr. Goedereede (nederd. geref., impost) 18.4.1749, tr. ald. (nederd. geref.) 11.5.1749 met
437 Aagje (Aegje, Aegie) van der Beek (Verbeek, Beek, van der Beeck), jongedochter van Bleiswijk, wonende te Goedereede, dr. van Jan Jacobsz van der Beek en Dirkje Ariens van der Wilk, haar doop te Bleiswijk niet aangetroffen, mogelijk is zij Aaftje Jans van der Beek ged. Bleiswijk (nederd. geref.) 10.6.1726 (getuige Maartje Broer)
438 Aren (Arent, Arend) Dirkse Witte, jongman van Goedereede, ged. Goedereede (nederd. geref.) 1.12.1726 (getuige Martijntje Arenz van Wage, zn. van Dirk Arenze Witte en Lintje Arens van Wage, otr. Goedereede (nederd. geref.) 14.6.1755, tr. ald. (nederd. geref.) 6.7.1755 met
439 Cornelia (Kornelia) Jans den Eersame (de Eerzamen, d’Eerzamen, d’Eerzaame), jongedochter van Goedereede, ged. Goedereede (nederd. geref.) 25.6.1752 na voorgegane belijdenis des geloofs, impost begr. ald. 8.7.1768, dr. van Jan Cornelisz de Eersamen en Jannetje Arents van der Baan
444 Arien Pietersz Bakker, ged. Sliedrecht (nederd. geref.) 23.5.1728 (get. Aart Ariens Hofman, Cundertje Pieters Visser), zn. van Pieter Jansz Bakker en Neeltje Cornelis Bisschop, tr. Niemandsvriend (gerecht) 26.12.1760 met
445 Geertje Ariens van Vuren, jd. van Leerbroek, ged. Leerbroek (nederd. geref.) 7.7.1729 (getuige Marij Bouwens wonende in het Laageinde van Middelkoop), dr. van Arien Lambertsz van Vuren en Aaltje Jans van der Waaij
446 Gerrit Pietersz Both (Bot), ged. Sliedrecht (nederd. geref.) 29.8.1734 (getuigen Gijsbert Gerritsz Both, Neeltje Gerrits Both), zn. van Pieter Gerritsz Both en Lijntje Gijsberts van den Brande, tr. Sliedrecht (gerecht) 30.4.1762 met
447 Cornelia Rokus Baan, ged. Sliedrecht (nederd. geref.) 3.11.1737 (getuigen Abram Koenen Huijsman, Anna Abrams Huijsman), dr. van Rokus Baanen Baan en Ariaantje Abrams Huijsman
448 Baert Dirksz Jonker (Joncker), impost begr. Westzaan 20.11.1752 voor 6 gulden, zn. van Dirk Jansz Jonker en NN Baerts, is eigenaar van graf 216 op het kerkhof van de gereformeerde kerk te Wormerveer dat op 13.1.1781 overgaat op de weduwe van Klaas Baartsz Jonker en naderhand op Tijmen Stelling gehuwd met Neeltje Klaas Jonker, is vermoedelijk een broer van Jacob Dirksz Jonker alias Smit (graf 166), Grietje Dirks Jonker (graf 169) en Antje Dirks Jonker impost begr. Westzaan 21.2.1762 voor 3 gulden als huisvrouw van Jacob Claesz Biel, koopt op 14.1.1723 voor een bedrag van 550 gulden van Maarten Jacobsz van Neck een huis en erf staande en gelegen te Wormerveer op de schans belend ten westen Dirk Jansz Puijdik en ten oosten Jan de Wit (RA Westzaan inv.1597 fol.133v d.d. 14.1.1723), koopt op 18.7.1737 voor een bedrag van 110 gulden van Pieter Cornelisz Heijn wonende te Koog een stukje land groot 164 roe en een stukje land groot 292 roe, beide gelegen te Wormerveer achter de kerk, het eerste belend ten zuiden Dirk Sijmonsz Jaapies en ten noorden Dirk Braaf, en het laatste belend ten zuiden Walig Janz en ten noorden Cornelis Bakker (RA Westzaan inv.1600 fol.345 d.d. 18.7.1737), koopt op 6.5.1738 van Dirk Sijmonsz Jaapjes een stukje land groot 160 roe, gelegen voor de molen de haas, belend ten zuiden IJsbrand Poulusz en ten noorden de koper (RA Westzaan inv.1600 fol.417v d.d. 6.5.1738), koopt op 15.3.1742 voor een bedrag van 106 gulden 12 stuivers van Claas Vas als voogd van Jan Vas voor wie hij instaat en de rato caverende voor de minderjarige zoon van Jacob Claasz Wennis, Claas Jacobsz Wennis en Maritje Vasters Vas, tot Wormerveer, een stuk land groot 322 roeden gelegen achter Wormerveer, belend ten zuiden de kinderen van Jan Bakker en ten noorden de Waterlandse vermaning (RA Westzaan inv.1601 fol.292v d.d. 15.3.1742), koopt op 30.4.1744 voor een bedrag van 28 gulden van Jan Baert, wonende te Krommenie, een stukje land groot 146 roeden, gelegen achter Wormerveer op de swart sloot, belend ten zuiden Jan Ooms en ten noorden Sijmon Schermer (RA Westzaan inv.1602 fol.40v d.d. 30.4.1744), is eigenaar van poedermolen de tuinman (voor het vermalen van stijfsel tot pruikenpoeder) waarvoor hem op 25.2.1752 een windbrief wordt verleend (bron?) en die op 18.1.1753 door zijn nagelaten weduwe wordt geveild en daarna in handen komt van Dirk Schenk (ORA Westzaan inv.1732 d.d. 8.1.1753), otr. Westzaan (gerecht) 22.6.1721, tr. ald. (gerecht) 13.7.1721 met
449 Trijn Jans, jongedochter van Wormerveer
452 Jan Cornelisz van Neck, wonende in de Necker polder en vanaf ca. 1734 in de Purmer, ged. Purmerend (nederd. geref.) 30.7.1702, begr. ald. (nederd. geref.) 17.5.1736, zn. van Cornelis Pietersz en Neeltje Jans, otr. Purmerend (nederd. geref.) 13.2.1729, tr. ald. (nederd. geref.) 27.2.1729 met
453 Neeltje Everts van Dijk, jongedochter van Avenhorn, dr. van Evert van Dijk, otr. 2e Purmerend (nederd. geref.) 16.2.1738, tr. ald. (nederd. geref.) 2.3.1738 met Cornelis Harmensz Groen, weduwnaar van Wormer, zij laten op 19.12.1738 een kind dopen te Wormer en op 16.7.1741 een kind dopen te Ursem (doopboek nederd. geref. ald.)
456 Kornelis Pietersz Nolis (Nool), huisman (boer) in de noordeindermeer, later wonend te Grootschermer (verponding Zuid-Schermer 1733), overl. na 1764, koopt op 24.1.1720 van Teunis Klaasz Lok en Neeltje Kornelis en met goedkeuring van de weesmeesters een huis en erf in de noordeindermeer nabij de ringsloot, dat eerder op 13.3.1690 door Klaas Teunisz is gekocht (RAA RA 6344, fol.14), verkoopt op 2.9.1720 voor zichzelf en mede namens zijn moeder Neel Taams en zwager Aariaan Katten getrouwd met zijn zuster Maartjen Pieters, aan Barent Jansz, huisman in de bedijkte Schermeer, kavel nr. 18 in de noordeindermeer dat eerder zijn vader Pieter Kornelisz Nolis toebehoorde (RAA RA 5344, fol.15 en 16), verkoopt op 13.2.1722 het twee jaar eerder gekochte huis aan de ringsloot in de noordeindemeer aan Pieter Louwes, koopman te Noordeinde, maar deze koop wordt een aantal dagen later nietig verklaard (RAA RA 5344, fol.17), zn. van Pieter Kornelisz Nolis en Neeltje Taams
460 Cornelis Jansz van der Woude, ged. Beemster (nederd. geref.) 2.9.1703, zn. van Jan Roelofsz en Susanna Vrericx, is vader van Antje begr. Beemster (nederd. geref., kraamkindje) 16.9.1732 (wonende in 't woud), is vader van Jan begr. Beemster (nederd. geref., kraamkindje) 14.11.1736 (in 't woud), is vader van Zusanna begr. Beemster (nederd. geref., 1 jaar oud) 15.6.1739 (in 't woud), tr. met Trijntje Jans, begr. Beemster (nederd. geref.) 10.9.1732, tr. zekere Dirkje, waaruit een zoon Gerrit ged. Driehuizen (nederd. geref.) 26.1.1744
462 Hendrik Teunisz Duijnmaijer (Duijn), wonende in Driehuizen, verkoopt een huis aldaar op 26.8.1737 aan Arian Kreb (RAA OA 138), vanaf omstreeks 1737 wonende in de woude (buurtschap nabij Driehuizen), begr. Driehuizen 19.3.1750, zijn kinderen verkopen op 3.3.1768 een stuk land in het westen van de banne van Graft aan de dijk, groot ruim 12 aglen en genaamd dircken kamp (RAA RA 6450) dat daarvoor aan zijn schoonvader toebehoorde, mogelijk een zn. van Theunis Dircksz alias van de Laen en Vrouwtien Jans (vermeld in trouwboek Akersloot 2.2.1698), tr. met
463 Grietje Hendriks, ged. Driehuizen (nederd. geref.) 30.1.1695, begr. ald. 23.10.1758, dr. van Hendrick Jansz Sumhagen en Wendeltje Gerrits
464 Teunis Alblas, afkomstig van Cillaarshoek, ged. ald. (nederd. geref.) 5.5.1720 (getuige Willemtje Tomas de Boo), zn. van Teunis Jansz Alblas en Dirkje Tomas de Bo, tr. (nederd. geref.) Nieuwerkerk aan den IJssel 25.6.1752 met
465 Adriana Kooij, ged. Nieuwerkerk aan den IJssel (nederd. geref.) 21.2.1734 (getuige Anna Jans Kerkhof), dr. van Arij Kooij en Grietje Jongebreur
466 Jan Cornelisz Speck alias Sentes, ged. Kolhorn (nederd. geref.) 16.8.1716, zn. van Cornelis Jansz Speck en Aarjen Jans Sentes, tr. met
467 Trijntje Claas Kaat, ged. Kolhorn (nederd. geref.) 17.12.1720, dr. van Claes Cornelisz Kaat en Aechje Jans Bood
468 Jacob Claasz Gem, jongman van Hoorn wonende op t vissers eilant, ged. Hoorn (nederd. geref.) 17.7.1718, zn. van Claes Pietersz Gem en Maretje Juriaans, otr. Hoorn (nederd. geref., hij geassisteerd met Claes Pietersz Gem zijn vader, zij geassisteerd met Jan Willemsz Kaiser haar vader) 15.11.1738, tr. ald. (nederd. geref.) 30.11.1738 met
469 Sijtje (Zijtje) Jans Keijser, jongedochter van Hoorn wonende op t zant, ged. Hoorn (nederd. geref.) 10.7.1718 (getuige Meijnuwtje Andries), dr. van Jan Willemsz Keijser en Trijntje Abrams
470 Jan Jacobsz Geusebroek, jongman van Hoorn wonende op de modderbakke, ged. Hoorn (nederd. geref.) 25.11.1708, zn. van Jacob Claesz Geusebroek en Trijntje Jans, otr. 2e Hoorn (nederd. geref., hij bijgestaan door Samuel Eldern Gram zijn zwager, zij bijgestaan door Beschier van Brussel haar vader) 11.5.1754, tr. ald. (nederd. geref.) 26.5.1754 met Grietje Beschier (Benhier) van Brussel, jongedochter van Hoorn wonende in de gravestraat, ged. Hoorn (nederd. geref.) 14.8.1725, dr. van Beschier (Passchier) Jansz van Brussel en Aertje (Aartje) Hendriks, otr. Hoorn (nederd. geref., hij geassiteerd door Jacob Claesz Geusebroek zijn vader, zij geassisteerd door Bregje Tamis haar moeder) 8.12.1736, tr. ald. (nederd. geref.) 23.12.1736 met
471 Aafje (Aefje) Lammers Vroom, jongedochter van Hoorn wonende op de nieuwendam, ged. Hoorn (nederd. geref.) 30.12.1707, dr. van Lammert Hermensz Vroom en Bregje Tames
472 Claas Jansz Neeltjes alias de Jonge, wonende Jisp nabij de sluis (doopboek nederd. geref. Jisp 1.9.1709), tr. Jisp (nederd. geref.) 27.1.1692 met
473 Anna Claas van Bergen, ged. Jisp (nederd. geref.) 24.9.1673, dr. van Claes Jansz van Bergen en Neel Pieters
474 Cornelis Cornelisz Wagenaar, aanvankelijk wonende in Oostzaandam, op 24.11.1726 met attestatie toegetreden tot nederd. geref. kerk van Purmerend en dan wonende in Neck, zn. van Cornelis Cornelisz Swan en Grietje Coupri (GAZ NA 5923, fol.31 24.2.1730), is vader van Cornelis ged. Oostzaandam (nederd. geref.) 7.1.1720, is vader van Grietje ged. Oostzaandam (nederd. geref.) 8.5.1721, is vader van Jannetje ged. Oostzaandam (nederd. geref.) 12.10.1724, is vader van Cornelis ged. Purmerend (nederd. geref.). 30.12.1727, is vader van Neeltje ged. Purmerend (nederd. geref.) 8.12.1729, is vader van Cornelis ged. Purmerend (nederd. geref.) 17.6.1732, is vader van IJtje ged. Purmerend (nederd. geref.) 7.7.1735, tr. met
475 Antje Jacobs
476 Willem (Wilm) Lammertsz (Lambertsz) Memelman (Meemelman), afkomstig van Menslage, daarna wonende in de Beemster, lidmaat ev. luth. Purmerend anno 1709, otr. Purmerend (ev.Luth.) 28.10.1725, otr. Purmerend (gerecht) 28.10.1725, tr. ald. 11.11.1725 met
477 Rebecca Frantz (Frans), ged. Purmerend (ev. luth.) 1.10.1705, leeft 18.6.1769 (doopboek ev.Luth. Purmerend), dr. van Franz Hendrichsen en Maria Dirks
478 Gerrit Gerritsz, ged. Jisp (nederd. geref.) 28.11.1706 (getuige Marij Jans), zn. van Gerrit Faasz en Jannetje Vrericks, otr. Jisp 10.1.1733, tr. ald. 25.1.1733 met
479 Anne (Antje) Sijmons, ged. Jisp (nederd. geref.) 8.5.1707 (getuige Grietje Sijmons), dr. van Sijmon Andriesz en Lijsje Gerrits
480 Gerrit Cornelisz van 't Hof alias Bolle, heemraad Buitenhuizen 1738 (OA Assendelft inv.139b), armenvoogd ald. (GAZ OA Assendelft inv.139c, anno 1755; ibid., anno 1756; ibid., anno 1759; ibid., anno 1760; ibid., anno 1763; ibid., anno 1764), koopt op 16.5.1727 van Willem IJsacksz een huis en erf staande in het zuideinde belend ten noordoosten t land van Pieter Gerritsz ten zuidwesten de kinderen van Neeltje Maartens Heijnen, voor een bedrag van 240 gulden (RA Assendelft inv.2018 d.d. 16.5.1727), verkoopt op 30.9.1729 tezamen met Pieter Jansz Tavenier, Willem Claasz Coopman en Willem Gerritsz Kantje, zich sterk makend voor de meerdere erfgenamen van Cornelis Willemsz, aan Sijmon Garbrantsz een huis en erf in het zuideinde van Assendelft, belend ten noordoosten Joost Dirkz en ten zuidwesten het huis van Claas Cnapen, voor een bedrag van 102 gulden (RA Assendelft inv.2018 d.d. 30.9.1729), verkoopt in die hoedanigheid op 30.9.1729 aan Willem Claasz Coopman een twaalfde deel in een stuk land genaamd heijntjes ven groot 14 en een halve roeden, alsmede de dijk camp in jonge claas weer groot 426 roeden, belend ten noordoosten Gerrit Claas en ten zuidwesten Jan Lourusz, alsmede t halve breetje in horn weer groot 223 en een halve roeden belend ten noordooosten Joost Claasz en ten zuidwesten de kinderen van Droogje, alsmede de spijkercamp in horn weer groot 110 en een vijfde roeden, alsmede een twaalfde deel in de uijterdijk over heijntjes ven groot 41 en een halve roeden, alsmede een zesde deel in crane broek groot 16 roeden, voor een bedrag van 20 stuivers (RA Assendelft inv.2018 d.d. 30.9.2729), koopt op 5.8.1735 van Casparus Cramer, Marijtje Jans, Jakob Engelsz, Claas Gerritsz Jas, als gezamenlijke erfgenaman van Gerrit Claasz Jas en Meijnsje Engels een stuk land genaamd de lege ven in buijtenhuijse voor een bedrag van 126 gulden (RA Assendelft inv.2018 d.d. 5.8.1735), koopt op 15.8.1738 van Claas Grootsant een stuk land gelegen in buijtenhuijse genaamd de uurven groot 922 roeden belend ten noordoosten de zeedijk ten zuidwesten de weduwe van Gerrit Willemsz vant Hof, alsmede de uijterdijk groot 100 roeden belend ten noordoosten de dijkgraaf en heemraden en ten zuidwesten Cornelis en Pieter Wildeboer, voor een bedrag van 1 gulden (RA Assendelft inv.2018 d.d. 15.8.1738), koopt op 12.5.1741 van Jan Jakobsz Kleijn in huwelijk hebbende Engeltje Dirks Overdijk, alsmede voor Jan Dirksz Boet en Cornelis Willemsz Overdijk tezamen wettige aangestelde voogde van Neeltje Dirks Overdijk, een stuk land genaamd vrou beerten ven groot 2049 en een halve roeden, alsmede de uijterdijk over vrou beerten land groot 120 roeden, alsmede de uijterdijk over galen ven groot 78 roeden (RA Assendelft inv.2019 d.d. 12.5.1741), koopt op 12.5.1741 van de schepenen van Assendelft een stuk land genaamd paardecamp groot 194 roeden (RA Assendelft inv.2019 d.d. 12.5.1741), impost begr. Assendelft 20.2.1776, zn. van Cornelis Willemsz van 't Hoff alias Bolle en Griet Jans, tr. Assendelft impost 19.1.1727 met
481 Bregje Dirks de Graaff, dr. van Dirk Jansz de Graaff alias Spieringh, en Dieuwer Willems
484 Pieter Claasz Hos, jongman van Westzaan, wonende in Assendelft bij de kerkbuurt, kerkmeester ald. (GAZ OA Assendelft inv.139d, anno 1743), armenvoogd ald. (GAZ OA Assendelft inv.139c, anno 1750; ibid., anno 1751; ibid., anno 1754; ibid., anno 1755), ged. Westzaan (nederd. geref.) 24.10.1706 (getuige Neltje Pieters), koopt op 23.1.1733 van Claas Jakobz Admiraal een huis en erf staande en gelegen bij de kerkbuurt te Assendelft belend ten noordoosten Jannitje Jaspers en ten zuidwesten Reijnier Gerrius voor een bedrag van 375 gulden (RA Assendelft inv.2018 fol.166 d.d. 23.1.1733), koopt op 14.2.1738 van Jan Dirkz Boet als last hebbende van zijn zuster Trijntje Dirks Boet en huis en erf staande en gelegen benoorden de kerk te Assendelft belend ten noordoosten het land van Cornelis Best c.s. tot Zaandijk en ten zuidwesten de koper zelf voor een bedrag van 225 gulden (RA Assendelft inv.2018 fol.232v d.d. 14.2.1738), verkoopt op 5.5.1741 aan Willem Gerritsz vant Hof een stuk land genaamd het ventje in anna jans weer groot 786 en een halve roeden voor een bedrag van 200 gulden (RA Assendelft inv.2019 fol.26 d.d. 5.5.1741), verkoopt op 6.10.1747 tezamen met Dirk Havikz als curateurs door de gezamenlijke crediteuren gesteld in de boedel van Jan Havikz Timme overleden te Assendelft aan Engel Knaape, Willem Jansz, Barent de Jong, Barent Werendlijn en Jakob Verweel een huis en erf met een timmermanshelling en schuur cum annex die aan Jan Havikz toebehoorde, alsmede een hoekje land achter het huis waar de timmermanshelling en de schuur deels op staan groot 150 roeden, belend ten zuidwesten Heijndrick van Rinsum ten noordoosten Pieter Jakobz Timme, voor een bedrag van 1000 gulden (RA Assendelft inv.2019 fol.85 d.d. 6.10.1747), zn. van Klaas Baartsz Hos en Trijn Pieters, tr. Assendelft impost 9.6.1731 met
485 Guurtje Gerrits (Gerrets) Timme, jongedochter van Assendelft, verklaart op 2.5.1760 tezamen met Havik Janse Timme, Huijbert Janse Sluijs in huwelijk hebbende Antje Jans Timme wonende te Westzaan, Wouter Janse Veenis en Jacob Gerritsz Jongejans als voogden over de minderjarige ergenamen van Dirk Haviks, bij openbare veiling verkocht te hebben aan Flooris Engelse Coopman een huis en erf staande en gelegen te Assendelft belend ten zuidwesten Engel Knaape en ten noordoosten het land van Jacob Maarts, alsmede een stukje land genaamd de crofties in t blokweer groot 338 roeden, een stukje land genaamd het vijver campie in t blokweer groot 314 roeden, een stuk land genaamd het zuijder half madt in gerrit heijndricks weer groot 258 roeden, voor een totaalbedrag van 600 gulden (RA Assendelft inv.2019 fol.204v d.d. 2.5.1760), verklaart in die hoedanigheid op 2.5.1760 bij openbare veiling verkocht te hebben aan Jan Jacobsz Busscher een stuk land gelegen te Assendelft genaamd de catte kamp in alkes weer groot 934 roeden, alsmede een stuk land genaamd t madt in alkes weer groot 678 roeden, voor een totaalbedrag van 212 gulden (RA Assendelft inv.2019 fol.204v d.d. 2.5.1760), verklaart op 2.5.1760 in die hoedanigheid bij openbare veiling verkocht te hebben aan burgemeester Havik Gerritsz Root voor rekening van zijn zoon Gerrit Haviksz een stuk land genaamd t zuider madt in de hemme groot 240 roeden, een stukje land genaamd heijnen hem groot 444 roeden, voor een totaalbedrag van 42 gulden (RA Assendelft inv.2019 fol.205 d.d. 2.5.1760), verklaart op 2.5.1760 in die hoedanigheid bij openbare veiling verkocht te hebben aan Mr Pieter Spaans een stuk lan gelegen te Assendelft genaamd de suijer splitten in willem tijssen weer groot 443 roeden voor een bedrag van 30 gulden (RA Assendelft inv.2019 fol.205 d.d. 2.5.1760), koopt op 12.5.1762 bij openbare veiling van Mr Emanuel Ras een stuk land genaamd de groote ven in t vroon weer groot 2277 roeden, een stuk land genaamd crullen ventje in crullen weer groot 1205 roeden, een stuk land genaamd gerrit nomen ventje op de kaijk groot 195 roeden, een stuk land genaamd het voorventje in het vroonweer groot 1448 roeden, groot tezamen 5125 roeden, voor een totaalbedrag van 600 gulden (RA Assendelft inv.2019 fol.237v d.d. 12.5.1762), dr. van Gerrit Havixsz en Duijfje Cornelis
486 Pieter Maartsz Oot alias Bruijn, koopt op 6.3.1732 van Adrijaan Cornelisz Houtkoper een huis en erf gelegen in het zuideinde van Assendelft, belend ten noordoosten het land van Claas en Dirk Willemsz Overdijk en ten zuidwesten de weduwe van Claas Janz IJff, voor een bedrag van 300 gulden (RA Assendelft inv.2018 d.d. 6.3.1732), begr. Assendelft impost 12.11.1776, zn. van Maarten Pietersz Oot (verponding Assendelft 4 fol.48) en Trijntje Pieters Bruijn, tr. Assendelft impost 10.3.1731 met
487 Geertje Cornelis Houtkoper, geb. Schermerhorn
488 Jan Frederiksz (Fredrickse) Blocker (Blokker), zn. van Vredrick IJdesz Blocker en Antje Timons, wonende in de sluisbuurt te Akersloot (verponding Akersloot 1732), leent op 4.10.1730 een bedrag van 800 gulden van zijn schoonvader Claes Helderman waarvoor hij zijn huis, erf, scheepstimmerwerf bij de akersloter sluis in onderpand geeft (RAA RA 119, fol.255 22.1.1733, locatie ter hoogte van tegenwoordige kruising van de Hemweg en de Boschweg te Akersloot), koopt van Arian Klasen een erfje gelegen op de sluis, groot 23 roe, voor 20 gulden (RAA RA 120, fol.129v 2.5.1741), koopt op 2.5.1741 van Maartje van Straaten een huis en erf in de kerkbuurt van Akersloot voor 10 gulden jaarlijks (RAA RA 120, fol.130), begr. Akersloot impost 12.2.1759, tr. Akersloot impost (hij afkomstig van De Rijp, zij van Akersloot|) 10.2.1730, vertrokken met betoog van De Rijp naar Akersloot op 19.2.1730 met
489 Catharina Helderman (Heldermans, Kelderman), jongedochter van Akersloot, impost begr. Akersloot 25.10.1773, dr. van Claes Helderman
492 Gerrit Tijssen Stadegaart, ged. Akersloot (kath.) 22.3.1700 (getuige Annetje Gerrits), schepen Akersloot 1730-40, 1742-47, armenvoogd ald. 1745, begr. ald. impost 6.3.1748, bezit twee huizen aan de waterzij te Akersloot (verponding Akersloot 1732), is betrokken bij transport van een huis in de kerkbuurt van Akersloot (RAA RA 120, fol.166v, 168 en 173v) en land nabij Akersloot (RAA RA 120 fol.74, 75, 152, 153v, 174v, 175), zn. van Thijs Gerritsz Stadegaart en Ariaantje Jans Sluijs, tr. met
493 Aagje Klaas, begr. Akersloot impost 1.5.1771
494 Dirck Jansz Duijtscheboer (Duijtseboer), ged. Driehuizen (nederd. geref.) 7.3.1700, op belijdenis aangenomen te Schermerhorn 18.12.1733, daarna vertrokken naar de Schermeer, is samen met Sijmon Kramer en Cornelis Raven voogd over de kinderen van Dirk Jansz Swan (RAA RA 6340, 9.10.1742), impost begr. Schermeer 20.1.1745 (aangifte door Teunis Pieterse), zn. van Jan Cornelisz Duijtscheboer en Trijn Dirks, tr. ca. 1730 met
495 Trijntje Ariens Smit, ged. Zuidschermer (nederd. geref.) 20.4.1710, behorend tot de kerk van Driehuizen, ingekomen met attestatie bij de kerk van Schermerhorn op 23.9.1731, dr. van Arien Jansz Smit en Neeltje Joosten (RAA NA 457, akte 120), zij hertr. Jan Gerritsz Stadegaart
496 Pieter Out (Oud, Oudt), met attestatie van Texel naar Scharwoude (nederd. geref.) 17.10.1737, schoolmeester ald., vertekt nadien naar Grootschermer (vermoedelijk was dit omstreeks 1746 aangezien op 30.11.1746 schoolmeester Pieter Joosten afk. uit Rustenburg tot de nederd. geref. kerk te Scharwoude toetreedt), dorpsbode te Grootschermer (RAA RA 6325, 18.4.1750; RA 44, anno 1758-59), dorpswaker (RAA RA 45, anno 1780), wonend ald.(verponding Zuidschermer), wordt in 1746 vermeld inzake een financiële transactie (RAA RA 138), koopt 12.2.1747 een huis van Sijmon Laan te Grootschermer (RAA OA 138), overl. na 8.10.1775, is vader van Maartje ged. Scharwoude (nederd. geref.) 22.3.1739 (get. Trintje Dirks), is vader van Crelis ged. Scharwoude (nederd. geref.) 13.1.1743 (get. Trijntje Dirks), is vader van Jacob ged. Scharwoude (nederd. geref.) 11.7.1745 (get. Trin Crelis), is vader van Neeltje geb. [sic] Grootschermer (nederd. geref.) 15.1.1752, is vader van Jakob geb. Grootschermer (nederd. geref.) 31.1.1755, tr. met
497 Geertje Dirks Slot, vroedvrouw (RAA RA 6341, fol.27; RA 45), ged. Oosthuizen (nederd. geref.) 6.5.1717, lidmaat Scharwoude (nederd. geref.) 30.6.1740, nadien vertrokken naar Grootschermer, overl. voor 8.10.1787, dr. van Dirk Jacobsz Slot en Crelisje Pieters
498 Jacob Jansz Heijnis (Heijn), wonende te Grootschermer, koopt op 24.12.1734 van Dirck Sijmonsz een huis en erf ald. en dat hij op 19.2.1737 verkoopt aan Dirk Cornelisz Boom (RAA RA 138), koopt op 9.2.1737 bij veiling van de erven Cornelis Visser een huis en erf ald. (RAA RA 138), leeft 1764, is vader van Aaltje geb. [sic] Grootschermer (nederd. geref.) 1.4.1752, tr. Grootschermer (nederd. geref.) 18.10.1733 met
499 Geertje Dirks de Boer
500 Jan Arentsz Kriek, wonende te Grootschermer (verponding Zuid-Schermer 1729), zn. van Arent Adriaansz Kriek en Aegtje Jans, tr. met
501 Krijntje Maartens
502 Aart Franse (Franze, Fransen), aangenomen tot de nederd. geref. kerk te Schardam op 18.3.1744, lidmaat ald. 1788, is vader van Frans ged. Schardam (nederd. geref.) 2.7.1741, is vader van Trijntje ged. Schardam (nederd. geref.) 2.9.1742, is vader van Maartje ged. Schardam (nederd. geref.) 27.10.1743, is vader van Hiltje ged. Schardam (nederd. geref.) 8.11.1744, is vader van Frans ged. Schardam (nederd. geref.) 28.11.1745, is vader van Japik ged. Schardam (nederd. geref.) 1.6.1747, is vader van Antje ged. Schardam (nederd. geref.) 16.11.1749, is mogelijk verwant aan Hiltje Frans gehuwd met Abram Cornelisse die op 18.3.1744 een dochter Trijntje laten dopen in de nederd. geref. kerk te Schardam, tr. met
503 Stijntje (Trijntje) Hendriks Bouman, aangenomen tot de nederd. geref. kerk te Schardam op 18.3.1744, lidmaat ald. 1788
504 Dirk Albertsz Kemp alias Dirk Kempsz alias Dirk Albertsz Bakker, afkomstig van Mijdrecht, ged. Mijdrecht (nederd. geref.) 11.10.1685, bakker te Graft, armenvoogd ald. (1718), ouderling van de gereformeerde kerk ald., koopt op 24.10.1712 –dan nog wonende in Meijert (Mijdrecht)- van Gerrit Pietersz Karman een huis en erf met bakkerij op de bangert en gelegen naast het weeshuis ald. (RAA RA 6445) en leent op diezelfde dag van Gerrit Pietersz Karman inzake de koop van het huis een bedrag van 775 gulden (RAA RA 6458), verkoopt op 16.1.1764 zijn huis, erf en bakkerij gelegen op de baangaard aan de noordzijde van de straat te Graft, inclusief schuit en boomgaard aan de overzijde van de sloot (RAA RA 6449), is enig erfgenaam van zijn broer Claas Hendricksz Schellingerhout die bakker was te Mijdrecht (RAA NA 1623, akte 330 24.11.1736), zn. van Albert Dirksz Kemp, tr. 1e Graft impost 4.3.1713 met Engeltje Pieters Karman, tr. 2e Graft impost 26.2.1718 (testament RAA NA 1624, akte 515 16.7.1741) met
505 Ariaantje (Adriaantje) Klaas, jongedochter van De Rijp, ged. ald. (nederd. geref.) 17.6.1696, met attestatie naar Graft op 14.3.1717, wordt als nicht en erfgename van Machteld Kornelis Vink genoemd in diens testament, tezamen met onder anderen Machteld’s neef Pieter Claasz Visser wonende in De Rijp en Machteld’s neef Jan Pietersz Vink wonende in Graft (RAA NA 1623, akte 242 10.12.1733), dr. van Klaas Pietersz Visscher en Marij Taams
506 Ollebrand Jansz Bergen alias Koorn, blijkens huwelijksinschrijving een broer van Pieter Jansz Koorn, die op zijn beurt bij zijn huwelijksinschrijving wordt bijgestaan door zijn oom Claes Vlottes, en broer van Marij Jans Koorn gehuwd met kaaskoper Pieter Schoen (RAA RA 6448, 6.8.1744; NA 4508, akte 483 17.6.1744, RA Graft 6431 19.9.1744 tot 27.12.10.1746), zn. van Jan Olbrantsz Bergen en Guurte Pieters, overl. voor 23.2.1734 (RAA RA 6495, fol.187), tr. Graft impost 13.4.1715 met
507 Impje Kars, jongedochter van Graft, dr. van Kars Kornelisz en Trijntjen Cornelis, zij hertr. Graft impost 13.2.1734 met Tijmon Maartens, jongman van Schermerhorn
508 Pieter Jacobsz, jongman van Graft, tr. Graft impost (zij bijgestaan door haar vader Pieter Klaasz) 22.8.1722 met
509 Grietje Pieters, dr. van Pieter Klaasz
510 Kornelis Melles, woont te Graft op het venje (RAA NA 1624, akte 420 3.3.1739), zn. van Melle Cornelisz en Maartje Maertens, tr. Graft impost (zij bijgestaan door haar broer Albert Kornelisz) 27.2.1723 met
511 Marij Kornelis, dr. van Cornelis Minnesz en Impje Alberts

Generatie X

528 Garbrant (Garment) Florisz Houwertjes, wonende te Assendelft, koopt op 24.1.1710 van Jan Claesz Groot een huis en erf ald. belend ten noordoosten de onmondige kinderen van Pieter Ouwerijk en ten zuidwesten Jan Cornelisz Kocken voor een bedrag van 245 gulden (RA Assendelft inv.2016 fol.236 d.d. 24.1.1710), impost begr. Assendelft 4.10.1737, zn. van Floris Jansz Houwertjes en Catelijntje Jans, tr. ald. impost 22.4.1702 met
529 Jannetje Jans, impost begr. Assendelft 9.1.1753
530 Pieter Gerritsz Korver (Corver, Kurver), wonende in de woudbuurt in Assendelft, koopt op 28.4.1741 van Heijndrick Jansz de Boer wonende te Zaandijk gehuwd met Beertje Pieters de Jong, Jan Jacobsz Kuijper gehuwd met Grietje Pieters de Jong, Pieter Pietersz de Jong, Heijndrick Pietersz de Jong en Gerrit Pietersz de Jong een half huis en erf ald. belend ten noordoosten de weduwe van Heijndrick van t Hoff, alsmede een stukje land daar annex gelegen groot 220 roe, voor een bedrag van 550 gulden (RA Assendelft inv.2019 d.d. 28.4.1741), koopt op 11.5.1742 van Jan IJsaksz Peet een stuk land gelegen in boets weer groot 432 roeden voor een bedrag van 25 gulden (RA Assendelft inv.2019 d.d. 11.5.1742), verkoopt op 8.5.1744 tezamen met Daniel Smit gehuwd met Anna Heijndricks Korver wonende in Zaandam, zich sterk makend voor Ermpje Gerrits Korver voor de ene helft, en Theunis Cornelisz Schipper wonende in Uitgeest voor de andere helft, tezamen erfgenamen van Claas Pietersz Korver en Dieuwer Jans beide tot Assendeft overleden, aan Jan Dirkz Baarten een huis en erf in de kerkbuurt te Assendelft, belend ten noordoosten Davit Jakobz en ten zuidwesten Jacob Verweel, onder voorwaarde dat de twee stukken land achter het huis vrij pad moeten hebben naar de heerenweg voor mensen en beesten, voor een bedrag van 190 gulden (RA Assendelft inv.2019 d.d. 8.5.1744), verkoopt in die hoedanigheid op 8.5.1744 aan Mr Heijndrik Crinkel een stuk land genaamd de boveeg, gelegen achter het huis van Jan Maarte Roeleven groot 798 roeden, alsmede een stuk land daaraan vast genaamd de binnendelft groot 446 roeden, onder voorwaarde dat Jan Dirk Baarten vrij overpad verleent (RA Assendelft inv.2019 d.d. 8.5.1744), verkoopt in die hoedanigheid op 8.5.1744 aan Barend Werendlijn een stuk land genaamd het ventje achter claas ghijssen groot 704 roeden, onder voorwaarde dat Jan Dirk Baarten vrij overpad verleent (RA Assendelft inv.2019 d.d. 8.5.1744), verkoopt in die hoedanigheid op 8.5.1744 aan Gerrit Claasz Suijker en Claas Claasz de Nouwes een stuk land genaamd de 2 akkers in jan maarte roeleven weer groot 442 roeden, alsmede het breetje in [...] weer groot 442 roeden, voor een bedrag van 23 gulden (RA Assendelft inv.2019 d.d. 8.5.1744), impost begr. Assendelft 11.3.1761, zn. van Gerrit Pietersz Korver, tr. Assendelft impost 13.12.1724 met
531 Grietje Engels Peet, dr. van Engel Isacksz Peet en Maritje Willems
532
533
534
535
536 Gerrit (Gerret) Michielsz (Maghielsz) Plooijer (Ploijer, Plooijjer) alias Krommenie (Krommie), begr. Oostzaan (nederd. geref.) 11.7.1758, op 14.4.1760 is de grafkist verplaatst van de kerk naar het kerkhof ald., tr. met
537 Magtel (Maghtel) Alberts, ged. Oostzaan (nederd. geref.) 27.9.1699, begr. ald. (nederd. geref.) 14.6.1739, dr. van Albert Tijmonsz en Aeltie Gerrits
538 Albert Dirksz Cat, tr. met
539 Trijntje Ariaans
540 Reinier Gerritsz Rietvoort (Reijnier van Rietvoort), afkomstig uit het ambt Neuenburg in Oldenburgerland en dienende bij een commies (administratief ambtenaar) ald., heeft zich daarna vermoedelijk in Den Burg op Texel gevestigd, wordt lidmaat van de Evangelisch Lutherse gemeente in Alkmaar op 19.5.1714, is lidmaat ev. luth. gemeente Purmerend anno 1717, woont vermoedelijk te Kwadijk, bezit huis ald. (verponding 1730), bezit een kerkgraf ald. (historische vereniging Oud-Quadyck, grafnr. 143), overl. voor 3.4.1739 (WA ORA Ilpendam inv.3647 d.d. 3.4.1739), mogelijk verwant aan de zusters Aaltje Rietvoort afkomstig uit Grabstede (lidmatenregister Ev.Luth. Purmerend anno 1719) en Anna Gerrits Rietvoort afkomstig van Zetel (lidmatenregister ald. anno 1746), otr. Purmerend (gerecht) 2.5.1716, tr. ald. (gerecht) 17.5.1716 met
541 Femmetje (Femke, Vemtje) Jans Elderbroek alias Mouters, ged. Purmerend (ev.luth.) 21.8.1695, lidmaat ev. luth. gemeente Purmerend anno 1709 en 1717, koopt in 1739 voor 2750 gulden een windkorenmolen en een huis en erf staande in Den Ilp bewesten de gouw van de erfgenamen van Jan Volkertsz en Maritje Reijers voor de ene helft en van Wigger Pietersz voor de andere helft (WA RA 3647, 30.4.1739), woont in 1744 te Medemblik waarbij ze haar bezit in Den Ilp verkoopt aan haar zoon Gerrit Reijniersz Rietvoort (WA RA 3647, 23.5.1744), dr. van Jan Hendriksen de Mouter en Grietje Hermanns
544 Jacob Engelsz Bas (Bass), ged. Oostknollendam (nederd. geref.) 27.9.1676 (getuige Merrie Lavijns), impost begr. Uitgeest 27.5.1730 (aang. Gerrit Coning), zn. van Engel Cornelisz Bas en Guertje Lavijns, wonende te Markenbinnen, betaalt schot ald. in 1712/20/24, is vader van Jacob impost begr. Westzaan 29.10.1702 (nihil), hertr. Uitgeest impost 10.2.1720 met Neel Dircks, jongedochter van Markenbinnen, otr. Westzaan impost 27.3.1699 (beiden wonende in Westknollendam) met
545 Guirtje Jacobs
546 Jan Jacobsz Waagmeester, wonende te Markenbinnen, betaalt schot ald. 1712, zn. van Jacob Pietersz Waegmeester, tr. Uitgeest impost 30.3.1709 met
547 Trijntje Dirks, afkomstig van de Starnmeer
548 Cornelis Claesz Bant (Band), ged. Koog aan de Zaan (nederd. geref.) 18.11.1692, begr. Kwadijk 5.12.1759, is vader van Maartje ged. Oosthuizen (nederd. geref.) 27.8.1713 (get. Neeltje Klaas), is vader van Grietje ged. Oosthuizen (nederd. geref.) 27.10.1715 (get. Neeltje Klaas), is vader van Willem ged. Oosthuizen (nederd. geref.) 15.11.1716 (get. Rebecca Band), is vader van Krelis Pals-rok ged. Oosthuizen (nederd. geref.) 21.4.1720, is vader van Jan Palsrok ged. Oosthuizen (nederd. geref.) 4.10.1722, zn. van Claes Cornelisz Warmenhuijzen en Maria Jans Bant, tr.
549 Geertje Claes, ged. Oosthuizen (nederd. geref.) 11.2.1691, is zuster van Neeltje Klaas gehuwd met Cornelis Koster wonende te Oosthuizen, dr. van Claes Cornelisz Kammert en Hillegont Jans
552 Albert (Albart) Dircksz Ruijter (de Ruijter), ged. Purmerend (nederd. geref.) 11.10.1676, wonende te Purmerland, diaken ald., koopt op 2.2.1704 van Jan Jacobsz Tal wonende te Purmerland een werf bezuiden de kerk en bewesten de gouw (ORA Ilpendam 3644 fol.7r d.d. 2.2.1704), verkoopt op 16.2.1709 samen met zijn broer Jan Dircksz Ruijter wonende in de Wormer aan Cornelis Dircksz Aeijer wonende in Purmerland een stuk land achter het windt groot 275 roede (ORA Ilpendam 3644 fol.136v d.d. 16.2.1709), koopt op 14.11.1711 van Gijsbert Claasz Groot, oud-burgemeester en vroedschap van Purmerland een huis en erf ald. bezuiden de kerk en beoosten de gouw (ORA Ilpendam 3644 fol.243v d.d. 14.11.1711), zijn erfgenamen verkopen op 25.4.1744 aan Cornelis Dirksz wonende in Purmerland een huis en erf te Purmerland beoosten de gouw, aan Albert Beemster wonende in Purmerland een stuk land groot 2 deijmt 125 roeden, aan Willem de Bakker wonende in Purmerland een stuk land groot 1 deijmt 100 roeden, aan Pieter Claasz Groot wonende in Purmerland een stuk land groot 300 roeden, aan Pieter Duijfs wonende in Purmerland een stuk land groot 225 roeden, aan Lourens de Ruijter wonende in Purmerland een stuk land groot 2 deijmt 250 roeden, deze stukken land allen gelegen in de 12e weer ald., en aan Sijmon Swart wonende in Purmerland een stuk land groot 180 roede gelegen in de 13e weer (ORA Ilpendam 3647 p.258 d.d. 25.4.1744), zn. van Dirck Albertsz Ruijter en Lijsbeth Jans, tr. met
553 Eefje Dirks, verkoopt op 14.10.1716 –zij is dan weduwe- aan Cornelis Duijfs, baljuw der heerlijkheid van Purmerland, een ledig ef ald. bezuiden de kerk en beoosten de gouw (ORA Ilpendam 3645 fol.104v d.d. 14.10.1716)
554 Jacob Somer (Soomer), jongman van Kwadijk, wonende ald. in het westeinde (lidmatenreg. Kwadijk nederd. geref. anno 1717), ouderling en armenvoogd ald., begr. Kwadijk (nederd. geref.) 30.5.1733, otr. Kwadijk (nederd. geref.) 12.2.1713, tr. ald. (nederd. geref.) 26.2.1713 met
555 Lijsebet (Lijsbet) Pieters, jongedochter van Kwadijk, overl. 1729 (lidmatenreg. Kwadijk nederd. geref.)
556 Claas Jansz Buijs, wonend in de haal, ged. Oostzaan (nederd. geref.) 21.9.1687, zn. van Jan Jansz Buijs en Maartje Gerrits, tr. met
557 Maritje Dirks
560 Auwel Pietersz Prins, doopsgezind, wonend in het camerhop in 1742 in de starnmeer (RAA NA 4500, 1.3.1742 en 18.4.1742), ged. De Rijp (nederd. geref.) 10.10.1683, impost begr. Graft 5.7.1762, zn. van Pieter Auwelsz Prins en Maartje Meijnderts Pelt, tr. de Rijp impost 16.6.1716 met
561 Jannetje Jans
562
563
566 Adriaan (Arien) Pietersz Wortel, jongman uit de Schermeer aan de zuidervaart, koopt op 15.12.1727 van de erfgenamen van Jan Cornelisz Oleven een huis, boet en schuur staande op de dijk van de Schermeer voor het veer van Graftdijk (RAA RA 6351), is op 11.2.1730 betrokken in de verdeling van de vaste goederen van Jan Cornelisz Bosch wonende te Westgraftdijk die weduwnnaar is van Aafje Baarts aldaar overleden enerzijds en Cornelis Cornelisz Louwe mede wonende te Westgraftdijk en Adriaan Pietersz Wortel wonende in Schermeer als getrouwd met Neeltje Cornelis Louwe anderzijds, waarbij wordt bepaald dat Jan Cornelisz Bosch verkrijgt een stuk land genaamd de strook groot 2 aggelen, een stuk land genaamd koekenmeet groot 9 aggelen, een stuk land bij de derde watermolen groot 14 1/2 aggelen bij de Dijksloot, allen gelegen bij Westgraftdijk, en een derde in 9 morgen land in de bedijkte Schermeer aan de boekelerweg, dat Cornelis Cornelisz Louwe verkrijgt een huis en erf te Westgraftdijk en een stukje land groot 4 aggelen, en dat Cornelis Cornelisz Louwe en Adriaan Pietersz verkrijgen een derde in een huismanswoning met 15 morgen land in de bedijkte Schermeer aan de Zuidervaart en een twaalfde in 38 morgen in de Schermeer aan de westdijk bij Rustenburg (RAA NA 492, akte 28 11.2.1730), overl. voor 13.2.1737, voogd over de kinderen zijn Gerrit Pietersz Wortel en Maarten Koster beide in de Schermeer en Cornelis (Cornelisz) Louwen wonende te Westgraftdijk (RAA RA 131, fol.68v 13.2.1737), zijn kinderen verkopen op 8.12.1758 een stuk land genaamd bij het verlaat of bulland groot 4 aglen, 22 roe en 1 voet, een stuk land genaamd grietteland of ’t vierkantje groot 4 aglen 20 roe, en tenslotte een stuk land genaamd koekemeet groot groot 9 aglen, allen gelegen bij Westgraftdijk (RAA RA 6449), otr. Zuidschermer (nederd. geref.) 5.7.1716, mogelijk ged. Stompetoren (nederd. geref.) 20.9.1693 als zn. van onvermeld gebleven ouders aangezien zekere Pieter Wortel ald. op 11.3.1687 een dochter Maartje laat dopen, tr. ald. (nederd. geref.) 19.7.1716 met
567 Neeltje Cornelis, ged. Westgraftdijk (nederd. geref.) 29.7.1696, dr. van Cornelis Louwen en Aafje Baarts
568 Roelof (Roeloff) van Natten (van der Nat), op 9.7.1719 met attestatie van Utrecht naar Wormer (lidmatenreg. Wormer nederd. geref.), woont in 1733 te Wormer aan de openbare weg na de heere laen, tr. Wormer impost 2.12.1719 met
569 Guurtje (Guirtie) Crelis Kuijper, ged. Wormer (nederd. geref.) 21.8.1695, belijdenis ald. 31.3.1720 (lidmatenreg. Wormer nederd. geref.), dr. van Cornelis Claasz Kuijper en Diewert Jans
570 Nanning Willemsz Stertius (Stertjes, Staretjes), zn. van Willem Cornelisz Startjes en Ariaentien Nannings, otr. 2e Jisp 22.9.1703, tr. ald. 25.10.1703 met Barta (Bartha) Robijn (Robbijn), otr. 3e Jisp 30.3.1714, tr. ald. 22.4.1714 met Geertjen Henricks, jongedochter van Purmerend, otr. 1e Beets (nederd. geref.) 15.9.1689, tr. Jisp 22.9.1686 met
571 Trijntje (Treijntie) Dircks, jongedochter van Beets
576 Aldert (Allert, Allerd) Jacobsz (Jakobz, Jakobsz, Jacobz, Jakob, Jakobse), tr. Oostknollendam (nederd. geref.) 18.12.1689 met
577 Aeght (Aacht, Aagt, Aagtje, Aagte) Gerrits (Gerritz, Gerrids), ged. Oostknollendam (nederd. geref.) 7.10.1674 (getuige Anna Aris), dr. van Gerrit Arisz en Celitje Crelis
580 Coert (Koenraet) Lösinc (Lusink), wonende in Lochem, ged. ald. (nederd. geref.) 24.3.1670 (get. Jan Haeijkinc, Werner Haeijkinc, Griete Eecmans), zn. van Jan Lösink en Geesken Theunis, tr. Lochem 27.8.1699 met
581 Henders (Henrica) Janssen, ged. Lochem (nederd. geref.) 8.9.1678 (get. Jan Prijser en Cunne Dijckincs), dr. van Jan te Breckvoort en Geesken Plackhaer
582 Arent Brabender, ged. Lochem (nederd. geref.) 24.10.1669 (get. de vader), zn. van Herman Brabender en Lummeken Rerincs
583 Willemken Slagmans, ged. Lochem (nederd. geref.) 15.1.1679 (get. de vader en Grietje Slaghmans), dr. van Herman Slaghman en Jenneken ten Boomcamp
586 Gerrit Pietersz Wortel, jongman van de zuidervaart, lidmaat Zuidschermer (nederd. geref.) 1726 en 1728, koopt op 5.4.1732 van Jurgen Gerritsz Steenbrinck de gerechte helft in een huis en erf waarvan de wederhelft de koper reeds toebehoort, staande aan de zuidervaart in de Schermeer bij de voetbrug naar de mattemerweg (RAA RA 6352), gaat op 27.2.1734 een erfpacht aan voor de noordelijke helft van een huis en erf op kavel L nr. 21 in de Schermeer (gelegen op de zuidhoek van de laanvaart en de zuidervaart) dat toebehoort aan de heer Lambert Wijnkoop in Hoorn (RAA RA 6352), mogelijk ged. Stompetoren (nederd. geref.) 13.1.1692 als zn. van Pieter Jansz aangezien zekere Pieter Wortel ald. op 11.3.1687 een dochter Maartje laat dopen, tr. Stompetoren (nederd. geref.) 18.2.1718 met
587 Sijbrig (Sijbregt) Pieters, jongedochter van de zuidervaart, lidmaat Zuidschermer 1726 en 1728, begr. Schermeer 15.12.1750
592 Jan Krijnsz Heijnis, vermeld verponding Zuid- en Noord-Schermer 1705, zn. van Krijn Jacobsz Heijnis
594 Pieter Jacobsz Schram, vermeld verponding onder Grootschermer 1705/27, overl. voor 1733, zn. van Jacob Jacobsz Schram, tr. met
595 Maertje Jans Swager, overl. voor 1714 (grafregister nederd. geref. kerk Grootschermer anno 1710, alsmede grafregister over periode 1714-1775)
596 Dirk Volger, blijkens lidmatenboek Stompetoren nederd. geref. anno 1729 wonende aan de zuidervaart westzijde, mogelijk een zn. van Cornelis Cornelisz van de Volger
600
601
604 Gerrit (Gert) Gerritsz (Gertsz) alias Gerrit Haantjes (Haen), jongman van Wormer, ged. Wormer (nederd. geref.) 16.2.1676, zn. van Gerrit Eggesz en Trijn Pieters, is vader van Jan ged. Wormer (nederd. geref.) 23.11.1698, is vader van Guurtje ged. Wormer (nederd. geref.) 7.10.1701, is vader van Tijs ged. Wormer (nederd. geref.) 17.6.1703, is vader van Egge ged. Wormer (nederd. geref.) 14.10.1705, is vader van Trijntje ged. Wormer (nederd. geref.) 18.3.1711, is vader van Gerrit ged. Wormer (nederd. geref.) 21.5.1713 (get. Egge Haentjes, Aagt Jacobs), tr. (impost) Wormer 12.1.1697 (15 gulden voor Gerrit Haentjes, nihil voor Guurtje Tijssen) met
605 Guurtje (Guertie) Tijssen (Tijs, Tijsse), jongedochter van Jisp, ged. Jisp (nederd. geref.) 21.9.1675 (getuige Neel Jans), overl. Wormer 13.5.1730, dr. van Tijs Heijntie Jelles en Aecht Jacobs
606 Jan Klaasz van Straten, ged. Jisp (nederd. geref.) 1.12.1695 (getuige Griet Sijmons), zn. van Klaas Gertsz van Straten en Antje Pieters, otr. Jisp 15.10.1718, tr. ald. 30.10.1718 met
607 Dieuwer (Dieuwertjen) Claas Cronenburgh (Kronenburg)
608 Jasper Hendricksz Reijne, begr. Krommenie impost 9.3.1711, zn. van Hendrick Jansz Backer en Trijn Jaspers, tr. met
609 Guurtje Jans, begr. Krommenie impost 16.10.1728
610 Huijbert Bouwensz Slommer, zn. van Bouwen Gerritsz Slommer (RAA RA 6245, 28.12.1724), tr. met
611 Ariaantje Poulus Doets, dr. van Poulus Jansz Doets
612 Simon Jacobsz Kaper, wonende te Krommeniedijk, overl. Krommenie 15.3.1713, begr. Krommeniedijk, zn. van Jacob Adriaense Kaper en Niesje Sijmons, tr. Krommenie impost 23.2.1707 met
613 Neeltje Jans, overl. Krommenie 27.8.1738, begr. Krommeniedijk
616 Jan Cornelisz Leguijt, ged. Beemster (nederd. geref.) 9.9.1668,zn. van Cornelis Claesz Castricum en Brecht Cornelis Groenvelt, tr. met
617 Geertje Cornelis van der Meer, ged. Beemster (nederd. geref.) 6.12.1682, dr. van Cornelis Cornelisz van der Meer en Trijntje Gerrits Roos
618 Jan Andriesz de Vries, wonende in de Beemster aan de volgerweg, belijdenis (nederd. geref.) 11.12.1711 ald., tr. met
619 Geertje Hendriks, belijdenis Beemster (nederd. geref.) 17.11.1711
632 Walle Wijtses Bootsma, wonende te IJlst, vroedsman ald., ged. IJlst (nederd. geref.) 1.9.1695 (doophoudster is zijn grootmoeder, naam onleesbaar), zn. van Wijtse Walles en Rinck Tiamkes, tr. IJlst (nederd. geref.) 15.1.1719 met
633 Pijtje Ageus Wiarda, afkomstig van IJlst, dr. van Ageus Wiarda en Gerls Pieters
634 Jacob (Jacobs) Asses (Assis, Arses), hooischipper afkomstig van Sneek (burgerboek IJlst 31.12.1741), ged. Joure-Westermeer-Snikzwaag (nederd. geref.) 19.8.1689, zn. van Aesse Abrams en Hiltie Jacobs, otr. Joure (nederd. geref.) 3.11.1709
635 IJmkjen Wijbes, afkomstig van Uitwellingerga
636 Wijpke (Wijbke) Wijpkes (Wijbkes), afkomstig van Heerenveen, gedoopt op belijdenis Heerenveen (doopsgezind) 10.1.1710, tr. Heerenveen (nederd. geref.) 31.1.1706 met
637 Rink Thomas, afkomstig van Heerenveen, gedoopt op belijdenis Heerenveen (doopsgezind) 10.1.1710
642 Johannes Goderts Born, ged. Heerenveen (nederd. geref.) 19.12.1669, zn. van Godert Jans Born en Aeghtie Clases, tr. ald. 30.11.1690 met
643 Geertje Heinsius, afkomstig van Heerenveen, hertr. ald. 25.4.1706 met Jan Drijvholt, afkomstig van Steggerda
658 Gerrit (Garrit, Gart) Aertsen (Aarsen, Aerts) Roseboom (Rosenboom), wonende in Bennekom aan de halderbrink, pachtte land aan de haldergraaf ald. van de diaconie (OA Ede inv.243 en inv.249), tr. 2e Bennekom (nederd. geref.) 3.6.1697 met Aeltien Jans, tr. 1e Bennekom (nederd. geref.) 6.2.1681 met
659 Brantie Hendricks, jongedochter van de Slunt
688 Claes (Klaes, Klaas) Jacobsz Beets, hij en zijn vrouw kerkten aanvankelijk op de Beets, ze worden op 5.6.1690 lidmaten van de nederd. geref. gemeente van Beemster, impost begr. Beemster 1.2.1706, tr. Beets (nederd. geref.) 20.5.1668 met
689 Reijnuw (Reijnuwtie) Wouters, jongedochter van Lutjebroek, op 5.6.1690 met attestatie naar de Beemster, impost begr. Beemster 13.1.1712
692 Jan Adriaensz Klerck (Clerk), hij en zijn vrouw kerkten aanvankelijk op de Beets, ze worden op 27.5.1693 lidmaten van de nederd. geref. gemeente van Beemster, wonende aan de oosthuijserwegh ald., begr. Beemster (nederd. geref.) 22.3.1717, tr. met
693 Grietje Maertens (Maertjens), haar doop niet aangetroffen (mogelijk is zij Guertje Maertens die is ged. Oosthuizen (nederd. geref.) 11.1.1662), dr. van Maerten Jansz Fecke en Meijs Pieters (weeskamer Beemster ORA 4082 fol.253)
696 Sakel Garbrantsz, jongman van Middenbeemster, ged. Beemster (nederd. geref.) 5.2.1634, begr. Beemster (nederd. geref.) 24.5.1699, zn. van Garbrant Saklis en Anna Pieters, broer van Jan Garbrantsz Stuijt (Stuit, Stuut) (doopboek Beemster nederd. geref. 10.1.1666), otr. Beemster (nederd. geref.) 24.12.1676 met
697 Engeltje (Engel) Takes, weduwe van de rijperweg in de Beemster, ged. Beemster (nederd. geref.) 11.10.1637, dr. van Take Doekes en Stijntjen Cornelis, belijdenis Beemster (nederd. geref.) in 1665, otr. 1e Beemster (nederd. geref.) 26.5.1663, dan wonende in Middenbeemster, tr. ald. met Claes Dircksz Blau, wonende in de Beemster aan de volgerwegh, zn. van Dirck Cornelisz Blauweboer
700 Harmen Jansz Doncker, jongman uit de Purmer in de banne van Ilpendam, wonende ald. aan de westerweg (lidmaten Ilpendam nederd. geref.), mogelijk een broer van Claas Jansz Donker die tevens aldaar wordt vermeld en kinderen laat dopen te Ilpendam vanaf 1683, otr. Beemster (nederd. geref.) 14.1.1680, tr. Ilpendam (nederd. geref.) 18.2.1680 met
701 Aeff (Aafje) Marckes (Marcus), jongedochter uit de Beemster in de quadijcker molens, ged. Beemster (nederd. geref.) 7.6.1654, dr. van Markus Lourisz en Griet Everts
702 Outger Jansz Slinger, wonende in de Purmer onder de jurisdictie van Monnickendam op kavel 109 (verponding Purmer 1733), broer van Cornelis Jansz Slinger, zn. van Jan Jansz Slinger en Neel Jans, hertr. Monnickendam (nederd. geref., aantekening trouwen gerecht ald. d.d. 10.11.1691) 25.11.1691 met Grietje Davidts, jongedochter van de Beemster, bij het huwelijk bijgestaan door haar broer Jan Davidtsz op gelasting van haar ouders, tr. daarvoor met
703 Lijsbet Jans
704 Mr Berend Lampen, begr. Eldagsen (ev.luth.) 25.5.1686 (dan 60 jaar oud), is vader van Hans Hinrich ged. Eldagsen (ev.luth.) 15.6.1660 (hij is dan 29 weken oud, get. Hinrich Poppen, Hans Drütten?, Marg. Hagedorn uxor), is vader van Diederich ged. Eldagsen (ev.luth.) 17.2.1662 (get. Diederich Lambken), is vader van Sophia Margaretha ged. Eldagsen (ev.luth.) 6.1.1664 (get. Diederich Burgenstocks uxor), is vader van Ludolff Harmen ged. Eldagsen (ev.luth.) 14.2.1666 (get. o.a. Ludolf Harmen Kountzer), is vader van Elisabet ged. Eldagsen (ev.luth.) 16.12.1670 (get. Hinrich Krummerfund), is vader van Ilse Catharina ged. Eldagsen (ev.luth.) 21.11.1673 (get. Ilsabe Knoft), is vader van Hanni ged. Eldagsen (ev.luth.) 6.9.1678 (get. Hans Devesen), is vader van Jobst ged. Eldagsen (ev.luth.) 14.5.1684 (get. Jobst Devesen), tr. Eldagsen (ev.luth.) 24 trin. (rond augustus) 1659 met
705 Ilsabe Devesen
720 Gerd Hinrich Tieman (Timan, Timann), in 1682 wonende te Dielingen, dan 30 jaar oud en in het bezit van 2 koeien (census Stemwede 1682), begr. Dielingen (ev.luth.) 3.12.1699 (55 jaar, koopman en handelaar), is vader van Anna Margaretha Elisabeth ged. Dielingen (ev.luth.) 12.11.1677 (get. Clara Anna Elisabetha Staels, Marg. Meijer, Hinr. Meijer), is vader van een kind begr. Dielingen (ev.luth.) 14.5.1682 (32 weken en 2 dagen oud), is vader van Evert ged. Dielingen (ev.luth.) 9.3.1683 (get. Cord Buch am Kleij), is vader van Johan Hinrich ged. Dielingen 3.3.1685 (get. Johan Hinrich Schmid), tr. Dielingen (ev.luth.) 27.4.1677 met
721 Anna Catharina Meijers alias Tiemans
722 Cord (Cordt) Meijer alias Poelmeijer (Polmeijer), in 1682 wonende te Drohne, dan 35 jaar oud en in het bezit van 20 morgen zaadland en 2 fuder hooiland dat hij huurt van ritmeester Hartenfeld, alsmede 2 paarden 3 koeien en 8 schapen (census Stemwede 1682), begr. Dielingen (ev.luth.) 9.1.1716 (dan 72 jaar, geb. Schäfer), is vader van Anna Engell ged. Dielingen (ev.luth.) 30.5.1666 (get. Johan Pöppelmeijer, Anna Lange, Margreta Brücks), Anna Elisabeth ged. Dielingen (ev.luth.) 22.7.1668 (get. Jacob Fricken, Anna Triblen), is vader van Anna Maria Ilsabein ged. Dielingen (ev.luth.) 31.12.1669 (get. Johan Lange, Anna Maria Ilsabein Poelmeijers, Maria Lehn), is vader van Johan Heinrich ged. Dielingen (ev.luth.) 13.3.1672 (get. Johan Reuter), is vader van Cord Henrich ged. Dielingen (ev.luth.) 1.4.1674 (get. Cord Meijer), is vader van Catharina Margareta ged. Dielingen (ev.luth.) 21.2.1677 (get. Gerd Lange, Margareta Zugelbrike), is vader van Anna Maria Agnesa ged. Dielingen (ev.luth.) 23.4.1679 (get. Maria Meijers), is vader van Anna Margareta Adelheit ged. Dielingen (ev.luth.) 19.4.1682 (get. Anna Wulffes, Elisabeth Pöppelmeijers, Cord Meijer), is vader van Agnesa Maria ged. Dielingen (ev.luth.) 6.11.1685 (get. Anna Marg. Havers.), is vader van Johan Cord ged. Dielingen (ev.luth.) 2.11.1687 (get. Joh. Pöppelmeijer, Cord Lange, Marg. Kluterp), is vader van Catharina Maria ged. Dielingen (ev.luth.) 12.2.1690, is vader van Hinrich David ged. Dielingen (ev.luth.) 18.5.1692 (get. N. Schmidt burger uit Osnabrück), is vader van Johan Friderich ged. Dielingen (ev.luth.) 12.8.1696 (get. Gerd Pöppelmeijer), is vader van Cord Hinrich ged. Dielingen (ev.luth.) 12.3.1702 (get. Cordt Bomhacke), tr. Dielingen (ev.luth.) 2.2.1665 met Anna Margreta (Margreta, Margareta) Poelmeijers, begr. Dielingen (ev.luth.) 16.1.1684 (45 jaar oud), tr. omstreeks 1684 met
723 Agnesa Maria (Agnesa) Poelmeijers
724 Johan Tysing alias Apike, begr. Dielingen (ev.luth.) 7.9.1703 (dan 70 jaar oud), is vader van Margaretha Elisabeth die tr. Johan Hinrich Vornholt, is vader van Johan Henrich begr. 14.8.1764 (dan 76 jaar oud), is vader van Johan Herman geb. naar schatting 1695, is vader van een doodgeboren kind begr. Dielingen (ev.luth.) 19.2.1697, is vader van een doodgeboren kind begr. Dielingen (ev.luth.) 19.1.1698, is vader van Johan Clamer (Clamer) begr. Dielingen (ev.luth.) 8.7.1756 (dan 57 jaar oud), tr. Dielingen (ev.luth.) 13.11.1680 met Anna Gerraut (Gerdraut) Apekings (Apiken), begr. Dielingen (ev.luth.) 17.12.1692 (dan 38 jaar oud), tr. Dielingen (ev.luth.) 21.5.1693 met
725 Jennike Schmides (Schmiedes), begr. Dielingen (ev.luth.) 17.10.1710 (dan 55 jaar oud)
726 Johann Hinrich (Johan Hinrich) Wilker (Wilcker), begr. Dielingen (ev.luth.) 7.4.1726 (dan 61 jaar oud), is vader van Anna Ilsabein ged. Dielingen (ev.luth.) 11.12.1687 (get. Ilsab. Meijers), is vader van Johann Hinrich ged. Dielingen (ev.luth.) 28.10.1691 (get. Hinrich Wilker), is vader van Anna Margeretha ged. Dielingen (ev.luth.) 30.4.1693 (get. Anna Grevers), is vader van Cordt Hinrich ged. Dielingen (ev.luth.) 24.2.1704 (get. Hinrich Grever), tr. Dielingen (ev.luth.) 26.9.1686 met
727 Anna Meijers alias Wilker, begr. Dielingen (ev.luth.) 29.3.1717 (dan 56 jaar oud)
744 Simon Foucaux, is vader van Simon ged. Saint-Dyé-sur-Loire (rk) 28.4.1677 (get. Hilaire Pothin zn. van Hilaire Pothin en Marie Gullard, Françoise Morillon dr. van Simon Morillon en Marie Maulny), is vader van Marie ged. Saint-Dyé-sur-Loire (rk) 6.4.1683 (get. Jacques Bourget, Marie Bernard), tr. met
745 Françoise Givais
746 Germain Furet, is vader van Renée ged. Saint-Dyé-sur-Loire (rk) 21.9.1676 (get. René Jaudry, Elijsabet Billault), is vader van Germain ged. Saint-Dyé-sur-Loire (rk) 12.3.1679 (get. Louise Pothin, Claude Jemeline), is vader van Marie ged. Saint-Dyé-sur-Loire (rk) 24.7.1681 (get. Jacques Laurent, Marie Laurent), tr. met
747 Renée Durand (Durant), overl. Saint-Dyé-sur-Loire (rk) 17.4.1714 (naar zeggen is zij dan 60 jaar oud)
748 Henry Voinier (Voignier), meesterbakker, ged. Saint-Nicolas-de-Port (rk) 25.1.1660, n. van Henry Voigny en Antoinette Simon, is vader van Jeanne ged. Saint-Nicolas-de-Port (rk) 30.11.1683 (get. Charles Pierob, Jeanne Froniert), is vader van Catherine ged. Saint-Nicolas-de-Port (rk) 17.3.1685 (get. Claude Menyon, Catherine Voinier), is vader van Jean ged. Saint-Nicolas-de-Port (rk) 14.7.1686 (get. Jean Paquot, Renée Soudan), is vader van Jacques ged. Saint-Nicolas-de-Port (rk) 18.7.1688 (get. Jacques de Feuve, Marie Roussel), is vader van Henry ged. Saint-Nicolas-de-Port (rk) 21.3.1690 (get. Jean Miot, Barbe Boyart), is vader van François ged. Saint-Nicolas-de-Port (rk) 10.4.1695 (get. François Dufty, Marie Contal), tr. Saint-Nicolas-de-Port (rk) 16.2.1683 met
749 Anne Bayart (Baiard, Boyart)
760 Henric Saalberg, zn. van Henrich Saalberg, tr. Remlingrade (ev. luth.) 26.10.1702 met
761 Gerdruthen Boelefeldt, dr. van Peter auf dem Boelefeldt
764 Mamme Arends, geb. Warnsath ca. 1659, overl. ald. 6.2.1720, zn. van Arendt Reents, tr. 1e Burhafe met zekere Wüpke, overl. Warnsath 22.12.1696, tr. 2e Burhafe (kerk) 26.5.1698 met
765 Agnesa Taden, geb. Ardorf ca. 1676, overl. Dunum 8.6.1755, dr. van Tade Taden
768 Claes Wittese Langendoen, ged. Nieuw-Helvoet (nederd. geref.) 19.3.1673 (getuige Heijndrickie Engels, dochter van Engel Pietersz), bij zijn huwelijk wonende in Oostvoorne, huurt huis en land aan de voorweg te Oostvoorne van de erfgenamen van zijn broer Arend Wittens Langendoen (inv.1036 toegang 110 d.d. 20.9.1722), zn. van Witte Lambrechtsz Langendoen en Leentje Leenderts Palincks, tr. Oostvoorne (nederd. geref.) 8.5.1695 met
769 Wijntie (Wijntje) Arens Drogendijck, ged. Rockanje (nederd. geref.) 4.3.1674 (getuige Annetgie Pieters), dr. van Aren Cornelisz Drogendijk
771 Magteltje Arens Luijendijk, afkomstig van Zwartewaal, tr. 1e Zwartewaal (nederd. geref.) 18.6.1724 met Aren van der Lugt, tr. 2e Zwartewaal (nederd. geref.) 18.6.1730 met Jakob Wilms van Roon
772 Jacob Bastiaansz van Heijssen (van Heijsden), ged. Mijnsheerenland (nederd. geref.) 24.1.1671 (getuige Neeltgen Jacobs), zn. van Bastiaen Jacobsz van Heijssen en Liduwe Pieters, tr. 1e met Cornelia Aarts van Esch, ged. Maasdam 18.10.1676 (getuige Maijke Cornelis Polderdijk), dr. van Aart Jansen van Esch en Catharijntje Cornelis Polderdijk, tr. 2e met
773 Maria Jans Barendrecht, ged. Maasdam (nederd. geref.) 20.8.1690 (getuige Maria Meertens Neuteboom), dr. van Jan Janse Barendrecht en Neeltjen Bastiaans Bestebroer
774 Kornelis (Cornelis) Kornelisz (Cornelisz) Breman (Breeman), wonende in de polder zuidoord nabij Zuidland, ged. Zuidland (nederd. geref.) 25.11.1703 (getuige Ariaantje Kornelis), zn. van Kornelis Kornelisz Breman en Maartje Jans, koopt op 22.5.1728 van Deumis Arents Ruijgert 1 gemet in de oudeland van Abbenbroek nr. 28 en 1 gemet 28 roe vroon in de nieuwe boesem nr. 4 (SAVPR toegang 28 inv.39 regest 816 d.d. 22.5.1728) en wat hij op 20.8.1735 verkoopt aan zijn zwager Cornelis Moerman te Abbenbroek (SAVPR toegang 28 inv.39 regest 874 d.d. 20.8.1735), verkoopt op 7.5.1746 aan zijn zwager Lodewijk Herwijer te Abbenbroek 6 gemet 297 roe onder Abbenbroek in de munnikenhoek nrs. 12 en 25 (SAVPR toegang 28 inv.40 regest 946 d.d. 7.5.1746), bekent op 10.1.1756 aan Kornelis Arense de Jongh, reder en boekhouder te Maassluis, een schuld van 6000 gulden, verzekerd op zijn huis, schuur en wagenhuis in de raetsherenhoek met 115 gemet 253 roe in groot zuijtoort nr. 6, 7, 8, 16 raetsherenhoek nr. 1 (waar de woning op staat), 16, 17, 19, 7, en heenvlietsblok nr. 2 (SAVPR toegang 23 inv.10 regest 92 d.d. 10.1.1756), otr. Abbenbroek (nederd. geref.) 9.3.1726, tr. ald. (nederd. geref.) 31.3.1726 met
775 Jobje Arens Herweijer, afkomstig van Abbenbroek, dr. van Arij Janse Herweijer en Magdaleentje Lodewijx van der Vost, verkoopt op 8.6.1761 aan Sijmon van Beek 6 gemet 76 roe in de tweede raetsherenhoek nr. 16 (SAVPR toegang 23 inv.10 regest 133 d.d. 8.6.1761), verkoopt op 2.5.1766 aan Cornelis Soeteman een bouwwoning bestaande uit huis, schuur, wagenhuis met 30 gemet, waar de woning op staat, in de eerste raetsherenhoek nr. 7, 4 gemet 160 roe in het heenvlietsblok nr. 2, 4 gemet 250 1/2 roe in groot suijtoort nr. 6, 1 gemet 195 roe aldaar in nr. 7, 3 gemet 66 1/2 roe aldaar in nr. 8, 4 gemet aldaarin nr. 14 en 34 gemet 31 roe in nr. 16 (SAVPR toegang 23 inv.10 regest 191 d.d. 2.5.1766)
776 Leendert (Leender) Jansz Stellenaar (Tellenaer), ged. Heenvliet (nederd. geref.) 27.10.1686 (getuige Ariaentje), zn. van Jan Leenderts Tellenaer en Jaepje Sijdervelt, op 10.6.1729 komen Leendert Jansz Stellenaer, weduwnaar van Maertje Jans van der Meer, wonende te Zwartewaal, aan de ene zijde, en Pieter Jansz van der Meer als oom van moeder's zijde aan de andere zijde, overeen ten behoeve van de onmondige kinderen Maria oud 12 jaar en Jan oud 10 jaar, dat Leendert zal behouden de gehele boedel en boedelschulden, en belooft hij de kinderen te alimenteren en onderhouden tot de leeftijd van 25 jaar of tot zij in het huwelijk treden, en belooft hij de kinderen uit te reiken 5 vrouwenhemden gemerkt met M.J., 4 gemerkt met A.J., 2 gemerkt met M.C., 1 vrouwenhemd gemerkt P.J., 9 trekmutsen gemerkt M.J., 5 gemerkt A.J., een gouden naald gemerkt M.C.A.B., een bloedkoralen ketting met een goud slot gemerkt A.J., 2 boekjes met zilveren sloten gemerkt L.J.S. en A.J. v.d.M., 2 zilveren ijzers met gouden sticken, een paar gouden hakenmet pareltjes, een gouden ringetje gemerkt A.J. en daarboven een som van 100 gulden eens, ter voldoening van hun moeders legitieme portie (RA Zwartewaal weesboek d.d. 10.6.1729), op 30.10.1754 verkopen Arij Capteijn en Cornelis Delia, als voogden over de minderjarige kinderen van Leendert Stellenaer en Leentje Delia volgens akte van voogdij gepasseerd voor notaris Danielus Rolandus binnen de stad Brielle op 10.6.1752, voor een bedrag van 500 gulden aan Cent Pruit, burgemeester van Zwartewaal, zeker huis en erf staande in het dorp Zwartewaal aan de westzijde van de dubbeldestraet, belend ten zuiden Pieter Lantsert en ten noorden Rochus van Eijk (RA Zwartewaal inv.2 fol.102 d.d. 30.10.1754), is vader van Jannetje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 28.6.1716 (get. Lena Jans Stellenaar), is vader van Marija ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 29.8.1717 (de moeder vemeld als Maartje Jans Stellenaar, get. Wilmtie Arens), is vader van Jan ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 29.1.1719 (get. Lena Jans Stellenaar), is vader van Kornelis ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 1.12.1720 (get. Jannetje Jans Klinke), is vader van Kornelis ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 1.2.1725 (get. Wessel Pietersz van Hubbing, Maartje Wessels Hubbing), is vader van Aagje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 3.11.1726 (get. Ariaantje Arens Lakenkas), is vader van Wilm ged. Zwartewaal 10.8.1732 (de moeder Leentje Delia, get. Wilm Stellenaar), tr. 1e Zwartewaal (nederd. geref.) 1.10.1713 met Jannetje Jans Visser, tr. 3e met Leentje Delia, tr. 2e Zwartewaal (nederd. geref.) 15.9.1715 met
777 Maartje Jans van der Meer, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 31.1.1694 (getuige Teuntje Kornelis Arkenbout), dr. van Jan Pietersz van der Meer en Maartje Kornelis Arkenbout
778 Kornelis Pietersz Landmeter, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 8.1.1696 (getuigen Wessel Pietersz, Teuntje Kornelis Arkenbout), zn. van Pieter Pietersz Landmeter en Ariaantje Pieters, koopt op 12.4.1726 voor een bedrag van 109 gulden 9 stuivers van Abraham Nieuwland een leeg erf liggende te Zwartewaal op de noorddijk, belend ten zuiden de pastorie van de heerlijkheid Zwartewaal en ten noorden Pieter Pietersz Landmeter (RA Zwartewaal inv.1 d.d. 12.4.1726), koopt op 8.4.1730 van de schepenen van Zwartewaal een huis en schuur daarachter op het zuideinde, belend ten zuiden Pieter Teunisz en ten noorden Arij Leendersz van Piershil (RA Zwartewaal inv.1 d.d. 8.4.1730), tr. Zwartewaal (nederd. geref.) 26.4.1716 met
779 Jannetje Claas Admiraal, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 23.11.1698 (getuige Jannetje Admiraals), dr. van Klaas Huijge Admiraal en Lijsbet Leenderts, hertr. met Aren Hendriksz Smit, komt op 16.4.1735, als weduwe van Cornelis Pietersz Landmeter, aan de ene zijde, en Pieter Pietersz Landmeter, als grootvader van de nagelaten kinderen van vader's zijde aan de andere zijde, uitkoop overeen van de erfenis van hun overleden vader, waarbij Jannetje ten behoeve van haar kinderen Ariaentie oud 16 jaar en Claes oud 14 jaar zal behouden de boedel en de boedelschuld en belooft de kinderen te zullen onderhouden te alimenteren en onderhouden tot zij 25 jaar oud zijn of in het huwelijk treden, en aan Claes uit zal keren een zilveren zakhorloge en de som van 50 gulden, en aan Ariaentie een gouden wapenring en eveneens 50 gulden (RA Zwartewaal weesboek d.d. 16.4.1735), koopt op 10.11.1735 aan Willem Jansz van Bergen het huis aan het zuideinde dat zij eerder bewoonde met Cornelis Pietersz Landmeter (SAVPR toegang 50 inv.22 regest 212 d.d. 10.11.1735), hertr. met Aren Heijndricksz Smit, die na het overlijden van Jannetje op 12.3.1746, tezamen met Gijsbert Heijndricksz Smit en Pieter van Dalen als voogden over haar minderjarige kinderen bij haar eerste man voor een bedrag van 100 gulden aan Pieter Pietersz Landmeter transporteren de helft van een erf met een schuurtje daarop staande, gelegen te Zwartewaal op de noorddijk, belend ten zuiden de pastorie van Zwartewaal en ten noorden de erfgenamen van Pieter Pietersz Landmeter (RA Zwartewaal inv.2 d.d. 12.3.1746)
780 Jan Jansz Kortenbout, jongman van Schiedam, ged. Schiedam (nederd. geref.) 16.1.1678 (get. Cornelis Gerritsen, Andries Gerritsen, Divertie Gerrits, Aeltie Jans), verkoopt op 2.5.1705 namens zijn moeder aan meestertimmerman Cornelis Blaas een huis en erf te Schiedam op de verbrande erven (ORA Schiedam toegang 105 inv.386 d.d. 2.5.1705), zn. van Jan Maertensz en Neeltgen Gerrits Mack, korenmolenaar te Zwartewaal, als zodanig genoemd in een attestatie d.d. 13.7.1704, waarbij Abraham Nieuwland en Pieter Eeuwitse Beenk, beide broodbakkers te Zwartewaal, op verzoek van Jan Jansz Kortenbout verklaren dat zij tussen de maand juli 1703 en januari 1704, toen de vrouw van Jan Kortenbout bedlegerig was, vele malen brood aan de familie hebben geleverd zonder dat er voor de leveringen is betaald, en dat door Kortenbout of zijn vrouws voorkinderen het brood zijn komen halen en dat de attestanten het brood in eigen persoon zelfs verscheidene malen uit hun respectievelijke winkels hebben gehaald (RA Zwartewaal inv.12 d.d. 13.7.1704), verkoopt op 7.6.1718 aan Arij Bastiaanse Waard, wonende te Zwartewaal, een huis en erf staande en gelegen te Zwartewaal op het zuideinde, belend ten zuiden Rijk Teunisse Gouwenaar en ten noorden Arij Janse van Boekhove (RA Zwartewaal transportregisters inv.1 d.d. 7.6.1718), is vader van Diewertje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 31.10.1700 (get. Ariaantje Jans), is vader van Krijn ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 23.10.1701 (get. Ariaantje Jans), is vader van Wilm ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 21.12.1704 (get. Joost Pieterse den Beenk, Jaapje Kornelis), is vader van Johannis ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 9.1.1707 (get. Geertje Abrams), is vader van Joost ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 18.11.1708 (get. Ariaantje Jans), is vader van Joost ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 31.8.1710 (get. Ariaantje Jooste den Beenk), otr. Schiedam (nederd. geref.) 1.8.1699, tr. Zwartewaal (nederd. geref.) 23.8.1699 met
781 Pietertje Pieters den Beeng (den Beenk), dr. van Pieter Leenderts den Beeng en Ariaantje Joosten, tr. 1e Zwartewaal (nederd. geref.) 5.12.1688 met Willem Jansz van der Hoeff (kwartier 792), verklaart op 10.7.1722 tezamen met Ariaentje Boute, weduwe van Gillis Pietersz van der Meer, Aegje Gillis van der Meer, huisvrouw van Pieter Pietersz Kruijckman en Jan Bouwensz Meuldijk, allen wonende te Zwartewaal, op verzoek van Witte Joppe Oudhoorn, mede wonende te Zwartewaal, dat Pietertje Jans Kruijne, huisvrouw van Willem Jansz Stellenaar, eveneens wonende te Zwartewaal, tegen Witte Joppe Outhoorn heeft gezegd dat hij honderd halsankers brandewijn op zijn koopvaardijreis voor zijn eigen rekening heeft mee gehad (RA Zwartewaal inv.12 d.d. 10.7.1722), verkoopt op 5.5.1729 als weduwe van Jan Jansz Kortenbout voor een bedrag van 2300 gulden een Jan Pietersz Kruijff den Ouden, wonende te Bleijswijk, een windkorenmolen met een boomgaardje staande en gelegen in de heerlijkheid van Zwartewaal aan de zuidzijde van het dorp (RA Zwartewaal inv.1 d.d. 5.5.1729)
782 Jan Jansz Kruijne de Jonge, jongman van Zwartewaal, schepen ald., geb. ca. 1672 (RA Zwartewaal inv.12 d.d. 29.7.1723), zn. van Jan Kruijne de Oude en Pietertje Jans, op 12.3.1728 komt Jan Jansz Kruijne, weduwnaar van Jannetje Cornelis Buere, wonende te Zwartewaal aan de ene zijde, en Cornelia Jans Kruijne huisvrouw van Cent Leendertsz 't Gilde, Jan Vrijdagh in huwelijk hebbende Teuntje Jans Kruijne, Krijn Jansz Cortenbout in huwelijk hebbende Aegje Jans Kruijne, als meerderjarige kinderen van Jan Jansz Kruijne en Jannetje Cornelis Buere, voor henzelf en voor de twee minderjarige kinderen van Jan en Jannetje, te weten Jan Jansz Kruijne oud 18 jaar en Maartje Jans Kruijne oud 15 jaar aan de andere zijde, overeen dat Jan Jansz Kruijne zal behouden de gehele boedel, mits aannemende de boedelschulden, en belooft hij de twee minderjarige kinderen te alimenteren en onderhouden tot de leeftijd van 25 jaar of tot het moment van trouwen, en belooft hij aan zijn meerderjarige kinderen te betalen ieder een bedrag van 200 gulden ter voldoening van hun moeders legitieme portie (RA Zwartewaal weesboek d.d. 12.3.1728), wordt er op 27.10.1728 van beschuldigd in het smidshuis zijn mes te hebben getrokken ten overstaan van IJsbrand van der Meer en Cornelis Jansz Kuijper (RA Zwartewaal inv.12 d.d. 27.10.1728 en 21.11.1728), koopt op 4.11.1730 voor een bedrag van 300 gulden aan Jan Vrijdagh, wonende te Zwartewaal, de opstal van het taanhuis staande benoorden de scheepstimmerwerf, hetwelk gekocht was door Mighiel Iserman en door Jan Vrijdagh genaast ten overstaan van de schout en schepenen (RA Zwartewaal inv.1 d.d. 4.11.1730), op 19.5.1750 verkoopt Jan Vrijdagh nomine uxoris, koopman wonende te Rotterdam, voor de verdere broers en zusters [sic, van zijn vrouw], alle kinderen en erfgenamen van Jan Jansz Kruijne, voor een bedrag van 700 gulden aan Pieter de Boo, schout en secretaris van de heerlijkheid Zwartewaal, een huis en erf aan de westzijde van de dubbeldestraet, belend ten zuiden de weduwe van Maerten Arkenbout en ten noorden Arij Heijndricksz van Eijk, met een gang ter lentgte van omtrent 42 voet die Arij Heijndricksz van Eijk tot zijn last zal moeten onderhouden volgens zijn giftbrief d.d. 2.7.1737, ten protocolle geregistreerd fol.245 (RA Zwartewaal inv.2 fol.70 d.d. 19.5.1750), is vader van Kornelia ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 14.8.1701 (get. Jan Leendertse den Beenk, Jannetje Pieters), is vader van Teuntje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 17.8.1704 (get.Lijsbet Jans Kruijne), is vader van Aagje ged. Zwartewaal 22.6.1707 (get. Andries Jeugt, Aagje Witte), is vader van Jan ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 22.12.1709 (get. Jan Kruijne de Jonge [sic], Maartje Jans Kruijne), is vader van Pietertje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 16.8.1715 (Jan Kruijne de Oude, Maartje Jans Kruijne), tr. Zwartewaal (nederd. geref.) 12.5.1697 met
783 Jannetje Kornelis Buere, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 16.12.1674 (getuigen Pieter Kornelisz van Vliet, Kornelia Kornelis), dr. van Kornelis Jansz Buere en Aagje Witte
784 Dirk Laijersz (Leijiersz) Troost, ged. Nieuw-Beijerland (nederd. geref.) 28.6.1671 (getuige Maertje Beije), zn. van Laijer Dirksz Troost en Willemke Ariens, tr. Nieuw-Beijerland (nederd. geref.) 3.1.1697 met
785 Lijbeth (Lijsbeth) Jans Jongheknecht (Jongeknegt), ged. Nieuw-Beijerland (nederd. geref.) 4.12.1672 (getuigen Jan Dirksz Roobol en Geertje Jans), dr. van Jan Ariensz Jongheknecht en Lijsbet Jacobs, bij haar huwelijk wonende in Piershil
786 Cornelis Jansz Vermaat (Vermaet) alias Bos, ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 1.7.1663 (ten doop gehouden door de vader en Aechjen Eewouts, get. Maerten Philipsz Vermaet), zn. van Jan Philipsz Vermaet en Claesjen Pieters, tr. met
787 Margiet (Grietie) Barrevelt, ged. Strijen (nederd. geref.) 22.8.1666, impost begr. Spijkenisse 24.12.1719 (aangifte door haar man Cornelis Jansz Vermaet), dr. van Mr. Jan Barrevelt en Lijntje Hendrix
788 Jan Claasz van Hamburg, jongman van Hekelingen, zn. van Claes Jansz van Hamburg en Neeltgen Jans Buijck, otr. Spijkenisse (nederd. geref.) 8.4.1707, tr. ald. (nederd. geref.) 24.4.1707 met
789 Annitje (Anna) Bastiaans Naijerboer (Najerboer, Neierboer, Naaijboer, Naiboer), ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 2.4.1684, impost begr. Spijkenisse 31.8.1746 (aangifte door haar dochter Neeltje Hamburg), dr. van Bastiaan Cornelisz Naijerboer en Kommertie Ariens Visscher
790 Pieter Cornelisz van Bodegom (van Bodegem), ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 10.5.1665 (getuige Jannetje Cornelis), impost begr. Spijkenisse 13.2.1749 (aangifte door Klaas Hamburg), zn. van Cornelis Fransz van Bodegom en Idetgen Bouwens, otr. 2e Spijkenisse (nederd. geref.) 19.1.1714, tr. ald. (nederd. geref.) 11.2.1714 met Jaeptie (Jaapje) Gerrits Romijn (Romeijn), ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 13.6.1688, impost begr. Spijkenisse 29.10.1728 (aangifte door haar man Pieter van Bodegem), dr. van Gerrit Jacobsz Romijn en Lijsbet Cole (Kole), tr. 1e Spijkenisse (nederd. geref.) 23.2.1698 met
791 Maertie Maartens Bornklerk (Bornklerck), jongedochter van Spijkenisse, dr. van Maerten Arijensz Bornklerck en Maertge Cornelis Vermaet
792 Willem Jansz van der Hoeve (van der Hoeff, Verhoeff), jongman van Zuidland, ged. ald. (nederd. geref.) 21.11.1666 (getuige Pieternelle Willems), is vader van Jan ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 4.9.1689 (get. Maartje Pieters), is vader van Trijntje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 17.6.1691 (get. Ariaantje Jooste), is vader van Pieter ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 10.1.1694 (get. Pieter Leendertse den Beeng, Margriet Brouwers), is vader van Bastiaan ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 22.4.1696 (get. Margrietje Brouwers), is vader van Pieternelletje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 12.10.1698 (get. Neeltje Fraij), zn. van Jan Willemsz van der Hoeff en Trijntje Arens, tr. Zwartewaal (nederd. geref.) 5.12.1688 met
793 Pietertje Pieters den Beeng, zij hertr. Zwartewaal (nederd. geref.) 23.8.1699 Jan Jansz Kortenbout (kwartier 780)
794 Kornelis Einoutsz Tuinder, ged. Zuidland (nederd. geref.) 11.4.1660 (getuige Willemina Abrams), zn. van Einout Cornelisz Tuijnder en Jannetje Davids Boon, otr. ald. (nederd. geref.) 3.4.1683, tr. ald. 2.5.1683 met
795 Ariaantje (Ariantge) Kornelis, ged. Zuidland (nederd. geref.) 4.2.1657, dr. van Cornelis Lourensz en Sijtge Bastiaens
796
797
798 Jan Jillisz (Gillesz, Gillisz) Kuijper, jongman van Zwartewaal, bekent op 1.5.1728 aan Sander Willemsz Lagerland een schuld van 100 gulden, waarvoor hij hypotheek geeft op zijn huis en erf staande te Zwartewaal in de dubbeldestraet, belend ten zuiden Cornelis Leendersz van Piershil en ten noorden Bastiaen Casteleijns weduwe (RA Zwartewaal inv.1 d.d. 1.5.1728), verkoopt op 16.1.1741 tezamen met Geertje Abrahamsz Nieulant, als erfgenamen van Jannetje Joosten de Witt, voor een bedrag van 300 gulden aan Arij Joosten de Witt 3/4 deel in de helft van een huis en boomgaard staande in Zwartewaal, belend ten zuiden het kerkpad, ten westen de kerk, ten noorden Leendert Bastiaensz en ten oosten 's heerendijk (RA Zwartewaal inv.2 d.d. 16.1.1741), verkoopt op 29.4.1749 voor een bedrag van 500 gulden aan Pieter Simonsz Ruijgendijk een huis en erf staande te Zwartewaal aan de westzijde van de dubbeldestraet, belend ten zuiden de weduwe van Cornelis van Piershil en ten noorden een dorpsslop (RA Zwartewaal inv.2 d.d. 29.4.1749), is vader van Jillis ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 1.3.1696 (get. Ariaantje Jans), is vader van Lijsbet ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 15.9.1697 (get. Andries Arense Jeugt, Jannetje Barens), is vader van Barent ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 25.10.1699 (get. Ariaantje Barents), is vader van Antonij ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 1.10.1702 (get. Dina Dirks), is vader van Maartje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 22.2.1705 (get. Kornelis Jansz van Oosterhout, Ariaantje Arens Donker), is vader van Margrietje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 19.8.1708 (get. Jannetje Barents van der Velde), is vader van Kornelis ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 27.12.1711 (get. Neeltje Jans Brouwers), tr. Zwartewaal (nederd. geref.) 25.9.1695 met
799 Neeltje Barents van der Velde, in het trouwboek abusievelijk vermeld als Neeltje Pieters, jongedochter van Zwartewaal, dr. van Barent Dirksz van der Velde en Grietje Cornelis
804 Pieter van Adrichem, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 17.4.1689 (get. Crijn Pietersz, Maartie Claas, Geertie Cornelis), zn. van Cornelis Crijnsz van Adrichem en Neeltie Foppe, tr. met
805 Annetje van Dorp, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 9.9.1693 (get. Dirck Pietersz van den Bergh, Leuntie Dircks van Dorp, Maartie Arents), dr. van Jan Dircksz van Dorp en Bettie Arents
806 Arij Jansz Starrenburgh (Starrenburg, Sterrenburgh), tr. met
807 Lijntje Dircks Olshoorn (Oltshoorn, Outshoorn, Althoorn, Alsthoorn), ged. Nieuwerkerk aan den IJssel (nederd. geref.) 29.9.1686 (zie voor haar plaats van herkomst trouwboek nederd. geref. Hillegersberg 22.1.1721 van Gerrit Kerckhof met Marijtje Outshoorn, gecombineerd met het optreden van Lijntje Dircks als doopgetuige van een dr. van Marijtje op 12.1.1727), dr. van Dirck Teunisz Olshoorn en Francijntje Gerrits, otr. Hillegersberg (nederd. geref.) 16.10.1732, tr. ald. (nederd. geref.) 9.11.1732 met Cornelis Willemsz Verbrugge
808 Harmanus (Harmanes) Bruggeling (Brugelijn, Broegeling, Bruggelijng, Brugling), jongman van Voorburg, ged. Voorburg (nederd. geref.) 31.8.1692, zn. van Cornelis Pietersz Bruggeling en Willemijntje Pieters van Beeksvelt, is vader van Willemijna ged. 's-Gravenhage (grote kerk, nederd. geref.) 4.11.1714 (get. Cornelis Brugelijn, Gerritje van Bijle, Maria de Soet), is vader van Barent ged. 's-Gravenhage (nieuwe kerk, nederd. geref.) 26.4.1716 (get. Abraham en Maria de Soet), is vader van Johanna ged. 's-Gravenhage (grote kerk, nederd. geref.) 23.3.1718 (get. Claes Schoettenhellem, Maria Sueten), is vader van Maria ged. 's-Gravenhage (grote kerk, nederd. geref.) 26.11.1719 (get. Klaas Schuttenhelm, Maria de Soet, Margriet Gertsen), otr. ’s-Gravenhage (nederd. geref.) 29.10.1713 met
809 Grijetgen (Geretje, Margarita, Margrita, Margreta) de Soet (Sueten), jongedochter van Rotterdam, ged. Rotterdam (nederd. geref.) 24.5.1689 (get. Annetgen Jacobs, Grijeten Abrahams), dr. van Abraham Lowijssen de Soet en Maeijcke Jacobs, filiatie blijkt verder uit het echtpaar Nicolaas Schuttenhelm gehuwd met Metta de Soet die in 's-Gravenhage kinderen laten dopen voor de Hoogduits hervormde kerk en in wie we Mettije ged. Rotterdam (nederd. geref.) 6.11.1687 kunnen herkennen
810 Jakobus (Jacobus) Cornelisz van Assendelft, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 29.1.1679, zn. van Cornelis Jacobsz van Assendelft en Annetge Pouwels Brouck, otr. Vlaardingen (gerecht) 15.8.1706 met
811 Ariaentje Jans van Waerden (van Waarde), jongedochter van Vlaardingen
812 Lambrecht Jacobsz de Jong, jongman van Honselersdijk, bij zijn huwelijk te Vlaardingen wonend, zn. van Jacob Dirksz de Jong en Jannetje Cornelis van Leeuwen, otr. Vlaardingen 4.2.1725 (nederd. geref., gerecht), tr. ald. (nederd. geref.) 18.2.1725 met
813 Maritje (Marijtje, Maria) Grabels (Gabriels, Goverts) Hogendam, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 7.5.1702 (get. Maartie Arents, Ariaantie Dirks), dr. van Grabel Pietersz Hogendam en Neeltie Cornelis Valkenier
814 Joris (Georgius) Cornelisse Quant, zn. van Cornelis Jorisse Quant en Jannetie Heijndrickse Coppert, woont te Vijfsluizen in Babberspolder, is vader van Joanna ged. Schiedam (kath.) 28.5.1732 (get. Alewijn van der Vaert, Anna Bredervelt), is vader van Cornelius ged. Schiedam (kath.) 19.8.1734 (get. Cornelius van Essen, Catharina van Essen), is vader van Joannis ged. Schiedam (kath.) 6.2.1737 (get. Cornelis Janse Hoebroken, Wilhelma Jacobs van Duijn), is vader van Henricus ged. ald. 14.6.1739 (get. Anna Roobroken), tr. Schiedam (kath.) 26.11.1731 (get. Gerrit Tuijtelaer, Lendert Geeritse) met
815 Dirkje (Dirsken, Theodore, Theodorre) Houbroken (Raepbraken, Rarbraeken, Roobroken), ged. Uden (kath.) 20.6.1702 (get. Antonius Laurensen, Vincentius van den Heuvel), dr. van Joannes Cornelii Habraken en Maria Rutgers Cluijtmans
816 Willem Leendertsz Rodenburg (Rodenburgh), jongman van Vlaardingerambacht, geb. ca. 1643 (SAV ORA Vlaaringerambacht inv.25, f.59, d.d. 28.10.1653), bouwman ald., oomzegger van Pieter Jacobsz Rhodenburgh wonende te Monster, oomzegger van Jacob Jacobsz Roodenburgh, oomzegger van Pleun Jacobsz Rodenburgh wonende te Monster, zn. van Leendert Jacobsz Rodenburgh en Neeltgen Pieters (SAV ORA Vlaardingerambacht inv.25, f.59, d.d. 28.10.1653; weeskamerarchief Vlaardingerambacht, inv.1, fol.5v, d.d. 24.6.1662; ibid. fol.10v d.d. 3.12.1666; ibid. fol.12 d.d. 24.8.1667), otr. 1e Vlaardingen (gerecht) 18.4.1666 met Zijtje (Citgen) Joris Zuijtmaselant (Zuijtmaeslant), jongedochter van Vlaardingerambacht, overl. voor 10.10.1678 (Weeskamerarchief Vlaardingerambacht, inv.1 fol.28 d.d. 10.10.1678; ibid. fol.29v d.d. 27.12.1679; weeskamerarchief Vlaardingerambacht, inv.4), dr. van Joris Jansz Suijt Maesland (SAV ORA Vlaardingerambacht inv.25 fol.28v, d.d. 27.4.1652; ibid. fol.42v d.d. 16.3.1653), otr. 2e Vlaardingen (gerecht) 1685 met
817 Dirckie Arients (Ariens, Arijs, Aris) Schellingerhout, jongedochter van Vlaardingen
818 Jan Cornelisz Segwaert, jongman uit het ambacht Kethel, zn van Cornelis Dircxz Segwaert en Keuntje Pieters Slooff, otr. Vlaardingen 1681 met
819 Geertje Gielen Opmeer, jongedochter van Vlaardingerambacht, ged. Kethel (nederd. geref.) 11.2.1657, dr. van Michiel Dircxz Opmeer en Annetje Jacobs
820 Folkert (Volkert) Pieters, vermeld in Tricht vanaf 1705, zn. van Pieter Woutersz van Santhen en Mariken Volcken, tr. met
821 Grietje Dirks
822 Tijs (Matthijs) Jansz de Graaf (Van der Graaf), ged. Maassluis (nederd. geref.) 4.1.1682, zn. van Jan Pietersz de Graaf en Ariaantje Tijssen, otr. De Lier (nederd. geref.) 27.2.1700, tr. ald. (nederd. geref.) 14.3.1700 met
823 Arentje (Arendje) IJsbrants Rodenburg (Rodenburgh), jongedochter van De Lier, dr. van IJsbrant Philipsz Rodenburgh en Neeltje Teunis van Dijck
824 Meus (Meeuws) Casparsz (Casparse, Casparsen) van der Schuur, jongman van Culemborg, ged. Culemborg (nederd. geref.) 10.11.1670, zn. van Caspar Davids en Harmtien Berents, otr. Culemborg (nederd. geref.) 7.2.1697, tr. ald. (nederd. geref.) 27.2.1697 met
825 Trijntje (Trijntie) Ariens van den Ham alias de Groot, jongedochter van Culemborg
826 Jacobus van der Vloet, vermoedelijk ged. Herwijnen (nederd. geref.) 3.6.1660 als zn. van Laurens Claessen en Janneke Floris, tr. Herwijnen (nederd. geref.) 13.4.1696 met
827 Dirsken Eijmerts Bergakker, ged. Herwijnen (nederd. geref.) 26.6.1664, dr. van Eijmert Gijsbertse Bergakker en Willemke Peters
828 Kornelis Aelbrechtsz Vinck, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 12.8.1696 (getuigen Adrianus Vinck en Aeltie Verlee), zn. van Aelbrecht Cornelisz Vinck en Margarita Jacobs van den Ende, otr. Vlaardingen 25.10.1720 met
829 Agatha (Aagje) Daniëls Langstraat, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 15.5.1689 (getuige Cornelia Langstraat), dr. van Daniël van Langstraet en Niesie Cornelis
830 Paulus Varenburg, ged. Rhenen (nederd. geref.) 25.2.1680, chirurgijn, meester chirurgijn te Vlaardingen, begr. Vlaardingen mei 1727, zn. van Jacob Varenburg en Geesken Taets, otr. 1e Vlaardingen 1.11.1705, tr. Bergschenhoek 15.11.1705 met Angenietje van Hauschild (van Hoogschilt), in 1713 genoemd vanwege dronkenschap op de hoogstraat bij de vrouwensteeg (RAV NA 02, akte 19-408; 19-414; 19-431), begr. Vlaardingen januari 1714, weduwe van Cornelis Corsz Holierhoek, schepen te Vlaardingen, otr. 2e Vlaardingen (nederd. geref., gerecht) 19.4.1721, tr. ald. (nederd. geref.) 4.5.1721 met
831 Reijmpie Cornelis Manneke, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 3.6.1691 (getuigen Gilles Manneke, Anna Willems Dijckshoorn, Heijltie Cornelis), dr. van Cornelis Manneke en Jaeptge Willems Dijkshoorn
832 Jan Korssen (Kostians, Korse, Corssen) van der Pijl (Peijl, Pijl, van der Peijl), jongman wonende onder het district van Leerdam, ged. Meerkerk (nederd. geref.) 8.4.1688, laat van 1717 tot 1724 kinderen dopen te Asperen en in 1731 een kind dopen te Oudewater, zn. van Cors Arentsz van de Pijl en Bastiaentie Gerrits, otr. Asperen (nederd. geref.) 22.5.1716 met
833 Grietje Krijns (Kreijne, Krijn, Krijnen) van Vollenhoven (van Vollenhoove, Vollenhoven), jongedochter van Asperen, ged. Asperen (nederd. geref.) 17.3.1697, dr. van Krijn Goossens van Vollenhove en Jenneke Kiep
834 Cornelis Korsz van der Ree, wonende te Vlaardingen, otr. Oudewater (nederd. geref.) 24.6.1718, tr. ald. (nederd. geref.) 11.7.1718 met
835 Geertruij (Geertruijd) Maartens Versluijs, ged. Oudewater (nederd. geref.) 4.11.1693, dr. van Maerten Ariensz Versluijs en Aeltje Jacobs
836 Roelant (Roelof, Roeland, Roelandt) van Emden (van Embden, van Embde, van Eemden, van Eembden), afkomstig van Breda, ged. Terheijden (nederd.geref.) 13.6.1689 (get. Frans Potters, Angenetie Pauwels), ten tijde van zijn huwelijk wonende te 's-Gravenhage, nadien wonende te Delft, keurslijfmaker ald. (ONA Delft inv.2595B fol.87 d.d. 27.8.1726), koopt op 29.5.1735 bij opbod een huis in Delft aan het oosteinde westzijde uit de erfenis van Cornelis van Jacob van Thiel voor een bedrag van 700 gulden (ONA Delft inv.2714 fol.235v d.d. 29.6.1735), begr. ald. (oude kerk, nederd. geref.) 20.4.1764, dan wonend aan het oosteijnde ald., is vader van Lukas van Embden ged. Delft nederd. geref. 20.9.1718 (get. Dirck Kelderman, Maria Potters), is vader van Anna van Emden ged. Delft nederd. geref. 30.1.1720 (get. Pouwelus van Emden, Alida Kelderman), is vader van Dirck van Emden ged. Delft nederd. geref. 30.11.1721 (get. Jan Kelderman, Anna Kelderman), is vader van Paulus van Emden ged. Delft nederd. geref. 6.6.1723 (get. Jan Salgu, Alida Kelderman), is vader van Johannis van Emden ged. Delft nederd. geref. 5.12.1726 (get. Johannis Kelderman, Geertrui Kelderman), getuigt op 8.8.1713 samen met Magdalena Vermeer bij de doop van een kind van Frans van Embden jongman van de verwersdijk die otr. Delft (nederd. geref.) 8.10.1712, en die tr. ald. (nederd. geref.) 23.10.1712 met Philippijntge de Haas, jongedochter van de verwersdijk, is broer van Paulus van Embden afkomstig uit Breda die op 28.12.1718 als jongmatroos in dienst treedt van de VOC, zn. van Lucas van Emden en Maria Potters, otr. 's-Gravenhage (civiel) 11.4.1717 met
837 Hillegonda (Hillegont, Hilletje) Kelderman (Keldermans, Celderman), jongedochter geboren in Deventer, ged. Deventer (nederd. geref.) 16.6.1689, dr. van Dirk Jansen Kelderman en Anneken Henrix (huwelijksbijlagen 's-Gravenhage civiel d.d. 27.3.1717), ten tijde van haar huwelijk wonende te 's-Gravenhage, in december 1717 naar Delft, begr. Delft (oude kerk, nederd. geref.) 8.5.1776, dan wonende aan de langendijk ald., haar zuster Alida Keldermans komt op juli 1720 van Deventer naar Delft, daarna vermeld in het lidmatenreg. Grave (nederd. geref.) 19.3.1728, vermeld ald. op 1.5.1731 met haar echtgenoot Jan Salgue, zij vertrekken met hun twee kinderen naar Delft op 8.7.1734 en nadien naar Rotterdam
840 Cornelis Cornelisz Valckenier, ged. Maassluis (nederd. geref.) 26.2.1668, bij zijn huwelijk wonende aan de sandelijnstraat, begr. Maassluis 1.5.1742, zn. van Cornelis Cornelisz en Ariaentje Pieters, is vader van Lambrecht ged. Maassluis (nederd. geref.) 29.1.1696, is vader van Arijaantje ged. Maassluis (nederd. geref.) 13.8.1698, is vader van Cornelija ged. Maassluis (nederd. geref.) 13.1.1701, is vader van Arentie ged. Maassluis (nederd. geref.) 7.1.1703, is vader van Arentie ged. Maassluis (nederd. geref.) 7.1.1705, is vader van Maartje ged. Maassluis (nederd. geref.) 14.7.1709, is vader van Cornelis ged. Maassluis (nederd. geref.) 16.8.1711, tr. Maassluis (nederd. geref.) 31.5.1693 met
841 Grietje Lambrechts Boutesteijn, ged. Maassluis (nederd. geref.) 7.4.1668, bij haar huwelijk wonende aan de zuidvliet, begr. Maassluis 18.4.1742, dr. van Lambrecht Philipsz en Maertjen Willems
842 Pieter Abramsz Vroom, bij zijn huwelijk wonende aan de zuiddijk, ged. Maassluis (nederd. geref.) 29.4.1674, begr. ald. 31.1.1724, zn. van Abram Pietersz Vroom en Lijsbet Jans, is vader van Abram ged. Maassluis (nederd. geref.) 15.7.1705 begr. ald. 31.7.1707, is vader van Isaak ged. Maassluis (nederd. geref.) 15.7.1705 begr. ald. 31.7.1707, is vader van Jacob ged. Maassluis (nederd. geref.) 15.7.1705 begr. ald. 31.7.1707, is vader van Abram ged. Maassluis (nederd. geref.) 28.9.1707, is vader van Abraham ged. Maassluis (nederd. geref.) 21.8.1709, is vader van Ariaantje ged. Maassluis (nederd. geref.) 14.9.1712, is vader van Lijsbeth ged. Maassluis (nederd. geref.) 1.8.1717, tr. Maassluis (nederd. geref.) 30.11.1704 (testament zie ONA Maassluis inv.39 no.37 d.d. 15.12.1708) met
843 Maartje Ariens Dijck, bij haar huwelijk wonende aan de zuiddijk
844 Abraham Janse Legesteijn (Legerstee, Legerste, Laageste, Lageste), jongman van de Koorendijk (Goudswaard), ged. Goudswaard (nederd. geref.) 15.10.1656 (getuigen Leendert Cornelisz, Lijsbet Cornelis), zn. van Jan Dirxz Legerste en Maertje Cornelis, otr. 1e Oud-Beijerland (nederd. geref.) 9.7.1677 met Grietie Crijne, jongedochter van Rhoon, otr. 2e Oud-Beijerland (nederd. geref.) 17.4.1700, tr. ald. (nederd. geref.) 5.5.1700 met
845 Jannigje Ariens van der Giessen, jongedochter van ’s-Gravendeel, bij haar huwelijk wonende in Oud-Beijerland
846 Arij Arijens Buitendijk, afkomstig uit de Numanspolder, ged. Numansdorp (nederd. geref.) 10.7.1667, zn. van Arijen Arijensz Buitendijck en Pleuntje Cornelis, is vader van Neeltge ged. Numansdorp (nederd. geref.) 18.10.1699 (get. Ariaentge Ariens), is vader van Teunis ged. Numansdorp (nederd. geref.) 21.8.1701 (get. Lijntge Buitendijk), is vader van Neeltge ged. Numansdorp (nederd. geref.) 27.10.1703 (get. Arijaentgen Arijens, Arij Gerritsz), is vader van Pleuntge ed. Numansdorp (nederd. geref.). 12.12.1706 (get. Grietje Jacobs Snel), is vader van Pleuntge ged. Numansdorp (nederd. geref.) 12.5.1709 (get. Grietje Jacobs Snel), is vader van Hendrik ged. Numansdorp (nederd. geref.) 22.2.1711 (get. Pleuntge Cornelis Nijs), is vader van Lijntge ged. Numansdorp (nederd. geref.) 23.2.1713 (et. Ariaentge Ariens Buijtendijk), otr. Numansdorp (nederd. geref.) 9.10.1695 met
847 Arijaentge Arijens Molendijk (Molenaer), afkomstig van IJsselmonde
848 Arij (Arijen) Jansse Verschoor, jongman van Pernis, ged. Pernis (nederd. geref.) 1.8.1694 (zijn vader vermeld als Jan Dorre, zijn moeder abusievelijk vermeld als Claesje Ariens Prins), wonende ald., koopt op 6.1.1717 van Cornelis Bastiaensz den Ruijter een huijs en erve staande en gelegen aan de pastoriedijk ald., waarbij hij wordt bijgestaan door zijn vader Jan Ariensz Verschoor (GA Rotterdam - Gem. Pernis inv.113, Protocol van transporten en schuldbrieven van Pernis, fol.367 d.d. 6.1.1717), is vader van Jan ged. Pernis (nederd. geref.) 23.1.1718, is vader van Claasje ged. Pernis (nederd. geref.) 15.12.1720 (getuige Claasje Pieters Prins), is vader van Cornelis ged. Pernis (nederd. geref.) 7.2.1723 (getuige Ariaantje Aarts van Velt), is vader van Neeltie ged. Pernis (nederd. geref.) 5.11.1724 (getuige Neeltie Jans Thart), is vader van Jan ged. Pernis (nederd. geref.) 28.5.1730 (getuige Klaesie Prins), is vader van Willem ged. Pernis (nederd. geref.) 11.8.1732 (getuige Annetie Pieters Buurman), is vader van Pieter ged. Pernis (nederd. geref.) 8.12.1734 (getuige Klaasje Pieters Prins), otr. Pernis (nederd. geref.) 15.4.1717, tr. ald. (nederd. geref.) 9.5.1717 met
849 Leentje (Leentie) Jansse 't Hard (Thart), jongedochter van Pernis, dr. van Jan Bastiaensz 't Hart en Neeltje Klaes Krijger (GA Rotterdam - Gem. Pernis inv.113, Protocol van transporten en schuldbrieven van Pernis, fol.376 d.d. 1.11.1719)
850 Dingeman Jacobsz (Jakobsz) Zwarteveld (Swartvelt, Swarteveld, Swarteveldt) alias Sloot, jongman van Vlaardingen, ged. Vlaardingen 7.12.1687 (get. Gerrit Cornelisz, Jannetie Ariens), vanaf 1721 wonende te Zwartewaal, broer van Gerrit Jacobsz Swarteveld gehuwd met Barber Jans, Lijntje Jacobs Swarteveld gehuwd met Jan Cornelisz van Waardenburg, Nelletje Jacobs Swarteveld gehuwd met Jan Jansz Soek, en Cornelia Jacobs Swarteveld gehuwd met Pieter van der Hoeven (NAV 22-777 d.d. 17.1.1724, boedelscheiding), vermeld met de familienaam Sloot bij het transport van het ouderlijk huis van zijn echtgenote (GAR ORA Pernis inv.113), zn. van Jacob Arentsz Swartevelt en Neeltie Gerrits, is vader van Leentje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 1.12.1718 (get. Geertje Admiraals), is vader van Arentje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 23.3.1721 (get. Geertje Jans Admiraal), is vader van Jaapje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 28.1.1723 (get. Kornelis Admiraal, Geertje Admiraals), is vader van Wilmtie ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 8.7.1725 (get. Neeltje Jans Hollaar), is vadre van Arij ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 9.1.1729 (get. Neeltje Jans Hollaar), is vader van Arij ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 22.7.1731 (get. Neeltje Jans Hollaar), otr. Vlaardingen (gerecht) 15.10.1715, otr. Pernis (nederd. geref.; impost) 11.9.1715, tr. ald. (nederd. geref.) 17.11.1715 met
851 Willemtje (Wilmtje, Wilmtie, Wulmtje, Wulmtie, Willemptie) Ariens Krijger (Crijger), ged. Pernis (nederd. geref.) 19.5.1687, dr. van Arijen Klaesse Krijger en Leentje Jans Admiraal
852 Engel Cornelisz Poldervaart, jongman te Vierpolders, ged. Brielle (nederd. geref., grote kerk) 5.4.1680 (getuige Maartje Cornelis), zn. van Cornelis Jorisz Poldervaert en Annetie Engels, tr. Vierpolders (nederd. geref.) 24.1.1706 met
853 Pleuntje Willems van Roon, ged. Vierpolders (nederd. geref.) 29.3.1671 (getuige Gijsje Jacobs), dr. van Willem Jacobsz van Roon en Maartje Bastiaans, tr. 1e Vierpolders (nederd. geref.) 7.11.1694 met Kornelis Rense
854 Jan Jansz Beijer (Beijert, den Beijer), ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 17.6.1685 (getuige Paulijntie Leenderts), zn. van Jan Teunisz Beijer en Lijsbet Jans, otr. Vierpolders (nederd. geref.) 3.2.1708, tr. ald. (nederd. geref.) 19.2.1708 met
855 Nelletje (Neeltje) Jans Vermeer, jongedochter van Vierpolders, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 12.9.1688 (getuige Dorothe Jans), dr. van Jan Jansse Vermeer en Willemtie Jansse
856 Gerrit Arentsz Berkhout, ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 24.4.1695 (getuige Geertie Jans), herbergier te Zwartewaal, zn. van Arent Cornelisz Berkhout en Trijntje Gerrits van Leeuwen, aanvankelijk wonende te Spijkenisse aan de spijkenissenhoek en nadien te Zwartewaal, verkoopt op 8.12.1722 aan de voogden over de minderjarige Jan van der Hoeck 3 gemet 234 roe teelland aan de laanweg in Spijkenisse getekend nummer 23 (SAVPR toegang 48 inv.224 d.d. 8.12.1722), koopt op 4.8.1724 voor een bedrag van 675 gulden van de heren Willem en Pieter Hoijer, beide wonende te 's-Gravenhage, een huis en erf te Zwartewaal op de hoek van de kaeij en de dubbeldestraet (RA Zwartewaal inv.1 d.d. 4.8.1724), verkoopt dit huis op 17.12.1728 voor een bedrag van 800 gulden aan Mr Barent Buerman, chirurgijn te Zwartewaal (RA Zwartewaal inv.1 d.d. 17.12.1728), is vader van Dirk ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 23.6.1726 (get. Grietje Jans Smitsham), is vader van Jan ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 10.12.1730 (get. Lijsbet Heijndricks), is vader van Geertruij ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 3.5.1733 (get. Jannetje Admiraals), is vader van Katarijna ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 9.12.1736 (get. Grietje Jans Smitsham), otr. Spijkenisse (nederd. geref.) 9.5.1716, tr. ald. (nederd. geref.) 31.5.1716 met
857 Arijantie (Adriaantje) Dirks van der Hoeck (van der Hoek), jongedochter van Spijkenisse, ged. ald. (nederd. geref.) 3.12.1702 (getuige zekere Helena), dr. van Dirck Heermansz Visscher alias van der Hoeck en Trijntje Reijers de Hoogh
858 Rochus (Rokus) Heijndriksz van Eijk, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 23.10.1701 (getuige Dirkje Rochus), zn. van Heijndrick Arensz van Eijk en Jannetje Rochus Kool, is vader van Leendert ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 21.12.1727 (get. Trijntje Jooste den Beenk), is vader van Arij ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 22.10.1730 (get. Marija Roosters), is vader van Marij ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 7.9.1732 (get. Marija Vermaas), is vader van Jannetje ged. Zwartewaal (nederrd. geref.) 17.4.1735 (get. Antje Klinke, Gijsbert Abramse van der Sluijs), is vader van Marij ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 25.6.1741 (get. de vader), is vader van Arij ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 17.1.1745 (get. Pieter van Putte, Nelletje van Putte), tr. Zwartewaal (nederd. geref.) 2.5.1723 met
859 Annetje (Anna) Arens Bakkers alias Luijendik, jongedochter van Oud-Beijerland, ged. ald. (nederd. geref.) 22.2.1702 (getuigen Cornelis Arijens Bakker, Cornelia Arijens), dr. van Arij Arijens Bakker en Judith Hendriks van Putten, lidmaten te Zwartewaal 6.4.1745
860 Arij Bastiaansz Kastelein, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 11.11.1703 (getuige Aagje Jans de Geus), zn. van Bastiaan Bastiaansz Kastelein en Mijntje Arens de Geus, koopt op 22.7.1735 voor een bedrag van 1000 gulden van Jacob Cornelisz Langendoen een huis en erf, staande en liggende te Zwartewaal aan de oostzijde van de dubbeldestraet, belend ten zuiden Jan Willemsz van Bergen en ten noorden Pieter Jansz van der Meer (RA Zwartewaal inv.1 d.d. 22.7.1735), is vader van Jannetje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 26.10.1727 (get. Ariaantje Arens Lakenkas), is vader van Ariaantje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 11.12.1729 (get. Ariaantje Aren Lakenkas), is vader van Bastiaan ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 28.3.1734 (get. Maartje Bastiaanse Kastelein), is vader van Pieterneltje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 27.1.1737 (get. Ariaantje Lakekas, Pieter Jansz van Putte), tr. Zwartewaal 29.6.1727 met
861 Nelletje (Nellie) Pieters van Putte, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 24.6.1708, dr. van Pieter Jansz van Putte en Ariaantje Arens Lakenkas, regelt op 13.11.1745 ten overstaan van Claes Casteleijn, oom van de kinderen van vader's zijde, uitkoop van haar kinderen van de erfenis van haar overleden man Arij Bastiaensz Casteleijn overeen, te weten Jannetje oud 18 jaar, Ariaentje oud 16 jaar, Bastiaen oud 12 jaar en Pieternelletje oud 9 jaar, waarbij Nelletje de boedel zal blijven bezitten en de boedelschuld overneemt, en de kinderen belooft te onderhouden en alimenteren tot ze 25 jaar oud zijn of in het huwelijk treden, en waarbij aan Jannetje toekomt een zilveren beugel gemerkt J.A.C., twee paar gouden bellen, een zilverijzer met gouden krullen gemerkt J.A.C., een gouden naald gemerkt N.P., drie gouden spelden, een bloedkoralen ketting met een goud slot gemerkt N.P., een zilveren bel gemerkt J.A.C., een kanten lint met een gouden haak, een gouden ring gemerkt J.A., een dito gemerkt A.B., een bijbel met zilverbeslag en een ketting daarin, aan Ariaentje een zilveren beugel gemerkt J.W., een bloedkoralen ketting met een gouden boot?, een gouden naald, twee gouden spelden, een zilverijzer met gouden stikken daaraan, een paar gouden haken gemerkt A.A.C., een kanten lint met een gouden haak en oog en een bijbeltje met zilverbeslag getekend met de letters J.W.S., en verder aan Pieternelletje Arens een gouden naald gemerkt A.B.C., een zilverijzer met gouden stukken gemerkt J.A.C., een paar gouden haken, een zilveren beugel, een bloedkoralen ketting met een gouden slot, een paar gouden bellen en een boek met zilverbeslag met een ketting daaraan, aan Bastiaen een zilver hegt? met een lemmet daarin gemerkt A.B.C., een paar zilveren broekknopen gemerkt als voren, een paar zilveren gespen, een testamentje met twee zilveren sloten gemerkt als voren, een zijden damasten hemdrok met zilveren knopen, drie hemdrokken met zilveren knopen, een paar gouden knopen, dit alles ter voldoening van hun vader's legitieme portie (RA Zwartewaal weesboek d.d. 13.11.1745)
862 Anthony (Anthoni) Jansz van der Linden, ged. Goudswaard (nederd. geref.) 1.3.1716 (getuige Barber Hendriks), zn. van Jan Anthonijsz van der Linden en Lijntje Aarts Hoogvliet, otr. Goudswaard (nederd. geref.) 4.10.1737, tr. ald. 27.10.1737 met
863 Pietertje Cornelis de Jongh (de Jong), ged. Goudswaard (nederd. geref.) 3.11.1715 (getuige Bastiaantje Heindriks Buijtendijk), dr. van Cornelis Heindrikse de Jong en Maartje Heindriks Buijtendijk
864 Daniel van Krieken, molenaar, ged. Tiel (rem.) 18.9.1696, verkrijgt op 5.10.1726 de gerechte helft van de pelmolen op bastion vi en de helft in huis De Roskam te Gorinchem van zijn schoonvader Reijnier van Rooijen (RAG RH 533, fol.29v), krijgt op 9.8.1734 toestemming van het stadsbestuur om de pelmolen te voorzien van een rietdek om zo de ontstane lekkage te verhelpen (RAG CA 117, fol.140), bepaalt in de zomer van 1759 dat zijn zoons Reijnier en Daniel jr. na zijn dood in de gelegenheid gesteld zullen worden zijn aandeel in de pelmolen en het huis de roskam, alsmede een schuur met werf aan de noordzijde van de krabsteeg aan te nemen, mits zij daarvoor 2000 gulden in de boedel inbrengen (RAG NA 4212, akte 878), bepaalt op 1.6.1780 dat hij nu zijn zoons Geurt en Daniel in de gelegenheid stelt zijn aandeel in de pelmolen over te nemen (RAG NA 4240, akte 1892), zn. van Pieter Geurtsz van Krieken en Metje Daniels Hamaker, tr. Gorinchem (attestatie nederd. geref. trouwboek Tiel omstreeks april 1720) met
865 Jannigje (Jannetie) van Rooijen, ged. Gorinchem (nederd. geref.) 10.8.1696 (get. Jantie Vermeulen, Willem Vermeulen), dr. van Reinier van Rooijen en Fijke Vermeulen
866 Willem van Treuveren, ged. Gorinchem (nederd. geref.) 25.3.1685 (get. Clara Goes), zn. van Aalbert van Treuveren en Anneken Goes, otr. Gorinchem (nederd. geref.) 23.7.1729, tr. ald. (nederd. geref.) 7.8.1729 met
867 Zijke Boot, jongedochter van Gorinchem, dr. van Dirk Boot en Geertruid van den Berg
868 Cornelis van Rhee, wonende te Maurik, ged. Maurik (nederd. geref.) 27.2.1698, zn. van Dirk Berentsen van Rhee en Maria Sweeren van der Eem
870 Jacobus van der Elst, jongman van Asperen, diaken (nederd. geref.) ald. 1717/18, 1720/21, 1724/25, 1728/29 (R.H.C. van Maanen, Asperense kerkbestuurders 1588-1861 (1908), Ons Voorgeslacht 53 (1998)), ged. Dordrecht (nederd. geref.) 4.7.1690, zn. van Gillis van der Elst en Anna Havestad, is vader van Anna ged. Asperen (nederd. geref.) 28.11.1717 (get. Gilles van der Elst, Jannetje Blankebijl), is vader van Clasijna ged. Asperen (nederd. geref.) 30.7.1719 (get. Sara van den Berg), is vader van Jacobus ged. Asperen (nederd. geref.) 13.2.1721 (get. Hendrikje Fredriks), is vader van Clasina ged. Asperen (nederd. geref.) 15.10.1722 (get. Sara van den Berg), is vader van Elisabet ged. Asperen (nederd. geref.) 11.1.1725 (get. Gillis van der Elst), is vader van Elisabet ged. Asperen (nederd. geref.) 12.5.1726, is vader van Fredrik ged. Asperen (nederd. geref.) 30.12.1726 (get. Lijntje van den Berg), is vader van Johanna ged. Asperen (nederd. geref.) 6.3.1729 (get. Sara van den Berg), is vader van Johannis ged. Asperen (nederd. geref.) 20.11.1732 (get. Johannis van der Elst, Alida van Houten), otr. Asperen (nederd. geref.) 14.12.1715, tr. ald. (nederd. geref.) 9.1.1716 met
871 Neeltje van den Bergh (van den Berg), jongedochter van Asperen, ged. Asperen (nederd. geref.) 7.8.1695, dr. van Jan van den Bergh en Claeske Fredricks
872 Cornelis Domisse Kievit, jongman van Goedereede, zijn doop niet aangetroffen ald., zn. van Domus Jobsz Kievit en Pieternelletje Loenis, otr. Goedereede (nederd. geref., impost) 11.4.1710, tr. ald. (nederd. geref.) 4.5.1710 met
873 Maertje (Maartje) Krijns (Crijns) Vlietlant (Vlielant), jongedochter van Goedereede, dr. van Krijn Cornelisse Vlietlant en Jannetjen Arens Bogertman
874 Jan Jacobsz van der Beek, jongman van Bleiswijk, ged. Bleiswijk (nederd. geref.) 10.12.1693 (getuige Annetje Jans), zn. van Jacob Fredericksz van der Beeck en Neeltje Jans Vos, otr. Bleiswijk (nederd. geref.) 8.1.1723, otr. Rotterdam (nederd. geref.) 17.1.1723, tr. Bleiswijk (nederd. geref.) 3.2.1723 met
875 Dirkje Ariens van der Wilk, jongedochter van Bleiswijk, ged. Bleiswijk (nederd. geref.) 19.3.1702 (getuige Aeltie Pieters), dr. van Arien Dercksen van der Wilck en Maertje Dercksen, otr. 2e Bleiswijk (nederd. geref.) 14.3.1734, tr. ald. (nederd. geref., gerecht) 26.2.1734 met Cornelis Hordijk, weduwnaar van Lijsbeth Boender
876 Dirk Arenze Witte, jongman van Goedereede, zijn doop niet aangetroffen ald., zn. van Aren Cornelisse Witte en Dimmetje Dirks Berkel, otr. Goedereede (nederd. geref., impost) 7.8.1716, tr. ald. (nederd. geref.) 6.9.1716 met
877 Lintje (Lijntje, Lijnje) Arens van Wage (van Waage), jongedochter van Goedereede, ged. Ouddorp (doopsgezind) 13.4.1721, dr. van Aren Philipsz (Flijps) van Wage
878 Jan Cornelisz (Kornelisse) de Eersamen (den Eersamen), jongman van Goedereede, ged. Ouddorp (doopsgezind) 9.4.1719, zn. van Cornelis Jansz den Eersamen en Claartje Philips van Wage, otr. Goedereede (nederd. geref., impost) 4.3.1718, tr. ald. (nederd. geref.) 2.4.1718 met
879 Jannetje Arents van der Baan, jongedochter van Goedereede, dr. van Aren Jans van der Baan
888 Pieter Jansz Bakker, wonende in Sliedrecht, zn. van Jan Danielsz Bakker (doopboek Sliedrecht 24.8.1721), tr. met
889 Neeltje Cornelis Bisschop, dr. van Cornelis Willemsz Bisschop
892 Pieter Gerritsz Both, ged. Sliedrecht (nederd. geref.) 15.5.1707 (getuigen Pieter Gijsbertsz, Jan Leendertsz Nederlof, Meltien Gijsberts), zn. van Gerrit Gijsbertsz Both en Geertruij Leenderts Nederlof, tr. met
893 Lijntje Gijsberts van den Brande, ged. Sliedrecht (nederd. geref.) 30.1.1707, dr. van Gijsbert Woutersz en Hilligje Cornelis van Asperen
894 Rochus (Rokus) Banen Baan, ged. Sliedrecht (nederd. geref.) 29.1.1713 (getuigen Pieter Gijsen Both, Marichje Ariens de Jong), zn. van Baan Cornelisz Baan en Neeltje Gijsberts Both, tr. met
895 Ariaantje Abrams Huijsman
896 Dirk (Dirck) Jansz Jonker (Joncker), wonende te Wormerveer, koopt op 3.2.1695 van Cornelis Nanningsz Bus een werfje of erf liggende te Wormerveer aan de zaan, belend ten noorden (molen) de rooseboom en ten zuiden de weduwe van Wollebert Gijsbertz, op voorwaarde dat er in de komende 40 jaar geen (scheeps)helling wordt gemaakt (RA Westzaan inv.1591 fol.83v d.d. 3.2.1695; uit de verpondingsregisters valt op te maken dat Dirck op dit erf zijn huis heeft laten bouwen), zijn erfgenamen verkopen op 8.5.1738 aan Gerrit Dirksz Braaff 7/8 deel in het huis en erf staande en gelegen te Wormerveer op de noorddijk belend ten zuiden Claas Jansz Prins en ten noorden de molen de rooseboom, waarvan de koper als mede-erfgenaam het overige 1/8 deel toekomt, voor een bedrag van 450 gulden (RA Westzaan inv.1600 fol.418 d.d. 8.5.1738), tr. met
897 NN Baarts, dr. van Baart Pieter Jevits
904 Cornelis Pietersz, jongman van Neck, tr. Purmerend impost 22.10.1694 met
905 Neeltje Jans, jongedochter van Wormer
906 Evert van Dijk, wonende in Avenhorn, leeft 1733 (verponding ald.)
912 Pieter Kornelisz Nolis, ged. Stompetoren (nederd. geref.) 19.9.1655, in 1688 wonende in de woude in de banne Zuid-Schermer, nadien vermeld in de noordeindermeer, verkoopt op 25.3.1688 aan Rem Cornelisz, wonende in Grootschermer, een aantal percelen land (RAA RA 6332, fol.172), koopt in 1689 een stuk land in de menningeweer van Hendrik Cornelisz Hornseboer, huisman in de bedijkte schermeer, en Jan Cornelisz Braak wonende in Grootschermer, als voogden over de kinderen van Claas Claasz Schippers en Marij Jacobs, mitsgaders Jacob Jacobsz Schram (RAA RA 6332, fol.178), leent op 24.4.1703 een bedrag van 100 gulden van Kornelis Maartensz Landhoek, wonende in de bedijkte schermeer, waarvoor hij een kavel land in de noordeindemeer nr. 18 gelegen naast de middelweg (moet zijn de aarhemmerweg) in onderpand geeft (RAA RA 6344, fol.5), leent op 8.3.1719 een bedrag van 100 gulden van Pieter Kramer, secretaris en penningmeester van de noordeindemeer, waarvoor hij opnieuw kavel nr. 18 in de noordeindermeer in onderpand geeft (RAA RA 6344, fol.12), zn. van Kornelis Pietersz Nolis en Haasje Claas, overl. ca. 1720, tr. met
913 Neeltje Taams
920 Jan Roelofsz, belijdenis Beemster (nederd. geref.) 28.8.1686, wonende in 't wout ald. nabij Schermerhorn, begr. Beemster impost 12.11.1707, is vader van Vrederick Jansz alias van der Woude geb. ca. 1695, is vader van een zoon geb. ca. 1698 begr. Beemster impost 13.1.1702, is vader van een kind geb. 1699 begr. Beemster impost 15.10.1699, is vader van Claes Jansz ged. Beemster (nederd. geref.) 7.11.1700 begr. Beemster impost 8.12.1707, is vader van Cornelis Jansz alias van der Woude (kwartier 460), uit een eerder huwelijk van Jan Roelofsz een zoon Roelof Jansz, en een zoon Gerrit Jansz Gorter die tr. met Annetje Pieters Zijp (RAW ORA inv.4081 Weesboek Beemster nr.322 d.d. 6.12.1718), zn. van Roelof Janssen Hoveniers en Giele Lourissen, tr. (zie ook: RAW ORA inv.4081 Weesboek Beemster nr.189 d.d. 2.7.1709) met
921 Susanna Vrericx, belijdenis Beemster (nederd. geref.) 8.6.1695, begr. Beemster impost 16.11.1707
926 Hendrick Jansz Sumhagen (Zumhagen), vanuit Tecklenburg met attestatie naar Ursem op 19.2.1681, vanuit Ursem met attestatie naar Driehuizen op 30.12.1685, bakker ald., diaken al. 1695, lidmaat ald. 1707 en 1710, koopt op 8.12.1700 van Jan Cornelisz Duijtseboer een stuk land in de banne van Graft bij de westdijk genaamd de dijckven groot 12 aglen (RAA RA 6444), tr. 1e met Anne Jans, zuster van Philip Meut alias Boltje overl. te Loenen en gehuwd met Jan Sorg (RAA RA 6325, 4.12.1726), tr. 2e voor 15.6.1692 (lidmatenboek Driehuizen) met
927 Wendeltje Gerrits, komend van Schermerhorn, lidmaat Driehuizen 1707, 1710
928 Teunis Jansz Alblas, jongman van Langerak, otr. Goudriaan (nederd. geref.) 5.1.1704 met
929 Dirkje Thomas de Boo, ged. Goudriaan (nederd. geref.) 29.10.1677 (getuigen Theunis Woutersz en Neeltjen Wouters), dr. van Thomas Jansz de Boo en Theuntjen Wouters
930 Arij Kooij, ged. Nieuwerkerk aan den IJssel (nederd. geref.) 15.4.1708 (getuigen Goris Arens en Ariaentgen Goris), zn. van Jan Cornelisz Cooij en Aagje Goris den Ouden, tr. met
931 Grietje Jongebreur, ged. Nieuwerkerk aan den IJssel (nederd. geref.) 25.3.1714 (getuige Ariaanje Willems Jongebreur), dr. van Kornelis Arens Jongebreur en Ariaantje Jans Kerkhof
936 Claes Pietersz Gem, jongman van Hoorn wonende in de vijselstraet, ged. Hoorn (nederd. geref.) 19.11.1688 (getuige Grietje Pieters), zn. van Pieter Gerbrantsz en Dieuwertje Pieters, is vader van Pieter ged. Hoorn (nederd. geref.) 14.5.1713, is vader van Diewertje ged. Hoorn (nederd. geref.) 6.9.1714, is vader van Jacob ged. Hoorn (nederd. geref.) 17.7.1718 (get. Diewertje Pieters), is vader van Jannetje ged. Hoorn (nederd. geref.) 12.8.1721, otr. Hoorn (nederd. geref.) 16.7.1712, tr. ald. (nederd. geref.) 31.7.1712 met
937 Maretje (Marijtje, Maritje) Juriaans (Juriaens), jongedochter van Hoorn wonende in de vijselstraet
938 Jan Willemsz Keijser (Kaiser, Kaijser), jongman van Hoorn wonende op ’t zant, zn. van Willem Jansz Kaijser en Meijnuwtje Andries, is vader van Sijtje ged. Hoorn (nederd. geref.) 17.11.1716, is vader van Sijtje ged. Hoorn (nederd. geref.) 10.7.1718, is vader van Meijnuwtje ged. Hoorn (nederd. geref.) 26.10.1721 (get. Antje Willems), is vader van Grietje ged. Hoorn (nederd. geref.) 30.11.1723 (get. Antje Willems), is vader van Antje ged. Hoorn (nederd. geref.) 14.4.1726 (get. Antje Willems), is vader van Antje ged. Hoorn (nederd. geref.) 5.11.1730 (get. Antje Willems), otr. Hoorn (nederd. geref., hij geassisteerd door Meijnuwtje Andries, zij geassisteerd door Arij Willems) 27.4.1715, tr. ald. (nederd. geref.) 12.5.1715 met
939 Trijntje Abrams (Abrahams), jongedochter van Hoorn aan de peerdesteeg, belijdenis ald. (nederd. geref.) 7.12.1712
940 Jacob Claesz (Claasz, Klaasz) Geusebroek, jongman van Hoorn wonende op de zeedijk, otr. Hoorn (nederd. geref.) 22.5.1700, tr. ald. (nederd. geref.) 6.6.1700 met
941 Trijntje (Trijn) Jans, weduwe van Hoorn wonende op de zeedijk
942 Lammert Hermensz (Hermansz, Hendriksz) Vroom, jongman van Hoorn aan de oosterkerksteegh, ged. Hoorn (nederd. geref.) 29.4.1668, zn. van Hermen Arents en Luijdu Lammers, otr. Hoorn (nederd. geref.) 28.11.1693, tr. ald. (nederd. geref.) 13.12.1693 met
943 Bregje (Breghje, Brechje) Tames (Taenmans, Taanman), jongedochter van Hoorn wonende in de melcknapsteegh, ged. Hoorn (nederd. geref.) 20.9.1671, dr. van Tames Jacobsz en Baefje Pieters
946 Claes Jansz van Bergen, ged. Jisp (nederd. geref.) 21.3.1649 (getuige Anne Tijs), zn. van Jan Pietersz van Bergen, tr. Jisp (nederd. geref.) 5.8.1668 met
947 Neel Pieters
948 Cornelis Cornelisz Swan alias Wagenaar, op 24.2.1730 verdelen Frans Pietersz Schouw, gehuwd met Maretje Cornelis Wagenaar, wonende te Oostzaandam, en Cornelis Cornelisz Wagenaar, wonende te Neck, het nagelaten goed van Cornelis Wagenaar en Grietje Coupri, beiden overleden te Oostzaandam, waarbij Frans Pietersz ten beurt valt de helft van een huis en erf waarvan de andere helft toebehoort aan Jacob Poulusz tot Hoorn, staande en gelegen te Oostzaandam op het france pat aan de noordzijde in de lelij, belend ten oosten IJsak Splinter en ten westen Jacob Poulusz, en waarbij Cornelis Cornelisz Wagenaar ten beurt valt een bedrag van 250 gulden (ONA Zaandam inv.5923 fol.51 d.d. 24.2.1730), tr. (testament zie ONA Zaandam inv.5857 d.d. 13.10.1718) met
949 Grietje Jans Coupri (Komprie), begr. Oostzaandam (nederd. geref.) 21.2.1730, dr. van Jan Isaacsz Coupri en Marij Pieters, belijdenis Westzaandam (nederd. geref.) 8.12.1686 (dan wonende aan het silverpadt), met attestatie naar Oostzaandam (nederd. geref.) 20.3.1695
954 Frantz (Frans) Hendrichsen (Hendriks), eerst wonende in de Beemster en bij zijn huwelijk te Purmerend, vermeld in het ev. luth. lidmatenregister Purmerend anno 1709, otr. Purmerend (gerecht) 23.5.1705, tr. ald. 7.6.1705 met
955 Marika Dirks, jongedochter van Purmerend
956 Gerrit (Gerrid) Faesz, ged. Jisp (nederd. geref.) 25.5.1676 (getuige Aefke de Plackerts), zn. van Faes Gerrits en Jannetien Jans, tr. Jisp 14.10.1700 met
957 Jannetje Frericks (Vrericks), jongedochter van Wormer
958 Sijmon Andriesz, ged. Jisp (nederd. geref.) 24.1.1675 (getuige Aecht Andries), zn. van Andries Arentsz en Lijntien Lamberts, tr. Jisp 18.1.1699 met
959 Lijsje (Lijsjen) Gerrits (Gerts), ged. Jisp (nederd. geref.) 4.8.1680 (getuige Anna Jans), dr. van Gerrit (Gert) Pouwelsz Molenaer (de Molenaer), de moeder is vermoedelijk Aagte Kornelis
960 Cornelis Willemsz van 't Hoff alias Bolle, wonende in Assendelft, verkoopt op 10.1.1727 aan Pieter Gijsbertsz vant Hoff een stuk land genaamd de twee mad in arent jan cillen weer groot 959 roeden, belend ten noordoosten Aagt Jans vant Veer zuidwesten Jan Gerritsz IJff, alsmede de buijtendijk over gerrities ven groot 125 roeden, alsmede de uijtterdijk over ouw beerten weer groot 155 en een halve roeden, alsmede de uijtterdijk over ouwe jans weer in 4 delen groot 39 roeden, voor een totaalbedrag van 500 gulden (RA Assendelft inv.2018 d.d. 10.1.1727), impost begr. ald. 22.3.1737, zn. van Willem Pietersz van 't Hoff, impost tr. Assendelft 11.4.1698 met
961 Griet Jans
962 Dirk Jansz de Graaff alias Spieringh, wonende te Nauerna, koopt in 1714 een huis en erf aldaar van de erfgenamen van Gerrit Jansz Vis (GAZ RA 2017, fol.45v), begr. Assendelft impost 17.2.1715 (aangifte Cornelis Willemsz), zn. van Jan Gerritsz de Graeff, tr. Assendelft impost 22.5.1700 met
963 Dieuwer Willems
968 Klaas Baartsz Hos, jongman van de krabbelbuurt in Westzaan, ged. Westzaan (nederd. geref.) 17.6.1668 (get. Aafje Jans), zn. van Baart Ariaansz Hos en Marij Pieters, is vader van Maritje ged. Westzaan (nederd. geref.) 12.5.1697 (get. Maritje Baarts), is vader van Impje ged. Westzaan (nederd. geref.) 12.7.1699 (get. Neltje Pieters), is vader van Aaltje ged. Westzaan (nederd. geref.) 25.9.1701 (get. Maritje Baarts), is vader van Baart ged. Westzaan (nederd. geref.) 23.1.1704 (get. Jannitje Jans, moeder vermeld als Trijntje Jans), is vader van Pieter ged. Westzaan (nederd. geref.) 24.10.1706 (get. Neltje Pieters), is vader van Aarjan ged. Westzaan (nederd. geref.) 27.1.1709 (get. Maritje Baarts), is vader van Abraham ged. Westzaan (nederd. geref.) 13.3.1712 (get. Maritje Baarts), koopt op 25.2.1700 van de erfgenamen van Cornelis Gerretsz Tijm?, wonende te Westzaan, 5 akkertjes land liggende naast elkaar en belend ten noorden en ten zuiden Maijndert Pietersz Salm, alsmede nog een akkertje gelegen ald. belend ten noorden Trijn Gorters en ten zuiden Aaf Jans Groeneboom, tezamen groot 598 roe voor een bedrag van 115 gulden (RA Westzaan inv.1592 fol.116v d.d. 25.2.1700; onzeker ivm jongere, gelijknamige broer), koopt op 24.4.1704 van Heijndrik Pietersz Croon, voor zichzelf, alsmede Garmet Cornelisz Croon en Fredrik Cornelisz Boij als voogden over de onmondige kinderen van Pieter Cornelisz Croon, een huis en erf staande en gelegen te Westzaan op t weijver belend ten oosten Aaltje Cornelis Reijersen en ten westen de weduwe van Maarte Gerrets Tromp en dat voor de som van 500 gulden (RA Westzaan inv.1593 fol.16 d.d. 24.4.1704; onzeker, als voren), koopt op 12.2.1705 van Jan Cornelisz Groot drie naast elkaar liggende streepjes land op en over de watering en groot tezamen 449 roe en belend ten zuiden Claes Jacobsz Singer en ten noorden burgemeester Dirk Jansz Ouwerijk voor een bedrag van 39 gulden (RA Westzaan inv.1593 fol.65 d.d. 12.2.1705; onzeker, als voren), tr. Westzaan (nederd. geref.) 12.8.1696 met
969 Trijn Pieters, jongedochter van het zuideinde van Westzaan, ged. Westzaan (nederd. geref.) 3.2.1669 (get. Baafje Dircks), dr. van Pieter Dircksz en Immetje Claas
970 Gerrit Havicksz (Havixsz), wonende in Assendelft, begr. Assendelft impost 12.12.1709 (aangifte door Dirk Jacobsz), zn. van Havick Claesz (filiatie blijkt uit: GAZ, Liggers van verponding van Assendelft, inv.4, ’t Nes- en het Woudvierendeel, 1684, 1711), tr. Assendelft impost 24.2.1707 met
971 Duijfje Cornelis, begr. Assendelft impost 6.11.1707 (aangifte door Barent Pietersz)
972 Maarten Pietersz Oot, wonende in Assendelft, verkoopt op 16.5.1727 tezamen met Lourus Cornelisz Tijt voor hunzelf en voor de meerdere erfgenamen van Claes Claesz Oot aan Maarten Claasz Schoon een stuk land genaamd de waslik van bardesius groot 256 roeden, alsmede de waslijk groot 1316 roeden, belend ten noorden Heijn Bolle ten zuiden Cornelis van Sanen, voor een bedrag van 1120 gulden (RA Assendelft inv.2018 d.d. 16.5.1727), verkoopt in die hoedanigheid op 16.5.1727 aan de weduwe van Allert Cornelisz Tijt een stuk land genaamd de hem achter claas jacobz groot 868 roeden belend ten noordoosten Niesje Engels ten zuidwesten de kinderen van Willem Cornelisz de Lange, alsmede de groote corte camp heijnningen in bieren weer groot 274 roeden, alsmede de helft in drie akkers in neel baars weer groot 161 roeden, alsmede ’t ackertje in maarten jans weer groot 120 roeden, alsmede beijls camp in t dam weer groot 147 roeden, aslmede de twee ackers in t dam weer groot 98 roeden, alsmede t smalle akkertje in t dam weer groot 62 roeden, alsmede de omloop met het tuijntje in t dam weer groot 180 roeden, voor een bedrag van 50 gulden (RA Assendelft inv.2018 d.d. 16.5.1727), verkoopt in die hoedanigheid op 16.5.1727 aan Jan Gerritsz IJf een stuk land genaamd de kleijne bree hem groot 590 roeden belend ten zuidoosten Pieter Dolleman ten noordwesten de koper zelf, voor een bedrag van 55 gulden (RA Assendelft inv.2018 d.d. 16.5.1727), verkoopt in die hoedanigheid op 16.5.1727 aan Jakob Cornelisz Bout een stuk land genaamd de cleijne stickel groot 238 roeden belend ten noordoosten de koper zelf ten zuidwesten de kinderen van Klok, alsmede de croft op de horn sloot groot 86 roeden belend ten noordoosten de koper zelf ten zuidwesten de kinderen van Klok, alsmede de drie stalle in roelen weer groot 312 roeden belend ten noordoosten Aagt Willems ten zuidwesten Jan Lourusz, voor een bedrag van 28 gulden (RA Assendelft inv.2018 d.d. 16.5.1727), verkoopt in die hoedanigheid op 16.5.1727 aan Jan IJsacksz Peet stolp lant en de hemme groot 671 roeden belend ten noorden Claas Tijsen ten zuiden de koper zelf, voor een bedrag van 82 gulden (RA Assendelft inv.2018 d.d. 16.5.1727), begr. Assendelft impost 10.6.1727, zn. van Pieter Claasz Oot en Trijn Maartens Banck, tr. Assendelft gerecht 25.6.1711 met
973 Trijntje Pieters Bruijn, koopt op 13.2.1728 het huis van haar schoonmoeder Trijn Maartens Banck (GAZ RA 2018, fol.84) gelegen in het zuideinde van Assendelft, belend ten noordoosten het land van Claas Molenaar en ten zuidwesten het land van Aris Jaspersz, voor een bedrag van 300 gulden (RA Assendelft inv.2018 d.d. 13.2.1728), verkoopt op 7.5.1728 aan Pietertje Cornelis Ses een huis en erf in het zuideinde, belend ten noordoosten de weduwe van Jan Gerritsz Veenes en ten zuidwesten het land van Grootzant, voor een bedrag van 625 gulden (GAZ RA 2018 fol.89 d.d. 7.5.1728), koopt op 19.6.1729 van Willem Willemsz vant Hoff, Jakob Claasz Poel als armenvoogden, en Dirk Maartsz Schoon als wettelijke gestelde voogd van Jan en Aagje Jans een huis en erf staande in het zuideinde van Assendelft, belend ten noordoosten Cornelis Pietersz Tavenier en ten zuidwesten de erfgenamen van Pieterje Cornelis Ses, voor een bedrag van 110 gulden (RA Assendelft inv.2018 d.d. 19.6.1729), begr. Assendelft impost 24.4.1755, dr. van Pieter Dirksz Bruijn
976 Frederik (Fredrik, Vredrik, Vrerick) IJdesz (IJdessen, IJde, Ides) Blocker, ged. De Rijp (nederd. geref.) 22.12.1675, zn. van Ide Vreeriksz en Liisbet Jans (wonende in de Beemster), koopt op 26.4.1710 (dan wonende in de Beemster) in De Rijp voor een bedrag van 225 gulden van de weesvaders van het mennonieten weeshuis in De Rijp een huis en erf aan de regtestraat richting het oosteinde en belend ten oosten Griet Willems ten westen over een gemeen pad Michiel Willemsz ten noorden de straat en ten zuiden de sloot (ORA De Rijp inv.6378 d.d. 26.4.1710), koopt op 18.3.1719 van Maartje Jacobs 1/4 deel van de gang liggende tussen het huis van Michiel Willemsz en het huis van de koper (ORA De Rijp inv.6379 d.d. 18.3.1719), koopt op 6.5.1724 voor een bedrag van 225 gulden van de weesvaders van het mennonieten weeshuis en uit dien hoofde erfgenamen van Jan Hou een huis en erf aan de regtestraat beoosten de dam belend ten oosten over de gang Aris Willemsz Gorter ten westen Cornelis Poulisz Swart ten zuiden de sloot (ORA De Rijp inv.6380 d.d. 6.5.1724), koopt op 27.5.1730 van de erfgenamen van Maartje Wits een geabandonneerd huis en erf gelegen op de lievelandsbuurt op het westeinde belend ten westen de boomgaard van Cornelis Willemsz Bek (ORA De Rijp inv.6380 d.d. 27.5.1730), verkoopt op 3.5.1732 een huis en erf aan de noordzijde van de regtestraat benoorden de til (ORA De Rijp inv.6381 d.d. 3.5.1732), verkoopt op 10.2.1735 het in 1710/1719 verworven bezit aan de regtestraat (ORA De Rijp inv.6381 d.d. 10.2.1735), nadien wonende te ’s-Graveland, huurt op 15.10.1736 een boerenhuis, bouwhuis c.a. en 3 kampen weiland vallende onder de plaats Berensteijn, en 3 morgen hooiland aan de loodijk (gesitueerd tussen de Ankeveense plassen en Bussum) van Jan van Strijen wonende in Utrecht (UA U160a013, akte 47), is vader van Antje ged. Schermerhorn (nederd. geref.) 10.8.1704, is vader van Timon ged. Schermerhorn (nederd. geref.) 19.11.1705, is vader van Jan ged. Schermerhorn (nederd. geref.). 12.6.1707, is vader van IJde ged. Beemster (nederd. geref.) 25.11.1708, is vader van Willem ged. Beemster (nederd. geref.) 2.3.1710 (vader wonende in de kilmolen), is vader van Antje ged. Beemster (nederd. geref.) 19.10.1711 (in de kilmolen), is vader van Cornelis ged. Beemster (nederd. geref.) 21.1.1714 (in de kilmolen), is vader van Grietje ged. Beemster (nederd. geref.) 1.12.1715 (in de kilmolen), tr. De Rijp (nederd. geref.) 23.12.1731 (hij is dan weduwnaar en zij weduwe) met Baafje (Baefje, Bafjen) Jans, ged. Oostknollendam (nederd. geref.) 12.3.1690 (get. Sijtje Jans), dr. van Jan Willemsz de Jager en Antje, met attestatie van 's-Graveland naar Wormer nederd. geref. 25.12.1739, met attestatie van Wormer naar De Rijp (nederd. geref.) 25.9.1740, zij verkoopt op 31.12.1740 het voormelde huis aan de lievelandsbuurt (ORA De Rijp inv.6381 d.d. 31.12.1740), haar erfgenamen (haar broer Willem Jansz Jager en Pieter Pietersz Kok getrouwd met haar zuster Grietje Jans Jager) verkopen op 23.4.1746 het voormelde huis aan de regtestraat beoosten de dam (ORA De Rijp inv.6382 d.d. 23.4.1746), tr. Schermerhorn (nederd. geref.) 9.9.1703 (hij is dan weduwnaar te Schermerhorn, zij jongedochter uit De Rijp, hun huwelijk met attestatie van De Rijp nederd. geref.) met
977 Antje (Anna, Anne, Annetje) Timons (Tijmens), ged. Beemster (nederd. geref.) 18.8.1675 (ouders wonende aan de ringdijck bij 't spijkerboor), dr. van Tijmon Jansz Blocker en Grietje Samuels
978 Nicolaes (Claes, Klaes) Helderman alias meester Claes, ged. Breda (nederd. geref.) 16.8.1679 (getuigen Frans Heldermans en Cornelia van Vechelen), zn. van Reijnier Helderman en Digna van Vechelen, chirurgijn te Akersloot, schepen ald. 1713/14/16/17, woonde ald. in de kerkbuurt (verponding Akersloot 1732), koopt op 4.1.1704 een bevaren jachtschuit van jachtschipper Aeriaen Wullemsz Backer (RAA RA 118), verkoopt op 30.5.1704 als zoon en enige erfgenaam van Reijnier Helderman aan Laurens Cornelisz van Eijck een behuizing in Alphen bij Zwammerdam, strekkend van de hoge rijndijk tot aan de rijn (SARM, protocollen Alphen 1700-1707 inv.27 fol.143v), koopt op 23.9.1704 de helft in 75 roe zaailand gelegen bij vierhuijsen uit de boedel van Klaes Blaeuw (RAA RA 188), koopt op 21.2.1705 twee huizen met erf in de noorder kerkbuurt te Akersloot uit de boedel van Cornelis Reijersz en Trijn Klaes, en gelegen naast het dorpshuis (RAA RA 118), verkoopt op 1.2.1705 een huis en erf in de zuider kerkbuurt te Akersloot aan Jan Maertensz Kraavoet wonende te Hoorn (RAA RA 118), impost begr. Akersloot 24.1.1733
984 Tijs Gerritsz Stadegaart (Stadigaart), afkomstig van Egmond aan Zee, begr. Akersloot impost 28.3.1743, zn. van Gerrit Maertensz Stadigaart, koopt op 23.12.1723 een huis en erf in de kerkbuurt te Akersloot (RAA RA 119) dat hij in 1733 verhuurt (verponding Akersloot 1732), koopt op 20.8.1723 een stukje land groot 48 roe (RAA RA 119), verkoopt op 19.10.1723 een stuk land genaamd lieffoogh groot 324 roe aan de kinderen van Pieter van der Velde (RAA RA 119), koopt op 28.3.1725 een huis en erf op de waterzij (RAA RA 119) en dat hij op 4.5.1740 verkoopt aan schout Willem Schermer (RAA RA 120), koopt op 16.5.1727 een stuk weiland groot 1302 roe in de groote polder op de waterzij (RAA RA 119), tr. Akersloot (nederd. geref.) 1.11.1695 met
985 Ariaantje Jans Sluijs, ged. Akersloot (kath.) 17.1.1673, begr. Akersloot impost 20.4.1736, dr. van Jan Jacobsz Sluijs en Neeltje Cornelis
988 Jan Cornelisz Duijtscheboer (Duijtseboer), bekent op 6.4.1691, dan wonende in Driehuizen, een schuld van 500 gulden aan Jan Cornelisz Berckhout, waaraan hij verbindt een stuk land groot 6 morgen gelegen in de schermeer in de letter L, belend ten westen de heer Pauw, ten zuiden de blockermolens en ten noorden de driehuizerweg, alsmede zijn persoon (RA Schermeer inv.6358 fol.34v d.d. 6.4.1691), verkoopt op 31.3.1692 samen met zijn zwager Willem van der Sluis te Driehuizen een stuk land genaamd de hobbeweijt aan Jacob Reijersz Houtkoper (RAA RA 116, fol.122v), is oom matrinel en voogd over de kinderen van zaliger Pieter Jacobsz Kollis en Aafje Cornelis, indertijd echtelieden in de bedijkte Schermeer (RAA RA 6339, 5.2.1694 en 30.8.1695), verkoopt op 8.12.1700 aan Willem Cornelisz van der Sluijs, baastimmerman in de schermeer, een stuk land in de banne van Graft bij de Westdijk genaamd de knoffel groot 10 aglen en aan Heijndrick Jansz Sumhagen, bakker te Driehuizen, een stuk land in de banne van Graft bij de Westdijk genaamd de dijkkamp groot 12 aglen (RAA RA 6444), zn. van Cornelis Jansz Duijtscheboer en Aafien Cornelis, otr. Zuidschermer (nederd. geref.) 16.1.1689, doen samen belijdenis Driehuizen (nederd. geref.) 5.6.1689, met
989 Trijn Dirks, jongedochter van Westgraftdijk, op 23.3.1710 met haar man met attestatie vertrokken naar Grootschermer (lidmatenboek Driehuizen)
990 Arien (Aarjen) Jansz Vlanderen alias Smit, onderwijzer aan de Zuidervaart in de schermeer nabij de brug naar Driehuizen, veehouder ald., ged. Zuidschermer (nederd. geref.) 1.1.1675, attestatie 20.3.1695, vermeld in de lidmatenlijst van 1707/10/18 te Zuidschermer, impost begr. Akersloot 4.6.1748, koopt op 16.5.1711 samen met Jacob Pietersz Swaen van de erfgenamen van Neeltje Jans Blois een huismanswoning met 13 morgen 349 roeden weiland in de schermeer aan de zuidervaart in de letter K nr. 19, alsmede vier morgen 592 roeden goed veenland in de letter L nr. 18 met een stuk daaraan gelegen in de blockers blok A (RAA RA 6350), is voogd over het nagelaten kind van Jan Jansz Boon en Brecht Jans (RAA RA 6340, 12.3.1720), koopt op 21.12.1726 van Jacob Jansz Krijn gehuwd met Trijntie Gijsbertsz Dubbelt, weduwe van Pieter Jacobsz van Grol, de helft in een kavel land in de schermeer in de letter A nr. 14 (RAA RA 6351), is als oudoom matrinel voogd over de kinderen van Cornelis Jansz Borst en Aaltje Floris Vlaanderen (RAA RA 6340, 13.12.1735), koopt op 2.4.1740 van Pieter Claasz Suurbier die zn. en erfgenaam is van Claas Suurbier en Aefje Huijberts een huis met vijf morgen land gelegen aan de driehuizerweg ten zuiden belend door de koper (RAA RA 6352), zn. van Jan Dirksz Vlanderen en Anna Adriaans, tr. Zuidschermer (nederd. geref.) 19.10.1698 (testament zie RAA NA 4499, 7.7.1740) met
991 Neeltje Joosten, ged. Zuidschermer (nederd. geref.) 1.1.1679, attestatie 27.12.1699, vermeld in de lidmatenlijst van 1707/10/18 te Zuidschermer, impost begr. Akersloot 8.2.1748, dr. van Joost Cornelis Joosten
994 Dirk Jacobsz Slot, ged. Oosthuizen (nederd. geref.) 15.4.1685, wonende in de Beemster, molenaar in de kilmolen in de noord-beemster (begraafboek), zn. van Jacob Dirksz Slot en Neeltje Cornelis, tr. Beets (nederd. geref.) 16.11.1704 met
995 Crelisje Pieters, jongedochter uit de banne van de Beets, begr. Beemster (nederd. geref.) 19.4.1742
1000 Arent Aerjansz Kriek (Krieck, Krijk), doopsgezind, geb. ca. 1678 (RAA RA 6493, fol.29), overl. 1747 (lidmatenboek DG Graft), wonende in Noordeinde en vanaf ca. 1716 in Grootschermer, legt in 1713 beslag op de goederen van Eefje Theunis, weduwe van Klaas Pietersz Slooten, vanwege achterstallige betaling (RAA RA 6431, 30.3.1713 en 13.4.1713), koopt op 18.4.1724 een graf in de nederd. geref. kerk van Grootschermer (legger der graven ald. letter F nummer 14), verkoopt op 7.2.1732 een stuk land groot ongeveer 3 aggelen beoosten Noordeinde aan Gerrit Cornelisz (RAA RA 6447), koopt op 25.11.1739 van de erven Jan Cornelisz Peetes een stukje land gelegen binnendijk genaamd swarteman groot 5 aglen 402 metjes (RAA RA 138), verkoopt 25.3.1741 een stukje land binnendijk genaamd elsbos (RAA RA 138), verkoopt op 29.12.1746 aan Pieter Koppen wonende in Noordschermer een stukje land genaamd altes groot 3 aglen 1 1/2 metje en een stukje land genaamd het blokje groot twee vierling, een stukje land genaamd de boogaard groot 1 vierling 3 metjes, allen gelegen in de banne Noord-Schermer (RAA RA 6312), verkoopt op 25.1.1747 aan Cornelis Claasz Schipper, oudschepen en vroedschap van Noord-Schermer, een stukje land in de banne van Noord-Schermer groot zes aglen 2 vierling 1 metje en genaamd graaf leij (RAA RA 6312), zn. van Aerjan Jansz Kriek en Jantjen Aris, tr. 2e Graft impost (hij bijgestaan door zijn broer Aris Krijk en zij door haar neef Jan Aris) 1.11.1704 met Dieuwtje Pieters, weduwe van Graft, tr. 3e Graft impost (hij bijgestaan door zijn broer Aris Kriek en zij door haar broer Jan Pietersz) 19.10.1709 (testament zie RAA NA 6567, dd.19.8.1730) met Guurtje Dirks, jongedochter uit de banne Noord-Schermer, tr. 4e (huwelijkse voorwaarden zie RAA NA 1623, akte 376 15.11.1737) met Maartje Claas die nog leeft in 1763 (RAA RA 120), tr. 1e Graft impost (hij bijgestaan door zijn oom Jan Jansz Krieck en zij door haar oom Jacob Dircksz) 30.11.1697 met
1001 Aegtje Jans, jongedochter van Noordeinde, geb. ca. 1674 (RAA RA 6493, fol.82), overl. voor 10.1.1719 (RAA RA 6340), dr. van Jan Pietersz Kalf en Jantjen Jacobs
1008 Albert (Allert) Dirksz Kemp (van Kemp), wonende te Mijdrecht, bakker ald., leeft 4.3.1713 (huwelijksintekenboek Graft), is vader van Dirk ged. Mijdrecht (nederd. geref.) 11.10.1685, is vader van Trijntje ged. Mijdrecht (nederd. geref.) 4.3.1688 begr. Mijdrecht (nederd. geref.) 1.5.1688, tr. Mijdrecht (nederd. geref.) 20.10.1695 als weduwnaar met Marretje Cornelis Groen, weduwe van Mijdrecht begr. Mijdrecht (nederd. geref.) 30.8.1714, tr. Mijdrecht (nederd. geref.) 21.12.1684 met
1009 Blesijne Claes, begr. Mijdrecht (nederd. geref.) 22.8.1693, tr. Mijdrecht (nederd. geref.) maart 1673 met Hendrick Laurensz van Schellinchout (Schellingerhout), is vader van Claes ged. Mijdrecht (nederd. geref.) januari 1674, is vader van Laurens ged. Mijdrecht (nederd. geref.) 1.5.1675, is vader van Arien ged. Mijdrecht (nederd. geref.) 4.2.1677, is vader van Trijntje ged. Mijdrecht (nederd. geref.) 26.12.1680, is vader van Hendrik ged. Mijdrecht (nederd. geref.) 17.6.1683
1010 Klaas (Claes) Pietersz Visscher, jongman van Graft, zn. van Pieter Claesz Visser, tr. 1e Graft impost (hij bijgestaan door zijn broer Jelle Pietersz en zij door haar vader Sijbrant Dirksz) 11.12.1683, tr. (attestatie De Rijp op 26.12.1683) met Ariaantje (Ariantjen) Sibrants, ged. De Rijp (nederd. geref.) 31.8.1659, dr. van Sijbrand Dirksz Omroeper en Lijsbet Klaas, tr. 2e De Rijp (nederd. geref.) 3.12.1686 met
1011 Marij Taams, jongedochter van De Rijp, ged. ald. (nederd. geref.) 13.2.1661, dr. van Taams Heertjes en Neel Jans
1012 Jan Olbrantsz Bergen alias Koorn, wonende in Graft, betrekt het huis dat daarvoor aan zijn schoonvader toebehoorde, zn. van Olbrant Jansz Bergen, tr. Graft impost (hij bijgestaan door zijn vader Olbrant Jansz Bergen en zij door haar broer Jan Pietersz Vlottes) 18.9.1683 met
1013 Guurte Pieters, dr. van Pieter Jansz Vlottes
1014 Kars Cornelisz, jongman van Graft, koopt op 5.5.1693 van Jan Danser koopman te Graft een huis en erf tegenover de dijk op het schoutslantje (RAA RA 6443), verkoopt samen met Marten Adriaensz op 2.5.1695 als voogden over de kinderen van Jan Karsz en Guurtje Jacobs diens huis en erf op het venje aan Dirk Gerritsz Bol (RAA RA 6443), koopt op 9.1.1719 van de weduwe van Ariaan Kornelisz Kist een huis en erf op de dijk te Graft (RAA RA 6445) en dat op 6.1.1729 na zijn overlijden bij openbare veiling wordt verkocht aan Jacob Jansz de Vries (RAA RA 6447), tr. Graft impost (hij bijgestaan door zijn oom Jan Karsz en zij door haar zwager Willem Heijndricksz Helder) 9.12.1684 met
1015 Trijntjen Cornelis, jongedochter van De Rijp, haar zuster Guurte Cornelis was getrouwd met Willem Heijndricksz Helder (RAA RA 6443, fol.162 7.5.1695)
1020 Melle Cornelisz, koopt op 16.4.1704 van Klaas Jansz een huis en erf te Graft op het venje (RAA RA 6444), verkoopt op 11.4.1718 aan Kornelis Dekker een huis en erf op het venje (RAA RA 6445), verkoopt op 7.2.1731 samen met Jan Vink aan Arjan Broertjes een boomgaardje, groot ongeveer een halve aggele en liggend in Graft achter de hartogbuurt (RAA RA 6447), tr. 2e Graft impost (hij bijgestaan door zijn broer Floris Kornelisz en zij door haar broer Kornelis Arentsz) 16.2.1709 met Griete Arents, weduwe van Pieter Jansz Vink, dr. van Arent Cornelisz en Vrouwtjen Claes, tr. 3e Graft impost 21.7.1731 met Marij Dirks, tr. 1e Graft impost 20.10.1696 (hij bijgestaan door zijn broer Floris Cornelisz en zij door haar neef Cornelis Jansz Goudeleeuw) met
1021 Maartje Maertens, afkomstig van Graft, dr. van Maerten Cornelisz en Dieuwer Jans
1022 Cornelis Minnesz, ged. Oostgraftdijk (nederd. geref.) 22.7.1668, overl. voor 27.12.1719 (RAA RA 6446), zn. van Minne Jansz Heelo en Marij Cornelis, tr. Graft impost (hij bijgestaan door zijn vader Minne Jansz en zij door haar vriend Jacob Gerritsz) 9.1.1694, otr. Zuidschermer (nederd. geref.) 10.1.1694, tr. Graft (nederd. geref., vermelding trouwboek ZuidSchermer) 24.1.1694 met
1023 Impje (Immetjen, Impjen) Alberts, afkomstig van Driehuizen, ged. Zuidschermer (nederd. geref.) april 1665, impost begr. Graft 15.7.1726, dr. van Albert Dircksz Wever

Generatie XI

1056 Floris (Flooris) Jansz Houwertjes (Houwertis, Houwertjs, Houwert), wonende te Assendelft, wordt op 7.1.1661 tezamen met Engel Gerritsz Graeff gedaagd door Hermannus Pas geautoriseerde van jonkheer Ambrosius van Renoij baljuw en schout van Assendelft omdat zij de maand ervoor gevist zouden hebben (RA Assendelft inv.1980, d.d. 7.1.1661), koopt op 17.2.1679 van Gerrit Damius voor een bedrag van 550 gulden een huis en erf staande benoorden de kerkbuurt belend ten noordoosten Gerrit Jan Gerritsis en ten zuidwesten Dirck Sijmonsz, waarbij hij de helft contant en de andere helft met een custingbrief betaalt (RA Assendelft inv.2013 fol.56v-57 d.d. 17.2.1679), verkoopt op 20.4.1679 uit naam van Josijntie Moer en handelend namens de andere erfgenamen aan Jan Jansz Miereloo voor een bedrag van 240 gulden een huis en erf staande in de kerkbuurt belend ten noordoosten Pieter Jansz Ketel en ten zuidwesten Wijnhandt Pietersz (RA Assendelft inv.2013 fol.69 d.d. 20.4.1679), verkoopt op 25.4.1682 tezamen met Claes Willemsz Wil als voogd van de onmondige kinderen van Dirck Jansz Houwertjs aan Allert Jansz Houwertjs voor een bedrag van 36 gulden driekwart in drie akkers in hillegondt roeloffs weer groot 329 roeden belend ten noordoosten Heinrick Jansz Peet ten zuidwesten Garbrandt Lourisz Tijdt (RA Assendelft inv.2013 fol.154v d.d. 25.4.1682), koopt op 19.10.1691 tezamen met Willem Gerritsz wonende te Krommenie op de horn van Abraham Willemsz voor zichzelf en mede handelend namens de mede erfgenamen van Claes Gerritsz Clos en huis en erf staande achter de kerk op proijen belend ten zuidoosten de school en ten noordwesten Anna Komen (RA Assendelft inv.2014 fol.192 d.d. 19.10.1691) en dat hij op 17.2.1696 voor een bedrag van 54 gulden verkoopt aan Willem Dircksz (RA Assendelft inv.2015 fol.90v d.d. 17.2.1696), begr. Assendelft impost 2.11.1712, zn. van Jan Cornelisz Banning en Machtelt Floris, tr. met
1057 Catelijntje Jans, ged. Haarlem (nederd. geref.) 24.11.1641 (get. Jan Carels en Jannetie Hendricx), mogelijk begr. Assendelft impost 19.11.1696, dr. van Jan Heijndricx en Josijntje Jans van Mierlo
1060 Gerrit Pietersz Korver (Corver), wonende te Assendelft, wordt op 1.7.1686 in het huis van Willem Jans Keesen zonder duidelijke aanleiding door mede-buurvrijer Engel Jaspersz aan zijn linkerhand verwond en in zijn arm gestoken, waarvoor hij zich laat behandelen door twee geneesmeesters en waarvan hij de kosten, ter hoogte van 39 gulden 11 stuivers, op de dader verhaalt (RA Assendelft inv.1982, d.d. 3.9.1686), daagt op 8.5.1692 samen met zijn broers Hendrik Pietersz Korver, Claas Pietersz Korver en Cornelis Pietersz Korver, tezamen enige erfgenamen van Jannetje Jans Korver die dochter en enige erfgename is van wijlen Jan Pietersz Korver, de moeder van Jannetje Jans Korver die dan hertrouwd is met Claas Willemsz Gorter (RA Assendelft inv.1984 d.d. 8.5.1692), begr. Assendelft 27.4.1722 (aangifte door Barent Werentlijn), zn. van Pieter Jansz Korver en Anna Claes
1062 Engel Isacksz (IJsacksz, IJsacksen) Peet, zn. van Isaack Jansz Peet en Maritje Maerts, koopt op 2.3.1714 voor een bedrag van 160 gulden uit de boedel van Lieve Cornelisz Seelant een huis en erf gelegen bezuiden de (gereformeerde) kerk te Assendelft belend ten noordoosten Maerten Arentsz Poel en ten zuidwesten Jan Gerritsz All (RA Assendelft inv.2017 d.d. 2.3.1714), verkoopt op 20.11.1722 aan Engel Pietersz Smit voor een bedrag van 130 gulden een huis en erf gelegen bezuiden de (gereformeerde) kerk te Assendelft, belend ten noordoosten Maarten Jonckers en ten zuidwesten Heijn Bollen, en koopt van dezelfde Engel Pietersz Smit voor een bedrag van 60 gulden een huis en erf gelegen op de woutlaen ald. belend ten noordoosten Gerrit Dam en ten zuidwesten Pieter Gerritsz Huijgen (RA Assendelft inv.2017 d.d. 20.11.1722), verkoopt op 24.12.1723 het eerder gekochte huis op de woutlaen aan Jan Pietersen voor een bedrag van 120 gulden (ORA 2017 d.d. 24.12.1723), tr. Assendelft impost 7.2.1699 met
1063 Maritje Willems
1074 Albert Tijmonsz, vermeld te Oostzaan, verkoopt op 10.12.1697 aan Dirck Claesz wonende te Oostzaan een stukje land 150 roe achter de heul belend ten noorden Willem Gerretsz ten zuiden Eeff Claas voor 17 gulden (ORA Oostzaan inv.453 fol.16 d.d. 10.12.1697), tr. met
1075 Aeltie Gerrits, dr. van Gerrit Jelisz
1082 Jan Hendriksen Mouter (Mouten, de Mouter, de Mauter), jongman uit Bielefeld in het Brandenburgerland, lidmaat Purmerend (ev.luth.) anno 1709, overl. voor 28.2.1717 (doopboek ev.Luth. Purmerend), otr. Purmerend (gerecht) 7.11.1694, tr. ald. 21.11.1694 met
1083 Grietje Hermanns (Harmens) alias Grietje Mouters Elderbroek, afkomstig uit Ochtrup in het Munsterland, weduwe van Harmen Harmensz (huwelijk Purmerend gerecht 28.1.1691), lidmaat ev. luth. Gemeente Purmerend anno 1709, leeft 1734 (doopboek Purmerend ev.luth.)
1088 Mr Engel Cornelisz Bas, aangekomen te Oostknollendam april 1654 (lidmatenreg. Krommeniedijk nederd. geref.), schoolmeester ald., wordt op 7.5.1656 verkoren tot voorzanger en voorlezer van de nederduits gereformeerde gemeente, volgt daarmee Mr. Job Pietersz op, dit aanvankelijk zeer tegen de zin van dominee Bartholdus van Wesel en Casparus van Wallendael die op 2.8.1656 de nederd. geref. gemeente visiteren, met name vanwege de wijze waarop gebruikelijke procedures zijn genegeerd, maar zij verzoenen zich uiteindelijk in de kwestie (kerkreg. Krommeniedijk nederd. geref.), tr. 1e met Magteltje Pieters, tr. 2e Oostknollendam (nederd. geref.) 28.9.1664 met
1089 Guertjen (Guiertje, Geurtje, Guirtje, Guirt, Guijrt) Lavijns, afkomstig van Oostknollendam, zuster van Jan Lavijnsz die tr. Wormer (gerecht) 1665 met Anne Pieters Pels, zuster van Merretje (Merrie) Lavijns
1092 Jacob Pietersz Waegmeester, wonende te Markenbinnen, vermeld ald. 1683 (kohier zout- zeep- heren- en redemptiegeld)
1096 Mr Claes Cornelisz Warmenhuijzen alias Bant, chirurgijn, afkomstig van Alkmaar, overl. Koog aan de Zaan 29.2.1708, is vader van Dieuwertie ged. Winkel (nederd. geref.) 17.9.1684, is vader van Hillegont ged. Koog aan de Zaan (nederd. geref.) 25.3.1686, is vader van Cornelis ged. Koog aan de Zaan (nederd. geref.) 18.11.1692, is vader van Johannis ged. Koog aan de Zaan (nederd. geref.) 31.8.1698, wordt op 3.3.1693 aangesteld als voogd over de nagelaten kinderen van zaliger Anne Jans bij Jan Arents Westervelt wonende te Koog aan de Zaan (RA Westzaan inv.1909 d.d. 3.3.1693), otr. Winkel (nederd. geref.) 11.9.1683, tr. ald. (nederd. geref.) 26.9.1683 met
1097 Maria (Maritje) Jans Bant, ged. Benningbroek (nederd. geref.) 30.7.1656, overl. Koog aan de Zaan 16.10.1707, dr. van Johannis Bant
1098 Claes (Claas) Cornelisz Kammert, jongman van Oosthuizen, tr. Oosthuizen (nederd. geref.) 7.1.1674 met
1099 Hillegont Jans, jongedochter van Oosthuizen
1104 Dirck Albertsz Ruijter, weduwnaar van Purmerend, schipper op een trekschuit ald. (begraafboek Purmerend nederd. geref.), otr. Purmerend (nederd. geref.) 7.8.1672, tr. ald. (nederd. geref.) 21.8.1672 met
1105 Lijsbeth Jans, jongedochter van Purmerland, ten tijde van haar huwelijk wonende in Purmerend
1112 Jan Jansz Buijs, wonend in de Haal, ged. Oostzaan (nederd. geref.) 4.2.1652, zn. van Jan Pietersz Buijs en Griette Claes, tr. met
1113 Maartje Gerrits
1120 Pieter Auwelsz Prins, koopman in de Rijp (RAA RA 6332, fol.87), burgemeester ald., schepen ald. (1680/83/84/1704), kerkmeester ald. (1676/77), heemraad van de kadijken van de oostervenne (1679/80), koopt op 15.12.1680 samen met Meijnard Willemsz Pelt van Heijndrick Heijndricksz Lijnslager en diens broer Dirck Heijndricksz die dan in Lissabon woont een vrije lijnbaan, woonhuis, teerhuis en erven gelegen op het oosteinde van de hartogbuurt te Graft (RAA RA 6442) en die Pieter Auwelsz Prins op 2.1.1686 verkoopt aan Teunis Jacobsz en Jan Jacobsz Lijnslager in De Rijp, inclusief kachels, koperen ketel, balans, gewicht en alle lijnslagersgereedschap (RAA RA 6442), koopt op 11.3.1681 van dominee Johannes Reelant die weduwnaar is van Aagien Auwels een leeg erf met bleekveld aan de overzijde van de straat en een tuintje over de sloot op ’t west in de banne van De Rijp (RAA RA 6376) en dat hij zeven jaar later verkoopt aan Claas Maartensz Koen (RAA RA 6377, 11.2.1688), koopt op 11.5.1681 van Anna Pieter Jensis die weduwe is van Claas de Boer een huis en erf bewesten de dam, met aan de oostzijde een eigen vrije gang en een gang gemeen met anderen tussen zijn huis en dat van Welmet Jans (RAA RA 6376) en dat hij 5 jaar later verkoopt aan Claas Toornenburg (RAA RA 6377, 24.5.1686), verkoopt samen met Dirk Kramer en Floris (Auwelsz) Prins aan Jan Huijgen de jonge een strookje erf van 9 voet strekkende tot aan de haven in De Rijp (RAA RA 6376), verkoopt op 11.11.1687 aan Jacob Claasz Kuijper een stukje land groot 3 agle 30 roe benoorden en in de banne van De Rijp (RAA RA 6377), koopt op 11.2.1688 uit de boedel van Maarten Adriaansz van der Hout een huis en erf op ’t westend (RAA RA 6377) en dat hij vijf jaar later verkoopt aan Claas Claasz Meut (RAA RA 6377), verkoopt op 9.3.1689 aan Cornelis Willemsz Moon een stukje land groot 4 agele 23 roe benoorden en in de banne van De Rijp (RAA RA 6377), verkoopt op 1.5.1689 aan Floris Auwelsz Prins regerend schepen tot De Rijp een stuk land in de banne van Graft genaamd de dokamp groot 5 aglen 14 roeden (RAA RA 6442), bezit een aandeel in traankokerij genaamd de volger dat hij tezamen met de andere aandeelhouders op 22.7.1693 verkoopt (RAA RA 6377), verkoopt op 4.1.1696 aan Klaas Visscher een stukje land groot 5 agle 16 roe 12 voet benoorden en in de banne van De Rijp (RAA RA 6377), koopt op 26.1.1696 van Baltser Jansz Mienes, Engel(tje) Jans en Poulus Jansz een stuk land in de banne van Graft genaamd jan de weent groot 7 aglen 2 roeden 6 voeten (RAA RA 6443), koopt op 24.1.1697 van Dirk Cornelisz Baijes wonende in Noordeinde een stuk land in de banne van Graft genaamd jaepjes groot 2 1/2 aglen (RAA RA 6443), koopt op 25.2.1697 van Claes Claasz Bloothoofd en Cornelis Dirksz Roos een stuk land in de banne van Graft genaamd vuijsjen groot omtrent 2 aglen (RAA RA 6443), verkoopt op 10.12.1699 aan Sijmon Pietersz Beets een deel van een stuk land genaamd De Ven liggende nabij het zuideinde van Westgraftdijk, verkoopt op 13.1.1702 aan schepen Teunis Cornelisz Boer een stuk land bij Westgraftdijk genaamd broersven groot 13 aglen 18 roeden 13 voeten, koopt op 24.7.1703 van de erfgenamen van Jacob Claasz in De Rijp twee akkertjes land gelegen binnendijk aan de Gou groot tezamen 1 1/4 aglen, koopt op 19.2.1704 van de diakenen van de gereformeerde kerk te Graft een erfje bepland met vruchtbomen gelegen op de agteromsbuurt (RAA RA 6444), verkoopt op 14.4.1708 aan schepen IJsbrant Jansz een stuk land op de roesterlandsloot in de banne van Graft groot 4 aglen 7 roeden 8 voeten (RAA RA 6445), hun zoon Auwel Pietersz Prins verkoopt op 30.1.1722 namens zijn moeder aan Jan Boon een stuk land in de banne van Graft groot 13 aglen 10 roeden 11 voet (RAA RA 6446), overl. voor 30.1.1722, zn. van Auwel Pietersz Prins en Anna Floris Koen, tr. De Rijp impost 2.3.1680 met
1121 Maartje Meijnderts Pelt, dr. van Meijndert Willemsz Pelt en Trijntje Segers
1124
1134 Cornelis(Crelis) Louwen (Lourisz), ged. Westgraftdijk (nederd. geref.) 28.3.1666, wonende ald., koopt op 28.4.1706 van Neel Muus een huis en erf te Westgraftdijk gelegen naast zijn eigen huis en dat hij op 12.3.1707 verkoopt aan Dirck Gerritsz wonende in Markenbinnen (RAA RA 6444), zn. van Louris Jacobsz, otr. Zuidschermer (nederd. geref.) 9.10.1695, tr. Westgraftdijk (nederd. geref.) 23.10.1695 met
1135 Aafje (Aeffien) Baarts, jongedochter van Zuid-Schermeer, ged. ald. (nederd. geref.) 4.2.1674, samen met haar man lidmaat nederd. geref. te Westgraftdijk anno 1709, koopt op 1.5.1694 tezamen met Maerten en Trijntje Baarts van Gijsbert Maertensz Dubbelt de gerechte helft in 3/4 deel in een halve kavel land in de Schermeer waarvan de kopers de wederhelft toebehoort (RAA RA 165, fol.33v), koopt op 28.2.1695 tezamen met Maerten en Trijntje Baerts van de erfgenamen van Jan Willemsz Boet te Akersloot een stuk land in dorregeest genaamd abramsven en een stuk land ald. genaamd de ven van ’t huijs groot 516 1/2 roe, en een stuk land ald. genaamd de achterven groot 812 1/2 roe (NHA RA 208, fol.39), tr. 2e met Jan Cornelisz Bosch, die hertr. met Trijntje Willems van der Sluijs, dr. van Baart Maartensz en Griet Maartens
1138 Cornelis Claasz (Claesz) Kuijper, wonende in Wormer, ged. (nederd. geref.) 27.1.1673, belijdenis ald. 5.7.1699 (lidmatenreg.), zn. van Claas Claasz Kuijper en Trijn Cornelis, tr. met
1139 Diewert (Dieuwert, Dieuwer) Jans, ged. Wormer (nederd. geref.) 23.8.1671, belijdenis Wormer 5.7.1699 (lidmatenreg.), dr. van Jan Claasz en Guurt Jans
1140 Willem Cornelisz Startjes, overl. voor 31.1.1679, tr. Jisp 20.1.1658 met
1141 Ariaentien (Aerjantje) Nannings, jongedochter van Oostgraftdijk, verkoopt op 31.1.1679 aan Teunis Nanningsz koopman te Oostgraftdijk een vrij akkertje land genaamd bogaertje groot omtrent 55 roeden (RAA RA 6442), verkoopt op 28.3.1686 aan Garbrant Jansz Collis koopman tot De Rijp een stuk land groot 2 aglen 34 roeden 4 voeten gelegen bij Oostgraftdijk (RAA RA 6442), dr. van Nanning Tuenisz
1154 Gerrit (Gerrid) Arisz (Arisze), laat vanaf 1669 kinderen dopen te Oostknollendam, belijdenis Oostknollendam (nederd. geref.) 1.1.1680, broer van Bertel Aris die tr. Oostknollendam (nederd. geref.) 16.7.1673 met Sijtje Jans, broer van Anna Aris die tr. Oosknollendam (nederd. geref.) 21.4.1675 met Jan Gerritsz de Wit, broer van Diewer Aris die tr. Oostknollendam (nederd. geref.) 13.2.1678 met Cornelis Heindrikz, tr. met
1155 Celitje (Celitia, Celietje, Celetje, Celitie, Sil, Siltje) Crelis, belijdenis Oostknollendam (nederd. geref.) 1.10.1699, leeft 9.7.1713 (doopboek Knollendam nederd. geref.)
1160 Jan Lösink, wonende in Lochem, leeft 1700, weduwe van Griete Sibers, zn. van Jan Luesinck en Griete ten Gronde, procedeert in 1672 tegen Philips Bulx, tr. Lochem 3.2.1667 met
1161 Geesken Theunis, dr. van Theunis Haeijkinc in Amssen
1162 Jan te Breckvoort, wonende in Groot Duchteren, zn. van Henric Breckvort, tr. Lochem 5.12.1678 met
1163 Geesken Plackhaer, dr. van Dries Plackhaer in Verwolde
1164 Herman Brabander, weduwnaar van Aeltjen Hoijers, samen vermeld op 10.5.1660 en 28.2.1665, tr. Lochem 19.5.1667 met
1165 Lummeken Rerincs, dr. van Herman Rerinc, hertr. Lochem 1.5.1681 met Egbert Jalinck
1166 Herman Slaghman, zn. van Henric Slaghman in Eecsel, tr. Lochem (nederd. geref.) 20.1.1678 met
1167 Jenneken ten Boomcamp, dr. van Willem ten Boomcamp in Verwolde
1184 Krijn Jacobsz Heijnis, is op 12.3.1671 samen met Jacob Claasz Leenman, buurman te Noordschermer (Stompetoren?), als omen en voogden van het nagelaten zoontje van Heijndrick Jacobsz zaliger en Dirkje Aris wonende in Schermerhorn, betrokken bij de verkoop van een stukje land genaamd acht schippertjes groot 4 achle en anderhalf vierde aan Crijn Cornelisz Bas (RAA RA 6331), en verkoopt in die hoedanigheid aan Cornelis Pietersz Roosecrans (zijn achternaam is moeilijk leesbaar) wonende in het Noordeinde een kwart in een vrij stuk land genaamd het busje groot ongeveer 7 achle in de menningweer (RAA RA 6331, fol.24, 12.3.1671), verkoopt op 12.3.1671 aan Jan Lourensz een huis en erf (RAA RA 6331), koopt losrentebrief van Arent Allertsz uit de Rijp op 30.3.1680 (RAA RA 6332), zn. van Jacob Heijnis en Aeltien Klaas
1188 Jacob Jacobsz Schram, koopt op 30.12.1671 een boomgaardje van de kinderen van Pieter (Krijnsz) Braeck, belend ten westen de ringdijk van de Noord(eind)ermeer (RAA RA 6331, fol.53), verkoopt op 3.5.1672 samen met zijn zwager Cornelis Pietersz aan de kinderen van wijlen Willem Claesz een stuk land (RAA RA 6331, fol.65v), verkoopt op 26.10.1689 een huis en erf in de banne Zuid-Schermer, ten westen belend door de ringsloot van de noordeindermeer (RAA RA 6332), vermeld verponding onder Grootschermer 1684, overl. voor 1705, zn. van Jacob Schram
1208 Gerrit Eggesz, is vader van Guurtje ged. Wormer (nederd. geref.) 1.9.1669, is vader van Diewer ged. Wormer (nederd. geref.). 27.3.1672, is vader van Gerrit ged. Wormer (nederd. geref.) 18.2.1676 (de vader postuum), tr. met
1209 Trijn Pieters
1210 Tijs Heijndricksz alias Tijs Heijnties (Heijntjes) Jellesz, ged. Jisp (nederd. geref.) 12.3.1634, zn. van Heijndrick Jellesz, tr. 1e Jisp 17.2.1654 met Guertie Allerts, tr. 2e Jisp 17.1.1672 met
1211 Aecht (Aegien) Jacobs, ged. Jisp (nederd. geref.) 21.1.1643 (get. Trijn Maertens), dr. van Jacob Jelliszen en Aeltje Maertens
1212 Klaas (Claes) Gertsz van Straten, ged. Jisp (nederd. geref.) 30.8.1648 (getuige Judich Bastiaens), zn. van Gerret Alberts van Straten en Maijken Jans Smits, tr. als weduwnaar Jisp 9.11.1685 met Trentie Sijmis, tr. met
1213 Antje Pieters
1216 Hendrick Jansz Backer alias Reijnen, bakker te Krommenie aan de heiligeweg (GAZ RA 1396, 29.6.1640; RA 1398, 8.5.1654; RA 1399, 12.6.1657), bezit land te Krommenie (GAZ RA 1397, 11.3.1650 en 8.4.1650; RA 1486, 4.1.1661; RA 1400, 4.1.1661, 8.4.1661, 25.5.1663, 8.4.1664; RA 1401, 27.4.1668, 8.3.1676, 22.10.1677; RA 1403, 28.4.1679, 22.9.1679, 24.5.1680, 17.11.1682; RA 1404, 1.5.1697) en Uitgeest (NHA RA 205, 5.4.1678, 2.3.1679 en 3.4.1679), heeft aandeel in oliemolen de pelikaen (GAZ RA 1398, 29.9.1656), hennepkloppermolen, later papiermolen de mol (GAZ RA 1399, 7.1.1660 en 20.2.1660; RA 1400, 15.5.1665) en molen de vos (GAZ RA 1400, 6.3.1665; RA 1401, 16.3.1668) eigenaar van een huisje aan de vlus (GAZ RA 1400, 8.5.1664; RA 1401, 29.4.1668) en een huis en erf aan de heiligeweg (GAZ RA 1402, 11.5.1674), voogd over een van de kinderen van Pieter Aerentsz en Grietje Cornelis (GAZ RA 1486, 16.9.1648), schepen ald. in 1661, overl. ca. 1677, zn. van Jan Heijndricksz Backer en Griet Dircks Snijers, tr. 1e met Marij Cornelis, overl. kort voor 12.7.1656, tr. 2e Krommenie (nederd. geref.) 10.11.1658 met
1217 Trijn Jaspers, van Krommenie, begr. ald. impost 5.5.1697, dr. van Jasper Cornelisz en Wijberig Dircks
1220 Bouwen Gerritsz Slommer, vermeld te Koedijk, erfgenaam van zijn zuster Aechtje Gerrits (RA Koedijk nr. 184), voogd over de dochter van zijn broer Pieter Gerritsz Slommer (RAA RA 216), koopt in 1681 de helft in jacob hillebrants weijde ald. van Jan Jansz Appetijt (RAA RA 166), vermoedelijk een zn. van Gerrit Bouwensz
1222 Poulus Jansz Doets, begr. Beemster 3.1.1725, zn. van Jan Pietersz Beets en Marije Jans Doets, tr. met
1221 Marritje Cornelis, begr. Beemster 15.11.1706
1224 Jacob Adriaensz Kaper (Caper, van de Caep, van de Kaep), wonende in Krommeniedijk, overl. na 13.5.1720 (GAZ RA 1492, fol.83), wordt op 6.1.1711 tezamen met zijn zoon Simon Jacobsz van de Kaap aangesteld als voogd van de kinderen nagelaten door zaliger Marij Jacobs en Jan Arisz Waijman wonende te Wormerveer in de molen de besem (RA Westzaan inv.1910 d.d. 6.1.1711), tr. met
1225 Niesje Sijmons
1232 Cornelis Claesz Castricum (Kasterkom), jongman van de noord-beemster aan de middelwegh, zn. van Claes Jansz Castricum, otr. Beemster (nederd. geref.) 23.12.1657, tr. ald. (nederd. geref.) 6.1.1658 met
1233 Brecht Cornelis, jongedochter van de noord-beemster aan de middelwegh, ged. Beemster (nederd. geref.) 19.3.1634, dr. van Cornelis Maertensz Groenvelt
1234 Cornelis Cornelisz van der Meer alias Dubbeldt alias de Jonge, jongman van oostringdijk van de Beemster, nadien vermeld aan de rijperwegh, diaken ald. in 1677 en 1681 (lidmatenboek Beemster nederd. geref.), zn. van Cornelis Cornelisz Dubbelt, otr. Beemster (nederd. geref.) 26.1.1667, tr. ald. (nederd. geref.) 11.12.1667 met
1235 Trijntje Gerrits Roos, jongedochter uit de Beemster aan de purmerenderweg nabij Purmerend, begr. Beemster (nederd. geref.) 3.9.1707
1264 Wijtse (Witse) Walles, ged. IJlst (nederd. geref.) 17.1.1669, zn. van Walle Wijtses en Jeldouw Hiddes, tr. IJlst (nederd. geref.) 18.2.1694 met
1265 Rinck Tiamkes, afkomstig van IJlst, ged. IJlst (nederd. geref.) 28.3.1669 (getuige Trijntie Lamberts), dr. van Tiamcke Abes en Martsen Hijssels
1266 Ageus (Age, Aggeus) Wiarda, geb. Arum 1659, wordt 25.8.1691 als kandidaat-predikant geapprobeerd, wordt 8.9.1691 lid der klassis, legerpredikant in 1693, verroepen naar IJlst, geapprobeerd en gedimitteerd ald. 9.6.1696 (Ds. T.A. Romein, Naamlijst der predikanten in de hervormde gemeenten van Friesland, Fries genootschap voor geschied-, oudheid- en taalkunde, Leeuwarden, 1888), zn. van Wierd Ages en Icke Jacobs, otr. 2e Franeker (nederd. geref.) 2.8.1708, tr. IJlst (nederd. geref.) 19.8.1708 met Froukjen Sijmons de Wein, afkomstig van Franeker, tr. 1e met
1267 Gerls Pieters
1268 Aesse (Aase) Abrams, afkomstig van Terkaple, ged. Heeg (nederd. geref.) 8.11.1657, zn. van Abraham Lenards en Gooits Asses, tr. 1e Joure (nederd. geref.) 25.3.1680 met Joencke Reijners, afkomstig van Joure, tr. 2e Joure (nederd. geref.) 5.3.1686 met
1269 Hiltie Jacobs, afkomstig van Terkaple
1284 Godert Jans Born, dekenkramer te Leeuwarden, executeur van Schoterland, tr. 1e Leeuwarden 21.8.1652 met Aeltie Claes, afkomstig van Leeuwarden, tr. 3e Heerenveen 3.5.1674 met Lijsabet Hendrix, afkomstig van Heerenveen, tr. 2e met
1285 Aeghtie Clases
1386 Maarten Jansz Fecke (Feijke), jongman uit de Beemster, wonende aan de oosthuijserwegh ald., zn. van Jan Cornelisz, otr. Beemster (nederd. geref.) 19.3.1656 met
1387 Meijs (Maas, Muijs, Meesie, Mijs) Pieters, jongedochter van Oosthuizen
1392 Garbrant Sakels (Saklis, Sagels), wonende te Middenbeemster, ged. Beemster (nederd. geref.) 25.11.1640 tezamen met zijn jongste kind, in 1659 samen met Henderic Sijmons als slaaf gevangen gehouden te Algiers (lidmatenboek Beemster), mogelijk een broer van Trijn Saklis afkomstig uit Friesland die otr. Beemster (nederd. geref.) 19.12.1633 met Marten Heijndricksz, tr. met
1393 Anna Pieters, begr. Beemster (nederd. geref.) 13.12.1668, zij is dan weduwe
1394 Take Doekes, wonende te Middenbeemster, ged. Beemster (nederd. geref.) 16.2.1633 (dan reeds volwassen), begr. ald. (nederd. geref.) 24.12.1661, tr. met
1395 Stijntje (Stijntjen, Stijn) Cornelis, vanaf 1623 vermeld in de Beemster nabij Hobrede, later wonende in Middenbeemster (lidmatenregister Beemster nederd.geref.), belijdenis Beemster (nederd. geref.) 28.7.1624, begr. Beemster (nederd. geref.) 12.1.1675
1402 Markus (Mirck, Merckis, Merckes, Marcus, Markes) Lourisz (Lourensz, Louwen, Louw) Molenaer, jongman van ’t Bildt, ged. Sint-Annaparochie (nederd. geref.) 23.1.1620, molenaar bij de quadijcker brug in de Beemster, zn. van Lou Markus en Anna Wobkes, broer van Sijtje Lourens (doopboek Beemster nederd. geref. 9.2.1659) en van Aafjen Lourens (doopboek Beemster nederd. geref. 21.3.1660), begr. Beemster (nederd. geref.) 11.7.1685, otr. 1e Beemster (nederd. geref.) 17.12.1644, tr. ald. met Aef Jans, jongedochter van Etersheim wonende in de Beemster, otr. 3e Beemster 21.5.1667, tr. ald. (nederd. geref.) 5.6.1667 met Guurt (Guert) Dircks, weduwe wonende in Middenbeemster, begr. Beemster (nederd. geref.) 3.11.1686, otr. Beemster (nederd. geref.) 26.5.1652 met
1403 Griet Everts, weduwe van Etersheim wonende in de Beemster, begr. Beemster (nederd. geref.) 16.3.1666
1404 Jan Jansz Slinger, hij en zijn vrouw kerkten aanvankelijk in Etersheim-Schardam, komen in 1667 naar de Beemster (lidmatenreg. Beemster nederd. geref.), wonende aan de middelwegh ald., vertrekken in 1670 met attestatie naar de Purmer, tr. met
1405 Neel Jans
1496 Henry Voigny (Voynier, Voiny, Vanier, Vagnier), is vader van Henry ged. Saint-Nicolas-de-Port (rk) 21.7.1653 (get. Jacquot Voynier, Marguerit Miot), is vader van Marguerite ged. Saint-Nicolas-de-Port (rk) 2.9.1655 (get. Marc Thiery, Marguerite Rouger), is vader van Claude ged. Saint-Nicolas-de-Port (rk) 26.8.1656 (get. Martin Molard, Cladine Thiery), is vader van Henry ged. Saint-Nicolas-de-Port (rk) 25.1.1660 (get. Valentin Brigady, Catherine Cotson), is vader van Françoise ged. Saint-Nicolas-de-Port (rk) 19.1.1662 (get. Françoise Cirard), is vader van Jean ged. Saint-Nicolas-de-Port (rk) 26.3.1663 (get. Jean Sijmon, Elizabeth vrouw van Henry Pitou), is vader van Anthoine ged. Saint-Nicolas-de-Port (rk) 25.8.1665 (get. Anthonie Sijmon, Elizabeth Barbelin), is vader van Marguerite ged. Saint-Nicolas-de-Port (rk) 24.2.1669, tr. Saint-Nicolas-de-Port (rk) 30.7.1651 (get. Claude Martin, Françoise Dantrey) met
1497 Antoinette (Anthoinette, Estiennette) Simon
1536 Witte Lambrechtsz Langendoen, zn. van Lambrecht Claesz en Dingenum Witte, tr. Nieuw-Helvoet (nederd. geref.) 14.5.1662 met
1537 Leentje Leenderts Palincks
1544 Bastiaen Jacobsz van Heijssen (van Heijssert) alias Bastiaan Jacobsz Heijssen alias Pencionaris, wonende in Mijnsheerenland benoorden de blaakse dijk, koopt op 7.7.1659 van Thomas Jansz van Spijck twaalf lammeren (ORA Mijnsheerenland inv.68 d.d. 7.7.1659), koopt op 17.7.1659 van Jan Willem Spijk zes Friese lammeren (ORA Mijnsheerenland inv.68 d.d. 17.7.1659), wordt op 7.6.1661 genoemd als meerderjarige zoon van Hilletje Cornelis waarbij hij verklaart tot verzekering van zijn minderjarige broers en zusters Jacob Jacobs, Hilletje Jacobs, Stintje Jacobs, Jacomijntje Jacobs en Pleun Jacobs, de som van 200 gulden uit te reiken volgens een testament opgemaakt voor de notaris Christiaan Maaskant in date 14 februari 1661, en waarbij hij belooft zijn broer Pleun en zijn zusters Stintje en Jacomijntje te onderhouden en met hun 20e jaar 50 gulden uit te keren, dat hij verzekert op zijn huis, schuur, mitsgaders 2 avelingen, gelegen bij het huis aan de blaak in het oostmolenblok (Weesboek Mijnsheerenland nr.2 d.d. 7.6.1661), koopt op 11.5.1665 van Adriaan Simon int Velt bij openbare veiling een snijbank (ORA Mijnsheerenland inv.68 d.d. 11.5.1665), behoort tot de weerbare mannen te Mijnsheerenland in 1672 en 1673, overl. voor 13.5.1677, zn. van Jacob Jansz Heijssen alias Pentionaris en Heiltje (Hilletje) Cornelis Sneuckelaar, tr. met
1545 Liduwe (Lijduwe, Liedewij) Pieters van Roon, op 13.5.1677 bekent zij schuldig te zijn aan en ten behoeve van Huijbert Huijbertsz Meull, schoolmeester in Maasdam, een som van 300 gulden waarop zij hypothekeert haar huis, schuur, grond, erf en omtrent 1 morgen aveling daaraan gelegen, staande en gelegen aan de blaak (ORA Mijnsheerenland inv.11 fol.56v d.d. 13.5.1677), zij otr. Mijnsheerenland (nederd. geref.) 27.11.1677, tr. Dordrecht (nederd. geref.) 21.12.1677 met Bastiaen Willemsz Oosterman, jongman van Heinenoord, overl. voor 6.6.1682 wanneer de boedel van zaliger Bastiaen Willemsz Oosterman, weduwe van Liedewij Pieters van Roon, die eerder weduwe was van Bastiaan Jacobsz van Heijssen, bij openbare veiling wordt verkocht (ORA Mijnsheerenland inv.11 fol.121v d.d. 6.6.1682)
1546 Jan Janse Barendrecht, wonende op ’t gat te Maasdam, tr. met
1547 Neeltjen Bastiaans Bestebroer, dr. van Bastiaan Bestebroer en Inichje Huijgen
1548 Kornelis (Cornelis) Kornelisz (Cornelisz) Breeman (Breman), wonende in de polder zuidoord nabij Zuidland, ged. Zuidland (nederd. geref.) 7.8.1651 (getuige onleesbaar) maar mogelijk is dit onjuist en is hij ged. Zuidland (nederd. geref.) 23.9.1658 (de vader Cornelis Cornelisz, de moeder blijft hier onvermeld, getuige Lijsbeth Teunis), zn. van Cornelis Jansz Breeman en Lijntgen Enghebrechts, otr. Zuidland (nederd. geref.) 3.2.1703, tr. ald. (nederd. geref.) 21.2.1703 met
1549 Maartje Jans, jongedochter van Heenvliet
1550 Arij Jansz Herweijer (Herrewijer), op 18.12.1698 bekent Joost Carelsse, linnenlakenwever te Heenvliet, een bedrag van 280 gulden schuldig te zijn aan Arij Herrewijer wonende te Abbenbroek in verband met koop van vierenhalf gemet vlas die door Herrewijer aan Carelsse is geleverd (RA Heenvliet inv.2 d.d. 18.12.1698), tr. (testament zie SAVPR RA Abbenbroek nr.20 d.d. 6.2.1711: zij benoemen tot voogden Crijn Pieterse Hennip en Leendert Crijnen Dijckgraaff) met
1551 Magdaleentje (Maddeleentje) Lodewijx van der Vost (van der Vorst), ged. Geervliet (nederd. geref.) 31.3.1659, weduwe van Jan Jansz van Herwinne (SAVPR RA Abbenbroek nr.20 d.d. 25.8.1694: Maddeleentje Lodewijcks van der Vost weduwe van Jan Jansz van Herwinnen testeert en benoemt tot voogden Lodewijck Dircksz van der Vorst en Dirck Lodewijcksz van der Vost), impost begr. Abbenbroek 4.12.1740 (aangifte dochter Grietie), dr. van Lodewijck Dircksz de Vos en Jobje Jans
1552 Jan Leenderts Stellenaer (Tellenaer), jongman van Brielle in de kaeijstraat, nadien wonende in Heenvliet, overl. voor 1702, is vader van Lena ged. Heenvliet (nederd. geref.) 25.10.1682 (get. Leentje Arckenbout), is vader van Maria ged. Heenvliet (nederd. geref.) 20.8.1684 (get. Neeltje Harrels), is vader van Leendert ged. Heenvliet (neder. geref.) 27.10.1686 (get. Ariaentje), is vader van Ariaentje ged. Heenvliet (nederd. geref.) 30.10.1689 (get. Marijtje), is vader van Willem ged. Heenvliet (nederd. geref.) 19.8.1691 (get. Eva Cornelis), otr. Brielle (nederd. geref.) 26.10.1681, tr. ald. 12.11.1681 met
1553 Jaepje Willems Sijdervelt, jongedochter van Brielle in de nobelstraat, vermeld te Heenvliet in het jaar 1702 (Jaepje Willems Sijdervelt, weduwe van Jan Leendertsz Stellenaer), dr. van Wilm Janse Sijdervelt en Ariaantje Leenderts
1554 Jan Pietersz van der Meer (Vermeer), zn. van Pieter Gillisse van der Meer en Maartje Jakobs, is vader Maartje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 31.1.1694 (get. Teuntje Cornelis), is vader van Aagje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 20.6.1696 (get. Jillis Pieterse Vermeer, Ingetje Jans), tr. Zwartewaal (nederd. geref.) 30.11.1692 met
1555 Maartje Kornelis Arkenbout, dr. van Kornelis Jansz Arkenbout en Maartje Jans
1556 Pieter Pietersz Landmeter, ged. Geervliet (nederd. geref.) 31.12.1651, zn. van Pieter Pietersz Landmeter en Lijsbet Cornelis, wonende te Zwartewaal aan de noorddijk benoorden de pastorie (SAVPR toegang 50 inv.202 regest 105, 106, 127, 128, 142, 178), wiens huis, erf en schuurtje door Aren Hendriksz Smit, dan getrouwd met de weduwe van Cornelis Pietersz Landmeter, op 12.3.1746 wordt verkocht aan Pieter van Dalen (SAVPR toegang 50 inv.203 regest 276 d.d. 12.3.1746), tr. met
1557 Ariaantje Pieters, afkomstig van Zwartewaal, dr. van Pieter Wessels en Kruijniertje Kornelis, constitueert op 10.9.1690, tezamen met Arij Cornelisz Metselaer, zekere Arij Pietersz, neef van Arij en broer van Ariaantje, om te handelen namens de erfgenamen van Cornelis Jacobsz Keijser, overleden te Middelburg (RA Zwartewaal inv.15 d.d. 10.9.1690)
1558 Klaas (Claas) Huijge Admiraal, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 14.3.1660, zn. van Huijch Janse en Maartje Klaas, rijswerker, wordt genoemd op 2.9.1685, waarbij de gerechtsbode van Zwartewaal Crijn Jansz Nieuwelant verbiedt om aan Claes Huijge Admiraal zijn verdiende snijloon te betalen niet voordat deze heeft voldaan zijn deel van een bont vet beest die de bode aan hem en aan Arien den Bleijcker en Jacob de Kooningh heeft verkocht, waarbij Claes 19 gulden 6 stuivers heeft toegezegd (RA Zwartewaal inv.27 d.d. 2.9.1685), bekent op 23.4.1688 schuldig te zijn aan de heer burgemeester Willem Keijser, wonende binnen de stad Brielle, een bedrag van 50 gulden, waarvoor hij in hypotheek geeft vier van zijn melkkoeien, te weten een zwarte met een wit hoofd oud omtrent 2 jaren, een rode met een wit hoofd oud omtrent 3 jaren, een rode met een wit hoofd oud omtrent 8 jaren en een zwarte oud omtrent 2 jaren (RA Zwartewaal inv.18 d.d. 23.4.1688), verklaart op 2.9.1691 tezamen met Cornelis Cornelisz van de Lucht, schepen te Zwartewaal, dat zij omtrent de maand oktober verleden jaar nabij de zeedijk varende in de swartsluijs hebben zien aankomen Cornelis Jacobsz van Maessluijs die heimelijk hout van de dijk had genomen (RA Zwartewaal inv.12 d.d. 2.9.1691), tr. met
1559 Lijsbet (Lijsbeth) Leenderts, verkoopt op 21.7.1728 aan Claas Arens Pille een huis, schuur, keet en boomgaard op de maasdijk (SAVPR toegang 50 inv.202 regest 152 d.d. 21.7.1728)
1560 Jan Maertensz, zeevarende man, ged. Schiedam (nederd. geref.) 22.2.1651 (get. Dirck Teunissen, Aechge Thijssen, Pleuntge Pieters), zn. van Maerten Jansz en Aeltgen Thijssen, is vader van Aeltje ged. Schiedam (nederd. geref.) 11.10.1676 (get. Krijn Gerritsz, Aeltje Jans, Claesje Jacobs), is vader van Jan ged. Schiedam (nederd. geref.) 16.1.1678 (get. Cornelis Gerritsen, Andries Gerritsen, Divertie Gerrits, Aeltie Jans), broer van Thijs Maertensz gehuwd met Claesje Jacobs waaruit een dochter Aaltje Thijsse Cortenbout die tr. Schiedam 6.11.1700 met Gerrit Jansse Verschouw, koopt op 20.4.1682 van Leendert Rochusz een huis en erf met dubbele spinbaan daarachter gelegen in de zijlstraat belend ten oosten het huis van Arent Maertensz Muijs ten oosten de baan van Dirck Dircksz ten westen het huis van Joost Knapper en Thijs Leendertsz, strekkende voorts van de straat tot achter 's-heren bansloot (giftboek ORA Schiedam inv.350), otr. Schiedam (nederd. geref.) 14.12.1675 (hij bijgestaan door Maerten Jansz de Cloet zijn vader, zij door Dieuwertje Gerrits haar zuster) met
1561 Neeltgen Gerrits Mack, ged. Schiedam (nederd. geref.) 3.8.1640 (get. Jan Cornelisz, Neeltge Cornelis, Pieterge Ariens), koopt op 30.11.1688 van Leendert Rochusz oud-stierman een huis en erf op de verbrande erven te Schiedam, dr. van Gerrit Andriesz Mack en Pleuntgen Cornelis
1562 Pieter Leendertsz den Beeng (Beeng, den Bijnck, den Beijnk, den Beenck), stierman (stuurman), ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 11.2.1635, zn. van Leendert Jansz den Beeng en Katrijne Pieters, wordt op 11.2.1685 genoemd tezamen met Willem Reijniersz als omen en voogden van Maertijen, Jan, Joost, Aren, Gerrit, en Arijaenten, nagelaten weeskinderen van Arij Jans de Wit en Jannitje Joosten, beide overleden te Zwartewaal, inzake verdeling van hun nagelaten boedel (RA Zwartewaal inv.15 d.d. 11.2.1685), wordt op 8.11.1685 genoemd in een attestatie, waarbij Isbrant Willemsz en Jan Dirricksz, beide wonende te Zwartewaal, op verzoek van Pieter Leendertsz den Beijnck verklaren wat zij gehoord hebben in het schip van Jan Leenders den Beijnck dat de schout Hoijer op de synode gehouden binnen de stad Buren gezegd zou hebben wat de voornoemde schout tegen Domene Marcus van Es gezegd zou hebben over Pieters zoon, waarna op het schip een meningsverschil ontstond tussen Pieter en zijn broer Jan, en dat dit nadien tussen hen beiden is bijgelegd (RA Zwartewaal inv.12 d.d. 8.11.1685; zie ook inv.27 d.d. 16.10.1685), verklaart op 26.7.1694, als stierman van het schip genaamd de luijpart, tezamen met bootsgezellen Joost Arensz de Wit en Jan Jacobsz Visser, na te zijn afgevaren van Vlaardingen voor een haringreis, op de terugreis door het schip de swaen van de stad Duinkerken te zijn gerantsoeneerd (RA Zwartewaal inv.12 d.d. 26.7.1694), is vader van Joost ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 21.4.1660 (get. Leendert Janse Beeng, Pietertje Jakobse), tr. met
1563 Ariaantje (Arijaantje) Joosten, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 28.8.1639 (getuige de boekhouder met zijn vrouw Susannetje), dr. van Joost Bouwensz Stierman, haar erfgenamen verkopen op 28.12.1737 voor een bedrag van 650 gulden aan Dirk Jansz Preuit een huis en erf staande in Zwartewaal aan de oostzijde van de dubbeldestraet, belend ten zuiden de weduwe van Pieter Jansz van der Meer en ten noorden Pieter Jacobsz van der Meer (RA Zwartewaal inv.1 d.d. 28.12.1737)
1564 Jan Kruijne den Ouden (den Auden), ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 16.10.1644 (get. Bijatris Kornelisse, Ariaantje Klaas), zn. van Kruijn Stevense en Soetge Teunis, stierman (stuurman), verkoopt op 7.8.1697 tezamen met zijn zwager Cors Jansse, beide wonende te Zwartewaal, voor de som van 190 gulden aan de hoogedelgeboren heer Jacob Frederik baron van Schaage vrij heere van Heenvliet, hoogbaljuw en opperdijkgraaf van de stad Brielle van het land van Voorne, zekere huizinge staande binnen de stede van Heenvliet in de ? van het ? velt op de hoek van de meldijck, belend ten oosten en noorden de heerenstraete, ten westen de huizinge van de erfgenamen van Anthonij van den Hoet, ten zuiden de gang gelegen tussen de voorzeide huizinge en het huis van Rookus Pouwelisse (RA Heenvliet inv.2 d.d. 7.8.1697), verkoopt op 19.5.1699 tezamen met Cors Jansse aan Abraham Langestraat 228 roeden boomgaard, gelegen binnen de heerlijkheid van Heenvliet in de ekrckhouck, op de gemene landkaart getekend met no.3, belend ten oosten de dijck, ten westen de kerckweijt, ten noorden no.2 en ten zuiden no.4 (RA Heenvliet inv.2 d.d. 19.5.1699), verklaart op 11.11.1706 in de functie van stierman vanrende op een haringbuis, tezamen met Joris Jacobsz, Jan Arensz Steur en Willem Jansz van Berge, bootsgezellen op dat schip, varende van Brielle, welke bootsgezellen op verzoek van Jan Kruijne verklaren dat op 8.7.1706 hebben gehoord en gezien dat Cornelis Leversteijn, koopman op een haringjager varende van Maassluis is gekomen bij Jan Kruijne op de Noordzee, zeggende dat hij zoveel voor zijn haring zal geven als de hoogste markt is, met het verzoek dit bod voor 3 dagen vast te houden, waarna zekere Floris Maartensz, koopman op een haringjager van Rotterdam heeft geboden voor dezelfde haring de somme van 20 gulden voor iedere ton, en waarbij Pieter Janse van Putte, Cornelis Janse van Boekhove en Jacob Janse Soet, alle bootsgezellen van Jacob Janse Schelvis, stierman op een haringbuis aan dezelfde koopman Cornelis Leversteijn heeft overgegeven enige tonnen haring en daarvoor bedongen heeft een som van 19 gulden voor iedere ton (RA Zwartewaal inv.12 d.d. 8.7.1706), verklaart als zodanig op 9.10.1707 tezamen met Cornelis Jacobsz van der Meer, Huijg Cornelisse Gouwenaar en Joris Jacobsz van der Waal, zijn bootsgezellen, op verzoek van Maarten Jansz Arkenbout, boekhouder van de betreffende haringbuis, dat zij met de haringbuis wilden vissen met netten, op 16.7.1707 op zeil zijn gegaan en daarna ter hoogte van (Shetland) op 25.7.1707 in het zicht gekregen hebben zeker schip dat werd herkend als een vijandelijke kaper, die zij vervolgens hebben gepoogd te ontkomen maar wat uiteindelijk niet is gelukt, waarna duidelijk werd dat het om een snaauw ging genaamd de berguijn, gemonteerd met 10 stukken kanon, waar kapitein op was Johannes Roering, varende met commissie van de koning van Frankrijk, waarna de haringbuis in afwachting van borgtocht op rantsoen is overgegaan, waarna Jacob Maartensz Kroot met de kaper op 25.7.1707 binnen Duinkerken is opgebracht, op 12.8.1707 aldaar op vrije voeten is gesteld en op 15.8.1707 is teruggekeerd (RA Zwartewaal inv.12 d.d. 9.10.1707), verkoopt op 7.7.1718, mede voor Frank Cente Provit, voor een bedrag van 550 gulden aan Maarten Kornelisse Arkenbout een huis en erf staande en gelegen te Zwartewaal in de dubbeldestraat aan de westzijde, belend ten zuiden Auwelus Pieterse Hertog en ten noorden Jan Janse Kruijne elk met hun huis en erf daarnaast (RA Zwartewaal inv.1 d.d. 7.7.1718), leent op 30.12.1718 een bedrag van 350 gulden aan Pieter Pieterse Kruijseman (RA Zwartewaal inv.1 d.d. 30.12.1718; naast Jan Kruijne lenen ook Frank Cente Preuit en Witte Joppe Oudhoorn een bedrag aan Kruijseman), is vader van Lijsbet ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 24.12.1679 (get. Jannetje Jans), is vader van Teuntje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 5.5.1686 (get. Jan Harrense, Maartje Kruijne), is vader van Pietertje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 9.9.1691 (get. Lijsbet Jans), tr. met
1565 Pietertje Jans
1566 Kornelis Jansz Bueren, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 27.1.1650 (getuige Angenietje Jakobs), zn. van Jan Arensz Bueren en Jannetje Kornelis, is vader van Jannetje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 16.12.1674 (get. Pieter Kornelisse van Vliet, Kornelia Kornelis), tr. met
1567 Aagje Witte Oudhoorn (Outhoren), dr. van Witte Jobs en Maartje Laurens (doop niet aangetroffen te Zwartewaal maar filiatie blijkt evident uit het feit dat Aagje meermalen doopgetuige is bij kinderen van Job Wittese en Maartje Wilms), familienaam blijkt uit het testament van Aagje en haar tweede echtgenoot (SAVPR inv.1024 toegang 110 d.d. 24.6.1695, voogdijstelling over Jannetje het voorkind uit haar huwelijk met Kornelis Jans Buren), verklaart op 30.5.1712 tezamen met Evertie Leenders, vroedvrouw te Zwartewaal, Jannetien Arens Ketelaar en Aagje Joppe Outhoren, alle wonende te Zwartewaal, op verzoek van Jannetie Willems Staalman, tevens wonende te Zwartewaal, dat zij op 13.12.1711 in het huis van Jannetie Willems zijn geweest, die toen gezegd heeft zwanger te zijn van een kind van Tijs Cornelisse de Ruijter, wonende te Hartogsveld (Hardinxveld), tegenwoordig in dienst zijnde van de Oostindische Compagnie voor de kamer van Middelburg, en nadien bevallen is van een dochter, waarbij Jannetie terwijl zij in barensnood verkeerde onder ede heeft verklaard dat alleen hij de vader kan zijn (RA Zwartewaal inv.12 d.d. 30.5.1712), laat op 20.9.1719 vastleggen dat zij aan Jannetie Cornelis Buere, haar dochter bij haar eerste man Cornelis Jansz Buere, zal nalaten alle roerende en onroerende goederen die zij met de dood ontruimen en nalaten zal, actien en kredieten, juwelen, goud, zilver, gemunt en ongemunt, mits Jannetie gehouden zal zijn, en uit zal moeten keren tot een legaat aan haar eigen kind of kinderen alle obligatiën ten laste van 't gemeene land van Holland, ten kantore der stad Brielle, te weten een op naam van Andries Jeugt belijd op 15.12.1704 fol.330-1 en geaggregeerd op 6.2.1705 reg.949 fol.345, een van 660 gulden op diens naam belijd op 21.11.1707, geaggregeerd op 26.1.1708 reg.1251 fol.377, en een van 1500 gulden op diens naam, belijd op 28.11.1707 fol.381-3, geaggregeerd 15.3.1708 reg.1254 fol.378, doch zal Jannetie de vornoemde obligatiën niet eerder mogen uitkeren dan als haar tegenwoordig jongste kind genaamd Maartie Jans Kruijne mondig is (RA Zwartewaal testamenten inv.11 d.d. 20.9.1719), tr. Zwartewaal (nederd. geref.) 22.2.1688 met Andries Arents Jeught, weduwnaar van Neeltje Pieters Koole
1568 Laijer Dirksz Troost, tr. Nieuw-Beijerland (nederd. geref.) 12.2.1662 met
1569 Willemke Ariens
1572 Jan Philipsz Vermaet, ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 18.8.1634 (dopeling gepresenteerd door de vader en Burchien Jacobs de huisvrouw van Davit Thomasz), zn. van Philips Philipsz Vermaet en Geertien Jans, tr. met
1573 Claesjen Pieters Lantmeter, mede genoemd in de transport van een schepenschuldbrief van 400 carolus guldens op 13.6.1663 gepasseerd voor de schepenen van Geervliet (SAVPR transportregesten stad Brielle RA25 20.7.1665), dr. van Pieter Jansz Lantmeter
1576 Claes (Klaas) Jansz van Hamburg, wonende te Hekelingen op de spui (ORA Kethel en Spaland inv.172 fol.58, kanttekening d.d. 7.8.1698), tr. met
1577 Neeltgen Jans Buijck, dr. van Jan Abrahamsz Buijck (ORA Kethel en Spaland inv.172 fol.114, d.d. 7.8.1698) en Belijtge Claes, in 1718 wonende te Lochem (ONA Vlaardingen akte 21-589, d.d. 19.3.1718), in 1732/33 wonende in Spijkenisse (ONA Vlaardingen akte 31-381 d.d. 26.8.1732; ONA Vlaardingen akte 32-434 d.d. 1.7.1733), impost begr. Spijkenisse 3.2.1747 (aangifte door Commertje van Hamburg), zij hertr. met Claas Jansz van der Meer (Vermeer), impost begr. Spijkenisse 20.2.1755 (aangifte door Klaas Jansz van Hamburgh)
1578 Bastiaan Cornelisz Naijerboer (Najerboer, Aijerboer, Ajerboer, Eijarboer), ged. Geervliet (nederd. geref.) 25.11.1657 (getuige Leentje Keijsers), zn. van Cornelis Pietersz Naijerboer, koopt op 2.5.1679 een huis, schuur, berg en erf aan de westzijde van Spijkenisse van Pieter Jacobsz Rommeijn (SAVPR toegang 048 inv.222 regest 965 d.d. 2.5.1679), op 23.5.1680 betrokken in verkoop van teelland in nieuw hongerland door de erfgenamen van zijn schoonouders (regest 987), koopt op 12.1.1682 een huis aan op de hoek van de voorstraat in Spijkenisse, dat eerder toebehoorde aan zijn schoonouders (regest 1036) en dat hij op 12.7.1682 weer verkoopt (regest 1026), koopt op 17.9.1689 en op 4.1.1690 weiland te Simonshaven (toegang 047 inv.55), impost begr. Spijkenisse 5.9.1706 (aangifte door zijn zoon Cornelis Bastiaensz Naijerboer), otr. Spijkenisse 2.10.1678, tr. ald. (gerecht) 16.10.1678 met
1579 Kommertie Arijens Visscher, dr. van Arijen Dirkcxz Visscher en Annetge Leenderts
1580 Cornelis Fransz van Bodegom (van Bodeghom, van Bodegem), wonende in Spijkenisse, bekent in 1641 aan Mees Beijensz een schuld van 300 pond wegens koop van een huisje en erf aan de Brabantse zeedijk binnendijks (SAVPR toegang 48 inv.200 regest 496), koopt op 10.6.1660 van Gualtheuris van der Poort, oudschepen van Middelburg, 2 gemet 203 roe weiland in het oude hongerland voor 695 pond (SAVPR toegang 48 inv.221 regest 906), overl. voor 2.7.1685 (SAVPR toegang 48 inv.222 regest 1134), tr. met
1581 IJdetjen (IJdetgen, IJdeken) Bouwens
1582 Mr. Maerten Arijensz Bornklerck, schoolmeester in Spijkenisse (SAVPR, toegang 048 inv.223, regest 117, 3.2.1686), ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 20.1.1641 (gepresenteerd door de vader en Maertien Leenderts de huisvrouw van Dierik Roelen), zn. van Mr. Arijen Maertensz Bornklerck en Jannetgen Jans, tr. met
1583 Maertge (Mattie) Cornelis Vermaet, ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 28.1.1646 (getuige Leentien Leenderts huisvrouw van Pieter Commersz), impost begr. Spijkenisse 25.3.1704 (aangifte door haar schoonzoon Pieter van Bodeghom), dr. van Cornelis Philipsz Vermaet en Maertjen Pieters, hertr. Spijkenisse (nederd. geref.) 4.7.1683 met Willem Cornelisz Bodegum
1584 Jan Willemsz van der Hoeff, jongman van Klaaswaal, bij zijn eerste huwelijk reeds wonende in Zuidland, otr. 2e Zuidland (nederd. geref.) 17.4.1677 met Jaepie Cornelis, jongedochter van Hekelingen, otr. 1e Zuidland (nederd. geref.) 25.1.1665, tr. ald. met
1585 Trijntje (Trijntgen) Arens (Arents), jongedochter van velgersdijk (polder nabij Zuidland), ged. Zuidland (nederd. geref.) 4.9.1644 (getuige Ariaantje Jans), dr. van Arij Bastiaensz en Lijsbeth Willems
1586
1587
1588 Einout Cornelisse Tuinder, wonende in Zuidland, tr. met
1589 Jannetie Davidts
1590 Cornelis Louwerens, wonende in Zuidland, zn. van Lauwerens Kornelisz en Maartjen Ariens, tr. met
1591 Sijtge Bastiaans
1592
1593
1594
1595
1598 Barent Dirksz van der Velde, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 27.10.1630, leeft 1674 (lidmatenregister Zwartewaal nederd. geref.), zn. van Dirk Barents Waecker, koopt omstreeks het jaar 1659 van Cruijningh Stevensz een huis te Zwartewaal staande op het zuid (RA Zwartewaal inv.27 d.d. 18.4.1684), is vader van Jennetje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 3.2.1658, is vader van Maria ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 3.11.1675 (get. Arentje Wouters), tr. met
1599 Grietje (Margrietje) Cornelis alias Oude Kees, dr. van Cornelis Cornelisz Ouwe Kees, hertr. Zwartewaal (nederd. geref.) 4.5.1687 met Jan Jansz van Putte, weduwnaar van Nelletie Jans, afkomstig van Zwartewaal
1608 Cornelis Crijnsz van Adrichem, zn. van Crijn Pietersz van Adrichem en Grietgen Arents, otr. Vlaardingen (gerecht) 1685 met
1609 Neeltie (Neltie) Foppe de Willige (de Wilge), ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 29.3.1662 (get. Jakob Gertsse, Gertie Claes, Mertien lenders), dr. van Fop Jacobsz de Willige en Maartie Claas
1610 Jan Dircksz van Dorp, zn. van Dirck Vrancken van Dorp en Annetge Jans, tr. 1e met Lijsbet Bruijne (Bruijnen) Valckenburgh, overl. voor 13.8.1685 (weeskamerarchief Vlaardingerambacht inv.1 fol.41 d.d. 13.8.1685), otr. 2e Overschie (nederd. geref.) 11.1.1686 met
1611 Bettie (Betje, Bettgie) Arents, wonende in het ambacht Akkersdijk binnen de parochie van Overschie, zuster van Maartie Arents Coppert, Ariaantie Arents Coppert, Cornelis Arentsz Coppert
1614 Dirck Teunisz Olshoorn (Holshoorn), aanvankelijk wonende te Nieuwerkerk aan den IJssel, nadien in Hillegersberg, begr. Hillegersberg (nederd. geref.) 14.4.1729 (buiten de kerk), zn. van Anthonis Willems Olthoorn en Neeltje Fransen, tr. met
1615 Francijntje (Fransijntje) Gerrits (Gerts), mogelijk zuster van Augustijn Gerritsse Benninkhof en Jan Gerritsse Benninkhof, leeft 9.6.1715 (doopboek Hillegersberg nederd. geref.)
1616 Cornelis (Kornelis) Pietersz Bruggeling (Bruggelingh, Brugling), jongman van ’s-Gravenhage, is gelieerd aan Neeltje Pieters Bruggeling die op 26.12.1700 getuige (nederd. geref. ’s-Gravenhage, grote kerk) is bij de doop bij een van zijn zoons en dat impliceert dat hij een zoon is van Pieter Bruggeling die op 5.2.1685 met zijn vrouw Cornelia Pieters een dochter Joanna laat dopen in de oud-katholieke kerk van Loosduinen, op 14.5.1686 een dochter Adriana laat dopen in de oud-katholieke kerk te ’s-Gravenhage in de juffrouw idastraat, en tenslotte op 24.8.1691 een zoon Pieter laat dopen in de rooms-katholieke kerk te 's-Gravenhage te eikenduinen, de doop van Cornelis is waarschijnlijk verloren gegaan in de hiaten in de betreffende doopregisters rond die tijd, evenals die van Maria Pieters Bruggeling die, als jongedochter komend van Loosduinen, te Wassenaar trouwt voor het gerecht met Jan Everse Ruinaart op 30.10.1695, van Geertruit Pieters Bruggeling die te Loosduinen trouwt met Arij Pieters Cocq, en van Cornelia (Neeltje) Pieters Bruggeling die we meermalen tegenkomen als doopgetuige bij de doop van kinderen van Cornelis Pietersz Bruggeling en van Pieter Pietersz Bruggeling, otr. Scheveningen (nederd. geref.) 12.6.1707, tr. ald. (nederd. geref.) 26.6.1707 met Jannetje Claasse van der Vet, otr. ’s-Gravenhage (nederd. geref.) 9.10.1689 met
1617 Willemijntje (Willemijna) Pieters van Beekxvelt (Beeksvelt, Beekvelt, van Breeksvelt), jongedochter van Zutphen, tijdens haar trouwen wonende te ‘s-Gravenhage
1618 Abraham (Abram) Lowijssen (Louwisse, Louise, Lowijs) de Soet, jongman van Rotterdam in de franckestraet, ged. Rotterdam (nederd. geref.) 10.4.1663 (get. Jan Willemsz, Marijtie Jans), is vader van Louwijs ged. Rotterdam (nederd. geref.) 28.5.1684 (get. Annetie Jacobs), is vader van Anna ged. Rotterdam (nederd. geref.) 2.12.1685 (get. Anna Jans), is vader van Mettije ged. Rotterdam (nederd. geref.) 6.11.1687 (get. Maertije Jans), is vader van Maijken ged. Rotterdam (nederd. geref.) 24.5.1689 (get. Annetgen Jacobs, Grijeten Abrahams), zn. van Louwijs Abrahamsz en Metje Dirckx, otr. Rotterdam (nederd. geref.) 26.3.1684, tr. ald. (nederd. geref.) 11.4.1684 met
1619 Maeijcke (Maicke, Maijke) Jacobs (Jacops), jongedochter van Rotterdam aan de franckestraet
1620 Cornelis Jacobsz van Assendelft, jongman van Vlaardingen, zn. van Jacob Meese van Assendelft en Trijntge Willems (filiatie blijkt onder meer uit doop van Pouwels Jacobsz van Assendelft op 21.12.1667 en Anna Jacobs van Assendelft op 20.1.1669), otr. Vlaardingen (gerecht) 28.10.1667 met
1621 Annetge Pouwels Brouck (Broeck), jongedochter van Vlaardingen, dr. van Pouwels Jansz Brouck en Nelletje Jans Fouser
1624 Jacob Dirksz de Jong, overl. voor 26.10.1706 (ONA Vlaardingen akte 17-181 d.d. 26.10.1706), laat op 27.8.1673 een zoon Dirck dopen te Maasland (doopboek nederd. geref. ald.), broer van Maritje Dirks ’t Jong (ONA Vlaardingen akte 17-181) die als weduwe aan de zeedijk te Maassluis ald. tr. met Andries Andriessen van Scieringh (trouwboek nederd. geref. ald., d.d. 24.10.1688), zn. van Dirck Gerritsz ’t Jong en Maritgen Jacobs van Dijck, vader van Dirk Jacobsz de Jong wonende in Honselersdijk tr. Naaldijk 21.2.1706 met Trijntje Wouters van der Val, Jan Jacobsz de Jong wonende te ’s-Gravenzande tr. ald. 18.11.1708 met Lijsje Dirks Heubink alias van der Burg, van Maritje Jacobs de Jong wonende Vlaardingerambacht tr. Vlaardingen (gerecht) 26.1.1710 met weduwnaar Jacob Cornelisz Huijsman, van Kornelis de Jong tr. met Aagje Jans van der Hoeve vermeld te Vlaardingen vanaf 27.4.1723 (doopboek nederd. geref. ald.), van Arij Jacobsz de Jong tr. met Petronella van Dam vermeld te Vlaardingen vanaf 12.5.1726 (doopboek nederd. geref. ald.), en van Lambregt Jacobsz de Jong afkomstig van Honselersdijk die tr. met Maritje Grabels Hogendam (kwartier 814), tr. met
1625 Jannetje Cornelis van Leeuwen, leeft 12.6.1735 (doopboek Vlaardingen nederd. geref.), haar afwezigheid als doopgetuige bij kinderen Dirk Jacobsz de Jong, Jan Jacobsz de Jong alsmede Maritje Jacobs de Jong, terwijl zij tegelijkertijd regelmatig testeert bij doop van kinderen van Kornelis Jacobsz de Jong, Arij Jacobsz de Jong en Lambregt Jacobsz de Jong, suggereert dat Dirk, Jan en Maritje kinderen zijn uit een eerder huwelijk van haar man
1626 Grabel (Graebel) Pietersz Hogendam (Hoogendam), jongman van Vlaardingerambracht, zn. van Pieter Maertensz Hoogendam, otr. 1e Vlaardingen 4.11.1689 (gerecht) met Maria Joris van Santen, otr. 2e Vlaardingen (gerecht) 22.4.1696 met
1627 Neeltje Cornelis Valkenier (Valckenier), jongedochter van Vlaardingerambacht, ged. Maassluis (nederd. geref.) 20.3.1672, leeft 11.2.1733 (doopboek Vlaardingen nederd. geref.), dr. van Cornelis Cornelisz en Arejaentje Pieters, otr. 2e Vlaardingen (gerecht) 16.4.1718 met Johannes Vos, jongman van Vlaardingen
1628 Cornelis Jorisse Quant, zn. van Joris Leendertsz Quant en Liedewij Cornelis Poldervaert, otr. Kethel (gerecht) 8.4.1690, laatste gebod ald. 23.4.1690, tr. ald. 24.4.1690 met
1629 Jannetie (Jannetje) Heijndrickse (Heijndricks) Coppert, zij otr. Kethel (gerecht) 16.11.1703, laatste gebod ald. 2.12.1703, tr. ald. 2.12.1703 (hij bijgestaan door zijn oom en bloedvoogd Dirck Alewijnsz van der Vaert) met Alewijn Arijense van der Vaert
1630 Joannes Cornelissen (Nelissen) Houbraken (Habraken, Haubraecken, Haubraken), koster, ged. Veghel (kath.) 4.6.1674 (get. Petrus Henrici, Elisabetha Joannes Adriani, Margaretha Joannis de zus van de vader, onder voorwaarden gedoopt vanwege nooddoop door vroedvrouw Petronella Boorts uit Boekel), begr.Veghel (kath.) 23.11.1735, zn. van Cornelis Haubraecken en Jenneken Aeriaen Aert Geerlings, is vader van Joannes ged. Veghel (kath.) 4.4.1699 (get. Margaretha Theodori de zus van de vader, Anna Cornelii stiefmoeder van de vader van het kind, Michael Ginster, Rutgeris Joannis grootvader, het kind is een dag later overl.), is vader van Joanna ged. Veghel (kath.) 30.11.1704 (get. Joannes Rutgeri Cluijtmans, Theodora de weduwe van Henricus Petri van Nunen, Maria Cornelii), is vader van Cornelia ged. Veghel (kath.) 6.4.1707 (get. Adrianus Cornelii, Antonia Gerradi van der Ven, Joanna Rutgeri Cluijtmans), is vader van Anna ged. Veghel (kath.) 7.12.1709 (get. Henricus Cornelii, Maria de huisvrouw van Cornelis van Doren, Anna Henrici Rutgerii), is vader van Cornelius ged. Veghel (kath.) 8.11.1712 (get. Henricus van Osch, Anna Henrici Cornelii), verwerft op 5.11.1714 het ouderlijk huis alsmede ongeveer 3 lopensaet grond gelegen aan de doorenhoeck (RA Veghel inv.96 d.d. 5.11.1714), koopt op 3.2.1717 van de burgemeesters van Veghel een stukje land ter grootte van 24 of 25 roe gelegen onder zijn poterije in de doorenhoeck (RA Veghel inv.74 d.d. 3.2.1717), verkoopt op 7.6.1719 als man en momber van Marij Ruth Cluijtmans aan Hendrik Rutten Cluijtmans een perceel teelland op Zijtaart genaamd grietenvelt dat hem bij erfdeling van zijn schoonouders is aangekomen (RA Veghel inv.74 d.d. 7.6.1719), verkoopt op 19.7.1720 een heiveldje gelegen in de heij genaamd den cnokert (RA Veghel inv.74 d.d. 29.7.1720), verkoopt op 26.7.1721 tezamen met zijn broer Adriaen en zijn zuster Maria aan hun broer Henrick een stuk land dat hen bij versterf is toegekomen van hun overleden zuster Jenneken te weten de helft in een beemd in de valstraat in steeuwens schoor dat eerder toekwam aan hun ouders (RA Veghel inv.75 d.d. 26.7.1721), verkoopt op 17.2.1724 een eusel dat hem is toegekomen door versterf van zijn broer Ariaen Cornelisz Haubraecken en dat eerder in het bezit was van hun ouders (RA Veghel inv.75 d.d. 17.2.1724), tr. Veghel (kath.) 19.5.1698 (get. Catharina Adriani, Maria van Hoijdonck, Michael Ginster) met
1631 Maria Rutgers Cluijtmans, ged. Veghel (kath.) 19.2.1672 (get. ), dr. van Rutger Cluijtmans en Jenneken Peters vanden Elssen
1632 Leendert Jacobsz Rodenburgh (Roodenburg, Rodenburch, Roodenburch), jongman van Naaldwijk, wonende te Vlaardingerambacht, aangeslagen voor de 200e penning ald. (OA Schiedam inv.1453, 1644; inv.1454, 1646; inv.1455, 1652, dan reeds overleden), overl. voor 28.10.1653 (SAV ORA Vlaardingerambacht inv.25 fol.58 d.d. 28.10.1653), otr. Vlaardingen 8.11.1642 met
1633 Neeltgen Pieters, jongedochter van Vlaardingerambacht
1636 Cornelis Dircxz Segwaert, wonende in het dorp Kethel, zn. van Dirck Cornelisz Segwaert en Maertgen Hillebrants, tr. met
1637 Keuntje Pieters Slooff, na haar overlijden is ten behoeve van de vier nagelaten weeskinderen de inventaris opgemaakt door oom Dammis Pietersz Slooff en door behuwd oom Leendert Cornelisz Oosterlee, dat bestaat uit een huisje op de grond en erf van Dammis Pietersz Slooff in het dorp, een gouden wapenring, een obligatie van 500 pond onder de hand van Dammis Pietersz Slooff, een obligatie van 600 pond onder hand van Leendert Cornelisz Oosterlee, en een obligatie van 500 pond onder de hand van Gerrit Dircxz Jongste (ORA Kethel en Spaland inv.132, fol.245, d.d. 13.11.1669), op 11.6.1672 verkoopt Leendert Cornelisz Oostelee oom en voogd van de weeskinderen van Keuntje Pieters Slooff het betreffende huisje voor een bedrag van 200 gulden aan Cornelis Abrahamsz Corpershoeck (RA Kethel en Spaland inv.93 fol.7v d.d. 11.6.1672), dr. van Pieter Pietersz Slooff
1638 Michiel (Chiel, Ghiel) Dircxz Opmeer, jongman van de Kethel, wonende onder Spaland aan de vlaerdingh wech halverwege Kethel en Vlaardingen (doopboek Kethel d.d. 19.10.1664), broer van Jan Dircxz en Wijve Dircxs op de harch (doopboek Kethel nederd. geref. d.d. 25.1.1659), zn. van Dirck Jansz Opmeer en Maertgen Pieters, otr. Kethel (nederd. geref.) 16.3.1652, tr. ald. (nederd. geref.) 7.4.1652 (testament ONA Schiedam inv.773 blz.899 d.d. 9.5.1668: als voogden over hun kinderen worden aangesteld door de vader Henrick Coppert en Otto Ottensz van der Meij en door de moeder Gerrit Jongste en Cornelis Ariensz Noortdam) met
1639 Annetje Jacobs Coppert, jongedochter van de Kethel, dr. van Jacob Arijensz Coppert (GAS ORA Kethel en Spaland inv.132, fol.231, d.d. 29.1.1664) en Ariaentge Cornelis
1640 Pieter Woutersz van Santhen, hertr. Tricht (nederd. geref.) 1.2.1674 met Mariken Francken, tr. daarvoor met
1641 Mariken Volcken
1644 Jan Pietersz de Graaf (De Graef, Van der Graaf), jongman van de schans te Maassluis, is vader van Jannittje ged. Maassluis (nederd. geref.) 7.12.1679, is vader van Tijs ged. Maassluis (nederd. geref.) 4.1.1682, is vader van Sara ged. Maassluis (nederd. geref.) 8.9.1683, is vader van Jannittje ged. Maassluis (nederd. geref.) 13.5.1685 (de vader vermeld als Cornelis Pietersz), is vader van Jannittje ged. Maassluis (nederd. geref.) 14.3.1688, is vader van Neeltje ged. Maassluis (nederd. geref.) 21.5.1690, is vader van Maertje ged. Maassluis (nederd. geref.) 2.12.1691, is vader van Pieter ged. Maassluis (nederd. geref.) 25.8.1694, is vader van Machtelt ged. Maassluis (nederd. geref.) 5.2.1696, is vader van Pieter ged. Maassluis (nederd. geref.) 30.6.1697, is vader van Pieter ged. Maassluis (nederd. geref.) 19.11.1698, is vader van Machtelt ged. Maassluis (nederd. geref.) 25.8.1700, is vader van Cornelis ged. Maassluis (nederd. geref.) 1.1.1703, tr. Maassluis (nederd. geref.) 18.6.1679 met
1645 Ariaantje Tijssen van Proijen (van Pouroijen), jongedochter op de zuidvliet te Maassluis, ged. Maassluis (nederd. geref.) 3.12.1659, dr. van Thijs Aertsz van Proijen en Sara Leenderts
1646 Isbrant (IJsbrant) Philipsz Rodenburgh, wonende in de parochie van De Lier, betaalt parochieschreven voor het onderhoud van de parochiekade van De Lier naar de Lierhand in de periode 1657/59-1679 (HAW De Lier inv.25-28), bezit land in de kralingpolder waarbij hij zich voor de periode van vijf jaar verplicht voor het maken en onderhouden van de rodenburchs weg aan de gaag (GAD inv.1155, 23.8.1663), overl. ca. 1679, zn. van Philips Leenertsz Roodenburch en Maritgen Jans, otr. Delft (nederd. geref.) 30.10.1660, tr. ald. (nederd. geref.) 10.11.1660 (attestatie van De Lier 7.11.1660) met
1647 Neeltge Teunis van Dijck, wonende in het ambacht van De Lier, weduwe vanaf 1680 (HAW De Lier inv.25-28), begr. ald. 14.9.1703, dr. van Teunis Adamsz van Dijck
1648 Caspar (Kasper) Davids (Davidts), jongman van Culemborg, ged. Culemborg (nederd. geref.) 8.7.1641, zn. van David Mentsz (Melsen, Melser, Mensch), is vader van Cornelis ged. Culemborg (nederd. geref.) 11.8.1665, is vader van Anneken ged. Culemborg (nederd. geref.) 20.11.1668, is vader van Meus ged. Culemborg (nederd. geref.) 10.11.1670, is vader van Gerrichien en Geertruijdje ged. Culemborg (nederd. geref.) 11.2.1677, is vader van Wemmert ged. Culemborg (nederd. geref.) 3.10.1680, is vader van Wemmeringh ged. Culemborg (nederd. geref.) 17.1.1682, otr. Culemborg (nederd. geref.) 9.10.1664, tr. ald. (nederd. geref.) 23.10.1664 met
1649 Harmtien (Hermken) Berents, jongedochter van Culemborg, ged. Culemborg (nederd. geref.) 15.11.1640, dr. van Beernt Hermsen
1654 Eijmert Gijsbertse Bergakker, tr. Herwijnen (nederd. geref.) 2.3.1661 met
1655 Willemke Peters
1656 Aelbrecht (Aelbert) Cornelisz Vinck, afkomstig van Beusichem, bij zijn trouwen wonende in ’s-Gravenhage, ged. Beusichem (nederd. geref.) 20.3.1670, poorter van Vlaardingen 29.7.1690, zn. van Cornelis Jansz Vinck en Aeltje Ariens Verlee, otr. ’s-Gravenhage (nederd. geref.) 20.3.1690 met
1657 Margarita (Marguerieta, Grietje) Jacobs van den Ende, jongedochter van Delft, ged. Delft (nederd. geref.) 18.2.1659 (get. Gijsbrecht Moerkerk, Magdalena Jacobs), bij haar trouwen wonende in ’s-Gravenhage, dr. van Jacob Michielsz van den Ende en Maria Dircks Sam, overl. Vlaardingen 11.3.1734
1658 Daniël van Langstraet (Langstraten), jongman van IJsselstein, ged. IJsselstein (nederd. geref.) 3.4.1661 (get. Gerbrandus Schagen, predikant tot Lopik), zn. van Adriaen Hendericksz van de Langstraet en Agatha Schagen, vestigt zich na zijn trouwen in Vlaardingen, meester koekebakker ald. (1705, 1724), otr. IJsselstein (nederd. geref.) 16.11.1685 met
1659 Niesie Cornelis, jongedochter van Ammerstol
1660 Jacob (Jacobus) Varenburg (van Vanenburg, van Vanenburgh, Ravenburgh), jongman van Doesburg, wonende in Rhenen, later te Rotterdam in het oostende over het gasthuis, begr. Vlaardingen 19.6.1685, otr. Rhenen (nederd. geref.) 15.11.1668 met
1661 Geesken (Geesje) Taets, ged. Rhenen (nederd. geref.) 27.5.1638, begr. Rotterdam 25.5.1685, dr. van Pauwels Cornelisz Taets en Geertje Jans
1662 Cornelis Jacobsz Manneken, chirurgijn, raad te Vlaardingen, schepen ald., ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 2.8.1660, begr. ald. 12.1.1695, zn. van Jacob Gillisse Manneken en Heijltje Cornelis Fortuijn, otr. 1e Vlaardingen 19.4.1682, otr. Maassluis (nederd. geref.) 19.4.1682 met Baertgen (Bartje) Cornelis Rietvelts, jongedochter van de noortdijk te Maassluis, ged. ald. (nederd. geref.) 13.8.1664, op 3.5.1682 attestatie gegeven op Voorburg, dr. van Cornelis Philipsz Rietvelt en Maertgen Isaaks van der Meer, otr. 2e Vlaardingen (gerecht) 1.6.1687 met
1663 Jaeptge (Jaepie) Willems Dijckshoorn, jongedochter van Vlaardingerambacht, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 1.11.1665 (getuigen Maerten Cornelisz, Lessebet Cornelis), bij huwelijk wonende te Vlaardingerambacht, begr. Vlaardingen september 1717, dr. van Willem Pietersz Dijckshoorn en Trijntje Cornelis, otr. 2e Vlaardingen (gerecht) 3.2.1697 met Arent Cornelisz Versendael, jongman van Vlaardingen, meester zeilmaker, ged. Vlaardingen 8.4.1671, begr. ald. 14.6.1732, zn. van Cornelis Willemsz Versendael en Maertje Ariens
1664 Cors Arentsz van de Pijl (Pijl, van Pijl), jongman van Tienhoven (bij Ameide), laat van 1685 tot 1688 kinderen dopen te Meerkerk, vanaf 1694 vermeld te Polsbroek (lidmatenregister nederd. geref. ald.), vertrekt 21.12.1708 samen met zijn vrouw met attestatie naar Benschop (lidmatenregister nederd. geref. Polsbroek), otr. Meerkerk (nederd. geref.) 9.2.1684, tr. Ameide (nederd. geref.) 28.2.1684 met
1665 Bastiaentie Gerrits Hack, jongedochter van Meerkerk, dr. van Gerrit Jansz Hack (vermeld doopboek nederd. geref. ald., d.d. 5.9.1669)
1666 Crijn (Krijn) Goossens van Vollenhove alias van Beest, aangenomen tot de nederd. geref. kerk te Asperen 27.12.1697, leeft 13.9.1719 (lidmatenboek ald.), zn. van Gosen Lammertsen van Vollenhoo en Grietje Krienen van Deijl, tr. met
1667 Jenneke Kiep (Kibe), aangenomen tot de nederd. geref. kerk te Asperen op 4.4. 1702, leeft 24.5.1722 (doopboek nederd. geref. Asperen), weduwe van Teunis Joosten van Vianen en daarvoor van Hendrick Jans (doopboek nederd. geref. Asperen)
1670 Maerten Ariensz (Ariense) Versluijs, jongman van Oudewater, zn. van Arien Tijssen Versluijs en Geertje Jans Versluijs, is vader van Geertruijd ged. Oudewater (nederd. geref.) 4.11.1693, is vader van Swaantje ged. Oudewater (nederd. geref.) 16.10.1695, is vader van Arien ged. Oudewater (nederd. geref.) 6.12.1697, is vader van Jan ged. Oudewater (nederd. geref.) 4.4.1700, is vader van Gijsbert en Matthijs ged. Oudewater (nederd. geref.) 20.1.1702, is vader van Meijna ged. Oudewater (nederd. geref.) 13.4.1703, is vader van Gijsbert ged. Oudewater (nederd. geref.) 17.4.1705, is vader van Jacob ged. Oudewater (nederd. geref.) 16.5.1706, is vader van Petronella ged. Oudewater (nederd. geref.) 29.5.1708. is vader van Mathijs ged. Oudewater (nederd. geref.) 19.2.1710, otr. Oudewater (nederd. geref.) 1.6.1692, tr. ald. (nederd. geref.) 15.6.1692 met
1671 Aeltje Jacobs de Prins (de Pruis, Peijs), jongedochter van Oudewater
1672 Lucas van Embden alias Lucas Roeloff Henricx, wonende in Terheijden, schepen ald., vorster ald., ontvangt op 18.9.1670 van de erfgenamen van Lucas Aertsen van Bladel als voorzoon uit het eerdere huwelijk van Angeneta Pauwels Pauwelssen een bedrag van 50 gulden in gevolge en in voldoeninge van het vaderlijk goed hem bij huwelijkse voorwaarde toegevoegd (SAB Vestbrieven 1670-1674 d.d. 11.7.1670; ibid. d.d. 18.9.1670; ibid. d.d. 12.9.1684, dan meerderjarig; zie ook SAB notarieel archief B. de Beunje minuutakten 1707, d.d. 24.5.1707), is vader van Josijna en Roelof ged. Terheijden (nederd. geref.) 11.8.1688 (get. Jan van der Veen, Jenneken Joosten), is vader van Roelof ged. Terheijden (nederd. geref.) 13.6.1689 (get. Frans Potters, Angenetie Pouwels), is vader van Fransois ged. Terheijden (nederd. geref.) 4.3.1691 (get. Adriaen Eijmers, Fransina Fransois), is vader van Cornelis ged. Terheijden (nederd. geref.) 15.2.1693 (get. Cornelius Dons, N. Remacke), is vader van Adriaen ged. Terheijden (nederd. geref.) 17.3.1697 (get. Adriaentie Potters), zn. van Roelof Hendricksz en Agneta Pouwels, tr. met
1673 Maria (Marijken, Mariken) Potters, ged. Breda (grote kerk, nederd. geref.) 20.8.1666, dr. van Frans Potters en Jenneken Joosten van Drunen, hertr. met Jonas Verstaek
1674 Derk Janssen Kelderman (Kelder), jongman van Deventer, zoon van wijlen Jan Dercksen in de smee-straat, otr. Deventer (nederd. geref.) 9.9.1688, tr. ald. (nederd. geref.) 2.10.1688 met
1675 Anneken Henrix, jongedochter van Deventer in de langebisschopstraat
1680 Cornelis Cornelisz Valckenier alias Poortugael (Poortegael), geb. ca. 1639 (RA Maassluis inv.33 fol.92 d.d. 20.9.1654), wonende in de sandelijnstraat te Maassluis, visser ald., zn. van Cornelis Jorisz Valckenier en Leentge Cornelis, koopt op 8.5.1674 van Bartel Jansz Graefdijck, lijndraaier, weduwnaar van Maertje Gerrits, die weduwe en boedelhoudster was van Jan Cornelisz Visser, mitsgaders Huijbrecht Cornelisz voor de Bregge, visser, getrouwd met Leentje Jans, en Jan Arentsz Bubbeson, schipper te Maassluis, mede vervangende Huge Poortugael, schepen te Maassluis, als voogden van Ingetje Jans, kinderen en erfgenamen van Jan Cornelisz en Maertje Gerrits, bij openbare veiling zekere huizinge en erve, staande en gelegen aan de noordzijde van de noortvliet te Maassluis, belend ten westen de weduwe van Jan Thijsz met een gemeen slop, ten oosten Andries Fransz Gorter, strekkende van de heerestraet noord op tot de sloot toe, voor een bedrag van 350 gulden (RA Maassluis inv.? fol.80 d.d. 8.5.1674), op 7.5.1688 compareren Jannetje Teunis, meerderjarige ongetrouwde dochter, Jeroen van Dale, oud-schepen, als gestelde voogd van Cornelis Poortegael, Jan de Jong en Jan Brustens, mede regenten van het weeshuis, als onderhoudende in hetzelfde huis Jan Cornelisz en Neeltje Cornelis, kinderen van Cornelis Cornelisz Poortegael en Ariaentje Pieters, die verklaren verkocht te hebben voor een bedrag van 600 gulden aan Jan Jansz Rosendael, glazemaker, zekere huizinge en erve staande en gelegen aan de noordzijde van de noortvliet, belend ten westen Joost Pietersz Schuijns in plaats van Jan Thijsz met een gemeen slop, ten oosten Andries Fransz Gorter, en strekkende van de heerestraet noord op tot aan de sloot (RA Maassluis inv.68 fol.103 d.d. 7.5.1688), is vader van Leentgen ged. Maassluis (nederd. geref.) 5.3.1659, is vader van Isaak ged. Maassluis (nederd. geref.) 5.3.1662, is vader van Isaack ged. Maasluis (nederd. geref.) 18.6.1663, is vader van Isaack ged. Maassluis (nederd. geref.) 25.1.1665, is vader van Cornelis ged. Maassluis (nederd. geref.) 26.2.1668, is vader van Neeltje ged. Maassluis (nederd. geref.) 20.3.1672, is vader van Jan ged. Maassluis (nederd. geref.) 4.11.1674, is vader van Krijn ged. Maassluis (nederd. geref.) 21.1.1678, tr. 1e Maassluis (nederd. geref.) 2.7.1658 met Neeltje Isaaks, wonende in de sandelijnstraat, tr. 2e Maassluis (nederd. geref.) 1.1.1667 met
1681 Ariaentje (Arejaentje) Pieters, weduwe te Maassluis in de sandelijnstraat, overl. Maassluis (nederd. geref.) 18.2.1688, weduwe van Tonis Sijmonsz, visser, die in het jaar 1665 op zee gebleven is tezamen met stuurman Paulus Butter, en die naast zijn bescheiden bezittingen twee kinderen nalaat, te weten Simon ged. Maassluis (nederd. geref.) 24.11.1662, en Jannetgen ged. Maassluis (nederd. geref.) 15.2.1665 (RA Maassluis inv.5 fol.171 d.d. 7.12.1666; tot voogden worden benoemd Gerrit Willemsz Mockje, stierman, en Leendert Pietersz van der Poel; tot de schuldeisers behoren Maertje Jacobs voor geleverde waren, Meijnsje Pieters voor boter en kaas, Willem Ghijsbertsz voor leerwerk, Heijndrick Jansz Houckmaecker voor houcken en sneun? (visgerei), Cornelis Arentsz de Boije voor levering van een bed, Anne Pieters voor geleverde penningen, de erfgenamen van Lijsbet Jans voor huishuur, en Carel Wommerus voor huishuur)
1682 Lambrecht Philipsz (Phillipsz), afkomstig van Monster, ten tijd van zijn huwelijk wonende op de zuidvliet te Maassluis, zn. van Philips Cornelisz, is vader van Jacob ged. Maassluis (nederd. geref.) 17.2.1662, is vader van Jacob ged. Maassluis (nederd. geref.) 7.10.1663, is vader van Grietje ged. Maassluis (nederd. geref.) 7.4.1668, is vader van Cornelis ged. Maassluis (nederd. geref.) 27.3.1671, tr. Maassluis (nederd. geref.) 3.3.1658 met
1683 Maertjen Willems, jongedochter van Maassluis, ten tijde van haar huwelijk wonende in de koestraat ald.
1684 Abraham (Abram) Pietersz Vroom, ged. Maassluis (nederd. geref.) 18.1.1643, impost begr. Maassluis 12.8.1706 (pro deo), bij zijn huwelijk wonende op de noorddijk, visser, is op 3.6.1684 tezamen met Dirck Paling getuige van het opstellen van het testament van de echtelieden Leendert Claesz en Cornelia Overgaach (ONA Maassluis inv.25 no.95 d.d. 3.6.1684), is op 10.12.1690 tezamen met Jan Nooten, klerk te Maassluis, getuige bij het opstellen van het testament van de echtelieden Jan Cornelisz Kagenaer, stierman, en Maertie Dircx (ONA Maassluis inv.28 no.115 d.d. 10.12.1690), koopt op 21.3.1693 voor een bedrag van 220 gulden van Barber Pieters van der Jacht, weduwe van Job Jorisz van der Wael, en Job Eliasz de Krijger gehuwd met Sara Pieters van der Jacht, kinderen en erfgenamen van Maertie Goverts van Wijn weduwe van Pieter Jacobsz van der Jacht, zekere huizinge en actie aan het erf staande en gelegen aan de westzijde van de hoochstraet op het zuideinde, belend ten noorden Gerrit Aldertsz Overschie in plaats van Arij Cornelisz Dordrecht en ten zuiden de kinderen van Aechge Wouters weduwe van Heindrick Jansz Vermeule, strekkende voor van de heerestraet west op tot aan de zuidspui (RA Maassluis inv.69 fol.58v d.d. 21.4.1693), bekent op 30.4.1697 een bedrag van 25 gulden schuldig te zijn aan Cornelis Jaspersz van der Harch, bouwman wonende onder het ambacht van Maasland, waaraan hij verbindt zijn persoon en al zijn goederen (ONA Maassluis inv.31 no.156 d.d. 30.4.1697), zijn kinderen Pieter en Jan verkopen op 4.5.1716 aan Jacob Leendertsz van Roon zekere huizinge en actie aan het erf staande en gelegen aan de westzijde van de hoogstraat op het zuideinde van dezelfde straat, belend ten noorden Claas Simonsz Swartvelt en ten zuiden de weduwe van Jan Arensz van IJn, strekkende voor van de heerestraat west op tot aan de geer of zuidspui(RA Maassluis inv.74 no.197 fol.95 d.d. 4.5.1716), is vader van Maertje ged. Maassluis (nederd. geref.) 15.3.1671, is vader van Willempje ged. Maassluis (nederd. geref.) 4.1.1673, is vader van Pieter ged. Maassluis (nederd. geref.) 24.4.1674, is vader van Jan ged. Maassluis (nederd. geref.) 3.6.1676, is vader van Jan ged. Maassluis (nederd. geref.) 19.3.1679, zn. van Pieter Abramsz Vroom en Maertgen Jans Braeff Karel, tr. Blankenburg (nederd. geref.) 22.9.1669 (aangetekend in trouwboek Maassluis) met
1685 Lijsbet Jans Hoogstadt (Hoogstart), jongedochter van de zuiddijk te Maassluis, impost begr. Maassluis 29.11.1715 (pro deo), dr. van Jan Maertensz Hoochstadt, hertr. met Cornelis Arijensz van der Kolff, weduwnaar van Jannetje Jaspers (huwelijkse voorwaarden zie ONA Maassluis inv.39 no.45 d.d. 15.12.1708; van de kant van de bruid wordt ingebracht een huis en erf staande op de zuiddijk te Maassluis, belast met een hypotheek van 300 gulden ten behoeve van Heijndrik Pietersz, een bed met toebehoren en kleren van wol en van linnen, haar toebehorende, en voorts een bruin kastje en verder nog een geringe huisraad niet waardig om te specificeren, en waarbij wordt afgezien van gemeenschap van goederen)
1688 Jan Dirxz Legerste, begr. Goudswaard (nederd. geref.) 5.3.1668, tr. met
1689 Maertje Cornelis
1692 Arijen Arijensz Buitendijck, wonende in of nabij Numansdorp, tr. 1e voor 1653 met Marrigie Pieters, otr. 2e Rijsoord (nederd. geref.) 5.5.1665, tr. ald. (nederd. geref.) 7.6.1665 met
1693 Pleuntje Cornelis Mijs, jongedochter van Rijsoord, ged. ald. (nederd. geref.) 30.3.1638 (getuige Marichjen Lenaerts), dr. van Cornelis Lenertsz Mijs en Ariaentjen Cornelis
1696 Jan Ariensz Verschoor alias Dorre, wonende in Pernis, zn. van Arij Jansz Verschoor en Claesje Ariens, koopt op 30.4.1703 van de diakonie armen van Pernis een huisje en erve staande en gelegen aan de pernissedijk ald. voor een bedrag van 200 gulden (GA Rotterdam - Gem. Pernis inv.113, Protocol van transporten en schuldbrieven van Pernis, fol.120 d.d.30.4.1703), tr. (lidmatenboek Pernis nederd. geref. anno 1694) met
1697 Claesje Pieters Prins, ged. Poortugaal (nederd. geref.) 10.12.1662, dr. van Pieter Claesz Prins en Corstiaentje Ariens
1698 Jan Bastiaense (Bastjaense) 't Hart ('t Hard, 't Hardt), ged. Rozenburg (nederd. geref.) 4.12.1661, zn. van Bastiaan Vernel en Neeltge Jans, in 1685 tezamen met zijn vrouw met attestatie van het eiland Blankenburg toegetreden tot de nederd. geref. kerk te Pernis (lidmatenboek nederd. geref. ald.), wonende in Pernis, koopt op14.51685 van de erfgenamen van Joost Kerbijn een huis en erve staande en gelegen in Pernis (GA Rotterdam - Gem. Pernis inv.113, Protocol van transporten en schuldbrieven van Pernis, fol.14.5.1685), zijn kinderen en erfgenamen verkopen op 1.11.1719 aan mede-erfgenaam Cornelis Jansz 't Hart hun erfdeel in het ouderlijk huis staande en gelegen aan de pastoriedijk binnendijks met een zevende part van dezelve binnen pastoriedijk (GA Rotterdam - Gem. Pernis inv.113, Protocol van transporten en schuldbrieven van Pernis, fol.376 d.d. 1.11.1719), is vader van Neeltje ged. Pernis (nederd. geref.) 13.1.1686, is vader van Leentje ged. Pernis (nederd. geref.) 2.11.1687, is vader van Claes ged. Pernis (nederd. geref.) 28.8.1689, is vader van Claas ged. Pernis (nederd. geref.) 26.8.1691, is vader van Cornelis ged. Pernis (nederd. geref.) 13.9.1693, is vader van Leentje ged. Pernis (nederd. geref.) 22.1.1696, is vader van Bastjaen ged. Pernis (nederd. geref.) 2.3.1698, is vader van Willem ged. Pernis (nederd. geref.) 5.6.1701, otr. Rozenburg (nederd. geref.) 28.4.1685 met attestatie om te mogen trouwen in Pernis doch ald. niet aangetroffen, tr. met
1699 Neeltje Klaes (Claas) Krijger
1700 Jacob Arentsz Swartevelt alias Jacob Arents Dingemans, jongman van Vlaardingen, ged. Vlaardingen (nederd. geref.) 20.3.1667 (get. Claes Clasen Korf, Maertgen Pieters), leeft 26.11.1690 (doopboek Vlaardingen nederd. geref.), broer van Jannetie Ariens, zn. van Arent Dingemansz en Neeltie Jacobs, otr. Vlaardingen (gerecht) 1685, otr. Maassluis (nederd. geref.) 27.5.1685, tr. Maassluis (nederd. geref.) 20.6.1685 met
1701 Neeltie Gerrits, jongedochter van Maassluis, leeft 7.2.1723 (doopboek Vlaardingen nederd. geref), vermoedelijk dr. van Gerrit Cornelisz, vermoedelijk zr. van Maartie Gerrits, Fijtie Gerrits en Heijndrick Gerritsz
1702 Arijen (Arij) Klaesse (Claase) Krijger, afkomstig van Pernis, impost begr. Pernis 29.11.1723, zn. van Klaes Pietersz Krijger, bekent op 2.6.1688 een bedrag van 250 gulden schuldig te zijn aan Leendert Joostensz Kerbijn uit zaak van geleende penningen (GAR ORA Pernis inv.113 d.d. 2.6.1688), bekent op 1.12.1690 een bedrag van 150 gulden schuldig te zijn aan Pieter IJsbrantsz Jongeknecht wonende tot Schiedam (GAR ORA Pernis inv.113 d.d. 1.12.1690), transporteert op 10.5.1719 een huis, erve en boomgaard en een weitje te samen groot omtrent 1 gemet 150 roeden, gelegen in lombardijen onder Pernis, aan Jan Pietersz IJserman (GAR ORA Pernis inv.113 d.d. 10.5.1719), zijn kinderen transporteren op 15.5.1724 aan Jacob Klaesz Molenaer een huis en erve staande en gelegen aan de rietdijk onder Pernis (GAR ORA Pernis inv.113 d.d. 15.5.1724), otr. 2e Pernis (gerecht) 7.2.1720, tr. ald. (nederd. geref.) 25.2.1720 met Arjaentje Jans van Dam, jongedochter van Krimpen, in 1724 wonende onder Kralingen (GAR inv.113, d.d. 15.5.1724), impost begr. Pernis 28.11.1728, tr. 1e Pernis (nederd. geref.) 14.11.1682 met
1703 Leentje Jans Admiraal, afkomstig van Zwartewaal, impost begr. Pernis 31.12.1716, weduwe van Cornelis Burchse (Burrigtse), bekent op 30.7.1696 namens haar man een bedrag van 110 gulden schuldig te zijn aan de Diakonie Armen van Pernis (GAR ORA Pernis inv.113 d.d. 30.7.1696)
1704 Cornelis Jorisz Poldervaert, in 1680 wonende onder Rugge, zn. van Joris Cornelisz Poldervaert en Annetje Leenders Quant, tr. 1e Kethel (kath.) 12.1.1663, tr. 1e Vlaardingerambacht (gerecht) 17.1.1663 met Grietie Cornelis Berckhout, otr. 2e Oostvoorne (nederd. geref.) 24.2.1680 met
1705 Annetie Engels, jongedochter wonende onder Rugge
1706 Willem Jacobsz van Roon, jongman van Briels Nieuwland, bekent op 20.3.1669 aan de kinderen en erfgenamen van Pleuntje Abrahams, laatst weduwe van Bastiaan Dorp, een schuld van 210 gulden wegens koop van een huis en ovenkeet op de cappedijk onder Vierpolders, met borgen Aren Arentsz Leuijendijk en Cornelis Bastiaansz te Vierpolders (SAVPR toegang 49 inv.204 regest 63 d.d. 20.3.1669), otr. Vierpolders (nederd. geref.) 19.4.1669, tr. ald. (nederd. geref.) 12.5.1669 met
1707 Maartie Bastiaans, jongedochter van Brielle
1708 Jan Teunisz Beijer, ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 17.6.1658, zn. van Tonis Jansz Beijer en Fransje Frans, tr. 2e Spijkenisse (nederd. geref.) 8.5.1695 met Ingitie Willems Ploeger, weduwe van Cornelis Jansz Ronghen, tr. 1e Spijkenisse (nederd. geref.) 21.9.1681 met
1709 Lijsbet Jans, jongedochter van Grueninghe
1710 Jan Jansse Vermeer (Noordermeer), jongman van Rockanje, is vader van Neeltje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 12.11.1688 (get. Dorothe Jans), is vader van Jannetje ged. Zwartewaal (nederd. geerf.) 26.6.1690 (get. Kornelis Noordermeer, Ariaantje Jans), tr. Zwartewaal (nederd. geref.) 2.5.1688 met
1711 Willemtie (Wilmtie, Willemtjen, Wilmpje) Jansse Hollaart, jongedochter van Briels Nieuwland, wonende te Zwartewaal, lidmaat Vierpolders (nederd. geref.) in de jaren 1707 en 1727, ged. Vierpolders (nederd. geref.) 19.4.1665, dr. van Jan Leendertse Hollaart en Trintjen Fleuris, tr. 2e Zwartewaal (nederd. geref.) 25.1.1693 met Leendert Cornelisz Noordermeer, weduwe van Pietertie Eelants, wonende in de Tinte, otr. 3e Vierpolders (nederd. geref.) 19.4.1698, tr. ald. (nederd. geref.) 2.5.1698 met Kornelis Willemse Suiker, jongman wonende in Brielle, lidmaat Vierpolders (nederd. geref.) in het jaar 1707
1712 Arent (Arijen) Cornelisz Berkhout, impost begr. Spijkenisse 14.10.1713 (aangifte door zijn vrouw), zijn erfgenamen verkopen op 18.12.1728 bij publieke verkoop aan Henrick Selkart, heer van Kamerijk en de Houdijk wonende te Rotterdam, te weten een woning bestaande uit een huis, schuur, stookkeet, berg, boomgaard enz. aan de spijkenissenhoek, belend ten oosten Crijn Claasz Compeer ten westen Jan Arijensz van der Hoek ten noorden spijkenissenland en ten zuiden de weg, en de volgende partijen landen in de polder van Spijkenisse, te weten 7 gemet 143 roe weiland bij de woning getekend nummers 49 en 52, 1 roe [sic, moet zijn 5 gemet 1 roe] weiland aan de laanweg getekend nummer 50, 2 gemet 237 roe weiland aan de laanweg op nummer 67 en 2 gemet 78 roe zaailand aan de mallendijk op nummer 21, voor een bedrag van 4550 gulden (SAVPR toegang 48 inv.225, d.d. 13.11.1728 en 4.5.1729), zijn zoon Cornelis Berckhout laat hij een stuk land na groot 2 gemet 197 roe weiland aan de spijkenissenhoek getekend nummer 102 (SAVPR toegang 48 inv.224, d.d. 24.6.1717), tr. met
1713 Trijntje Gerrits van Leeuwen alias Berckhout, impost begr. Spijkenisse 10.7.1728 (aangifte door haar man Jan Vermaat), dr. van Gerrit Davidssen van Leeuwen en Geertien Jans Hensbroeck, zij hertr. met Jan Philipsz Vermaat, bekennen op 14.4.1723 –dan wonende aan de conijndijk onder Geervliet- aan Albinus Villerius wonende te Spijkenisse een schuld van 600 gulden wegens geleende en aangetelde gelden die zij met rente zullen restitueren onder verband van 7 gemet 36 roe land aan de moerschomse getekend nummer 52 en 53, en nog 5 gemet 1 roe land aan de laanweg (SAVPR toegang 48 inv.224 d.d. 14.4.1723), bekennen op 21.5.1725 aan de diaconiearmen van Geervliet een schuld van 1000 gulden wegens geleende en aangetelde gelden die zij met rente zullen restitueren onder verband van hun huis, schuur, keet en erf met de boomgaard aan de spijkenissenhoek en 5 gemet 1 roe land getekend nummer 50, 5 gemet 8 roe land getekend nummer 52 en 2 gemet 135 roe land op nummer 49 (SAVPR toegang 48 inv.225 d.d. 21.5.1725), bekennen op 22.5.1728 aan Pieter Roest, schout van Zuidland, een schuld van 1700 gulden wegens geleende en aangetelde gelden, die zij met rente zullen resittueren onder verband van 5 gemet 8 roe weiland aan de mallendijk getekend nummer 52, 135 roe [moet zijn 2 gemet 135 roe] teelland op nummer 49, 4 gemet 21 roe weiland aan de korte laanweg op nummer 22, 1 roe [moet zijn 5 gemet 1 roe] weiland aan de lange laanweg op nummer 50 en nog 2 gemet 237 roe weiland aan de lange laanweg op nummer 67 (SAVPR toegang 48 inv.225 d.d. 22.5.1728)
1714 Dirck Heermansz Visscher alias van der Hoeck, ged. Spijkenisse (tezamen met zijn oudste kind) 13.4.1702, schepen te Spijkenisse (1718/20), impost begr. 10.1.1721 (aangifte door zijn schoonzoon Gerrit Ariensz Berckhout), zn. van Heerman Jansz Visscher en Arijaentgen Dircks Visscher alias van der Hoeck, koopt op 30.5.1683 –hij is dan nog minderjarig- samen met zijn oom Cornelis Jansz Visscher het huis aan de hartelse dijk dat toebehoorde aan zijn ouders (SAVPR toegang 048 inv.222, regest 1060), koopt op 16.10.1718 een huis en erf aan de voorstraat in Spijkenisse tegenover herberg de valck, afkomstig van de erfgenamen van Arent van der Wael en Maria Pieters Kranendonck (regest 1335), koopt op 22.8.1720 bij publieke verkoop de boedel en goederen van wijlen Aernout van Westrik, in zijn leven schout en secretaris van Spijkenisse en Braband, tr. 2e Spijkenisse (nederd. geref.) otr. 3.8.1709, tr. ald. (nederd. geref.) 18.8.1709 met Catarina (Cateje/Caatie/Catie/Katie/Kaetje) Teunisse Beijer, afkomstig van Biert onder Spijkenisse (zie trouwboek Spijkenisse nederd. geref. 10.4.1695), overl. Zwartewaal 16.3.1733, begr. Spijkenisse 20.3.1731, impost begr. Spijkenisse 10.3.1733 [sic] (aangifte door haar schoonzoon Pieter Huijsman), dr. van Thonis Jansz Beijer en Maria Pieters Kraenendonck (zie verder regesten 1024, 1034, 1335 en 1381), weduwe van Eldert Cornelisz Breekhout, zij verkrijgt op 10.6.1721 het bezit aan de hartelse dijk door uitkoop van de voorkinderen van Dirck Heermansz, zij otr. 3e Spijkenisse (nederd. geref.) 25.10.1721 met Cornelis Huisman, jongman van Spijkenisse (zie verder regesten 1696, 1697 en 1875), Dirck Heermansz tr. 1e Spijkenisse (gerecht) 2.9.1696 met
1715 Trijntje Reijers de Hoogh, ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 9.12.1668 (getuige Maertjen Cornelis huisvrouw van Claes Willemsen), impost begr. Spijkenisse 22.2.1707 (aangifte door haar man Dirck Heermansz van der Hoeck), dr. van Reijer Jansz de Hoogh en Neeltjen Cornelis, voogden over haar kinderen met Dirck Heermansz van der Hoeck zijn Frederick Wolphert van Overschie, majoor van Delft, en Cornelis Philipsz van der Mast
1716 Heijndrick (Heindrik, Hendrik, Heindrick) Arense (Arentse) van Eijk (van Eik, van der Eijk), jongman van Beijerland, is vader van Arij ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 5.6.1697 (get. Jannetje Wilms), is vader van Pietertje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 8.2.1699 (get. Dirkje Rochus), is vader van Rochus ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 23.10.1701 (get. Dirkje Rochus), is vader van Teuntje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 19.9.1703 (get. Jan Arense Ketelaar, Pieternelletje Wilms Voogt), is vader van Jakob ged. Zwartewaal (nederd. geref.). 13.12.1705 (get. Jannetje Wilms Staalman), is vader van Jakob ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 7.10.1708 (get. Jannetje Wilms Staalman), is vader van Maartje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 1.3.1711 (get. Jannetje Wilms Staalman), is vader van Annetje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 5.11.1713 (get. Jannetje Wilsm Staalman), is vader van Annetje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 22.3.1716 (get. Jakomijntje Pieters Hartoog), is vader van Anna ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 21.3.1718 (get. Jakomijntje Pieters Hertoog), tr. Zwartewaal (nederd. geref.) 2.12.1696 met
1717 Jannetje Rochus (Rokus) Kool, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 9.1.1678 (getuige Ariaantje Joosten), dr. van Rochus Pietersz Kool en Maartje Jans
1718 Arij Arijens Bakker (Backer), jongman van Zwartewaal wonende te Oud-Beijerland, otr. Oud-Beijerland (nederd. geref.) 3.5.1686, tr. ald. (nederd. geref.) 19.5.1686 met
1719 Judith Hendriks van Putten (van Putte), ged. Oud-Beijerland (nederd. geref.) 12.10.1664 (getuigen Cornelis Bouwense, Marigie Teunis), dr. van Henderik Janse van Putte en Govertge Ariens
1720 Bastiaan Bastiaansz Casteleijn (Kastelein), jongman van Poortugaal, ged. ald. (nederd. geref.) 7.12.1659, zn. van Bastiaan Bastiaansz Kastelein, stierman (stuurman), wordt op 18.9.1695 genoemd als stierman op een visschuit teamen met koopman Antoni van der Pot die op 19.7.1695 in naam van de koning van Frankrijk in beslag is genomen (RA Zwartewaal inv.12 d.d. 18.9.1695), tr. Zwartewaal (nederd. geref.) 30.7.1689 met
1721 Mijntje Arens de Geus, jongedochter van Zwartewaal, dr. van Arij Jakobs de Geus, bekent op 17.1.1729 aan Jannetje Barens, weduwe van Arij Jacobsz Lakenkas, een schuld van 100 gulden, waarvoor zij in onderpand geeft haar huis en erf staande in de dubbeldestraat, belend ten zuiden Jan Gillisz Kuijper en ten noorden Wessel Pietersz Hubbingh (RA Zwartewaal inv.1 d.d. 17.1.1729), bekent op 2.3.1731 opnieuw van haar een bedrag van 100 gulden, met hypotheek op hetzelfde goed (RA Zwartewaal inv.1 d.d. 2.3.1731), verkoopt op 12.1.1732 voor een bedrag van 500 gulden aan Willem Huijbrechtsz van der See, wonende te Zwartewaal, een huis en erf staande en liggende ite Zwartewaal in de dubbeldestraet, belend ten zuiden Jan Gillisz Kuijper en ten noorden Wessel Pietersz Hubbinghs weduwe (RA Zwartewaal inv.1 d.d. 12.1.1732)
1722 Pieter Jansz van Putte, jongman van Zwartewaal, ged. ald. (nederd. geref.) 14.1.1680 (getuige Kornelia Leenderts), zn. van Jan Jansz van Beijerlant en Nelletje Jans, bootsgezel op een haringbuis (RA Zwartewaal inv.12 d.d. 11.11.1706), tr. Zwartewaal (nederd. geref.) 13.6.1707 (testament RA Zwartewaal inv.11 d.d. 10.12.1741) met
1723 Ariaantje Arens Lakenkas (Laekekas, Lakekas), ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 26.1.1687 (getuige Maartje Leenderts), dr. van Arij Jacobsz en Jannetje Barents
1724 Jan Anthonijsz van der Linde (van der Linden), jongman van Abbenbroek doch bij zijn huwelijk wonende in Goudswaard, zn. van Antony Philipse van der Linde, verzekert op 16.5.1721 ten behoeve van Frans IJmants Bakker als curator van de boedel van de weduwe van Jan Jorisz Bleijenburg, een schuld van 150 gulden op en wegens koop van een huis, schuur, erf en berg onder Abbenbroek aan de oude waaldijk, met overname van een schuld van 200 gulden aan Dina Goudswaart, de weduwe Clapmuts (SAVPR toegang 28 inv.39 regest 758 d.d. 16.5.1721), otr. Goudswaard (nederd. geref.) 10.1.1716, tr. ald. 2.2.1716 met
1725 Lijntje Aarts Hoogvliet, jongedochter van Goudswaard doch bij haar huwelijk wonende te Piershil, ged. Nieuw-Beijerland (nederd. geref.) 13.4.1689 (getuige Helena Jans Hoogwerft), doopaantekening Goudswaard (nederd. geref.) 14.4.1689 (getuige Leenaert Jans Gronevels vrouw), dr. van Aart Jans Hoogvliet en Maartje Cornelis Goudswaart
1726 Cornelis Heindrikse (Heijndricse) de Jong, jongman van Goudswaard, ged. ald. (nederd. geref.) 17.12.1684 (getuige Cornelis Cornelisz Waalboer en Ariaantje Arents), zn. van Henderick Claassen Backer en Maartje Cornelis, tr. Goudswaard (nederd. geref.) 11.5.1704 met
1727 Maartje Heindriks (Heijndricse) Buijtendijk, jongedochter van Hekelingen
1728 Pieter Geurtsz van Krieken, ged. Tiel (rem.) 15.11.1662, zn. van Geurt Pietersz van Krieken en Jannetie Lammerts van der Wiele, otr. Tiel (nederd. geref.) 22.5.1687 met
1729 Mettie (Metje, Mettje) Daniels Hamaker, dr. van Daniel Petersz Hamacker en Grietien Jans de Ridder
1730 Reinier (Reijnier, Rijnier) van Rooijen(van Roojen, van Rojen), molenaar, ged. Gorinchem (nederd. geref.) 7.11.1671, begr. ald. 22.11.1726, is samen met zijn zwager Jilis Vermeulen eigenaar van de korenmolen, later pelmolen op bastion vi te Gorinchem (RAG RA 529, fol.41v; S.A. 116, fol.9), verkoopt op 5.10.1726 zijn de gerechte helft van deze molen en de helft in huis de roskam aan zijn schoonzoon Daniel van Krieken (RAG RH 533, fol.29v), koopt op 9.3.1725 van Sara Sanders van Vliet, weduwe van Jan Ariense Verzijl, rosgrutmolen de gekroonde valk, staande aan de kortendijk met een uitgang in de kabeljauwsteeg, die op 5.10.1751 door zijn weduwe Fijke Vermeulen wordt verkocht aan haar schoonzoon Huijbert Vonk van Lienden (RAG NA 4185, fol.136), zn. van Cornelis van Roijen en Albertijn Claas, otr. Gorinchem (nederd. geref.) 6.6.1694, tr. ald. 20.6.1694 met
1731 Fijke (Feijke, Fijken) Vermeulen, ged. Gorinchem (nederd. geref.) 30.12.1672, begr. ald. 29.10.1756, dr. van Jan Gijsbertsz Vermeulen en Jannigje van Putten
1732 Aalbert (Albertus) van Treuveren (van Truiveren, van Treveren, van Tereuveren), afkomstig van Zevenbergen, is vader van Anthony ged. Gorinchem (nederd. geref.) 9.10.1678 (get. Johannes van Truiveren, Matthijs Goes, Adriana van Truiveren), is vader van Willem ged. Gorinchem (nederd. geref.) 25.3.1685 (get. Clara Goes), is vader van Clara ged. Gorinchem (nederd. geref.) 16.3.1691 (get. Clara Goes), is vader van Clara ged. Gorinchem (nederd. geref.) 11.2.1693 (get. Clara Goes), impost begr. Gorinchem 25.11.1717, otr. Gorinchem (nederd. geref.) 7.5.1678 (hij jongman afkomstig van Zevenbergen, zij jongedochter afkomstig van Gorinchem), tr. ald. (nederd. geref.) 24.5.1678 met
1733 Anneken Goes, ged. Gorinchem (nederd. geref.) 13.10.1655, impost begr. Gorinchem 27.6.1714, dr. van Jacob Mattijsz Goes en Lijsbeth Willems van Arkel
1734 Dirk (Dirck) Boot, jongman tot Gorinchem, otr. Gorinchem (nederd. geref.) 29.3.1682 met
1735 Geertruid van den Berg, jongedochter tot Gorinchem
1736 Dirk Berentsen van Rhee, jongman van Eck, wonende te Maurik, tr. 2e Maurik (nederd. geref.) 12.5.1720 met Claasje Claassen van der Eem, weduwe van Jakobus Tijssen van der Schild, tr. 1e Maurik (nederd. geref.) 1.4.1689 met
1737 Maria Sweeren van der Eem, jongedochter van Maurik, ged. Maurik (nederd. geref.) 6.3.1670, dr. van Sweer Fransen van der Eem en Judith Lam
1740 Gillis (Gilles, Jelis, Jielis) Franse (France) van der Elst (van der Els, van der Helst, van Elst), afkomstig uit Luik, verwerft poorterschap Dordrecht op 15.12.1685 (Burgerboek Dordrecht inv.1852), is wollewever (drappier) ald., is tabakverkoper ald., koopt op 13.4.1688 een huis op de hil ald. (GAD Transportregister inv.1631, fol.53 d.d. 13.4.1688), leeft 7.8.1705, is vader van Jacobus ged. Dordrecht (nederd. geref.) 4.7.1690, is vader van Anna ged. Dordrecht (nederd. geref.) 7.10.1691, is vader van Gillis ged. Dordrecht (nederd. geref.) 21.12.1692, is vader van Joost ged. Dordrecht (nederd. geref.) 21.6.1694, is vader van Abram ged. Dordrecht (nederd. geref.) 12.9.1695, is vader van Johannes ged. Dordrecht (nederd. geref.) 10.8.1696, is vader van Elisabeth ged. Dordrecht (nederd. geref.) 26.6.1700, tr. met Sara Beens, afkomstig van Dordrecht, begr. Dordrecht (GAD Gereformeerd, boek 1, weeskamer, grote kerk) 25.1.1687, uit dat huwelijk een kind begr. Dordrecht (nederd. geref.) 13.2.1687 (GAD, register houdende aantekening van den overledenen, inv.42, grote kerk), otr. Dordrecht (nederd. geref.) 6.4.1687, tr. ald. (nederd. geref.) 20.4.1687 met Marijcken (Maria, Marija, Marij) Servaes (Servaesse), overl. voor 23.9.1687 (GAD Transportregister inv.1631, fol.53 d.d. 23.9.1687), weduwe van Herman Baerentsz Raackmans (Raeckman, Raeman, Raedman), otr. Dordrecht (nederd. geref.) 12.12.1688, tr. ald. (nederd. geref.) 26.12.1688 met
1741 Anna Havestad (Haverstad, Havestadt), jongedochter van Groningen wonende te Dordrecht op den hil, ged. Groningen (nederd. geref.) 12.10.1662, begr. Dordrecht (nederd. geref.) 15.12.1700 (GAD Gereformeerd, boek 4, Weeskamer, Grote Kerk: seclusie gepasseeert voor notaris Elias Venlo in dato 18.3.1698), dr. van Joost Jansz Havestadt en Elisabeth Hansen Everts
1742 Jan Hendricksz van den Bergh, zn. van Hendrik Ariensz van den Berch en Teuntje Jans, is vader van Frerick ged. Asperen (nederd. geref.) 9.12.1685, is vader van Sara ged. Asperen (nederd. geref.) 25.1.1688, is vader van Sara ged. Asperen (nederd. geref.) 3.4.1689, is vader van Hendrick ged. Asperen (nederd. geref.) 4.1.1693, is vader van Neeltje ged. Asperen (nederd. geref.) 7.8.1695, tr. met
1743 Claeske Fredricks (Fredericks), dr. van Frederick Willemsz van Leerdam en Neeltje Jans van Acquoy, tr. 1e met Dibbidt Dirks Spronck begr. Asperen (nederd. geref.) 30.3.1681 en waaruit een dochter Adriaentje ged. Asperen (nederd. geref.) 6.10.1680, vertrekt oktober 1698 naar Leerdam
1744 Domus Jobsz (Iobs) Kievit (Kivit), jongman van Goedereede, arbeider ald. (OA Goedereede inv.9, anno 1674), impost begr. Goedereede 1.12.1714, verkoopt in 1692 zijn meubelen en huisraad (gaarder ald., d.d. 13.3.1692), verkoopt aan Loenis Lauwe bij executie zijn huis en erf mitsgaders een schuur staande aan de zuidzijde van de haven voor 48 gulden (gaarder ald., juli 1692), verkoopt aan Soetje Jans den Eersamen 1 gemet 81 roeden lands gelegen in de polder out westerlooe bewesten de westerlooesedijk voor 3030 gulden 3 stuivers boven een erfpacht van 3 gulden ten behoeve van de grafelijkheid (gaarder ald., d.d. 10.7.1695), zn. van Job Krijnsz en Angnietje Domis, otr. 1e Goedereede (nederd. geref.) 14.5.1673 met Adriaentie Leenderts, jongedochter van Goedereede, otr. 3e Goedereede (nederd. geref.) Ariaentje Krijns, weduwe van Krijn Meese Kievid, otr. 2e Goedereede (nederd. geref.) 31.8.1681 met
1745 Pieternelletje Loenis, weduwe van Cornelis Lauw
1746 Krijn (Crijn) Cornelisse Vlietlant, ged. Ouddorp (nederd. geref.) 27.2.1656, impost begr. Goedereede 21.12.1718, koopt van Pieter Groenendijk een huis en erf in de pieterstraet voor 400 gulden (gaarder ald., d.d. 4.2.1691), zn. van Cornelis Woutersse en Maritje Jacobs, tr. met
1747 Jannetje Arens Bogerman, ged. Goedereede (nederd. geref.) 16.6.1658, dr. van Aren Jansz Bogerman en Maijken Mees
1748 Jacob Fredericksz (Frederijxe, Fredricksen, Fredrixe, Fredricks, Frederixen, Fredricksz) van der Beeck, wonende te Bleiswijk, broer van Jan Fredericksz van der Beek gehuwd met Aeltje Pieters en eveneens wonende in Bleiswijk, mogelijk gelieerd aan Dirck Frederiksse van der Beeck vermeld te Zegwaart (website allezoetermeerders.nl, zoekfunctie notariële akten), tr. met
1749 Neeltje Jans Vos, jongedochter van Bleiswijk, ged. Bleiswijk (nederd. geref.) 7.6.1673 (getuige Pleutje Maertens), dr. van Jan Maertensz Vos en Maertje Cornelis Huijsman
1750 Arien (Arij) Dercksen (Dirksz) van der Wilck (van der Wilk), jongman van Bleiswijk, impost begr. Bleiswijk 20.11.1738, tr. Bleiswijk 14.2.1686 met
1751 Maertje Dercksen Broer, jongedochter van Bleiswijk, impost begr. Bleiswijk 5.2.1736
1752 Aren (Arien) Cornelisse Witte (Wittens), jongman van Goedereede, schoonzoon van Cornelia Vrancken, koopt van haar kinderen en mede-erfgenamen een huis en erf in Goedereede aan de noordzijde van de haven voor 880 gulden (gaarder ald., d.d. 21.11.1686), koopt tezamen met Corstiaen Goekoop een huis en erf gelegen aan de noordzijde van de haven voor 310 gulden (gaarder ald., d.d. 13.3.1693), verkoopt aan Corstiaen Goekoop de helft van een huis en erf ald. aan de ’s heerenstrate voor 153 gulden (gaarder ald, d.d. 3.2.1697), impost begr. Goedereede 5.9.1732, zn. van Cornelis Arensz Witte, otr. 1e Goedereede (nederd. geref.) 28.4.1675 met Neeltie Jobs, jongedochter onder Ouddorp wonende in Goedereede, otr. 2e Goedereede (nederd. geref.) 2.2.1679 met
1753 Dimmetje (Dimmentje) Dirks Berkel, jongedochter van Goedereede, begr. Goedereede impost 6.5.1698, dr. van Dirk Arensz Berkel
1754 Aren Philipsz (Flijps) van Wage, wonende in Goedereede, koopt van juffrouw Meijnsje Hollaars een stuk lands groot 11 gemeten 150 roeden gelegen in de oostdijk benoorden de stadsweel en de moolwegh ald. voor 3622 gulden 10 stuivers (gaarder ald., d.d. 7.3.1694), verkoopt aan Job Jobse Kievit een schuur, erf en hof in de molenstraet bewesten de heerenstraat en beoosten de stadsweel voor 120 gulden, en koopt van Job Jobse Kievit een schuur en erf in de molenstraet beoosten de stadsweel voor 332 gulden (gaarder ald., d.d. 1.7.1694), zn. van Philips Arens van Wage en Maritje Willems
1756 Cornelis Jansz den Eersamen, impost begr. Goedereede 26.5.1713, vermeld 200e penning ald. 1668-1689 (W. Stuve, De kohieren van de 200e penning over de stad Goedereede), koopt tezamen met Teunis Cornelisz Lodder, zijn broer Gerrit Jansz den Eersamen en Isabella Santifort –ieder voor een kwart- een kavel lands gelegen in de groote zuijderpolder zijnde de elfde of laatste kavel groot 24 gemeten 64 roeden voor een totaalbedrag van 6053 gulden boven een erfpacht van 24 guldens 6 stuivers ten behoeve van de grafelijkheid (gaarder ald., d.d. 3.5.1691), koopt van Couwenburgh Baltense een schuur en erf staande en gelegen in de molenstraet voor 260 gulden (gaarder ald., d.d. 17.10.1692), koopt van Jan Arense van Loo die erfgenaam is van Lijntje Barents een huis en erf aan de uidzijde van de haven ald. voor 630 gulden (gaarder ald., d.d. 14.2.1694), koopt samen met Aren Cornelisz Kole een kavel lands groot 23 gemeten 52 roeden lands in de polder den nieuwen oostdijk bewesten het schelpduijntje en de hooijdijk en bezuiden de hoofddijk voor 4500 gulden boven een erfpacht van 74 gulden 4 stuivers ten behoeve van de grafelijkheid (gaarder ald., juli 1696), zn. van Jan Gerritsz en Jacomijne Gerrits van Dijke, tr. met
1757 Klaartje (Klaerje) Philips (Flifs) van Wage, ged. Ouddorp (doopsgezind) 15.4.1691, dr. van Philips Arens van Wage en Maritje Willems
1758 Aren Willemsz van der Baan, wonende te Goedereede, ged. Goedereede (nederd. geref.) 29.9.1662 (getuigen Neeltje Dirks, Pieter Ariensz van der Baen), zn. van Wilhelm Ariensz van der Baen en Aechjen Ariens
1784 Gerrit Gijsbertsz Both, overl. voor 31.3.1729, zn. van Gijsbert Roocken en Pietertge Gerrits, tr. met
1785 Geertruij Leenderts Nederlof, overl. voor 31.3.1729, de voogden over hun nog minderjarige kinderen verkopen in 1729 hun huis, dijk en erven staande en gelegen in het nedereijnde van Sliedrecht zowel binnendijks als buitendijks gelegen naast de weduwe van wijlen Pieter Decker, alsmede een kennipwerf het huis strekkende noordwaarts tot de dwarssloot, de voorste camp weiland ald. groot 7 hond, en twee campen weiland gelegen binnen aan den tienden wegh het ene groot 3 1/2 hond en het andere 1 morgen 450 roeden (RA Sliedrecht inv.nr. 1181, d.d. 31.3.1729), dr. van Leendert Thijssen Nederlof en Neeltje Jans van der Wiel
1794 Baert Pietersz alias Baert (Baart) Pieter Jevits (Jevets, Jevetses), overl. ca. 1691, koopt op 4.2.1649 voor een bedrag van 280 gulden van Pieter Jansz Breda, als wettelijke curator van Sijmon Jansz wonende te Wormerveer, een stuk land groot 749 roeden liggende bij Wormerveer, belend ten zuiden Pieter Claesz Koert? en ten noorden Cornelis Baertsz (RA Westzaan inv.1579 fol.219v d.d. 4.2.1649), koopt op 27.2.1653 voor een bedrag van 190 gulden van Pieter Ariaensz, wonende te Wormerveer, een akker land genaamd turff camp groot 119 roeden, liggende tussen Wormerveer en Zaandijk, belend ten noorden de erfgenamen van Sijmon Claesz en ten zuiden Vastert Claesz (RA Westzaan inv.1580 fol.255v d.d. 27.2.1653), koopt op 13.4.1655 voor een bedrag van 725 gulden van Claes Jansz Kraft, wonende te Wormerveer, een stuk land genaamd come sijmons, groot 395 roeden liggende achter het zuideinde van Wormerveer, belend ten zuiden Marija Willems en ten noorden Neel Willems (RA Westzaan inv.1581 fol.159 d.d. 13.4.1655), koopt op 3.5.1657 van Jan Pietersz Jonck, wonende te Wormer, een hoekje land groot 25 roeden liggende tussen de middel en Wormerveer, belend ten westen Marij Willems en ten oosten Jan Smit (RA Westzaan inv.1581 fol.345v d.d. 3.5.1657), koopt op 22.4.1666 voor een bedrag 766 gulden van Heijndrick Claesz Molenaar en de kinderen van diens zuster Aaltje Claes een stuk land gelegen op de dijcsloot groot 383 roe, belend ten noorden Dignom Jans en ten zuiden de erven Simon Jansz de Boer (RA Westzaan inv.1583 fol.343 d.d. 22.4.1666), koopt op 10.2.1678 voor een bedrag van 714 gulden van Aris Jansz, Claes Jan Jaspers en ? Jevits (voornaam onleesbaar), allen wonende te Wormerveer, als voogden over de minderjarige kinderen van zaliger Dirck Jansz en Griet Jevits, een stuk land groot 476 roe gelegen achter het veer en belend ten westen de koper en ten oosten de verkoper (RA Westzaan inv.1586 fol.303v d.d. 10.2.1678; de nagelaten kinderen van Dirck en Griet heetten Marij, Hillegunt, Jan, Pieter, Cornelis en Trijn, met als voogden Jevit Pietersz, Claes Jan Jaspers, Pieter Jevitsz, Allert Jevitsz, Jan Jevitsz en Aris Jansz, zie RA Westzaan inv.1909 d.d. 15.6.1677), koopt op 7.1.1679 in erfmangeling van Cornelis Willemsz wonende te Wormerveer drie stukjes land gelegen te Wormerveer, waarvan twee naast of ten einde van elkaar en belend ten zuiden de kinderen van Dirck Zalm en ten noorden de verkoper, het derde stukje land belend ten noorden Dirck Willemsz en ten zuiden Pieter Zalm, groot tezamen 666 roe, en dat wordt betaald met een stuk land gelegen in de banne van Wormer (RA Westzaan inv.1587 fol.2v d.d. 7.1.1679; blijkens het verpondingsregister van Wormerveer van 1677 heeft Baart het in Wormer gelegen stuk land kort daarvoor verworven van IJsbrant Toomesz), koopt op 30.1.1681 van Allert Jevitsz voor zichzelf, Aris Jansz de Boer mede erfgenaam van zaliger Jevit Pietersz, en voorts instaande voor diens verdere erfgenamen, allen wonende te Wormerveer, een stuk land gelegen in het zuideinde van Wormerveer aan de dijk-sloot, belend ten westen de koper en ten oosten de erfgenamen van Jan Smit, groot 532 roe (RA Westzaan inv.1587 fol.172 d.d. 30.1.1681), zijn erfgenamen Jan Pietersz Haan, Dirck Sijmonsz Jaapies, ? Baartz (naam moeilijk leesbaar), Abram Maartz en Dirk Jansz Jonker, allen woonachtig te Wormerveer behalve Abram Maartz die woonachtig is te Knollendam, verkopen op 5.3.1699 aan Cornelis Janz Smit een stuk land groot 1006 roe liggende achter de koper uit en strekkende tot aan de dijcsloot toe en belend ten zuiden de koper en ten noorden Jan Pieterz Haan, voor een bedrag van 1156 gulden 18 stuivers (RA Westzaan inv.1592 fol.28 d.d. 5.3.1699)
1824 Cornelis Pietersz Nolis, biersteker te Grootschermer (RAA RA 6329, fol.31v 3.3.1654; RA 6330, fol.11v 12.1.1660), kaasmaker, nadien huijsman (veehouder) in de Noord(eind)ermeer (RAA RA 6332, fol.67v 5.5.1681), overl. voor 13.6.1685 (RAA RA 6332, fol.134v), zn. van Pieter Kornelisz Nooles, leent op 3.3.1654 een bedrag van 114 gulden aan Cornelis Cornelisz Snijer (RAA RA 6329, fol.31v), verkoopt op 12.1.1660 aan Remmet Cornelisz Houtkoper een stuk land in binnendijk genaamd ruiterslant groot 5 1/2 achle 1 1/2 vierde (RAA RA 6330, fol.11v), koopt op 28.2.1660 van Cornelis Claasz Ben, Claas Jacobsz Ben en Pieter Claasz Ruts een stuk buitendijks land genaamd pieter maartens groot 1 1/2 achle (RAA RA 6330, fol.15v), koopt op 10.5.1662 een stuk land van Jan Dirksz Timmerman (RAA RA 6330, fol.48v) leent op 10.5.1662 een bedrag van 800 gulden van de armevoogden van Grootschermer (RAA RA 6330, fol.48v), koopt land op 8.11.1668 (RAA RA 6330, fol.111), is samen met Jan Cornelisz Hertogh wettige voogd over de kinderen van Maerten Klaasz en Marij Jans (RAA RA 6331, fol.9v 11.11.1670), is samen met Pieter Cornelisz t Kint wettige voogd over de onmondige kinderen van zaliger Maerten Jansz en Marij Jans, indertijd echtelieden te Grootschermer (RAA RA 6332, fol.112 11.1.1676), is samen met Sijmon Cornelisz Schoenmaker wettige voogd over de kinderen van zaliger Tijs Jacobsz en Gerberig Jans, indertijd buurlieden tot Grootschermer (RAA RA 6332, fol.113 30.1.1676), koopt op 5.5.1681 een stuk land in de Menningweer genaamd de plaet van Cornelis Jacobsz wonende op Laanhuijsen (RAA RA 6332, fol.67v), op 8.3.1687 verkopen Mr Otto Reijniers Kuijpers en Allert Allertsz Nolis als wettige en testamentaire voogden van de kinderen van Cornelis Pietersz Nolis en Haesje Claas, alsmede voor Cornelis Cornelisz Broertjes gehuwd met Jannetje Cornelis, aan Arent Willemsz een aantal stukken land (RAA RA 6332, fol.163), en op 6.5.1688 aan Dirk Cornelisz regerend weesmeester te Grootschermer een huis en erf te Grootschermer (RAA RA 6332, fol.173v), tr. met
1825 Haesje Claas, dr. van Claas Krijnsz Braeck (RAA RA 6331, fol.12 6.1.1671)
1840 Roelof Janssen (Jansz) Hoveniers, wonende in de Beemster in de houttuin ald., is vader van Jan Roelofs ged. Purmerend (nederd. geref.) 30.10.1653, is vader van Abraham Roelofs ged. Purmerend 31.1.1655, is vader van Douwen ged. Purmerend (nederd. geref.) 10.7.1661, is vader van Margriet ged. Purmerend (nederd. geref.) 19.9.1662, is vader van Douwen ged. Purmerend (nederd. geref.) 11.5.1664, tr. Purmerend (gerecht), beide met betoog van de Beemster, op 29.3.1665 met Trijntje Alberts, waaruit een zoon Sjouke Roelofs ged. Purmerend (nederd.geref.) 1.1.1666, tr. daarvoor met
1841 Giele (Gieltjen, Gieltje) Louweris (Louris, Douwens), overl. voor 10.3.1667 (RAW ORA 1481 Weesboek Beemster nr.72 d.d. 10.3.1667), zuster van Lolcke Louweris wonende in Kootstertille, zuster van Marten Louweris wonende in Oostermeer
1858 Thomas Jansz de Boo, jongman van Lekkerkerk, otr. Goudriaan (nederd. geref.) 6.5.1677 met
1859 Theuntjen Wouters, ged. Goudriaan (nederd. geref.) 31.12.1651 (getuigen Claes Theunisz, Maritje Theunis, Ariaentje Gerrits), dr. van Wouter Theunisz en Dirkje Ariens
1860 Jan Cornelisz Cooij (Koij, Coij), tr. Nieuwerkerk aan den IJssel 17.10.1704 met
1861 Aagje Goris (Joris) den Ouden, ged. Nieuwerkerk aan den IJssel (nederd. geref.) 4.9.1683 (getuigen Jakop Arijens den Ouden, Jesje Wiggerts en Geertje Goris), dr. van Goris Arijens den Ouden en Lijsbet Aerts Stolck
1862 Cornelis Arijens Jongebreur, ged. Nieuwerkerk aan den IJssel (nederd. geref.) 27.3.1689 (getuigen Willem Cornelisz, Gerrit Willemsz en Krijntje Cornelis), zn. van Arij Cornelisz Jongebreur en Grietje Klaas, tr. met
1863 Ariaantje Jans Kerkhof, vermoedelijk dr. van Jan Reijnbrants alias Jan Reijnnen Kerkhof, en Marij (Marijtje, Maertje) Dirks Boos
1872 Pieter Gerbrantsz, weduwnaar van Hoorn aan de nieuwe noord, ged. Hoorn (nederd. geref.) 21.11.1649, zn. van Germet Albertsz en Trijn Sijbets, tr. 1e met Marijtje Jans, otr. 2e Hoorn (nederd. geref.) 13.6.1682 met
1873 Dieuwertje (Diewertje) Pieters, jongedochter van Hoorn aan de zuidzijde van de grote kerk
1876 Willem Jansz Kaijser (Keijser, Kaiser, Kaisers), jongman van Hoorn wonende in de nieuwemelcknapsteegh, is vader van Andreas ged. Hoorn (kath.) 17.1.1676, is vader van Beeckie ged. Hoorn (nederd. geref.) 24.10.1679, is vader van Antje ged. Hoorn (nederd. geref.) 16.11.1683, is vader van Grietje ged. Hoorn (nederd. geref.) 24.3.1686, is vader van Claes ged. Hoorn (nederd. geref.) 19.6.1687, is vader van Claes ged. Hoorn (nederd. geref.) 31.10.1688, is vader van Andries ged. Hoorn (nederd. geref.) 24.3.1695, otr. 1e Hoorn (nederd. geref.) 12.7.1670, tr. ald. (gerecht) 27.7.1670 met Marij Corneles (Cornelis), jongedochter van Hoorn wonende op de dijck in barent tijsen steeghie, otr. 2e Hoorn (nederd. geref.) 5.5.1674, tr. ald. (gerecht) 20.5.1674 met
1877 Meijnuwtje (Meijnu, Meijnuw) Andries, jongedochter van Hoorn wonende op t west, belijdenis ald. (nederd. geref.) 19.9.1674, haar oudste zoon wordt gedoopt in de katholieke kerk te Hoorn
1884 Hermen (Herme) Arents (Arijaens), jongman van Hoorn wonende op de oude doelen, is vader van Aeffje ged. Hoorn (nederd. geref.) 16.5.1649 (get. Jannetje Lamberts), is vader van Gijsbert ged. Hoorn (nederd. geref.) 29.1.1651, is vader van Sijtjen ged. Hoorn (nederd. geref.) 26.12.1651, is vader van Obijtje ged. Hoorn (nederd. geref.) 14.1.1656, is vader van Jan ged. Hoorn (nederd. geref.) 6.7.1659 (get. Jannetje Lammerts), is vader van Arent ged. Hoorn (nederd. geref.) 5.5.1661 (get. Jannetje Lamberts), is vader van Neeltje ged. Hoorn (nederd. geref.) 1.7.1665 (get. Jannetje Lammerts), is vader van Lammert ged. Hoorn (nederd. geref.) 29.4.1668, otr. Hoorn (nederd. geref.) 1.8.1648, tr. ald. (nederd. geref.) 16.8.1648 met
1885 Luijdu (Ludu, Leuduw, Leuduce) Lammers (Lamberts), jongedochter van Hoorn wonende op de oude turfhaven, ged. Hoorn (nederd. geref.) 1.6.1625, dr. van Lammert Sweerts van Campen en Aefjen Jans
1886 Tames (Tamis) Jacobsz, jongman van Hoorn wonende aan de melknapsteegh, ged. Hoorn (nederd. geref.) 5.10.1642, zn. van Jacob Arijensz en Brecht Nannings, otr. Hoorn (nederd. geref.) 6.12.1670, tr. ald. (nederd. geref.) 21.12.1670 met
1887 Baefje Pieters, weduwe van Hoorn aan de melknapsteegh, weduwe van Baert Cornelesz
1898 Jean (Jan, Johan) Isaacsz (IJsacksz) Coupri (Couprie, Kopreij, Compri, Comprie, Compreij, Couprij), Frans schoolmeester te Zaandam, zn. van Isaack Josephs en Hillegondt Harmans, koopt op 6.1.1653 voor een bedrag van 2475 gulden van Jan Pietersz Vinck en Claes Abramsz Oosterhooren als voogden van Pieter Jansz Vinck, buurlieden te Zaandam, een huis en erf staande en liggende te Zaandam op t vinckepadt, belend ten oosten Cornelisz Dircksz Sluijck en ten westen de weduwe van Jan Sijmonsz Cuijper (RA Westzaan inv.1580 fol.238v d.d. 6.1.1653), koopt op 29.1.1660 voor een bedrag van 3900 gulden van Pieter Jorisz, zich sterk makende voor Teeuwis Claes Duijves en voor de voogden van de minderjarige kinderen van zaliger Willem Wijninghes, allen te Zaandam woonachtig, een huis en erf staande en liggende te Zaandam op het zilvere padt, belend ten oosten Claes Jansz Joor en ten westen Pieter Jansz Haen (RA Westzaan inv.1582 fol.171v d.d. 29.1.1660), verkoopt op 20.12.1661 tezamen met Wijllem Pietersse Backer, beide wonende te Westzaandam voor een bedrag van 50 gulden aan Mr Jan Barentsz Pigge, wonende te Oostzaandam, een stukje rietland gelegen buiten de westerhem ald., belend ten westen Claes Nomen en ten zuidoosten Jan Cornelisse (RA Oostzaan inv.433 fol.140 d.d. 20.12.1661), koopt op 19.1.1671, voor een bedrag van 78 gulden van Jochem Isbrantsz Kleijnsorgh, regerend schepen, als mede voogd van de kinderen van zaliger Cornelis Joosten Smit en zich sterk makend voor de medevoogden, een erf gelegen te Zaandam opt stickels padt, belend ten esten Mighiel Kartensz Smit en ten oosten de koper (RA Westzaan inv.1585 fol.84 d.d. 19.1.1671), op 20.11.1674 worden voogden aangesteld over de nagelaten kinderen van Johan Couprie bij wijlen Maritie Pieters, te weten Jan Willemsz Backer over Pieter Couprie, Willem Claesz Backer over Grietie Jans, Pieter Claesz over Trijntie Jans, Oom Sijmon over Hillegunt Jans, Abram Beeckman over Isaac Couprie, Gerrit Claesz over IJtie Jans, Willem Willemsz over Maritie Jans (RA Westzaan inv.1909 d.d. 20.11.1674), wordt op 7.1.1681, dan burgemeester, aangesteld als voogd over Jacob Jansz Ommekommen, minderjarige zoon en nagelaten weeskind van Marij Jacobs, tot Zaandam overleden (RA Westzaan inv.1909 d.d. 7.1.1681), tr. Westzaandam (nederd. geref., hij jongman van t franse pad aan de oostzijde, zij wonende in de horn) 1652 met
1899 Marij Pieters
1912 Faes Gerritsz (Gertsz), ged. Jisp (nederd. geref.) 1.3.1632, zn. van Gerrit Willemsz en Neel Claes, tr. Jisp 26.3.1656 met
1913 Jannetien Jans, jongedochter van Wormer
1916 Andries Arentsz, tr. Jisp 24.2.1669 met
1917 Lijntien Lamberts, ged. Wormer (nederd. geref.) 1.7.1646, dr. van Lammert Claesz en Anne Simons
1920 Willem Pietersz vant Hoff alias Bolle, ged. Assendelft (nederd. geref.) 14.6.1637, overl. ca. 1692, zn. van Pieter Cornelisz vant Hoff en Guert Engels
1924 Jan Jansz de Graaff, wonende in Nauerna, zijn vrouw erft samen met Aris en Maerten Jansz Spiering in het bezit van Jan Maertsz, gelegen aan de Hogendijk in Nauerna, overl. voor 1691, zn. van Jan Maertsz, tr. met
1925 Immetje Dirks, leeft in 1695
1936 Baart Aerians (Ariaansz, Adriaansz) Hos, timmerman, wonende te Westzaan in de krabbelbuurt, ged. Westzaan (nederd. geref.) 2.10.1633, zn. van Aerian Baertsz en Mari Claes, is vader van Pieter ged. Westzaan (nederd. geref.) 22.10.1662 (get. Griet Abrahams), is vader van Abraham ged. Westzaan (nederd. geref.) 10.8.1664 (get. Griet Abrahams), is vader van Claas ged. Westzaan (nederd. geref.) 12.9.1666 (get. Trijn Sijmons), is vader van Claas ged. Westzaan (nederd. geref.) 17.6.1668 (get. Aafje Jans), is vader van Claas ged. Westzaan (nederd. geref.) 3.4.1672 (get. Aleth Jans), is vader van Neeltje ged. Westzaan (nederd. geref.) 4.2.1674 (get. Weijntjen Sijmons), is vader van Baart ged. Westzaan (nederd. geref.) 2.2.1676 (get. Neltje Gerrets), wordt op 11.1.1656 ouderlijk goed toebedeeld, te weten een half stuk land groot 666 1/3 roeden met een sloot daaraan, liggende in de krabbelbuijrt, belend ten noorden Cornelis Ariaensz Broers en ten zuiden Lijsje Pieters weduwe, alsmede een huis en erf staande en liggende in de krabbelbuijrt, belend ten zuiden Haijndrick Dircxz en ten noorden Lucas Claesz, aldus aangebracht door Jacob Claesz als voogd over het weeskind en ten overstaan van Gerrit Sijmonsz, Willem Jansz Joor, Willem Jansz en, Lucas Claesz en Jan Jansz Hoijhuijs (RA Westzaan inv.1917 fol.19 d.d. 11.1.1656), leent op 11.1.1656, als weeskind van zaliger Ariaen Baertsz, aan Cornelis Luijtsz Molenaar een bedrag van 100 gulden, waarover Cornelis Luijts belooft een jaarlijkse losrente te betalen van 4 gulden 10 stuivers (RA Westzaan inv.1901 fol.196v d.d. 11.1.1656; in de marge staat dat het bedrag is afgelost op 11.12.1662), bekent op 26.7.1661 schuldig te zijn aan Gerritje Gerrits, nagelaten weeskind van Gerrit Gerritsz Ham een losrente van 12 gulden over een som van 300 gulden, waarvoor hij in onderpand geeft een halve ven liggende op de weelsloot, belend ten zuiden Lijsje [onleesbaar] Olberts en ten noorden Kornelis Adriaensz Broers (RA Westzaan inv.1901 fol.312v d.d. 26.7.1661; in de marge staat dat de schuld is afgelost op 24.1.1665), koopt op 18.8.1661 voor een bedrag van 62 gulden van Jacobus Willemsz Silversmit, wonende te Zaandam, een hoekje werf gelegen achter het huis van de koper, strekkende achter het huis tot de palen, tot het einde geslagen toe strekkende zover zuid aan als het hek en de rooipalen staan, lopende west aan recht naar de zuijer pael en het schut aan de wechsloot toe, zodat het zuijer slootje mede bij deze gekochte worf hoort, na de rooiing van de zuijer pael, en het schut lijn recht uit zoals het schut nu staat (RA Westzaan inv.1583 fol.29v d.d. 18.8.1661), verkoopt op 13.10.1661 aan Christiaen Gerschouw, wonende te Westzaan, een erf groot 17 roeden, liggende te Westzaan in de kerkbuurt over de groote wech over den wegsloot, belend ten zuiden en ten noorden Heijndrick Dircxz (RA Westzaan inv.1583 fol.33v d.d. 13.10.1661), verkoopt op 11.5.1662 voor een bedrag van 252 gulden aan Jan Dircxz Groot, wonende in de krabbelbuert, een erf groot 48 roeden liggende in de krabbelbuert aan de wegh, belend ten noorden Cornelis Dircxz Boerejonge en ten zuiden Meester Christiaen Gerschouw (RA Westzaan inv.1583 fol.106v d.d. 11.5.1662), verkoopt op 5.2.1665 voor een bedrag van 1500 gulden aan Cornelis Dircxz Boer, wonente te Westzaan, een halve ven groot omtrent 700 roeden liggende op de waelsloot, zijnde de zuidzijde van de ven, belend ten zuiden Lijsje Pieters en ten noorden de koper (RA Westzaan inv.1583 fol.279v d.d. 5.2.1665), verkoopt op 19.11.1665 tezamen met Jan Dircxz Groot, wonende in de krabbelbuurt, voor een bedrag van 15 gulden aan Mr Cristiaen Gerschouw, wonende in de krabbelbuurt, een hoekje erf groot 2 en 3/4 roeden, gelegen aan de kopers erf, waarvan de koper tot zijn nut een slootje nu zijn vrij eigen is, belend ten oosten van het slootje Cornelis Dircxz Boere Jonge (RA Westzaan inv.1583 fol.322 d.d. 19.11.1665), op 7.8.1696 worden Cornelis Pietersz Broers en Willem Jacobsz Swart aangesteld tot voogden over Neeltje en Baart Baartsz Hos, nagelaten minderjarige kinderen van zaliger Baart Adriaensz Hos en Marij Pieters beide tot Westzaan overleden (RA Westzaan inv.1909 d.d. 7.8.1696), zijn zoon Baart Baartsz Hos wordt op 12.12.1713 tezamen met Jacob Jacobsz Nobel aangesteld als wettige voogden over de drie nagelaten kinderen van zaliger Claas Baartsz Hos de jonge en Grietje Jans, allen wonende te Westzaan (RA Westzaan inv.1710 d.d. 12.12.1713), tr. met
1937 Marij (Maretgen) Pieters, ged. Westzaan (nederd. geref.) 11.3.1635, dr. van Pieter Cornelisz Broers en Griet Abrahams, verkoopt op 24.3.1689, als weduwe van Baart Ariaensz, voor een bedrag van 6 gulden 6 stuivers aan Cornelis Dircksz Boerejongen, 6 duim erf tot een oosendrop tussen het erf van de koper en verkoopster, op voorwaarde dat de verkoopster het water van de pauwen? van de koper voor haar garen mag, en voorts dat de koper daar geen gang zal mogen magen (RA Westzaan inv.1589 fol.212 d.d. 24.3.1689)
1938 Pieter Dircksz Ooms alias Swart, jongman van de middel, nadien wonende in de zuideinde van Westzaan, ged. Westzaan (nederd. geref.) 9.10.1633, zn. van Dirck Gerretsz Rissen, is vader van Claas ged. Westzaan (nederd. geref.) 12.6.1667 (get. Baafje Dircks), is vader van Trijntje ged. Westzaan (nederd. geref.) 3.2.1669 (get. Baafje Dirx), is vader van Claas ged. Westzaan (nederd. geref.) 16.8.1671 (get. Steijn Dirx), is vader van Neltje ged. Westzaan (nederd. geref.) 24.12.1673 (get. Steijn Dircks), is vader van Neltje ged. Westzaan (nederd. geref.) 8.3.1676 (get. Stijn Dirx), koopt op 13.10.1667 van Guirt Willems weduwe van zaliger Pieter Claesz van Zanen, een streepje land groot 45 roeden, gelegen bewesten Westzaan over de reeff, belend ten noorden Claes Jacobsz Harthals en ten zuiden Aris Claesz (RA Westzaan inv.1584 fol.90 d.d. 13.10.1667), koopt op 15.2.1674 voor een bedrag van 1065 gulden van de kinderen en erfgenamen van zaliger Claes Jacobsz Decker een ven land groot 764 roeden gelegen beoosten de huizen in 't zuidend, belend ten zuiden Claes Cornelisz Backer en ten noorden Heijndrick Claesz Ris (RA Westzaan inv.1585 fol.267v d.d. 15.2.1674), koopt op 28.3.1675 voor een bedrag van 47 gulden van Claes Willemsz Kuijper een stuk land groot 305 roeden gelegen achter Cornelis Willemsz Nomes uit op en beoosten de reeff, belend ten zuiden Claes Jansz en ten noorden de verkoper (RA Westzaan inv.1586 fol.79v d.d. 28.3.1675), waarvoor hij in erfmangeling geeft aan Claes Willemsz Kuijper een hoekje land omtrent 50 roeden gelegen op de reeff bij de hoogendijck, belend ten noorden Aris Claesz en ten zuiden Jan Keesen (RA Westzaan inv.1586 fol.80 d.d. 28.3.1675), op 24.2.1678 koopt Jacob Jansz van der Helm van Gerrit Dirck Ooms, voor hemzelf en als voogd over de weduwe en kinderen van Pieter Dircs Swart, allen wonende te Westzaan, een pakhuis en erf staande en liggende in het zuideind over de wegsloot, belend ten zuiden Jasper de Boer en ten noorden Trijn Jans (RA Westzaan 1586 fol.309v d.d. 24.2.1678), op 24.3.1682 worden Dirck Jans Sijmons, Willem Jansz Verweel, Dirck Jansz en Pieter Cornelisz Swart aangesteld als voogden over Trijntje, Claes en Neltje Pieters, nagelaten minderjarige kinderen van zaliger Pieter Dircksz Swart en Impje Claes, tot Westzaan overleden (RA Westzaan inv.1909 d.d. 24.3.1682), op 28.4.1682 wordt inventaris van het bezit van Pieter Dircksz Swart en Impje Claes opgemaakt ten behoeve van hun kinderen Trijn oud 13 jaar, Claes oud 11 jaar, en Neltje Pieters oud omtrent 8 jaar, te weten een ven land genaamd alletjes ven groot 764 roeden, belend ten noorden Heijndrick Ris en ten zuiden Trijn Crelis weduwe, een stuk land genaamd kuijpers stucje groot 305 roeden, belend ten zuiden Dirck Jansz en ten noorden Cornelis Willemsz Noomes, een huis en erf staande en liggende in het zuidend van Westzaan (in de marge: den 1en maart 1689 is an weesmeesteren bekent gemaackt dat dit huijs was verkogt ende t gelt ontvangen tot genoege van weesmeesteren daar reecke te doen), een som van 400 gulden berustende onder Garbrant en Dirck Jan Sijmons, 220 gulden onder Jacob Jansz Boskop, 200 gulden berustende onder Sijmon Cornelis Noomes, 100 gulden onder Willem Jansz Verweel, een bezegelde rentebrief gehypothekeerd op het huis en erf ten laste van Willem Knapperts, en huisraad, te weten 5 bedden, 4 peulen (kussens), 8 sloopen, 10 oorkussens, 8 deekens, 10 hembden, 25 kussensloopen, 9 stoelen met kussens, 2 onderkussens, een klockjen, een kleijn schuijt, 6 kooperen ketels zo groot als kleijn, 8 leepels, 7 oude boecken, een tafel, een casperaet, 18 potielen, nog eenige andre koock ende drinck potjes, en een weijnig koe? gereetschap, en tenslotte de winkel bestaende in veelderleije zoorteringe van kramerije, het welcke onmogelijck niet pertinent kan werden opgestelt, aldus aangegeven en bekendgemaakt door Dirck Jan Sijmons en Pieter Cornelisz Swart, als voogden over de voornoemde kinderen (RA Westzaan 1918 fol.220v d.d. 28.4.1682), op 6.9.1685 verkopen Dirck Jan Sijmons en Willem Jansz Verweel als voogden over de nagelaten minderjarige kinderen van Pieter Dircsz Swart en Impje Claes, in het zuidend overleden, voor een bedrag van 435 gulden aan Garbrant Claesz, wonende in het zuideinde, een huis en erf staande en liggende in het zuidend bewesten de weg, belend ten zuiden Cornelis Willemsz Noomes en ten noorden de laen, voetstoots met zodanige vrij en onvrijheden als het heeft, en dat vervolgens door Garbrant Claesz voor een bedrag van 445 gulden wordt doorverkocht aan Neeltje Gerrits Backer, bijgestaan door haar broer Cornelis Gerritsz Backer (RA Westzaan inv.1588 fol.328 en 328v d.d. 6.9.1685), blijkens de gaardersboeken van de verponding van Westzaan zullen de stukken land nog tot 1742 in het bezit van de familie blijven en pas in 1742 worden verkocht door de erfgenamen van Claas Baartsz Hos (Ambacht Westzaan inv.66), tr. Westzaan (nederd. geref.) 13.6.1666 met
1939 Immetje (Impje, Imtgen, Impgen, IJmpje, Impie) Claes Olij alias Immen Griet, jongedochter van het zuideinde van Westzaan, ged. Westzaan (nederd. geref.) 3.7.1639, dr. van Claes Jansz Olij, leent, als weduwe van Pieter Dircs Swart op 2.3.1678 tezamen met Gerrit Dirck Ooms een bedrag van 250 gulden aan Willem Gerritsz Knappert, wonende in de middel, ter lossinge op zijn huis en erf staande en liggende in de middel, belend ten zuiden Gerrit Dircs en ten noorden Jan Jansz Grieten (RA Westzaan inv.1633 fol.73 d.d. 2.3.1678), haar nagelaten kinderen worden op 25.4.1686 genoemd als zuidbelenders (zij staat dan te boek als Immen Griet) bij transport van de woning van Cornelis Willemsz Noomen, schoolmeester in de zuiderschool te Westzaan, aan Cornelis Claesz Beucker (RA Westzaan inv.1589 fol.7 en 7v d.d. 25.4.1686; dat het hier om de nagelaten kinderen van Impje Claes Olij gaat wordt duidelijk uit de gaardersregisters der verponding van het ambacht Westzaan uit die periode)
1940 Havick (Havik) Claesz Timme, wonende in Assendelft in het woutvierendeel, diaken ald. (GAZ kerkarchief Assendelft inv.1, anno 1682), weesmeester ald. (GAZ OA Assendelft inv.139c, anno 1682; ibid., anno 1683; ibid., anno 1710; ibid., anno 1711; ibid., anno 1717; ibid., anno 1720), kerkmeester ald. (GAZ OA Assendelft inv.139d, anno 1687; ibid, anno 1688; ibid, anno 1698; ibid., anno 1702, ibid., anno 1703), ged. Assendelft (nederd. geref.) 19.5.1652, koopt op 5.5.1676 van Mr Claes Corver en Mr Jochum Wijnman chirurgijn te Assendelft als wettige curateurs over de verlaten boedel en goederen van Ariaentje Jans weduwe van wijlen Willem Gerrit Baerten, een huis en erf met een hooihuis daaraan staande en liggende in het noordend belend ten noordoosten dominee Willem Beijert ten zuidwesten Guijrt Jan Sijbeden, voor een bedrag van 850 gulden (RA Assendelft inv.2012 fol.226-226v d.d. 5.5.1676), verkoopt op 26.3.1677 aan Saertje Marijns een huis en erf in de kerkbuurt belend ten noordoosten Cornelis Claesz Glasemaker ten zuidwesten Hillegond Sijmons weduwe van Cornelis IJsbrantsz voor een bedrag van 360 gulden (RA Assendelft inv.2012 fol.255v d.d. 26.3.1677), verkoopt op 2.4.1677 aan Gerrit Pietersz van de Laen een lege werf met het hooihuis, staande en liggende in de banne van Assendelft in het noordeinde, belend ten noordoosten dominee Willem Beijert en ten zuidwesten Pieter Theunisz, en voldaan met een custingbrief (RA Assendelft inv.2013 fol.1v d.d. 2.4.1677), koopt op 24.5.1686 van Jan Claesz Stam een stuk land genaamd ruijden mad in de hemmen groot 240 roeden belend ten noordwesten de kinderen van Willem Jansz ten zuidoosten Aeltje Swagers van Oossanen voor een bedrag van 72 gulden (RA Assendelft inv.2014 fol.72v d.d. 25.4.1686), koopt op 5.3.1692 van de armevoogden over de nagelaten insolvente boedel en goederen van Jan Claesz Stam twee stukjes land genaamd de croftjes int blockweer groot 338 roeden belend ten noordoosten Trijn Havicx en ten zuidwesten de blocksloot voor een bedrag van 3 gulden 6 stuivers (RA Assendelft inv.2014 fol.211 d.d. 5.3.1692), koopt op 30.1.1693 IJsbrant Cornelisz Backer een stuk land genaamd de katte kamp in alkis weer groot 934 roeden belend ten noordoosten Jan van den Dam en ten zuidwesten Jannetje Jacobs, alsmede het halff madt in gerrit hendricx weer groot 256 roeden belend ten noordoosten Jacob Engelsz en ten zuidwesten Cornelis Claesz Korver, en betaalt dit aan IJsbrant Cornelisz Backer met een stuk land genaamd schouten meedtje int vroonweer groot 1012 roeden belend ten noordoosten de kinderen van Trijn Aelberts en ten zuidwesten Sijmon van Assendelft (RA Assendelft inv.2014 fol.239-239v d.d. 30.1.1693), koopt op 30.1.1693 van Trijn Jans een stuk land genaamd die stickel op de laijck groot 425 roeden belend ten zuidoosten de laijck ten noordwesten Claes Claesz Oot voor een bedrag van 60 gulden (RA Assendelft inv.2014 fol.240 d.d. 30.1.1693), zn. van Claes Jansz en Trijn Havix
1944 Pieter Claesz Oot, ged. Assendelft (nederd. geref.) 6.6.1649, overl. voor 1701 (GAZ RA 2016, fol.45), treedt in 1689 samen met Jan Claesz Oot als voogd van de nagelaten kinderen van Jacob Claesz Oot (GAZ RA 2014, fol.131v), in diezelfde hoedanigheid vermeld in 1692 maar dan met Cornelis Pietersz Tavenier (GAZ RA 2014, fol.207), zn. van Claes Ootgersz en Taetge Willems, tr. met
1945 Trijn Maertens Banck, ged. Assendelft (nederd. geref.)m5.5.1652, begr. Assendelft impost 4.4.1729 (aangifte Pieter Claasz Kieft), dr. van Maerten Claesz Banck en Engeltje Claes, verkoopt in 1728 haar huis en erf aan Trijntje Pieters Bruijn, de weduwe van Maarten Pietersz Oot
1946 Pieter Dirksz Bruijn, begr. Assendelft impost 12.1.1716 (aangifte Jan Claasz Grootsant, 3 gulden)
1952 Ide (IJde) Vreriksz (Vreeriksz, Vrericksz), wonende in de Beemster, is vader van Grietje ged. De Rijp (nederd. geref.) 2.11.1672, is vader van Annetjen ged. De Rijp (nederd. geref.) 2.12.1674, is vader van Vrerik ged. De Rijp (nederd. geref.) 22.12.1675, is vader van Anna ged. De Rijp (nederd. geref.) 23.1.1678 (ouders wonende in de Beemster op de buurt), is vader van Jan ged. De Rijp (nederd. geref.) 14.9.1681, is vader van Lijsbet ged. De Rijp (nederd. geref.) 9.12.1683, otr. Beemster (nederd. geref., hij jongman wonende aan de claterbuurt bij De Rijp, zij jongedochter wonende aan de wormerwegh) 10.1.1671, tr. ald. (nederd. geref.) 25.1.1671 met
1953 Lijsbet (Liisbet) Jans
1954 Tijmon (Tijman, Tijmen) Jansz Blocker (Blockert), wonende in de Beemster, belijdenis ald. (nederd. geref.) 1667 (wonende aan de rijperwegh), diaken ald. (nederd. geref.) 1671, begr. Beemster (nederd. geref.) 9.6.1682, zn. van Jan Tijmonsz Blocker en Griet Jacobs, is vader van Jan ged. Beemster (nederd. geref.) 20.12.1671 (get. Diewer Douwes), is vader van Aefje ged. Purmerend (nederd. geref., memorie te Beemster) 22.10.1673, is vader van Annetje ged. Beemster (nederd. geref.) 18.8.1675 (wonende aan de ringdijck bij 't spijkerboor), is vader van Samuel ged. De Rijp (nederd. geref.) 14.2.1677, is vader van Grietje ged. De Rijp (nederd. geref.) 9.10.1678 (wonende aan de ringdijck bij 't spijkerboor), tr. met
1955 Grietje (Griet) Samuels, ged. Beemster (nederd. geref.) 26.12.1670 (zij is de huijsvrouw van Tijman Jansz Blocker), wordt op 2.4.1702 (met attestatie van Beemster) lidmaat van de nederd. geref. kerk in De Rijp
1956 Reijnier Claesz Helderman, ged. Beverwijk (nederd. geref.) 6.3.1647 (getuigen Lucas Gerritsz en Geertge Gerrits), chirurgijn te Zwammerdam, koopt op 14.1.1683 een huis te Alphen van Hester Pieters Duijvevelt, weduwe van Arien Vrancken (SARM, protocollen Alphen 1679-1683 inv.23 fol.136), zn. van Claes Gerritsz Helderman en Geertge Reijniers Uiterwijck, tr. 2e met Jannetje Michiels, begr. Delft 26.11.1704, tr. 1e Breda 17.1.1678 met
1957 Digna (Dingena) van Vechelen, ged. Breda (nederd. geref.) 16.2.1654, dr. van Jacob Dielissen van Vechelen en Cateleijne Verstraten
1970 Jan Jacobsz Sluijs, overl. voor 2.11.1701, tr. Akersloot (kath.) 23.11.1670 (getuigen Reijndert Jacobsz en Huijgh Jansz) met
1971 Neeltje Cornelis Sluijs, katholiek, dr. van Cornelis Dirksz en Arien Timis, koopt op 2.11.1701 een 70 roe zaailand gelegen voor de hoorenen (RAA RA 117) en op 22.11.1701 een akker zaailand ten noorden van de rommeldijck groot 20 voet (RAA RA 117), op 26.1.1702 koopt zij 61 roe zaailand gelegen voor de hoorenen (RAA RA 118), op 25 mei van dat jaar koopt ze 95 1/2 roe zaailand (RAA RA 118), op 4.6.1706 koopt ze 496 zaadland genaamd ritsevelt gelegen bij de Saskerleijt (RAA RA 118), op 23.3.1710 koopt ze nog eens 113 roe zaadland (RAA RA 118), leent op 13.5.1709 een bedrag van 500 gulden aan Galeijn Roelofsz, dat op 16.6.1712 is afgelost (RAA RA 118, fol.581)
1976 Cornelis Jansz Duijtscheboer, wonende aan de driehuizerweg in de bedijkte Schermeer, koopt op 14.2.1660 van de schoolvoogden te Driehuizen een stukje grond nabij het brugpad te Driehuizen (RAA RA 6330, fol.14v), koopt op 9.5.1671 van juffrouw Barbara Carel weduwe van Dr Jeronimy Ranst twee kavels land in de Schermeer genummerd L 22 en L 23 groot tezamen dertig morgen 312 roeden (RAA RA 6349) en die hij op 3.4.1683 verkoopt aan Laurens Jansz Pereboom (RAA RA 6349), koopt op 25.4.1675 van Cornelis Jansz Reus, erfgenaam van zaliger Jan Pietersz en zich sterk makend voor de mede erfgenamen een huis ald. met achter het huis een vrije open sloot en vrije overgang over de erven van Claes Jansz en Sijbout Bastiaensz en een gezamenlijke brug tussen de huizen van Claes Dircksz en Cornelis Jacobsz (RAA RA 6331, fol.105 en 105v), koopt op 19.4.1662 een custingbrief van Cornelis Ariaansz Backer (RAA RA 6330, fol.47v), zijn erfgenamen Jan Cornelisz Duijtseboer en Willem Cornelisz van der Sluijs verkopen op 6.5.1690 aan Jacob Claasz Schipper 3/4 deel van een stuk land in de banne van Graft gelegen bij Westgraftdijk, groot 1 agle en genaamd de bartelven (RAA RA 6442), tr. met
1977 Aafien Cornelis, overl. voor 3.4.1683
1980 Jan Dirksz Vlanderen (Vlaanderen), koster en schoolmeester in de bedijkte Schermeer (doopboek Zuidschermer), onderwijze en voorganger te Driehuizen (RAA RA 6332, fol.127v), is voogd over het kind van zijn dochter Guert Jans bij zaliger Cornelis Maartensz Koster, die in de bedijkte Schermeer is overleden (RAA RA 6339, 25.9.1692), tr. Zuidschermer (nederd. geref.) 16.11.1664 met
1981 Anna Adriaans, jongedochter van De Rijp, belijdenis samen met haar man te Zuidschermer op 8.3.1665
1982 Joost Cornelis Joosten, wonende in de bedijkte Schermeer, belijdenis ald. 18.3.1663, zn. van Cornelis Joosten en Neel Jans
1988 Jacob Dirksz Slot, afkomstig van Oosthuizen, tr. 2e Oosthuizen (nederd. geref.) 1.12.1686 met Teuntje Jacobs, jongedochter van Durgerdam, tr. 1e ald. (nederd. geref.) 5.10.1681 met
1989 Neeltje Cornelis, jongedochter van Oosthuizen
2000 Aerjan (Adriaen) Jansz Kriek, doopsgezind, wonende in Noordeinde, zn. van Jan Jansz Kriek en Beertjen Arians, verkoopt op 3.4.1682 aan Jan Bartelsz Bakker een huisje en erf in Noordeinde (RAA RA 6442), tr. 2e Graft impost 31.1.1682 met Griet Tijs, tr. 1e Graft impost 25.1.1670 met
2001 Jantjen Aris, doopsgezind, jongedochter van Noordeinde, dr. van Aris Lubbertsz
2002 Jan Pietersz Kalf, broer van Pieter Pietersz, zijn kinderen Aagt Jans en Trijn Jans verkopen op 13.4.1699 zijn huis en erf in Noordeinde aan Maerten Claesz Kuijper (RAA RA 6444), tr. Graft impost 22.10.1672 met
2003 Jantjen Jacobs, zuster van Pieter Jacobsz Croon, tr. 2e Graft impost 13.2.1677 met Floris Crijnsz, afkomstig van Noordeinde, dr. van Jacob Pietersz Paeij en Aerjantjen Viens
2020 Pieter Claesz Visser, wonende te Graft, leeft 1650, overl. voor 1660, tr. NN die is overl. na 16.1.1683 (huwelijksintekenboek Graft)
2022 Taams Heertjes, wonende in De Rijp, overl. voor 16.2.1680, tr. met
2023 Neel Jans
2024 Olbrant Jansz Bergen, leent op 5.1.1676 van Pieter Jansz Ridder een bedrag van 225 gulden waarvoor hij twee huizen op de Bangert te Graft in onderpand geeft (RAA RA 6458), verkoopt op 12.9.1698 aan zijn zoon Jan Olbrantsz Beij voornoemde twee huizen (RAA RA 6443), zn. van Jan Claasz Bergen, tr. met
2025 NN Pieters, dr. van Pieter Cornelisz Beij
2026 Pieter Jansz Vlottes, leeft 28.8.1658 (huwelijksintekenboek Graft), zn. van Jan Claesz Vlottes
2042 Maerten Cornelisz, wonende te Graft, zn. van Cornelis Maertensz, tr. met
2043 Dieuwer Jans, jongedochter van De Rijp, dr. van Jan IJversz
2044 Minne Jansz Heelo, eerst wonende te Oostgraftdijk en daarna in Graft, koopt op 25.11.1690 van Mr Andries Muurlink chirurgijn te Graft een huis en erf staande op de dam ald. aan de lage zij beoosten de heerestraat (RAA RA 6442) en dat hij op 14.5.1694 verkoopt aan Dirk Jansz Bergen (RAA RA 6443), verkoopt op 10.12.1690 aan Cornelis Claasz een vrij huis en erf te Graft benoorden de kerk en bezuiden de haven (RAA RA 6442), koopt op 6.9.1693 van Jasper Cornelisz en Lourens Pietersz gehuwd met Grietje Cornelis, beide kooplieden te Zaandam en zich sterk makend voor de verdere erfgenamen van zaliger Stijn Cornelis, een huis en erf gelegen op pieter komes buurt (RAA RA 6443) en verkoopt dit 4.1.1695 –dan onder vermelding dat het gelegen is op de timmerbuurt- aan Cornelis Tijsz Bergen (RAA RA 6443), tr. 2e Graft impost 6.11.1677 met Anne Claes, weduwe van Muus Jansz en daarvoor van Dirck Baertsz Nantjes, zuster van Aeffjen Claes en Guijrtjen Claes, tr. 1e met
2045 Marij Cornelis, voogd over haar kinderen is Gerrit Cornelisz Afterom (RAA RA 6492, fol.232 23.11.1677)
2046 Albert Dircksz Wever (de Wever), molenaar in de middenmolen aan de ringdijk van de Schermeer nabij Graftdijk, overl. 1670 (Schilstra), mogelijk een zn. van Dirck Claesz Wever (Schilstra), tr. NN, overl. 1670

Generatie XII

2112 Jan Cornelisz Banning alias Jan Kees Gabben alias Jan Cornelisz Houwertjes, visser, aanvankelijk wonende in Assendelft, verkoopt op 5.3.1638 voor zichzelf alsmede voor zijn vader Cornelis Garbrantsz en zijn broers en zuster een veenakker land in jan baningen weer genaamd de suijder etveen groot 117 roeden belend ten noordoosten en zuidoosten Simon Claesz Wildeboer ten zuidwesten Aecht Willems en ten noordwesten Albert Engelsz Bieren voor een bedrag van 114 gulden (RA Assendelft inv.2006 fol.261v-262 d.d. 5.3.1638), verkoopt in die hoedanigheid op 5.3.1638 aan buurvrijer Pontiaen Dircxz een huis en erf belend ten noordwesten de wechsloot ten zuidoosten het achterland ten noordoosten Jan Engelsz Boeff en ten zuidwesten Neel Jans met haar kinderen, alsmede een stuk land in jan baningen weer groot 737 roeden belend ten noordwesten Jan Jansz Baning ten noordoosten Cornelis Aelbertsz ten zuidoosten Albert Engelsz Bieren c.s. en ten zuidwesten Aecht Willems voor een bedrag van 2009 gulden 6 stuivers (RA Assendelft inv.2006 fol.262v d.d. 5.3.1638), verkoopt in die hoedanigheid op 5.3.1638 aan Claes Jacobsz een stuk land genaamd de bincaijck groot 837 roeden belend tenn oordoosten Floris Pietersz met zijn kinderen ten zuidoosten Jan Jansz Baning ten zuidwesten Albert Engelsz Bieren c.s. ten noordwesten de kaijck voor een bedrag van 1146 gulden boven een opstal van 7 gulden 10 stuivers op de kerk en pastorie (RA Assendelft inv.2006 fol.263-263v d.d. 5.3.1638), verkoopt in die hoedanigheid op 5.4.1638 aan Trijn Pieters weduwe van Garbrant Cornelisz een stuk land genaamd de boveegh liggende achter aan de worven in jan baningen weer groot 3422 roeden belend ten noordwesten de worven ten noordoosten Griet Simons ten zuidoosten en ten zuidwesten de koopster, alsmede een akker land in de kerckweer groot 197 roeden belend ten noordwesten en noordoosten Cornelis Allertsz ten zuidoosten Heindrick Jansz Smidt en ten zuidwesten Willem Willemsz Korssen c.s. voor een bedrag van 868 gulden (RA Assendelft inv.2006 fol.280v en 283 d.d. 5.4.1638), verkoopt in die hoedanigheid op 5.4.1638 aan Jan Willemsz Schuijtvoerder een stuk land genaamd de cruijs camp liggende op de delft in jan baningen weer groot 395 roeden belend ten noordwesten de delft ten noordoosten Marten Jansz ten zuidoosten Griet Simons en ten zuidwesten Trijn Pietersz Schouten voor een bedrag van 440 gulden (RA Assendelft inv.2006 fol.283v-284 d.d. 5.4.1638), vertrekt in april 1638 samen met zijn vrouw naar Purmerend (lidmatenboek Assendelft nederd. geref.), woont ald. in het jaar 1649, verkoopt op 8.1.1649 voor zichzelf alsmede voor zijn erven en nakomelingen aan zijn broer Garbrant Cornelisz Banningh buurman te Assendelft een stukje land groot 329 roeden genaamd de drie ackers liggende in hillegondt roeloffs weer belend ten noordoosten de kinderen van Jacob Smit en ten zuidoosten Jan Auwelsz Moens ten zuidwesten Garbrant Laurusz en ten noordwesten Jan Willem Keessen (RA Assendelft inv.2009 fol.108 d.d. 8.1.1649), wordt op 3.3.1656 tezamen met Cornelis Bastiaensz, Jan Claesz Kaecken, Jelis Dircxz, Jan Engelsz Boeff met zijn zoon, Engel Pieter Allerden met zijn zoon, en Wouter Reijersz Visscher gedaagd door Lubbertus Thopas substituut officier te Assendelft omdat zij op 25 en 26 februari van dat jaar met te fijne netten zouden hebben gevist (RA Assendelft inv.1979 d.d. 3.3.1656), zoon van Cornelis Garbrantsz Banning en Marij Cornelisdr, tr. met
2113 Machtelt Florisdr, dr. van Floris Jan Floren en Duijff Engels (RA Assendelft inv.2005 fol.468-468v d.d. 16.6.1634: Jan Cornelisz nomine uxoris erfgenaam van Floris Jansz)
2114 Jan Heijndricx, wonende in Haarlem aan de boerenwegh, laat vanaf 1654 kinderen dopen te Assendelft (doopboek nederd. geref. ald.), koopt op 24.4.1673 van Jan Jacobsz Floren alias Vleugel een huis en erf in de kerkbuurt op het laentje, met een vrij pad over de werf tot voorbij het huis, belend ten noordoosten de kinderen van Jan Pietersz Ketelboeter ten zuidwesten Willem Cornelisz Keesmans voor een bedrag van 260 gulden (RA Assendelft inv.2012 fol.183v d.d. 24.4.1673), otr. Haarlem (nederd. geref.) 23.12.1640, tr. ald. (nederd. geref.) 6.1.1641 met
2115 Josina (Josijntje, Josijntge) Jans van Mierlo alias Josijntje Moer (Vroemoer), jongedochter van de grote houtstraet in Haarlem, ged. Haarlem (nederd. geref.) 13.12.1615 (get. Silvester Pietersz en Hester Sotier), verblijft in 1638 te Assendelft (lidmatenreg. Assendelft nederd. geref.), is na 1654 vroedvrouw te Assendelft (zie o.a. RA Assendelft inv.2011, fol.224v, d.d. 27.2.1666), dochter van Jan Jansz van Mierlo en Janneken Mattheus
2120 Pieter Jansz Korver (Corver) alias Backer, jongman van Assendelft, geb. ca. 1628 (GAZ ONA 155 d.d. 12.8.1663), wonende in de kerkbuurt ald., bakker ald., koopt op 20.4.1657 van Aechte Niels weduwe van Jacob Jansz Backer geassisteerd met Jacob Nielsz haar broer, voor de ene helft, en Claes Woutersz Rockje voor de andere helft, een huis en erf staande in de kerkbuurt belend ten noordoosten Jacob Jacobsz Leen te zuidoosten Claes Gijsen ten zuidwesten Marij Cornelis en ten noordwesten de weghsloot, voor een bedrag van 1138 gulden (RA Assendelft inv.2010 fol.157v d.d. 20.4.1657), overl. voor 20.12.1679 (RA Assendelft inv.2013 fol.77v-78 d.d. 20.12.1679), verkoopt op 10.4.1671 aan Mr Claes Corver schoolmeester een huis en erf in de kerkbuurt belend ten noordoosten Hendrick Jansz Peet ten zuidoosten Claes Ghijsz ten zuidwesten Jan Maertsz Peertjes en ten noordwesten de heerenwegh, voor een bedrag van 650 gulden (RA Assendelft inv.2012 fol.146v d.d. 10.4.1671), wordt meermalen vermaand door de kerkenraad van de nederd. geref. kerk ald. inzake zijn stevige drankgebruik (GAZ kerkarch. Assendelft inv.1, d.d. 15.11.1671. 5.1.1672, 17.4.1672, 4.11.1672, 30.7.1673), zn. van Jan Jansz Korver en Griet Cornelis, otr. Assendelft (nederd. geref.) 6.2.1656, tr. ald. (nederd. geref.) 20.2.1656 met
2121 Anna (Anne) Claes alias de Backster alias Corffer, jongedochter van Assendelft, bakster ald., verkoopt op 20.12.1679, tezamen met haar zoons Jan, Gerrit en Heinrick Korver, geassisteerd met Jan Claesz Backer, Harmanus Pas en Garbrant Claesz Leen als gekoren voogden voor de minderjarige kinderen van Pieter Korver, aan Mr Nicolaes Corver, alle zodanige erfenis als haar door het overlijden van Heinrick, Simon en Claessie Boet is toegekomen, alsmede datgene dat zij heeft geërfd van Neltie Boet, te weten 3/32 deel in het huis en erf dat Neltie Boet bewoont, belend ten noordoosten Gerrit Dircksz Boet en ten noordwesten voornoemde Neltje Boet c.s., 3/32 deel in de achterven groot 1142 roeden belend ten zuidwesten en ten noordwesten Neltie Boet, 3/32 deel in de buijtkaijck groot in het geheel 1564 roeden belend ten zuidoosten Neltie Boet, alles gelegen in boets weer, 3/32 deel in de split en rietveen groot tezamen 1008 roeden belend ten zuidoosten en noordwesten Gerrit Dircxz Boet, 3/32 deel van de twisch bij Nauerna groot in het geheel 798 roeden belend ten noordoosten Jan Willem Keesen en ten zuidwesten Claes Roelen, 3/32 deel in de suijder hoge veen groot in het geheel 350 roeden belend ten zuidoosten Gerrit Dircksz Boet, alles gelegen in boets weer, 3/32 deel van het scheppen twisch groot in het geheel 716 roeden liggende in flooren weer belend ten noordoosten Dirck Annes en ten zuidwesten Heinrick Wildeboers kinderen, 3/32 deel in een derde deel in de halve duijfies meed, groot in het geheel 901 roeden liggende in flooren weer belend ten noordoosten Trijn Gelbertsz en ten zuidwesten Maerten Engelsz, 3/32 deel int dijck campie groot 211 roeden liggende in cruijven weer, alsmede haar bestorven gedeelte in de nagelaten goederen van Claessie Gerrits, gelegen in de banne van Westzaan, en voorts als haar in die hoedanigheid is toegekomen van de inboedel en huisraad, te weten bedden, dekens, linnen, wollen, kas, ketels, bakkersgereedschap, voor een totaalbedrag van 320 gulden (RA Assendelft inv.2013 fol.77v-78 d.d. 20.12.1679; zie ook RA Assendelft inv.2014 fol.78v d.d. 17.1.1687), verkoopt op 10.2.1687 tezamen met Jan en Cornelis Claesz beide wonende in Assendelft alsmede voor hun broer Sijmon Claesz schoolmeester te Spaarnwoude alle erfgenamen van Claes Gerbrants zaliger twee stukken land in de banne van Assendelft het ene genaamd de achterven in roelen weer groot 1649 roeden belend ten noordoosten Lourus Jansz en ten zuidwesten Ootger Lourusz, het andere genaamd de schinkel in de hemmen groot 197 roeden belend ten noordoosten Guertje Jacob Thijssen en ten zuidoosten de koper zelf voor een totaalbedrag van 996 gulden (RA Assendelft inv.2014, fol.80v-81 d.d. 10.2.1687), verkoopt in die hoedanigheid op 14.2.1687 aan Gerrit Dircksz Boet een stuk land genaamd t madt in boets weer groot 502 roeden belend ten zuidwesten Trijn Havix en ten noordoosten Bartholomeus Willemsz voor een bedrag van 168 gulden (RA Assendelft inv.2014 fol.88 d.d. 14.2.1687), verkoopt in die hoedanigheid op 14.2.1687 aan Cornelis Claesz Wildeboer een stuk land genaamd de hooge veen in dirck jannen weer groot 743 roeden belend ten zuidoosten Cornelis Pieter Oomen en ten noordoosten Cornelis Smit voor het bedrag van 250 gulden (RA Assendelft inv.2014 fol.88v-89 d.d. 14.2.1687), verkoopt in die hoedanigheid op 14.2.1687 aan Aldert Cornelisz Kors twee stukjes land, ten eerste t ackertje in maerte jans weer groot 180 roeden belend ten noordoosten Claes Oot en ten zuidwesten Jan Carels, ten tweede t vijver campje in oftlaets weer groot 208 roeden belend ten noordoosten Guertje Ouwerijx en ten zuidwesten Trijntje Claes, voor een totaalbedrag van37 gulden (RA Assendelft inv.2014 fol.89v d.d. 14.2.1687), begr. Assendelft impost 1.8.1712 (aangifte door zoon Gerrit Korver), erft van Claes Garbrantsz zoon van Garbrant Claesz Backer (zie RA Assendelft inv.2012 fol.230v d.d. 14.5.1676; ibid. fol.238v d.d. 7.10.1676; verponding Assendelft inv.3 fol.461) en die op zijn beurt erfde van Alijdt Claes wier grootvader Engel Jan Franssen deelde in bezittingen van de familie Boet (zie o.a. verponding Assendelft inv.1 fol.114), wordt meermalen vermaand door de kerkenraad van de nederd. geref. kerk ald. inzake haar stevige drankgebruik (GAZ kerkarch. Assendelft inv.1 d.d. 31.10.1680; ibid. d.d. 6.8.1683), dr. van Claes Sijmonsz Backer en Griet Jans
2124 Isaack (Isack) Jansz Peet, wonende in Assendelft aan de hoogendijk en nadien in het woutvierendeel op peeten weer, ged. Assendelft (nederd. geref.) 25.10.1637, verkoopt op 17.2.1662 aan Gerrit Claesz Boschman een stuk land in de banne van buijtenhuijsen genaamd de cleijne gale ven groot 755 roeden belend ten noordoosten Cornelis Jansz Punt ten zuidoosten de heerenwech ten zuidwesten Jan Bouwisz en ten noordwesten de wijckermeer voor een bedrag van 850 gulden (RA Assendelft inv.2011 fol.105v d.d. 17.2.1662), verkoopt op 18.5.1664 tezamen met Jan Jansz Gooten voor zichzelf en uit naam van Jannitje Cornelis weduwe van Jan Cornelisz Gooten aan Claes Ootgersz de helft van een stuk land genaamd de wasselijck liggende met de koper onverdeeld en gemeen binnen de banne van Assendelft buitendijks, te weten Isack Jansz Peet voor 1/3 deel, Jan Jansz Gooten c.s. voor 1/6 deel, groot in het geheel 1605 roeden, belend ten noordoosten Frederijck Vroom ten zuidoosten de meerdijck ten zuidwesten Claes Gerritsz van Saenen en ten noordwesten de wijckermeer, voor een bedrag van 740 gulden (RA Assendelft inv.2011 fol.196v d.d. 18.5.1664), verkoopt op 2.4.1666 aan Jan Cornelisz Peet een stuk land genaamd de vijff geers groot 1120 roeden belend ten noordoosten Trijn Claes weduwe van Cornelis Willemsz Schimmelpenning ten zuidoosten Claes Ootgersz ten zuidwesten Aecht Ariaens weduwe en kinderen en ten noordwesten de hogendijck voor een bedrag van 1692 gulden (RA Assendelft inv.2011 fol.247v d.d. 2.4.1666), koopt op 21.6.1667 van de armenvoogden een huis en erf staande aan de hoogendijck belend ten noordoosten de kinderen van Jan Cornelisz Gooten ten zuidwesten de koper zelf voor het bedrag van 157 gulden (RA Assendelft inv.2012 fol.34-34v d.d. 21.6.1667), koopt op 4.5.1668 samen met Bouwis Jansz Peet van Pieter Jansz Heijn, Ghijsz Pieter Ghijsz, Cornelis Ghijsz, Jan Claesz Lou als voogd voor Jannitje Ghijsz, Neeltje Pieters, de weesmeesters als oppervoogden van Pieter Cornelisz, en Pieter Cornelisz Lis die zich mede sterk maakt voor zijn zuster en broers een stuk buitendijks land in de banne van Assendelft genaamd wasselijck groot 1567 roe belend ten zuiden de wijckermeer en ten noorden Claes Gerritsz van Sanen en dat wordt betaald met een custingbrief (RA Assendelft inv.2012 fol.59v d.d.4.5.1668), verkoopt op 15.2.1669 aan Dirck Hercksz Grootsant een stuk land genaamd de roomse ven groot 1620 roeden liggen in jan barents weer belend ten noordoosten Jan Pieter Willemen weduwe ten zuidoosten Claes Gerritsz van Sanen ten zuidwesten de weduwe van Willem Willemsz Solderman en ten noordwesten de verkoper zelf voor een bedrag van 2400 gulden (RA Assendelft inv.2012 fol.71 d.d. 15.2.1669), koopt op 17.2.1673 van Cornelis Cornelisz Kist gehuwd met Trijn Pieter wonende in de poel de helft van een stuk land genaamd de wasselijck groot die helft 783 en een halve roeden belend ten noordoosten Claes Gerritsz van Sanen ten zuidoosten zuidwesten en noordwesten de hoogendijck waarvan voornoemde Isack Jansz Peet de andere helft reeds toebehoort, hij betaalt met een stukje land genaamd schippers ventje (RA Assendelft inv.2012 fol.179 d.d. 17.2.1673), in 1678 enkele keren vermeld als een van de erfgenamen van Gerrit Jacobsz (RA Assendelft inv.2013 fol.24v d.d. 26.2.1678; ibid. fol.25 d.d. 26.2.1678; ibid. fol.25v d.d. 26.2.1678; ibid. fol.26 d.d. 26.2.1678), verkoopt op 1.3.1678 aan Griet Jans Cleijne een stuk land genaamd ouwe jans kaag groot 437 roeden liggende in de buijtenkaag belend ten zuidoosten Gerrit Baert Huijgen c.s. ten zuidwesten Sijmon Jans Joosten voor een bedrag van 200 gulden (RA Assendelft inv.2013 fol.27 d.d. 1.3.1678), verkoopt op 14.3.1678 aan Willem Thomasz een huis en erf staande en liggende in de banne van Assendelft in de poel, belend ten noordoosten Jan Jansz Gooten en ten zuidwesten Jan Cornelisz Poel, alsmede een stuk land genaamd de wasselijck groot 1566 roeden, belend ten zuidwesten de wijckermeer en ten noordoosten Claes Gerritsz van Saenen, voor het bedrag van 500 gulden (RA Assendelft inv.2013 fol.30v-31 d.d. 14.3.1678), overl. voor 28.2.1682 (RA Assendelft inv.2013 fol.145v d.d. 28.2.1682), zn. van Jan Jacobsz Peet en Griet Lauwen, tr. met
2125 Maritje (Marij) Maerts, verkoopt op 28.2.1682 aan Willem Jansz Keesen c.s. Gerrit Jansz Boet een stuk land gelegen in het zuideinde van Assendelft groot 1280 roeden belend ten zuidwesten de meerdijck voor een bedrag van 410 gulden (RA Assendelft inv.2013 fol.145v d.d. 28.2.1682), verkoopt op 3.3.1682 aan Heijndrick Cornelis Heijnen een stuk land genaamd de onbedijckte wasselijck groot 592 roe belend ten zuidoosten de dijck en ten noordwesten de wijckermeer voor een bedrag van 110 gulden (RA Assendelft inv.2013 fol.146v d.d. 3.3.1682), verkoopt op 19.4.1682 aan Willem Pietersz Bollen een stuk land genaamd de halven uijterdijck over de camer ven groot 90 roeden belend ten noordoosten Aegt Gerrit Huijgen en ten zuidwesten Heijnrick Cornelis Heijnen voor een bedrag van 15 gulden 15 stuivers (RA Assendelft inv.2013 fol.154 d.d. 19.4.1682), op 17.2.1684 verkoopt Jan Maertsz Poel als voogd van de onmondige kinderen van Isack Jansz Peet aan Gijsbert Pietersz vant Hoff een stuk land genaamd t ventje in buijtenhuijssen groot 711 roeden belend ten noordoosten en zuidwesten de kinderen van Claes Grootsant voor een bedrag van 425 gulden (RA Assendelft inv.2013 fol.219v-220 d.d. 17.2.1684)
2150 Gerrit Jelisz, bakker, wonende te Oostzaan in de hael, belooft op 30.3.1677 aan Adriaen Jacobsz gedurende de rest van zijn leven wekelijks een roggebrood van zes pond te laten toekomen voor het eigendom van een half huis en erf gelegen in de hael belend ten zuiden Albert Jansz ten noorden Jacob Jansz (OA Oostzaan inv.443 fol.34v d.d. 30.3.1677)
2194 Mr Johannis (Joannes) Bant (Bandt), wonende te Benningbroek en nadien in Winkel, is vader van Maria ged. Benningbroek (nederd. geref.) 30.7.1656, is vader van Abraham ged. Winkel (nederd. geref.) 20.12.1665, is vader van Isack ged. Winkel (nederd. geref.) 13.4.1670, is vader van Sara ged. Winkel (nederd. geref.) 1.1.1673, is vader van Rebecka ged. Winkel (nederd. geref.) 4.11.1674
2224 Jan Pietersz Buijs, wonende in de kathoek te Oostzaan, broer van Mari Pieters Buijs die tr. met Jan Pietersz, tr. met
2225 Griette Claes
2240 Auwel Pietersz Prins, wonende in de Rijp aan de heerestraat bewesten de dam, schepen en vroedschap ald., waarsman (1670), wonende ald. in de heerestraat (RAA RA 6375), koopt op 28.4.1649 van Jan Claesz eertijds wonende in Assendelft thans in de Beemster een huis en erf in Assendelft benoorden de kerk dat werd bewoond door Willem Claesz broer van de verkoper belend ten noordoosten Claes Jacobsz en ten zuidwesten Niel Cornelisz en strekkende voorts van de wechsloot af tot de achtersloot, alsmede een stukje land genaamd aechte joncken ventgen groot omtrent een half morgen liggende achter Niel Jansz Kuijpers uit binnendelft belend ten noordoosten Jan Allertsz ten zuidwesten Dirck Willemsz erfgenamen ten zuidwesten Cleijn Jan en ten noordwesten Jan Allertsz, een stukje land genaamd het breetgen groot omtrent 124 roeden liggende mede achter Niel Jansz Kuijper uit belend ten noordoosten Jacob Claesz Jan Baerts erf ten noorwesten en zuidwesten de erfgenamen van Claes Huijberden en ten zuidoosten de reeff, een stukje land genaamd het omloopje groot 284 roeden liggende mede achter Niel Jansz Kuijper belend ten noordoosten Gerrit Heijnis erfgenamen ten zuidoosten Jacob Claes Jan Baerts erfgenamen ten zuidwesten Pieter Allertsz Coning en ten noordwesten t voornoemde breetgen (RA Assendelft inv.2009 fol.139-140 d.d. 28.4.1649), verkoopt op 18.3.1650 aan Pieter Allertsz Coninck een stuk land genaamd aecht joncken veentge in gerrit claes paulus weer groot 440 roeden belend ten noordoosten en noordwesten Jan Allerstz Coninck ten zuidoosten Maarijtgen Pieters weduwe en ten zuidwesten Claes Jacob Claes Jan Baerts (RA Assendelft inv.2009 fol.190v d.d. 18.3.1650), verkoopt op 18.3.1650 aan Gerrit Jelisz een huis en erf belend ten noordoosten en zuidoosten Claes Jacob Claes Jan Baerts en zuidwesten Niel Cornelisz en ten noordwesten de weghsloot (RA Assendelft inv.2009 fol.191-191v d.d. 18.3.1650), koopt op 14.6.1667 van Jan Jacobsz Router een stuk land groot ruim 2 agele aan de noordzijde van De Rijp (RAA RA 6375), koopt op 10.12.1672 van Cornelis Jacobsz Vermeulen een stuk land groot 8 agele 12 roeden 6 voet en 9 duim bezuiden en in de banne van De Rijp (RAA RA 6375), koopt op 6.2.1674 van de erfgenamen van Louris Melchers en Trijn Jasperts een stuk land groot 4 agele 14 roe in de banne van De Rijp nabij de gouw (RAA RA 6375), koopt op 26.1.1678 van de erfgenamen van Willem Paus en erf en hofstede beoosten de dam in De Rijp (RAA RA 6376), koopt op 23.3.1679 van Gerrit Claesz Bosch een stuk land groot 13 agele 12 roe in de oostervenne in de banne van De Rijp (RAA RA 6376), overl. voor 7.3.1681 (RAA RA 6376), otr. Beemster (nederd. geref.) 2.9.1645, tr. De Rijp (nederd. geref.) 22.3.1647 met
2241 Anna Floris Coen,dr. van Floris Claesz Coen
2242 Meijndert (Meijnard) Willemsz Pelt, koopman in De Rijp, tr. De Rijp (afk. comm.) 7.4.1669 (hij bijgestaan door Mr Cornelis Arijaensz, zij door haar broer Willem Arisz Gorter) met Trijn Aris weduwe tot De Rijp, tr. met
2243 Trijntje Segers
2270 Baart Maartensz Dubbelt, veehouder aan de ringdijk van de Schermeer, belijdenis Zuidschermer 21.7.1675 samen met zijn vrouw, huurt op 4.1.1676 van Henrick Brant te Alkmaar 227 morgen land in de bedijkte Schermeer aan de ringdijk voor een periode van 5 jaar voor een jaarlijks bedrag van 510 gulden, op voorwaarde dat de verhuurder de boet behoudt waar de paarden gestaan hebben alsmede de zolder daarboven, en de huurder niet meer dan 7 1/2 morgen mag hooien nochtans het hooiland te mogen etten (RAA NA 265, akte 231), koopt op 12.3.1676 samen met zijn broer Gijsbert Maartensz Dubbelt van de erfgenamen van Jan Jacobsz te Boekel 3/4 deel in een halve kavel land in de Schermeer grenzend aan de boekelerweg (RAA RA 161, fol.243), overl. voor 3.6.1692 (RAA RA 130, 3.6.1692 en 31.1.1698), zn. van Maerten Maertensz Dubbelt, otr. ald. 1.1.1673 met
2271 Grietje Maertens Koster, jongedochter van de ringdijk in de Schermeer, otr. 2e Zuidschermer 24.1.1694 (huwelijkse voorwaarden zie RAA NA 291, akte 45 4.2.1694) met Pieter Otsen, koopt op 27.9.1692 van Gijsbert Maartensz Dubbelt de gerechte helft in een huis, boomgaard en 15 morgen land in de Schermeer letter L nr. 33 (RAA RA 6349) en dat op 27.4.1737 door de erfgenamen wordt verkocht aan Arent Klaver (RAA RA 6352, fol.26v), in 1694 wordt bepaald dat haar een kavel land in de Schermeer aan de zuidervaart toekomt uit het bezit dat zij samen met Baart Maartensz Dubbelt had, alsmede twee stukjes land aan de boekelerweg, verstrekte leningen van in totaal 1250 gulden, 861 gulden contant geld en 22 koeien (RAA NA 1642, akte 55, 5.2.1694 en 17.4.1694), haar erfgenamen verkopen op 6.6.1722 aan Pieter Jansz een huis en erf te Westgraftdijk (RAA RA 6446), dr. van Maerten Claesz Koster en Neel Claes
2276 Claas Claasz Kuijper, wonende te Wormer, laat tussen 1671 en 1687 kinderen dopen ald., tr. met
2277 Trijn Cornelis
2278 Jan Claasz (Claesz), wonende te Wormer, laat tussen 1671 en 1676 kinderen dopen ald., tr. met
2279 Guurt Jans
2282 Nanning (Nanninck) Tuenisz, wonende in Oostgraftdijk, vermeld ald. vanaf 1617 (RAA RA 228), overl. voor 1660, vermoedelijk een broer van Maretien Tuenis, Cornelis Tuenisz en van Jacob Tuenisz (RAA RA 251), tr. met
2283 NN, leeft 1660
2320 Jan Luesinck, tr. met
2321 Griete ten Gronde
2328 Harmen Brabender, ged. Lochem (nederd. geref.) 30.10.1614 (get. Jan Tonhus), zn. van Henderick Braebender en Goelle
2332 Henric Slaghman, wonende in Eecsel, leeft 1683
2368 Jacob Heijnis, geb. ca. 1604 (RAA NA 6564, 29.5.1665), stuurman (RAA RA 6329, fol.6), wettelijk landmeter (RAA NA 6563, 17.9.1658), schepen in de banne Zuid-Schermer 1654,1659 en 1665, heemraad ald. (RAA NA 6563, 17.9.1658), koopt in 1658 een huis (RAA RA 6328, fol.143), ontvangt op 28.2.1663 van zijn oomzegger Heijn Cornelisz 15 gulden voor geleverd bier (RAA RA 6322), erfgenamen verkopen op 17.1.1671 aan Krijn Jacobsz Heijnis een vijfde deel in het ouderlijk huis en een evengroot deel in een stukje land achter het huis genaamd laecker land (RAA RA 6331, fol.19 en 24), verkopen op 12.3.1671 aan Cornelis Pietersz Roosecrans wonende in Noordeinde een vierde deel in een stuk land genaamd het busje groot 7 achele in de menningweer (RAA RA 6331, fol.24v), mogelijk zn. van Heijn Cornelis Heijnes die op 25.12.1617 van Trijn Cornelis en haar zoon Cornelis Cornelisz een stukje land koopt genaamd de laenacker (RAA RA 6327, fol.18) en die schepen is van de banne Zuid-Schermer in 1618 (RAA RA 6327, fol.36 en 92), tr. met
2369 Aeltien (Alijt) Klaas, geb. ca. 1606 (RAA NA 6564, 29.5.1665)
2376 Jacob Schram
2422 Jacob (Jaep) Jelliszen (Jellesz, Jellis), jongman van Jisp, tr. Wormer (nederd. geref.) 6.1.1636 met
2423 Aeltje Maertens, jongedochter van Jisp, is mogelijk een zuster van Trijn Maartens (o.a. doopboek Jisp nederd, geref. 21.1.1643)
2424 Gerret Aelbertsz (Albertsz) van Straten alias Cuijper, jongman van Straatsburg, tr. Jisp 25.10.1643 met
2425 Maijken Jans Smits, ged. Jisp (nederd. geref.) 20.3.1616, dr. van Jan Jansz Smidt en Judith (Judich) Bastiaens
2432 Jan Heijndricksz Backer, wonende te Krommeniedijk, overl. voor 7.3.1640 (GAZ RA 1485), tr. met
2433 Griet Dircks Snijers, overl. voor 7.3.1640, zuster van Nanning Dircksz en Dirck Dircksz Snijers, dr. van Dirck Claesz Snijers
2434 Jasper Cornelisz, wonende te Krommenie aan ’t madt (GAZ RA 1486, 11.3.1654; RA 1400, 8.5.1664), overl. voor 11.3.1654, tr. met
2435 Wijburg Dircks
2444 Jan Pietersz Beets, tr. Beets (nederd. geref.) 22.4.1647 met
2445 Marije Jans Doets
2466 Cornelis Maartz (Maerttes, Maertses, Maertensz) Groenvelt, vermeld aan de middelwegh in de Beemster (lidmatenregister ald. nederd. geref.), tr. met
2467 NN, begr. ald. (nederd. geref.) 16.1.1640
2468 Cornelis Cornelisz Dubbelt (Dubbeldt), vanaf 1651 vermeld in de Beemster aan de oostringdijk nabij Hobrede (doopboek Beemster nederd. geref.), lidmaat ald. in 1665, dan gehuwd met Geert Rems (lidmatenboek Beemster nederd. geref.)
2528 Walle Wijtses, afkomstig van IJlst, otr. IJlst (nederd. geref.) 1.1.1660, tr. ald. (nederd. geref.) 14.1.1660 met
2529 Jeldouw Hiddes, afkomstig van Heeg
2530 Tiamcke (Tijamcke, Tjamke) Abes, afkomstig van IJlst, ged. IJlst (nederd. geref.) 10.7.1642 (getuige Ale Tijamckes), zn. van Abbe Tijamckes en Thiets Ipes, tr. IJlst (nederd. geref.) 15.1.1664 met
2531 Martsen Hijssels, afkomstig van IJsbrechtum
2532 Wierd (Wierdt) Ages, laat tussen 1651 en 1655 kinderen dopen in Kimswerd, is in 1666 executeur van Wonseradeel, dan wonende te Wons, otr. 2e Bolsward (nederd. geref.) 30.9.1666 met Trijntje Wijntjes, afkomstig van Bolsward, tr. 1e met
2533 Icke Jacobs
2536 Abraham (Abram) Lenards (Leenards, Leenaerts), op 27.5.1655 samen met Trijntje Lenards met attestatie van Nijega naar Heeg (lidmatenreg. Heeg nederd. geref.), vermeld lidmatenlijst ald. 1664, in januari 1668 van Broek naar Joure (lidmatenreg. Joure nederd. geref.), in 1672 koopman op ’t sand, vanaf 1684 fiscaal (een soort gerechtsdienaar), in 1684 van Terkaple naar Oldeboorn-Nes (lidmatenboek Oldeboorn-Nes nederd. geref.), vertrekt nadien naar Akkrum, vermeld ald. 1709 (lidmatenboek Akkrum-Terhorne nederd. geref.), tr. 2e Joure (nederd. geref.) 20.10.1672 met Gerbrich Jans, afkomstig van Terkaple, tr. 3e met Trijntje Riemers, tr. 1e Wymbritseradeel (nederd. geref.) 4.1.1657 met
2537 Gooits (Gooitske, Goijtske) Asses, op 17.8.1656 met attestatie van Garijp naar Heeg (lidmatenboek Heeg nederd. geref.)
2804 Lou (Low) Markus (Merckes, Mircks), jongman afkomstig van Sint Annaparochie, wonende in de Beemster, tr. Sint Annaparochie (nederd. geref.) 10.5.1618 met
2805 Anna (Anne, Antje) Wobkes (Wopkes), jongedochter van Sint Jacobiparochie, op 1.6.1643 vermeld als weduwe wonende aan de rijperwegh (lidmaten Beemster nederd. geref.), begr. Beemster (nederd. geref.) 11.3.1680
3072 Lambrecht Claesz, tr. Nieuw Helvoet (nederd. geref.) 9.5.1627 met
3073 Dingenum Witte
3096 Cornelis Jansz Breeman, wonende in de heerlijkheid van Zuidland, zn. van Jan Cornelisz Breeman en Grietgen Gerrits Boerendrinckers, compareert op 10.10.1653 en op 19.12.1653 naast Jacob Jansz Breeman als oom en voogd van de nagelaten weeskinderen van Jacob Pietersz Houckman inzake de verkoop van 14 gemet land in de polder van oude stadt in de stee van Jacob Jansz Breeman, die groot is omtrent 82 gemet 200 roe (SAGO RA Stad aan het Haringvliet inv.7 fol.114v d.d. 10.10.1653), machtigt op 1.8.1654 Jacob Jansz Breeman, wonend in de polder van de oude stadt, om voor hem te verkopen een gerechte vierde deel van zekere woningen staande en gelegen aan de zeedijk binnen het dorp van Sommelsdijk (SAGO RA Stad aan het Haringvliet inv.7 fol.131v d.d. 1.8.1654), bekent op 27.11.1658 schuldig te zijn aan de heilige geest armen van Stad aan het Haringvliet een bedrag van 600 gulden, waarbij hij in onderpand geeft 21 gemet 284 roe land in de polder oude stadt (SAGO RA Stad aan het Haringvliet inv.22 d.d. 27.11.1658), verkoopt op 11.1.1664 aan Corvinck Arents Kromdijk 22 gemet land waarvan 16 gemet kostbaar land in de polder oude stadt (SAGO RA Stad aan het Haringvliet inv.1 d.d. 11.1.1664), tr. met
3097 Lijntgen Enghebrechts (Engberts), dr. van Engebrecht Cornelisz van der Sluijs en Aechtgen Jacobs (Erfgoedcentrum DiEP, ORA Piershil inv.3 d.d. 27.11.1636)
3102 Lodewijck (Lodewijk) Dirksz (Dircxe, Dircxsse) de Vos (van de Vos), wonende in Geervliet, ged. Geervliet (nederd. geref.) 1.4.1635 (get. Jan Arentsz Verhouf burgemeester, Aert Lodewijcksz, Lijsebet Hendricks weduwe van Hendrick Dirricksz), koopt op 20.4.1681 van Jan Aldertsz de Bois een huis en erf aan het eind van de anthonisplaats ald. belend ten oosten de landpoortstraat ten zuiden het kerkhof ten noorden de anthonisstraat (SAVPR Geervliet inv.212 d.d. 20.4.1681), koopt op 5.4.1683 van Cornelis Jansz twee erfpachtboomgaarden aaneengelegen buiten de tolpoort in het tolland belend ten noorden Engel Nootdorp ten zuiden Jan Tonisz en Engel Nootdorp en ten westen de toldam voor 67 gulden 10 stuivers (SAVPR Geervliet inv.212 d.d. 5.4.1683), koopt op 3.1.1685 van de erfgenamen van Hendrik Willemsz een erfpachtboomgaard buiten de tolpoort groot 25 roe belend ten oosten Crijn Claesz Compeer ten oosten [sic] de laatste meet van de zuidzijde van alle boomgaarden (SAVPR Geervliet inv.212 d.d. 3.1.1685), is vader van Magdaleentje ged. Geervliet (nederd. geref.) 31.3.1659 (get. de vader, Neeltje Tomas), is vader van Maertje ged. Geervliet (nederd. geref.) 22.10.1662 (get. de vader, Heijltje Dirx), is vader van Jannetie ged. Geervliet (nederd. geref.) 22.11.1665 (get. Dirckcrina Cornelisse Cuijper), is vader van Dirck ged. Geervliet (nederd. geref.) 2.8.1667 (get. Heijltje Dirx), is vader van Neeltie ged. Geervliet (nederd. geref.) 7.12.1670 (get. Heijltie Dirks), is vader van Maertje ged. Geervliet (nederd. geref.) 24.12.1673 (get. Heijltje Dirckx), zn. van Dirk Lodewijksz van der Vos en Neeltje Dirks, tr. met
3103 Jobje (Jopie) Jans
3106 Wilm Janse Sijdervelt (Zijdervelt) alias Otte (Ot), wonende te Zwartewaal, geb. ca. 1633, koopt op 3.3.1661, dan wonende te Zwartewaal, voor een bedrag van 1100 gulden van Leendert Heijnderickxe, herbergier op de heenvlietse dam, een kaagschuit (RA Heenvliet inv.1 d.d. 3.3.1661), compareert op 13.5.1675, dan 42 jaar oud, en tezamen met Leendert Hendrijcxz den Baes, oud ca. 39 jaar, en Soetje Theunis, huisvrouw van Cruijne Stevensz, oud 52 jaar, allen wonende onder de heerlijkheid Heenvliet op de dam, die op verzoek an Joris Victoorsz van Oostende, gewezen molenaar te Zwartewaal, dat zolang zij op de dam gewoond hebben (Leendert den Baes ca. 18 jaar, Willem Jansz Sijdervelt ca. 12 jaar en Soetje Theunis 15 jaar), het altijd gebruikelijk is geweest dat de pachter van het gemaal over Heenvliet altijd in Zwartewaal een collecteur heeft gehad, waaraan zij altijd betaalden zonder ooit iets met de pachter van het gemaal te Brielle te maken gehad te hebben en dat zij in al die jaren gewoonlijk hun koren in Zwartewaal hebben laten malen (RA Brielle inv.64 d.d. 13.5.1675), verkoopt op 23.9.1679 voor 180 gulden aan Jan Palm een huis en erf op de heenvlietse dam, belend ten noorden Kruijn Stevensz en ten zuiden Leendert Hendriksz den Baes, de betaling van de koopsom geschiedt met aanwijzingen ten laste van Jan Ewoutsz den Bink voor een som van 151 gulden 14 stuivers en ten laste van Joris Jacobsz voor een som van 28 gulden 6 stuivers (ONA Rotterdam inv.1044 akte 27 p.58, d.d. 23.9.1679; dit zal inhouden dat Wilm Jansz Sijdervelt vanaf ca. 1663 tot aan het jaar van verkoop op de heenvlietse dam heeft gewoond), is vader van Leendert ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 4.5.1674 (get. Krijntje Leenderts), is vader van Ot ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 14.2.1677 (get. Neeltje Harrents), is vader van Wijventje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 21.5.1679 (get. Lijsbet Klerk), is vader van Wijventje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 9.3.1681 (get. Jan Jansz Pruijt, Josijntje Kornelis), een mogelijke hint naar zijn afkomst is dat Jan Harrensz, de broer van Neeltje Harrens die in 1677 als doopgetuige optreedt, en die waarschijnlijk afstammen van Harrent (Harnt) Pietersz die te Zwartewaal kinderen laat dopen vanaf ca. 1655, te Brielle eveneens de familienaam Sijdervelt is gaan dragen (voorts blijkt uit RA Maassluis inv.181 d.d. 13.11.1660 dat Harrent Pietersz het beroep van visser uitoefende, en op zeker moment te Zwartewaal een huis en erf van Arent Pietersz Staelman heeft gekocht, die het op zijn beurt in het jaar 1645 heeft gekocht van Jorden Jobsz), tr. met
3107 Ariaantje Leenderts, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 22.3.1643 (getuige Leentje Isebrants), dr. van Leendert Kornelisse en Maartje Korsen
3108 Pieter Gillisse (Jillisse) van der Meer, familienaam blijkend uit lidmatenboek Zwartewaal, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 16.3.1625, zn. van Gillis (Jillis) Jans en Aagje Witte, is vader van Ariaantje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 30.6.1647 (get. Jan Jansz, Geesje Witte), is vader van Leendert ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 29.11.1648 (get. Gillis Janse, Aagje Witte), is vader van Ariaantje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 15.10.1651 (get. Jan Janse, Maartje Gillis), is vader van Ariaantje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 15.8.1655, tr. met
3109 Maartje Jakobs
3110 Cornelis (Kornelis) Jansz Arkenbout, geb. ca. 1635, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 2.11.1659 (24 jaar oud, getuige is Jan Arense Buere), broer van Ingetje Jans, zn. van Jan Ame, koopt tezamen met Willem Cornelisz Lis voor de som van 200 gulden van de erfgenamen van wijlen Maerten Cornelisz Lems twee huizen met bijbehorende roerende goederen, waarvan de waarde van de roerende goederen, te weten de taanketel met het hout en de turf wordt getaxeerd op 50 gulden (RA Zwartewaal inv.13 d.d. 27.8.1671), is vader van Maarten ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 28.8.1673 (get. Neeltje Pieters), is vader van Neeltje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 1.9.1675 (get. Neeltje Pieters), is vader van Leentje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 1.1.1677 (get.Ingetje Jans), tr. 2e met Pleuntje Kruijne, tr. 1e met
3111 Maartje Jans
3112 Mr Pieter Pietersz Landmeter (Lantmeter), jongman van Biert, chirurgijn te Geervliet, overl. voor 10.10.1668, vanaf ca. 1652 vermeld te Zuidland (SAVPR, toegang 45 inv.87, regest 427, 24.5.1656), koopt op 16.1.1659 twee gemet 206 roe land onder Biert aan de biertse heijndijck waarvoor hij een schuld aangaat bij Aeriaentie Jans de Laet (SAVPR toegang 29 inv.17 regest 43 30.6.1673; regest 92), is op 5.5.1662, dan wonende te Zuidland, borg voor zijn broer Jan Pietersz Landmeter (RA Maassluis inv.181 d.d. 5.5.1662), zijn broer Aert Pieterse Lantmeter transporteert op 10.10.1668 aan Pieter’s minderjarige kinderen, die bijgestaan worden door hun oom Jan Pietersz Lantmeter, 1 gemet 116 roe weiland onder Biert en waarvoor de weeskinderen een schuld bekennen van 350 carolus gulden aan Arij Willemse van der Hout of aan Jan Arense Lakencooper wonende te Spijkenisse wegens doding van twee obligaties die hij op de weeskinderen sprekende heeft en dat op 17.3.1687 wordt verkocht aan Jacob van Munster wonende in Brielle (SAVPR toegang 29 inv.17 regesten 24 en 25), zn. van Pieter Jansz Lantmeter, tr. Rockanje (nederd. geref.) 14.4.1647 met
3113 Lijsbet Cornelis, dr. van Cornelis Jobsz en Neeltje Kruijne (SAVPR toegang 45 inv.87, regest 524, 24.10.1661)
3114 Pieter Wessels (Wissels), ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 24.2.1630, zn. van Wessel Harmanse, stierman ald. (RA Maassluis inv.181 d.d. 17.8.1660), is vader van Jan ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 25.6.1653 (get. Annetje Jochums), is vader van Arij ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 23.8.1654, is vader van Wessel ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 8.12.1658 (get. Annetje Wessels), tr. met
3115 Kruijniertje Kornelis
3116 Huijge Janse, is vader van Klaas ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 14.3.1660, tr. met
3117 Maartje Klaas
3120 Maerten Jansz de Cloet (Cloet), wonende te Schiedam, begr. ald. 31.8.1681 (overl. gasthuis), zn. van Jan Maertensz, is vader van Lijsbet ged. Schiedam (nederd. geref.) 26.12.1640 (get. Arijen Cornelisz, Jannetge Tijsse, Maertge Jans), is vader van Jannetje ged. Schiedam (nederd. geref.) 28.10.1646 (get. Dirc Tonisz, Aefje Tijsz, Sara Pietersz), tr. Schiedam (gerecht) 22.11.1636 (hij bijgestaan door Jan Maertens zijn vader, zij door Maertgen Michiels haar moeder) met
3121 Aeltgen Tijssen, dr. van Thijs Jansz en Maritgen Michiels
3122 Gerrit Andriesz (Anderijesz, Anderiesz) Mack (Macq), zeevarende man, wonende te Schiedam, zn. van Anderies Gerritsz en Jopgen Huijgen, is vader van Neeltge ged. Schiedam (nederd. geref.) 3.8.1640 (get. Jan Cornelisz, Neeltge Cornelis, Pieterge Ariens), is vader van Dieuwertge ged. Schiedam (nederd. geref.) 5.6.1643 (get. Huijgh Andriesz, Maertge Andries, Aeltge Sijbrants), is vader van Maertje ged. Schiedam (nederd. geref.) 14.10.1648 (get. Andries Gerritsz, Trijntje Arents, Neeltje Corsse), is vader van Maria ged. Schiedam (nederd. geref.) 8.5.1650 (get. Andries Gerritsz, Jan Cornelisz, Magdalena Diemen, Aeltgen Sijbrants), is vader van Cornelis ged. Schiedam (nederd. geref.) 25.9.1652 (get. Michiel Cornelisz, Susanna Willems, Saertje Huijghe), koopt op 7.5.1644 van Cornelis Gilbersz vishacker een huis en erf gelegen voor de raem, strekkende van de straat tot aan de vuijcksloot toe (ORA Schiedam inv.342 d.d. 7.5.1644), bekent op 13.5.1645 schuld aan Cornelis Reijniersz (ORA Schiedam inv.342 d.d. 13.5.1645), dienende tijdens de tweede Engelse zeeoorlog onder admiraal Michiel Adriaensz de Ruijter als commandeur van een brander genaamd schiedam (Saken van Staet en Oorlogh in ende omtrent de Vereenigde Nederlanden beginnende met het jaer 1664 en eindigende met het jaer 1666, Lieuwe van Aitzema, ’s-Gravenhage, 1670), tr. Schiedam (nederd. geref) 14.12.1641 (hij bijgestaan door Anderies Gerritsz zijn vader, zij bijgestaan door Neeltgen Voochten haar zuster), tr. ald. 26.12.1641 met
3123 Pleuntgen Cornelis, in 1667 weduwe, betaalt in dat jaar haardstedengeld waarbij wordt vermeld dat ze in het sint anna susterhuijs woont (OA Schiedam inv.1485), is zuster van Neeltgen Cornelis Voochte gehuwd met Cornelis Reijniersz en later is gehuwd met Barent van der Elst (ORA Schiedam inv.344, 20.1.1657), dr. van Cornelis Pietersz en Dieuwertge Willems
3124 Leendert Jansz den Beeng (de Bink), zeeman (lidmatenboek Zwartewaal nederd. geref.), verblijft in 1641 in West-Indië, mogelijk een zn. van Jan Arentsz den Beeng (getuige in doopboek Zwartewaal d.d. 21.4.1630), is vader van Annetje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 4.5.1631 (get. Maritje Dammis), is vader van Jan ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 12.12.1632, is vader van Anna ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 24.11.1641 (de vader in West-Indiën verblijvende), tr. met
3125 Katrijne Pieters
3126 Joost Bouwense Stierman, stierman (stuurman), is vader van Leentje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 27.7.1631 (get. Leentje Isebrands), is vader van Isbrant ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 13.1.1636, is vader van Ariaantje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 28.8.1639 (get. zijn boekhouwer en zijn vrouws zuster), is vader van Bouwen ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 29.11.1643 (get. Neeltje Joppe, Leentje Jooste)
3128 Kruijn (Kruijning, Cruijningh) Stevensz, verkoopt omstreeks het jaar 1659 aan Barent Dircksz van der Velde zijn huis, staande te Zwartewaal op het zuid (RA Zwartewaal inv.27 d.d. 18.4.1684) en betrekt vermoedelijk omstreeks die tijd een woning op de heenvlietse dam, is vader van Jan ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 16.10.1644 (get. Bijatris Kornelisse, Ariaantje Klaas), is vader van Teunis ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 5.4.1654, is vader van Pleuntje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 15.8.1655, is vader van een kind ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 8.9.1658, is vader van Neeltje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 1.10.1660 (get. Jakobus), tr. met
3129 Soetge Teunis, geb. ca. 1623 (RA Brielle inv.64 d.d. 13.5.1675)
3132 Jan Arense Buere (Bueren, Buren), is vader van Fennetje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 8.3.1648 (get. Margrietje Jans), is vader van Kornelis ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 27.1.1650 (get. Angenietje Jacobs, Kornelia Kornelis), is vader van Heijman ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 11.8.1652, is vader van Arij ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 22.2.1654, is vader van Angenietje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 8.3.1656 (get. Kornelia Kornelis), is vader van Heijman ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 9.9.1657, is vader van Angenietje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 9.2.1659 (de moeder Jannetje Kornelis, get. Jan Leendertse, Kornelia Kornelis), is vader van Angenietje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 4.7.1660 (get. Kornelia Kornelis), tr. met
3133 Jannetje Kornelis, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 5.8.1626 (get. Ariaantje Reins, Mr. Leendert Arense Jonge Bruijn), dr. van Kornelis Reinse Delft en Angenietje Jacobs
3134 Witte Jobs, zeeman wonende te Zwartewaal, maakt op 30.11.1642 samen met zijn vrouw testament waarin onder meer wordt bepaald dat zijn kleding wordt geprelegateerd aan zijn moeder Margrietje IJsbrands, en waarin zij tot haar universele erfgenaam benoemt Leendert Jans de Bink, stuurman te Zwartewaal, haar neef van vaderszijde (SAVPR inv.1012 toegang 110 d.d. 30.11.1642), is vader van Job ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 18.2.1646 (get. Eegje Jobs), is vader van Laaurens ged. Zwartewaal (nederd. geref.). 22.11.1648 (get. Leendert Janse den Beeng en zijn huisvrouw Katrijne Pieters), is vader van Geesje ged. Zwartewaal (nederd. geref. 31.12.1651 (get. Neeltje Jobs), tr. met
3135 Maartje (Marijtje) Laurens
3144 Philips Philipsz Vermaet (Vermate, Jonge Vermaet), wonende in Spijkenisse, koopt op 14.8.1631 van Maertgen Doenen, weduwe van Aijen Cornelisz Crouff, 1 gemet 222 roe weiland in barckenshouck in Spijkenisse benoorden de weg tussen de hartelse welleweg en de laenwech (SAVPR toegang 48 inv.219 regest 415 d.d. 14.8.1631), koopt op 30.11.1631 van Mr. Gerraerdt Berck advocaat te Oud-Beijerland 3 gemet teelland in nieuw-hongerland inclusief het gevolg met aanwassen, visserijen en vogelarijen en waarvoor hij een schuld bekent van 565 pond 3 schellingen en nog eens 331 pond (SAVPR toegang 48 inv.219 regest 428-430), koopt op 27.1.1634 van Heijndrick Arensz Coon wonende in Spijkenisse 3 gemet 33 roe en nog 3 gemet 48 roe 6 voet teelland in nieuw-hongerland (SAVPR toegang 48 inv.219 regest 459 d.d. 27.1.1634), bekent op 31.8.1641 aan Jacob Duijnker Eduwaert en Jan Jacobsz Feijtema een schuld van 600 pond waartoe hij verbindt de helft van zijn boomgaard ten zuiden van het dorp Spijkenisse groot 159 r. en waarvan de andere helft de Bronckhorsten toebehoort (SAVPR toegang 48 inv.220 regest 495 d.d. 31.8.1641), overl. 20.2.1655, begr. Spijkenisse (Ons Voorgeslacht jrg. 20 (1965) Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de kerken van het Beneden Maasgebied, niet beschreven door Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins – Spijkenisse), zn. van Philips Philipsz Vermaet de Oude, tr. Spijkenisse (nederd. geref.) 26.1.1614 met
3145 Geertien Jans, dr. van Jan Jansz Bos en Maritgen Gerrits
3146 Pieter Jansz Lantmeter, wonende in Biert, leeft 10.7.1630 (SAVPR toegang 32 inv.210 regest 500 d.d. 10.7.1630), zn. van Jan Cornelisz Lantmeter, verkrijgt op 27.5.1617 samen met Soetje Jans Lantmeter de helft in 8 gemet 225 roe land in oud hoenderhoek dat eerder toebehoorde aan hun broer Jan Jansz Lantmeter (SAVPR toegang 32 inv.210 regest 307 d.d. 27.5.1617)
3148 Arijen Dircxz Visscher, overl. voor 28.4.1680, zn. van Dirck Pietersz en Commertgen Bouwens, bezit huis, schuur, berg en erf aan de spijkenissenhouck (SAVPR regest 775, 23.10.1655, regest 776, 23.10.1655, regest 802, 19.7.1656), komt in het bezit van 4 gemet 225 roe teelland aan de mallendijk in Spijkenisse, dat eerder bij openbare veiling eerst gekocht door Bouwen Dircxsz voor zijn moeder Commertgen Bouwensdr (regest 817, 6.3.1656), stelt zich in 1662 samen met Heerman Jansz Visscher borg voor zijn broer Bouwen Dircksz (regest 958, 1.5.1662), overl. voor 8.4.1680, wanneer zijn weduwe huis, schuur en erf aan de spijckenissenhouck, een partij bruikland, een partij hooi, een grote partij mest, tilbalken, planken enz. verkoopt aan Cornelis Oirbersz van Engelandt (regest 984 d.d. 8.4.1680), tr. met
3149 Annetge Leenderts, overl. na 28.4.1680, tr. 2e Spijkenisse (gerecht) 12.1.1676 met Cornelis Oirbersz van Engelandt, jongman van Spijkenisse
3154 Jan Abrahamsz Buijck, jongman van Vlaardingerambacht, leeft 26.6.1672, zn. van Abraham Leendertsz Buijck en Lijdewij Jans (ORA Vlaardingerambacht inv.25 fol.270v, d.d. 27.5.1675), behoort in 1652/53 tot de personen wonende in de stad Vlaardingen die in staat zijn een geweer te dragen en te gebruiken (archief van de Staten van Holland inv.1355, monsterrollen van de weerbare mannen in de Hollandse dorpen, Nationaal Archief), woont in 1672 te Vlaardingerambacht in het huis dat toebehoort aan vrouwe Alijda Jonckheijn ambachtsvrouw der stad Vlaardingen en Vlaardingerambacht, en gebruikt tevens land dat haar toebehoort, te weten 3 morgen 5 hond 81 roe alloidaal en patrimoniaal land gelegen aan het einde van de boomgaard van haar woning gelegen aan de groenewech, een stuk land groot 4 hond 50 roe gelegen naast het voornoemde land, een stuk land groot 1 morgen 3 hond 22.5 roe liggende ggemeen in een kamp weiland grenzend aan de voornoemde woning genaamd de rietdijckse weijde, een stuk land groot 1 morgen 5 hond teelland mede gelegen naast het voornoemde stuk land, een stuk land groot 1 hond 71 roe liggende gemeen met een morgen aan de voornoemde groenewech, een stuk land groot 1 morgen 4 hond 22 roe leenland zijnde de helft van de rietdijckse weijde te leen ontvangen van de grafelijkheid van Holland, drie kampen land met een gezamenlijke grootte van 4 morgen 2 hond leenland gelegen aan de noordzijde van voornoemde woning te leen gehouden van de heer van Hodenpijl, een stuk land zijnde het oostelijke deel van de kampen genaamd de ses margen groot 3 morgen 3 hond 85 roe gelegen in de polder van hoogstadt, en een stuk land groot 5 morgen 1 hond 10 roe alloidaal en patrimoniaal land gelegen aan twee kampen in de kleijne vette (ORA Vlaardingerambacht inv.25 fol.243, d.d. 26.6.1672), koopt op 13.5.1675 tezamen met zijn broer Leendert Abramsz Buijck van de overige erfgenamen van zijn vader 2 morgen 94 roe land in het nieuwlant en een strookje land met daarop een huis, schuur en berg op staat en dat verder beplant is tot boomgaard en dat vanouds lag tussen de landen van hun vader en de boomgaard gekomen van Cornelis Jacobsz Biemans erfgenamen (ORA Vlaardingerambacht inv.25 fol.268v, d.d. 13.5.1675), alsmede 1 morgen land gekomen van Cornelis Cornelisz Stelman en de erfgenamen van Cornelis Jacobsz Bieman en zekere boomgaard en plantage die eerder op 27.6.1653 is gekocht door hun vader (ORA Zouteveen inv.19 fol.114 en 115 d.d. 27.6.1653), zij bekennen op 5.10.1675 een schuld van 1500 gulden aan hun zwager Pieter Willemsz van den Bosch waaraan zij verbinden 2 morgen weiland aan de kethelweg en een tuintje en plantage gelegen aan de holierhoekseweg en benoorden de kethelweg te Zouteveen (ORA Zouteveen inv.19 fol.118 d.d. 5.10.1675), verkoopt op 20.5.1681 zijn helft in de boomgaard en plantage aan zijn broer Leendert Claesz Buijck alsmede zijn helft in het huis, schuur, erf, barg en geboomte, in de wandeling genaamd Emaus, alsmede een boomgaard daar annex aan, waarbij wordt vermeld dat de boerderij en een gedeelte van de boomgaard zijn gelegen in Vlaardingerambacht, een gedeelte van de boomgaard in Zouteveen en het resterende deel valt onder de jurisdictie van Vlaardingen, het geheel is gelegen benoorden de maasdijk, beoosten de heerweg en bezuiden en bewesten de openbare weg genoemd de ommering (ORA Zouteveen inv.19 fol.138v-139 d.d. 20.5.1681), is samen met Pieter Jacobsz van der Vaert voogd over de kinderen van Maertje Abrams Buijck en Pieter Willemsz van den Bosch (ORA Vlaardingerambacht, weeskamerarchief, 20.6.1676), otr. Vlaardingen (stadstrouw) 14.4.1656 (hij geassisteerd met zijn vader, zij met Arij Willemsz van der Bosch haar stiefvader en Matge Claes haar moeder) met
3155 Belijtge Claes, jongedochter van Overschie, ged. Overschie 30.5.1632 (getuigen Joris Claesse, Belijtgen Gerrits, Lidewij Jans), bij haar huwelijk wonende te Vlaardingerambacht, dr. van Claes Gerritse en Maghteltie (Matge) Claes
3156 Cornelis Pietersz Naijerboer (Naaierboer, Najerboer), wonende te Geervliet in de voorstraet (ook genoemd kerckstraet) in het huis genaamd het moriaenshooft en dat eerder toebehoorde aan Martje Dirks de weduwe van Hendrick Lodewijksz (zie: Lidmatenlijst en Genalogische Aantekeningen uit de achtergebleven Kerkelijke Archieven in Voorne-Putten – Geervliet, door: A.A. Arkenbout, Ons Voorgeslacht 1951; Inkomsten van het Kapittel Geervliet in het land van Putten, door: S.M. Auwerda, nationaal archief toegang 3.01.34 inv.352-354 en inv.511), in 1675-1676 betrokken in een geschil over de impost op het klein zegel (Stadsarchief Geervliet), overl. ald. maart 1677 (Begraven te Geervliet, door: F. van Hoorn, Ons Voorgeslacht 1983), tr. 2e ca. 1663 met Grietje (Greetje) Jans van Es (van Essen), overl. 17.8.1687, begr. Spijkenisse (Genealogische Gedenkwaardigheden in en uit de Kerken van het Beneden Maasgebied, niet beschreven door Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins – Spijkenisse, Ons Voorgeslacht (1965)), oorspronkelijk afkomstig van Mjnsheerenland, eerder gehuwd geweest met Willem Cornelisz Goutswaert wonende te Goudswaard, op 8.7.1663 met attestatie komende van Goudswaard tot Geervliet, zij tr. daarna Geervliet (nederd. geref.) juni 1678 met Isaac Maertensz Vermaat wonende te Spijkenisse, overl. 2.2.1701, begr. Spijkenisse (Genealogische Gedenkwaardigheden in en uit de Kerken van het Beneden Maasgebied, niet beschreven door Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins – Spijkenisse, Ons Voorgeslacht (1965)), impost begr. ald. 9.2.1701 (aangifte door zijn oomzegger Laurens Jansz Hoochwerff), dan weduwnaar van Grietje (Grietie) Jans, hij is vader (moeder onvermeld) van Grietje ged. Geervliet (nederd. geref.) 13.6.1655 (get. Ariaentje Huijgen), hij is vader (moeder onvermeld) van Bastiaen ged. Geervliet (nederd. geref.) 25.11.1657 (get. Leentje Keisers), Cornelis en Grietje Jans van Es zijn de ouders van Neltge ged. Geervliet (nederd. geref.) 29.6.1664, van een niet bij naam genoemd kind ged. Geervliet (nederd. geref.) in het jaar 1666, van Catharina ged. Geervliet (nederd. geref.) 14.12.1670 (get. Cornelis Theunisse, Grietie Daniels), en van Maria ged. Geervliet (nederd. geref.) 28.1.1673 (get. Aerjaentje Dirckx), mogelijk zn. van Pieter Bastiaensz, wiens naam genoemd wordt op 6.3.1624 in de particuliere notulen van de vergaderingen der Staten van Holland, en waaraan pensionaris Jacob Cats –dan residerende te Dordrecht- toevoegt dat hij de familienaam Nayerboer droeg (N. Stellingwerff en S. Schot, Particuliere Notulen van de Vergaderingen der Staten van Holland 1620-1640, deel II september 1623 – mei 1625, artikel 517), tr. 1e met
3157 NN, overl. na 25.11.1657
3158
3159
3164 Mr. Arijen Maertensz (Mertensz) Bornklerck, schoolmeester te Spijkenisse, zn. van Merten Cornelisz, stelt zich op 27.1.1647 samen met Willem Jansz Veerman borg voor Dirck Aertsz (SAVPR toegang 048 inv.220 regest 585 d.d. 27.1.1647), koopt op 14.1.1651 een erfje met een gang die uitkomt in de kerkstraat (regest 727 d.d. 14.1.1651), koopt op 5.7.1653 een huis en erf in de kerkstraat in Spijkenisse (regest 727 d.d. 5.7.1653), koopt op 8.10.1660 een boomgaard in de polder Braband van Mr. Dyngeman van Goederheijden die chirurgijn is in Sommelsdijk (regest 916 d.d. 8.10.1660), overl. voor 7.8.1681 (regest 1008 d.d. 7.8.1681), tr. 1e Spijkenisse (nederd. geref.) 21.10.1626 met
3165 Jannetgen (Janneken) Jans, overl. na 29.10.1684 (regest 1099 d.d. 29.10.1684)
3166 Cornelis Philipsz Vermaet, schipper, ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 16.9.1607 (getuigen Dierck Jansz wonende te Poortugaal, Cornelis Pietersz, Dierck Cornelisz, Trijntgen Cornelis), bekent op 14.6.1643 aan Leendert Arensz Daes wonende te Simonshaven een schuld van 175 pond wegens koop van een kromstevenschuit met toebehoren (SAVPR toegang 48 inv.220 d.d. 14.6.1643), zn. van Philip Philipsz Vermaet de Oude, overl. voor 8.3.1662, tr. Spijkenisse (nederd. geref.) 19.3.1636 met
3167 Maertjen (Maertien) Pieters, ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 31.10.1621 (gepresenteerd door de vader en door Ariaentgen Engebrechts), verkoopt op 8.3.1662 aan Arijen Gerbrantsz wonende op Hoogvliet een schuld van 225 pond wegens koop van een kromstevenschuit met toebehoren (SAVPR toegang 48 inv.221 d.d. 8.3.1662), zuster van Commer Pietersz van Wijngaerden, dr. van Pieter Commersz en Mettien Leenderts
3170 Arij (Arent) Bastiaensz, jongman van Zuidland, otr. Zuidland (nederd. geref.) 20.4.1642, tr. ald. 25.5.1642 met
3171 Trijntgen Willems, jongedochter van Zuidland
3172
3173
3180 Lauwerens Kornelisz, wonende in Zuidland, tr. 2e Zuidland (nederd. geref.) 3.10.1638 met Ariaantje Pieters, afkomstig van Pernis, tr. 1e met
3181 Maartjen Ariens
3184
3185
3186
3187
3188
3189
3196 Dirck Barentsz Waecker, wonende te Zwartewaal, leeft 1658 (lidmatenregister nederd. geref. ald.), is vader van Barent ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 27.10.1630, is vader van Wouter ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 21.11.1632, is vader van Jan ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 30.12.1635, is vader van Maartje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 17.5.1637
3198 Cornelis Cornelisz Ouwe Kees, wonende te Zwartewaal, geb. ca. 1599, compareert op 30.10.1645, dan 46 jaar oud, waarbij hij verklaart op verzoek van Neeltge Jans, weduwe van Cornelis Cornelisz de Jonge Graeff, wonende te Maassluis, dat hij uit hoofde van zijn huisvrouw evenals Neeltge Jans erfgenaam is geweest van Maertge Cornelis, hun moei, overleden te Zwartewaal, en dat zij van Maertge Cornelis hebben geërfd uit een som van 90 gulden elk de som van 36 gulden die zekere Neeltge Huijgen op den dam tot Zwartewaal aan Maertge Cornelis schuldig was, en verklaart hij dat omtrent 21 jaar geleden, toen Neeltge nog getrouwd was, heeft gezien en gehoord dat zekere Lambrecht Jacobsz, lakenkoper tot Zwartewaal, Neeltge Jans aansprak om betaling te hebben van 34 gulden vanwege betaling van geleverde lakens, en dat Neeltge Jans toen met Lambrecht Jacobsz is overeengekomen dat zij hem zou betalen zodra het geld van Neeltge Huijgen ontvangen zou zijn, dat zij vervolgens een aanbetaling heeft gedaan, en dat hij haar nadien meermalen heeft horen zeggen dat de schuld aan Lambrecht voldaan was (RA Maassluis inv.176 d.d. 30.10.1645)
3216 Crijn Pietersz van Adrichem (van Adrigem), wonende te Vlaardingen, wagenmaker ald., behoort in 1652/1653 tot de weerbare mannen ald. (NA inv.1355, Monsterrollen van de weerbare mannen in de Hollandse dorpen), stelt zich op 19.5.1665 tezamen met Maertgen Pouwels Broeck borg voor Willem de Jongh voor een bedrag schuldig aan Mr. Jan de Wit (SAV ORA Vlaardingen inv.154 fol.3 d.d. 19.5.1665), bekent op 28.6.1664 een schuld van 195 gulden aan houtkoper Leendert Pieters Cruijt in verband met geleverd hout (ONA Rotterdam inv.378 akte 273, p.577 d.d. 28.6.1664), leeft 17.4.1689 (doopboek Vlaardingen nederd. geref.), zn. van Pieter Vrancken van Adrichem en Celijtgen Jans, tr. 2e Vlaardingen 2.4.1662 (gerecht) met Haesje Jans Ketelaer, jongedochter van Vlaardingen, otr. 3e Vlaardingen (gerecht) 15.4.1668 met Geertie Cornelis, jongedochter van Vlaardingen, zij leeft 17.4.1689 (doopboek Vlaardingen nederd. geref.), otr. 1e Vlaardingen (gerecht) 17.10.1654 met
3217 Grietgen (Gritgen) Arents, jongedochter van Vlaardingerambacht, dr. van Arent Cornelisz Nieuwelant en Brechgen Cornelis
3218 Fop (Fob) Jacobsz de Willige (de Wilge, de Wilgen), jongman uit het ambacht Zouteveen, leeft 17.5.1689 (doopboek Vlaardingen nederd. geref.), zn. van Jacob Gerritsz de Willigen, otr. Vlaardingen (gerecht) 8.3.1652 met
3219 Maartie (Maertie, Mertie, Mertien) Claas (Claes) van der Starre, jongedochter van Vlaardingen, leeft 7.5.1689 (doopboek Vlaardingen nederd. geref.), dr. van Claes Claesz van der Starre en Maertgen Mees (SAV ORA Vlaardingen inv.149, fol.22, d.d. 16.5.1651)
3220 Dirck Vrancken van Dorp, bouwman in Vlaardingerambacht (SAV ORA Vlaardingerambacht inv.154, fol.10v, d.d. 18.4.1668), wordt aangeslagen voor de 200e penning ald. (OA Schiedam inv.1451, 1638; inv.1453, 1644; inv.1454, 1646; inv.1455, 1652), leenman ald. (ORA Vlaardingerambacht inv.25, fol.143, d.d. 8.9.1659), gasthuismeester te Vlaardingen (SAV ORA Vlaardingen inv.149, fol.91v, d.d. 16.11.1666; ibid., fol.107, d.d. 18.12.1667), compareert op 10.7.1651, dan wonende in Vlaardingerambacht, tezamen met Arij Vrancken Metael, bierschipper, als voogden van Leuntge Jans, oud 12 jaar, nagelaten weeskind van Geertgen Ariens, weduwe van Jan Vrancken, in zijn leven stierman te Maassluis, waarbij Geertgen belooft het kind te alimenteren en te onderhouden, alsmede het geld dat volgt uit de verkoop van de wollen en linnen kleren die toebehoord hebben aan haar vader en aan Vranck Jansz en Willem Jansz, ter profijt van de kinderen, en dat zij zal blijven bezitten de overige goederen en schulden (RA Maassluis inv.5 fol.30 d.d. 10.7.1651), compareert op 14.7.1653 als broer van Adriaen Vrancken Metael, weduwnaar van Leentge Gillis, om de voogdij te regelen over Maertge Jans, nagelaten weeskind van Leentge Gillis bij haar eerste man Jan Pietersz Backer (RA Maassluis inv.5 fol.69v d.d. 14.7.1653), koopt op 4.5.1668 van Jan van Vliet als erfgenaam van Maertie Meesse die weduwe was van Jacob Burgersz een weiland groot 3 morgen, alsmede een stuk weiland groot 1 morgen 1 hond 25 roe, beide gelegen in de Vlaardingerambacht (ORA Vlaardingerambacht inv.25 fol.199-201 d.d. 4.5.1668), tr. met
3221 Annetge Jans, zuster van Dirck Jansz van Opmeer raad en vroedschap van Vlaardingen (ORA Vlaardingen inv.154 nr.44 fol.10v d.d. 18.4.1668), dr. van Jan Jansz Opmeer
3228 Anthonis Willemsz Olshoorn, afkomstig van Zevenhuizen, bij zijn huwelijk wonende te Nieuwerkerk aan den IJssel, zn. van Willem Tonisz van Olshoren en Lijntge Dircx, otr. Zevenhuizen 4.12.1650 met
3229 Neeltje Fransen, mogelijk dr. van Frans Pietersz van Dijk (zie doopboek Nieuwerkerk a/d IJssel 12.12.1668)
3236 Louwijs (Lauwijs, Lowijs, Lovijs, Louijs) Abrahamsz (Abramsz, Abramse, Abrahamse, Abramssen, Abramsse, Abrahamsse), jongman van Rotterdam aan de knollemansteeg achter ’t klooster, ged. Rotterdam (nederd. geref.) 10.5.1628, zn. van Abraham Claessoon en Sijtge Louwijsse, is vader van Sijtge ged. Rotterdam (nederd. geref.) 27.12.1654 (get. Claes Abrahamse, Aeltge Claes, Sijtge Louwijs), is vader van Aeltje ged. Rotterdam (nederd. geref.) 9.1.1657 (get. Jan Willemse, Aaltje Jans, Maertje Jans), is vader van Aeltgen ged. Rotterdam (nederd. geref.) 17.4.1659 (get. Aeltgen Jans, Maertgen Jans, Aeltgen Lowijs), is vader van Aeltje ged. Rotterdam (nederd. geref.) 23.5.1660 (get. Aeltje Jans, Maertje Jans), is vader van Abraham ged. Rotterdam (nederd. geref.) 10.4.1663 (get. Jan Willemsse, Marijtie Jans), is vader van Dirck ged. 12.11.1665 (get. Aeltge Jans, Fijtie Jans), is vader van Johannis ged. Rotterdam (nederd. geref.) 18.9.1668 (get. Catelijne Jans, Marijtie Jans), is vader van Willem ged. Rotterdam (nederd. geref.) 7.1.1671 (get. Sijtie Louwijs, Marij Theijse), is vader van Maartje ged. Roterdam (nederd. geref.) 20.2.1674 (get. Annetje Jans, Sijtje Lowijsen), otr. Rotterdam (nederd. geref.) 10.5.1654, tr. Kralingen (nederd. geref.) 25.5.1654 met
3237 Metje (Metie, Metgen) Dirckx, jongedochter van Rotterdam aan de nieuwe vranckestraet
3240 Jacob Meese (Meessen, Meesz) van Assendelft, geb. ca. 1618 (ORA Vlaardingen inv.150, fol.121v, 23.2.1641), vroedschap te Vlaardingen (1654, 1664, 1665), raad en schepen ald. (1666-1670, 1677), burgemeester ald. (1675), stelt zich op 21.9.1654 tezamen met Pouwels Moens borg voor Maerten Kouwenhoven notaris en secretaris van de weeskamer van Schiedam voor verantwoording en betaling ten behoeve van het gemene land van de 20e, 40e en 80e penning, die door hem als secretaris van het dorp en ambacht Kethel en half Spaland, alsmede de heerlijkheid van langebackers oord, deijsselbrouck en maerdoel zullen worden ontvangen (SAV ORA Vlaardingen inv.153 fol.11v d.d. 21.9.1654), bekent op 14.5.1658 aan het nagelaten weeskind van Gerrit Willemsz Meuch een bedrag van 1400 gulden schuldig te zijn, waarvan 1190 gulden spruitende uit de koop van 1 morgen 1 hond land gemeen in een kamp van 7 morgen 1 hond (SAV ORA Vlaardinerambacht inv.25 f.106 d.d. 14.5.1658), is eigenaar van een hoekerschip genaamd de prins van orangien, die is bemachtigd door Schotse commissievaarder kapitein Jan Robbrechtsz en daarna door een Zeeuwse commissievaarder is ontzet, in Zeeland is opgebracht en ald. is verkocht (ORA Vlaardingen inv.154 fol.99 d.d. 20.5.1667; ibid. fol.100 d.d. 2.6.1667), ontvangt op 27.6.1676 een bedrag van 49 gulden inzake de bevoorrading van het schip van Jan Jacobsz Verhaes (SAV ORA Vlaardingen inv.154 fol.32v d.d. 27.6.1676), begr. Vlaardingen in de grote kerk ald. (Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de keren van het Beneden-Maasgebied, niet beschreven door Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins – Vlaardingen, eerder gepubliceerd in ‘Ons Voorgeslacht’, jrg. 20 (1965)), zn. van Mees Cornelisz Assendelft en Annitgen Cornelis, otr. Vlaardingen (gerecht) 28.6.1642, tr. ald. (gerecht) 20.7.1642 met
3241 Trijntge Willems Meuch, mede-erfgenaam van haar tante Maertge Gerrits gehuwd met Vranck Jaspers, dr. van Willem Cornelisz Meuch en Annetge Gerrits (ONA Schiedam inv.769, p.300, d.d. 30.1.1658; SAV ORA Vlaardingerambacht inv.25, f.108, d.d. 14.5.1658)
3242 Pouwels (Paulus) Jansz Brouck (Broeck), scheepstimmerman en reder te Vlaardingen, lid van de vroedschap van ald. (1644-1657), schepen ald. (1646-1657), thesaurier ald. (1656), huwelijkscommissaris ald. (1650-1652), koopt 31.5.1641 een huis met erf, timmerschuur, werfhelling en dok aan de oostzijde van de nieuwe havenstraat (RAV 99-107 d.d. 31.5.1641), verkoopt 7.12.1649 tuin en plantage aan het zwarteveld ald. (RAV 99-355v d.d. 7.12.1649), koopt 20.2.1651 een erf aan de oostzijde van de haven (RAV 100-24 d.d. 20.2.1651), overl. voor 12.1.1658 (OA Vlaardingen inv.275 d.d. 12.1.1658), zn. van Jan Pouwelsz Brouck en Maertge Jacobs, otr. Vlaardingen (gerecht) 1.5.1633 met
3243 Nelletje (Neeltje) Teunis (Theunis) Fouser, stelt zich op 22.11.1663 borg voor haar zoon Pieter Paulusz Broeck scheepstimmerman te Vlaardingen voor een bedrag dat Pieter schuldig is aan Leendert Jacobsz de Vries houtkoper aan de hoge rijndijk in Zoeterwoude (SAV ORA Vlaardingen inv.154 fol.1v d.d. 22.11.1663), constitueert op 8.8.1668 Abraham Hoogenhoeck raad en schepen te Vlaardingen om te ontvangen van Mr Maerten Pauw ontvanger-generaal te ’s-Gravenhage de jaren interest van een rentebrief staande op naam van Neeltje Arents Heermans (SAV ORA Vlaardingen inv.149 fol.111 d.d. 8.8.1668), begr. Vlaardingen juli 1679, dr. van Thonis Cornelisz Fouser en Annetje Pieters (ORA Vlaardingen inv.99, d.d. 18.6.1644)
3248 Dirck Gerritsz ’t Jong, jongman van Schipluiden, zn. van Gerrit Leendertsz ’t Jong en Maertge Lambrechts, otr. Schipluiden (nederd. geref.) 1638 met
3249 Maritgen Jacobs van Dijck, jongedochter van het ambacht Dorp, zuster van Aerje Jacobs van Dijck en Annetge Jacobs van Dijck (doopboek Schipluiden nederd. geref., d.d. 6.10.1638), komt op 14.7.1680 met attestatie van Schipluiden naar Maasland, onder vermelding dat zij is getr. met Claes Cornelisz de Bie wonende ald. (lidmatenreg. nederd. geref. Maasland)
3252 Pieter Maertensz Hoogendam, overl. voor 26.2.1691 (weeskamerarchief Vlaardingerambacht inv.1 fol.52v d.d. 26.2.1691), zn. van Maerten Jansz en Neeltgen Pieters, otr. Vlaardingen (nederd. geref.) 25.7.1643, tr. ald. (stadstrouw) 9.8.1643 met
3253 Arijaentgen (Arijaentge) Pieters, jongedochter van Vlaardingerambacht
3254
3255
3256 Joris Leendertsz Quant, overl. voor 25.4.1671, huurt weiland in het ambacht Kethel gelegen in de oost-abtspolder van Mr Wilhelm Nieupoort (ONA Schiedam inv.770 blz.871 d.d. 10.4.1652), is tezamen met Claes Pietersz aen de Schie voogd over Neeltgen Teunis gehuwd met Cornelis Pouwelsz wonende in de oost-abtspolder in het ambacht van Kethel (ONA Schiedam inv.778 blz.273 d.d. 7.6.1662), is tezamen met Joris Cornelisz Poldervaert en Arijen Cornelisz Poldervaert testamentair voogd over de kinderen van Maertgen Joppen weduwe van Cornelis Cornelisz Poldervaert (ONA Schiedam inv.763 blz.341 d.d. 8.4.1670), verkrijgt het ouderlijk bezit in de noordketelpolder bij de schans in het ambacht van Kethel te weten het huis, bijhuis, schuur, bargen, geboomte alsmede zes morgen land (ONA Schiedam inv.763 blz.1117 d.d. 2.5.1672), overl. voor 3.9.1677 (ONA Schiedam inv.765 blz.469 d.d. 3.9.1677), is vader van Wilhem ged. Kethel (kath.) 7.4.1666 (get. Trijntie Leenderse), is vader van Georgius ged. Kethel (kath.) 25.4.1671 (vader reeds overl., get. Jacob Jorissen, Annitie Leenders), zn. van Leendert Jacobsz Quant, tr. met
3257 Liedewij Cornelis Poldervaert, dr. van Cornelis Jorisz Poldervaert en Trijntge Leenders
3260 Cornelis Jan Hendrick Jan Claes, alias Cornelis Haubraecken, ged. Veghel (kath.) 24.9.1642 (get. Jacobis Joannis, Anna Arnoldi Gerlaci), zn. van Jan Hendrick Jan Claes en Elisabeth Aert Ariens, is vader van Joannes ged. Veghel (kath.) 4.6.1674 (get. Petrus Henrici, Elisabetha Joannes Adriani, Margaretha Joannis de zus van de vader, onder voorwaarden gedoopt vanwege nooddoop door vroedvrouw Petronella Boorts uit Boekel), is vader van Marij ged. Veghel (kath.) 2.2.1678 (get. Arnoldus Adriani, Genovefa Theodori), is vader van Adrianus ged. Veghel (kath.) 29.11.1680 (get. Godefridus Joannis, Adriani Antonij, Genoveva Theodori, Anna Leonij), is vader van Henricus ged. Veghel (kath.) 16.12.1683 (get. Theodorus Joannis, Walterus Theodori de Leien, Agnes Martini, Joanna Henrici), is vader van Jenneken die een dochter is uit het huwelijk met zijn tweede vrouw, verklaart op 24.2.1687 tezamen met zijn broer Goort Jan Hendrick Jan Claes een bedrag van 100 gulden schuldig te zijn aan Peter Jan Tibos (RA Veghel iv.61 fol.142 d.d. 24.2.1687), komt op 5.11.1714 erfdeling overeen met zijn kinderen en erfgenamen, waarbij zoon Jan toekomt een huis en erf ter grootte van ongeveer 3 lopensaet grond gelegen aan de doorenhoeck, waarbij zoon Henrick toekomt een akker teelland groot anderhalf lopensaet in Veghel in de haeverthiende, alsmede een stuk teelland omtrent drie lopensaet grond gelegen te Veghel genaamd de quadencoop, waarbij dochter Marij toekomt een akkertje teelland gelegen te Veghel genaamd den hemel groot omtrent 2 lopensaet, alsmede het voorste gedeelte van het euselvelt, alsmede een buendervelt gelegen in de geerbuenders groot omtrent een karre hoijgewas rijdende tegen Daniel Jan Rutten, waarbij zoon Ariaen toekomt het achterste eusel, de stelt en het rondvelt tezamen groes en teelland ter grootte van 3 lopensaet, en waarbij dochter Jenneken toekomt een hoijbeemt gelegen aan het steenwegs schoor groot omtrent twee karren of daaromtrent hoijgewas, hooiende met Dirsken weduwe van Henrick Marttens (RA Veghel inv.96 d.d. 5.11.1714), hertr. met Anneken Philips Jan Rutten, tr. Veghel (kath.) 17.6.1672 (met dispensatie vanwege verwantschap in de vierde graad, get. Laurentius Arnoldi, Arnoldus Godofridi) met
3261 Joanna (Jenneken) Aeriaen Aert Geerlings, ged. Veghel (kath.) 4.3.1645 (get. Gerardus Arnoldi, Elisabetha Joannis), dr. van Ariaen Arnt Geerlincx en Sijken Arnt Donckers, zij krijgt op 4.6.1671 goed uit het ouderlijk bezit toegedeeld, te weten een stuk land genaamd den geeracker over de straet groot omtrent 4 lopensaet gelegen op Zijtaart, alsmede den beemt achter ham groot omtrent 8 karren hoijwas (RA Veghel inv.55 fol.316-323 d.d. 4.6.1671)
3262 Rutger (Rut) Jan Cluijtmans (Cluetmans), alias Rutger (Rudt) Jan Rutten, wonende te Veghel, burgemeester ald., zn. van Jan Rut Cluijtmans en Hilleken Marten Donckers, is vader van Joannes ged. Veghel (kath.) 20.11.1659 (get. Theodorus Martini, Catharina Anthoni loco Theodori comparuit Rutgerus filius suit et loco Catharini Antoni Jacobi comparuit Elizabeta Joannis Joannis Adriani), is vader van Hildegonda ged. Veghel (kath.) 6.11.1661 (get. Hendricus Martini, Elisabetha Joannis Adriani, Emerentiana Hendrici Gerardi, nooddoop door de vroedvrouw), is vader van Wilhelma ged. Veghel (kath.) 20.2.1664 (get. Maria Henrici Antonii, cuius loco comparuit Petronella Adriani patrinus suis nominatis Gerardus Scheepers, cuis corum suppleuit Arnoldus Laurentii, nooddoop door vroedvrouw Maria Huberti), is vader van Heijlwigis ged. Veghel (kath.) 1.2.1667 (get. Petrus Henrici cuius locum suppleuit Andreas Arnoldi, Margaretha Lambregti), is vader van Henricus ged. Veghel (kath.) 1.1.1670 (get. Joannis Rolandi, Elisabetha Jan Adriaens), is vader van Maria ged. Veghel (kath.) 19.2.1672 (get. Joannis Adriani et uxor Elisabeth, loco Joannes Jordani, et Elisabetha Henrici), is vader van Catharina ged. Veghel (kath.) 23.4.1675 (get. Henricus Petri afk. uit Erp, cuius locum suppleuit, Joannes Danielis, Anna Joannis Cluijtmans), koopt op 19.2.1660 van Henrick Gerijtssen man van Emken Jan Rut Cluijtmans 1/3 deel in een huis, hof, boomgaard en aangelegen landerijen, groese, heideveld als weiland, poterijen en gerechtigheden liggende op Zijtaart uit het goed van Maerten Aertss Donckers, en leenroerig aan de edele leenhove van Geffen, alsmede het gerechte deel in een hooibeemd leenroerig aan de soevereine leenhove van Brabant in 's-Gravenhage (RA Veghel inv.52 fol.322-323 d.d. 19.2.1660), verkoopt op 24.5.1660 aan Dirck Martenss twee delen in een hooibeemd dat leenroerig is aan de soevereinde leenhove van Brabant (RA Veghel inv.52 fol.52 fol.344-345 d.d. 24.5.1660), verwerft op 12.1.1661 het kindsdeel van Tijs Jan Rutten in de voornoemde bezittingen die leenroerig zijn aan de leenhove van Geffen (RA Veghel inv.52 fol.53 fol.97-98 d.d. 12.1.1661), verklaart op 12.1.1661 een schuld van 700 gulden aan Hendrick Hendrick Martens inzake geleend goed (RA Veghel inv.59 fol.218-219 d.d. 12.1.161), neemt op 17.10.1668 de zorg over over zijn broer Mathijs Jan Jan Rut Cluijtmans, met consent van zijn broer Hendrick Jan Rutten Cluijtmans en met hem geassisteerd Dirck Martens en Hendrick Martens, omen en momboren van Mathijs (RA Veghel inv.55 fol.183-184 d.d. 17.10.1668), pacht op 1.5.1682 voor een periode van Gerit Hendirck Lambertss voor de periode van 4 jaar een stuk teelland gelegen in de valstraet (RA Veghel inv.64 fol.131-132 d.d. 1.5.1682), verklaart op 3.5.1700 een bedrag van 100 gulden schuldig te zijn aan Harmen Bijmans (RA Veghel inv.71 fol.548-549 d.d. 3.5.1700), verklaart op 20.12.1701 een bedrag van 200 gulden schuldig te zijn aan Jacob Boor (RA Veghel inv.72 fol.93-94 d.d. 2.12.1701), tr. met
3263 Jenneken Peters van den Elssen, dr. van Peter Hendricx van den Elssen en Catharina
3272 Dirck Cornelisz Segwaert (Zegwaert, van Segwaert), wonende in Zouteveen, schepen ald., aangeslagen voor de 200e penning ald. (OA inv.1449, anno 1631; inv.1450, anno 1635; inv.1451, 1638; inv.1453, 1644; inv.1454, 1646; inv.1455, 1652), overl. voor 1.7.1654 (RA Zouteveen inv.13 nr.464 fol.141v d.d. 1.7.1654), geeft op 19.10.1639 gifte aan zijn schoonzoon [sic, moet zijn stiefzoon] Mees Dircxz Leeuwerschilt gehuwd met Neeltgen Frans 3 morgen 5 hond 71 roeden land aan de gatweg belend ten noorden de gatweg ten zuiden de zwet ten oosten Maertgen Willems en ten westen de geinstitueerde erfgenamen van Clara van Sperwoude (RA Zouteveen inv.13 nr.380 fol.116v d.d. 19.10.1639), geeft op 4.1.1640 gifte aan Mees Dircxz Leeuwerschilt 5 hond 71 roeden land aan de gatweg gemeen met nog 3 morgen die de koper en zijn huisvrouw ten huwelijk zijn gegeven belend ten oosten de weduwe van Frans Sijmonsz ten westen Jan Arentsz van Rijn strekkende van de gatweg tot aan de zwet (RA Zouteveen inv.13 nr.386 fol.118v d.d. 4.1.1640; RA Zouteveen inv.18 nr.81 fol.73 d.d. 4.1.1640), geeft op 3.7.1649 gifte aan Mees Dircxz Leeuwerschilt van een kamp land van 5 morgen gelegen aan de gatweg belend ten oosten Mees Dirckxz Leeuwerschilt zelf ten westen Arien Joosten met bruikwaar strekkende voor uit de gatweg tot achter in de stinksloot (RA Zouteveen inv.13 nr.445 fol.135v d.d. 3.7.1649; RA Zouteveen inv.19 nr.2 fol.1v d.d. 3.7.1649), bekent op 3.4.1640 aan Cornelis Jorisz Bloemendael wonende in Vlaardingen een schuld van 800 gulden, waarbij hij belooft kapitaal en rente te zullen betalen op 3.4.1641 (ONA Rotterdam inv.200 akte 118 p.159, d.d. 3.4.1640: akte is opgemaakt in het huis van getuige Jacob Sijmonsz, brandewijnbrander wonende in de vogelesangh, in de kantlijn staat een aantekening dat de obligatie tenietgedaan is en vervangen door een andere d.d. 19.11.1647), is oom en bloedvoogd van Pieter en CornelisArentsz Oostermeer, die tezamen met Jacob Arentsz Oostermeer, Grietgen ArentsOostermeer en Liedewij Arents Oostermeer en hun vader Arent JacobszOostermeer weduwnaar van Neeltgen Hillebrants aan de edele Gerardus de Cocq,secretaris van Sommelsdijk, een woning als huis, schuur, bargen etc. alsmede een aantal stukken grond onder Ruijven en onder Pijnacker verkopen (ORA Pijnacker inv.119 fol.160, d..d. 25.3.1642), bekent op 19.11.1647 een schuld van 1200 gulden aan Cornelis Jorisz Bloemendael wonende in Vlaardingen (ON Rotterdam inv.241, akte 121 p.200, d.d. 19.11.1647), bekent op 1.9.1653 ee schuld van 2000 gulden aan Cornelis Jorisz Bloemendael waaraan hij verbindt zijn woning als huis, schuur, bargen en geboomte met de grond waar het op staat en nog 12 morgen land gemeen met het st. joris gasthuis te Delft belend ten oosten Gillis Leendersz met bruikwaar ten westen de weduwe van Cornelis Aelbrechtsz c.s. strekkende van de zwet af noordwaarts op tot aan de stinksloot (RA Zouteveen inv.19 nr.20 fol.14v d.d. 1.9.1653), tr. met
3273 Maertgen (Marretgen) Hillebrants (Hillebrandts), weduwe van Dirck Meesz, koopt in 1626 haar kinderen bij haar overleden man Dirck Meesz uit waarbij zij wordt bijgestaan door haar broer Pieter Hillebrantsz en haar zwager Arent Jacobsz, haar voogden, waaraan zij verbindt de woning en landen als huis, bargen, schuren en plantage met 21 morgen 96 roeden land zoals Dirck Meesz in leven bezeten heeft, te weten 12 morgen 96 roeden met nog 12 morgen toekomende het st. joris gasthuis te Delft waar de boerderij op staat belend ten noorden de stinksloot ten zuiden de zwet ten oosten Gillis Leendertsz met bruikwaar en ten westen het ambachtskade, en 9 morgen belend is ten noorden de stinksloot ten westen de zwet ten oosten Frans Sijmonsz met eigen en bruikwaar en ten westen Willem Jansz Tou met eigen en bruikwaar en Arijen van Rijn mede met eigen en bruikwaar (RA Zouteveen inv.17 nr.216 fol.189 anno 1626), haar zoon Mees Dirckxz Leeuwerschilt, met procuratie van zijn moeder die laatst weduwe was van Dirck Cornelisz Zegwaert, de procuratie verleden voor schepenen te Zouteveen, mitsgaders Cornelis Dircxz Zegwaert zoon en enig erfgenaam van Dirck Cornelisz Zegwaert, geven op 29.4.1655 gifte aan Pieter Ariensz Neusge van een woning als huis, bijhuis, schuur, bargen, erven en plantage met de vrije eigendom van 12 morgen 2 hond 89 roeden patrimoniaal land waarop de woning staat, gelegen aan de gatweg gemeen met de bruikwaar daarbij zijnde belend in het geheel ten oosten Gillis Leendertsz met eigen en bruikwaar ten westen het ambachtskade met de huizen daarop staande en ander getimmerte strekkende van de stinksloot af zuidwaarts op over de gatweg tot de zwet toe, komende daartussen binnen dezelve weg de weduwe van Cornelis Aelbrechtsz van der Meer met 14 hond en daar over de weduwe van Jan van Rhijn met 6 morgen land, belast met 2000 pond kapitaal die Cornelis Bloemendael daarop sprekende heeft, de woning is belast met een rente van 3 gulden per jaar op het st. joris gasthuis te Delft (RA Zouteveen inv.13 nr.468 fol.142v d.d. 29.4.1655), zuster van Pieter Hillebrantsz gehuwd met Barber Sijmons wonende in Noukoop (Nieuwkoop nabij Pijnacker), zuster van Neeltgen Hillebrants gehuwd met Arent Jacobsz Oostermeer wonende in Ruijven
3274 Pieter Pietersz Slooff alias Pieter Pietersz jonge Slooff, jongman van Vlaardingerambacht, wonende in Kethel, schepen ald. (RA Kethel en Spaland inv.84, nr.801 fol.228 d.d. 10.12.1642; RA Kethel en Spaland inv.132 nr.37 fol.156 d.d. 5.11.1645), koopt op 2.7.1608 van Sijtgen Ridders weduwe van Jacob Fredericxz Noorlander een woning als huis, schuur, barg en geboomte in het dorp Kethel op het land van Cornelis Duijst van Santen, waarvan omtrent 25 morgen bruikwaar behorende verschillende eigenaren, die de koper in huur zal overnemen, zoals de verkoopster dit zelf heeft gebruikt, borgen zijn Pieter Jansz Slooff en Jan Jacobsz Noorlander (RA Kethel en Spaland inv.91, nr.120 fol.103v; ibid. nr.121 fol.104 d.d. 2.7.1608), wordt op 5.11.1608 gedaagd door Vranck Willemsz Verbael in verband met het verongelukken en verdrinken van een van Verbael’s paarden toen deze op verzoek van Slooff met een aantal andere paarden van het land van Slooff gelegen langs de kerklaan werden verjaagd (RA Kethel en Spaland inv.84 nr.258 fol.61v d.d. 5.11.1608; ibid. nr.265 fol.62 d.d. 3.12.1608; ibid. nr.267 fol.62v d.d. 17.12.1608; ibid. nr.272 fol.63v d.d. 21.1.1609; ibid. nr.278 fol.64v d.d. 18.3.1609; ibid. nr.286 fol.66 d.d. 1.4.1609), is gebruiker van land langs de kerklaan dat in het bezit is van Cornelis Duijst van Santen (RA Kethel en Spaland inv.84 nr.401 fol.92 d.d. 29.6.1611), zn. van Pieter Jansz Slooff, tr. 1e Vlaardingen (stadstrouw) 23.5.1607 met Sijtgen Jans, weduwe van Commer Ewoudsz, afkomstig van Vlaardingerambacht, overl. voor 16.1.1613, dr. van Jan Jacobsz Noorlander en waaruit twee kinderen (OA Kethel en Spaland inv.84, nr.476 fol.117 d.d. 16.1.1613), tot voogden over de twee weeskinderen worden benoemd Jan Jacobsz Noorlander grootvader en Jacob Jansz Hoijcaes oudoom van de weeskinderen (RA Kethel en Spaland inv.84 nr.482 fol.119 d.d. 27.2.1613), tr. 2e met
3275 NN, dr. van Dammis Jansz en Crijntgen Joris (RA Kethel en Spaland inv.84, nr.666 fol.168v d.d. 1.1.1622; RA Kethel en Spaland inv.132 nr.12 fol.73 d.d. 3.10.1627)
3276 Dirck Jansz Opmeer alias Noorlander (Noortlander), wonende in het ambacht Kethel in de harchpolder, aangeslagen voor de 1000e penning ald. (OA Schiedam inv.1443, anno 1622), aangeslagen voor de 200e penning ald. (OA Schiedam inv.1445, 1625; inv.1447, anno 1628; inv.1448 en 1449, anno 1631; inv.1450, anno 1635; inv.1451, anno 1638; inv.1453, anno 1644), koopt op 1.11.1598 voor 127 pond 10 stuivers 4 morgen land in het nieuwelant belend ten noorden de erfgenamen van Jan de Boot ten zuiden Dirck Ariensz Gorter zich uitstrekkend van de schravelantschen coepadt tot de oudendijck, de betaling wordt gedaan door Pieter van Bergen en vermeld wordt dat met de koop het land vrij patrimoniaal land is geworden (A. Gordijn, Registers van landpachten van de heilige geestmeesters in de Kethel 1566-1605, ORA Kethel inv.1154, Ons Voorgeslacht jrg. 35 (1980)), wordt op 20.10.1610 gedaagd door Frans Cornelisz timmerman voor betaling van 21 gulden voor arbeidsloon, leverantie van hout en reparatie aan de kerk van Kethel (RA Kethel en Spaland inv.84 nr.366 fol.83 d.d. 20.10.1610), verwerft op 8.5.1636 na overdracht door de leenman 1 morgen land ald. die vroeger van de pastorie van de Ketel was (C. Hoek, Repertorium op de lenen van de Lek en Polanen in Delfland, Schieland, op het eiland IJsselmonde en in de Lek, ca. 1290-1650, Ons Voorgeslacht jrg. 35, 37, 40 en 44 (1980, 1982, 1985 en 1989)), verwerft op 18.8.1636 na overdracht door Adriaen Hogenhouck de oom van Huijch Lucasz van der Dussen een woning met 4 ½ morgen land en een kennipwerf ald. belend ten westen de oude harchwetering ten oosten het op 8.5.1636 verworven land ten noorden Jacob Jansz Hoeijcaes en ten zuiden Ariaen Jorisz Beijs brouwer te Schiedam (C. Hoek, Repertorium op de lenen van de Lek en Polanen in Delfland, Schieland, op het eiland IJsselmonde en in de Lek, ca. 1290-1650, Ons Voorgeslacht jrg. 35, 37, 40 en 44 (1980, 1982, 1985 en 1989)), bezit op 7.4.1641 een woning als huis, schuur, barg en geboomte op 5 morgen leen van het huis van der Leck en Polanen en 1 morgen geestelijk land gelegen in de hargpolder belend ten noorden Jacob Jansz Hoijcaes ten zuiden de weduwe van Adriaen Jorisz Beijs ten oosten de navolgende 4 ½ morgen en ten westen de oude harg, de voornoemde 4 ½ morgen belend ten noorden Mr Alewijn van Groenewegen en ten zuiden Bruijn en Cornelis van der Dusse strekkende uit de poldervaart tot de oude harg toe, nog 4 morgen land in de nieuwlandse polder belend ten noorden Arent Jansz ten zuiden de weduwe van Dr Maeslant strekkende voor van het coepad met zijn uiterdijk over de oudendijk, alsmede 10 morgen bruikland van de weduwe van Arijen Jorisz Beijs, 3 morgen 3 hond bruikland gebruikt van Mr Alewijn van Groenewegen, en tenslotte 2 morgen 3 hond bruikland van Ceuntgen Dircx dochter van Dirck Jansz Opmeer (RA Kethel en Spaland inv.132 nr.30 fol.137 d.d. 7.4.1641), overl. 21.6.1643, begr. Kethel (C. Hoek, Grafschriften in Zuid-Hollandse kerken, niet beschreven door Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins, Ons Voorgeslacht jrg. 23, (1968)), tr. 1e met Cuentgen (Ceuntgen) Ariens, overl. voor 7.12.1605 (RA Kethel en Spaland inv.84, nr.93 fol.23 d.d. 7.12.1605), begr. Kethel 1605 (J.H. Brakke, Kerkrekeningen van Kethel, Ons Voorgeslacht jrg. 25 (1970)), moeder van Arijen Dircxz geb. ca. 1595, Jan Dircxz geb. ca. 1597, Pieter Dircksz geb. ca. 1599, Niesgen Dircx geb. ca. 1601 en Aechgen Dircx geb. ca. 1604, zuster van Gerrit Ariensz waard te Schiedam (RA Kethel en Spaland inv.91, nr.76 fol.69v, d.d. 12.4.1606: voogden over de weeskinderen zijn Gerrit Ariensz waard te Schiedam, en Cornelis Jansz n.u. wonende in Naaldwijkerbroek), tr. 2e (testament ONA Schiedam inv.756 blz.947 d.d. 16.11.1644) met
3277 Maertgen (Maertghen) Pieters, overl. 20.5.1639, begr. Kethel (C. Hoek, Grafschriften in Zuid-Hollandse kerken, niet beschreven door Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins, Ons Voorgeslacht jrg. 23, (1968)), moeder van Wijffge Dircx, Michiel Dircxz Opmeer, en van Cuentge Dircx
3278 Jacob Arijensz (Arentsz) Coppert, jongman van Kethel, heiligegeestmeester ald. (RA Kethel en Spaland inv.85, nr.48 fol.18v, d.d. 17.5.1656), windasmeester ald. (RA Kethel en Spaland inv.85, nr.76 fol.27v anno 1659: Jacobs Arijensz Coppert gewezene windasmeester contra Isbrant Jansz Quackesteijn metselaar), wordt aangeslagen voor de 200e penning ald. (OA Schiedam inv.1455, 1652), overl. voor 29.1.1664, bezit dan een huis, erf, schuur, barg en geboomte ald., met twee boomgaarden daar annex aan gelegen in het ambacht Spaland, belend volgens de oude brieven, met de bruikwaar van 22 morgen 3 hond land, bezit nog een huisje aan de harreweg ald., bezit nog 2 morgen 1 hond land in Spaland belend ten noorden Jacob Jansz de Jonge schout en ten zuiden Jacob Maertensz Carel en strekkende van de vlaardingseweg tot aan het land van de heer van Mathenesse, bezit nog 2 mogen 3 hond land in Vlaardingerambacht belend ten noorden de keursloot en ten zuiden Arijen Arijensz met bruikwaar en strekkende van de woudweg tot aan het land van Cornelis Cornelisz Prins, is vader van Cornelis Jacobsz Coppert, is vader van Arijen Jacobsz Coppert, is vader van Annetje Jacobs gehuwd met Michiel Dircxz Opmeer, is vader van Maertje Jacobs gehuwd met Otto Ottensz van der Meij, is vader van Dirckje Jacobs gehuwd met Cornelis Arijensz Noortdam, is vader van Jorisgen Jacobs en Trijntgen Jacobs die worden bijgestaan door hun voogden Heijndrick Cornelisz Coppert en Sijmon Pietersz Romeijn (RA Kethel en Spaland inv.132, nr.53 fol.227 d.d. 29.1.1664; Heijndrick Coppert is de neef van Jorisgen Jacobs en is woonachtig in Schiedam en voogd Sijmon Romeijn is woonachtig in Vlaardingerambacht, zie OA Kethel en Spaland inv.85 nr.135 fol.52 d.d. 6.2.1664), zn. van Arijen Arijensz Coppert, otr. Kethel (nederd. geref.) 2.10.1623, tr. ald. (nederd. geref.) 14.10.1623 (testament ONA Schiedam inv.760 p.1319 d.d. 18.11.1661) met
3279 Ariaentge Cornelis, jongedochter van Maasland, overl. na 18.11.1661
3290 Thijs Aertsz 't Hoen alias van Proijen, jongman van de wateringervliet, geb. ca. 1618 (RA Maassluis inv.155 fol.58 d.d. 30.6.1648), ged. Maassluis (nederd. geref.) 20.1.1619, zn. van Aert Thijssen 't Hoen en Sara, bootsgezel ald., stierman ald., begr. Maassluis (nederd. geref.) 24.12.1681, constitueert op 5.4.1652 zijn vrouw Sara Leenders om ten behoeve van Jan Cornelisz Ouwe Jan, steenbakker op de ijssel te presseren een custing van 800 gulden, te lossen met 50 gulden per jaar, waaraanhij verbindt zijn gekochte huizing en erve staande in de marelstraet, alsmede zijn persoon (RA Maassluis inv.178 d.d. 5.4.1652), bekent op 11.6.1653 schuldig te zijn aaan Jan Cornelisz Ouwe Jan, steenbakker op de ijssel, een bedrag van 800 gulden voor geleverde materialen en aan arbeidsloon door Joost Willemsz, timmerman, tot opbouwing van een huis, waaraan hij verbindt het nieuw gebouwde huis staande in de marelstraet (RA Maassluis inv.60 fol.12v d.d. 11.6.1653), compareert op 12.4.1666 voor de weeskamer als weduwnaar van Sara Leenderts van der Kade voor hun kinderen Aert oud 22 jaren. Leendert oud 20 jaar, Frans oud 17 jaar, Claes oud 14 jaar, Arijaentje oud 8 jaar en Maertje oud 3 jaar, waaruit blijkt dat zij gezamenlijk bezaten een huis en erf aan de westzijde van de marelstraet op de noordhoek van dezelfde straat, belend ten noorden de nieuwe goutsteen en ten zuiden Pieter Gerritsz van Reijnsburch en strekkende van de heerestraet tot achter aan de huizinge van Meijnsje Pieters, weduwe van Jan Louwerusz de Jongh, volgens een koopbrief d.d. 11.6.1653 te Maassluis gepasseerd, 1/16 deel in zeker houckerschip met al zijn toebehoren, oud 6 jaar en groot omtrent 20 lasten, 100 gulden aan geld, meubelen, kleren van Thijs, 1/7 deel in een obligatie van 870 gulden ten laste van Gillis Leendertsz van der Cade, kleren van Sara, schulden aan Jan Cornelisz Ouwe Jan, Jan Leendertsz van der Cade, Meijnsje Pieters voornoemd, Maertje Joosten en Ghijsbert IJsbrantsz, en belooft hij ten overstaan van Dirck Arentsz van Proijen, Sijmon Leendertsz van der Cade en Jan Leendertsz Vercade, de kinderen te onderhouden en te alimenteren (RA Maassluis weesboek inv.6 fol.80 d.d. 12.4.1666), is vader van Arent ged. Maassluis (nederd. geref.) 25.2.1643, is vader van Leendert ged. Maassluis (nederd. geref.) 22.10.1644, is vader van Frans ged. Maassluis (nederd. geref.) 16.8.1648, is vader van Aelbrecht ged. Maassluis (nederd. geref.) 5.2.1651, is vader van Claes ged. Maassluis (nederd. geref.) 10.11.1652, is vader van Tijmon ged. Maassluis (nederd. geref.) 30.4.1656, is vader van Timon ged. Maassluis (nederd. geref.) 7.7.1658, is vader van Ariaentje ged. Maassluis (nederd. geref.) 3.12.1659, is vader van Maertie ged. Maassluis (nederd. geref.) 11.2.1663, tr. Maassluis (nederd. geref.) 7.5.1642 met
3291 Sara Leenderts van der Kade, jongedochter van de wagenstraat, ged. Maassluis (nederd. geref.) 12.8.1623, overl. voor 12.4.1666, dr. van Leendert Gillisz van der Cade en Arijaentgen Gerrits
3292 Philips (Phillips) Lenaertsz (Leendertsz) Roodenburch, wonende onder de parochie van De Lier in het ambacht van Maasland, betaalt parochieschreven in de periode 1624-1635 (HAW De Lier inv.25-28), zn. van Lenaert Philipsz en Beli Adrijaens, tr. Vlaardingen (gerecht) 8.8.1614 (zij bijgestaan door haar vader) met
3293 Maritgen (Maertgen) Jans, betaalt parochieschreven in de periode 1636-1664 (HAW De Lier inv.25-28), dr. van Jan Sijmonsz Hoochstadt en Trijntgen Aelbrechts
3294 Teunis Adamsz van Dijck, wonende in De Lier, betaalt parochieschreven in de periode 1635-1694 (HAW De Lier inv.25-28), lidmaat nederd. geref. De Lier in 1682, begr. De Lier 21.8.1694, zn. van Aem Cornelisz, koopt op 27.6.1635 van Arent Cornelisz zekere huizinge en erf met al hetgeen aard- en nagelvast is, alsmede enige meubelen, staande en liggende in het dorp van De Lier achter de kerk, belend ten oosten Jan Gielisz en ten westen het schoolslop (RA De Lier inv.2 fol.304 d.d. 27.6.1635), koopt op 18.5.1650 voor een bedrag van 1505 gulden van Jacob Jansz van der Baars, wonende over maes, Pieter Jansz Cuijper wonende te Naaldwijk en Mr Adriaen van Valckenis, als voogd van Neeltgen Jans, alle erfgenamen van zaliger Jan Pietersz Cuijper, zeker huis en erf en boomgaard genaamd de swerte poort, toebehoord hebbende aan voornoemde Jan Pietersz Cuijper, staande en liggende in het oosteinde buiten het dorp van De Lier, belent ten oosten Jacob Pietersz Versijden, ten zuiden de lijer heerwecht, ten westen de roopoort of de erfgenamen van jouffrouwe Elisabet Jans van der Chijs en ten noorden de lee wateringe (RA De Lier inv.3 fol.187v d.d. 18.5.1650), verkoopt op 20.5.1650 voor een bedrag van 500 gulden aan Joris Cornelisz van der Houve zekere huizinge en erf met al hetgeen aard- en nagelvast is, met enige losse goederen, staande en liggende in het dorp van De Lier achter de kerk, belend en belast volgende de oude brief daarvan zijnde van 16.10.1614 en van 1.10.1636 (RA De Lier fol.192v d.d. 20.5.1650), verkoopt op 14.5.1664 voor een bedrag van 400 gulden aan Lintgen Jans, weduwe van zaliger Cornelis Isbrantsz Vergoude, zekere huizinge en erve met al hetgeen daarin aard- en nagelvast is, staande en gelegen in het oosteinde van het dorp De Lier, belend ten oosten Arij Joppen Kuijningh, ten westen Pieter Mesen Brassert en de sloot, ten zuiden de lier heerwecht met een vrij slop en ten noorden Willem Cornelisz Spieringshouck (RA De Lier inv.4 fol.76 d.d. 14.5.1664)
3296 David Melsen (Ments, Melser), is vader van Ments ged. Culemborg (nederd. geref.) 28.11.1639, is vader van Kasper ged. Culemborg (nederd. geref.) 8.7.1641, is vader van Gerritgen ged. Culemborg (nederd. geref.) 18.2.1647
3298 Beernt Hermsen, is vader van Anneken ged. Culemborg (nederd. geref.) 17.2.1639, is vader van Hermken ged. Culemborg (nederd. geref.) 15.11.1640
3312 Cornelis Jansz Vinck, jongman van Zoelmond, zn. van Jan Cornelisz Vinck en Emmeken Anthonis Goes, is vader van Jan ged. Beusichem (nederd. geref.) 8.10.1665, is vader van Dirckje ged. Beusichem (nederd. geref.) 6.2.1668, is vader van Aelbert ged. Beusichem (nederd. geref.) 20.3.1670, otr. Beusichem (nederd. geref.) 21.12.1656, tr. ald. (nederd. geref.) 9.1.1657 met
3313 Aeltje Ariens (Adriaens) Verlee, jongedochter van Beusichem, dr. van Adriaen Jansz Verlee en Emmeken Jelis Verkerck, ontvangt op 19.6.1657, waarbij ze wordt bijgestaan door haar man Cornelis Jansz Vinck, als enige en universele erfgename van zaliger Emmeken Jelis, die weduwe was van zaliger Adriaen Jansen Verlee, omtrent 4 hont bouwland gelegen op Zoelmond op de hooch engh, belend door Aertien Willems aan de ene zijde en de kinderen van Stoffel Jaspers aan de andere zijde (RA Beusichem inv.230 fol.88 d.d. 19.6.1657), otr. Beusichem 29.3.1674 met Dirck Sam, schepen te Beusichem, overl. augustus 1694, zn. van Allert Sam, is vader van Allert ged. Beusichem (nederd. geref.) 20.6.1675, is vader van Neeltie ged. Beusichem (nederd. geref.) 19.11.1677
3314 Jacob Michielsz van den Ende (van den Enden), jongman wonende te Delft in de huijtersteeg (thans huyterstraat), ged. Delft (nederd. geref.) 29.10.1628 (get. Gerrit Aelbrechtsz, Jan Jansz, Neeltge Corstiaens, Maertge Claes), in 1661 wonende in de pisteeg [sic] ald. (thans de bonte ossteeg), vanaf 1662 wonende te Delfshaven, leeft 19.1.1695 (doopboek Vlaardingen nederd. geref), zn. van Michiel Jacobsz en Grietge Jacobs, is vader van Marguerieta ged. Delft (nederd. geref.) 18.2.1659 (get. Gijsbrecht Moerkerck, Magdalena Jacobs), is vader van Dirck ged. Delft (nederd. geref.) 9.1.1661 (get. Adriaen Westrick, Heijndrickge Sam, Catharina Moerkercke), is vader van Dirck ged. Delfshaven (nederd. geref.) 16.4.1662 (get. Adriaen Westrick, Trijntje van der Mulen, Aeltje Ham), is vader van Lijsebet ged. Delfshaven (nederd. geref.) 3.8.1664 (get. Adriaen Westrick, Heijndrickje Ham, Pleuntje Cornelis), is vader van Michiel ged. Delfshaven (nederd. geref.) 27.3.1667 (get. Adriaan Westrik, Hendrikjen Jans, Pleuntje Cornelis), is vader van Adriaen ged. Delfshaven (nederd. geref.) 11.6.1673 (get. Adriaen Westrick, Hendrickje Sant, Catharina Aelbrechts), otr. Delft (nederd. geref.) 20.4.1658, attestatie Zoetermeer 5.5.1658 met
3315 Maria Dircks Sam (Samt, Ham, Jans), jongedochter bij haar huwelijk wonende te Delft aan de oude delft, leeft 19.1.1695 (doopboek Vlaardingen nederd. geref), dr. van Dirck Huijbertsz Sam en Elisabet Thonis Verkerck
3316 Adriaen (Arien, Adriaan) Henderikusz van de Langstraet (van de Langhstraet, van Langhstraet, van de Langstraat), jongman van IJsselstein, wonende ald., schepen ald. (1666, 1669), verleent op 19.5.1669 tezamen met Gerbrandus Scagen predikant tot Lopik aan Bernard Schagen secretaris tot Wijk bij Duurstede een vergoeding voor geleden schade in verband met betaling aan eerste partij van een deel van het bedrag dat Abigel Schagen toekomt vanwege de nalatenschap van Ludia Gerbrants Scagen (Utrechts Archief, toegang 34-4 Notarissen in de stad Utrecht, inv.U048a003 d.d. 19.5.1669), zijn dochters Cornelia, Margareta en Elisabeth wordt, als mede-erfgenamen van hun vader, op 5.12.1692 procuratie verleend om voor het gerecht van Harmelen land te transporteren aan Claas van den Bosch en Johanna de Vogel (Utrechts Archief, toegang 34-4 Notarissen in de stad Utrecht 1560-1905, inv.U118a001 d.d. 5.12.1692), mogelijk een oomzegger van Pieter Adriaensz van de Langhstraet, wiens erfgenaam Hendrick Pietersz van de Langhstraet anderhalve morgen wei- en bouwland aan de oeverslooth in het gerecht van IJsselstein overdraagt aan Johan Tilborgh (Utrechts Archief, toegang 34-4 Notarissen in de stad Utrecht 1560-1905, inv.U117a001), tr. Lopik (nederd. geref.) 24.8.1656 met
3317 Agatha Schagen, ged. Lopik (nederd. geref.) 21.9.1634 (get. Jan Gerbransz Schaghen, Daniel Wijckertoorn, peet Agata Wouters), dr. van Daniel Schagen
3322 Pauwels Cornelisz Taets, jongman van Rhenen, raad ald. (1670), otr. 2e Rhenen 24.4.1670 met Neeltjen Dircks, jongedochter van Worcum, otr. 1e Rhenen (nederd. geref.) 19.11.1637, tr. ald. (nederd. geref.) 6.12.1637 met
3323 Geertje Jans, jongedochter van Rhenen
3324 Jacob Gillesz Manneken, begr. Vlaardingen juni 1673, zn. van Gilles Arijensz Manneken en Reijmpje Vrancken van der Velden, otr. Vlaardingen 12.8.1659, tr. ald. 28.9.1659 met
3325 Heijltje Cornelis Fortuijn, dr. van Cornelis Abrahamsz Fortuijn, hertr. met Cornelis van der Linde, hertr. otr. Vlaardingen (gerecht) 21.3.1694 met Cornelis Huijbrechtsz Persoon weduwnaar van Brechje Jacobs Bisdommer
3326 Willem Pietersz Dijckshoorn (Dijcxhoorn), bouwman in Vlaardingerambacht, wordt op 9.5.1659 beleend met met 4 1/2 morgen in wasselijnscamp in heer aelbrechts ambacht van wateringe tot vlaerdingen, bij dode van zijn vader Pieter Blasius Dijcxhoorn (repertorium op de lenen van de hofstad Polanen te Monster,1359-1770, J.C. Kort, gepubliceerd in ‘Ons Voorgeslacht’, jrg. 21 (1966), jrg. 26 (1971)), koopt op 14.5.1667 uit handen van de erfgenamen van Pieter Philipsz Heemskerck en Neeltie Willems Touw van der Burch een stuk land groot omtrent 1 morgen 1 hont gelegen in Vlaardingerambacht in de holierhoecksche polder (SAV, ORA Vlaardingerambacht inv.25 d.d. 14.5.1667), koopt op 16.1.1671 uit handen van juffr. Constantia van den Hove weduwe van meester Gerrit Graswinckel in zijn leven secretaris tot ’s-Gravenhage een stuk een stuk wei- of hooiland in de Vlaardingerambacht genaamd backweer (ORA Vlaardingerambacht inv.25 d.d 18.6.1671), begr. Vlaardingen maart 1685, zn. van Pieter Blasiusz Dijkshoorn en Annetgen Jacobs de Zeeuw, tr. 1e met Trijntje Claes, tr. 2e, testament verleden op 2.6.1658 voor notaris Mr. Arent van Dwinglo te Vlaardingen (Weeskamerarchief Vlaardingerambacht inv.1 fol.43 d.d. 21.4.1685), met
3327 Trijntje Cornelis Suijthoorn, begr. Vlaardingen november 1700, zuster van Maerten Cornelisz Suijthoorn (SAV, ORA Vlaardingerambacht inv.25, d.d. 18.6.1671), dr. van Cornelis Jansz Tanthof en Weijntje Maertens
3332 Gosen Lammertsen van Vollenhoo, wonende te Beesd in 1687 (lidmatenboek nederd. geref. ald.), tr. met
3333 Grietje Krienen van Deijl, wonende te Beesd in 1687 (lidmatenboek nederd. geref. ald.)
3340 Arien (Arijen, Aeriaen) Tijssen (Thijsz) Versluijs, jongman van Snelderweert (Snelrewaard), in 1639 afkomstig van Montfoort (poorterboek Oudewater d.d. 15.12.1639), zn. van Theuntgen Willems, wonende in Oudewater, wonende in de capellestraet van de nieuwepoort linkerzijde ald. (lidmatenboek Oudewater nederd. geref. d.d. 15.4.1656), is vader van Wouter ged. Oudewater (nederd. geref.) 13.5.1640, is vader van Lijsbeth ged. Oudewater (nederd. geref.) 15.8.1659, is vader van Tijs ged. Oudewater (nederd. geref.) 9.11.1667, is vader van Jan ged. Oudewater (nederd. geref.) 16.9.1671, tr. Oudewater (attestatie Montfoort 27.12.1632) 1632 met Geertie Goverts, jongedochter tot de lande van Montfoort), tr. Oudewater (nederd. geref.) 30.1.1638 met Annetge Willems Smit die weduwe was van Jacob Gerritsz Lijndraijer (poorterboek Oudewater d.d. 15.12.1639) en nog leeft op 15.4.1656 (lidmatenboek Oudewater nederd. geref. d.d. 15.4.1656), tr. Oudewater (nederd. geref.) 30.9.1658 met Stijntge Hendrix, jongedochter uit Honkoop, laatst gewoond hebbende in Roosendael, tr. Oudewater oktober/november 1666 met
3341 Geertje Jans Versluijs, jongedochter van Oudewater
3344 Roelof Hendricx van Emden, afkomstig van Emden, soldaat onder cap. Welderen, wonende te Breda, verwerft poorterschap ald. 25.10.1655, timmerman ald., winkelier ald., overl. ald. begr. ald. (grote kerk, nederd. geref.) 1.8.1667, koopt op 25.3.1650 van Daniel van Santen bakker te Breda een huis en erf met de tuin daar achter en met het gebruik va de gang van de veterstraete (nadien genoemd de st. jansstraat) uitkomende en andere toebehoren genaamd de drije vergulde hamers staande en gelegen ald. (SAB vestbrieven 1647-1650 d.d. 25.3.1650), verkoopt op 19.1.1663 aan Anthonis Cornelissen van Leeuwaerden burger en koopman te Breda een huis met een tuin daarachter alsmede het gebruik van de gang in de veterstraete uitkomende en andere toebehoren genaamd de drie vergulde hamers staande en gelegen te Breda aan de gasthuijsstraete (nadien genoemd de veemarktstraat) belend de heer en oud-schepen Cornelis Vingerhoets huis en erf genaamd de ossencop aan de ene zijde en het huis en erf genaamd den coninck van vranckrijck toebehorende de weduwe en erfgenamen van Henrick Missie aan de andere zijde en achter te weten zuidwaarts komende met het erf tegen het huis van van Pauwelina van Nieuwenhove dat door Daniel van Santen verkocht is, is vader van Anneken Roelofs ged. Breda (nederd. geref.) 28.7.1645 begr. ald. (nederd. geref.) 21.9.1647, is vader van een kind begr. Breda (nederd. geref.) 23.11.1649, otr. Breda (nederd. geref.) 12.11.1644, tr. ald. (nederd. geref., met attestatie van Ginneken) 27.11.1644 met
3345 Agneta (Agniet) Pouwels alias Angeneta Pauwels Pauwelssen, dr. van Pauwel Pauwels Joosten en Martijne Goosen Matheeus Joris Andriessen (SAB vestbrieven 1651-1655 d.d. 2.6.1651), weduwe van Jacob Tetteringh op de veemarkt, is zuster van Elisabeth Pauwels Pauwelssen gehuwd met Aert Jansen van Loon (SAB Vestbrieven 1670-1674 d.d. 11.7.1670; ibid. d.d. 18.9.1670), hertr. met Lucas Aertsen van Bladel, schepen te Terheijden
3346 Frans (François, Franciscus, Franchois) Cornelis Potters (Potter, Pooter, Pootters, Peters), wonende te Breda, geb. ca. 1625 (SAB ONA P.B. van Oerle, Allerhande acten (Minuten), 1677 - 1679, akte 40, d.d. 27.10.1677; SAB ONA C. van Eyll, Allerhande acten (Protocollen), 1677-1682, p.125, d.d. 13.11.1681), wagenman/voerman ald., portier van de ginnekenpoort ald., herbergier aan de ginnekenpoort ald., overl. Breda 8.5.1692, begr. ald. (nederd. geref.) 12.5.1692, koopt op 30.4.1675 van de onmondige weeskinderen van Elisabeth Bernaerts van Leuven waar de vader van was Andries Goris Deens een huis, schuur, grond en erf met zijn toebehoren genaamd den nachtegael met het erf daar achter aan liggende staande en gelegen te Breda op het ginnekenseijnde omtrent de poort, naast zeker ledig erf aan het zuid- en noordeind en achter te weten westwaarts komende aan de wech lopende onder langs de stadswallen en oostwaarts aan de ginnekenschestraet, en dat voor een bedrag van 926 gulden (SAB vestbrieven 1675-1677 d.d. 30.4.1675), bekent op 20.11.1683 aan juffrouw Petronella van Bernagien weduwe van heer Johannes Wils inwoonster van Breda een schuld van 300 gulden waaraan hij verbindt zijn nieuw getimmerde huis, stal en erf met al zijn toebehoren genaamd het nieuwe lanck huijs staande en gelegen aan de oostzijde van de ginnekenseijntsepoorte waarin hij tegenwoordig woont (SAB vestbrieven 1683-1684 d.d. 20.11.1683), is vader van Ioost ged. Breda (nederd. geref.) 17.1.1655, is vader van Barent ged. Breda (nederd. geref.) 2.3.1657, is vader van Peterken ged. Breda (nederd. geref.) 7.4.1659, is vader van Keuntgen ged. Breda (nederd. geref.) 18.2.1661, is vader van Cuijntge ged. Breda (nederd. geref.) 20.3.1662, is vader van Teuntjen ged. Breda (nederd. geref.) 30.9.1663 (get. Morlien), is vader van Adriaentje ged. Breda (nederd. geref.) 30.1.1665, is vader van Marijken ged. Breda (nederd. geref.) 20.8.1666, is vader van Hendrick ged. Breda (nederd. geref.) 28.6.1669, is vader van Janneken ged. Breda (nederd. geref.) 4.2.1671, tr. (testament SAB ONA P.B. van Oerle, Testamenten (Minuten), 30.12.1683/1688, 5.1.1691/13.8.1694) met
3347 Jenneken (Ienneke) Joosten (Joosen, Ioosten) van Drunen, afkomstig van Andel, geb. ca. 1630 (SAB ONA C. van Eyll, Allerhande acten (Protocollen), 1677-1682, p.125, d.d. 13.11.1681), portier van de ginnekenpoort te Breda, voerman ald., bekent op 13.12.1697 waarbij zij wordt bijgestaan door Nicolaas Knaaps haar voogd aan juffouw Anna van Bergen weduwe van heer Nicolaes Servaessen van Nispen een bedrag van 800 gulden waaraan zij verbindt haar woonhuizen en erf met alle toebehorenn van dien staande en gelegen te Breda omtrent de ginnekenseijntsche poorte (SAB vestbrieven 22.7.1697/30.1.1698 d.d. 13.12.1697), gaat op 23.11.1701 een huurovereenkomst aan met Cornelis van Reusel waarbij zij verklaart verhuurd te hebben de benedenkamer aan de oostzijde met de kamer daar boven, alsmede de achterkeuken, de gehele kelder, het mede gebruik van de grote keuken bij nood, alsmede het gebruik van de zolder voor de looptijd van een jaar en ingaande mei 1702 voor een bedrag van 13 gulden 10 stuivers per kwartaal
3360 Cornelis Jorisz Valckenier alias Cornelis van Poortugael, jongman van Poortugaal, geb. ca. 1602 (ONA Maassluis inv.3 no.269 d.d 31.3.1643), ged. Poortugaal (nederd. geref.) 19.8.1601 (get. Cornelis Aertsz, Neelken Aerts, Huig Jacobsz, Seitge Willems, Lucas Tomasz van der Goude), wonende in Maassluis, straatwerker ald., kagenaar ald., zn. van Joris Willemsz Valkenier en Catelijn Aarts, koopt op 27.10.1630 van Cornelis Pleunen Olimans, smid te Maassluis, een huisje en erf staande en liggende aan de dijk, belend aan de ene zijde Lieve Pietersz met een gang en aan de andere zijde Jacob Steffensz en strekkende van de dijckstraet tot aan ? (RA Maassluis inv.53 fol.77 d.d. 27.10.1630), koopt op 14.8.1637 voor een bedrag van 100 gulden van Trijntje Willems, weduwe van wijlen Claes Jansz op de Houff, wonende in het ambacht van Maasland, geassisteerd met Jacob Allersz van der Burch haar voogd, een huis en erf staande en liggende in sellierslop? op de zuidwestzijde van de nieuwstraet, belast met een rente volgens een opdrachtbrief d.d. 28.2.1623 (RA Maassluis inv.55 fol.66 d.d. 14.8.1637), bekent op 18.10.1646 een schuld van 130 gulden aan de heer Frans Cornelisz Denick, koopman te Maassluis, waaraan hij verbindt zijn huis en erf staande in de nieuwstraet te Maasluis bij een slop, belend ten oosten Mr Jan Smith en ten westen de gracht (RA Maassluis inv.58 fol.2v d.d. 18.10.1646), compareert op 16.4.1647, waarbij hij verklaart dat zekere Cornelis Burgersz van Poortugael, in zijn leven mede wonende te Maassluis, zichzelf borg had gesteld ten behoeve van Aechgen Ariens, weduwe van Govert Maertensz, visser, voor de som van 75 gulden, en verklaart daarom dat Aechgen is vrijgesteld van terugbetaling van het bedrag (RA Maassluis inv.177 d.d. 16.4.1647), compareert op 9.2.1648, dan 47 jaar oud, tezamen met Burger Cornelisz, oud 26 jaar, en Jan Lambertsz Bubbeson, metselaar, allen wonende te Maassluis, die op verzoek van Cornelis Cornelisz Schipper, eertijds gewoond hebbende te Maasluis en tegenwoordig te Hulst?, verklaren dat Cornelis zich destijds als eerlijk burger en ingezetene gedragen heeft, waarbij Corienlis Jorisz en Burger Cornelisz in de jaren '45 en '46 omgang met Cornelis hebben gehad en weten dat hij in 1646 met zijn schip in dienst van het land in beslag is genomen zonder duidelijke aanleiding, en waarbij Lambert Bubbeson verklaart dat Cornelis bij hem heeft ingewoond en zich altijd goed gedragen heeft (RA Maassluis inv.177 d.d. 9.2.1648), compareert op 5.6.1649 als principaal en met Cornelis Burgersz als borg, en bekent schuldig te zijn aan Heijndrick Jacobsz van den Ouver wonende te Leiden een som van 200 gulden in verband met de koop van een kaagschuit, door hem van Van den Ouver gekocht, waaraan hij verbindt de gekochte schuit met toebehoren (RA Maassluis inv.178 d.d. 5.6.1649), verkoopt op 8.9.1651 voor een bedrag van 635 gulden aan Jan Pietersz Snijder, visser te Maassluis, een huis en erf staande en gelegen in zeker slop aan de zuidwestzijde van de nieuwstraet, belend ten oosten Cornelis Hermensz Overduijn, ten westen de gracht, ten zuiden Mr Jan Smith, chirurgijn, en ten noorden de slop, welk pand belast is met een efpacht van 1/3 deel van 7 stuivers (RA Maassluis inv.59 fol.169 d.d. 8.9.1651), koopt op 25.10.1651 voor een bedrag van 50 gulden van Leendert Gerritsz van Velsen, timmerman te Maassluis, een erf liggende in de sandelijnstraet, zijnde voor en achter breed 14 voet en 18 duim, op welk erf de koper een nieuw huis getimmerd heeft, belend ten zuiden en ten noorden een slop tussen dit verkochte erf en het erf van de verkoper, die altijd gemeen zal moeten gebruikt worden, ten westen de straat en strekkende van de straat tot de achtersloot toe (RA Maassluis inv.59 fol.172 d.d. 25.10.1651), compareert op 20.9.1654, als weduwnaar van Leentge Cornelis aan de ene zijde, en Rochus Cornelisz van Clootwijk, oom, en Pieter Jacobsz Leems, tezamen voogden over de drie nagelaten kinderen van Leentge, met name Cornelis oud 15 jaar, Joost oud 14 jaar en Catelijntge oud 10 jaar, aan de andere zijde, die een erfenis van de kinderen hen toegekomen van hun moeder overeenkomen, waarbij Cornelis de nagelaten kinderen belooft te alimenteren en te onderhouden tot zij een leeftijd van 20 jaar hebben bereikt, waaraan hij verbindt zijn huis en erf staande en gelegen in de sandelijnstraet aan de zuidzijde, belend aan de ene zijde de weduwe van Cornelis Voet en aan de andere zijde de weduwe van Cornelis Willemsz Schout (RA Maassluis inv.33 fol.92 d.d. 20.9.1654; Rochus Cornelisz van Clootwijk, jongman van IJsselmonde, smidsgezel op de hoogstraet te Maassluis, huwt Maasluis (nederd. geref.) 9.5.1629 met Sijtgen Jans; hij zal dus een broer zijn van Leentge Cornelis; zie ook RA Maassluis inv.177 d.d. 8.3.1648: Rochus Cornelisz Cloetwijck, 40 jaar. smid te Maassluis), is vader van een kind ged. Maassluis (nederd. geref.) 20.2.1636, is vader van Crijn ged. Maassluis (nederd. geref.) 1.8.1638, is vader van Catelijntie ged. Maassluis (nederd. geref.) 27.1.1644, tr. Poortugaal (nederd. geref.) 22.11.1623 met
3361 Leentge Cornelis, jongedochter van IJsselmonde, overl. voor 20.9.1654, dr. van Cornelis Rochusz Clootwijck
3368 Pieter Abrahamsz (Abramsz) Vroom, jongman van Maassluis aan de wateringsevliet, visser, geb. ca. 1618 (ORA inv.154 d.d. 7.8.1638; ONA Maassluis inv.4 no.43 d.d. 29.12.1640), begr. Maassluis 1.12.1693, zn. van Abraham Pietersz en Engeltgen Pieters, is vader van Engeltgen ged. Maassluis (nederd. geref.) 8.5.1639 (de vader vermeld als Abraham Pietersz visser, maar aangenomen wordt dat het hier om Pieter Abrahamsz gaat), koopt op 2.12.1654 voor een bedrag van 575 gulden van zijn schoonmoeder Pleuntgen Leenderts, weduwe van Jan Corstiaensz alias Braeff Karel een nieuw getimmerde huizinge en actie aan het erf van voornoemde Braeff Karel getimmerd, staande aan de oostzijde op het noordeinde van de hoochstraet over het huis dat zijn schoonmoeder aan de binnenzijde van de dijk heeft staan, belend ten noorden zijn schoonmoeder met een leeg erf en ten zuiden eveneens lege erven, strekkende van de hoochstraet tot achter op het water, waaraan hij verbindt zijn persoon, en mocht hij komen te overlijden dan zal zijn zoon Abraham daarvoor instaan (RA Maassluis inv.60 fol.89-90 d.d. 2.12.1654), bekent op 27.3.1674 een schuld van 60 gulden aan Dirck Arijensz Hoochwerff, schepen te Maassluis, waaraan hij verbindt zijn huizinge en actie aan het erf, staande en gelegen aan de oostzijde van de hoochstraet op het noordeinde daarvan, belend ten noorden Salomon Romboutsz met een ledig erf en ten zuiden Arent Lambrechtsz mede met een ledig erf, strekkende voor van de heerestraet oost op tot de gracht toe, alsmede zijn persoon en al zijn goederen, roerende en onroerende (RA Maassluis inv.65 fol.70 d.d. 27.3.1674), is vader van Engeltgen (nederd. geref.) 2.9.1640, is vader van Abram ged. Maassluis (nederd. geref.) 18.1.1643, is vader van Niesie ged. Maassluis (nederd. geref.) 25.9.1645, is vader van Daniel ged. Maassluis (nederd. geref.) 14.11.1646, is vader van Pieter ged. Maassluis (nederd. geref.) 9.4.1649, is vader van Stijntjen ged. Maassluis (nederd. geref.) 11.10.1651, is vader van Jan ged. Maassluis (nederd. geref.) 5.2.1653, tr. Maassluis (nederd. geref.) 29.8.1638 met
3369 Maertgen Jans Braeff Karel, jongedochter van Maassluis aan de schoolstraat, ged. Maassluis (nederd. geref.) 11.12.1617, dr. van Jan Corstiaensz Braeff Karel en Pleuntgen Leenderts
3370 Jan Maertensz Hoochstadt, zn. van Maerten Jacobsz Hoochstadt de oude, overl. voor 21.12.1657, op 10.10.1647 compareert Jacob Meessen van Roon, wonende op Maassluis, die machtig maakt Gijsbrecht Sijmonsz van der Meulen, wonende ald., om uit zijn naam opdracht te doen ten behoeve van Jan Maertensz Hoochstad van een huizinge en erve staande en gelegen aan de oostzijde op de noorddijk op Maassluis als hij omtrent drie jaar geleden aan Hoochstad heeft verkocht voor de som van 970 gulden (ONA Delft inv.1994 fol.276 d.d. 10.10.1647; dit is dus aanmerkelijk eerder dan de hierna genoemde koopakte), koopt op 17.5.1651 voor een bedrag van 970 gulden van Jacob Meesz van Holsteijn, wonende te Maassluis, een huis en actie aent erve staande en gelegen aan de oostzijde op het noordeinde van de hoochstraet, belend ten noorden Lambert Franssen Bubbeson, metselaar, en ten zuiden de weduwe van Gijsbert Emmericx, strekkende van de straet tot achter aan de gracht (RA Maassluis inv.59 fol.152v d.d. 17.5.1651), is op 21.4.1655 getuige bij het opstellen van een testament door Frans Jochemsz Couert en Pietertge Claes (ONA Maassluis inv.7 no.617 d.d. 21.4.1655), op 5.4.1658 verklaren de curateurs over de desolate boedel en goederen van zaliger Jan Maertensz Hoochstadt, in zijn leven gewoond hebbende op de noorddijk, op 21.12.1657 verkocht te hebben aan Willem Davitsz, timmerman te Maassluis, een huis en actie aent erve staande en gelegen aan de oostzijde op het noordeinde van de hoochstraet, door Jan Maertensz bezeten en achtergelaten en hem aangekomen door een brief d.d. 27.5.1651, belend ten noorden de koper met het erf gekomen uit de boedel van Lambrecht Fransz, ten zuiden de weduwe van Gijsbrecht Immericxz, strekkende van de straet tot aan de noordgracht (RA Maassluis inv.60 fol.237 d.d. 5.4.1658), is de veronderstelde vader van Trijntje Jans Hoogstad, jongedochter van de zuiddijk te Maassluis die tr. Maassluis (nederd. geref.) Blankenburg 22.9.1669 met Abraham Pietersz Vroom, en de vader van Willem Jansz Hoogstad, jongman van de zuiddijk te Maassluis die tr. Schipluiden (nederd. geref.) 21.5.1673 met Grietje Tiemens Sonnevelt, ged. Maassluis (nederd. geref.) 9.2.1648, die beiden een dochter Willemtje hadden (dit zou kunnen betekenen dat zij kinderen waren bij een andere vrouw dan de hierna genoemde Fijtge; te Maassluis worden gedoopt als kinderen van zekere Jan Maertensz en Willemtje Damen: Cornelis (1647), Cornelis (1649) en Maertgen (1651) maar of dit om Jan Maertensz Hoochstad gaat is onduidelijk), tr. voor 2.3.1638 met Fijtgen Cornelis (RA Maassluis inv.55 fol.81 d.d. 2.3.1638; voogd over de nagelaten kinderen van Jan en Fijtgen is Willem Cornelisz Kap, zie ONA Maassluis 14 no.35 d.d. 17.9.1670), dr. van Cornelis Jacobsz Cap en Arijaentgen Willems
3386 Cornelis Lenertsz Mijs, jongman van Cillaarshoek, otr. Rijsoord (nederd. geref.) 23.4.1633, tr. ald. (nederd. geref.) 22.5.1633 met
3387 Ariaentjen Cornelis, afkomstig van Oost-Barendrecht, weduwe van Pieter Vincken
3392 Arij Jansz Verschoor, is vader van Jan Ariensz Verschoor, is vader van Arij Ariensz Verschoor, is vader van Cornelis Ariensz Verschoor ged. Pernis (nederd. geref.) 10.6.1669, zn. van Jan Heijndricxz Verschoor en Pleuntje Pieters, tr. met
3393 Claesje (Klaesje) Ariens, ten tijde van haar hertrouwen wonende op de Heij (buurschap ter hoogte van het huidige Heijplaat), hertr. Pernis april 1674 met Arie Janse Langstraat, aangekomen tot de nederd. geref. kerk te Pernis in het jaar 1680, haar erfgenamen Jan Ariensz Verschoor, Cornelis Ariensz Verschoor, Arien Ariensz Verschoor verkopen op 13.11.1715 aan mede-erfgenaam Arijen Arijensz Langstraat een huis, schuur en erve staande en gelegen aan de deijffelsdijk onder Pernis
3394 Pieter Claesz (Klaesse) Prins, jongman van Hoogvliet, is vader van Claesje ged. Poortugaal (nederd. geref.) 7.4.1658, is vader van Klaesje ged. Poortugaal (nederd. geref.) 10.12.1662, is vader van Geertje ged. Poortugaal (nederd. geref.) 15.3.1665, is vader van Arie ged. Poortugaal (nederd. geref.) 3.2.1669, tr. Poortugaal (nederd. geref.) 13.5.1657 met
3395 Corstiaentje Arijens, jongedochter van Poortugaal
3396 Bastiaan Cornelisz Vernel, testeert op 5.4.1655, dan wonende te Rozenburg, op verzoek op van Jacob van Ackersdijck dat hij Pieter Dircksz Bleijcker heeft horen zeggen dat hij 300 bosse hant gleun? van Ackersdijck had gekocht en naar Maasluis heeft gevaren (RA Maassluis inv.178 d.d. 5.4.1655), is vader van Gertge ged. Rozenburg (nederd. geref.) 12.5.1658, is vader van Jan ged. Rozenburg (nederd. geref.) 4.12.1661, is vader van Jacob ged. Rozenburg (nederd. geref.) 29.6.1664, tr. met
3397 Neeltge Jans
3400 Arent (Arij, Arend) Dingemans (Dinnemans, Digmans), jongman van Vlaardingen, geb. ca. 1625, in 1641 smitsgesel (ORA Vlaardingen inv.150, fol.124v, d.d. 27.6.1641), wordt op 17.12.1667 geconstitueerd door zijn zoon Dingman Arentsz die als bootsgezel gevaren heeft bij commandeur Jan van Nes op het schip genaamd delft om van de Admiraliteit te Rotterdam zijn verdiende maandgelden te innen (SAV ORA Vlaardingen inv.149 fol.107 d.d. 17.12.1667), leeft 3.8.1681 (doopboek Delft nederd. geref.), otr. 1e Vlaardingen (gerecht) 24.8.1642, tr. Maassluis (nederd. geref.) 13.9.1642 met Crijntgen Jans, jongedochter van Maassluis aan de hoochstraet (filiatie blijkt uit doop van Krijntgen, dochter van Dingeman Ariens en Maertge Hendricks, waarbij als getuigen aanwezig zijn Neeltgen Ariens, Neeltgen Jacobs en Arie Dingemans (doopboek Vlaardingen nederd. geref., d.d. 6.3.1672)), tr. 2e met
3401 Neeltie Jacobs, leeft 3.8.1681 (doopboek Delft nederd. geref.)
3404 Klaes Pietersz Krijger, impost begr. Pernis 10.9.1708
3408 Joris Cornelisz Poldervaert, geb. ca. 1614 (RA Kethel en Spaland inv.84 nr.903 fol.272 d.d. 24.2.1646), wordt op 23.8.1651 gedaagd door Dirck Maertensz Heckenhouck voor levering van 8 morgen 1 hond weiland in het voorgaande jaar (RA Kethel en Spaland inv.84 nr.862 fol.250v d.d. 23.8.1651), is tezamen met Arijen Cornelisz Poldervaert en Joris Leendertsz Quant testamentair voogd over de kinderen van Cornelis Cornelisz Poldervaert en Maertje Joppen (RA Kethel en Spaland inv.92 nr.277 fol.219 d.d. 21.5.1670; ibid. nr.288 fol.227v d.d. 25.7.1670), zn. van Cornelis Jorisz Poldervaert en Trijntgen Lenerts, tr. met
3409 Annetje Leenderts Quant, dr. van Leendert Jacobsz Quant
3416 Tonis (Teunis) Jansz Beijer, overl. voor 30.4.1682, koopt op 12.3.1661 van Jacob Louwensz, wonende aan de westdijk, een huis en erf aan de westdijk en een erfpacht van een vogelkooi in Simonshaven met de eenden en eieren die erbij horen, welke vogelkooi is gedolven van een stuk land dat nu van Jacob Gabrielsz Schelhouck is en is belast met een erfpacht van 15 pond per jaar, tr. 2e Simonshaven (nederd. geref.) 27.4.1672 met Marijtie (Maritie) Pieters Kranendonck, jongedochter van IJsselmonde, zij hertr. met Arijen Willemsz van der Waell (SAVPR toegang 48 inv.222 regest 1024, 30.4.1682), tr. 1e met
3417 Fransje Frans, ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 18.3.1629, dr. van Frans Geeritsz en Neeltien Willems
3422 Jan Leendertse Hollaart (Hollaert, Hollaar, Hollaer), lidmaat Vierpolders (nederd. geref.) ca. 1665, dan mogelijk wonende in Briels Nieuwland, overl. 15.11.1668 (lidmatenreg. Vierpolders nederd. geref.), tr. met
3423 Trintjen (Trintgen, Trijntie, Trijntje) Fleuris (Floris), lidmaat Vierpolders (nederd. geref.) ca. 1665, in 1669 wonende onder Briels Nieuwland (trouwboek Vierpolders nederd. geref.), otr. 2e Vierpolders (nederd. geref.) 2.11.1669, tr. ald. (nederd. geref.) 24.11.1669 met Pieter Cornelisz, jongman van Zwartewaal, otr. 3e Vierpolders (nederd. geref.) 16.12.1673, tr. ald. (nederd. geref.) 7.1.1674 met Cornelis Arense van Oosterwoud, jongman wonende onder Zwartewaal, en die na het overlijden van Trintjen Fleuris is vertrokken (lidmatenreg. Vierpolders nederd. geref. ca. 1665)
3426 Gerrit (Gerret) Davidsz (Davitssen) van Leeuwen, eerst bouwman in het ambacht van Rijswijk, nadien bouwman in Tedingerbroek (ONA '-Gravenhage inv.362 fol.302+320 d.d. 18.7.1668), leeft 5.12.1668 (ONA 's-Gravenhage inv.380 fol.182 d.d. 5.12.1668), wordt op 26.5.1659 genoemd als man en voogd van Geertge Jans Hensbroeck, waarbij Jacob Jansz Hensbroeck wonende op Maassluis en Cornelis Jansz Hensbroeck wonende in het ambacht van Rijswijk als testamentaire voogden van Dirck Huijgen Hensbroeck kleinkind en mede erfgenaam van Jan Dircx Hensbroeck verklaren op 21.5.1659 te Delft ontvangen te hebben van de executeurs testamentair van het testament van zaliger Jacob Willemsz Duijfloo en Jacomijna Coldermans, in hun leven gewoond hebbende te Den Haag, de som van 1786 gulden dertig stuivers, als 1600 gulden in voldoeninge van gelijke somme die de boedel van Jan Dircx Hensbroeck bij bezegdelde brief gepasseerd voor de schepenen van 's-Gravenhage op 31.12.1641 (ONA 's-Gravenhage inv.220 fol.149 d.d. 26.3.1659), behoort in 1662/63 tot de muskettiers te Rijswijk vallende onder J. van Werven (Archief Staten van Holland inv.1355, Monsterrollen van de Weerbare Mannen in de Hollandse Dorpen, bewerking door A. van der Tuijn), tr. met
3427 Geertien (Geertge) Jans Hensbroeck (Heintsbroeck) alias van Leeuwen, geb. ca. 1615 (ONA 's-Gravenhage inv.468 fol.35 d.d. 13.3.1662), dr. van Jan Dircx Hensbroeck en Trijntge Jacobs, getuigt op 13.3.1662 als vrouw van Gerrit Davidsz van Leeuwen tezamen met Cornelis Jansz Hensbroeck wonende in het ambacht van Rijswijk oud 49 jaar ten behoeve van Evert Ariens Hensbroeck wonende tot Wateringen en Jacob Jansz Hensbroeck wonende tot Maassluis, waarbij zij verklaren dat Thijs Jansz van Dalenburch zoon van Jan Joosten van Dalenburch geboren is in het jaar 1638 en in het dorp van Rijswijk is gedoopt door dominee Abraham van Leeuwen, waarbij Jacob Jansz Hensbroeck en Trijntje Joosten hebben gefungeerd als doopgetuigen (ONA 's-Gravenhage inv.468 fol.35 d.d. 13.3.1662), doopgetuige te Spijkenisse op 22.9.1686 en 5.3.1689 (doopboek nederd. geref. ald.), overl. 14.3.1703 en begr. Spijkenisse (Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de Kerken van het Beneden Maasgebied, niet beschreven door Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins – Spijkenisse, Ons Voorgeslacht 1965), impost begr. Spijkenisse 13.3.1703 [sic] (aangifte door haar schoonzoon Arijen Cornelissen Berckhout)
3428 Heerman Jansz Visscher, overl. voor 30.5.1683, zn. van Jan Engelsz, bezit samen met zijn broer Cornelis Jansz Visscher een huis, schuur en berg aan de hartelse dijk onder Spijkenisse, alsmede een oud huis en oude schuur daarbij gelegen (SAVPR toegang 048 inv.222, regest 1060, 30.5.1683) dat voordien toebehoorde aan zijn vader, alsmede teelland aan de hartel nabij het huis dat wordt gedeeld met de erfgenamen van de heer van der Goes en de heiligegeestarmen van Spijkenisse (SAVPR regest 1063, 25.6.1683), teelland aan de westzijde van de laanweg ald. (SAVPR regest 1061, 25.6.1683), dat voor een deel is aangekocht op 17.5.1655 van de erfgenamen van Cornelis Jansz Versteech en Soetgen Arijens (SAVPR regest 777), en teelland aan de oostzijde van de laanweg en aan de voorweg ald. (SAVPR regest 1062, 25.6.1683), tr. met
3429 Arijaentgen Dircx Visscher alias van der Houck, dr. van Dirck Arijensz Visscher en Annetge Leenderts
3430 Reijer Jansz de Hoogh, ged. Spijkenisse (nederd. geref.) 4.4.1640, zn. van Jan Willemsz de Hoogh en Trientge Cornelis, tr. met
3431 Neeltjen Cornelis Boer, impost begr. Spijkenisse 27.2.1707 (aangifte door haar man Heijndrick Leendertsz Conijndijck), zij hertr. Heenvliet (nederd. geref.) 21.3.1677 met Henrick (Heijndrick) Leendertsz Conijndijck, jongman van Heenvliet, nadien wonende onder Spijkenisse, bekent op 5.5.1683 aan de boedel van dominee Thomas Boon schuldig te zijn een losrentebrief af te lossen met 76 gulden, waartoe hij verbindt zijn huis, schuur en erf aan de hoek van Spijkenisse met nog vier lijnen land aan de mallendijk (SAVPR toegang 48 inv.222 d.d. 5.5.1683)
3434 Rochus (Rocus) Pietersz Kool, jongman van Hoogvliet, ged. Poortugaal (nederd. geref.) 2.4.1633, zn. van Pieter Jansz Coolen en Dircje Cornelis, is vader van Dirkje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 20.1.1658, is vader van Maartje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 29.2.1660 (get. Dirkje Pieters), is vader van Annetje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 21.1.1674 (get. Neeltje Pieters Kool), is vader van Wilm ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 2.2.1676 (get. Neeltje Pieters), is vader van Jannetje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 9.1.1678 (get. Ariaantje Jooste), tr. Zwartewaal (nederd. geref., vermelding in trouwboek Poortugaal) 2.5.1654 met Hadewij Ariens, jongedochter van Zwartewaal, hertr. met
3435 Maartje Jans
3438 Henderik Janse van Putte (van der Putte), jongman van Oud-Beijerland, ged. ald. 25.11.1638 (getuige Lijntge Piters), zn. van Jan Jansz van den Putte en Marijtge Pieters, otr. Oud-Beijerland 8.2.1660 met
3439 Govertge Ariens, jongedochter van Oud-Beijerland, ged. ald. (nederd. geref.) 7.6.1636 (getuige Jan Dircksen), dr. van Arij Jansen van der Goude en Judith Jans
3440 Bastiaan Bastiaansz Kastelein (Casteleijn), wagenmaker te Poortugaal, vermeld ald. vanaf 1649 (doopboek), koopt op 7.8.1655 van Dammis Jansz Wagenmaker wonende te Poortugaal een huis gelegen te Poortugaal gelegen aan de drogendijk aan het moleneind bezuiden het erf of plein tussen dit huis en de stenen dorpsstraat (ORA Poortugaal inv.1 fol.321v en 323v d.d. 7.8.1655)
3442 Arij Jakobse de Geus, zn. van Jakob Arense de Geus en Mijntje Jans, is vader van Maartje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 23.12.1646 (get. Bastiaantje Jakobs), is vader van Teunis ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 19.1.1648 (get. Anna Jans), is vader van Jan ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 15.1.1651 (get. Kornelis Abramse Nieuweland), is vader van Maartje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 23.6.1652, is vader van Jan ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 26.7.1655 (get. Kornelis Abramse Nieuweland), is vader van Neeltje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 3.3.1658 (get. Kornelis Abramse Nieulant)
3446 Arij Jacobsz (Jakobsz) Lakenkas, is vader van Ariaantje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 26.1.1687 (get. Maartje Leenderts), tr. met
3447 Jannetje Barents van der Velde, ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 3.2.1658, dr. van Barent Dirkse en Grietje Cornelis
3448 Antony Philipse (Phlipsz) van der Linden, koopt op 7.5.1679 van Gerrit Cleyse van Charlois, heiligegeestarmmeester, een huis en erf aan de dijk die naar Zuidland loopt, en dat toebehoord heeft aan zaliger Claes Ockerse (SAVPR toegang 28 inv.37 regest 272 d.d. 7.5.1679), begr. Abbenbroek 23.9.1700 (r.k. begraafregister heilige martelaren van gorcum te Brielle), broer van Philip Philipse van der Linden gehuwd met Annetie Cornelis die woonden aan de katerwaalse dijk in het ambacht van Abbenbroek (SAVPR toegang 28 inv.37 regest 311 d.d. 28.12.1681 en inv.38 regest 638 d.d. 1.4.1706), tr. met Leuntie Dammasse, begr. Abbenbroek 5.9.1703 (r.k. begraafregister heilige martelaren van gorcum te Brielle)
3450 Aart Jansz Hoogvliet, tijdens zijn tweede huwelijk wonende in Goudswaard, tr. 2e Goudswaard (nederd. geref.) 28.12.1692 met Magteltje Aarents, wonende in Goudswaard, tr. 1e met
3451 Maartje Cornelis Goudswaart
3452 Heijndrick (Henderick) Claassen (Claessen, Claesz) Backer, jongman van Goudswaard, ged. ald. (nederd. geref.) 9.6.1647 (getuige Arentge Pieters), zn. van jonge Claes Hendericksen Backer en Trijntge Pieters, otr. Goudswaard (nederd. geref.) 3.5.1669, tr. ald. met
3453 Maertje (Maartje, Maertghe) Cornelis Waelboer, jongedochter van Goudswaard
3456 Pieter Geurtsz van Krieken alias Geurt de Molenaar, overl. na 22.7.1703, otr. 2e Tiel (nederd. geref.) 17.6.1683 met Jenneken Hendriks van den Hurk, weduwe van Hendrik van Kempe, tr. 1e met
3457 Jennetie Lammerts van der Wiele
3458 Daniel Petersz Hamacker, jongman van de Voorn (destijds een eiland gelegen naast het eiland Heerewaarden, thans de plaats Voorn) en wonende in Tiel, otr. (nederd. geref.) Tiel 6.5.1660, tr. de Voorn met
3459 Grietien Jans de Ridder, jongedochter van de Voorn
3460 Cornelis Cornelisz van Rooijen (van Roijen), vanaf 1652 korenmolenaar op de molen aan de arkelpoort te Gorinchem, wordt op 28.6.1654 betrapt op het overvullen van een verimposte meelzak waarvoor hij 300 pond boete betaalt en alle meel in beslag wordt genomen, wordt twee jaar later veroordeeld voor een vergelijkbaar feit met tarwemeel, is in 1684/85 molenaar van de molen bij de dalempoort te Gorinchem, tr. met
3461 Albertijn Claes
3462 Jan Gijsbertsz Vermeulen, is in 1674 samen met Govert van Roijen molenaar op de korenmolen van Cornelis Maertensz de Graeff bij de arkelpoort in Gorinchem, tr. met
3463 Jannigje Giellis van Putten
3466 Jacob Mathijsen (Thijsen, Tijssen) Goes, afkomstig van Brakel, is vader van Matijs ged. Gorinchem (nederd. geref.) 9.10.1647 (get. Jan Jansz Blom, Dirck Mathijssen Goes, Aeltien Jans Blom), is vader van Arijaentie ged. Gorinchem (nederd. geref.) 2.7.1649 (get. Jan Jansz Blom), is vader van Anneken ged. Gorinchem (nederd. geref.). 26.2.1651 (de vader dan genoemd Jacob Mertens Goes), is vader van Anneken ged. Gorinchem (nederd. geref.) 22.10.1652, is vader van Anneken ged. Gorinchem (nederd. geref.) 29.3.1654, is vader van Anneken ged. Gorinchem (nederd. geref.) 13.10.1655, is vader van Mathijs ged. Gorinchem (nederd. geref.) 7.7.1658, is vader van Willem ged. Gorinchem (nederd. geref.) 10.3.1661 (get. Clara Jans, Jan Willemsz van der Dussen, Jenneken Jans), is vader van Clara ged. Gorinchem (nederd. geref.) 4.1.1665, is vader van Adriaan ged. Gorinchem (nederd. geref.). 22.7.1670 (get. Jan Willemsz, Ariaantie Riebeeck), is in 1662 lid van het kleinschippersgilde te Gorinchem (Index op het Gildenboek van het Kleinschippersgilde ald.), otr. 1e Gorinchem (nederd. geref.) 18.3.1646 (hij jongman van Brakel soldaat onder mijnheer Treslong, zij jongedochter van Gorinchem), tr. ald. (nederd. geref.) 8.4.1646 met Arijaentien (Arijantie, Ariaenken) Jans Bloem, otr. 2e Gorinchem (nederd. geref.) 2.3.1653, tr. ald. (nederd. geref.) 19.3.1653 met
3467 Lijsbeth Willems van Arkel, jongedochter van Gorinchem
3474 Sweer (Assuerus, Zweer) Fransen van der Eem, jongman van Maurik, wonende ald., ged. Maurik (nederd. geref.) 27.10.1644 (get. Dirk Mertensz en Neelken Andries), zn. van Frans Dirksz van der Eem en Janneken Andries, tr. Maurik (nederd. geref.) 12.4.1669 met
3475 Judith Lam, jongedochter van Bredevoort, bij haar huwelijk wonende te Maurik, ged. Bredevoort (nederd. geref.) oktober 1647, dr. van Jacob Lam en Aeltje Gerrits
3482 Joost (Joest) Jansz Havestadt (Haevestaet, van de Havestadt), scherprechter tot Groningen, is vader van Jan ged. Groningen (nederd. geref.) 26.4.1660, is vader van Annetjen ged. Groningen (nederd. geref.) 12.10.1662, overl. Utrecht aan het peerdevelt gesonken st. jacob armen, begr. Utrecht (nederd. geref., jacobikerk) 21.8.1665, zn. van Jan Havestatt en Lijsbet Joosten, otr. Groningen (nederd. geref.) 17.4.1658 met
3483 Elisabeth (Lijsebetjen) Hanssen Everts (Gefferts), jongedochter van Groningen, begr. Dordrecht (nederd. geref., grote kerk) 13.8.1705, benoemt op 7.8.1705 haar schoon Gillis van der Elst als haar absolute voogd (GAD weeskamer toegang 1, inv.30, testament d.d. 7.8.1705, extract d.d. 30.11.1705), zuster van Catharina Everts gehuwd met mr. Hans Jurrien Cael die scherprechter was in Den Bosch, dr. van Hans Everts van Oldenburch (Bossche Encyclopedie), zij otr. Kampen (nederd. geref.) 26.10.1666, tr. Kampen (nederd. geref., bovenkerk) 16.12.1666 met Jacobus Andriessen Kellenaer (Keldenaer), ged. Zutphen (nederd. geref.) 28.10.1642, scherprechter te Kampen 1666-1668 (GAK, OA Kampen toegang 1 inv.306 fol.84 d.d. 6.7.1666; ibid., inv.307, fol.58, 1666), Zierikzee 1668-1680 (GAK, OA Kampentoegang 1 inv.197 fol.114v d.d.10.12.1667; ibid., fol.148v d.d. 19.12.1668; HCO, SA Zwolle toegang 700 inv.1997 fol.51 d.d. 27.5.1670) en Dordrecht 1680-1705 (RAD SA Dordrecht toegang 3 inv.1911 fol.31v d.d. 26.6.1680), wonende ald. op de hill, tevens ledezetter/chirurgijn ald., lidmaat Dordrecht (ev. luth.) 17.3.1690, benoemt op 28.8.1705 Gillis van der Elst tot zijn absolute voogd (GAD weeskamer toegang 1, inv.30, testament d.d. 7.8.1705, extract d.d. 30.11.1705), begr. Dordrecht (nederd. geref., grote kerk) 3.9.1705, zn. van Andries Hansen Kellenaer (Kelner, Culner) en Elsken Gerrits Havestadt
3484 Hendrick (Handerick) Ariensz van den Berch (van den Berg), wonende in Asperen, begr. ald. (nederd. geref.) 18.1.1688, is vader van Arien ged. Asperen (nederd. geref.) 29.1.1640 (getuigen Jannetie Jans, Hendrick Jansz van Lexmond), is vader van Anneke ged. Asperen (nederd. geref.) 22.12.1641 (getuigen Theunis Jansz, Jannitie Jans), is vader van Lijsbeth ged. Asperen (nederd. geref.) 20.3.1644 (getuigen Lubbert Jansz, Trijntje Hendricks), is vader van Arien ged. Asperen (nederd. geref.) 23.9.1646 (getuigen Claes Gerritsz ipv Hans Jansz, Thijs Jansz Herwaerden), is vader van Jan ged. Asperen (nederd. geref.) 5.2.1651 (getuigen Willem Janssen Meeuwen, Lijsken Jans), is vader van Saertje ged. Asperen (nederd. geref.) 6.4.1653 (getuige Willem van Meeuwen), tr. met Maria Blommers (RA Asperen inv.nr. 1378 fol.270 d.d. 7.5.1652), geeft op 10.5.1652 hypotheek op een 1 morgen land op de graswal ald. (RA Asperen inv.nr. 1378 fol.278 d.d. 10.5.1652), tr. met
3485 Teuntje Jans, is zuster van Theunis Jansz van Someren gehuwd met Hilleke Rutgers
3486 Frederick Willemsz van Leerdam, belijdenis Asperen (nederd. geref.) in het jaar 1660, kerkmeester (nederd. geref.) ald. 1658/59, diaken (nederd. geref.) ald. 1662/63 en 1667/68 (R.H.C. van Maanen, Asperense kerkbestuurders 1588-1861 (1908), Ons Voorgeslacht 53 (1998)), leenman ald. (J.C. Kort, Repertorium op de lenen der hofstede Asperen, 1333-1803, Ons Voorgeslacht 52 (1997): Frederik Willemsz. van Leerdam voor Neeltje Jans van Acquoy, zijn vrouw, die al een derde houdt, met de helft van een derde bij overdracht door Hendrik Jansz. van Acquoy, schepen en laag-heemraad van Asperen), begr. ald. (nederd. geref.) 22.5.1684, koopt op 28.4.1645 van Mr Andries Rijshoeck chirurgijn te Asperen een huis en erf ald. belend aan de westzijde de agterstraet belend boven Aerien Andriessen en beneden Willem Sanderen (RA Asperen inv.nr. 1378 fol.27 d.d. 28.4.1645), verkoopt dit huis op 17.6.1646 aan Claes Willemsz (RA Asperen inv.nr. 1378 fol.58 d.d. 17.6.1646), koopt op 29.10.1649 van Herman Willemsz Hackert een huis en erf ald. aan de oostzijde van de achterstraet belend boven Joost Woutersz de Groot en beneden Ghijsbert Petersz Kessel (RA Asperen inv.nr. 1378 fol.205 d.d. 29.10.1649), zn. van Willem Sandersz van Leerdam, is broer van Leentje (Lijntje) Willems gehuwd met Hendrick Jansz van Ackoy (doopboek Asperen nederd. geref. november 1647 en 20.1.1661), is vader van Sander Fredericks begr. Asperen (nederd. geref.) 16.5.1673, is vader van Willem Frericksz van Leerdam alias van Acqoy gehuwd met Aerdje (Aertje) Cornelis Brouwer, is vader van Adriaen Fredericksz van Leerdam alias van Acqoy gehuwd met Grietje Hendricks van Maurik, is vader van Claeske Fredericks gehuwd met Jan Hendricksz van den Berg, is vader van Neelke Fredericks (doopboek Asperen nederd. geref. 19.1.1687), is vader van Hendrikje Fredricks (doopboek Asperen nederd. geref. 13.2.1721), tr. met Claeske Gerrits begr. Asperen (nederd. geref., kruiskerk) 1654, tr. met
3487 Neeltje Jans van Acquoy, jd. van Asperen, dr. van Jan Otten van Acquoy de jonge en Claerken Hendricks, tr. Asperen (nederd. geref.) 14.2.1638 met Adriaen Dircksz Schoonderwoerd, wonende Asperen, schepen ald. 1650/51, overl. Asperen 19.11.1651, zn. van Dirck Jochemsz van Schoonderwoerd en Eelken Otten en weduwnaar van Grietgen Hermans van Acquoy
3488 Job Krijnsz Kivit, wonende in Goedereede, koopt voor zichzelf alsmede voor zijn broers en zusters van Jacob Corvijngsz Bongaert, Leendert Danielsz Klimmer en Gijsbert Wilmsz Blok 3 gemeten 70 roeden lands op roo-claes-plae voor 1000 gulden boven een jaarlijksde erfpacht van 30 stuivers (gaarder ald., anno 1648), diens weduwe geeft hypotheek op haar huis en hoff dat zij bewoont en gebruikt ald. ten behoeve van de gasthuisarmen van 20 pond grooten (gaarder ald., november 1657), zn. van Crijn Jacobsz Kivit, tr. met
3489 Angenietje Domis, koopt samen met Cornelis Cornelisz de Munk van Pieter Jansz van den Bliek een erf in de meulenstrate benoorden de strate te Goedereede, belast met een erfpacht van 6 gulden, alsmede een daarnaast gelegen erf aan de noordzijde daarvan belast met een erfpacht van 2 gulden (gaarder ald., december 1663), haar erfgenamen verkopen in 1693 haar meubelen voor 290 gulden (gaarder ald., 12.3.1693)
3492 Cornelis Woutersse (Wouterssen), laat tussen 1654 en 1666 kinderen dopen te Ouddorp, tr. met
3493 Maritje (Maeritje, Maartje, Maertje) Jacobs
3494 Aren Jansz (Iansz) Bogerman (Boogertman), wonende in Goedereede, lidmaat nederd. geref. ald., koopt van Cornelia Tonis weduwe van Lieven Cornelisz Jongste een huis en erf ald. voor 225 gulden (gaarder ald., anno 1656), koopt van Claes Jacobsz Metselaer een huis en erf beoosten het slop ald. voor 300 gulden (gaarder ald., anno 1656), koopt van zijn vader een schuurtje met bijbehorend erf en aanpalend tuintje gelegen in de meulenstrate ald. en grenzend aan de stedegracht voor 150 gulden (gaarder ald., februari 1665), zn. van Jan Arens Boogertman en Jannetie Jacobs, tr. met
3495 Maijken (Maetie, Maetje) Mees, lidmaat (nederd. geref.) ald., is in 1674 weduwe en verdient dan met arbeiden de kost voor zichzelf en haar twee kinderen (OA Goedereede inv.9, anno 1674), verkoopt enige meubelen voor 113 gulden (gaarder Goedereede, d.d. 28.3.1697)
3498 Jan Maertens Vos, jongman van Bleiswijk, ged. Bleiswijk (nederd. geref.) 25.12.1646 (getuigen Arij Jansz, Aechje Vos), impost begr. ald. 2.2.1729 (verdronken), zn. van Maerten Jansz Vos en Neeltje Cornelis, tr. Bleiswijk (nederd. geref.) 6.5.1668 met
3499 Maertje Cornelis Huijsman, jongedochter van Bleiswijk wonende tot Berkel
3504 Cornelis Arensz Witte alias Schipper, wonende in Goedereede, korenkoper en biersteker ald. (OA Goedereede inv.9, anno 1674), vermeld 200e penning ald. 1665-1689 (W. Stuve, De kohieren van de 200e penning over de stad Goedereede), koopt Loenis Jacobsz Brouwer en het weeskind van zijn overleden dochter een huis en erf ald. voor 1050 gulden (gaarder ald., anno 1656), koopt van de executeurs van het testament van wijlen Gijsbrecht Wilms Blok een hof of tuin in de pieterstrate ald. aan het spuiwater voor 125 gulden (gaarder ald., januari 1662), verkoopt aan Jacob Jobsz Peuijr zijn huisje in de kerkstrate ald. voor 400 gulden (gaarder ald., anno 1656), koopt van de erfgenamen van Wilm Arens Lauwe en Maeretje Jacobs een boomgaard gelegen in de oude oostdijk bewesten de ’s heerenweg voor 435 gulden, alsmede een stuk lands in den oostdijk groot 500 roeden gelegen aan de lije in de molenweg voor 184 gulden (gaarder ald., d.d. 4.5.1690), zn. van Aren Wittese, tr. met
3505 Grietje Jacobs, leeft 9.12.1676 (doopboek Goedereede nederd. geref.)
3506 Dirk (Dirck) Arensz Berkel (Berckel), wonende in Goedereede, korenkoper en biersteker ald. (OA Goedereede inv.9, anno 1674), vermeld 200e penning ald. 1665-1676 (W. Stuve, De kohieren van de 200e penning over de stad Goedereede), diens erfgenamen verkopen tezamen met Hr Cornelis van Beresteijn c.s. aan Aren Dircksz Berckel een huis en erf in de pieterstraat ald. (gaarder ald., d.d. 28.4.1694)
3508 Philips (Phlips, Flips) Arensz van Wage (van Waege, van Wagen, van Waegen), wonende in Goedereede, landbouwer ald. (OA Goedereede inv.9, anno 1674), vermeld 200e penning ald. 1659-1674 (W. Stuve, De kohieren van de 200e penning over de stad Goedereede), vermeld 1000e penning ald. 1656-1660 (W. Stuve, Lijsten van de 1000e penning over de stad Goedereede en de onderhavige polders 1654-1660), ged. Ouddorp (doopsgezind) 1666, koopt van Cornelis Pietersz Emaus een huis en erf ald. aan de voorstrate voor 1325 gulden boven het speldegeld van een pond vlaams (gaarder ald., maart 1660), verkoopt aan Passchier Jansz Liere een schuurtje en bijbehorend erf gelegen aan de achterstate ald. voor 129 gulden (gaarder ald., mei 1660), koopt samen met Philips Arens Lauwe van de executeurs van het testament van wijlen Gijsbrecht Wilmsz Blok een kaveltje lands gelegen in de kleijne zuijderpolder beoosten de nieuwe westerlooedijck voor 2925 gulden boven de erfpacht van 1 gulden, doch daar dit land door Gijsbrecht Blok zelf is bedijkt en het hier het eerste transport betreft is de koop vrijgesteld van de veertigste penning (gaarder ald., anno 1662), verkoopt aan Claes Jacobsz een hofje gelegen aan het kerkhof ald. voor 18 gulden (gaarder ald., juni 1662), koopt van de erfgenamen van Daniel Jansz Klimmer een blok van 8 gemeten 265 roe lands gelegen in de polder nieuw westerlooe bij schelhouck voor 2600 gulden boven de erfpacht van 58 en een kwart stuiver (gaarder ald., april 1663), koopt van Tonis Dirksz Doeland 486 roe lands in de polder oud westerlooe bewesten de nieuwwesterlooedijck voor 2575 gulden boven de erfpacht van 58 en een halve stuiver (gaarder ald., april 1663), koopt uit de nagelaten boedel van Claes Jacobsz van der Baen en zijn overleden huisrouw Teuntjen Philips Hollaers een hof ald. tussen de pieterstrate en het kerkhof voor 138 gulden (gaarder ald., maart 1672), zn. van Aren Gijsbertsz Wagenmaecker en Klaertjen Hollaers, tr. met
3509 Maritje (Maerettge) Willems, ged. Ouddorp (doopsgezind) 1666
3512 Jan Geertsz (Geeritsz), overl. voor 1659, broer van Lijntje Geerits vermeld 200e penning Goedereede 1666 (W. Stuve, De kohieren van de 200e penning over de stad Goedereede), tr. met
3513 Jacomijntje (Jacomijne) Gerrits (Geerits) van Dijke (van Dijkke, van Dijck), impost begr. Goedereede 12.5.1696, vermeld 200e penning ald. 1659-1689 (W. Stuve, De kohieren van de 200e penning over de stad Goedereede), vermeld 1000e penning ald. 1654-1660 (W. Stuve, Lijsten van de 1000e penning over de stad Goedereede en de onderhavige polders 1654-1660)
3516 Wilhelm (Willem) Arensz van der Baen, wonende in Goederede, timmerman ald. (OA Goedereede inv.9, anno 1674), lidmaat (nederd. geref.) ald. 2.7.1662, koopt van zijn broers Dirk en Pieter Arensz van der Baen tweederde deel van het ouderlijk huis aan de kerkstrate ald., waarvoor hij een van de gasthuisarmen en van de diakoniearmen een bedrag leent van 150 gulden dat hij op het huis verzekert (gaarder ald. maart 1659), zn. van Aren Jacobsz Decker alias Timmerman en Neeltje Cornelis Koster, tr. met
3517 Aechjen Ariens
3568 Gijsbert Roocken (Rochusse, Rokussen), heemraad te Sliedrecht, koopt op 9.5.1701 van Rochus Ariens Bodt wonende te Streefkerk een huis en erf te Sliedrecht belend ten westen Walbeeck ten oosten Adrijaentje Theunis Back weduwe van Cornelis Cornelisz Boer, alsmede een boomgaard (RA Sliedrecht inv.nr.1119, d.d. 9.5.1701), overl. voor 30.3.1707, zn. van Rook Pietersz en Neeltje Ariens, tr. met
3569 Pietertge Gerrits, koopt op 30.3.1707 van Arien Willem Eijckelenboom de helft van een weer land in het geheel 9 morgen 250 roeden, belend ten oosten de weduwe van Cornelis Verstoep en ten westen Pieter Andriesse, item het groote huijs staande op hetzelfde weer tot dan toe door de verkoper bewoond, item een half erf van t voorhooft, item 1 morgen 200 roeden, item 2 morgen 75 roeden in alewijn baters weer, voor de totale som van 1900 gulden (RA Sliedrecht inv.1119, d.d. 30.3.1707)
3588 Pieter Jevitsz (Jevetsz), overl. voor 15.2.1629 (RA Westzaan inv.1573 fol.147 d.d. 15.2.1629), koopt op 1.1.1613 voor een bedrag van 137 gulden 13 stuivers van Jan Claesz, wonende te Wormer, een erf liggende te Wormerveer belend ten westen het erf van Pieter Jansz en ten oosten het erf van Jan Claesz (RA Westzaan inv.1567 fol.185 en 186 d.d. 1.1.1613), koopt op 8.2.1623 van Dirck Gerretsz, poorter tot Monnickendam, een stuk land groot 382 roeden liggende achter Wormerveer, belend ten noorden Dirck Jansz en te zuiden Dirck Claesz (RA Westzaan inv.1570 fol.286v d.d. 8.2.1623), verkoopt op 8.2.1623 aan Claes Arisz, wonende op de Koog, een stuk land groot 1014 roeden liggende achter Allert Baertsz uit aan de dijcksloot, belend ten oosten Ghriete Gerrets en ten westen Jevet Jansz (RA Westzaan inv.1570 fol.287 d.d. 8.2.1623), is op 8.2.1623 borg voor Cornelis Jevitsz, wonende te Zaandijk, inzake de koop van Aerjan Pietersz, tevens wonende ald., van een papiermolen zonder erf, staande op de Koog, belend ten noorden Dirck Copges erfgenamen en ten zuiden Jan Pietersz (RA Westzaan inv.1570 fol.288 d.d. 8.2.1623), koopt op 8.2.1623 van Claes Jansz, wonende te Ilpendam, een stuk land groot 163 roeden, liggende op die kleijne sluijs sloodt, belend ten zuiden Pieter Jevetsz en ten noorden Jan Jansz Heijnes (RA Westzaan inv.1571 fol.5 d.d. 8.2.1623), is naar alle waarschijnlijkheid een broer van Jacob Jevetsz, wonende in de Beemster, die op 8.2.1623 aan Claes Baertsz, wonende te Wormerveer, verkoopt een stuk land groot omtrent een half madt, liggende achter Claes Baertsz uit, belend ten westen Claes Baertsz en ten oosten Stijntgen Jans (RA Westzaan inv.1571 fol.5v d.d. 8.2.1623), en die op diezelfde dag verkoopt aan Pieter Jansz, wonende te Wormerveer, de helft van een huis en erf staande en liggende te Wormerveer, belend ten oosten Pieter Jansz en ten westen Pieter Jacobsz (RA Westzaan inv.1571 fol.6v d.d. 8.2.1623), koopt op 8.3.1624 voor een bedrag van 245 gulden van Jan Claesz, wonende te Wormerveer, een erf liggende op het zuidend van Wormerveer, belend ten westen Vastert Claesz en ten oosten Claes Arijaensz (RA Westzaan inv.1571 fol.208 d.d. 8.3.1624), koopt op 12.2.1626 voor een bedrag van 525 gulden van Claes Jansz wonende in de Purmer en Dirck Dircx wonende te Monnickendam een stuk land groot 390 roeden liggende bij Wormerveer, belend ten westen Pieter Jansz timmerman en ten oosten Pieter Jevitsz zelf (RA Westzaan inv.1572 fol.102v d.d. 12.2.1626), tr. met
3589 Anna Jans, koopt op 1.3.1629, waarbij zij wordt bijgestaan door haar zoon Jevit Pietersz, voor een bedrag van 40 gulden 18 stuivers, van Jan Cornelisz Groen, wonende in de krabbelbuurt, een akker land groot 236 roeden, liggende bij Wormerveer, belend ten noorden Vastert Claesz en ten zuiden Jan Claesz (RA Westzaan inv.1573 fol.250v d.d. 1.3.1629; in de akte staat eenmaal vermeld dat zij wordt bijgestaan door haar zoon Jevit Jansz maar dat is evident onjuist), verkoopt op 25.5.1629, waarbij zij wordt bijgestaan door haar zoon Jevit Pietersz, aan Vastert Claesz Houtcoper, wonende te Wormerveer, een erf liggende te Wormerveer, belend ten oosten Allert Pietersz en ten westen Vastert Claesz (RA Westzaan inv.1573 fol.215v d.d. 25.5.1629)
3648 Pieter Cornelisz Nooles, schepen in de banne Zuid-Schermer vanaf 1628 (ORA 6327, f.145), overl. na 27.10.1651, is mogelijk een broer van Jacob Cornelisz Noles die op 8.12.1617 als mede erfgenaam van Keijsers kind 1 1/2 achelen land koopt (RAA RA 6328, fol.20), is mogelijk een broer van Cornelis Cornelisz Nooles (RAA RA 6328, fol.29 13.5.1618), koopt op 6.6.1617 jan mathijs lant in de banne Zuid-Schermer (RAA RA 6327, fol.14), koopt in 1636 van Jan Cornelisz Dos een stuk land genaamd nooles koogh (RAA RA 6328, fol.12), koopt in 1645 van de erfgenamen van Cornelis Cornelisz Kock een stuk land genaamd de baeffmeer (RAA RA 6328, fol.130), koopt op 3.2.1648 een stuk land binnendijk groot 2 1/2 achele van Krijn Jacobsz Mullers (RAA RA 6328, fol.169), koopt op 6.5.1648 een stuk land genaamd de liefen groot 3 1/2 achelen van Garbrant Gerritsz wonende in Uitgeest getrouwd met Lijsbet Martens, als erfgenamen van Marten Jansz Verwiel (RAA RA 6328, fol.177), getuigt op 27.10.1651 als een van de personen die land hebben verloren ten gevolge van bedijking van de noordeindermeer (RAA RA 6328, f.254)
3650 Claes Krijnsz Braeck, overl. voor 6.1.1671, zn. van Krijn Braeck
3718 Wouter Theunisz, jongman van Goudriaan, otr. Goudriaan (nederd. geref.) 21.3.1643 met
3719 Dirkje Ariens, jongedochter van Langerak
3722 Goris Ariensz den Ouden, jongman van Nieuwerkerk aan den IJssel, otr. Nieuwerkerk aan den IJssel (nederd. geref.) 26.10.1674 met
3723 Lijsbeth Aerts Stolck, jongedochter van Nieuwerkerk aan den IJssel
3744 Germet (Gerremet, Hermet, Heijn) Albertsz, jongman van Hoorn aan de nieuwe noort, ged. Hoorn (nederd. geref.) 23.7.1628, zn. van Albert Germetsz en Marij Claes, is vader van Pieter ged. Hoorn (nederd. geref.) 21.11.1649 (get. Pietertje Everts), is vader van Aefje ged. Hoorn (nederd. geref.) 12.11.1651 (get. Marij Claes), is vader van Claesje ged. Hoorn (nederd. geref.) 21.5.1654 (get. Marij Claes), otr. Hoorn (nederd. geref.) 10.4.1649, tr. ald. (nederd. geref.) 25.4.1649 met
3745 Trijn Sijbets, jongedochter van Hoorn aan de oude noort, otr. 2e Hoorn (nederd. geref.) 25.7.1654, tr. Zwaag (nederd. geref.) 9.8.1654 met Heijn Albertsz, jongman van Hoorn aan de nieuwe noort, is vader van Aechje ged. Hoorn (nederd. geref.) 15.8.1655 (get. Marij Claes), is vader van Germet ged. Hoorn (nederd. geref.) 21.3.1660 (get. Pietertje Everts)
3770 Lammert (Lambert) Sweerts (Sweersz, Sweertsen) van Campen, jongman van Harderwijk, bakker te Hoorn, wonende ald. aan de haven in het huis den vierijghen oven, wonende ald. achter de vrouwenkerk, wonende ald. achter de st. anthoniskerk, treedt samen met zijn vrouw toe tot nederd. geref. kerk ald. op 8.3.1628 (lidmatenboek Hoorn nederd. geref.), is vader van Luijdu ged. Hoorn (nederd. geref.) 1.6.1625, is vader van Jan ged. Hoorn (nederd. geref.) 9.3.1627, is vader van Jannetjen ged. Hoorn (nederd. geref.) 27.8.1628, is vader van Jannetje ged. Hoorn (nederd. geref.) 9.10.1631, is vader van Jan ged. Hoorn (nederd. geref.) 19.10.1636 (get. Kornelisje Luijtjes), otr. Hoorn (nederd. geref.) 25.8.1624 met
3771 Aefjen Jans, jongedochter van Hoorn
3772 Jacob (Jaecop) Aerijensz (Aeriensen), jongman van Hoorn in de brouwerij op de nieuwe dam, is vader van Aerjen ged. Hoorn (nederd. geref.) 15.11.1637 (get. Trijn Aerjens), is vader van Nannijng ged. Hoorn (nederd. geref.) 11.9.1639 (get. Griet Lubberts), is vader van Fop ged. Hoorn (nederd. geref.) 6.1.1641 (get. Anne Jans), is vader van Tames ged. Hoorn (nederd. geref.) 5.10.1642 (get. Anne Jans), otr. Hoorn (nederd. geref.) 2.11.1636, tr. ald. (nederd. geref.) 16.11.1636 met
3773 Brecht (Brechijen, Brechjen) Nannings (Nannes, Nanninckx), jongedochter van Hoorn in de brouwerij op de nieuwe dam, ged. Hoorn (nederd. geref.) 7.10.1601, dr. van Nanning Ottges
3796 Isaack (Isack) Josephs (Joosepsoon) Comprij, jongman van Hable de Grace (Le Havre), wonende in de noort, schoolmeester te Zaandam, verkoopt op 17.2.1637 voor een bedrag van 1010 gulden aan Elijas Lodewijcksz, wonende te Zaandam, een huis en werf gelegen in de banne van Oostzaan gelegen te Zaandam in de noordt, belend ten noorden Barent Tijmensz met de gemene sloot, ten zuiden de sulverstraet en ten westen de dijcksloot en ten oosten de calverstraet (RA Oostzaan inv.420 fol.4v d.d. 17.2.1637), verkoopt op 17.5.1667 tezamen met Jan Claesse Louwe en Claes Barentsse, voor henzelf en zich sterk makende voor Arent Florisse, tezamen voogden over de onmondige kinderen van Pieter Dircksz Pos en Lisbeth Jans zaliger, allen wonende te Oostzaandam, voor een bedrag van 1100 gulden aan Claes Jansse Cooperslager, wonende te Oostzaandam, een huis en een dijkerf, staande en liggende op de suijdijck, belend ten noorden Dirck Cornelisz en ten zuiden Willem Teunisse (RA Oostzaan inv.437 fol.113 d.d. 17.5.1667), tr. Oostzaandam (nederd. geref.) 21.1.1629 met
3796 Hillegondt Harmans, jongedochter van Hoorn, wonende te Oostzaandam bij de kerk
3824 Gerrit Willemsz, tr. Jisp 12.2.1623 met
3825 Neel Claes
3834 Lammert (Lambert) Claesz, vermeld te Wormer, tr. met
3835 Anne Simons
3840 Pieter Cornelisz van 't Hoff, mondig 1627, verkoopt op 27.3.1626, bijgestaan door zijn vader Cornelis Engelsz vant Hoff, aan Jan Engelsz de gerechte helft van een huis, hooihuis en erf bij de nuwendijck onverdeeld en gemeen met de broer en zuster van de koper, strekkende van de heerenweg tot het achterland, belend ten noordoosten Trijn Maerten van Saennen en ten zuidwesten Ghijsbert Claesz Schoon, voor een bedrag van 950 gulden (RA Assendelft inv.2004 fol.148-148v d.d. 27.3.1626), koopt op 18.1.1630 tezamen met Engel Cornelisz vant Hoff van Jan Willemsz Overdijck een gerechte derde deel van een stuk land genaamd geelen ven groot dat deel 423 roeden gelegen buijtenhuijssen, belend ten noordoosten Bouwen Jan Claesen volk, ten zuidoosten de weg ten zuidwesten de vader van de kopers en ten noordwesten de meer, voor een bedrag van 412 gulden (RA Assendelft inv.2005 fol.87 d.d. 18.1.1630), koopt op 24.1.1631 van Claes en Bastiaen Baertsz Boschman die zich sterk maken voor hun broer Cornelis Baertsz een stuk land genaamd het block weer met de uiterdijk daarover gelegen, het binnendijkse deel groot 1480 roeden gelegen buijtenhuijsen, strekkende van de heerenweg tot de wijckermeer toe, belend ten noordoosten de koper’s vader en ten zuidwesten Pieter Ghijsen op Knollendam (RA Assendelft inv.2005 fol.179-179v d.d. 24.1.1631), verkoopt op 27.1.1634 aan Pieter Dirck Jong Claessen een huis, hooihuis en erf door de comparant bewoond in het zuideinde, belend ten noordoosten Stijn Havicken ten zuidoosten en suidwesten Roeloff Cornelisz en ten noordwesten de wegsloot, voor een bedrag van 1306 gulden 5 stuivers (RA Assendelft inv.2005 fol.403v-404 d.d. 27.1.1634), komt op 22.9.1634 gronddeling overeen met Jan Engelsz, Gerrit Cornelisz vant Hoff n.u., Jacob Claesz als voogd van Neeltgen Engels, en de reeds overleden Gijsbert Engelsz (RA Assendelft inv.2005 fol.10v d.d. 22.9.1634), koopt op 2.3.1643 van Dirk Jansz van der Lijn een stuk land groot 417 roe genaamd vechters ven liggende buitendijks, belend ten noordoosten Jan Ariaensz ten zuidoosten de heerenweg ten zuidwesten Gerrit Cornelisz vant Hoff en ten noordwesten de dijck (RA Assendelft inv.2008 fol.31-31v d.d. 2.3.1643), verkoopt op 3.4.1644 aan zijn broer Gerrit Cornelisz vant Hoff een stuk land genaamd het cleijne lant gelegen buijtenhuijsen groot 143 roeden, belend ten noordoosten de nieuwendijck ten zuidoosten en zuidwesten Gerrit Dircksz en ten noordwresten de wegsloot (RA Assendelft inv.2008 fol.133-133v d.d. 3.4.1644), koopt op 4.4.1644 van zijn broer Gerrit Cornelisz vant Hoff een stuk land genaamd de dijckveen of het jutten veentje groot 500 roeden, belend ten noorodoosten Pieter Gijsen ten zuidoosten de hogendijck ten zuidwesten de weduwe en kinderen van Claes Cornelisz Kersten en ten noordwesten Cornelis Engelsz vant Hoff (RA Assendelft inv.2008 fol.133v-134 d.d. 4.4.1644), overl. voor april 1660, zn. van Cornelis Engelsz van 't Hoff en Griet Jan Maeijckes, tr. met
3841 Guert Engels, overl. na april 1660, dr. van Engel Willemsz en Neel Cornelis
3848 Jan Maertsz, betrekt omstreeks 1640 een huisje naast het huisje dat in 1638 door Gerrit Maertsz werd gekocht, staande te Nauerna aan de hogendijk nabij de kolk van de duikersluis en aan de noordwestzijde grenzend aan claes louckes braak, koopt op 19.3.1660 van Claes Claes Wijves, Joost Claesz, Cornelis Jansz Huijpen en Jan Jacobsz Louwen een partij rietland aan de noordoostzijde van de koper zijn werf en belend ten noordoosten claes roeloffies braeckje ten zuidoosten de hogendijck ten zuidwesten de koper en ten noordwesten de braeck, met dien verstande dat de voornoemde verkopers of hun kinderen bewesten van de sloijer het water tot hun believen zullen mogen bevissen maar anderen die daar geen eigendom in hebben niet, alsmede dat de koper niet het slijk uit de braak zal mogen scheppen maar wel met een beugel staande op de wal van het voornoemdeland, voor een bedrag van 78 gulden (RA Assendelft inv.2011 fol.31v d.d. 19.3.1660), leeft 1670
3872 Aerian (Ariaen, Aerjan) Baertsz, zn. van Baert Cornelisz, schepen in de banne van Westzaan, eerst vermeld op 28.2.1616, verkoopt op 12.6.1619 tezamen met Dirck Cornelisz Schoenmaecker voor een bedrag van 408 gulden aan Jan Cornelisz Schoenmaecker, wonende in de middel, de gerechte helft van een stuk land liggende gemeen met Jan Cornelisz en Cornelis Cornelisz in de middel binnen de watering, groot die helft 200 roe en belend ten zuiden Jan Eggesz Gorter en ten noorden Aeff Cornelis weduwe, alsmede 140 roe ten westen van den huijs camp liggende achter het huis van de comparant, belend ten noorden Jan Sijmonsz en ten zuiden Aeff Cornelis (RA Westzaan inv.1569 fol.563 d.d. 12.6.1619), koopt op 18.3.1622 voor een bedrag van 452 gulden van Jurmit Dircx, geassisteerd met Jan Arensz haar voogd, een stuk land over die zuijder weel genoemd die huijs kamp groot 243 roe liggende achter de koper's werf, belend ten noorden Marij Jans c.s. en ten zuiden de koper (RA Westzaan inv.1570 fol.209v d.d. 18.3.1622), wordt op 16.5.1625 vermeld als voogd van Neel Pieters weduwe van wijlen Gerrit Gerritsz, wonende in de crabbelbuijert, die bekent schuldig te zijn aan Claes Jacobsz, Dirck Jacobs, Cornelis Jacobsz en Anna Jacobs, de weeskinderen van Jacob Jacobsz, in zijn leven wonende in de Beemster, een jaarlijkse losrente van 10 gulden over een som van 200 gulden, waarvoor hij in onderpand stelt een stuk land genaamd die ven, groot omtrent derhalf coeven, liggende achter Cornelis Jansz Gorter uit een camp over die ghouw, belend ten noorden zijzelf en ten zuiden Pieter Heijndricxz (RA Westzaan inv.1899 fol.168v d.d. 16.5.1625; in de marge staat dat het bedrag is voldaan door de erfgenamen van Neel Pieters op 14.6.1625), koopt op 20.9.1626 voor een bedrag van 1000 gulden van Jan Gerretsz Meijn, wonende te Westzaan, een stuk land groot omtrent 400 roe liggende in de crabbelbuurt achter Jan Meijnen werf, belend ten zuiden Marij Claes Haesen en ten noorden de koper (RA Westzaan inv.1572 fol.183v d.d. 20.9.1626), koopt op 29.5.1627 van Jan Gerretsz Meijn, wonende te Westzaan, een akkertje land groot 211 roe liggende achter Simon Jan Verweel uit op en binnen de gou, belend ten zuiden en ten noorden Dirck Jansz Alkes (RA Westzaan inv.1572 fol.271v d.d. 29.5.1627), koopt op 15.3.1635 voor een bedrag van 866 gulden van Jan Sijmonsz Verweel, wonende in de kerkbuurt te Westzaan, een stuk land genaamd die halff hondt, groot 475 roeden en liggende achter Pieter Gerretsz uit, belend ten noorden Jurmidt Dircx en ten zuiden Jan Sijmonsz Verweel (RA Westzaan inv.1575 fol.309v d.d. 15.3.1635), koopt op 27.2.1648 voor een bedrag van 835 gulden van Jan Pietersz, wonende te Zaandam, een stuk land groot 365 roeden, liggende achter Neel Willems op en binnen de gouw, belend ten zuiden de koper en ten noorden Neel Willems (RA Westzaan inv.1579 fol.115 d.d. 27.2.1648), is vader van Eeffgen ged. Westzaan (nederd. geref.) 16.12.1629, is vader van Baert ged. Westzaan (nederd. geref.) 2.10.1633, is vader van Neeltgen ged. Westzaan (nederd. geref.) 28.6.1637, wordt op 14.5.1652 aangesteld als voogd van Pieter Jansz alias Pieter Maerts, zn. van Jan Pietersz Vinck, en in die hoedanigheid op 24.6.1652 opgevolgd door Claes Jacobsz Schoenmaker (RA Westzaan inv.1909 d.d. 14.5.1652), zijn nagelaten weeskinderen, dan bijgestaan door Claes Jansz, oudschepen, en Jacob Claesz als voogden, verkopen op 27.5.1655 voor een bedrag van 85 gulden aan Haijndrick Dircxz, wonende te Westzaan, een hoekje erf liggende achter Haijndricks erf, belend ten zuiden Lijsbet Pieters en ten noorden de verkoper [sic], groot 15 1/2 roeden, onder voorwaarde dat de koper zal hebben en behouden drie roeden erf bewesten het huis en drie roeden erf beoosten het huis en dat de sloot half en half gemeen gebruikt zal worden (RA Westzaan inv.1581 fol.168 d.d. 27.5.1655), zijn kinderen Neeltien Ariens en Baert Ariensz ontvangen na het overlijden van hem en zijn vrouw ouderlijk goed, waarbij aan Neeltien en Baert, in aanwezigheid van Jacob Claesz te Westzaan als voogd en ten overstaan van Gerrit Sijmonsz, Willem Jansz Joor, Lucas Claesz en Jan Jansz Hoijhuijs, ieder de helft wordt toebedeeld van een stuk land groot 666 1/3 roeden, belend ten noorden Cornelis Ariaensz Broers en ten zuiden Lijsie Pieters weduwe, een waarbij Neeltien voorts ontvangt 1200 gulden staande op het kantoor te Haarlem op het nieuwe land, en nog 300 gulden berustende onder Kees Jan Pouwelsz (zie ook RA Westzaan inv.1901 fol.146v d.d. 2.6.1654), en waarbij Baert voorts ontvangt een huis en erf staande en liggende in de krabbelbuijrt, belend ten zuiden Haijndrick Dircxz en te noorden Lucas Claesz (RA Westzaan inv.1917 fol.18v en 19 d.d. 11.1.1656; Lucas Claesz is de zoon van Claes Mieusz en Thrijn Luijts, zie RA Westzaan inv.1916 fol.64 d.d. 24.1.1635 en tot het dan genoemde bezit behoort de werf in de kerkbuurt belend ten noorden Sijmon Jansz en ten zuiden Aerian Baertsz; Claes Mieusz heeft de werf 28.10.1616 gekocht van Sijmon Cornelisz Deugt, belend ten noorden de weduwe van Gerrit Sijmonsz Koeman en ten zuiden Aerian Baertsz, zie RA Westzaan inv.1568 fol.204v d.d. 28.10.1616; Sijmon Cornelisz Deugt heeft de werf, staande en liggende bij de suijer weel in de kerkbuurt, belend ten noorden Duijf Claes en ten zuiden Aerian Baertsz, op 28.2.1616 gekocht van Duijfgen Claes weduwe van wijlen Gerret Sijmonsz Coeman, zie RA Westzaan inv.1568 fol.138v d.d. 28.2.1616), tr. met
3873 Mari Claes, dr. van Claes Claesz Valckes en Trijn Pieters
3874 Pieter Cornelisz Broers, wonende bij de watermolen te Westzaan, broer van Huijbert Cornelisz Broers en Willem Cornelisz Broers, zn. van Cornelis Pietersz Broers en Sijberich Aris, is vader van Thrijntgen ged. Westzaan (nederd. geref.) 2.12.1629 (get. Theunisgen Sijmons), is vader van Cornelis ged. Westzaan (nederd. geref.) 21.8.1633, is vader van Maretgen ged. Westzaan (nederd. geref.) 11.3.1635 (get. Theunisgen Sijmons, de moeder van zijn vrouw), is vader van Hillegont ged. Westzaan (nederd. geref.) 14.6.1637 (get. Theunisgen Sijmons), is vader van Hillegont ged. Westzaan (nederd. geref.) 27.2.1639 (get. Theunisgen Sijmons), is vader van Sijmon ged. Westzaan (nederd. geref.) 22.9.1641 (aangifte door de moeder), is vader van Aris ged. Westzaan (nederd. geref.) 27.9.1643, verkoopt op 12.3.1627 aan Cornelis Baertsz een hooihuis en erf staande en liggende in de middel, belend ten noorden Jan Aeriansz bruikland en ten zuiden Huijbert Cornelisz, op voorwaarde dat Pieter Cornelisz een vrijster of weduwe getrouwd heeft voor 9.1.1628 (RA Westzaan inv.1572 fol.283 d.d. 12.3.1627), koopt op 8.5.1627, dan wonende in de middel, voor een bedrag van 290 gulden van Cornelis Dirck Mannen een huisje, hooihuis en erf liggende en staande te Westzaan in de kerkbuurt belend ten noorden Egge Huijgen en het kerkhof en ten zuiden de verkoper (RA Westzaan inv.1527 fol.267v en 268 d.d. 8.5.1627), op 19.5.1671 worden Dirck Pietersz Broers, Gerrit Pietersz Broers en Cornelis Pietersz Broers aangesteld als voogden van vaderszijde en Pieter, Abraham en Simon Oosterhoorn als voogden van van moederszijde over de kinderen van Aris Pietersz Broers en Griete Claes, tot Westzaan in de middel overleden (RA Westzaan inv.1908 d.d. 19.5.1671), tr. met
3875 Griet Abrahams, dr. van Abraham Claesz Oosterhoorn en Theunisgen Sijmons (zie doopboek Westzaan nederd. geref. d.d. 11.3.1635)
3876 Dirck Gerretsz Ris (Rissen, Risses), zn. van Gerret Cornelisz Ris, bekent op 11.2.1620, dan wonende in de middel, schuldig te zijn aan Maritgen Valckes, weeskind van Valck Arentsz zaliger een jaarlijkse losrente van 13 gulden en 10 stuivers over een som van 300 gulden, waarvoor hij in onderpand stelt zijn hooihuis en erf waar hij tegenwoordig op en in woont, staande en liggende in de middel, belend ten noorden Gerrit Cornelisz Risses en ten zuiden Claes Claesz Broers, en waarvoor borg staan Gerrit Cornelisz Risses en Jan Pietersz, beide wonende in de middel (RA Westzaan inv.1899 fol.92v d.d. 11.2.1620; in de marge volgt dat de schuld is voldaan op 4.6.1620), is vader van Baeffgen ged. Westzaan (nederd. geref.) 8.3.1629, is vader van Thrijn ged. Westzaan (nederd. geref.) 29.8.1631, is vader van Pieter ged. Westzaan (nederd. geref.) 9.10.1633, is denkelijk tevens de vader van Cornelis Dircksz Swart die tr. met Griet Jans (zij wonen aanvankelijk in de middel en nadien in het zuideinde van Westzaan, laten kinderen dopen vanaf 1647), van Gerret Dircksz Swart tr. met Neel Jans (zij wonen in de middel, laten kinderen dopen vanaf 1647; Gerret hertr. in 1663 met Aechte Pieters, jongedochter van Knollendam), en van Steijntje (Steijn) Dircks die tr. met Pieter Jansz (aanvankelijk wonende in het zuideinde en nadien in de crabbelbuurt, laten kinderen dopen vanaf 1658), bekent op 25.2.1648, dan wonende in de middel, schuldig te zijn aan de weeskinderen van Willem Jong Japen, wonende te Haarlem, een jaarlijkse losrente van 18 gulden 14 stuivers over een som van 415 gulden, waarvoor hij in onderpand geeft een stuk land genaamd die suijer, liggende in de middel en groot 470 roeden, belend ten zuiden Jan Jansz en ten noorden Claes Jansz (RA Westzaan inv.1900 fol.306v d.d. 25.2.1648; in de marge staat dat de schuld op 20.3.1663 is afgelost), verkoopt op 28.2.1652 als voogd van Jannitge Jans en tezamen met Frans Pietersz, wonende te Krommenie, voor een bedrag van 1500 gulden aan Jan Garbrantsz, wonende in het zuidend, een stuk land genaamd lammerts weer groot 617 roeden liggende voor Claes Willem Tijsz aan de wech, belend ten noorden Jan Sijmonsz Polsen en ten zuiden Sijmon Fredericxz (RA Westzaan inv.1580 fol.167v d.d. 28.2.1652), koopt op 28.2.1652 voor een bedrag van 220 gulden van Gerrit Jansz Smit en Theunis Abrahamsz Oosterhooren, beide wonende te Westzaan, een stuk land groot 127 roeden, liggende achter de verkopers twee kampen over de watering, belend ten zuiden Neel Willems en ten noorden Trijn Willems (RA Westzaan inv.1580 fol.173v d.d. 28.2.1652)
3878 Claes Jansz Olij, in 1639 wonende in het zuideinde van Westzaan (doopboek Westzaan nederd. geref.), verkoopt op 1.4.1638, hij zegt dan procuratie te hebben van zijn schoonvader Willem Sijmonsz Hannes, voor een bedrag van 60 gulden aan Thijs Jacobsz, wonende aan de hogendijck, twee strepen land groot tezamen omtrent 100 roeden liggende achter Aechte Gerrets uit op en over de reeff, belend ten noorden Willem Sijmonsz en ten zuiden Thijs Jacobsz (RA westzaan inv.1576 fol.281 d.d. 1.4.1638), verkoopt op 18.1.1652, dan wonende in het zuideinde, aan Dirck Pietersz c.s., wonende te Zaandijk, een stuk land groot 261 1/2 roeden liggende bij de saendijck, belend ten zuiden Pieter Jacobsz en ten noorden Trijn Pieters (RA Westzaan inv.1580 fol.129v d.d. 18.1.1652), koopt op 15.2.1652 voor een bedrag van 20 gulden van Gerrit Pietersz Ouwerijcx, wonende in het zuideind van Westzaan, een akker land genaamd de rincksveen?, groot omtrent 50 roeden, liggende bij de dijk, belend ten zuiden Pieter Arisz Dieuwers en ten noorden Dirck Claesz Nesen (RA Westzaan inv.1580 fol.156v d.d. 15.2.1652), koopt op diezelfde dag voor een bedrag van 50 gulden van Claes Garbrantsz, wonende in het zuideinde, een akker land groot omtrent 50 roeden liggende bij de dijk, belend ten noorden de verkoper en ten zuiden Dirck Claesz Speck (RA Westzaan inv.1580 fol.157 d.d. 15.2.1652), tr. met
3879 Trijn Willems, dr. van Willem Sijmonsz Hannes, genoemd als belendster aan de zuidzijde tijdens transport van een woning gelegen aan bezuiden de laan naar de Zuidvermaning door de erfgenamen van Jan Dircksz van 't Laentje aan Pieter Pietersz Gorter (RA Westzaan 1583 fol.170v d.d. 11.5.1663), verkoopt op 19.2.1665, bijgestaan door haar voogd Dirck Jansz, aan Claes Jacobsz Roo Claes een streepje land groot 50 roeden bij de hoogendijck, belend ten noorden Pieter van Zaenen en ten zuiden Jan Keesen (RA Westzaan 283v d.d. 19.2.1665; het gaat vermoedelijk om het land dat op 15.2.1652 is aangekocht door Claes Jansz Olij, zie ook RA Westzaan 1581 fol.230 d.d. 2.3.1656 wanneer Pieter Claesz van Sanen het benoorden aangrenzende perceel koopt van Claes Garbrantsz, en RA Westzaan inv.1580 fol.245v d.d. 13.2.1653 wanneer Dirck Claesz Neesen land verkoopt aan de dijk aan Jan Cornelis Sijbert Jannen belend ten noorden en ten zuiden Claes Jansz Olij)
3880 Claes Jansz alias Claes Jan Willem Keesen, jongman van Assendelft, schepen ald., weesmeester ald. (GAZ OA Assendelft inv.139c, anno 1665), koopt op 1.4.1661 van Maerten Gerritsz Roodt twee stukjes land genaamd de suijer lange campen groot tezamen 830 roeden liggende naast elkaar in madders weer belend ten noordoosten Aecht Jan Engels ten zuidoosten de koper ten zuidwesten Kees Huijpen en Flooris Jan Trijnen en ten noordwesten Jacob Louwen, voor een bedrag van 1372 gulden (RA Assendelft inv.2011 fol.85v d.d. 1.4.1661), koopt op 16.1.1662 van Dirck Jan Dircxz wonende in de Beemster een stuk land genaamd het meetje groot 973 roeden liggende in Marij Sijmons weer met zijn buitendijk daarover groot 82 roeden met nog een buitendijk van Jan Dirck Jannen groot 490 roeden belend ten noordoosten Gerrit Jansz Jongejans c.s. ten zuidoosten Jan Bouwisz ten zuidwesten Gerrit Dircxz Boet ten noordwesten de meerdijck voor een bedrag van 1800 gulden (RA Assendelft inv.2011 fol.101v d.d. 16.1.1662), koopt op 30.9.1662 bij openbare veiling van Gerrit Pietersz Ouwerijcx en Pieter Aelbertsz Bieren als wettelijk gestelde curateurs over de boedel van Alijdt Jans weduwe van Hendrick Engelsz een oliemolen genaamd de haes met zijn toebehoren en het huis en erf staande in het noordeinde van Assendelft belend ten noordoosten de ackersloot ten zuidoosten de kinderen van zaliger Mr Gerrit Pietersz Bos ten zuidwesten Jannitje Poulus wonende te Krommenie en ten noordwesten de heerenwech, voor een bedrag van 1050 gulden (RA Assendelft inv.2011 fol.138v d.d. 30.9.1662), koopt op 16.2.1663 van Engel Baertsz Speck, Jacob Jacobsz Joosten en Jan Adriaensz, zich sterk makend voor de mede erfgenamen van Jan Baertsz, twee stukjes buitendijks rietland genaamd het ene willem garbranden uijterdijck groot 145 roeden liggende bij Nauerna belend ten noordoosten de haven van de schutsluis ten zuidwesten Lourus Jansz met de koper zelf ten zuidoosten Cij Heijnen erfgenamen ten noordwesten de hoogendijck, het ander genaamd de uijterdijck van claes pieter louwen groot 97 roeden liggende gemeen met Lourus Jansz belend ten noordoosten de koper zelf met Trijn Jans ten zuidoosten de weduwe van Jan Engelsz ten zuidwesten Lou Ootgersz ten noordwesten de hoogendijck, voor een totaalbedrag van172 gulden (RA Assendelft inv.2011 fol.145v d.d. 16.2.1663), koopt op 22.2.1664 van Cornelis Jansz Huijpen een stuk land genaamd huijpen ven groot 1214 roeden liggende op de vlietsloot belend ten noordoosten de koper zelf ten zuidoosten Claes Claesz Wijves ten zuidwesten Maerten Jansz Machtelden ten noordwesten Claes Baertsz Boschman c.s., een stuk land genaamd de delftcamp groot 777 en een halve roede liggende in cruijven en in alckes weer belend ten noordoosten Duijff Jan Keesen ten zuidoosten Willem Jacobsz Cuijper ten zuidwesten Engel Gerritsz en ten noordwesten de delft, een stuk land genaamd het ven madt groot 774 roeden liggende in Willem Mattijssen weer belend ten noordoosten Jacob Louwen ten zuidwesten Flooris Jansz Trijnen ten zuidwesten Willem Jacobsz Cuijper ten noordwesten Duijff Jan Keesen, voor een totaalbedrag van 6136 gulden (RA Assendelft inv.2011 fol.185v-186 d.d. 22.2.1664), koopt op 5.3.1666 van Jacob Jan Meijndertsz wonende in Krommenie een stuk land genaamd de kaijck ven groot 1578 roeden belend ten noordoosten de koper zelf ten zuidoosten de kaijck ten zuidwesten Aecht Ariaens en ten noordwesten Engel Jan Jaepen Louwen c.s., voor een bedrag van 863 gulden (RA Assendelft inv.2011 fol.242 d.d. 5.3.1666), overl. voor 23.8.1666 (GAZ OA Assendelft inv.139c, anno 1665), zn. van Jan Willemsz Schuijtevoerder, otr. Assendelft (nederd. geref.) 2.5.1649, tr. ald. (nederd. geref.) 16.5.1649 met
3881 Trijn Havix, jongedochter van Assendelft, belijdenis ald. 7.8.1650 (lidmatenreg. nederd. geref.), verkoopt op 11.2.1667 aan Hillegondt en Anna Cornelis kinderen van Cornelis Claesz Croon een werf liggende in het noordend belend ten noordoosten Jan Claesz Kaecken ten zuidoosten de voornoemde kinderen ten zuidwesten Jannitje Poulus en ten noordwesten de heerenwech, voor een bedrag van 72 gulden (RA Assendelft inv.2012 fol.5 d.d. 11.2.1667), koopt op 21.1.1676 van Cornelis Danielsz Hes twee huizen met erf, alsmede een stuk land daarachter gelegen groot 150 roeden, strekkende van de weghsloot tot aan de delft, belend ten noordoosten de koopster zelf ten zuidoosten de delft ten zuidwesten Willem Jansz Gorter en ten noordwesten de weghsloot, voor een bedrag van 800 gulden (RA Assendelft inv.2012 fol.210 d.d. 21.1.1676), koopt op 19.3.1678 waarbij ze wordt bijgestaan door haar zoon Havick Claesz, van Cornelis Jansz Huijpen, Gijsbert Cornelisz, Claes Cornelisz en Pieter Theunisz getrouwd met Marij Cornelis Huijpen en de mede erfgenamen, een stuk land genaamd antjes madt groot 658 roeden liggende in de banne van Assendelft, belend ten noordoosten Jan Willemsz Smit en ten zuidwesten de weduwe van Joost Claesz, voor het bedrag van 550 gulden (RA Assendelft inv.2013 fol.36-36v d.d. 19.3.1678)
3888 Claes Ootgersz, jongman van Assendelft, zn. van Ootger Claesz, wordt genoemd in notariele akte als huurder van land genaamd cleijweer dat toebehoort aan Cornelis Jansz Punt, waarbij getuigen Willem Jansz Overdijck en Bastiaen Jansz schepenen van de polder buijtenhuijssen verklaren dat Claes Ootgers een gat in de dijk heeft geslagen en de eigenaar daarmee grote schade heeft toegebracht (GAZ ONA Assendelft inv.153 fol.100 d.d. 20.11.1660), tr. 2e Assendelft (nederd. geref.) 14.11.1655 met Aleijd Claes, jongedochter van Uitgeest, otr. 1e Assendelft (nederd. geref.) 1.2.1648, tr. ald. (nederd. geref.) 13.2.1648 met
3889 Taetge Willems
3890 Maerten Claesz Banck, schepen te Assendelft (RAA RA 2027, d.d. 1.3.1652), armenvoogd ald. (OA Assendelft inv.139c, anno 1658; ibid., anno 1669), diaken ald. (GAZ kerkarchief Assendelft inv.1, anno 1671), weesmeester ald. (GAZ OA Assendelft inv.139c, anno 1676), zn. van Claes Cornelisz Banck, tr. Assendelft (nederd. geref.) 8.5.1651 (testament GAZ ONA Assendelft inv.158 fol.32 d.d. 6.9.1681: hun kinderen zijn Trijn, Aef, Marij, Aechtje de oude, Aechtje de jonge, Claes en Sijtje) met
3891 Engeltje Claes, jongedochter van Assendelft
3908 Jan Tijmonsz (Tijmonssen) Blocker, lidmaat Beemster (nederd. geref.) 1640-1643 (wonende te Middenbeemster), ouderling ald. (nederd. geref.) 1653-1657, begr. Beemster (nederd. geref.) 14.3.1662, is vader van Claes ged. Beemster (nederd. geref.) 8.12.1641, tr. met
3909 Griet Jacobs, begr. Beemster (nederd. geref.) 30.5.1678
3912 Claes Gerritsz Helderman, wagenmaker te Beverwijk (NHA NA 254, fol.12, 8.12.1664), lid van de schutterij in de peperstraat ald., bezit een huis en erf in de breestraat ald. dat op 22.1.1677 door de erfgenamen wordt verkocht aan Claes Willemsz Wagenmaacker (NHA RA 1216, fol.435), leent op 31.1.1663 een bedrag van 900 gulden van Maritgen Cornelis, minderjarige erfgenaam van wijlen Cornelisjen Reijers, in haar leven weduwe van Dirck Jacobsz Caterbeeck (NHA RA 1215, fol.254), leent op 9.5.1669 een bedrag van 300 gulden van de gereformeerde kerk ald. waarvoor hij zijn huis en erf in de breestraat in onderpand geeft (NHA RA 1216, fol.69), zn. van Gerrit Jansz Helderman en Maritgen Claes, otr. 2e Beverwijk (nederd. geref.) 29.12.1674 met Lydia Penne, weduwe van Cornelis de Munck, tr. 1e Beverwijk (nederd. geref.) 13.6.1633 met
3913 Geertge Reijniers Uiterwijck, afkomstig van Sint Jacobiparochie, geb. ca. 1605 (NHA NA 236, akte 41 10.9.1645)
3914 Jacob Dielissen (Dilissen) van Vechelen (van Vachelen, van Vachgelen), jongman wonende te Breda, eerste aalmoezenier ald. (SAB OA 400, fol.47 1647), diaken van de grote kerk ald., makelaar van granen ald. (SAB OA 400, fol.82 1653), rentmeester van de armen ald., marktzetter van de roggeald. (SAB OA 400, fol.39 1666), tienraadsman, burgerkapitein, regent van het armkinderhuis ald., overl. ald. 20.11.1666, begr. ald. (nederd. geref.) 24.11.1666, zn. van Dielis Jansen van Vachelen en Cornelia Jacob Coomans (SAB vestbrieven 1632-1633 d.d. 22.3.1632), is in het bezit van het huis erf en toebehoren genaamd de bijl staande en gelegen aan de tolbrughstrate te Breda, dat door de erfgenamen op 4.1.1672 inclusief de gang daarachter dwars langs de kelderkeuken lopende wordt verkocht aan Jacobus de Bolster burger te Breda en waarbij wordt vermeld dat het huis wordt belend door de weduwe van Willem Bastiaenssen van den Kieboom haar huis en erf genaamd het gansken aan de ene zijde westwaarts enhet huis en erf den brandewijnketel genaamd toebehorende zijn zoon Dielis Jacobsz van Vechelen oostwaarts en achter de koornvaert komende aan de brouwerij vanouds genaamd den molensteen en nu genaamd de pauw (SAB vestbrieven 1670-1674 d.d. 4.1.1672), koopt op 25.3.1655 van Maeijken Lenaert Schelkens bijgestaan door Abraham Subbink boekdrukker haar voogd een huis met grond genaamd den brandewijnketel staande en gelegen ald. aan de tolbrugstraete naast het andere huis van de koper genaamd de vergulde bijl aan de westzijde en Jan Janssen Fignon schoenlapper huis en erf aan de oostzijde alsmede het achterhuis met de grond oostwaarts grenzend het huis en erf van Franchoijs Michielssen zuidwaarts het aangekochte huis en het pleintje van voornoemde Jan Janssen Fignon en westwaarts het al eerder door Jacob Dielissen bezeten huis (SAB vestbrieven 1651-1655 d.d. 25.3.1655; zie ook SAB vestbrieven 1670-1674 d.d. 14.2.1671), koopt op 28.2.1657 van Jan Cornelisz van den Kieboom een huis en erf met zijn toebehoren genaamd de trompet staande en gelegen ald. op den haechdijck (SAB vestbrieven 1656-1659 d.d. 28.2.1657; zie ook vestbrieven 1660-1663 d.d. 25.5.1661), zijn erfgenamen verkopen op 29.12.1671 aan Cornelis van Erffrenten burger te Breda een perceel weiland groot omtrent anderhalf bunder gelegen onder de jurisdictie van de stad buiten het gasthuijseijnde aan de aertdijck komende oostwaarts aan de aerts- of de groenendijck zuidwaarts aan het armenland west- en noordwaarts de weduwe van Jan Hermansz erven (SAB vestbrieven 1670-1674 d.d. 29.12.1671), is vader van Cornelia van Vechelen ged. Breda (nederd. geref.) 3.3.1645, is vader van Johannes van Vechelen ged. Breda (nederd. geref.) 1.3.1647, is vader van Dielis van Vechelen ged. Breda (nederd. geref.) 14.2.1648, is vader van Cornelia van Vechelen ged. Breda (nederd. geref.) 25.7.1649, is vader van Jacobus van Vechelen ged. Breda (nederd. geref.) 30.10.1650, is vader van Peter van Vechelen ged. Breda (nederd. geref.) 29.1.1652, is vader van Digna van Vechelen ged. Breda (nederd. geref.) 16.2.1654, is vader van Peter van Vechelen ged. Breda (nederd. geref.) 11.6.1655, is vader van Lijsbeth van Vechelen ged. Breda (nederd. geref.) 26.7.1656, is vader van Philippus van Vechelen ged. Breda (nederd. geref.) 1.2.1659, otr. Breda (nederd. geref.) 20.2.1644, tr. ald. (nederd. geref.) 4.3.1644 met
3915 Catelijne (Catelijna, Catalijn, Catharina, Maeijcken) Jansen Verstraten, jongedochter wonende te Breda in de caterstrate, overl. Breda 27.10.1666, begr. ald. (nederd. geref.) 30.10.1666, dr. van Jan Jansz Verstraeten en Dingentken Jans Blanckaerts (SAB vestbrieven 1651-1655 d.d. 10.10.1655, met aantekening in de marge d.d. 6.12.1669)
3942 Cornelis Dircksz, waarschijnlijk een broer van Pieter Dircksz, tr. Akersloot (kath.) 4.2.1640 met
3943 Arien Timis, waarschijnlijk een zuster van Jan Timisz
3964 Cornelis Joosten, jongman van Oudkarspel, met attestatie met zijn vrouw ingekomen van Oudkarspel tot Zuidschermer op 27.8.1656, lidmaten ald. 1663, tr. Oudkarspel (nederd. geref.) 11.4.1632 met
3965 Neel Jans, jongedochter van Oudkarspel
4000 Jan Jansz Kriek, wonende in Noordeinde, tr. met
4001 Beertien Ariens, het echtpaar wordt in 1659 in het doopsgezinde lidmatenboek van Graft vermeld
4002 Aris Lubbertsz, broer van Niesjen Lubberts gehuwd met Cornelis Jansz Keleman en van Maeritjen Lubberts (haar voogd Andries Cornelisz Vijselaar) gehuwd met Jochem Andriesz Mijnman
4006 Jacob Pietersz Paeij, wonende in Noordeinde, zijn erfgenamen verkopen op 18.12.1700 aan Floris Cornelisz Smit commandeur in Noordeinde zijn boomgaard groot 1 1/4 aglen, op 24.1.1701 aan Jasper Willemsz Koutman in De Rijp een stuk land in de banne van Graft genaamd salms land groot 7 aglen 3 roeden 4 voeten, op 24.1.1701 aan Cornelis Willemsz Oom in De Rijp een stuk land in de banne van Graft genaamd veertleij groot 5 aglen 22 roeden 2 voeten, op 9.2.1701 aan Floris Cornelisz Smit twee stukken land genaamd vrouke en koenens ven groot tezamen 9 aglen 10 roeden 12 voeten en een stuk land genaamd berrits groot 3 aglen 25 roe 3 voeten, op 2.4.1701 aan Jacob Claasz Relk een huis en erf in het noordeinde aan de hogerzij en aan Cornelis Gerritsz Lijnslager en Marij Arents weduwe van Teunis Gerritsz Lijnslager een stuk land genaamd veringsakker groot 1 1/2 agle, en op 14.4.1701 aan Floris Cornelisz Smit nog een huisje en erf in het noordeinde (allen zie RAA RA 6444), overl. voor 22.2.1685, tr. met
4007 Aerjantjen Viens, koopt op 22.2.1685 van Allert Cornelisz en Pieter Pronk gehuwd met Aeltjen Cornelis beide kooplieden in De Rijp en zich sterk makend voor de mede erfgenamen van Cornelis Jaspersz de helft van een stukje land waarvan de koopster de andere helft toebehoort, de helft groot 3 aglen (RAA RA 6442), dr. van Vien Pietersz
4048 Jan Claasz Bergen, weesvader van het weeshuis te Graft (1692), is oom van Jan Jansz Kramer die op 2.5.1682 een huisje en erf gelegen achter de kerk in Graft verkoopt aan Cornelis Pietersz Waert (RAA RA 6442), is op 12.1.1692 een van de erfgenamen van Jan Cornelisz Boeijen en als zodanig betrokken in de verkoop van een huis en erf te Graft (RAA RA 6443), is op 29.3.1692 -dan tezamen met zijn broer Cornelis Claasz Bergen- als zodanig betrokken in de verkoop van een stuk land (RAA RA 6443), is op 5.4.1692 als zodanig betrokken in de verkoop van 1/24 deel in een hennepkloppersmolen gelegen aan de koksloot en genaamd de jonker (RAA RA 6443)
4050 Pieter Cornelisz Beij (Baij), wonende in Graft, zn. van Cornelis Dircksz Beij
4052 Jan Claesz Vlottes, wonende in Graft, leeft 27.1.1680 (huwelijksintekenboek Graft), schipper ter walvisvaart 1654, broer van Pieter Claesz Vlottes (rooimeester te Graft 1632/33/37)

Generatie XIII

4224 Cornelis Garbrantsz Banning alias Cornelis Jan Banningen,wonende in Assendelft, verkoopt op 10.5.1591 aan Claes Jansz Reael een stuk land genaamd heijnen hem groot een madt belend ten zuidoosten Cornelis Florisz ten noordwesten en noordoosten Garbrant Florisz en ten zuidwesten Stijn Havicx met haar kinderen (RA Assendelft inv.1996 fol.204 d.d. 10.5.1591), bekent op 14.1.1594 gekocht te hebben van de gecommitteerden van de Heeren Staten van Hollant ende Westvrieslandt vijf gaarden land gemeen met Sijmon Jacobsz van Oossaenen in een weer vanouds genaamd schout gabbe weer en nu genaamd jan banningen weer, belend ten noordoosten hillegint roeleven weer en ten zuidwesten claes maerts weer, onder vermelding dat het land is belast met een erfelijke onlosbare rente van 54 ponden per jaar (RA Assendelft inv.1997 fol.64 d.d. 14.1.1594), is op 25.11.1597 borg voor zijn zwager Cornelis Henrick Geritsz (RA Assendelft inv.1998 fol.49v d.d. 25.11.1597), overl. ald. 5.9.1640 (aangetekend in lidmatenreg.), zn. van Garbrant Jansz Banning, tr. (testament RA Assendelft inv.1999 fol.163 d.d. 1.4.1605; testament ORA 1999 fol.195v d.d. 28.6.1606) met
4225 Marij Cornelis, dr. van Cornelis Dirck Jan Baernts en Aagt Jans
4226 Floris Jan Floren, wonende in Assendelft inhet woudvierendeel op floren weer, overl. voor 5.4.1619, koopt op 28.11.1614 van Cornelis Jan Floren en de nagelaten kinderen van Jan Jan Floren en Guerte Gerits, tweederde deel van een huis, hooihuis en werf dat door Floris Jan Floren wordt bewoond strekkende van Floris Pietersz laentgen tot het achterland van Floris Pietersz en belend ten noordoosten Floris Pietersz en ten zuidwesten het land van Pieter Jansz de Jonge, voor een bedrag van 93 gulden 6 stuivers (RA Assendelft inv.2001 fol.55-55v d.d. 28.11.1614), verkoopt op 20.2.1615 aan Joost Willemsz, Wouter Ghijssen en Claes Jansz Vet een stuk land genaamd het halff madt in de wijnacker groot 245 roeden in roelen weer, belend ten noordoosten en noordwesten Claes Pieter Louwen ten zuidwesten en zuidoosten Bastiaen Baerten voor een bedrag van 410 gulden (RA Assendelft inv.2001 fol.79v-80 d.d. 20.2.1615), verkoopt op 20.2.1615 aan Jan Cornelis van Zaenen een stuk land gemaamd dat lijck veentgen groot 265 roeden belend ten noordoosten de weduwe van Baert Dirck Baerten ten zuidoosten de weduwe van Engel Ouwe Jans ten zuidwesten Engel Jan Franssen en ten noordwesten Maerten Huijgen voor een bedrag van 312 gulden (RA Assendelft inv.2001 fol.80v-81 d.d. 20.2.1615), overl. voor 5.4.1619 (ORA 2003 fol.202v-203 d.d. 5.4.1619), zoon van Jan Florisz, tr. met
4227 Duijff Engels, verkoopt op 5.4.1619 tezamen met haar voogd Floris Pietersz aan Maerten Engelsz en Griet Engels haar eigendom in een huis en erf gelegen op ouwe jans weer alwaar de kopers in wonen belend ten noordoosten het huis van Bastiaen Baerten en ten zuidwesten het huis van Duijffgen Maertens, alsmede haar deel in twee stukken veen in ouwe jans weer gemeen met Wouter Maertsz hun zwager groot in het geheel 875 roeden belend ten noordoosten Floris en Jan Claes Coennen ten zuidoosten Bastiaen Baerten ten zuidwesten Dieuwertgen Wouters en ten noordwesten Engel Jan Franssen met Maerten Keessen voor een bedrag van 375 gulden (RA Assendelft inv.2003 fol.202v-203 d.d. 5.4.1619), op 5.2.1621 verkoopt Floris Pietersz als voogd van Duijff Engels weduwe van Floris Jansz en voor zijn kinderen aan Cornelis Jansz twee veenakkers liggende naast elkaar groot tezamen 235 roeden gelegen in floren weer belend ten noordoosten Willem Cornelis n.u. ten zuidoosten de reeff ten zuidwesten Claes Jan Gerit Huijgen en ten noordwesten de koper voor een bedrag van 346 gulden (RA Assendelft inv.2003 fol.44-44v d.d. 5.2.1621), op 1.2.1630 verkoopt buurvrijer Maerten Engelsz als voogd van Duijff Engels weduwe van Floris Jansz aan Cornelis Jan Floren de gerechte helft in een stuk land genaamd die vliets meed gelegen in schouten weer onverdeeld met de koper gemeen groot die zelfde helft 529 roeden belend ten noordoosten Claes Maertsz met zijn broeders dochter ten zuidoosten Dirck Gerritsz ten zuidwesten Trijn Engels met haar kinderen ten noordwesten Mathijs Allertsz c.s. voor een bedrag van 1370 gulden 13 stuivers (RA Assendelft inv.2005 fol.99-99v d.d. 1.2.1630), op 1.4.1631 verkoopt Cornelis Jans van Saennen n.u. voor zichzelf alsmede voor de kinderen en mede erfgenamen van Floris Jan Florisz aan Jan Jacobsz Louwen een akker land groot 64 roeden gelegen in floren weer belend ten noordwesten noordoosten en zuidoosten Floris Pietersz en ten zuidwesten Cornelis Jan Floren voor een bedrag van 44 gulden (RA Assendelft inv.2005 fol.219-219v d.d. 1.4.1631), op 16.6.1634 verkopen Maerten Engelsz als oom en bestorven voogd van Aechte Floris, Cornelis Jansz en Jan Cornelisz beide n.u. voor zichzelf en samen voor Jan Florisz, Jannitgen Floris en Engels Florisz alsmede voor de nagelaten kinderen van Griet Floris aan Floris Pietersz een hooihuis met het achtereinde van het huis tot het middelste schoot toe gelegen in de woutbuurt, belend ten noordwesten en ten noordoosten de koper zelf ten zuidoosten Engel en Aechte Floris en ten zuidwesten Barent de Jonge voor een bedrag van 525 gulden (RA Assendelft inv.2005 fol.468-468v d.d. 16.6.1634), dochter van Engel Ouwe Jans
4240 Jan Jansz Korver (Corver), wonende in Assendelft, koopt op 9.11.1623 van Gerrit Claesz Churgijn een huis en erf in de kerkbuurt ald. belend ten noordwesten en noordoosten Jacob Jacobsz Leen ten zuidwesten de peperstraet en ten zuidoosten de heerenwech, voor een bedrag van 1900 gulden (RA Assendelft inv.2003 fol.233v-234 d.d. 9.11.1623), verkoopt op 12.1.1624 tezamen met zijn broer Jacob Jansz aan hun broer buurvrijer Cornelis Jansz tweederde deel van een huis, hooihuis en erf gemeen met de koper bezuiden de kerk in het woutvierendeel, belend ten noordoosten Willem Cornelisz Backer, ten zuidwesten en noordwesten Trijn Engels met haar kinderen en ten zuidoosten de heerenwech, voor een bedrag van 600 gulden (RA Assendelft inv.2003 fol.240v-241 d.d. 12.1.1624), verkoopt op 30.3.1629 aan Dirck Huijgen schoolmeester zijn zwager een gerechte vierde deel in een stuk land genaamd alkes ven in alkes weer met Anna Pieters wonende te Haarlem en Jacob Jan Japen gemeen groot in het geheel 1083 roeden, belend ten noordwesten Adriaen Jansz ten noordoosten Cornelis Cornelisz Roon c.s en Jacob Jansz ten zuidoosten Dirck Gerritsz Boet met Jacob Jan Louwen en ten zuidwesten de vliet, voor een bedrag van 650 gulden (RA Assendelft inv.2005 fol.41 d.d. 30.3.1629), verkoopt op 28.4.1634, tezamen met Jan Barentsz schout tot Westzaan, de kinderen van Pieter Jansz de Jonge, Jacob Jacobsz Leen, en Jan Jansz Klaus als voogd van Neel Jans zijn zuster, aan IJsbrant Claesz en IJsbrant Jansz een oliemolen en het huis daarbij staande in de woutbuert, belend ten noordoosten Griet Sijmons ten zuidoosten de delft ten zuidwesten IJsbrant Gerritsz ten noordwesten Trijn Pieters, en die dit op hun beurt doorverkopen aan Jacob Jacobsz Leen voor drie achtste deel, Trijn Pieters voor drie achtste deel en Maerten Jans voor een kwart, voor een bedrag van 2672 gulden, met inbegrip van roerende goederen met een getaxeerde waarde van 386 gulden 10 stuivers (RA Assendelft inv.2005 fol.456v-457 d.d. 28.4.1634), wordt meermalen vermaand door de kerkenraad van de nederd. geref. kerk ald. inzake zijn stevige drankgebruik en een kwestie spelend met buur Grietie Mellen (GAZ kerkarch. Assendelft inv.1 anno 1629; ibid. d.d. 29.3.1630; ibid. d.d. 25.3.1633; ibid. d.d. 4.11.1633; ibid. d.d. 10.2.1634; ibid. d.d. 14.4.1634; ibid. d.d. 28.7.1634; ibid. d.d. 1.11.1634; ibid. d.d. 31.10.1636), overl. voor 17.4.1637, wanneer Dirck Huijgen schoolmeester als voogd van de nagelaten kinderen van wijlen Jan Jansz Korver diens huis en erf in de kerkbuurt verkoopt aan Pieter Claesz, belend ten noordwesten en noordoosten JacobJacobsz Leen ten zuidoosten de heerenwech en ten zuidwesten de peperstraet, voor een bedrag van 1475 gulden 10 stuivers (RA Assendelft inv.2006 fol.214v en 217 d.d. 17.4.1637), overl. Assendelft 16.12.1636 (bijgeschreven in lidmatenreg. nederd. geref. ald.), zn. van Jan Jansz Corffmaecker en Aelewer Jacobs (RA Assendelft inv.2001, fol.157 en 157v, d.d. 16.2.1616), tr. met
4241 Marij Cornelis, haar naam blijkt evident uit het nederd. geref. lidmatenregister van Assendelft over het jaar 1636, die een opsomming geeft van de lidmaten gaande van zuid naar noord
4242 Claes Sijmonsz (Simonsen) Backer (Bakker), wonende te Assendelft in het kerkvierendeel in hetzelfde huis als zijn vader (RA Assendelft inv.2005, fol.4v, d.d. 25.8.1634), diaken ald. (GAZ kerkarch. Assendelft inv.1 anno 1644; ibid. anno 1647; ibid. anno 1655; ibid. anno 1660), kerkmeester ald. (GAZ OA Assendelft inv.139d, anno 1657, ibid., anno 1658), schepen ald., koopt op 27.3.1637 van Maerten Jacob Claes Jan Baerts 7 min een kwart roeden grond grenzend aan de werf van Claes Sijmonsz (RA Assendelft inv.2006 fol.211v d.d. 27.3.1637), overl. in het jaar 1661 (GAZ kerkarch. Assendelft inv.1 d.d. 9.2.1662), zn. van Sijmon Cornelisz Backer en Wijven Cornelis, tr. met
4243 Griet Jans
4248 Jan Jacobsz Peet, verkoopt op 3.4.1635 tezamen met zijn broer Willem Jacobsz Cuijper aan hun broer Dirck Jacobsz twee derde deel van drie akkertjes land groot in het geheel 119 roeden liggende in peeten weer met de koper gemeen, alsmede twee derde deel in een reeffcamp groot 201 roe liggende in peeten weer, eveneens met de koper gemeen, voor een bedrag van 200 gulden (RA Assendelft inv.2006 fol.60v d.d. 3.4.1635), verkoopt op 27.2.1637 tezamen met zijn broer Dirck Jacobsz en zijn zwagers Claes Louwen en Arian Claesz, als kinderen en erfgenamen van Lou Nomen, aan buurvrijer Jan Heinricxz een stuk land genaamd het harde lant liggende bij de nessluijs groot 1244 roeden voor een bedrag van 3000 gulden (RA Assendelft inv.2006 fol.199v d.d. 27.2.1637), leent op 20.3.1648 van Maerten Codden, poorter van Amsterdam, een bedrag van 1600 gulden waarvoor hij in onderpand geeft zijn huis en erf in de woutbuurt belend ten noordoosten en noordwesten Hans Jacobsz ten zuidoosten de heerenwegh en ten zuidwesten de weduwe van Jan Cornelisz (RA Assendelft inv.2009 fol.89 d.d. 20.3.1648), verkoopt op 12.9.1653 aan Pieter Codde koopman en poorter te Amsterdam een huis en erf in de woutbuurt belend ten noordoosten Hans Jacobsz ten zuidwesten Jan Jansz c.s. ten zuidoosten de heerenwegh en ten noordwesten Gerrit en Hans Jacobsz voor het bedrag van 600 gulden (RA Assendelft inv.2010 fol.16v d.d. 12.9.1653), koopt op 26.5.1666 van zijn broer Gerrit Jacobsz een huis en erf in de woutbuurt belend ten noordoosten en noordwesten de verkoper zelf ten zuidoosten de heerenwech en ten zuidwesten Jan Cornelisz Zeeu voor een bedrag van 400 gulden (RA Assendelft inv.2011 fol.259 d.d. 26.5.1666), zn. van Jacob Willemsz alias Jacob Jong Willemen, hertr. met Trijn Gerrits, geb. ca. 1610 (GAZ ONA Assendelft inv.155 fol.21 d.d. 4.12.1663), tr. met
4249 Grietje Louwen, dr. van Lourus Claesz Nomen en Griete Cornelis
4482 Floris Claesz Coen (Koen), aanvankelijk wonende in Assendelft en vanaf ca. 1620 in de Beemster, zn. van Claes Pietersz Coen, schotvanger te Assendelft 1608, verkoopt in 1619 samen met zijn broer Jan Claesz Coen een stuk land in de binnenkaegh en twee stukken land in derck jannen weer, verkoopt in 1620 een stuk land genaamd de zijtven, een stuk land in de hemmen en een stuk land genaamd willem gaijgen madt (GAZ RA 2002), verkoopt in 1621 twee stukken land in de hemmen, een stuk land in roelof aernt jan cillen weer en twee stukken land in roelen weer en in 1622 nog eens een stuk land in de hemmen (GAZ RA 2003), wordt in 1627 aangesteld als weesmeester van de weeskamer in de Beemster 1627 (WA RA4081), verkoopt in 1633 samen met zijn broer Jan Claesz Koen een huis en erf en een stuk landin jong claes dircken weer, twee veenkampen in de hemmen en een stuk land in roelen weer, allen gelegen in het zuideinde van Assendelft (GAZ RA 2005).
4540 Maerten Maertensz Dubbelt alias Dubbelde Maerten, wonende in de Schermeer, koopt op 24.6.1639 van heer Cornelis van Beveren 7 1/2 morgen land, zijnde de zuidelijke helft van kavel nr. 11 in de letter J, door de koper met een sloot van 9 voeten breed afgescheiden van de wederhelft (RAA RA 6347), koopt op 23.2.1647 van Cornelis van Beveren de wederhelft van kavel nr. 11 (in de tekst staat abusievelijk nr. 10) in de letter J (RAA RA 6348), koopt op 18.4.1647 samen met Jan Cornelisz Bloes eveneens wonende in de Schermeer van Jan Michielsz een huis en erf in de Horn te Krommenie en dat zij twee jaar later verkopen aan Susanne Maes (GAZ RA 1397, 25.1.1647 en 5.11.1649), koopt op 13.8.1650 samen met Jacob Jansz wonende in Wognum van Maritgen Pieters weduwe van Jacob van der Gheest voor de ene helft en Maritgen Pieters Praet weduwe van Floris Florisz Wildeman voor de andere helft een stuk land groot 16 morgen min 2 roe in de letter A nr. 18 (RAA RA 6348), leent op 5.4.1653 ten behoeve van zijn kinderen 600 gulden van zaliger Nellitgen Jans, weduwe van Ghijsbert Pietersz van der Maes, waarvoor hij het land in de Schermeer in letter J nr. 11 in onderpand geeft (RAA RA 6357, fol.654v), leent op 21.11.1659 een bedrag van 100 gulden aan Ariaen Vierisz te Akersloot (RAA RA 113, fol.610v), koopt op 19.2.1661 van mr Gillis van Oudesteijn, schepen en raad te Alkmaar, een stuk land groot 15 morgen in de letter J nr. 2 (RAA RA 6349), koopt op 30.5.1664 van de kinderen van Gerrit Sijmonsz Walraven een huis, erf en koehuis aan de westzijde van de st. annastraat te Alkmaar (RAA RA 159, fol.112v en 116v), leent op 24.7.1668 een bedrag van 150 gulden aan Jasper Cornelisz te Akersloot (RAA RA 113, fol.738), bepaalt op 26.8.1671 dat de helft van de woning met de helft van de kavel in de Schermeer in de letter J nr.11 nagelaten zal worden aan zijn erfgenamen en zullen blijven bij zijn bloed tot de vierde graad incluis (RAA NA 289, akte 92, zie ook: RAA NA 288, akte 58 d.d. 15.7.1687 en RAA NA 290, akte 105 d.d. 30.5.1691), leent op 18.5.1674 een bedrag van 450 gulden aan Claes Vastertsz Stierp notaris te Akersloot (RAA RA 113, fol.835), tr. 2e met Lijsbeth Gerrits, tr. 1e NN
4542 Maerten Claesz Koster (Coster), in 1654 wonende in buurtschap ’t Woud nabij Driehuizen, in 1655 wonende in de noordeindermeer, en kennelijk nadien verhuisd naar de Starnmeer, vanwaar hij op 9.9.1663 met zijn vrouw toetreedt tot de kerk in Zuidschermer, schout en bode te Akersloot (1672 e.v.) en in die hoedanigheid zeggenschap hebbend over het veer tussen de Schermeerdijk en Akersloot en het veer tussen de schermeerdijk en Akersloterwoude (NA Grafelijkheidsrekenkamer 175 fol.557; 177 fol.64, fol.356 en 356v; 178 fol.371; 179 fol.354v en fol.355; 180 fol.22v en fol.225), doch ook dan nog wonende in de bedijkte Schermeer, in 1654 gedaagd inzake een beenbreuk die door zijn paard zou zijn toegebracht in Driehuizen aan de zoon van Claes Dircksz wonende in buurtschap de laenhuijzen (RAA RA 6321 28.1.1654 t/m 18.11.1654), koopt op 24.10.1655 van Cornelis Sijmensz en Pieter Jacobsz een stuk oud land in de noordeindermeer genaamd gabbesweijd (RAA RA 6329 fol.70), koopt in 1664 een deel van een stuk land genaamd ijeffkamp gelegen in de matten (RAA RA 6307, fol.34 1.2.1664, fol.46v 17.6.1664 en fol.57v 20.11.1664), verkrijgt in 1668/71 tezamen met Cornelis Jansz Duijtseboer een stuk land in de matten genaamd rietkamp (RAA RA 5307, fol.125v 10.7.1668, fol.131 7.10.1668 en fol.185v 15.1.1671), handelt in 1666 in opdracht van de bestorven bloedvoogden van Dirck Dircks, nagelaten zoon van Dirck Aerjensz, in zijn leven wonende in de Beemster, en Griet Aerjens, die is hertrouwd met Dirck Jacobsz Koper (RAA NA 223, akte 58v 19.6.1666), koopt op 27.11.1672 van Cornelis Jansz Duijtseboer diens deel in ijeffkamp en de rietkamp in de matten (RAA RA 6307, fol.232v), ruilt op 14.4.1697 met Jan Cornelisz Boon, wonende in de matten, land aldaar (RAA RA 6307, fol.228), koopt in 1677 van Jacob Willemsz en Claesie Jacobs, weduwe van Jacob Jansz Schout, een huis en erf bezuiden lamoor (RAA RA 114, fol.921), koopt op 28.6.1677 van Aecht Isbrants een akker zaadland genaamd grootacker groot 145 1/2 roe (RAA RA 114, fol.922v), koopt op 18.11.1684 tezamen met Pieter Meijnsz Cleijbroeck van de erfgenamen van Dirck Gerritsz Noort 7 1/2 morgen in een stuk land in de letter J nr.10 (RAA RA 6349), leent op 22.8.1699 een bedrag van 1200 gulden aan Willem Pietersz wonende in de bedijkte Schermeer (RAA NA 414, akte 48), is broer van Jacob Claesz Koster wonende in de Starnmeer (NA Grafelijkheidsrekenkamer 178 fol.91 11.3.1687), zijn zuster is getrouwd met Jan Jansz Goijer wonende op de laan in de Starnmeer (RAA RA 6441, fol.146 7.11.1671), tr. (testamenten zie RAA NA 297 akte 77 25.1.1670 en RAA NA 278 akte 16 12.2.1689) met
4543 Neeltie Claas
4850 Jan Jansz Smidt (Smit), jongman afkomstig van St Martens in Brabant, tr. Jisp ca. 1605 (lidmatenboek kerk) met
4851 Judith (Judich) Bastiaens van der Burcht, jongedochter geboren tot Brussel, bij haar huwelijk wonende in Naarden
5060 Abbe (Aabbe) Tijamckes (Tiamckes), afkomstig van IJlst, broer van Ale Tijamckes (doopboek IJlst nederd. geref. 10.7.1642), otr. 2e IJlst (nederd. geref.) 11.6.1654 met Aecht Rinckes, afkomstig van Bakhuizen, otr. 3e IJlst (nederd. geref.) 27.1.1661, tr. ald. (nederd. geref.) 10.2.1661 met Japcke Jacobs, weduwe van IJlst, otr. 1e IJlst (nederd. geref.) 10.2.1639 met
5061 Thiets Ipes, afkomstig van IJlst
6194 Engebrecht Cornelisz van der Sluijs, wonende op Piershil, overl. 1636, loopt op 4.6.1616 diverse kwetsuren op nadat Pieter Foppen wonende in Oud-Beijerland hem heeft gebeten (ORA Nieuw-Beijerland inv.27 d.d. 4.6.1616), verkoopt op 2.1.1628 aan Aeltien Gillis weduwe van Vincent Annoque in zijn leven schout en secretaris 3 gemet zaailand in nieuw-piershil (Erfgoedcentrum DiEP, ORA Piershil), verkrijgt op 11.7.1631 diverse stukken land in het ambacht Strijen die toebehoorden aan de ouders van zijn eerste vrouw (ORA Strijen inv.2 fol.16v-19v, 33v), bekent op 3.4.1634 een schuld van 1000 gulden en geeft daarvoor in onderpand 6 gemet weiland in oud-piershil bewesten de oud-piershilsedijk en beoosten de gemenelandswatering met hetgeen daar nog op getimmerd zal worden, alsmede 3 gemet en een half in oud-piershil (Erfgoedcentrum DiEP, ORA Piershil inv.3 d.d. 3.4.1634), verkoopt op 20.10.1634 aan zijn broer Jacob Pietersz van der Sluijs wonende tot Zuidland 2 gemet 238 roe kostbaar land in de hellevoetse werfhouck in het ambacht Oudenhoorn (SAVPR toegang 43 inv.37 d.d. 20.10.1634), koopt op 8.6.1635 van Jan Jansz Stijfacker 4 gemet 86 roe land in oud-piershil (ORA Piershil inv.3 d.d. 8.6.1635), koopt op 18.6.1635 van Thijs Aertsz van Lingen land te Piershil (ORA Piershil inv.3 d.d. 18.6.1635), leent op 16.5.1636 aan Leendert Robol een bedrag van 925 gulden inzake de koop van een huis en erf staande en gelegen in Nieuw-Beijerland (ORA Nieuw-Beijerland inv.1 fol.30 d.d. 16.5.1636; verkoop schepencustingbrief zie fol.59v d.d. 24.5.1640), mogelijk een zn. van Cornelis Jansz Engebrechtsz bij de Sluijs (Polder Drenkwaard 108; Hoogheemraadschap De Ring van Putten inv.1 fol.59 d.d. 8.8.1607; Kapittel van Geervliet, huisarchief Vredenburch inv.133 en 145), tr. 2e met Aechtgen Jacobs, zij verkoopt op 27.11.1636 tezamen met de kinderen en erfgenamen uit haar huwelijk met Engelbrecht Cornelisz van der Sluijs aan Anthonij Jaspersz wonende op Puttershoek 3 gemet in Oud-Piershil op welk land Willem Jans en de kinderen van Maerten Jans recht van overpad hebben, en aan haar zoon Jan Engebrechtsz van der Sluijs de hofstede, huis, schuren enz. bewesten de oud-piershilsedijk en beoosten de gemenelandswatering alsmede 4 gemet 80 roe land (ORA Piershil inv.3 d.d. 27.11.636), tr. 1e met
6195 Maritgen Ariens van Driel, dr. van Adriaen Claesz van Driel en Pleuntge Ariens (ORA Strijen inv.2 fol.33v, d.d. 11.7.1631)
6204 Dirk (Dirrick) Lodewijksz (Lodewijksen) van der Vos, jongman van Abbenbroek, wonende in Geervliet, schepen ald., koopt omstreeks het jaar 1632 van de erfgenamen van mr Christoffel Woutersz een huis en erf in de kerkstraat belend ten zuidwesten de straat ten zuidoosten het huis van Dirk IJskens ten noordoosten de 's heren weg ten westen het huis van Cornelis Engelsz voor een bedrag van 750 gulden, met als borgen Dirk Jansz Caperman en Jan Dirksz Caperman (SAVPR Geervliet inv.210), koopt omstreeks het jaar 1632 van burgemeester Jan Ariensz Verhoef een aan de straatzijde gelegen helft van een schuur aan de westzijde van de kerkstraat belend ten oosten en noroden de straat ten zuiden Jan Joosten en ten westen de andere helft van de schuur waarop de koper eventueel recht van eerste bod heeft (SAVPR Geervliet inv.210), leeft 20.7.1636 (SAVPR Geervliet inv.210 d.d. 20.7.1636), overl. voor 5.9.1637 (SAVPR Geervliet inv.210 d.d. 5.9.1637), is vader van Marijtje ged. Geervliet (nederd. geref.) 27.12.1626, is vader van Heijltje ged. Geervliet (nederd. geref.) 1.4.1629 (get. Dirk Jansen Caperman, Lijsbet Hendriks huisvrouw van Jan Dirricksz Caperman), is vader van Trijntje ged. Geervliet (nederd. geref.) 18.7.1632 (get. Annetje Davidts huisvrouw van Dirrik Iskenes Mannenbode), is vader van Lodewijck ged. Geervliet (nederd. geref.) 1.4.1635 (get. Jan Arentsz Verhouf burgemeester, Aert Lodewijcksz, Lijsebet Hendricks weduwe van Hendrick Dirricksz), is broer van Arie Lodewijksz van der Vos wonende in Abbenbroek (SAVPR Geervliet inv.210 d.d. 15.8.1637), is mogelijk een zn. van Lodewijck Dirricksz wonende te Abbenbroek (zie doopboek Geervliet nederd. geref. d.d. 23.7.1626), tr. Geervliet (nederd. geref.) 12.10.1625 met
6205 Neeltje Dirks (Dirricks), jongedochter van Geervliet, dr. van Dirk Jansz Caperman
6216 Gillis (Jillis) Jans, is vader van Pieter ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 16.3.1625 (sic, als moeder wordt Haasje Wouters vermeld maar dat is onwaarschijnlijk), is vader van Maartje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 1.4.1630 (get. Ariaantje Witte), is vader van Job ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 15.12.1632 (get. Sara Jans), is vader van Leendert ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 16.3.1635, is vader van Jan ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 30.1.1639 (get. Maartje Gerrits), is vader van Witte ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 18.4.1640 (get. Katrijntje Pieters), tr. 1e met Haasje Wouters, tr. 2e Heenvliet (nederd. geref.) 28.4.1624 met
6217 Aagje (Aachjen, Eechjen) Witte, jongedochter van Heenvliet
6224
6226 Cornelis Jobsz, vendrig (vaandrager) van Rockanje, zn. van Job Barends (SAVPR toegang 045 inv. 87, regest 20, 11.11.1635), tr. 2e Rockanje (nederd. geref.) 17.3.1641 met Grijtie (Grietje) Willems, weduwe van Jacob Pieterse de Jonge, tr. 1e met
6227 Neeltje Kruijne
6228 Wessel Harmansz (Harmense) Kleermaker, kleermaker te Zwartewaal, overl. voor 3.2.1636, is vader van Jannetje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 14.5.1628, is vader van Pieter ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 24.2.1630, is vader van Harman ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 21.11.1631, is vader van Jannetje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 26.2.1634 (get. Dirk Pieterse), is vader van Marijtje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 3.2.1636
6242 Thijs Jansz, wonende te Schiedam, tr. Schiedam (gerecht) 2.7.1611 (hij bijgestaan door Cornelis Jansz zijn broeder, zij door Neeltgen Jans haar schoonzuster) met
6243 Maritgen Michiels
6244 Andries Gerritsz, zeevarende man, jongman van Schiedam, zn. van Gerrit Pietersz en Maritgen Crijnen, is vader van Aechgen ged. Schiedam (nederd. geref.) 18.10.1624 (get.Maertgen Huijgen, Leentgen Jans), is vader van Cornelis ged. Schiedam 27.1.1636 (get. Krijn Gerritsz,Maertge Huijge), koopt op 1.6.1641 van de dochter van Liedewij Cornelis en Cornelis Cornelisz Cuijp een huis en erf gelegen voor de raem (ORA Schiedam inv.341 d.d. 1.6.1641), geeft op 9.10.1653 hypotheek op dit huis en erf (ORA Schiedam inv.343 d.d. 9.10.1653), verkoopt op 6.6.1658 zijn huis en erf voor de raem aan Jacob Willemsz de Gilde (ORA Schiedam inv.344 d.d. 6.6.1658), otr. Schiedam (nederd. geref.) 22.8.1614 (hij bijgestaan door CrijnGerritsz zijn broer, zij bijgestaan door Neeltgen Jacobs haar moeder) met
6245 Jopgen Huijgen, jongedochter van Schiedam, dr. van Huijg Maertensz en Neeltgen Jacobs
6246 Cornelis Pietersz, zeevarende man, wonende te Schiedam, overl. voor 19.12.1624 (ORA Schiedam inv. 337 d.d. 19.12.1624), koopt op 24.3.1603 van Balam Cornelisz een huis en erf op de verbrande erven, penningborgen zijn Cornelis Jansz Ceelen kapitein en Willem Franckes voerman (ORA Schiedam inv. 332 d.d. 24.3.1603), verkoopt op 3.6.1614 namens Pleuntgen Chijelen weduwe van Willem Vrancken aan Cornelis Jansz Chelen 1/4 deel van een rentebrief door Gerrit Arentsz Voocht ten behoeve van Pleuntgen Chijelen verleden te Schiedam op 17.10.1609 (ORA Schiedam inv.332 d.d. 3.6.1614), tr. met
6247 Dieuwertgen Willems, overl. voor 19.11.1644 (ORA Schiedam inv.342 d.d. 19.11.1644), dr. van Willem Vrancken en Pleuntgen Chijelen (ORA Schiedam inv.334 d.d. 8.2.1614)
6266 Kornelis Reinse Delft, overl. voor 27.2.1633, is vader van Jannetje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 5.8.1626 (get. Ariaantje Reins, Mr. Leendert Arense Jonge Bruijn), is vader van Trijntje ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 6.5.1629, is vader van Kornelia ged. Zwartewaal (nederd. geref.). 27.2.1633 (get. Huijbregje Deumis), tr. met
6267 Angenietje Jacobs (Jakobs)
6288 Philips Philipsz Vermaet (van der Maet) alias de Oude, schipper, wonende in Spijkenisse, bekent in het jaar 1596 van de oude Pieter Cornelisz Lucht wonende in Spijkenisse een schuld van 66 pond inzake de koop van een roeischuit met toebehoren (SAVPR toegang 48 inv.218 regest 103), bekent op 19.1.1603 aan Jan Beijesz Moen een schuld van 177 pond wegens koop van een erf in Spijkenisse buiten de zeedijk (SAVPR toegang 48 inv.218 regest 177 d.d. 19.1.1603), bekent op 19.5.1602 aan Loentgen Galeijns, weduwe en boedelhoudster van Domis Dircxz, metselaar in zijn leven gewoond hebbende in Vlaardingen, een schuld van 410 pond van metselmaterialen, steen, kalk en arbeid gedaan en op 15.2.1603 aan Hillebrant Cornelisz die timmerman is te Overschie een schuld van 246 pond geleverd aan Philips Philipsz inzake de bouw van zijn nieuwe huis in Spijkenisse aan de zeedijk buitendijks, strekkende met het erf waar het huis op staat van de straat tot de haven toe (SAVPR toegang 48 inv.218 regesten 190 en 194), verkoopt op 27.12.1604 aan Arien Allertsz, schipper wonende in Brielle, een karveelschip en dat hij op 6.2.1605 vrijwaart (SAVPR toegang 48 inv.218 regest 230 d.d. 6.2.1605), tr. met
6289 Maartge Dirks, zuster van Neeltge Dirks gehuwd met Dirk Jan Roeffs wonende te Poortugaal, Ariaantje Dirks gehuwd met Vrederick Pietersz wonende te Brielle en van Cornelis Dirksz (ONA Schiedam toegang 237 inv.748 p.767; afschrift in J.J. Vervloet, Overmase Comparanten voor Schiedamse Notarissen (1604-1700), Overmase Bronnen deel 1)
6290 Jan Jansz Bos (Bosch), overl. tussen 4 maart en 23 november 1626, zn. van Jan Hendricksz Backer en Haesken Frans, bekent op 19.4.1591 een schuld van 600 pond aan de erfgenamen van zaliger Rochus Dircxsz die hij ontvangen heeft van Jan Claesz als rentmeester onder verband van 8 gemet 250 roe vrij eigen land in het ambacht Braband in vier percelen land (SAVPR toegang 48 inv.218 regest 17 d.d. 19.4.1591; zie ook regest 51 d.d. 18.7.1592), bekent op 18.7.1592 schuld inzake 450 pond geleend geld, waarvoor hij in onderpand geeft 4 ½ gemet vrij land in Spijkenisse aan het oosteinde van de sewissewech (SAVPR toegang 48 inv.218 regest 51 d.d. 18.7.1592), bekent op 18.7.1592 schuld aan zijn vader Jan Heijndricxz Backer een schuld van 1600 pond wegens koop van een huis en erf in Spijkenisse aan de westzijde van de straat en strekkende van de herenstraat af tot achter in het westen de dorpse achterwech, zoals zijn vader het tot dan toe bezeten en bewoond heeft (SAVPR toegang 48 inv. 218 regest 52 d.d. 18.7.1592), bekent op 9.1.1601 een schuld van 996 pond 6 st. wegens gerekende schuld aan Pompeus de Robre wonende in Dordrecht waartoe hij verbindt zijn persoon en al zijn goederen en waarvoor Cornelis Jacobsz Groen en Sijtgen Ariens zich borg stellen (SAVPR 48 inv.218 regest 170 d.d. 9.1.1601), koopt op 28.4.1604 samen met zijn broer Henrick Jansz Boot 100 r. boomgaard over de Vliet in Spijkenisse van Ariaentge Tonis die weduwe is van schoenmaker Jan Woutersz en haar erfgenamen (SAVPR toegang 48 inv.218, regest 208 d.d. 28.4.1604; uitkoop zie regest 237 d.d. 3.11.1605), bekent op 16.8.1609 een schuld van 1000 pond wegens koop van een huis en erf in ’s heren straat te Spijkenisse tegen het damslop binnendijks en strekkende van de straat tot achter het heerpad toe (SAVPR toegang 48 inv. 218 regesten 280 en 281 d.d. 16.8.1609), koopt op 10.10.1609 samen met Pieter Cornelisz van der Bol een huis, keet, erf en boomgaardje in de kerkstraat en gelegen bij het kerkhof van Cornelis Bouwensz, waarvan hij het boomgaardje doorverkoopt aan Willem Willemsz, timmerman, en het huisje en erf doorverkoopt aan Wouter Jansz Cort (SAVPR toegang 48 inv.218 regest 282 d.d. 10.10.1609, regest 283 d.d. 4.11.1609, regest 284 d.d. 22.11.1609), bekent op 4.12.1611 een schuld van 180 pond aan Dirck Joriaensz, timmerman, wegens koop van een huisje en erf aan de dijkstraat gelegen naast het huis van de koper onder voorwaarde dat verkoper er zal mogen blijven wonen zonder huur te betalen maar hij dit wel moet onderhouden (SAVPR toegang 48 inv. 218 regest 296 en 297 d.d. 4.12.1611), koopt op 25.3.1624 van Heijndrick Coenesz wonende in Spijkenisse 3 gemet 190 roe weiland aan de kerkweg achter de boomgaarden en dat hij op 23.5.1625 verkoopt aan Arijen Jacobsz (SAVPR toegang 48 inv. 219 regesten 310 en 311 d.d. 25.3.1624; regesten 343 en 344 d.d. 23.5.1625), koopt op 13.6.1624 van de erfgenamen van Willem Willemsz Holy 4 gemet 45 roe 7 voet 9 duim teelland in nieuw hongerland en waarvoor hij een schuld aangaat bij Leendert Arensz Hoogewerf (SAVPR toegang 48 inv. 219 regesten 320-322 d.d. 13.6.1624; verkoop zie regesten 359 en 360 d.d. 23.11.1626), koopt op 25.9.1624 bij openbare veiling 5 gemet 1 lijn 96 roe teelland uit de bezittingen van zaliger Heijndrick Coenesz (SAVPR toegang 48 inv. 219 regest 330 d.d. 20.12.1624), verkoopt op 6.1.1626 aan Pieter Willemsz Voorstadt koopman te Delft de helft van 11 gemet 18 roe weiland aan de hekelingse weg in Braband gemeen met Jacob van der Goes (SAVPR toegang 48 inv. 219 regest 347 d.d. 6.1.1626), verkoopt op 4.3.1626 aan Sijmon Cornelisz 1 gemet 2 roe teelland aan de korte molenweg in Spijkenisse (SAVPR toegang 48 inv. 219 regest 350 d.d. 4.3.1626), tr. 2e Heenvliet (nederd. geref.) 1.4.1624 en Spijkenisse (nederd. geref.) 5.5.1624 met Ariaentgen Cornelis, jongedochter van Heenvliet, zij hertr Heenvliet (nederd. geref.) 2.7.1628 en Spijkenisse (nederd. geref.) 2.7.1628 met Jan Jansz Knol (Knoel), weduwnaar van Sommelsdijk, Jan Jansz Bos tr. 1e met
6291 Maritgen (Mariken) Gerrits (Geerits), overl. 22.2.1615, begr. Spijkenisse (Ons Voorgeslacht jrg. 20 (1965) Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de kerken van het Beneden Maasgebied, niet beschreven door Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins – Spijkenisse), dr. van Gerrit Pietersz en Sijtgen Ariens
6292 Jan Cornelisz Lantmeter alias Jan den Lantmeter, overl. voor 30.3.1608 (SAVPR toegang 32 inv.209 d.d. 30.3.1608), is beleend met 6 ½ lijnen land (in 1606: 2 gemet 83 roe) in de vierhoucker over de hofwatering (Ons Voorgeslacht jrg 26 (1971) Repertorium op de lenen van de heerlijkheid Heenvliet), pacht 3 gemet 1 lijn land nabij Biert van het kapittel van Geervliet en 28 gemet en 8 gemet 1 lijn van de familie van Bronckhorst (Rekenkamer ter Auditie – geestelijke en geannoteerde goederen in het land van Putten, Nationaal Archief, toegang 3.01.28 inv. 4598, rekening van de rentmeester Willem Pouwelsz in het jaar 1572, getranscribeerd door S.M. Auwerda Berghout), laat 8 gemet 225 roe land na aan Jan Jansz Lantmeter en Soetje Jans Lantmeter die worden bijgestaan door hun halfbroer en bloedvoogd Jacob Jansz Lantmeter die schout is te Biert (zodanig vermeld in periode 1608-1625), zijn broer Joest Cornelisz Lantmeter alias Joost den Lantmeter wordt vermeld in het kohier van de 10e penning van Heenvliet in 1543 (Ons Voorgeslacht jrg. 56 (2001)), in het mannenvonnisbouck van het land van Putten (Familiearchief van Mathenesse, Nationaal Archief toegang 3.20.39 inv. 161-163, getranscribeerd door S.M. Auwerda-Berghout) en in de exploiten uit de grafelijkheidsrekenkamer mbt Voorne en Putten in de periode 1480-1631 (Nationaal Archief toegang 3.01.27.02, inv. 4424-4534, getranscribeerd door S.M. Auwerda-Berghout), zn. van Cornelis Joosz
6296 Dirck Pietersz, bezit huis, schuur, berg en erf aan de spijkenissenhouck (SAVPR toegang 048 inv. 220 regest 775 d.d. 23.10.1655), overl. voor 14.10.1644, tr. met
6297 Commertgen Bouwens, koopt in 1644 weiland in Spijkenisse onder het huis van Leendert Gerritsz Klijnkerhuijsen (regest 556 d.d. 14.10.1644), gebruikt land gelegen in de polder Braband bij Spijkenisse dat eigendom is van vrouwe Maria van den Timpel, weduwe van Aelbert Mulert, graaf van Haultreppen (regest 569 d.d. 29.8.1645)
6308 Abraham (Abram, Abraam) Leenderts (Lenertsz, Lenartsse, Leenders) Buijck, geb. ca. 1596 (ORA Vlaardingerambacht inv.25 fol.162v, d.d. 19.5.1662; ORA Vlaardingen inv.149 fol.83 d.d. 4.4.1666), wonende in Vlaardingerambacht, aangeslagen voor de 200e penning ald. (OA Schiedam inv.1447, anno 1628; inv.1448 en 1449, anno 1631; inv.1450, anno 1635; inv.1451, 1638; inv.1453, 1644; inv.1454, 1646; inv.1455, 1652), schout ald. 1640-1668, wordt op 2.6.1642 genoemd inzake koop van een huis en erf van Pieter Jacobsz van Swaijlant (ORA Vlaardingen inv.150 fol.132 d.d. 2.6.1642), vanaf 1644 wonende te Vlaardingen, aangeslagen voor de 200e penning ald. OA Schiedam inv.1453, 1644; inv.1454, 1646; inv.1455, 1652), bekent op 28.5.1653 schuldig te zijn aan mevrouw Alida Jonckheijns vrouw van Vlaardingen en Vlaardingerambacht zijnde de weduwe van de edele heer Willem van Ruijtenburch in zijn leven heer van Vlaardingen en Vlaardingerambacht en raad en oud-schepen der stad Amsterdam, de som van 500 gulden uit zaak van geleende penningen, waarvoor Abraham tot waarborg stelt zijn nieuw getimmerde huis, erve en boomgaard staande en gelegen in Vlaardingerambacht aan de omringh (ORA Vlaardingerambacht inv. 25 fol.44 d.d. 28.5.1653), koopt op 27.6.1653 van Jan Ariensz wonende te Vlaardingen een huis en erf met boomgaard en plantage gelegen op de hoek van de dijk in Zouteveen beoosten de holierhoekse weg en benoorden de kethelweg (ORA Zouteveen inv.19 fol.13 d.d. 27.6.1653), zn. van Lenert Ariensz Buijck (ORA Hillegersberg inv.1822 fol.35 d.d. 1.3.1627), tr. 1e met Grietge Gerrits, overl. voor 31.1.1624, zuster van Dirk Gerritsz de Jong wonende te Nieuwerkerk aan den IJssel (ORA Hillegersberg inv.2071 fol.14 d.d. 31.1.1624.; inv.2071 fol.147 d.d. 5.10.1626; inv.2072 fol.1 d.d. 20.10.1636; inv.2073 fol.38 d.d. 14.12.1643; inv.2073 fol.176 d.d. 17.12.1646; inv.2074 fol.66v d.d. 4.10.1649), dr. van Gerrit Dirxse en Arijaentgen Crijnen (ONA Rotterdam inv.342 akte 45 p.97 d.d. 2.5.1634: Cornelis Dirxse wonende in Craelingen, Abram Leendertsz Buijck wonende in Vlaerdingen als vader van de nagelaten weeskinderen van Grietgen Gerrits, Dirck Gerritsz van Nieuwerkerk, Willem Joosten van Delft, en Guertgen Gerrits vrouw van Jan Cornelisz wonende in ’t moortseveen, allen erfgenamen van Gerrit Dirxse, machtigen N. van der Aelst, procureur voor de vierschare van Delft, om hun belangen te behartigen in de zaak tegen Hendrick Sibrantse, man van Arijaentgen Crijnen, hun moeder), hertr. met
6309 Lijdewij Jans
6310 Claes Gerritse, tr. met
6311 Maghteltie (Matge) Claes, ten tijde van haar tweede huwelijk wonende in Zestienhoven, dr. van Claes Jorisz en Aeltgen Lenerts (OA Overschie inv.436, boedelpapieren dossier 70, d.d. 3.6.1636), otr. 2e Overschie (nederd. geref.) 13.9.1641, tr. ald. 29.9.1641 met Arien Willemsen van den Bosch, jongman van Schipluiden
6316
6317
6328 Merten Cornelisz, schepen te Spijkenisse vanaf 1587, filiatie blijkt uit gezinsreconstructie aan de hand van de doopboeken van Spijkenisse waaruit is gebleken dat Cornelis Maertensz (Mertensz) gehuwd met Adriaentgen Geerits en Adriaen Maertensz (Mertensz) Bornklerk broers van elkaar waren, verkoopt op 11.4.1594 een losrentebrief aan jkvr. Wilhelmine van Schagen, vrouwe-douairiaire van der Stadt en van Woestwesel, verzekerd op twee stukken teelland met een grootte van respectievelijk 10 gemet 1 lijn en 4 gemet 1 lijn teelland en dat op 22.3.1631 wordt afgelost Adrijaentgen Gerrits, weduwe van Cornelis Maertensz (SAVPR toegang 48 inv. 218 d.d. 11.4.1594), bekent op 12.12.1597 880 pond schuld aan Jan Engelsz en Lambrecht Ariensz wegens koop van zijn erfdeel in een huis, keet, erf en schuren en beterschap van de pachtlanden (SAVPR toegang 48 inv.218 d.d. 12.12.1597), overl. 12.2.1611 (Ons Voorgeslacht jrg. 20 1965, genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken van het beneden maasgebied, niet beschreven door Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins – Spijkenisse), tr. met
6329 Neeltgen Ariens, overl. voor 12.12.1597, zuster van Lambrecht Ariens (SAVPR toegang 48 inv.218 d.d. 12.12.1597)
6332
6333
6334 Pieter Commersz, dekker, bekent –hij is dan nog jonggezel- op 31.12.1599 aan Pieter Huijbrechtsz verkocht te hebben een jaarlijkse losrente wegens koop van 95 roeden land in Spijkenisse met een uitpad voorbij het land van de laatste aan de oostzijde uitkomende aan de kerkweg (SAVPR toegang 48 inv.218 d.d. 31.12.1599), bekent op 30.11.1603 aan Beatris Cornelis, weduwe van Claes Gabrielsz, een schuld van 200 pond wegens koop van een erf in het noordeinde van Spijkenisse buitendijks, strekkende van de dijkstraat af oostwaart tot het naastgelegen burenerf (SAVPR toegang 48 inv.218 d.d. 30.11.1603), tr. 2e Spijkenisse (nederd. geref.) 13.9.1637 met Leentien Leenderts, weduwe van Cornelis Leendertsz Wagenmaecker te Pernis, tr. 1e Spijkenisse (nederd. geref.) 4.10.1609 met
6335 Mettien (Mettgen) Leenderts
6370
6371
6372
6373
6374
6375
6432 Pieter Vrancken van Adrichem (van Adriechem, van Atrechem), geb. ca. 1601 (ORA Vlaardingen inv.150 fol.58v d.d. 3.6.1627, waarbij Pieter Vrancken verklaart zonder duidelijke redenen te zijn aangevallen door Claes Gerritsz bouman in Vlaardingerambacht), wonende te Vlaardingen, aangeslagen voor de 200e pennning ald. van 1628 tot 1646 (ORA Schiedam inv.1445 t/m 1454), wielmaker ald., schepen ald. 1645, constitueert tezamen met Jan Cornelisz van der Pott de heer Pouwels van Meeuwesteijn, procureur te Brielle, om van Jan Cornelisz Rademaker wonende te Geervliet een geldbedrag te innen over leverantie van iepenhout, door hem gekocht in het jaar 1630 (RA Vlaardingen inv.148 fol.134v d.d. 13.1.1635), leeft 31.8.1645 (ASV Vlaardingen inv.507), zn. van Vranck Senten van Adrichem en Trijntgen Pieters (RA Zouteveen inv.13 nr.355 fol.108 d.d. 11.6.1636), otr. Hillegersberg (nederd. geref.) 29.11.1620, tr. ald. (nederd. geref.) 13.12.1620 met
6433 Celijtgen (Selitgen) Jans, jongedochter van Hillegersberg, verkoopt op 8.5.1656 aan Cornelis Cornelisz Maen bouwman te Vlaardingerambacht een stuk patrimoniaal land groot 4 morgen 1 hond gelegen in babberspolder ald. gemeen met 5 hond land toekomende de abdij van Rijnsburg (SAV ORA Vlaardingerambacht inv.25 f.82-83 d.d. 8.5.1656), verkoopt op 8.5.1656 aan Pieter Blasiusz Dijckshorn een stuk patrimoniaal weiland gelegen in het nieuweland onder babberspolder binnnen de jurisdictie van Vlaardingerambacht (SAV ORA Vlaardingerambacht inv.25 fol.84-84v d.d. 8.5.1656), op 20.5.1657 genoemd inzake de verkoop van smidsgereedschap aan Feijs Hendricksz dat aanwezig was in het huis dat zij eerder van Innetje Dircks heeft gekocht en dat wordt bewoond door haar zoon Jan Pietersz van Adrichem (ORA Vlaardingen inv.153 fol.14 d.d. 20.5.1657)
6434 Arent Cornelisz int Nieuwelant (Nieulant, Nieulandt, Nieuweland, int Nieulant), wonende in Vlaardingerambacht, pacht op 8.3.1629 samen met Cornelis Cornelisz in de Maen vier morgen 3 hont land in het nieuwland buiten Vlaardingen van het weeshuis in Schiedam, met consent van Cornelis Corsse zijn vader (J.H. Brakke, Register van het ordinaris incomen van den weeshuijse tot Schiedam, Ons Voorgeslacht jrg. 21 (1966)), aangeslagen voor de 200e penning ald. (OA Schiedam inv.1447, anno 1628; inv.1448 en 1449, anno 1631; inv.1450, anno 1635; inv.1451, 1638; inv.1453, 1644; inv.1454, 1646; inv.1455, 1652), schepen ald. (1655), koopt op 22.5.1652 van de erfgenamen van zaliger Willem Jansz Bredervliet twee rentebrieven (SAV ORA Vlaardingerambacht inv.25 fol.26v d.d. 22.5.1652), zn. van Cornelis Corsse en Lijsbeth Cornelis (ONA Schiedam inv.748 p.1077 d.d. 1.9.1628; ORA Vlaardingerambacht, inv.25 fol.46 d.d. 14.5.1653), tr. Vlaardingen (gerecht) 16.5.1621 met
6435 Brechgen Cornelis, jongedochter uit Vlaardingen, dr. van Cornelis Riddersz Dockum (zie ORA Schiedam inv.1450)
6436 Jacob Gerritsz de Willigen (de Willige) alias op de Brouck alias d’Overschie, wonende in Vlaardingerambacht in vlaardingerbroek, nadien wonende in Vlaardingen, aangeslagen voor de 200e penning ald. (OA Schiedam inv.1447 anno 1628; inv.1448 en 1449, anno 1631; inv.1450 anno 1635; inv.1451 anno 1638; inv.1453 anno 1644; inv.1454 anno 1646; inv.1455 anno 1652, in dat jaar tevens aangeslagen voor de erfenis van Barbara Foppen), schepen ald. (1648-1661), dingt in 1640 naar de functie van molenmeester van de broeckpolder maar wordt niet verkozen (SAV ORA Vlaardingen inv.150 fol.120v d.d. 19.8.1640), pacht op 11.2.1650 zeven morgen drie hont land in Vlaardingerambacht van het weeshuis in Schiedam (J.H. Brakke, Register van het ordinaris incomen van den weeshuijse tot Schiedam, Ons Voorgeslacht jrg. 21 (1966)), verkoopt op 24.4.1651 tezamen met Arie Huijbrechtsz wonende in Overschie, als enige geinstitueerde erfgenamen van Barbara Foppen, aan Jan Leendertsz Dunevelt herbergier voor een bedrag van 650 gulden een huis en erf gelegen op het marktvelt in Schiedam dat in het bezit was van Barbara Foppen belend ten noorden ’s-herenstraat ten zuiden Geertgen Hendricks strekkende voor van de straat tot achter aan het huis van Pieter van der Stael, alles volgens de oude waarbrief van 10.5.1568 (ORA Schiedam giftboek inv.343 p.270v d.d. 24.4.1651), verkoopt op 22.5.1661 aan zijn zoon Gerrit Jacobsz de Willige zijn bezit, dat eerder toekwam aan Adriaen Waerdenburg, te weten een woning als huis, bijhuis, bargen en geboomte met 11 morgen 3 hond land waar de betreffende woning en plantage op staat, gelegen in de broeckpolder in Vlaardingerambacht, en waarin gemeen ligt 7 hond land bruikwaar (ORA Vlaardingerambacht inv.25 fol.148v en fol.149v d.d. 22.5.1661, zie ook fol.176 d.d. 2.8.1665), overl. voor 15.5.1671 (ONA Schiedam inv.781 p.961 d.d. 15.5.1671), is vader van Joris Jacobsz de Willige wonende in Vlaardingerambacht, is vader van Willem Jacobsz de Weilige wonende in duijffpolder, is vader van Gerrit Jacobsz de Willige wonende in Vlaardingen, is vader van Fop Jacobsz de Willige wonende in Vlaardingen, zijn kinderen verklaren op 15.5.1671 op verzoek van Hubrecht Gerritsz Keijser wonende te Schiedam dat hij een obligatie bezat ten laste van Dammis Pietersz Slooff wonende te Kethel, met Hubrecht Gerritsz Keijser voorn. en Jacob Pietersz Slooff, wonende te Delfgauw, als borgen, ten bedrage van 3000 gulden, en dat hij Dammi Pietersz Slooff verschillende malen heeft gemaand er 1000 gulden van te betalen en dat deze gehele som van 3000 gulden betaald is (ONA Schiedam inv.781 p.961), zn. van Gerrit Willemsz
6438 Claes Claesz Schoonhout alias van der Starre, wonende te Vlaardingen, bode ald. (SAV ORA Vlaardingen inv.150 fol.106 d.d. 6.12.1637), meester huistimmerman ald. (SAV ORA Vlaardingen inv.150 fol.117 d.d. 2.1.1640), waard in de salm ald., zn. van Claes Pietersz Schoonhout en Maertge Jans, tr. (ONA Vlaardingen inv.3 p.195 d.d. 7.6.1640: testament Claes Claesz, waard in de salm, en Maertje Meesdr zijn huisvrouw, beiden ziek en vol pijnen) met
6439 Maertgen (Maertje) Mees, otr. 2e Vlaardingen (nederd. geref.) 5.7.1642, heeft bij Claes Claesz van der Starre vier kinderen, voogden over de kinderen zijn hun grootvader Claes Pietersz Schoonhout en oom Claes Meesz Rijsgeest (weesboek Vlaardingen inv.275 p.217 d.d. 11.8.1640), Maertgen Mees erf volgens testament het huis en erf aan de omring van de kerk staande naast de gulle werelt, otr. Vlaardingen (gerecht) 6.7.1642 met Arijen Jacobsz van Dijck, jongman van Schipluiden, zn. van Jacob Cornelisz van Dijck
6440 Vranck Claesz Dorp (van Dorp), wonende te Maassluis, procureur ald., geb. ca. 1576 (RA Maassluis inv.152 d.d. 8.12.1618), is op 10.12.1614 curator van de nagelaten boedel en goederen van Vrederick Ariensz, in zijn leven voerman te Maassluis (RA Maassluis inv.49 fol.49 d.d. 10.12.1614; zie ook ibid. fol.81v d.d. 23.4.1615), ontvangt op 7.2.1624 van zijn broer Pieter Claesz Dorp, schout te Maassluis, die eerder pachter was van het bestiaal over het dorp Maassluis, een bedrag van 45 pond, te ontvangen van Dingenum Claes weduwe van Cornelis Thonisz, slager, welk bedrag Cornelis aan Pieter schuldig is gebleven (RA Maassluis inv.152 d.d. 7.2.1624), constitueert op 21.7.1627, dan wonende te Rotterdam, zijn zoon Jan Vrancken van Dorp, om namens hem in te vorderen de restanten die hij is hebben te mogen ontvangen (RA Maassluis inv.153 d.d. 21.7.1627), op 13.11.1630 compareert Theunis Francken van Dorp, kleermaker te Maassluis als borg voor Franck Claesz Dorp zijn vader inzake een schuld aan Pieter Sieren wonende te Delft, getrouwd met de weduwe van Claes Pieter Engebrechts (RA Maassluis inv.153 d.d. 13.11.1630), otr. Maassluis (nederd. geref.) 31.1.1627, als weduwnaar wonende te Maassluis op de voorvliet, met Leentgen Jacobs, weduwe van Heijndrick Evertsz, tr. Maassluis (nederd. geref.) 13.4.1631, als weduwnaar wonende te Maasluis op de voorvliet, met Jannitgen van den Morren, weduwe van Lauris Cornelisz op het maarland te Brielle
6442 Jan Jansz van Opmeer, wonende te Vlaardingerambacht in holierhoek, aangeslagen voor de 200e penning ald. (OA Schiedam inv.1447 anno 1628; inv.1448 en 1449 anno 1631), wordt op 20.10.1625 beleend met 4 morgen land in een kamp van 7 en een halve morgen belend ten zuiden de zwet, na overdracht door Mees Cornelisz bij dode van zijn vader Cornelis Meesz, en dat na zijn overlijden op 24.10.1636 wordt overgedragen op zijn zoon Dirck Jansz van Opmeer, die wordt bijgestaan door zijn oom Claes Jansz van Opmeer (C. Hoek, Repertorium op de lenen van de hofstad van der Wateringe, 1299-1770, Ons Voorgeslacht jrg. 21 (1966) en jrg. 43 (1988)), tr. met
6443 NN, aangeslagen voor de 200e penning in het jaar 1635 (OA Schiedam inv.1450 anno 1635)
6456 Willem Thonis van Olshoren (Oltshoorn, Olshooren), wonende in Zevenhuizen, leeft 5.12.1647 (ONA Rotterdam inv.272 akte 294 p.421 d.d. 5.12.1647; ONA Rotterdam inv.309 akte 173 p.349 d.d. 5.12.1647), zn. van Thonis Cornelisz Olshoren en Grijetge Gerrits, tr. met
6457 Lijntge Dircx, zuster van Bartholomeus Dircx, Jacob Dircx en Jannetgen Dircx, dr. van Dirck Meeus en Jaepge Jacobs (ONA Rotterdam inv.53 akte 621 p.1222 d.d. 20.7.1625)
6472 Abraham (Abram, Aberam) Claessoon (Classe, Claesen), weduwnaar, is vader van Louweres ged. Rotterdam (nederd. geref.) 10.5.1628, is vader van Claes ged. Rotterdam (nederd. geref.) 19.4.1631, uit een eerder huwelijk mogelijk een dochter Claesgen, otr. Rotterdam (nederd. geref.) 21.9.1625, tr. ald. (nederd. geref.) 14.10.1625 met
6473 Sijtge (Stincke, Stindtge) Louwijsse (Louwis, Louweres, Louwerens, Loedewijk), weduwe van Michiel (Mechiel) Joppen (Job), wonende in de cortelijnstraet, overl. Rotterdam 24.12.1624 (begr. pest- en dolhuis ald.), waaruit Thonis ged. Rotterdam (nederd. geref.) 13.6.1621 (get. Frans Pieterse, Martgen Jans, Catelijn Louwijsse), Jan ged. Rotterdam (nederd. geref.) 26.9.1623
6480 Mees Cornelisz Assendelft (Assendelff) alias Mees de Lijndraaier, lijndraaier te Vlaardingen (ORA Vlaardingen inv.147 fol.37 d.d. 10.10.1598; ORA Vlaardingen inv.150 fol.76 d.d. 8.8.1632; fol.110v d.d. 3.9.1638), schepen ald. (1619-1637), gasthuismeester van de heilige geest en gasthuisarmen ald. (1620, 1641), aangeslagen voor de 1000e penning ald. in 1622 (ORA Schiedam inv.1443), leeft 28.6.1642 (zie stadstrouw Vlaardingen), overl. voor 12.12.1644 (SAV ORA Vlaardingen inv.149, fol.1), tr. 1e met NN, tr. 2e Schiedam 25.7.1614 met
6481 Annitgen Cornelis, jongedochter van Schiedam, dr. van Cornelis Cornelisz Couwenhoven (RA Vlaardingen inv.148 fol.58 d.d. 22.10.1622; ORA Schiedam inv.341 fol.231 d.d. 17.5.1642) en Maertgen Pieters, overl. na 12.12.1644 (SAV ORA Vlaardingen inv.149 fol.1 d.d. 12.12.1644)
6482 Willem Cornelisz Meuch, wonende te Vlaardingen, aangeslagen voor de 200e penning ald. (OA Schiedam inv.1447 anno 1628; inv.1448 en 1449 anno 1631; inv.1450 anno 1635; inv.1451 anno 1638), burgemeester ald. (1625-1635), overl. voor 14.6.1627 [sic] (SAV ORA Vlaardingen inv.150 fol.59v d.d. 14.6.1627), zn. van Cornelis Willemsz Meuch, tr. met
6483 Annetgen Gerrits
6484 Jan Pouwelsz Brouck (van den Brouck), geb. ca. 1585 (SAV ORA Vlaardingen inv.150, fol.59, d.d. 7.6.1627), wonende te Vlaardingen, scheepstimmerman en reder ald., lid van de vroedschap van ald. (1626-1640), burgemeester ald. (1638-1639), schepen ald. (1626-1627), thesaurier ald. (1640), poorter van Vlaardingen op 31.12.1608, koopt 7.3.1630 schuur, erf en pakhuis aan de nieuwe havenstraat (RAV 97-238v), koopt 21.5.1630 schuur en erf aan de havenstraat (RAV 97-227v), koopt 15.4.1632 huis en erf genaamd de guldewagen aan de havenplaats (NAV 5-131) en verkoopt 7.5.1635 een ledig erf aan de nieuwe havenstraat (RAV 98-173v), overl. Vlaardingen 4.11.1640 (grafsteen grote kerk ald.), zn. van Pouwels Jansz Brouck en Neeltje Ariens, otr. 2e Vlaardingen (stadstrouw) 23.8.1637 met Maertje Jacobs de Zeeuw, weduwe van Jan Pietersz Plaveijer, dr. van Jacob Arijensz de Zeeuw en Maritgen Crijns Guldewagen, tr. 1e met
6485 Maertge Jacobs, dr. van Jacob Thijmansz van Neck en Lijsbet Jans
6486 Thonis Cornelisz (Cors) Fouser (Fousser, Fauser, Vouser), stierman (stuurman) op een buisschip (SAV ORA Vlaardingen inv.150, fol.49v, d.d. 27.11.1624), wonende in Vlaardingen, aangeslagen voor de 1000e penning ald. (OA Schiedam inv.1443 anno 1622), aangeslagen voor de 200e penning ald. (OA Schiedam inv.1445, 1625; inv.1447 anno 1628; inv.1448 en 1449 anno 1631; inv.1450 anno 1635; inv.1451 1638), de erfgenamen verkopen op 18.6.1644 het ouderlijk bezit aan Pieter Jansz Guldewagen, te weten een huis, erf en schuur aan de ommering van de kerk (ORA Vlaardingen inv.99 d.d. 18.6.1644), zn. van Cornelis Leendertsz Fouser en Maertgen Ariens, tr. 1e Vlaardingerambacht (gerecht) 27.5.1607 met Annetje Pieters Holy, tr. 2e Vlaardingen (gerecht) 8.4.1613 met
6487 Annetje Pieters, afkomstig van Vlaardingerambacht
6496 Gerrit Leendertsz ’t Jong, schoenmaker te Schipluiden, wonende ald. aan de weg (lidmatenboek nederd. geref. ald., d.d. 24.5.1616), otr. 2e Schipluiden (nederd. geref.) 10.12.1639, tr. ald. (nederd. geref.) 1.1.1640 met Maertge Joris, weduwe van Claes Pietersz Vermeer wonende te Pijnacker, tr. 1e met
6497 Maertge Lambrechts, leeft 24.5.1616 (lidmatenboek nederd. geref. Schipluiden)
6504 Maerten Jansz, wonende in de zuidbuurt in Vlaardingerambacht op de moortwoning, aangeslagen voor de 200e penning ald. (OA Schiedam inv.1445 anno 1625; inv.1447 anno 1628; inv.1448 en 1449 anno 1631; inv.1450 anno 1635; inv.1451 anno 1638), overl. voor 1644 (OA Schiedam inv.1453), tr. Vlaardingen (stadstrouw) 26.11.1617 met
6505 Neeltgen Pieters, jongedochter van Maasland
6508
6509
6512 Leendert (Lenart, Lenert, Leenert) Jacobsz Quant (Quandt), wonende in de noort kethel, bezit huis, bijhuis, schuur, bargen en geboomte en omtrent zes morgen land aan de schans ald. dat nadien toekomt aan zijn zoon Joris Leendertsz Quant (ONA Schiedam inv.763 blz.1117 d.d. 2.5.1672), wordt aangeslagen voor de 200e penning ald. (OA Schiedam inv.1445 anno 1625; inv.1447 anno 1628; inv.1448 en 1449 anno 1631; inv.1450 anno 1635; inv.1451 anno 1638; inv.1453 anno 1644; inv.1454 anno 1646; inv.1455 anno 1652), draagt in 1629/1632 financieel bij aan de herbouw van de hervormde kerk ald. (J.H. Brakke, Bijdragen voor de bouw van de nieuwe hervormde kerk bijeengebracht in de jaren 1629/1632, Ons Voorgeslacht jaarboek 1956 p.21-24), is op 23.8.1651 borg voor Joris Cornelisz Poldervaert (RA Kethel en Spaland inv.84 nr.862 fol.250v d.d. 23.8.1651), zn. van Jacob Cornelisz Quant en Geertgen Jans
6514 Cornelis Jorisz Poldervaert (Poldervaerd), geb. ca. 1575 (RA Kethel en Spaland inv.84 nr.898 fol.269v d.d. 1.10.1645), wonende in de noort kethel, wordt aangeslagen voor de 200e penning ald. (OA Schiedam inv.1445 anno 1625; inv.1447 anno 1628; inv.1448 en 1449 anno 1631; inv.1450 anno 1635; inv.1451 anno 1638; inv.1453 anno 1644; inv.1454 anno 1646), wordt op 22.10.1609 beleend met twee morgen land in noord-kethel na overdracht door Cornelis Cornelisz, en dat hij op 11.12.1628 overdraagt aan Pieter Pietersz Poot (C. Hoek, Repertorium op de lenen van de hofstad te Hontshol, 1253-1770, Ons Voorgeslacht jrg. 27 (1972)), wordt op 8.1.1610 beleend met een woning met acht morgen land beoosten de slimme watering en bewesten de poldervaart dat eerder aan zijn ouders toebehoorde, met hulde van zijn oom Cornelis Cornelisz, en dat hij op 17.3.1643 overdraagt aan Henricus Zwaerdecroon, rector te Rotterdam (C. Hoek, Repertorium op de grafelijke lenen in Kethel en Spaland, 1272-1648, Ons Voorgeslacht jrg. 25 (1970)), wordt op 6.2.1619 tezamen met Cornelis Willemsz gedagvaard door Dirck Adriaensz van der Lelij voor betaling van 120 gulden volgens obligatie (RA Kethel en Spaland inv.84 nr.622 fol.154v-155 d.d. 6.2.1619; ibid. nr.624 fol.155 d.d. 6.3.1619; ibid. nr.638 fol.159 d.d. 29.4.1619), pacht op 26.3.1626 vier morgen drie hont land in de westabtspolder bij de ketelbrugge van het weeshuis te Schiedam (J.H. Brakke, Register van het ordinaris incomen van den weeshuijse tot Schiedam, Ons Voorgeslacht jrg. 21 (1966)), draagt in 1629/1632 financieel bij aan de herbouw van de hervormde kerk ald. (J.H. Brakke, Bijdragen voor de bouw van de nieuwe hervormde kerk bijeengebracht in de jaren 1629/1632, Ons Voorgeslacht jaarboek 1956 p.21-24), zn. van Joris Adriaensz en Trijntge Cornelis, tr. met
6515 Trijntgen Lenerts, dr. van Lenert Pietersz van den Velde (RA Kethel en Spaland inv.84 nr.705 fol.184 d.d. 3.3.1626), aangeslagen voor de 200e penning in het jaar 1652 (OA Schiedam inv.1455 anno 1652: de weduwe van Cornelis Jorisz Poldervaert)
6520 Jan Hendrick Jan Claes, wonende te Veghel, zn. van Hendrick Jan Claes en Grietge Peters, burgemeester ald. 1641 en 1661, is vader van Hendrick ged. Veghel (kath.) 9.9.1629 (get. Hendrick Ariaen Aerts, Perken Claessen), is vader van Catharina ged. Veghel (kath.) 4.6.1631 (get. Henricus Theodori, Petronilla Adriani), is vader van Joanna ged. Veghel (kath.) 7.8.1633 (get. Guiem Henrici, Mettildis Adriani), is vader van Anna ged. Veghel (kath.) 9.1.1635 (get. Henricus Henrici van Haubraecken, Catharina Michaeliae Donckers), is vader van Adrianus ged. Veghel (kath.) 13.10.1635 (get. Henricus Petri Verdussen, Heijlwigis Henrici Martini), is vader van Dijmpna ged. Veghel (kath.) 10.2.1638 (get. Petrus Henrici, Maria Joannes Vaen), is vader van Theodorus ged. Veghel (kath.) 20.11.1639 (get. Joannes Joannis, Elizabetha Guilielmi Steenbecker), is vader van Petronella ged. Veghel (kath.) 23.4.1641 (get. Adrianus Joannis Schijndelius, Maria Henrici), is vader van Cornelis ged. Veghel (kath.) 24.9.1642 (get. Jacobis Joannis, Anna Arnoldi Gerlaci), is vader van Margareta ged. Veghel (kath.) 11.11.1644 (get. Martinus Henrici, Margareta Egijdii), is vader van Godefridius ged. Veghel (kath.) 8.8.1648 (get. Arnoldus Henrici, Joanna Martini), verklaart op 29.6.1665 aan Claes Ariens Wijnen een bedrag van 50 gulden schuldig te zijn (RA Veghel inv.60 fol.10 d.d. 29.6.1665), de kinderen komen op 3.2.1681 deling van het ouderlijk goed overeen, waarbij aan zoon Cornelis wordt toebedeeld het huis met het esthuis, hof, boomgaard en de aangelegen grond groot 4 lopensaet gelegen te Veghel aan de doornhoeck, alsmede een groes veldeken groot 1 1/2 lopensaet, alsmede een stuk teelland genaamd de stelt groot 1 1/2 lopensaet, een stuk land genaamd het kleijn veltien groot 3 kops, en een buender veltien genaamd de knokert gelegen in de heijsel buenders, waarbij zoon Goijaert wordt toebedeeld een akker teelland genaamd voermans velt groot 4 lopensaet gelegen in de doorenhoeck, alsmede een hoijvelt gelegen in de geer buenders groot 2 karren hoijwas, rijdende tegen Jan Tijssen den Jongen, waarbij aan dochter Jenneken wordt toebedeeld een akker land genaamd den kamp aen den kollick groot 2 1/2 lopensaet gelegen in het havertientien, alsmede een hoijvelt gelegen op de watersteegt groot 1 1/2 kar hoijgewas hooiende met de weduwe Jacob Jonge Jans en rijdende tegen Tijs Willem Meussen, waarbij aan dochter Margrita wordt toebedeeld een akker teelland met een dries velt genaamd den quaden coop groot 3 1/2 lopensaet gelegen in het havertientin aan het reishoeken, alsmede een hoijbeemt gelegen aan het steenwegs hecken groot 3 karren hoijwas hooiende met Hendrick Marten Hendrickx en rijdende tegen Jan Jan Gerrits van der Heijden en tegen Jan Peter Jans van Uden over het derde jaar, waarbij aan zoon Dirck wordt toebedeeld een akker teelland genaamd den hemel groot 3 lopensaet, waarbij de kinderen van zoon Hendrick wordt toebedeeld een stuk teelland genaamd het nieulant met de groes gelegen in den hemel groot 4 1/2 lopensaet gelegen in de doorenhoeck, en waarbij aan dochter Cathelijne wordt toebedeeld een akker teelland gelegen in de aeckerse tiende groot 2 lopensaet, alsmede een akker teelland gelegen op de boecht groot 13 roijen, alsmede een perceeltje hoijs gelegen achter de valstraet te hooien met Lenaert Lenaerts den Greelmaecker groot een kaer hoijwas rijdende tegen Steven Gerrits (RA Veghel inv.57 d.d. 3.2.1681), tr. Veghel (kath.) 2.1.1628 (get. Petrus Haenengreeff, Ariaen Arts) met
6521 Elisabeth (Lijsken) Aert Ariens, begr. Veghel (kath.) 3.12.1676
6522 Ariaen Arnt Geerlincx, wonende te Veghel, ged. Veghel (kath.) 20.3.1611 (get. Anthonius Theodorus Rombouts, Dijmpna Johannis Nicolai), overl. 1664, zn. van Arnt Geerlincx en Anna Hendrik Martens, Heilige Geestmeester ald., is vader van Lambertus ged. Veghel (kath.) 10.7.1639 (get. Simon Lamberti, Margarita Adriani Nicolai), is vader van Henricus ged. Veghel (kath.) 3.5.1641 (get. Martinus Donckers, Elisebeta Joannis Theodori), is vader van Heijlwigis ged. Veghel (kath.) 3.5.1643 (get. Rut Jan Willems van der Haigen, Maria Zegeri Donckers), is vader van Joanna ged. Veghel (kath.) 4.3.1645 (get. Gerardus Arnoldi, Elisabetha Joannis), is vader van Maria ged. Veghel (kath.) 17.7.1647 (get. Joannes Heessel namens secretaris Theodorus van Haegen, Anna Gerardi Stephens), is vader van Henricus ged. Veghel (kath.) 22.2.1650 (get. Martinus Arnoldi Gerlaci, Joanna Arnoldi Donckers), koopt op 19.10.1649 van de Wijnant Gerit Ariens en de erfgenamen van Arien Gerit Ariens een akker teelland groot 3 lopensaet gelegen te Veghel (RA Veghel inv.49 fol.32-33 d.d. 2.11.1649), koopt op 25.4.1663 van Jan Thijs Jacob Thijssen een akker teelland gelegen te Zijtaart aan de valstraet groot omtrent 4 lopensaet (RA Veghel inv.54 fol.111 d.d. 25.4.1663), verkoopt op 24.8.1663 aan Mariken Dirck Dirckx de helft in een akker teelland genoemd lijntiens acker dat hij heeft geërfd van de ouders van zijn vrouw en dat hij gelijkelijk deelt met Aert de zoon van Dirck Aert Donckers, groot in het geheel 3 lopensaet en gelegen te Veghel in het dorshoudt (RA Veghel inv.54 fol.149-150 d.d. 24.8.1663), zijn nagelaten kinderen verkopen op 16.1.1668 aan Lijsken Lonissen een erfcijns van vijf gulden dat wordt betaald uit een akker teelland groot 2 lopensaet dat zij hebben verworven van hun oude moije (oudtante) Heijlken Hendrick Martens van de Vest zoals gebleken is uit een schepenbrief d.d. 9.3.1633 (RA Veghel inv.55 fol.124 d.d. 16.1.1668), zijn nagelaten kinderen komen op 4.6.1671 erfdeling van het ouderlijk goed overeen, waarbij aan zoon Aert wordt toebedeeld het leengoed aan den blauwen steen tot Veghel zijnde een akker teelland groot omtrent 8 lopensaet, alsmede de helft in de hoijbeemt hooiende met Aert Donckers genoemd den hoexbeemt, waarbij zoon Hendrick krijgt toebedeeld het huis, hof, schop en het halve land binnen groot tezamen omtrent 14 lopensaet met het achterste van het eussel, gelegen op Zijtaart, waarbij zoon Lambert krijgt toebedeeld het pladt stuck ende met binnen landt gelegen op Zijtaart groot tezamen 14 lopensaet, alsmede het pladt stuck van het voorste van het eussel, waarbij dochter Jenneken krijgt toebedeeld een stuk land genaamd den geeracker over de straet groot omtrent 4 lopensaet gelegen op Zijtaart, alsmede den beemt achter ham groot omtrent 8 karren hoijwas, en waarbij dochter Heijlken krijgt toebedeeld een stuk teelland genaamd de streep groot omtrent 3 1/2 lopensaet, een kwart in een beemt in het abroeck, en het hoij in de heijsche bunders, waarbij dochter Dirxken krijgt toebedeeld een akker in de valstraet groot omtrent 7 lopensaet, waarbij zoon Ariaen krijgt toebedeeld een stuk teelland genaamd den schimmelaer in het dorshoudt groot omtrent 5 lopensaet, en waarbij zoon Jan krijgt toebedeeld een stuk teelland genaamd cuijpers acker groot 2 1/2 lopensaet gelegen in de valstraet, alsmede het land aan creijttenborch groot 1 lopensaet, en den beemt achter valstraet groot 4 karren hoijwas rijdende met Ariaen Arts c.s. (RA Veghel inv.55 fol.316-324 d.d. 4.6.1671), tr. Veghel (kath.) 5.2.1636 (get. Rutger Boijarts, Joannes Tillart, testament zie RA Veghel inv.54 fol.200-202 d.d. 16.2.1664) met
6523 Lucia (Sijken) Arnt Donckers, ged. Veghel (kath.) 6.1.1620, dr. van Aert Arien Donckers en Jenneken Sijmen Lamberts
6524 Jan Rut Cluijtmans, alias Jan Rutten, wonende te Veghel, burgemeester ald., begr. Veghel (kath.) 8.10.1637 (overl. aan de pest), zn. van Rut Jan Rutten Cluijtmans en Margriet Thomas, is vader van Henricus ged. Veghel (kath.) 30.10.1627 (get. Jan Rutten van Herten uit Sint-Oedenrode, Truijken Jan Rutten uit Sint-Oedenrode, de moeder is dan 16 1/2 jaar oud), is vader van Maria ged. Veghel (kath.) 2.9.1629 (get. Dirck Martens, Meriken Segers), is vader van Rutgerus ged. Veghel (kath.) 23.1.1631 (get. Joannes Martini, Margareta Rutgeri), is vader van Ermgardis ged. Veghel (kath.) 23.11.1633 (get. Henricus Masius van Duijnhoven uit Aarle, Barbara Joannis Jacobi uit Heeswijk), is vader van Mathias ged. Veghel (kath.) 6.3.1636 (get. Wilbrordus Sijlvestri, Maria Theodori), zijn minderjarige kinderen, bijgestaan door Dierck zn.van Marten Peters die zich sterk maakt voor Marten Donckers als momboren en voogden, verkopen op 9.9.1639 aan Jan Jan Willem Luijcas en Jan Jan Willem Luijcas de jonge, broers, verscheidene stukken teelland gelegen in Sint-Oedenrode ter plaatse neijnsel groot in het geheel omtrent 12 lopensaet, te weten een stuk land in den ijmert groot omtrent 10 lopensaet, een ander stuk land groot omtrent 1 sestersaet, een stuk land in de vloeijacker dat vervolgens is vernaderd door Gijsbert Jan Rutger Cluijtmans (RA Sint-Oedenrode inv.114 fol.77 d.d. 9.9.1639), zijn minderjarige kinderen bij Hilleken Maerts Donckers krijgen op 17.12.1649 tezamen met de man van zijn schoonzuster Emken toebedeeld uit de erfenis van Maerten Aertss Donckers een huis, hof, boomgaard, leenroerig aan de heren van Geffen, en te verheffen volgens het leenrecht met 7 lopensaet grond, deels liggende in Lijnt en voor het overige vierde deel in de cluijtvenne, alsmede het grietenvelt groot 17 lopensaet, het eeussel groot 13 lopensaet, een akker teelland geheten den langen acker groot 5 lopensaet, een stuk teelland zijnde het derde deel int heijlicht neffen den bergh groot 1 1/2 lopensaet, een hooibeemd genoemd den groten bemt hooiende met Dirck Aertss (RA Veghel inv.48 fol.243-249 d.d. 17.12.1649; zie ook ibid. fol.257-260 d.d. 5.1.1650; ibid. inv.50 fol.247-251 d.d. 9.2.1652), tr. Veghel (kath.) 17.2.1627 (get. Art Marten Donckers, Hendrick Jan Tijssen) met
6525 Hilleken Maerts Donckers, ged. Veghel (kath.) 19.4.1611 (get. Arien Wilhelmi, Lucia Henrici Houbraken), begr. ald. (kath.) 7.10.1637 (overl. aan de pest), dr. van Maerten Aert Donckers en Lijsken Tijs Jan Handricks
6526 Peter Hendricx van den Elsen, overl. Erp (rk) 1.1.1687, begr. ald. 5.1.1687, zn. van Hendrick Gerit Dirckx, is vader van Jenneken, Marike, Gerritje, Handersken, Lijsken, Hendrick en Willem, waarbij de eerste vijf genoemde kinderen op 10.3.1718 als testamentaire erfgenamen van Hendrick en Willem Peters van den Else het door hen nagelaten goed verkopen, te weten de huizingen, schuren, schop, hof, boomgaard en aangelegen oud- en nieuwland met het groesland, alle staande en gelegen in de parochie van Erp genoemd op keldonk groot omtrent 13 lopen 6 roe gelegen tussen de gemeente aan de ene zijde en de kinderen van Adriaen Martens aan de andere zijde, alsmede een partij teelland ald. gelegen groot omtrent 2 lopen 3 1/2 roe genaamd den crommenacker of aert driessen veltje gelegen tussen het goed van Peter Paulus van Dinter aan de ene zijde en het goed van de kinderen van Louris Jan Aerts aan de andere zijde, alsmede een partij teel- en groesland gelegen ald. groot omtrent 2 lopen 212 roe genaamd de quade streep gelegen tussen het goed van Adriaen van Rosmalen aan de ene zijde en het goed van de kinderen van Adriaen Jan Martens aan de andere zijde, alsmede een partij weiland met groesland gelegen ald. groot omtrent 1 lopen 44 roe gelegen tussen het goed van de kinderen van Louris Jans en het goed van de kinderen van Adriaen Martens, alsmede een partij teelland gelegen ald. genaamd den cromme acker of killestucken groot omtrent 2 lopen 10 roe gelegen tussen het goed van Adriaen van Roosmalen en het goed van de erfgenamen van Jan van Roosmalen, alsmede een partij hooiland gelegen ald. inden gelijcken beemt hooiende met Adriaen van Roosmalen en anderen groot dit gedeelte 4 lopens, en 1/9 deel in een hooibeemd gelegen ald. genaamd in joseps beemt hooiende met Adriaen van Roosmalen en anderen, dit deel groot omtrent 1 lopens 33 roe (OA Erp inv.54 p.25-28 d.d. 10.3.1718), tr. ca. 1618 (doodboek Erp 1667-1687, inv.18 p.31-04) met
6527 Catharina, leeft 1.1.1687
6548 Pieter Jansz Slooff (Sloeff), wonende in vlaardingerwout in Spaland, zn. van Jan Ariensz Sloeff, is op 5.6.1579 tezamen met Alewijn Jacobsz en zekere Mees borg voor Lenert Ariensz Cappeteijn in verband met de koop van de desolate boedel van IJsbrant Jacobsz (RA Zouteveen inv.7 nr.290 fol.37v d.d. 5.6.1579), daagt op 13.2.1587 Lenert Ariensz Cappiteijn voor betaling van geleend geld (RA Zouteveen inv.7 nr.575 fol.76v, d.d. 13.2.1587; ibid. nr.578 fol.77, d.d. 27.2.1587; ibid. nr.584 fol.77v d.d. 13.3.1587), bezit in het jaar 1604 vier morgen land en gebruikt nog eens 8 morgen land dat in het bezit is van het gasthuis te Schiedam (A. van der Thuijn, Extract uit het hoefslagboek van het Hoogheemraadschap van Delfland, inv. Hoogendijk nr.89, archief Vlaardingen), gaat op 26.6.1605 bij Leentgen Huijgens weduwe van Huijbrecht Adrijaensz schuitvoerder een lening aan ter grootte van 275 gulden en waarvoor Cornelis Ariensz landman en Arijen Joppen zich borg stellen (RA Zouteveen inv.17 nr.35 fol.29v d.d. 26.6.1605), leeft 2.7.1608 (RA Kethel en Spaland, inv.91 121 fol.104 d.d. 2.7.1608), is vader van Pieter Pietersz Slooff, Cors Pietersz Slooff, Lijsbeth Pieters geb. ca. 1590 en van Maritge Pieters geb. ca. 1593 (OA Kethel inv.1819 fol.17 d.d. 30.8.1613; ibid. fol. 30v d.d. 26.1.1627), tr. 2e met Maertgen Lenerts die hertr. met Dirck Dircksz (OA Kethel inv.1819 fol.37 d.d. 8.8.1629), tr. 1e met
6549 Neeltge Jacobs, overl. voor 30.8.1613 (OA Kethel inv.1819 fol.17 d.d. 30.8.1613), dr. van Jacob Jansz Cock (ORA Vlaardingen inv.55 fol.32v d.d. 21.11.1600)
6550 Dammis (Damis, Dammas) Jansz, wonende in het dorp Kethel (RA Kethel en Spaland inv.34: Arien Ariensz Coppert, periode 1586-1592), timmerman ald., schout ald., huurt 4 hont land in de cleijcampen bij de cleijnhoel gemeen in de noortkeetelpolder (OA Kethel inv.1154, betaalt voor de eerste maal huur op 22.2.1578, volgt daarmee zijn schoonvader Joris Cornelisz op), doneert in 1590 aan de collecte ten behoeve van armen, weduwen en wezen te Genève (ORA Kethel inv.76, anno 1590), overl. voor 3.10.1627, bezit bij zijn overlijden een huis in het dorp Kethel, 4 morgen 2 hond land in de hargpolder waarvan 10 hond geestelijk land, een obligatie sprekende op Jan Oim Dammisz, een obligatie op Jan Dammisz timmerman te Vlaardingen, een obligatie op Cornelis Pietersz Barchman, een obligatie op Joris Dammisz zaliger, is vader van Jan Dammisz alias Jan Oim, is vader van Jan Dammisz timmerman te Vlaardingen, is vader van een dochter gehuwd met Jan Jorisz Brouck, is vader van een dochter gehuwd met Pieter Pietersz Slooff, is vader van Joris Dammisz, is vader van Keuntgen Dammis (RA Kethel en Spaland inv.132, nr.12 fol.73, d.d. 3.10.1627), tr. met
6551 Crijntgen Joris, overl. voor 3.10.1627, dr. van Joris Cornelisz (OA Kethel inv.1154)
6556 Arijen Arijensz Coppert, wonende in het dorp Kethel (RA Kethel en Spaland inv.34: Arien Ariensz Coppert, periode 1586-1592), geb. ca. 1565 (RA Kethel en Spaland inv.84, nr.879 fol.259 d.d. 5.10.1605), windasmeester van het kerkwindas ald., koopt op 19.1590 een huis ald. (RA Kethel en Spaland inv.83, nr.241 fol.66 d.d. 1.5.1591; ibid. nr.583 fol.117, d.d. 13.12.1595), wordt op 12.5.1593 gedaagd door Dirck Jansz in verband met de koop van twee koeien (RA Kethel en Spaland inv.83, nr.351 fol.83 d.d. 12.5.1593), daagt op 23.6.1593 Claes Dammisz in verband met de koop van boter (RA Kethel en Spaland inv.83, nr.367 fol.86; ibid. nr.375 fol.87 d.d. 7.7.1593), daagt op 7.5.1597 Dirck Maertensz om de penningen te ontvangen van het windas (RA Kethel en Spaland inv.83, nr.646 fol.129 d.d. 7.5.1597), wordt op 2.7.1608 gedaagd door Pieter Cornelisz Verheul schout van Kethel voor betaling van een boete vanwege zijn mest die op de weg lag (RA Kethel en Spaland inv.84, nr.228 fol.56 d.d. 2.7.1608), wordt op 30.7.1608 gedaagd door Pieter Cornelisz Verheul in verband met leverantie van een lam (RA Kethel en Spaland inv.84, nr.238 fol.57v d.d. 30.7.1608), wordt op 5.11.1608 gedaagd door Cornelis Cornelisz Houck in verband met de koop van haver (RA Kethel en Spaland inv.84, nr.256 fol.61 d.d. 5.11.1608), wordt op 1.4.1609 tezamen met Grietgen Pieters gedaagd door Arijaen Jans huisvrouw van bode Dirck Maertens in verband met betaling van verteerde kosten (RA Kethel en Spaland inv.84, nr.281 fol.65 d.d. 1.4.1609), wordt op 1.4.1609 gedaagd door Grietgen Pieters weduwe van Jan Jansz in verband met het gebruik van 7 morgen land in noord-kethel (RA Kethel en Spaland inv.84, nr.287 fol.66 d.d. 1.4.1609), wordt op 13.5.1609 gedaagd door Huijbrecht Huijbrechtsz voerman voor betaling van arbeidsloon (RA Kethel en Spaland inv.84, nr.296 fol.68 d.d. 13.5.1609), wordt op 7.7.1610 gedaagd door Willem Arijensz van der Leij gehuwd met de weduwe van Willem Arijensz Jaen te Schiedam voor betaling van huurpenningen van de oudendijk (RA Kethel en Spaland inv.84, nr.361 fol.81 d.d. 7.7.1610), bekent op 28.10.1611 een schuld aan Joris Dammisz timmerman, waarvoor hij hypotheek geeft op zijn huis in het dorp Kethel belend ten oosten de schiedamseweg ten westen en zuiden Dammis Jansz schout van Spaland en ten noorden Cornelis Harpersz (RA Kethel en Spaland inv.91 nr.205 fol.164v d.d. 28.10.1611), wordt op 14.3.1612 gedaagd door Jan Willemsz wonende in Zuid-Maasland voor betaling van penningen over het weiden van drie hokkelingen (RA Kethel en Spaland inv.84, nr.458 fol.110 d.d. 14.3.1612), wordt op 1.2.1617 gedaagd door Vranck Willemsz waard in het dubbele cruijs te Schiedam voor betaling van een half vat bier met impost daarop (RA Kethel en Spaland inv.84, nr.554 fol.138v d.d. 1.2.1617), wordt aangeslagen voor de 1000e penning ald. (OA Schiedam inv.1444, 1622), wordt op 4.6.1625 gedaagd door Crijn Arijensz wonende in Kethel in verband met geleende penningen (RA Kethel en Spaland inv.84, nr.696 fol.181 d.d. 4.6.1625), draagt in 1629/1632 financieel bij aan de herbouw van de hervormde kerk ald. (J.H. Brakke, Bijdragen voor de bouw van de nieuwe hervormde kerk bijeengebracht in de jaren 1629/1632, Ons Voorgeslacht jaarboek 1956 p.21-24), tr. met
6557 Annetgen Korssen, dr. van Kors Cornelisz en Maritgen Lenerts (GAV RA Vlaardingerambacht inv.23 fol.205v d.d. 19.4.1593)
6580 Aert (Aerent) Thijssen (Tijssen, Mathijssen) 't Hoen, bekent op 17.11.1616 schuldig te zijn aan Cornelis Arensz Schram, stierman te Maassluis, een bedrag van 178 gulden in verband met de koop van zekere hoockerboot, door hem van Cornelis Arensz gekocht, waaraan hij verbindt zijn persoon en al zijn goederen (RA Maassluis inv.152 d.d. 17.11.1616), op 1.1.1634 verklaart Wouter Dominicusz, visser te Maassluis, ten overstaan van de weeskamer te hebben aangenomen Thijs Aertsz 't Hoen, nagelaten zn. van Aert Mathijssen 't Hoen, gewonnen bij Sara 't Hoens, beide overleden, in hun leven gewoond hebbende te Maassluis, dat hij Thijs met ingang van heden belooft te alimenteren en onderhouden voor de periode van 5 jaar, en waarbij hij genieten zal alle winst die Thijs gedurende deze 5 jaar ter zee varende of anderszins zal komen te winnen, en op zich zal nemen de perikelen en verliezen, en voorts de schulden tot 36 gulden ten behoeve van Thijs door Acht [sic] Pieters gemaakt, en waarbij Thijs bij voortijdig vertrek al zijn kleren zal moeten afstaan (RA Maassluis inv.3 fol.55v d.d. 1.1.1634), is vader van Mathijs ged. Maassluis (nederd. geref.) 20.10.1611, is vader van Pietertgen ged. Maassluis (nederd. geref.) 22.6.1614, is vader van Pietertgen ged. Maassluis (nederd. geref.) 23.2.1616, is vader van Tijs ged. Maassluis (nederd. geref.) 20.1.1619, is vader van Claes ged. Maassluis (nederd. geref.) 22.8.1621
6582 Leendert Gillisz van der Cade (van der Ka, van der Cae, van der Kade), wonende te Maassluis, kagenaar ald., schipper ald., marktschipper op Dordrecht ald., leeft 11.5.1637 (RA Maassluis inv.55 fol.53v d.d. 11.5.1637), koopt op 6.8.1621 van Engebrecht Pietersz Coudehoven, penningmeester van de zalmvisserij, Pieter Jansz Vervliet en Cornelis Mieusz Callusooch, alle participanten en eigenaars van de schuren, erven en toebehoren van de voornoemde zalmvisserij, en mede vervangende de mede-compagnons en mede-eigenaren van de voornoemde zalmvisserij, een leeg erf liggende bezuiden de haven te Maassluis, waarop door de koper een schuur getimmerd is naast een schuur van de verkopers (RA Maassluis inv.50 fol.118 d.d. 7.8.1621), op 13.3.1627 compareert Claes Meesz, scheepmaker te Maassluis, als borg voor Leendert Gillisz, schipper te Maassluis, om met deze cautie uit de arrest te lichten 171 lengten? (denkelijk een eenheid gebruikelijk in de scheepsbouw), Leendert Gillisz toebehorend, die door zekere Pieter Heijndricxz is gearresteerd, en belooft deze aan de schepenen te voldoen onder verband van zijn persoon en goederen, en belooft hij Leendert Gillisz schadeloos te houden (RA Maassluis inv.153 d.d. 13.3.1627), is op 22.7.1627 tezamen met Tijs Leendersz borg voor Cornelis Leendertsz Denick, koopman, voor betaling van een bedrag van 25 gulden aan Pieter Leendertsz, scheepstimmerman (RA Maassluis inv.153 d.d. 22.7.1627), verkoopt op 3.5.1629 voor een bedrag van 975 gulden aan Cornelis Melssen, wonende te Zierikzee, een kromstevenschuit, groot omtrent 12 lasten en oud omtrent 11 jaar, inclusief alle gereedschap (RA Maassluis inv.153 d.d. 3.5.1629), is op 12.12.1631 tezamen met Pieter Leendertsz, scheepstimmerman, borg voor Jacob Lambertsz inzake een een schuld aan Jacob Huijgen (RA Maassluis inv.153 d.d. 12.12.1631), verkoopt op 25.4.1634 voor een bedrag van 1050 gulden aan Tobias Pietersz den Jonge, koffervisser te Maassluis, een huis en erf staande en gelegen aan de zuidzijde van de noordvliet, met een zeker erf achter het zelfde huis gelegen, belend ten oosten Jacob Claesz, schuitvoerder, ten westen Krijn Heijndricxz, visser en ten zuiden zekere scheisloot en ten noorden de noordvliet (RA Maassluis inv.54 fol.123v d.d. 25.4.1634), op 18.6.1639 verkopen Sijmon en Claes Leendersz van der Cade en Maertge Leenderts van der Cade, weduwe van Pieter Arensz, alle kinderen en erfgenamen van Leendert Gillisz van der Cade, hun overleden vader, voor henzelf en vervangende Gillis en Gerrit Leendertsz van der Cade, hun broers, alsmede Sacharias Cornelisz getrouwd met Trijntge Leenders van der Cade, hun zuster, en Adriaen Pietersz Maerlevelt als mede testamentaire voogd van de minderjarige kinderen van Leendert Gillisz van der Cade, aan Pieter Leendersz van der Werve, scheepstimmerman te Maassluis, een custingbrief ten laste van Tobias Pietersz de Jonge, koffervisser, voor de som van 786 gulden d.d. 25.4.1634 (RA Maassluis inv.55 fol.131v d.d. 18.6.1639), op 1.3.1641 compareren Adriaen Pietersz Maerlevelt en Willem Lambrechtsz Bogaert, schepenen te Maassluis, als testamenteurs van het testament van zaliger Leendert Gillisz van der Cade, die tot laste van Pieter Jansz Mekint verwerven een huis en erf met alles wat daar aard- en nagelvast aan, op en in is, staande en gelegen in de smitssteeg, belend ten oosten de steeg, ten zuiden de huizinge van Jan Dircxz Blockmaecker, ten westen zeker straatje, ten noorden Gijsbrecht de Lange c.s., welk goed ter veiling is aangeboden en is verkocht aan Sijmon Dijertsz van Hogeveen voor de som van 825 gulden (RA Maassluis inv.56 fol.26v d.d. 1.3.1641), laat op 20.10.1638, als aanvulling op het testament van hem en zijn vrouw opgesteld door Willem van Assendelft notaris in Delft op 11.1.1636, vastleggen dat Gerrit Leendersz, zijn zoon, toekomt de oude kaag met zijn gereedschap en toebehoren (ONA Maassluis inv.2 no.151 d.d. 20.10.1638), is vader van Leentgen ged. Maassluis (nederd. geref.) 22.5.1611, is vader van Jan ged. Maassluis (nederd. geref.) 21.11.1612, is vader van Sijmon ged. Maassluis (nederd. geref.) 15.6.1614, is vader van Maertgen ged. Maassluis (nederd. geref.) 24.7.1616, is vader van Jan ged. Maassluis (nederd. geref.) 22.11.1620, is vader van Sara ged. Maassluis (nederd. geref.) 12.8.1623, tr. met
6583 Arijaentgen Gerrits, overl. voor 20.10.1638
6584 Lenaert Philipsz, baljuw en schout van De Lier (zie huwelijkse voorwaarden bij het tweede huwelijk van zijn echtgenote), tr. met
6585 Beli Adrijaens, wonende op de hoeff in De Lier, otr. 2e De Lier 25.4.1591, tr. ald. (nederd. geref.) 12.5.1591 met Huijbrecht Pietersz, jongman van Naaldwijk
6586 Jan Sijmonsz (Simonsz) Hoochstadt, schepen van Vlaardingerambacht (1621, 1632), aangeslagen voor de 1000e penning ald. (OA Schiedam inv.1443, anno 1622), aangeslagen voor de 200e penning ald. (OA Schiedam inv.1447, anno 1628; inv.1449, anno 1631; inv.1450, anno 1635), transporteert op 29.6.1632 namens de erfgenamen van zijn schoonouders een rentebrief sprekende op Arijen Claesz Dorp in dato 10.3.1613 (RA Vlaardingen inv.148, fol.121v, d.d.29.6.1632), zoons Pieter Jansz en Claes Jansz constitueren hun vader Jan Simonsz Hoochstadt om gifte te geven aan Cornelis Dircxz in verband met hun erfdeel in de helft van 4 morgen land in het noordeinde van Berkel, hen aanbestorven door hun moeder Trijntgen Aelbrechts (RA Vlaardingen inv.148, d.d.13.5.1636), overl. voor 1638 (OA Schiedam inv.1451), vader van Pieter Jansz Hoochstadt, vader van Claes Jansz Hoochstadt, vader van Jannetge Jans Hoochstad getrouwd met Dirck Heijndricksz Verbrugge (ONA Schiedam inv.760 blz.57 d.d. 10.5.1658), vader van Maertge Jans Hoogstadt (ONA Schiedam inv.760 blz.57 d.d. 10.5.1658), is broer van Cornelis Sijmonsz (RA Zouteveen inv.18 nr.75 fol.65v d.d.13.4.1639), broer van Annitgen Sijmons gehuwd met Cornelis Jansz den Boer wonende in de noordbuurt (thans Negenhuizen) in het ambacht Zouteveen (RA Zouteveen inv.18 nr.26 fol.20v d.d. 25.8.1632), mogelijk broer van Jannetge Sijmons weduwe van Vranck Doesen (RA Zouteveen inv.19 nr.26 fol.19v d.d. 16.11.1654), tr. met
6587 Trijntgen Aelbrechts, dr. van Aelbrecht Arentsz en Neeltgen Jans (RA Vlaardingen inv.148, fol.121v, d.d. 29.6.1632)
6588 Adam (Aem) Cornelisz, verkoopt op 12.5.1608 aan Dirck Maertensz zekere huizinge en erf met al hetgeen daar aard- en nagelvast aan is, staande en liggende in het westeinde van het dorp De Lier, belend ten zuiden de lijer heerewech, ten noorden de nieuwe lijer molensloot van de lijer hooftmolen, ten oosten Crijn Roocken met huis en erf en Willem Cornelisz Schipper met een erf, en ten westen Jan Pietersz Cuijper met huis en erf en Jan Heijndrickxs Smith met een erf (RA De Lier inv.1 fol.79v d.d. 12.5.1608), verkoopt op 7.5.1612 aan Hubrecht Ariaensz 246 roeden en 6 voet eigen land, liggende in het ambacht van De Lier, belend ten oosten Ariaen Cornelisz, ten noorden verkoper, ten zuiden en westen de heerenwech (RA De Lier inv.1 fol.103 d.d. 7.5.1612), tr. De Lier (nederd. geref.) 16.4.1589 met
6589 Thrintgen Jacobs
6624 Jan Cornelisz Vinck, kerkmeester te Zoelmond, schepen van Beusichem en Zoelmond, mogelijk verwant aan Cornelis Cornelisz Vinck gehuwd met Maria Laurens, dr. van Mr Laurens Adriaensz van Laeckevelt, die bekent schuldig te zijn aan de edele Cornelis Zebrechtsz, tegen een jaarlijkse rente van 7 gulden, te betalen uit een boomgaard met 3 morgen land daarachter, liggende in de gerechte van Beusichem, belend door Claes Jansz van Aefferden aan de ene zijde en Dirck Melisz, Aert van Baden en Aert Verlaer aan de andere zijde (RA Beusichem inv.214 fol.275 d.d. 30.4.1608), is mogelijk verwant aan Geertien Cornelis Vincken gehuwd met Adriaen Jordensen, Cornelis en Adriaen Cornelisz Vinck zich sterk makende voor Adriaentgen Cornelis hun impotente zuster, die met schriftelijk consent van jonkheer Philips van Stelant, drossaart van het graafschap Buren d.d. 11.5.1612 op 17.5.1627 transporteren aan Aert Dircksen Verlaer, burger te Culemborg, 5 akkers bouwland in de gerichte van Beusichem ter weijde gelegen aan het einde van de boomgaard van de verkopers, belend door Maria Gerrits en Meth van Noort aan de ene zijde en Aert Verlaer en Wijn Cornelis aan de andere zijde (RA Beusichem inv.215 fol.92v d.d. 17.5.1627), is mogelijk verwant aan Cornelis Cornelisz Vinck die verwant is aan Peter Jordensz (RA Beusichem inv.218 fol.52v d.d. 15.5.1639), handelt op 20.1.1632 als oom van de nagelaten kinderen van zijn zuster, die niet met name genoemd wordt, aangaande het verstrekken van een lening aan Jan Anthonisz (RA Beusichem inv.215 fol.159 d.d. 20.1.1632), bekent op 9.9.1633 schuldig te zijn aan Rombout Munter, secretaris te Buurmalsen en Tricht, een jaarlijkse losrente van 20 gulden, te betalen uit zekere boomgaard met omtrent 7 1/2 hondt land daar ten einde aan gelegen in de kerspel van Buurmalsen op den hoogenspijck, belend ten oosten de abdij van Mariënweert, ten zuiden de gemeente, ten westen Cornelis Jansz Wijck en ten noorden de graaf van Buren (RA Buurmalsen inv.299 fol.126 d.d. 9.9.1633), wordt op 10.11.1640 genoemd in het testament van Aert Willemsz, jongman tot Zoelmond, die bij hem inwoont (RA Beusichem inv.218 fol.87v d.d. 10.11.1640), koopt op 17.6.1642 van jonkheer Ghijsbert Pieck van Tienhoven een morgen bouwland gelegen op Beusichem in de voorcop, belend door de kinderen en erfgenamen van zaliger Aert Thonisz aan de ene zijde en de erfgenamen van zaliger Jacob Jacobsz aan de andere zijde, alsmede een weikamp gelegen op Beusichem op de monicampen, groot omtrent 1 1/2 morgen, belend door Jan Thonisz Verkerck aan de ene zijde en jonkheer Deverden aan de andere zijde, alsmede een weikamp gelegen in de monickampen groot omtrent 11 hondt, belend door Hermen Roelofsz aan de ene zijde en Jan Thonisz Verkerck aan de andere zijde, alsmede 2 akkers bouwland liggende op Zoelmond in het achterste coepadt, groot omtrent 1 1/2 morgen, belend door Handrick Dircksen van Pothuijsen aan de ene zijde en Dirck Sam c.s. aan de andere zijde (RA Beusichem inv.218 fol.122v d.d. 17.6.1642), verkoopt op 17.6.1642 aan Handrick Jerphaesz Verlee een weikamp land groot omtrent 11 hondt gelegen op Beusichem op de monicampen, belend door Hermen Roelofsz aan de ene zijde en Jan Jansz Verlee aan de andere zijde (RA Beusichem inv.218 fol.123 d.d. 17.6.1642), compareert op 15.5.1643 als oom en voogd van Jan Geritsz, geassisteerd met zijn moeder Pluen Jans en Jan Aerts, haar tegenwoordige man, die bekennen schuldig te zijn aan Daniel Jansz Dorpels een som geld van 250 gulden, verbonden aan 8 hont land gelegen op Tricht in de stijlweert, belend ten oosten de kerk ald., ten zuiden den zantschen dijck, ten westen hij Jan Geritsz, en ten noorden de middelwech (RA Buurmalsen inv.300 fol.46 d.d. 15.5.1643; in de marge valt te lezen dat de schuld is afgelost op 24.5.1665), compareert op 30.4.1644 als oom en voogd van Jan Gerritsz, zijn broers zoon, en mede geassisteerd met Jan Aertsen van Wadenoijen, getrouwd met de moeder van het kind, en bekent schuldig te zijn aan Ghijsbert Cornelisz van Everdingen een jaarlijkse rente van 12 gulden, te betalen uit omtrent 8 1/2 hondt bouwland gelegen in de soelmonder maet, waar de wederhelft voornoemde Ghijsbert van Everdingen toebehoort, alsmede 8 hont bouwland in dezelfde maet gelegen, belend ten oosten en noorden Jan Cornelisz Vinck (RA Beusichem inv.218 fol.168 d.d. 30.4.1644; in de marge valt te lezen dat de schuld is gelost op 10.2.1665), koopt op 20.6.1644 van Willem Ghijsbertsen van Bemmel 1/2 morgen bouwland gelegen in de maet op Zoelmond, belend ten oosten Adriaen Jansen Goes, ten zuiden en westen de koper en ten noorden kapitein Wolff den Jongen (RA Beusichem inv.218 fol.177 d.d. 20.6.1644), koopt op 26.1.1646 van Handrick Aerts van der Sluijs 7 hondt bouwland gelegen op Zoelmond, belend door de weduwe van Jacob Willemsz aan de ene zijde en Hermen Jansen Vogelpoel aan de andere zijde (RA Beusichem inv.218 fol.218 d.d. 26.1.1646), koopt op 25.6.1649 van Jan Dircksen Schakel twee deel van 6 1/2 hondt bouwland gelegen op Zoelmond in de maet gemeen met Metgen Willems, belend door de weduwe van zaliger Jerphaes Dircksen Knobbout aan de ene zijde en de weduwe can Joost Maesen Smith aan de andere zijde (RA Beuschiem inv.218 fol.357 d.d. 25.6.1649), verkoopt op 17.8.1651 aan Adriaentgen Willems, weduwe van zaliger Lambrecht Huijbertsz van Schaeijck, een jaarlijkse losrente van 15 gulden ter lossing van een som van 300 gulden, waaraan hij verbindt 1 1/2 morgen weiland gelegen op Beusichem opp de monicampen, belend ten oosten de comparant, ten zuiden Adriaen Jansen Verlee, ten westen de dwars kae en ten noorden Geertruijda van Noort (RA Beusichem inv.219 fol.81 d.d. 17.8.1651), transporteert op 7.6.1665 tezamen met zijn vrouw Haesken Jans aan Willem Dirckxz de Cruijff, schepen te Buurmalsen en Tricht, 8 morgen 2 hond wei- en bouwland gelegen te Buurmalsen aan de broeckstege, belend ten oosten de gemene weteringe, ten zuiden zijne Hoogheid, ten westen de broeckstege en ten noorden de heer rentmeester Haeghman (RA Buurmalsen inv.302 fol.213 d.d. 7.6.1665), otr. Beusichem (nederd. geref.) 14.6.1658, tr. ald. (nederd. geref.) 27.6.1658, dan wonende te Zoelmond en weduwnaar van Emmeken Goes, met Haesken Jans van Egelshoven, weduwe van Cornelis Jacobsz Wit, wonende te Beusichem, tr. met
6625 Emmeken Anthonis Goes, mogelijk een zuster van Crijn Toenise Goes (RA Beusichem inv.174 fol.188 d.d. 8.2.1630), mogelijk een dr. van Thonis Cornelisz Goes (RA Beusichem inv.214 fol.331 d.d. 31.10.1609; ibid. inv.173 d.d. 8.12.1612; RA Buurmalsen inv.297 48v d.d. 30.1.1619)
6626 Adriaen Jansz Verlee, zn. van Jan Adriaensz Verlee en Margaretha Hermen Coels, koopt op 26.10.1642 van Jan Imertsen 1/2 morgen bouwland gelegen op Zoelmond genaamd de maetgens, belend door de weduwe en erfgenamen van zaliger Aert Jansz Verkerck aan de ene zijde en den poth? tot Culemborg aan de andere zijde (RA Beusichem inv.218 fol.127 d.d. 26.10.1642), compareert op 17.3.1643 als man en voogd van Emmeken Jelis Jansen Verkerck, voor de ene helft, en Jannegen Jelis zijn schoonzuster, voor de nadere helft, bezitter van de huizinge en hofstad gekomen van Jelis Jansen Verkerck in de gansesteegh, om gerechtelijke uitleiding te doen van de gezamenlijke kinderen van zaliger Jan Jelisz Verkerck, uit krachte van testament door Jelis Jansen, hun vader en schoonvader, voor schout en thijngenoten gepasseerd (RA Beusichem inv.175 d.d. 22.3.1643; op 17.3.1643 worden de kinderen van Jan Jelisz Verkerck en Berntgen Harmens vervolgens uitgeleid, waarbij wordt verwezen naar huwelijkse voorwaarden d.d. 1.6.1617 tussen Jan en Berntgen, waarin Jelis eveneens wordt genoemd), ontvangt op 14.4.1643 van Handrick Cornelisz Hou Niet, geassisteerd met Willem Cornelisz zijn broer, 6 1/2 hondt weiland ter aflossing van zijn schulden, gelegen op Beusichem op de monnicampen (RA Beusichem inv.218 fol.137 d.d. 14.4.1643), koopt op 4.5.1646 van jonkheer Ansem van Deverden van Voort en joffrouw Angnita van Lauwick 4 morgen 2 hont weiland gelegen in de monicampen, belend (ten oosten) Geertruijt van Oort, ten noorden Jan Handricksz van Zoelen en Melis Claesz, ten zuiden Jan Cornelisz Vinck en ten westen de trichsche cade (RA Beusichem inv.218 fol.222 d.d. 4.5.1646), tr. met
6627 Emmeken (Emmegen, Emken) Jelis Verkerck, dr. van Jelis Jansz Verkerck en Jantgen Huijbers
6628 Michiel Jacobsz, jongman wonende te Delft in de nickersteech, linnenwever en tijkwever ald., afkomstig uit Vlaanderen in het land van Aalst (poorterboek Delft 16.6.1618, borg Michiel Cornelisz Cuijper in de molslaen), hij en zijn eerste vrouw worden vermeld in het weesboek te Delft op 25.9.1621 in verband met het overlijden van Ingetgen Michiels en haar nagelaten dochter IJefgen, waarbij tot de nagelaten goederen worden gerekend het huis en erf staande en liggende aan de noordzijde van de molslaen te Delft, een waarbrief d.d. 19.4.1575 ten behoeve van Michiel Cornelisz, kuiper, die met zijn kinderen, allen mondig, broers van de overleden Ingetge, het huisje alsmede verdere goederen overgegeven heeft aan Michiel Jacobsz, ter onderhoud van Michiel Cornelisz voornoemd testamentair vastgelegd op 1.4.1619 en 27.6.1619, doch is Michiel Cornelisz tussentijds overleden, waardoor het goed in eigendom is gekomen van Michiel en Ingetgen, en de woning nadien verhuurd is aan Thonis Hermansz, mandemaker, die de huur voldaan heeft tot mei 1622, en verder 20 gulden die Michiel Jacobsz ontvangen heeft in verband met het overlijden van Ingetgen, alsmede aanwezig gereedschap, kleren van Ingetgen, kinder- of kraamgoed, kleren van Michiel Jacobsz, kleren van Michiel Cornelisz zaliger, alsmede goederen in de kamer, keuken, ijzerwerk, koperwerk, bijkeuken, geld, en schulden (ONA Delft inv.1585 fol.353 d.d. 18.9.1621), is vader van Eva ged. Delft (neder. geref.) 3.3.1621 (de moeder Ingetge Michiels, get. Anna Michiels, Gerrit Michielsz), is vader van Ingetge ged. Delft (nederd. geref.) 17.11.1622 (de moeder Grietge Heijndricx, get. Gerrit Michielsz, Anna Dircx, Neeltge Jans), is vader van Jacob ged. Delft (nederd. geref.) 29.10.1628 (de moeder Grietge Jacobs, get. Gerrit Aelbrechtsz, Jan Jansz, Neeltge Corstiaens, Maertge Claes), otr. 1e Delft (nederd. geref.) 10.6.1618, tr. ald. (neder. geref.) 10.6.1618 met Ingetgen Michiels, jongedochter van Delft wonende in de molslaen, overl. Delft 18.8.1621, dr. van Michiel Cornelisz Cuper, tr. ald. (nederd. geref.) 6.2.1622 met Grietge Lenaerts, weduwe van Jan Cornelisz, linnenwever, wonende aan de nieuwe langendijck, begr. Delft (nederd. geref.) 10.4.1624, tr. met
6629 Grietge (Margrieta) Jacobs, dr. van Jacob Florisz en Aeltgen Rijcken, otr. als jongedochter van de turfmarkt te Delft (nederd. geref.) 30.10.1616 met Aelbrecht Aelbrechtsz Molenaer, jongman van Delft in de vlamingstraet, molenaar ald., begr. Delft (nederd. geref.) 11.8.1624 (dan wonende bij de haagpoort), zn. van Aelbrecht Aelbrechtsz de Molenaer, waaruit Jacob ged. Delft (nederd. geref.) 1.4.1618 (get. Cornelis Jacobsz, Maertje Jans), waaruit Trijntge ged. Delft (nederd. geref.) 26.5.1619 (get. Adriaen Teunisz, Maertgen Aelbrechts, Neeltgen Corstiaens), waaruit Aeltgen ged. Delft (nederd. geref.) 4.11.1620 (get. Cornelis Jacobsz, Eva Jans), waaruit Aeltgen ged. Delft (nederd. geref.) 11.9.1622 (get. Cornelis Jacobsz, Lijsbeth Jans)
6630 Dirck (Dirick) Huijbertsz Sam, wonende te Beusichem, buurmeester te Beusichem, schepen en substituut-schout van Beusichem en Zoelmond, overl. 1664, zn. van Huijbert Sam en Jantgen Suermonts, heeft in het jaar 1609 een handgemeen met Cornelis Willemsz den Cleijnen (RA Beusichem inv.173 d.d. 20.9.1609), bekent op 18.3.1611 schuldig te zijn aan Cornelis Cornelisz Verkerck een bedrag van 12 gulden 10 stuivers (RA Beusichem inv.215 fol.75 d.d. 18.3.1611; akte niet afgemaakt), op 28.10.1613 verklaart Aert Jansz Verkerck den Jongen dat hij in de zomer van dat jaar ten huize is geweest bij zijn buurman Dirck Sam vanwege het omhalen (trecken) van een lindeboom tussen hun beider hofsteden, doch dat zowel Dirck als zijn vrouw niet thuis waren en dat hij slechts hun dienstmaagd heeft kunnen spreken (RA Beusichem inv.173 d.d. 28.10.1613; zie ook overeenkomst d.d. 19.11.1613), bekent op 7.12.1616 schuldig te zijn aan Heijlken Gobels, weduwe van wijlen Jacop de Groot, wonende te Zaltbommel, een jaarlijkse rente van 12 gulden, gaande uit een perceel land gelegen te Beusichem in de legeweert, belend ten oosten de legeweertsche graeff, ten zuiden Gijsbert Gijsbertsz, ten westen den groenen wech en ten noorden de heren van St Jans te Utrecht (RA Beusichem inv.215 fol.222 d.d. 7.12.1616; in de marge valt te lezen dat de schuld is gelost op 26.2.1638), koopt op 15.11.1617 tezamen met zijn broer Jelis van Frederick de Man en zijn vrouw Maria van Bueren 4 1/2 morgen land, vanouds genoemd de selmer, gelegen in in het land van Buren aan de beusichemse broeck, belend ten oosten de kinderen van kapitein Liefkint, ten zuiden Henricxke weduwe van zaliger Thuenis Aerts, ten westen Diricx de Mee? en ten noorden de beusichemse broecksteech (RA Beusichem inv.216 d.d. 15.11.1617; in de akte worden de broers zonder familienaam vermeld maar een latere vermelding maakt duidelijk dat het hier om de broers Jelis en Dirck Sam gaat), op 3.8.1621 compareert Aert Jansz Verkerck den Jongen die zichzelf als borg heeft geconstitueerd voor de schade die de varkens van Dirck Sam en Theunis Henricxz Smith gedaan hebben in het koren of de wei van Cornelis Aertsz te Beusichem die hij van Gijsbert de Trommelslager gekocht heeft (RA Beusichem inv.174 fol.61v d.d. 3.8.1621), koopt op 26.7.1622 van Dirck Anthonisz zekere huizinge staande te Beusichem aan de marckt tussen de huizinge genoemd de swaen en de huizinge genaamd de vergulde helm toebehorend aan de koper, met de berg staande op hetzelfde erf, alsmede de put staande op de grond van Theunis Henricxz Smith die volgens schriftelijk bewijs toebehoort aan Dirck Theunisz, en waarbij Dirck Sam in erfmangeling aan Dirck Theunisz transporteert 5 1/2 hont land met het gewas daarop staande, gelegen achter de kerk te Beusichem en genoemd lijs brouwers hoff, gelegen naast goed van Jan Theunisz Verkerck den Jongen en goed van Steven Florisz van Spithoven (RA Beusichem inv.216 d.d. 26.7.1622), compareert op 21.3.1624 tezamen met Jan Tonisz Verkerck, voor henzelf en als gemachtigden van Elisabet Thonis Verkerck en Anna Huijberts, hun respectievelijke vrouwen, volgens procuratie voor schepenen van Beusichem en Zoelmond gepasseerd op 10.3.1624, transporteren aan Jacob Gerritsz omtrent 3 hondt land gelegen in de kerspel van Buurmalsen op de legen spijck genaamd gerrit jansz hoff, belend ten oosten de groenesteech, ten zuiden Ewalt Jansz, ten westen Jan Cornelisz Folckens en ten noorden de lammersteech (RA Buurmalsen inv.298 fol.31v d.d. 21.3.1624), bekent op 19.4.1626 schuldig te zijn aan Heijlken Gobels, weduwe van zaliger Jacob de Groot, wonende te Zaltbommel, een jaarlijkse losrente van 6 gulden 5 stuivers, waaraan hij verbindt 3 morgen land genaamd den grooten acker, onder Beusichem in het coepath gelegen, naast goed van Anthoni van Delwijnen, schout, en goed van Henrick Willemsz, en strekkende aan een eind tot de achterstraet (RA Beusichem inv.216 d.d. 19.4.1626; in de marge is te lezen dat de som is afgelost op 3.1.1644), bekent op 5.1.1629 schuldig te zijn aan Lambert Huijbertsz van Schaijck, een jaarlijkse losrente van 21 gulden 17 stuivers 2 oort, waaraan hij verbindt zijn huizinge en hoffstadt waar hij tegenwoordig op en in woont, staande en gelegen te Beusichem aan het merckevelt, belend aan beide zijden door Aert Jansen Verkerck den Jongen (RA Beusichem inv.216 d.d. 6.1.1629; in de marge valt te lezen dat de som is afgelost op 25.3.1663), bekent op 16.9.1637 schuldig te zijn aan Huijbert Aertsz van Baden een jaarlijkse losrente van 31 gulden 5 stuivers, waaraan hij verbindt 4 1/2 morgen land gelegen aan de broecksteegh, genoemd den selmer, gemeen met Jelis Sam, gelegen naast goed van kapitein Aert Petersz Lijefkijnt en goed van Jan Henricksz van Soelen, en strekkende aan een eind tot de broecksteegh, alsmede een akker van 1 1/2 morgen in het coepath, gelegen naast goed van Joost Cornelisz van Maurick en goed van de erfgenamen van Hendrick Willemsz (RA Beusichem inv.217 d.d. 16.9.1637; in de marge valt te lezen dat de som is afgelost op 30.9.1642), transporteert op 6.2.1638 aan de nagelaten kinderen van zaliger Jan Huijbertsz en Dirckgen Aerts twee akkers bouwland, groot omtrent 1 morgen, gelegen in den legen weert, belend door goed van Ghijsbert Coenen en goed van Handrick Jerphaessen (RA Beusichem inv.218 d.d. 6.2.1638), transporteert op 24.6.1638 aan Handrick Jerphaessen 2 hont bouwland, gelegen in de lege weert op Beusichem, gelegen naast goed van de erfgenamen van Ghijsbert Ghijsbertsz en goed van de graaf van Buren (RA Beusichem inv.218 d.d. 24.6.1638), ontvangt op 29.10.1638 tezamen met zijn broer Jelis Sam in erfpacht van jonkheer Philips van Stelant, heer in Grisenoort, drossaard van het graafschap Buren, zeker erf en grond zoals dat tegenwoordig afgegraven is op Beusichem aan de heul, genaamd den boeve camp, mits dat zij tot hun last nemen de meer daaraan gehorend, belend aan beide zijden de voornoemde meer, voor een jaarlijkse erfpacht van 10 gulden (RA Beusichem inv.218 d.d. 29.10.1638), bekent op 3.5.1639 schuldig te zijn aan Otto Roeloffsen een jaarlijkse losrente van 9 gulden 7 stuivers, betaald uit 10 hont bouwland gelegen op Zoelmond in het coepadt, belend ten oosten burgemeester van Lingen zijn erfgenamen, ten zuiden de sijlgraeff, ten westen secretaris Dirck Anthonisz en ten noorden jonkheer Pieck (RA Beusichem inv.218 fol.51 d.d. 3.5.1639), is op 9.11.1644 tezamen met Jan Thonisz Verkerck en Alert Sam borg voor Jan Sam, gerichtsbode te Beusichem (RA Beusichem inv.218 d.d. 9.11.1644), transporteert op 6.12.1644 aan Jerphaes Pietersen Muijswinckel 3 morgen weiland, gemeen met Jelis Sam onder Beusichem, genaamd de selmer, gelegen naast land van Adriaen Brantsen van Wanten en aan de andere zijde de meer aan het goed gehorende (RA Beusichem inv.218 d.d. 6.12.1644), bekent op 10.1.1651 schuldig te zijn aan Huijbert Aertsz van Baden, burger van Culemborg, de som van 800 gulden, waaraan hij verbindt 10 hondt bouwland gelegen op Zoelmond in het coepath, belend ten oosten de weduwe en erfgenamen van burgemeester van der Lingen tot Utrecht, ten zuiden de bangraeff, ten westen Claes Gerritsz van Everdingen, ten noorden Jan Cornelisz Vinck, alsmede zijn huizinge en hofstad staande en gelegen in het dorp van Beusichem, belend door Cornelis Jansen van den Bergen aan de ene zijde en de comparant zelf aan de andere zijde (RA Beusichem inv.219 fol.35 d.d. 10.1.1651), bekent op 2.6.1660 schuldig te zijn aan de heer Johan van Buijtendijck een jaarlijkse losrente van 18 gulden over een som van 300 gulden, waaraan hij verbindt zekere kamp weiland gelegen op Beusichem op de otterputten, groot omtrent 2 morgen, gelegen naast goed van de graaf van Buren en goed van Willem Florisz, wijnkoper te Culemborg (RA Beusichem inv.219 d.d. 2.6.1660; in de marge valt te lezen dat de som is afgelost op 13.6.1666), op 21.10.1661 laat Jannetge Dircx Sam, bejaarde vrijster wonende te Delft buiten de schoolpoort haar testament opstellen, waarbij zij nomineert en institueert de kinderen van Otje Dircks Sam bij haar man Aernout Jansz van den Berch, woonachtig te Beusichem in het land van Buren, de kinderen van Aeltge Dircx Sam bij haar man Jan Carel, wonende te Delft in de houthaeck, de kinderen van Heijndrickgen Dircx Sam en haar man Aerjaen Westrick, bode te Delfshaven, de kinderen van Maria Dircx Sam bij haar man Jacob Michielsz van den Eijnden, wonende te Delfshaven, en de kinderen van Josijntge Dircx Sam en haar man Joris Pietersz Maeswinckel, die zullen erven de tocht in de goederen die Jannetge nalaat, en waarbij Joosges kinderen (bedoeld zal worden Josijntge Dircx Sam) een akkertje teelland gelegen te Beusichem naast het land van Joosgen zal worden aangerekend voor de som van 800 gulden, en waarbij zij voorts legateert aan haar zusters zoons die de naam Dirck dragen en dochters die de naam Lijsbeth dragen de som van 100 gulden, en voorts de kasse met haar verdere meubelen, kleren en juwelen zulen komen op haar zusters die op haar overlijden nog in leven zijn en bij hun vooroverlijden aan hun dochters zullen toekomen, en waarbij hun zoons zullen worden uitgesloten, en waarbij als voogden over de minderjarige erfgenamen zullen worden aangesteld de heer Diderick Meerman, ridder en oud-burgemeester van de stad Delft en hoogheemraad van Delftland, en de heer Frans Meerman, kapitein der stad Delft, en bewindhebber van de Oostindische Compagnie (ONA Delft inv.1852 fol.239 d.d. 21.10.1662), tr. met
6631 Elisabet (Lijsken) Thonis Verkerck, dr. van Thonis Cornelisz Verkerck den Ouden en Joosgen Tonis
6634 Daniel Gerbrandus Schagen, dominee te Lopik (1619-1649), in de periode 1635-1637 gedetacheerd bij de hervormde gemeente te Pernambuco in Brazilië op kosten van de Kamer Amsterdam van de West-Indische Compagnie (Utrechts Archief, Inventaris van het archief van de Nederlandse Hervormde classis Utrecht 1619-1959 (1976), inv.257), broer van Jan Gerbrandsz van Schagen tr. Wijk bij Duurstede 28.9.1614 met Adriaentgen Jans die Kemp, broer van Albert Gerbrantsz Schagen tr. Wijk bij Duurstede april 1618 met Merrigje Koenraads, broer van Elisabeth Gerbrants Schagen tr. Wijk bij Duurstede 1.10.1620 met Arnoldus ab Hel, broer van Gualterus (Wouter) Gerbrandi Pomeranus Schagen predikant te Leur tr. Wijk bij Duurstede september 1614 met NN, mogelijk oomzegger van Albert Jansz Schagen die aanvankelijk schoolmeester is te Rotterdam, daarna predikant is te Heukelum (1591-1593) en vervolgens predikant is te Leerdam (1593-1594), mogelijk oomzegger van Cornelis Jansz Schagen afkomstig van Brielle wonende in Delft die tr. Rotterdam (gerecht) 27.8.1589 met Heijltgen Willems, zn. van Garbrandus Schagen en Agata Wouters, is vader van Gerbrandus ged. Lopik (nederd. geref.) 21.9.1621 (get. Jan Gerbransz Schagen, Daniel Wijckentoorn, Agatha Wouters), is vader van Agata ged. Lopik (nederd. geref.) 21.9.1634 (get. Johan van der Snel, Adriaen Harmensz, Rijckgen Snel), op 25.10.1633 bekent Daniel Wijckentoorn, gewezen schout van Aalsmeer, dan wonende te Leiden, een schuld van 100 gulden aan zijn schoonbroer Daniel Schagen, predikant te Lopik (ONA Leiden inv.259 fol.59 d.d. 25.10.1633), op 24.3.1634 laat Daniel Wijckentoorn testamentair vastleggen dat hij schuldig is aan zijn schoonbroer dominee Daniel Schagen een bedrag van 600 gulden voor zijn goede getrouwe diensten en behulpzaamheden die hij aan hem heeft betoond en bewezen (ONA Leiden inv.260 fol.67 d.d. 24.3.1634), op 27.5.1655 bekennen de heer Johan Schagen, burgemeester van Wijk bij Duurstede voor 1/5 deel, Cornelius van Leeuwen, dominee te Boskoop, gehuwd met juffrouw Elisabeth Schagen voor 1/5 deel, mede voor de heer Aelbert Schagen, burger te Amsterdam voor 1/5 deel, en juffrouw Lydia Schagen mede voor 1/5 deel, de kinderen van wijlen dominee Daniel Schagen, in zijn leven predikant te Lopik, waar moeder van was juffrouw Cornelia Wijckentoorn, ook voor 1/5 deel, tezamen erfgenamen ab intestato van wijlen dominee Gualterus Pomeranus, in zijn leven predikant op de Leur, en Valentin Jacob, burger te Wageningen, gehuwd met Johanna Elbers voor 1/6 deel, dominee Cornelius Corstius, predikant te Helmond, mede voor 1/6 deel, met dominee Georgius Corstius, predikant te Rotterdam, de heer Nathanael Corstius, burger te Deventer, juffrouw Hester Corstius gehuwd met de heer Nicolaes Keer, burger te Emmerick, en juffrouw Johanna Corstius gehuwd met de heer Joost Keer, ook burger te Emmerick, zijn broeders en zusters die hij in dezen vervangt, de heer Reijnier Mom, burger te Wijk bij Duurstede als man en voogd van juffrouw Cornelia van Ouvermeer voor 1/6 deel, Mr. Steven Walen, schoolmeester te Wouw, voor hemzelf en vervangende Catherie Barbeeck jongedochter, Maijken Claes nagelaten dochter van Niclaes Cornelissen, waar moeder van was Margriete Barbeeck zaliger, en Steven Barbeeck, tezamen mede voor 1/6 deel, alsmede voor 4/6 deel voor de kinderen van wijlen Elbert Cornelissen, burger te Arhem waar moeder van was Luijtien [niet ingevuld], ook voor 1/6 deel, en Godefridus Elbertidis in zijn leven predikant tot Velp, waar moeder van is juffrouw Theodora Petri, mede voor 1/6 deel, tezamen erfgenamen van wijlen Anna Cornelis Elbers, nagelaten weduwe van dominee Gualterus Pomeranus, laatsts huisvrouw van dominee Lambertus de Rijcke, predikant te Bergen op Zoom, dat dominee Lambertus de Rijcke aan de comparanten heeft overgeleverd alle obligatiën, rentebrieven, actien en kredieten, als andere bescheiden van erfgoed, huis, hof, volgens zekere staat en inventaris in het jaar 1631 door juffrouw Anna Cornelis Elberts (ONA Bergen op Zoom inv.136 fol.23 d.d. 27.5.1655), tr. Leiden (nederd. geref.) 9.10.1620 met
6635 Cornelia Wijckenthoren, jongedochter van Leiden
6648 Gillis (Gilles) Arijensz (Arentsz) Manneken (Mannetgen, Mannetge, ‘t Manneken), koopman te Vlaardingen, constitueert op 14.12.1652 Franchois Bogaert procureur te Delft tegen Maerten Arentsz Nederdijck te Vlaardingen (ORA Vlaardingen inv. 149), constitueert in 1640/1641 Huijbrecht van Adrichem tegen Pieter Jansz Coppert en Jan Jacobsz Suijcker beide wonende te Vlaardingerambracht (ORA Vlaardingen inv.148 fol.173, ongedateerd), behoort in 1652/1653 tot de weerbare mannen van Vlaardingen (NAG inv. 1366 Staten van Holland 1572-1795), zn. van Arij Arijensz Manneke en Maritgen Joppen, otr. 2e Vlaardingen (stadstrouw) 4.11.1640 met Jannetge Jans, weduwe afkomstig van Vlaardingen, otr. 1e Schiedam (stadstrouw) 8.5.1627 waarbij hij wordt bijgestaan door zijn vader Arijen Arijensz Manneken met
6649 Reimpje (Reimpen, Reijmtgen) Vrancken (Francken) van der Velden (van Velden, van den Velden), jongedochter van Vlaardingen, wordt op 2.6.1631 genoemd samen met haar man, haar broer Jan Francken van Velden, haar broer Jacob Francken van Velden verblijvend te Oost-Indië, en Pieter Lambrechtsz Latenburch (weduwnaar van Maertgen Francken van Velden) inzake de verkoop van 7 morgen land genaamd de noortt aan Olivier Francken te ‘s-Gravenzande (ORA Vlaardingen inv.148 fol.116 d.d. 2.6.1631), deelt op 1.12.1631 in de gage die is nagelaten door haar broer Jacob Vrancken van den Velden overleden te Oost-Indië (ORA Vlaardingen inv.148 fol.118 d.d. 1.12.1631), dr. van Vranck Jacobsz van der Velde
6650 Cornelis Abrahamsz Fortuijn, afkomstig van Schiedam, wonende in Vlaardingen (ORA Schiedam inv.nr.343 fol.430v d.d. 23.3.1654), zn. van Abraham Cornelisz Fortuijn en Heijltgen Cornelis, otr. Schiedam (stadstrouw) 29.3.1640 waarbij hij wordt bijgestaan door zijn zwager Matheus Pietersz en zij door haar moeder Leuntgen met
6651 Catharina (Catarijna) Huijbrechts Veen, afkomstig van Schiedam, geb. ca. 1621 (OAA Schiedam inv.1619 fol.186 d.d. 7.4.1636), dr. van Huijbrecht Jacobsz Veen en Leuntgen Vrancken van Dorp
6652 Pieter Blasiusz Dijcxhoorn (van Dijcxhoorn, van Dijcxhooren), wonende in Vlaardingerambacht, aangeslagen voor de 200e penning ald. (OA Schiedam inv.1447, anno 1628; inv.1448 en 1449, anno 1631; inv.1450, anno 1635; inv.1451, 1638; inv.1453, 1644, in dat jaar tevens aangeslagen voor de erfenis van zijn vader; inv.1454, 1646; inv.1455, 1652), schepen ald. 1640-1641 en 1653-1657, verwerft op 3.10.1631 uit handen van de heilige geest en gasthuismeesters der parochie van Vlaardingen een stuk land groot 4 1/2 hond land gemeen in een kamp van 7 hond, en uit handen van Jan Sijmonsz Hoochstadt als voogd van de weeskinderen van Jacob Arijensz Seeu 1/4 part van 3 1/2 hond land (GAD ORA Zouteveen inv.18 d.d. 3.10.1631; kopie in ORA Zouteveen inv.13), met nog eens de helft in deze 3 1/2 hond land die hem door vererving toekomt (GAD ORA Zouteveen inv.3 d.d. 17.10.1631), verkrijgt op 14.12.1633 het leen van 4 1/2 morgen in wasselijnscamp in heer aelbrecht ambacht van wateringe tot vlaerdingen uit handen van Cornelis Damen van der Graft, bij dode van diens neef IJsack van Duijfflandt (repertorium op de lenen van de hofstad Polanen te Monster, 1359-1770, J.C. Kort, gepubliceerd in ‘Ons Voorgeslacht’, jrg. 21 (1966), jrg. 26 (1971)), verkoopt op 24.2.1636 samen met zijn broer Philips Blasiusz van Dijcxhooren mede procuratie hebbende van hun broer Pieter Blasiusz van Dijcxhooren wonende op ’t Woudt aan hun broer Arent Blasiusz van Dijcxhooren wonende op ’t Woudt hun erfdeel in het ouderlijk bezit, dat bestaat uit een woning, huising, schuur, bergen en geboomte en grond daar de woning op staat groot 2 hond wezende onvrij hofland, 9 morgen onvrij hofland westwaarts van de woutslaen, 9 morgen onvrij hofland oostwaarts van de woutlaen, en nog 5 hond 77 roeden onvrij hofland, alle gelegen in de hoefslag van hovenhooren op en onder het dorp van ’t Woudt in ambacht Hof van Delft, en alles staande de morgen op 8 pond schots (GAD ORA ambacht Hof van Delft inv.91 d.d. 24.2.1636), constitueert op 15.3.1652 Adriaen van der Wiel notaris en procureur te Delft om van Claes Boudewijnsz een bedrag van ruim 54 gulden te innen inzake de koop van twee vette varkens (SAV ORA Vlaardingen inv.149 fol.28 d.d. 15.3.1652), bekent op 8.5.1656 een schuld van 1000 gulden aan Celijtje Jans weduwe van Pieter Vrancken van Adrichem inzake koop van 3 morgen land (ORA Vlaardingerambacht inv. 25 d.d. 8.5.1656), zn. van Blasius Pietersz Dijcxhoorn, tr. met
6653 Annetgen Jacobs, dr. van Jacob Arijensz Zeeu en Maertgen Crijnen (GAD ORA Zouteveen inv.3, d.d. 17.10.1631)
6654 Cornelis Jansz Tanthof, bouwman op de suijthoorn in het ambacht Hof van Delft, koopt op 17.9.1628 van Thijs Jansz wonende op de hoore vervangende Gillis Lourisz getrouwd met Annetgen Jans, Maerten Jansz ongehuwd, Lijsbeth Jans, Jan Jansz, en Elsgen Jans zijn broers en zusters een huisje waarvan de grond toekomt de kerk op ’t Woud, gelegen in de hoefslag van suijtmade, dat hen is toegekomen door het overlijden van hun moeder (GA Delft, Ambacht Hof van Delft inv.91 f.27v d.d. 17.9.1628), koopt op 6.5.1646 van Arent Blaesen van Dijcxhooren twee hond onvrij land gelegen ald. op de zuidhoorn aan tanthoff belend ten westen over tanthoff ter halver sloot (GA Delft, Ambacht Hof van Delft inv.92 fol.5 d.d. 6.5.1646), tr. Delft 7.11.1626 met
6655 Weijntje (Weijntgen) Maertens, afkomstig van Abtswoude, verkoopt op 22.5.1658 (zij is dan weduwe van Cornelis Jansz) aan Costiaen Adriaensz Oversloot als vader en voogd van zijn zes onmondige kinderen bij Crintgen Jans van der Werve een huisje, schuur en geboomte met 2 hond onvrij land ald. aan het tanthoff in de hoefslag van suijtmade (GA Delft, Ambacht Hof van Delft inv.92 f.79v d.d. 22.5.1658)
6690 Pauwels Pauwels Joosten, wonende te Breda, beenhakker ald., leent op 21.6.1622 van Adriaen Jan Goderts een bedrag van 250 gulden waarvoor hij in onderpand geeft zijn huis en erf met al zijn toebehoren staande en gelegen te Breda aan de merckt naast het huis en erf van de weduwe en kinderen van Cornelis Beens aan de ene zijde en het huis en erf van de erfgenamen van Aert Jan Aertsen aan de andere zijde (SAB vestbrieven 1622 d.d. 21.6.1622), leent op 14.3.1623 van Wijnanden Adriaen Franssen van Weilt als voogd van Peeter en Cathelijne kinderen van zijn broer Franchois Adriaensz van Weilt een bedrag van 200 gulden waarvoor hij in onderpand geeft zijn huis en erf aan de merckt naast het huis en erf van de erfgenamen van beenhakker Aert Jan Aertssen aan de ene zijde en het huis en erf van de weduwe en erfgenamen van Cornelis Frans Beens op de andere zijde, en waarbij verder wordt vermeld dat het bedrag zal toekomen aan Claes wijlen Claes Claesz zeembereider om daarmee zijn neringen en koopmanschap te mogen doen, onder de voorwaarde dat Pauwels Pauwelsz noch zijn nakomelingen zich nooit meer met hem bemoeien, hem beschadigen, belasten of molesteren, en waartoe Pauwels tevens verbindt al zijn huisraad, linnen, wollen, koperwerk en tinwerk (SAB vestbrieven 1623 d.d. 14.3.1623, schuld ingelost door Martijntken Goossen weduwe van Pauwels Pauwelsz op 27.3.1631), overl. voor 10.2.1626, zn. van Pauwels Joost Peters en Agnese, tr. met
6691 Martijne (Martijntken, Martijnken) Goossen Matheeus Joris Andriessen, geb. ca. 1592, dr. van Goossen Matheeus Joris Andriessen en Christijne Jan Frans Heijns (SAB vestbrieven 1596 d.d. 9.3.1596), hertr. met Franchoijs Niclaessen van Mere waaruit een dochter Josijntken geb. ca. 1633 (SAB vestbrieven 1651-1655 d.d. 28.8.1652), belooft op 10.2.1626 waarbij zij wordt bijgestaan door haar voogd Adriaen Dijruen, aan Peerkenen Cornelis weduwe van Cornelis Pauwels Joosten terug te betalen een bedrag van 350 gulden sprekende op een obligatie gedateerd 19.4.1619 waarvoor zij in onderpand geeft haar huis en erf op de merckt belend het huis en erf van Lawreijs Cornelis Beens op de ene zijde en naast de gang behorende tot het huis en erf genaamd den gruenen schilt op de merckt uitkomende op de andere zijde (SAB vestbrieven 1626 d.d. 10.2.1626), belooft op 4.3.1626, waarbij zij wordt bijgestaan door Adriaen Dijruen haar voogd, aan de kinderen van wijlen Anthonis Godert Janssen en hun moeder Cathelijn Pauwels Joosten terug te betalen een geleend bedrag van 200 gulden geleend geld sprekende op een obligatie gedateerd 20.5.1623, waarvoor zij in onderpand geeft haar huis en erf met zijn toebehoren staande en gelegen te Breda aan de merckt naast het huis en erf van Laureijs Cornelis Beens aan de ene zijde en de gang behorende tot het huis en erf genaamd den groenen schilt op de merck uitkomende aan de andere zijde (SAB vestbrieven 1626 d.d. 4.3.1626; zie ook SAB vestbrieven 1630-1631 d.d. 21.2.1631 en vestbrieven 1634-1635 d.d. 24.4.1634), leeft 21.2.1648 (SAB vestbrieven 1647-1650 d.d. 21.2.1648)
6720 Joris (Jooris) Willemsz Valckenier, jongman van Poortugaal, geb. ca. 1571 (RA Poortugaal inv.13 fol.132v d.d. 6.12.1617), wever te Poortugaal, zn. van Willem Cornelisz Valckenier, verklaart op 6.12.1617 tezamen met zijn vrouw Caetelijn Arts en zijn dochter Aertgen Jooris, oud omtrent 20 jaren, op verzoek van Gerrit Pietersz Hofflant, baljuw te Bleiswijk, voogd van de onmondige innocente vrouw Sijtgen Willems, zuster van Jooris Willemsz Valckenier, op laatstleden paasavond omtrent 10 of 11 uur zich aan haar vlechtsnoer had gehangen, haar daarvan had ontzet, het vlechtsnoer stuk had getrokken, dat hij ook zijn zuster drie of vier malen wanneer zij in zulke desperaatheid was en met haar hoofd niet wel was haar heeft bewaard en heeft geslagen om te verhoeden het kwaad dat zij haarzelf zou moeten hebben aangedaan, en waarbij Caeteline Aerts gezien heeft dat Sijtgen voor haar deposants deur in het water van de poortugaelsche haven is gesprongen in de zomer voorleden en om hulp heeft geroepen om haar mans zuster te helpen, waarna Arien Engebrechtsz Decker, haar buurman, is gekomen en Sijtgen uit de haven heeft getrokken, en waarbij Aertgen Jooris verklaart dat zij op dat moment stond bij dezelfde haven aan de andere zijde bij het lindewaer?, en zag dat haar moeij (tante) in het water sprong en haar hoorde roepen haar niet te hoeven helpen, en waarbij Caeteline en haar dochter verklaren dat zij gezien hebben dat Sijtgen haar been in een hete loogketel heeft gestoken, haar daaruit getrokken hebben en het been in koud water gestoken hebben om de hitte te doen verkoelen (RA Poortugaal inv.13 fol.132v d.d. 6.12.1617), opmerkelijk is dat Sijtge Willems amper een jaar later te Poortugaal trouwt met zekere Jan Jansz van Doorn waarbij zij in haar huwelijkse voorwaarden bedong dat haar man haar goederen zou beheren, met procuratie van haar vader Willem Cornelisz Valckenier (ONA Rotterdam inv.37 fol.332 d.d. 9.1.1620; haar vader is blijkens de akte op 27.9.1619 komen te overlijden), op 13.5.1648 compareert Burger Cornelisz, kagenaar te Maassluis, zn. van Cornelis Burgersz en Aertge Joris, die een dr. was van Joris Cornelisz Valckenier, overleden te Poortugaal, voor hemzelf en zich sterk makende en de rato caverende voor Jan Pietersz Paets, als getrouwd hebbende Maertge Cornelis, zijn zuster, mede erfgenaam van Joris Willemsz, alsmede voor Cornelis Jorisz Valckenier, mede te Maassluis, en de andere erfgenamen, om te procederen tot het maken van een inventaris van alle goederen door Joris Willemsz nagelaten en vervolgens te verkopen, de erfgenamen hun portie uit te betalen, en de schulden af te handelen (RA Maassluis inv.177 d.d. 13.5.1648), is vader van Aertge ged. Poortugaal (nederd. geref.) 27.1.1591 (get. Dammes Ariansz, Maritgen Pauwels, Neelgen Jacobs), is vader van Barbar ged. Poortugaal (nederd. geref.) 10.4.1594 (get. Maritgen Jans te Hoogvliet), is vader van Cornelis ged. Poortugaal (nederd. geref.) 19.8.1601 (get. Cornelis Aertsz, Neelken Aerts, Huig Jacobsz, Seitge Willems, Lucas Tomasz van der Goude), otr. Poortugaal (nederd. geref.) 29.4.1590 met
6721 Caetelijn (Kateline) Aarts (Arts), jongedochter van Poortugaal, geb. ca. 1564 (RA Poortugaal inv.13 fol.132v d.d. 6.12.1617)
6722 Cornelis Rochusz (Roochusz) Clootwijck (Cloetwijck), geb. ca. 1578, smid te IJsselmonde, heemraad ald., overl. ald. op 70-jarige leeftijd in december 1648 (aldus is te lezen op zijn grafzerk, te vinden in de adriaen janszkerk te IJsselmonde), koopt op 14.5.1602 voor een bedrag van 1000 gulden van Hendrick de Raedt Eliasz, wonende te Zaltbommel, zekere huizinge en hof met al zijn aankleven, aard en nagelvast daar in en aan, met het erf buitendijks, belend ten oosten de kerckstrate, ten westen Pieter Cornelisz Wagenmakers huis en erf, ten zuiden de dijckberm en ten noorden buitendijks het erf met al zijn heiningen en hellingen (RA Oost-IJsselmonde inv.184 fol.52 d.d. 14.5.1602), koopt op 1.2.1618 voor een bedrag van 812 ponden 10 schellingen van Matijs Pauwels, wonende te IJsselmonde, de helft van 1 morgen 375 roeden land, zijnde 487 1/2 roeden land, gemeen met Ploen Clementsz Ouwen in het buitenland genaamd varckensoort in het eerste achtste part, belend ten westen de weduwe en erfgenamen van Willem Cornelisz Koon, ten noorden de zeedijk of de kade van het gemene land, en ten zuiden de zeedijk van de 68 morgen (RA West-IJsselmonde inv.263 fol.79v d.d. 1.2.1618), verkoopt op 16.4.1630 tezamen met Ploen Clementsz Ouwen aan Cornelis Hendricxz Veerman 1 morgen 375 roeden land gelegen in de varckensnoort in het eerste achtste part, strekkende van de zeedijk van de 68 morgen tot aan de dijk of de kade van hetzelfde land, belend ten westen de koper en ten oosten Quierijn Allertsz (RA West-IJsselmonde inv.263 fol.123v d.d. 16.4.1630), verkoopt op 5.4.1635 aan Dirck Jan Ariens anderhalve morgen land en aan Pieter Jan Ariens nog eens anderhalve morgen land, gelegen in de vierde hoeve genaamd jan met de houve, gemeen in 12 morgen gemeen met de koper en Cornelis Bornewijnsz met zijn zuster, waarvan 7 morgen strekkende van de zeedijk af in het noorden tot de oude watering, en de overige 5 morgen strekkende van het land van Arien Leenertsz tot de oude watering in het zuiden, belend ten oosten Cornelis Heindricxz en Pieter Jan Ariens c.s., eigenaars van de derde hoeve, en ten westen Haesgen Pieters weduwe van Jan Ariensz en de erfgenamen van Jan Boucquet zaliger met hun medelanders, eigenaars van de vijfde hoeve (RA Oost-IJsselmonde inv.184 fol.191 d.d. 5.4.1635), verkoopt op 29.6.1635 voor een bedrag van 1027 ponden aan Cornelis Willemsz Koon zijn achterhuis, staande aan de zuidzijde van de dorpsstraete die zij tezamen moeten onderhouden, en onder voorwaarde dat de verkoper de gemetselde bedsteden afbreekt en de materialen mag houden, en de ontstane gaten dichtmetselt waarvan de kosten worden gedeeld, belend ten westen Pieter van Golen, rentmeester, ten zuiden den gaepadt ofte onderpadt met de oude boomgaard en de betelingen daartegenover gelegen, en voorts van zekere spijker in de paal omtrent de helft van een appelboom diepwaarts tot de twaalf roeden of des ambachts heeren gront toe, en waarbij de koper drie voet uit de harde kant van zijn verkopers erf westwaarts aldaar in de sloot, en aan de westzijde de voornoemde rentmeester zal de koper genieten het riet tegen zijn erf, buiten twaalf roeden uitbetalende de helft van de veertien stuivers jaars door de verkoper tot pacht daarvan aan de heer beloofd (RA IJsselmonde inv.184 fol.205v-206v d.d. 29.6.1635), tr. met Ariaentgen Pieters, hertr. Ridderkerk (nederd. geref.) 21.2.1616 met Adriaentgen Bastiaens, ged. Ridderkerk (nederd. geref.) 29.6.1586, dr. van Bastiaen Adriaensz en Lijsbet Jans (get. Pieter Willemsz, Maritgen Cornelis Jorisdr, Pietertgen Seghers)
6736 Abraham Pietersz, wonende te Maassluis aan de wateringervliet, visser ald., stierman ald., leeft 20.9.1631 (RA Maassluis inv.3 fol.12v d.d. 20.9.1631; Abraham Pietersz als grootvader van het weeskind van zaliger Pieter Abrahamsz (de oude) gewonnen bij Stijntgen Cornelis), overl. voor 4.5.1635 (RA Maassluis inv.54 fol.177v d.d. 4.5.1635; transport van een huis en erf gelegen aan de zuidzijde van de wateringervliet door de erfgenamen van Engel Leendertsz en Neeltgen Huijgen aan Willem Bartelsz, belend aan de ene zijde de weduwe van Abraham Pietersz en aan de andere zijde Cornelis Cornelisz Jonge Reus), op 28.12.1669 compareren Poulus Francken, stierman te Maassluis, weduwnaar van Maertje Abrahams de jonge aan de ene zijde, en Maertje Abrahams de oude, weduwe van Jan Lambrechtsz Bubbeson, Pieter Abrahamsz Vroom, visser, en Cornelis Pietersz, visser, de zn. van zaliger Pieter Abrahamsz de oude, voor henzelf en zich sterk makende voor Jan Carelsz, zijdeverver te Delft gehuwd met Marija Abrahams dochter van Aeffje Abrahams (sic, de doopregisters van Delft maken duidelijk dat bedoeld wordt Ariaentgen Abrahams gehuwd met Abraham Dircksz van der Clesij), tezamen erfgenamen van Maertje Abrahams de jonge aan de andere zijde, die overeenkomen dat Poulus Francken alleen zijn eigen vrije goederen, actien, kredieten, kleren zal blijven behouden en alle schulden overneemt die Poulus en Maertje gezamenlijk hadden, aan iedere erfgenaam een zilveren ducaat zal betalen, en de schuld kwijtscheldt aan Jan Carelsz en aan Maertje Abrahams (de oude) (ONA Maassluis inv.18 no.91 d.d. 28.12.1669), is vader van Maertge (de oude) ged. Delft (nederd. geref., nieuwe kerk, bejaarde dochter) 22.9.1634 (dr. van Abraham Pietersz en Engeltge, get. Ariaentje Jans), tr. met
6737 Engeltgen Pieters, leeft 4.5.1635 (RA Maassluis inv.54 fol.177v d.d. 4.5.1635), compareert op 30.8.1614 als huisvrouw van Abraham Pietersz, stierman, tezamen met Neeltgen Huijgen, huisvrouw van Bastiaen Jans, beiden te Maassluis, en constitueren henzelf borg voor Aren Arensz 't Jong, visser, wonende te Maassluis, voor de som van 34 gulden ten behoeve van Jacob Jansz Schoenmaker, en beloven deze som te betalen op de dagen en termijnen zoals die zijn toegezegd door dezelfde Aren Arensz (RA Maassluis inv.152 d.d. 30.8.1614)
6738 Jan Corstiaensz (Corsz) alias Braeff Karel (Braeff Carel), jongman van Muiden wonende in de zandstraet te Maassluis, geb. ca. 1584 (ONA Maassluis 1 fol.122v d.d. 15.3.1616), viskoper ald. (ONA Delft inv.1835 fol.50 d.d. 11.11.1627), overl. voor 31.8.1656 (ONA Maassluis inv.8 no.756 d.d. 31.8.1656), koopt op 18.6.1641 van Gerrit Pietersz van der Woll, timmerman in Maasland, als procuratie hebbende van Willem Jansz 't Hoen, wonende in drijffpolder, een leeg erf liggende aan de oostzijde op het noordeinde van de hoochstraet, lang bij de dijk 25 voet, belend ten zuiden de koper met nog een erf dat tegenwoordig ten dele betimmerd is en ten noorden te rekenen op de afscheiding van de noord? van Claes van de Hidde, aan de buitenzijde van de dijk staande, vanwaar de voornoemde 25 voet zuid aan zijn strekkende, ten oosten de jockwech en ten westen de dijk (RA Maassluis inv.58 fol.90 d.d. 7.10.1647), koopt op 2.10.1643 voor een bedrag van 340 gulden van Abraham van Bodegom, Jacob Raes, voor henzelf en als testamenteurs van het testament van Jacob van Bodegom, brouwer tot Delft, zoon en mede-erfgenaam van Louris Jansz van Bodegom, een huis en actie van erf staande en liggende aan de westzijde op het noordeinde van de hoochstraet, belend ten noorden Jan Claesz van Hidde en ten zuiden de weduwe van Tonis Jansz Banij, strekkende van de hoochstraet tot de gang naast het noord spuiwater, welverstaande dat het slop liggende tussen deze en de huizinge van voornoemde Hidde altijd zal zijn en blijven een gemeen slop, en dat de poort of heinen alsmede het bestraten en onderhouden gezamenlijk zal worden bekostigd (RA Maassluis inv.56 fol.59 d.d. 2.10.1643), wordt op 8.6.1645 te Leidschendam, wanneer hij met Willem Arijensz Breur, koopman te Maassluis, iets aan het eten is ten huize van Dirck Pietersz, waard ald., alwaar hij met een bedreigd wordt door zekere Jacob Meessen (RA Maassluis inv.176 d.d. 8.6.1645), is vader van Maertje ged. Maassluis (nederd. geref.) 27.3.1616, is vader van Maertge ged. Maassluis (nederd. geref.) 11.12.1617, tr. Maassluis (nederd. geref.) 3.2.1613 (testament zie ONA Delft Cornelis van Vliet Jochumsz d.d. 10.11.1642, afschrift in RA Maassluis inv.176 d.d. 4.10.1645; de notariële akte is zwaar beschadigd en nagenoeg onleesbaar; herzien testament zie ONA Maassluis inv.6 no.412 d.d. 29.10.1653; herzien testament zie ONA Maassluis inv.8 no.756 d.d. 31.8.1656; kwitantie erfgenamen zie ONA Maassluis inv.9 no.1139 d.d. 11.12.1660) met
6739 Pleuntgen Leenderts (Lenaerts), weduwe van Dirc Joosten, bekent op 2.12.1654 schuldig te zijn aan Jan Louresz de Jonge, gemenelandstimmerman te Maassluis, de som van 550 gulden voor geleverde materialen en arbeidsloon, gehypothekeerd op de getimmerde huizinge en actie aan het erf door de Jonge op het erf van voornoemde Braeff Karel getimmerd, staande aan de oostzijde op het noordeinde van de hoochstraet over het huis dat de comparante aan de binnenzijde van de dijk heeft staan, belend ten noorden de comparante met een leeg erf en ten zuiden eveneens lege erven, strekkende van de hoochstraet tot achter op het water (RA Maassluis inv.60 fol.89-90 d.d. 2.12.1654), op 22.11.1660 compareren Pieter Govertsz van Wijn en Willem Boxhoorn bij testament van zaliger Pleuntge Leenders die eerst weduwe was van Dirck Joosten en daarna van Jan Corstiaensz Braefkarel, voor notaris Adrijaen de Bije en zekere getuigen gepasseerd d.d. 31.8.1656, gesteld zijnde tot voogden over de drie onmondige kinderen van Immetge Dircx bij Jan Jansz Breugom, schipper op Leiden voor 1/4 deel, en zich sterk makende vooor Pieter Abramsz Vroom, visser, getrouwd met Maertge Jans Braefkarel, dochter van Pleuntgen Leenderts en Jan Corstiaensz, voor 3/4 deel, tezamen erfgenamen van Pleuntge Leenderts, die hebben verkocht aan Joris Jorisz den Braven een huis en actie aan het erf, staande en gelegen op de noorddijk aan de westzijde aldaar, belend ten zuiden Martge Lievens weduwe van Cornelis d'Ous en ten noorden Huijbrecht Pietersz, strekkende voor van de straat tot achter in de geer of spui, belast met roedegeld van dijkgraaf en hoogheemraden van Delfland, en verder beheind, betimmerd en bepaald staat (RA Maassluis inv.61 fol.145 d.d. 22.11.1660)
6740 Maerten Jacobsz Hoochstadt de oude, in 1623 wonende te Maassluis (ONA Delft inv.1588 fol.181 d.d. 17.5.1623), wonende ald. 6.9.1629 (RA Vlaardingen inv.97 fol.189 d.d. 6.9.1629), compareert op 20.9.1628, wonende te Maassluis, tezamen met Arijen Cornelisz Conijnenburch wonende te Maasland en Pieter Claes Hoochstadt wonende te Vlaardingen, die zich als borgen en mede principalen hebben gesteld en verbonden voor Cornelis Maertensz, de zn. van Maerten Jacobsz, geboren uit de Lier, voor diens ontslag uit de gevangenis (RA Schiedam inv.91 fol.34v d.d. 20.9.1628; de folio daaraan voorafgaand maakt duidelijk dat Cornelis op dat moment 16 jaar oud is, geboren in de Lier, die verklaart geen geld te hebben gestolen van Joris Hoijcaes dat was bedoeld voor diens meid, het jaar daarvoor gewoond te hebben ten huize van Jan Willemsz in de suijtbuijrt, en deze zomer woont ten huize van Pieter Cors van der Wael in Babberspolder), is voorts de vader van Jacob Maertsz Hoochstadt die op 17.6.1650 koopt van Arij Jacobsz van der Roest, gewezen bierschipper te Maassluis, zekere huizing, erve en schuit (RA Maassluis inv.178 d.d. 17.6.1650) die was gehuwd met Grietge Corssen (RA Maassluis inv.180 27.11.1657; huwelijk te Delft (nederd. geref.) 23.2.1648, beide wonende in De Lier)
6784 Jan Heijndricxz Verschoor, hertr. Pernis (nederd. geref.) 10.6.1674, testament d.d. 28.7.1674 (ONA Schiedam inv.780 fol.303 d.d. 28.7.1674) met Ariaantje Hendriks Pervaas, zij leeft 23.3.1699 (ONA Schiedam inv.795 fol.713 d.d. 23.3.1699), tr. daarvoor, testament d.d. 29.9.1666 met Pleuntje Pieters, zuster van Bastiaen Pieters Kaes die op 18.8.1666 bij testament legateert aan zijn zuster Pleuntje Pieters huisvrouw van Jan Heijndricksz Verschoor 3 gemet weiland gelegen in boudewijn hartsland in 's-Gravenambacht belend ten noorden Feijs Meesz Palsrok ten oosten de weduwe van Leendert Huijbrechtsz Visser ten zuiden de blindeweg ten westen de caevelsedijk en legateert aan Pieter Cornelisz Oskoper wonende te Willemstad zoon van zijn overleden broer Cornelis Pietersz Oskoper al zijn schulden en inkomsten (ONA Schiedam inv.762 fol.576 d.d. 18.8.1666)
6816
6817
6818
6834 Frans Geeritsz, jongman van Spijkenisse, overl. voor 18.3.1629 (doopboek nederd. geref. Spijkenisse), vermoedelijk identiek aan Frans Gerritsz Backer begr. Spijkenisse 1628 (Ons Voorgeslacht jrg. 20 (1965) Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de kerken van het Beneden Maasgebied, niet beschreven door Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins – Spijkenisse), tr. Spijkenisse (nederd. geref.) 19.8.1607 met
6835 Neeltien (Neeltgen) Willems, jongedochter van Spijkenisse
6854 Jan Dircx Hensbroeck (Hensbrouck), geb. ca. 1574 (ONA 's-Gravenhage inv.7 d.d. 5.9.1622 en inv.180 fol.278 d.d. 26.10.1648), woont vanaf ca. 1604 in het ambacht van Rijswijk (ONA 's-Gravenhage inv.7 fol.23v d.d. 5.9.1622), wordt op 18.3.1624 genoemd als oom van Annitgen Geleijns, jongedochter wonende te Rijswijk, die voornemens is met Louris Cornelisz in het huwelijk te treden (ONA 's-Gravenhage inv.7 fol.251 d.d. 18.3.1624), zijn zoons Jacob en Cornelis Jansz Hensbroeck, zijn dochter Geertge Jans Hensbroeck vrouw van Gerrit Davidsz van Leeuwen, en de twee minderjarige kinderen van zijn dochter Annetge Jans Hensbroeck in haar leven vrouw van Jan Joosten van Dalenburg, komen op 8.5.1657 naast de nodige rentebrieven en obligaties de verdeling overeen van het goed dat hij na zijn overlijden heeft achtergelaten, te weten de helft van 6 te weten 3 morgen weiland gelegen in Haagambacht belend ten zuiden Pieter Simonsz erfgenamen en ten noorden Jan Meesz Groen ten oosten de leiwech en ten westen de middelsloot, welk goed hij had gekocht op 27.1.1623, alsmede 5 morgen 80 roe land gelegen in t ostelcamp, belend ten noorden en ten oosten de weduwe van de heer Leuw, Jacob van der Dussen en Joris Maertens, aan de zuidzijde de kade en aan de westzijde de grafelijkheid, welk goed is aangekocht op 26.7.1623 (voor transportakte zie ORA 's-Gravenhage inv.369 fol.143 d.d. 26.7.1623), een perceel weiland groot 2 morgen 408 roe gelegen in de plaspoelpolder in het ambacht van Rijswijk belend ten oosten de erfgenamen zelf, ten zuiden Cornelis Jansz Hensbroeck, ten westen de erfgenamen van Aper Fransz van der Hoeve en ten noorden de weide gekomen van St Aechte binnen Delft, welk goed was aangekocht op 18.12.1624 (voor transportakte zie ORA Delft inv.447.2120 fol.5544 d.d. 18.12.1624), alsmede 7 morgen 1 hond 55 roe weiland belend ten zuiden de vaert, ten noorden de wijtwech, ten westen de voornoemde 2 morgen 400 roe en ten oosten Jan Jansz Cleijwech, aangekocht 20.12.1610, alsmede 2 morgen 5 hond land, met huis, schuur, bargen en geboomte, staande en gelegen in het ambacht van Rijswijk in schaepsweijden gemeen met 10 morgen 4 roe land, aangekocht op 9.7.1607, zijn kleinzoon Dirck Huijgen zn. van zijn overleden dochter Hillegont had zijn erfdeel reeds ontvangen middels een testament gepasseerd te Delft op 28.12.1641 (ONA Delft inv.161.1988 fol.180 d.d. 8.5.1657), tr. met
6855 Trijntge Jacobs
6856 Jan Engelsz, wonend aan de hartelse dijk, schepen te Spijkenisse (1597), bezit land in nieuw-markenburg, aan de molenweg en aan de voorweg (SAVPR toegang 048 inv. 218, regest 114, 5.10.1597), is zwager van Lambrecht Ariens (regest 289, 21.10.1610), koopt op 26.4.1611 land bij de hartel aan de laanweg dat eerder toebehoorde aan Cornelis Leendertsz en Maritge Jobs (regest 293), leeft 28.6.1631, overl. voor 14.2.1635 (regest 458), tr. met
6857 NN, leeft 2.6.1648 (regest 619), overl. voor 22.5.1652 (regest 705)
6858
6859
6860 Jan Willemsz Hooge (den Hoogh), jongman van Maasland, aanvankelijk wonende in Heenvliet, nadien te Spijkenisse, otr. Heenvliet (nederd. geref.) 16.2.1631 met
6861 Trientgen Cornelis Dockum, afkomstig van Vlaardingen (voor haar familienaam zie Archief Vlaardingen ONA 3 blz. 39), weduwe van Abraham Pietersz, dr. van Cornelis Riddersz Dockum
6868 Pieter (Pijeter) Jansz Coolen, jongman van Hoogvliet, ged. Poortugaal (nederd. geref.) 13.5.1607 (get. haar zuster), zn. van Jan Pietersz Colen, is vader van Rocus ged. Poortugaal (nederd. geref.) 2.4.1633, is vader van Jan ged. Poortugaal (nederd. geref.) 25.11.1635, is vader van Dircje ged. Poortugaal (nederd. geref.) november 1638 (get. Jannetje Cornelis), is vader van Jacob ged. Poortugaal (nederd. geref.) januari 1645, otr. Poortugaal (nederd. geref.) 22.11.1637, tr. ald. (nederd. geref.) 13.12.1637 met Fijtje (Fijtgen) Cornelis, jongedochter van Hoogvliet, tr. Poortugaal (nederd. geref.)
6869 Dircje (Dirckie) Cornelis, jongedochter van Hoogvliet
6876 Jan Jansz van den Putte, jongman van Oud-Beijerland, otr. Oud-Beijerland (nederd. geref.) 7.4.1633 met
6877 Marijtgen (Marijtghen, Maertge) Pieters, jongedochter van Oud-Beijerland
6884 Jakob Arense de Geus, is vader van Jakob ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 5.10.1625, is vader van Kornelis ged. Zwartewaal (nederd. geref.) 8.7.1628, tr. met
6885 Mijntje Jans, wonende te Zwartewaal op ’t spuij (lidmatenboek Zwartewaal)
6894
6895
6904 Claes Hendericksen (Heijndricksz) alias Jonge Claes Hendericksen alias de Jong alias Backer, jongman van Goudswaard, zn. van Hendrick Jansz Backer en Marijtge Claes, otr. Goudswaard (nederd. geref.) 9.3.1642, tr. ald. 4.5.1642 met
6905 Trijntge Pieters, jongedochter van Goudswaard, dr. van Pieter Bouwensz
6948 Frans Dircksen van der Eem (Vreem), jongman van Maurik, wonende ald., zn. van Dirck Mertensz van der Eem, tr. Maurik (nederd. geref.) 14.1.1644 met
6949 Janneken Andries, jongedochter van Rijswijk, bij haar huwelijk wonende tot Wiel
6964 Jan Havestatt, is vader van Jeurien Havestadt, is vader van Maria Hansen, is vader van Joost Havestadt (ONA Utrecht akte 366 d.d. 24.8.1668), tr. met
6965 Lijsbet Joosten, begr. Utrecht (nederd. geref., jacobikerk) 31.1.1670, zij hertr. Utrecht (nederd. geref., anthony gasthuis) 2.7.1643 (testament ONA Utrecht akte 366 d.d. 24.8.1668) met Hans Hendrick van Gelder, ged. Nijmegen (nederd. geref.) 30.8.1608 (get. Laurens Nompert, Bur. Jan Kelfken, Anneken Thonis), scherprechter te Utrecht 1643-1687, begr. Utrecht (nederd. geref.) 16.8.1687, zn. van Hans van Gelder en Naeleken, hij tr. 2e Utrecht (nederd. geref.) met Helena Kochs, begr. Utrecht (nederd. geref., jacobikerk) 2.6.1673, hij tr. 3e Utrecht (nederd. geref., anthony gasthuis) 31.10.1676 met Catharina Petronella de Blair, begr. Utrecht (nederd. geref.) 8.6.1685
6968 Hans Everts van Oldenburch, tot 1630 scherprechter in dienst van de graaf van Oldenburg, wordt in dat jaar aangesteld als scherprechter te Coevorden als opvolger van Hendrik Everts, beeindigt zijn functie ald. in 1651, waarbij hij wordt opgevolgd door zijn zoon Matthijs (G. Kleis, In spodt van alle vrome luijden: geschiedenis van de Coevorder provoost : 's lands gevangenhuis voor de noordelijke provincien in de zeventiende en ... Groningen en Drenthe in de negentiende eeuw, Koninklijke van Gorkum b.v., 2002), broer van mr. Peter van Oldenburch die scherprechter was in Den Bosch en die gehuwd was met Margriet Schoenmans, broer van Maria Everts gehuwd met zekere Havestadt (Bossche Encyclopedie)
6972 Willem Sanders (Zanders, Sanderss) van Leerdam, burgemeester te Asperen, wonende aan de voorstraet westzijde ald. (OA Asperen inv.1154, anno 1632), begr. ald. (nederd. geref., kruis) 10.8.1661, is broer van Jan Sandersz van Leerdam gehuwd met Lijsken Otten, twee zusters Ariaen Meij en Ottien zijn begr. Asperen (nederd. geref.) 15.11.1643, is vader van twee kinderen begr. Asperen (nederd. geref.) 1614, is vader van Neeltje Willems begr. Asperen (nederd. geref.) 1637, is vader van Metje Willems gehuwd met Peter Wouters, is vader van Leentje (Lijntje) Willems gehuwd met Hendrick Jansz van Acqoy waarsman te Asperen, is vader van Frederick Willemsz gehuwd met Claeske Gerrits, tr. met NN begr. 1639, tr. met IJken Goosens begr. Asperen (nederd. geref.) 30.10.1644, weduwe van Cornelis Cornelisz van Enspik (RA Asperen inv.nr. 1378 fol.3, 4 en 5 d.d. 6.9.1644), tr. met Maeijcken Otten (RA Asperen inv.nr. 1378 fol.269 d.d. 20.4.1652)
6974 Jan (Johan) Ottenz van Acquoy alias De Jonge, geb. ca. 1570 (NA Leerdam ORA inv.3 d.d. 2.8.1620), zn. van Otto Jansz van Acquoy en Neelken Otten, wonende in Acquoy, woont nadien in Asperen, is burgemeester ald., is schout ald., wordt op 27.6.1598 beleend bij overdracht door Gerard van Rhenoy, heer van Spijk, met 3 morgen land (J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de hofstede klingelenberg, 1377-1804, www.hogenda.nl), transporteert op 6.6.1611 tezamen met zijn kinderen uit zijn huwelijk met Catharina Jans zaliger alsmede haar voorkinderen bij Jan van Benthem en bij Huijch NN aan Jan Cornelis Melisz een huis gelegen binnen Leerdam in de kerkstraat genaamd de morriaen belend boven Gerrit Peetersz van Woudrichem en beneden Jan Willemsz backer (NA Leerdam ORA inv.137 d.d. 6.6.1611), draagt op 16.10.1612 2 morgen leenland over aan Otto Jan Ottensz de Oude wonende in Acquoy (J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de hofstede Klingelenberg, 1377-1804, www.hogenda.nl), transporteert op 28.6.1622 tezamen met zijn kinderen uit zijn eerste huwelijk aan Cornelis Aertsz 2 1/2 morgen land op loosdorp belend boven Luijt Jacobs en beneden Jan Lenertsz strekkende van Theunis Gijsbert tot de middelkoper keelspit, (NA Leerdam ORA inv.3 d.d. 28.6.1622), transporteert op 8.6.1632 aan Jacob de Bruijn Jansz een huis, hofstede en berg binnen het dorp van Acquoy belend boven zuidwaarts de weduwe van Sebastiaen Claesz en noordwaarts Leendert Aelbertsz strekkende van de linge tot de achterweg (RAR Acquoy ORA inv.20 fol.51v d.d. 8.6.1632), draagt op 29.8.1641 een morgen leenland over aan Herbert Marcelisz wonende Acquoy (J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de hofstede Klingelenberg, 1377-1804, www.hogenda.nl), koopt op 16.1.1647 van Andries Pietersz Cosijn getrouwd met Maeijcken Ariens en Jan Claesz getrouwd met Lijsken Ariens een griend gelegen buiten de gelcumse poort buitendijks aan het asperense veer, tussen de veer en de stadsgracht (RAG Asperen ORA inv.1378 d.d. 16.1.1647), overl. voor 8.10.1648 (RAG Asperen ORA inv.1378 d.d. 18.10.1648), tr. met Catharina Jans, overl. voor 6.6.1611, tr. (HUA Everdingen ORA inv.16 d.d. 6.12.1638) met
6975 Claertgen (Claerken, Claertjen) Henricx (Hendricx), handelt op 21.6.1623 namens haar man waarbij zij deling overeenkomt met Hermen Ottensen van een huis en hofstad met boomgaard belend boven Sebastiaen Claesen en beneden Jan Ottensen, zoals comparenten in de uitkoop van hun moeder zaliger Neelken Otten ten deel is gevallen (RAR Acquoy ORA inv.5 d.d. 21.6.1623), verkoopt op 29.10.1650 tezamen met haar zoon Gerrit Aertsz de Swart aan Cornelis Hermens de jonge wonende op leijenburg 10 hond land in de bilthoeff belend boven de heer van Asperen en beneden Cornelis Hermens zelf (RAG Asperen ORA inv.22 d.d. 29.10.1650), transporteert op 14.5.1653 aan Cornelis Hermensen de jonge wonend op leijenburg 10 hond land in de bilthoeff belend boven de heer van Asperen en beneden Cornelis Hermens zelf (RAG Asperen ORA inv.1378 d.d. 14.5.1653), leeft 12.6.1659 RAR Acquoy ORA inv.22 d.d. 12.6.1659)
6976 Crijn Jacobsz Kivit, wonende in Goedereede aan de voorstrate (gaarder ald., 1634), kavelt in 1632 het land dat hij samen met Maerten Cornelisz bezit in roo-claes-plate voor een bedrag van 58 gulden (gaarder ald., oktober 1632), laat zijn broeders en zusters alsmede diens kinderen na de helft van een huis, schuur en erf binnen Goedereede, alsmede vijf stukken land in de polder roo-claes-plate (gaarder ald., anno 1636)
6988 Jan Arensz Boogertman (Bogerman), wonende in Goedereede, lidmaat ald. (nederd. geref.) 1658, koopt van zijn schoonmoeder een huis en erf in de kerkstrate aan de zuidzijde van het kerkhof ald. voor 2 ponden vlaems boven een rente daarop staande van 14 ponden vlaems, met de conditie dat de verkoopser de rest van haar leven daarin mag blijven wonen (gaarder ald., anno 1631), koopt van Geerit Jansz Bouman 5 gemeten 224 roeden land gelegen op nieu westerlooe bezuiden het korte weeghje met tarwe bezaaid zijnde waarvoor hij een totaal bedrag betaalt van 1512 gulden 12 stuivers (gaarder ald., februari 1633), koopt van Leenaert de Zutter een huisje aan de kerkstrate komende achter aan zijn huis dat hij bewoont voor 220 gulden (gaarder ald., anno 1646), verkoopt aan Loenis Jacobsz Brouwer een derdedeel van een kavel volger landen in de polder roo-claes-plate groot dat derdedeel 4 gemeten 110 roeden voor 300 gulden boven de erfpacht van 30 stuivers (gaarder ald., anno 1648), verkoopt aan Eijnout Philipsz en Jacob Tonisz een gedeelte schuur in de meulenstrate voor 298 gulden boven de cijns van 1 gulden ten behoeve van de stad (gaarder ald., oktober 1658), tr. met
6989 Jannetie Jacobs, lidmaat Goedereede (nederd. geref.) 1658
6996 Maerten Jansz Vos, jongman van Bleiswijk, lidmaat ald. (nederd. geref.) 2.10.1644, leeft 27.9.1665 (doopboek Bleiswijk nederd. geref.), zn. van Aechje Vos (zie doopboek Bleiswijk nederd. geref. d.d. 24.9.1653), tr. Bleiswijk (nederd. geref.) 15.1.1640 met
6997 Neeltje Cornelis, jongedochter van Bleiswijk, leeft 7.7.1669 (doopboek Bleiswijk nederd. geref.)
7008 Aren Wittese, wonende in Goedereede, diens weduwe en kinderen verkopen aan Maeretje Quaks alias Maeretje Kosters een huis ald. aan de zuidzijde tegenover de speuijbrugge voor 590 gulden (gaarder ald.,
7028 Aren (Adriaen) Gijsbrechtsz (Gisbrechtse, Gisberse) Wagemaker, wonende in Goedereede, vermeld 200e penning ald. 1635-1653 (W. Stuve, De kohieren van de 200e penning over de stad Goedereede), vermeld 1000e penning ald. 1653-1656 (W. Stuve, Lijsten van de 1000e penning over de stad Goedereede en de onderhavige polders 1654-1660), lidmaat Ouddorp (doopsgezind) 1645-1656 (W. Stuve, Presentielijsten van het avondmaal in de doopsgezinde gemeente Ouddorp op Goeree), verkoopt aan Mr Wilm Reijmersz een erf gelegen bij de moelpoorte ald. voor 6 ponden vlaems boven een jaarlijkse cijns van 2 gulden 7 stuivers daarop staande (gaarder ald., anno 1646), koopt van de weduwe en erfgenamen van Maerten Abramsz een huisje staande in het slop bij Anna van Melders ald. voor 90 gulden boven een jaarlijkse rente van 7 gulden (gaarder ald., anno 1647), zijn kinderen verkopen aan Meeus Krijnsen een huisje staande aan het marktveld voor 600 gulden (gaarder ald., januari 1660), broer van Jan Gijsbrechtsz Wagemaker vermeld 200e penning Goedereede 1635-1643, tr. (huwelijkse voorwaarden 15.6.1613, GAR NA not. Duijffhuissen) met
7029 Klaertjen (Claertge, Klaartje) Aren Hollaers, vermeld 200e penning Goedereede 1659 (W. Stuve, De kohieren van de 200e penning over de stad Goedereede), vermeld 1000e penning ald. 1657 (W. Stuve, Lijsten van de 1000e penning over de stad Goedereede en de onderhavige polders 1654-1660), lidmaat Ouddorp (doopsgezind) 1645-1658 (W. Stuve, Presentielijsten van het avondmaal in de doopsgezinde gemeente Ouddorp op Goeree), zuster van Loenis Adriaens koopman en burger van Rotterdam (GAR NA not. Duijffhuissen, 15.6.1613)
7032 Aren Jacobsz Decker alias Timmerman, wonende in Goedereede, overl. 1653 (T.N. Schelhaas, De graven in de kerk van Goedereede), koopt van de erfgenamen van Crijn Jacobsz de helft van de tuin voor 51 gulden (gaarder ald., anno 1637), tr. met
7033 Neeltje Cornelis Koster, overl. 1650 (T.N. Schelhaas, De graven in de kerk van Goedereede)
7136 Roock (Rokus, Rochus) Pietersz, wonende te Sliedrecht, lidmaat ald. (nederd. geref.) 1636 en 1664, zn. van Pieter Roocken en Sijtgen Bastiaens, tr. met
7137 Neeltgen (Neeltje) Ariens, belijdenis Sliedrecht (nederd. geref.) 5.4.1643, lidmaat ald. (nederd. geref.) 1664
7176 Jevit (Jevet) Jansz, weesmeester in de banne van Westzaan, koopt op 27.2.1606 tezamen met Jan Cornelisz en Dirck Jacobsz, allen wonende te Wormerveer, van Floris Florisz wonende te Wormer een stuk land groot omtrent 1450 roe, gelegen in de banne van Westzaan bezuiden Wormerveer bij het sluisje genoemd dirick bruijsens ven, belend ten zuiden Pieter Claesz en Claes Maertsz en ten noorden Claes Jansz en Grijetke Bruijns weduwe wonende te Wormer (RA Westzaan inv.1566 fol.107 d.d. 27.2.1606), koopt op 4.3.1614 van Gerret Claes Stuermans wonende in de middel drie stukken naast elkaar gelegen land tussen Wormerveer en Zaandijk, groot samen 5 verrendeel land, belend ten zuiden Jan Pietersz en ten noorden Jannetgen Claes Stuermans (RA Westzaan inv.1567 fol.486 d.d. 4.3.1614), koopt op 12.1.1617 voor een bedrag van 560 gulden van Pieter Claesz, van Wormerveer en thans wonende te Wormer, een stuk land genoemd jan garmets ventgen, groot 373 roe, liggende achter het zuideinde van Wormerveer, belend ten zuiden Cornelis Claesz Molenaer en ten noorden Vreerick Cornelisz (RA Westzaan inv.1568 fol.227 d.d. 12.1.1617), is op 28.3.1625 tezamen met Claes Jevitsz voogd van weduwe Aecht Pieters (RA Westzaan inv.1572 fol.25 en 25v d.d. 28.3.1625), leeft 19.5.1632 (RA Westzaan inv.1575 fol.9v d.d. 19.5.1632)
7300 Krijn (Crijn) Braeck, wonende te Grootschermer, op 6.1.1671 verkopen Arian Krijnsz Braeck, oudschepen te Noord-Schermer, Cornelis Sijmonsz Braeck, mede oudschepen te Noord-Schermer, zoon van Sijmon Krijnsz Braeck, voor zichzelf als mede voor Knier Sijmons mede dochter van Sijmon Crijnsz en ook moede voor de voornoemde Cornelis Sijmonsz als man en voogd van Guurt Jans, dochter van zaliger Jan Crijnsz Braeck, de rato caverende voor de verdere afkomelingen van Jan Crijnsz Braeck, Cornelis Pietersz Nolis wonende te Gootschermer getrouwd met Haesje Klaes, dochter van zaliger Claes Krijnsz Braeck, alle erfgenamen van Pieter Krijnsz Braeck, in zijn leven oudschepen en vroedschap te Grootschermer, een half huis mitsgaders de halve boomgaard met koeschuur daarin staande, door Pieter Crijnsz nagelaten te Grootschermer (RAA RA 6331, fol.12v)
7488 Albert (Allert, Allebert) Germetsz (Garbrantsz, Gertsz, Gerremetsen), jongman van Hoorn, wonende ald. op het oude noort, ged. Hoorn (nederd. geref.) 10.9.1600, zn. van Gerbrant Albertsz, otr. 1e Hoorn (nederd. geref.) 29.6.1625, tr. ald. (nederd. geref.) 13.7.1625 met Trijn Hermens, otr. 2e Hoorn (nederd. geref.) 15.8.1627, tr. ald. (nederd. geref.) 29.8.1627 met
7489 Marij (Maertijen) Claes, jongedochter van Schagen, bij haar huwelijk wonende te Hoorn aan het nieuwe noord
7546 Nanning Ottges (Hottes, Oettgis, Otgens, Ootgisz), afkomstig uit Friesland uit de regio Joure-Lemmer (doopboek Hoorn nederd. geref.), wonende in Hoorn, is vader van Hotte ged. Hoorn (nederd. geref.) 11.11.1593, is vader van Oene ged. Hoorn (nederd. geref.) 8.12.1595, is vader van Adtte ged. Hoorn (nederd. geref.) 25.10.1598, is vader van Brecht ged. Hoorn (nederd. geref.) 7.10.1601, is vader van Oettger ged. Hoorn (nederd. geref.) 4.5.1603, is vader van Otgen ged. Hoorn (nederd. geref.) 9.5.1606, is vader van Jellen ged. Hoorn (nederd. geref.) 30.12.1607
7680 Cornelis Engelsz vant Hoff, geb. ca. 1568, wonende in Assendelft, schepen ald. (1614/19/23/26), schotvanger ald. (1634), koopt op 20.2.1615 tezamen met Louris Woutersz van Cornelis Muetsz als man en voogd van Aecht Jacobs de gerechte helft van cassen uijterdijck, dat deel groot 450 roeden en strekkende van de dijck tot het IJ toe, belend ten noordoosten Willem Overdijck en Jan van Zaenen en ten zuidwesten de uijterdijck over roelen ven (RA Assendelft inv.2001 fol.73v en 74v d.d. 20.2.1615), is op 6.1.1617 voogd van Jonge Jan Heijn (RA Assendelft inv.2001 fol. 211v-212 d.d. 6.1.1617), koopt op 20.1.1617 van Jan Jacobsz als man en voogd van Trijn Engels weduwe van Gerrit IJsbrantsz en vervangende IJsbrant Gerritsz de zoon van zijn vrouw een stuk land genaamd lilleven groot 1364 roeden binnendijks en 150 roeden buitendijks gelegen buijtenhuijssen, belend ten noordoosten Allert Cornelisz en Sijmon Claesz zijn zwager en ten zuidwesten jonkheer Willem Bardesen, voor een bedrag van 2800 gulden (RA Assendelft inv.2001 fol.213-213v d.d. 20.1.1617), verkoopt op 20.1.1617 als man en voogd van Griet Jan Maijckes aan Marijtgen Gerits dochter van zijn vrouw’s zuster, die wordt bijgestaan door voogden Claes Baerntsz en Cornelis Roeleven en haar vader Gerit Jansz, de gerechte helft van een stukje buitendijks land in het geheel 594 roeden genaamd jan lijclaesz uijterdijck, belend ten zuidwesten Jan Gerit Huijgen met zijn kinderen en ten noordoosten Anna Pieter Jongclaessen weduwe met haar kinderen met Gerrit Jongclaessen, alsmede zijn eigendom in twee lange maeden groot dat deel 412 roeden, belend ten zuidwesten Sijmon Claesz en ten noordoosten Ootger Dirricxz en Derck van de Lange Laen met zijn kinderen, alsmede zijn deel in de uijterdijck voor Jan Maeckes, belend ten noordoosten Jan Gerit Huijgen met zijn kinderen en ten zuidwesten Gerrit en Claes Gerit Huijgen tezamen, voor een bedrag van 1950 gulden (RA Assendelft inv.2001 fol.214-215 d.d. 20.1.1617), verkoopt op 20.1.1617 aan Derck Pietersz zijn eigendom in een stuk uiterdijk over cassen ven in buitenhuijsen, belend ten noordwesten Maerten en Jan Maertensz en ten zuidwesten Gerrit van Zaenen met Gerrit Baertses kinderen (RA Assendelft inv.2001 fol. 216-216v d.d. 20.1.1617), verkoopt op 30.5.1617 tezamen met Jan Claes Reaelen als naaste bloedverwanten en voogden van Claes Willemsz aan Jan Willemsz zijn broer tweevijfde deel in een huis en werf dat hun vader na zijn dood heeft achtergelaten, belend ten zuidoosten Henrick vande Laen en Bouwen Henricxz, ten zuidwesten Cornelis Jan Baernden, ten noordwesten Hillegundt Willems en ten noordoosten Aellidt Henricxz van Oostzaenen met Jan Coijt, voor een bedrag van 175 gulden (RA Assendelft inv.2002 fol.23v-24 d.d. 30.5.1617), verkoopt op 4.5.1619 in die hoedanigheid tezamen met Jan Willemsz, waarbij ze zich mede sterk maken voor de erfgenamen van Derck Willemsz hun halfbroer, aan Marijtgen Michielen die nadien met vader Willem Jansz is getrouwd, een stuk land in de buijtcaijck dat bij testament niet mag worden vervreemd en dat groot is 113 roeden, belend ten noordoosten Gerrit Thoenen weduwe en kinderen ten zuidwesten Sijmon Conincx ten zuidoosten Claes Willemsz en ten noordwesten Cornelis Cornelisz Coijt c.s., alsmede 80 roeden land in het ventgen van oom claes liggende in de noorderste hondert gaerden, belend ten zuidwesten Jan Meijnertsz ten noordwesten Jacob Claesz weduwe en kinderen ten noordoosten de kinderen van Claes Meij en ten zuidoosten Claes Dignumsz, alsmede een twintigste deel in het huis en erf dat Marijtgen Michielen thans bewoont, voor een totaalbbedrag van 301 gulden 10 stuivers (RA Assendelft inv.2002 fol.210-210v d.d. 4.5.1619), is op 12.1.1624 voogd van Jacob Jansz, zoon van Jan vande Caijck (RA Assendelft inv.2003 fol. 238v-239, 241v-242 d.d. 12.1.1624), is op 15.2.1624 tezamen met Dirck Claesz van Dijck voogd van de weduwe en de onmondige kinderen van Louris Cornelisz vant Hoff (RA Assendelft inv.2003 fol.251v-252 d.d. 15.2.1624; zie ook ORA 2005 fol.84-84v d.d. 18.1.1630; ORA 2005 fol.349-349v d.d. 11.2.1633), verkoopt op 9.5.1625 voor zichzelf en voor zijn kinderen aan Bastiaen Baertsz Boschman de gerechte helft in een werf genaamd jan maijkes worff onverdeeld en gemeen met de koper gelegen aan de meerdijck, belend ten zuidoosten en zuidwesten de koper, ten noordwesten de hoogendijck en ten noordoosten Gerrit Jan Gerrit Huijgen met zijn kinderen, voo reen bedrag van 275 gulden (RA Assendelft inv.2004 fol.53v d.d. 9.5.1625), is op 14.6.1625 voogd van Willem Bastiaensz zoon van Bastiaen Engelsz (RA Assendelft inv.2004 fol.57 d.d. 14.6.1625; zie ook RA Assendelft inv.2005 fol.16-17v d.d. 16.2.1629; ORA 2005 fol. 23-23v d.d. 26.2.1629), is op 28.5.1627 voogd van Griet Sijmons, weduwe van Engel Heijnricxz (RA Assendelft inv.2004 fol.253-254 d.d. 28.5.1627), verkoopt op 18.1.1630, bijgestaan door zijn zoon Engel Cornelisz vant Hoff, aan Bastiaen Baerten Boschman de helft van een dijkeinde van een stuk land genaamd de geltwolff groot dat deel 1130 roeden gelegen in ghijsen weer, belend ten noorden Jan Trijnen kinderen ten oosten de koper ten zuiden de koper’s vader en ten westen de hoogendijck, voor een bedrag van 2500 gulden (RA Assendelft inv.2005 fol. 90v-91 d.d. 18.1.1630), is op 30.8.1630 voogd van Neel Sijmons weduwe van Heijnrick Cornelisz en haar kinderen (GASZ ORA 2005 fol.167v en 168v d.d. 30.8.1630; zie ook ORA 2005 fol.201v d.d. 14.3.1631), is op 6.5.1639 voogd van Trijn Louwen, weduwe van Engel Maertensz (RA Assendelft inv.2007 fol.31 d.d. 6.5.1639), overl. na juni 1650, zn. van Engel Pietersz Jut en Machtelt Louris van 't Hoff, tr. met
7681 Griet Jans Maeijckes, overl. voor mei 1625, dr. van Jan Gerritsz Maeijckes
7682 Engel Willemsz Schipper, wonende in Assendelft bij het assendelver veer, schipper ald., koopt op 10.6.1595 van Roeloff Louwen een perceel buitendijks land liggende buiten de caedijck van buijtenhuijssen bij t assendelver veer groot een half morgen gemeen met Huijch Aerntsz c.s., strekkende van de veersloot tot de meer toe, belend ten noordwesten Pieter Duvesz en ten zuidoosten Jacob Ghijssen (RA Assendelft inv.1997 fol.126 d.d. 10.6.1595), koopt op 15.8.1597 van zijn moeder en tantes van moeders zijde een stuk land genaamd vechters ven liggende buijtenhuijssen met de uijterdijck daarover, strekkende van de uijtwech tot de meer toe, belend ten noordoosten Jan Fransz weduwe en kinderen en ten zuidwesten Derck Jan Claessen, alsmede vier negende deel in ghijs jannen worff, strekkende van de heerenweg tot de achterven toe, en belend ten noordoosten Griet Maerten van Zaenen met haar kinderen ghijben ven en ten zuidwesten Ghijs Schoonen (RA Assendelft inv.1997 fol.33 en 34 d.d. 15.8.1597), koopt op 26.1.1613 van Ghijs Jacobsz alias Ghijs Jannen wonende op Marken de gerechte helft van drie maeden land liggende met de koper gemeen buijtenhuijssen, strekkende van de uijtwech af tot de velsermeer, belend ten noordoosten de koper en ten zuidwesten Jacob Roeden volk met zijn uiterdijk tot hetzelfde land behorende, alsmede een perceeltje genaamd ghijs jannen madt liggende in het zuideinde, strekkende van Claes Jan Huijgen land tot de wegsloot toe, belend ten noordoosten Claes Jan Huijgen en ten zuidwesten Aerian Jansz, alsmede vijf negende deel in ghijs jannen worff liggende mede ald., strekkende van de heerenweg tot het achterlandje toe belend ten noordoosten Trijntgen van Saenen land en ten zuidwesten Ghijs Schoonen worf, alsmede die achter ven groot een morgen liggende tussen ghijs jannen worff an het end en de de hoogendijck aan het andere end, belend ten noordoosten Trijntgen van Saenen en ten zuidwesten Aerian Jansz, voor een bedrag van 2300 gulden (RA Assendelft inv.2000 fol.205v en 206v d.d. 26.1.1613), is neef en voogd van Beatris Jans, de weduwe van Willem Jan Heijnen, die op 6.1.1617 aan Jacob Claesz een huis getimmerd op en ten behoeve van het assendelver veer verkoopt (RA Assendelft inv.2001 fol. 211v-212 d.d. 6.1.1617), koopt op 27.2.1618 van de erfgenamen van Duijff Cock Heijnen en Jan Willemsz een stuk land genaamd heijlke weer met zijn buitendijk tezamen groot 1200 roeden liggende buijtenhuijsen, strekkende van de wegsloot tot het IJ toe, belend ten noordoosten Aerian Jansz en ten zuidwesten Aelbert Huijbertsz met zijn zuster, voor een bedrag van 1900 gulden (RA Assendelft inv.2002 fol.79-79v d.d. 27.2.1618), overl. voor 21.2.1620 (RA Assendelft inv.2002 fol. 272v-273 d.d. 21.2.1620), zn. van Willem Jacobsz en Aellidt Ghijssen, tr. 2e met Jannitgen Everts, dr. van Evert Claesz, tr. 1e met
7683 Neel Cornelis
7744 Baert Cornelisz alias Baert Keesen alias Baert Jan Dieuwers, schepen en weesmeester in de banne Westzaan, zn. van Cornelis Claesz en Marij Baerts, koopt op 10.6.1612, dan wonende in de middel, voor een bedrag van 33 gulden van Cornelis Gerretsz, buurman tot Wormer, een akker genaamd het rietlandt, groot omtrent een derde deel van een madt, liggende in de middel achter Kees Outges uit drie campen over de watering, belend ten noorden Trijn Cornelis en ten zuiden Baert Cornelisz zelf (RA Westzaan inv.1567 fol.143 d.d. 10.6.1612), bekent op 13.2.1614 schuldig te zijn aan het weeskind van Cornelis Phillipsz Ghroen een jaarlijkse losrente van 2 gulden 15 stuivers over een lening van 50 gulden, waarvoor hij in onderpand geeft een akker land groot 166 roeden liggende achter Kees Fransz ventgen, belend ten noorden Jan Eggesz en ten zuiden Gerret Dircxz (RA Westzaan inv.1899 fol.2 d.d. 13.2.1614), bekent op 3.6.1614 schuldig te zijn aan Phillip Sijmonsz, nagelaten weeskind van Sijmon Mieusz bij Neel Phillips, een jaarlijkse losrente van 10 gulden over een lening van 200 gulden, waarvoor hij in onderpand geeft twee strepen land liggende op de twisch achter Cornelis Fransz uit, groot tezamen derhalf hond, belend ten zuiden Arian Jansz en ten noorden Cornelis Gerretsz (RA Westzaan inv.1899 fol.6v d.d. 3.6.1614; in de marge staat dat de schuld is afgelost op 6.12.1624), wordt op 7.5.1615 genoemd als voogd van Phillips Cornelisz Ghroen, nagelaten kind van Kees Ghroen wonende in de middel (RA Westzaan inv.1899 fol.22 d.d. 7.5.1615), is op 1.5.1618, dan wonende in de kerkbuurt te Westzaan, tezamen met Claes Dircxz, wonende op de stadt in de banne van Assendelft, borg voor Cornelis Baertsz, wonende in de kerkbuurt van Westzaan, die bekent schuldig te zijn aan Aechtgen Claes Valkes met haar weeskinderen, wonende over die groote zuijer weel, een jaarlijkse losrente van 20 gulden over een geleende som van 400 gulden, en waarvoor Baert Cornelisz in onderpand stelt drie akkers land groot tezamen omtrent derhalf hondt, liggende achter Kees Fransz uit, een camp binnen de twisch, belend ten noorden Cornelis Fransz en ten zuiden Gerrit Dircxz (RA Westzaan inv.1899 fol.65 d.d. 1.5.1618), verklaart op 19.3.1621, als weduwnaar van Ghriete Claes dat zijn onmondige kinderen Gerrit, Grietgen en Thrijntgen Baerts zullen toekomen een stukje land genaamd het beetgen, groot 412 roeden, alsmede een stukje land genaamd die vijff hondt, groot 503 roeden, belend ten noorden Ghrietgen Heijndericx en Hillegont Gerrits en ten zuiden Arian Pietersz en Cornelis Dircxz, en dat hij de kinderen schuldig is de som van 38 gulden 18 stuivers, waarvoor Baert Cornelisz belooft aan de kinderen jaarlijkse interest te betalen, en aan zijn onmondige kinderen Claes en Dieuwertgen tevens zal betalen van elke gulden een stuiver, hetwelk gekomen is van hun grootvaders erfenis, voorts zullen voornoemde kinderen ontvangen uit hun moeders erfenis een stuk land groot omtrent anderhalf mat genaamd jonck clasen lant liggende achter Gerrit Huijgen uit, belend ten noorden Jan Eggesz en ten zuiden Neel Aris, onder voorwaarde dat die kinderen hun keur hebben of het land zullen nemen als zij in het huwelijk treden, of elk 70 gulden aan geld, en erft Thrijntgen Baerts uit de erfenis van Marij Pieters de som van 40 gulden, en verklaart Baert tenslotte, in het bijzijn van Jan Eggesz en Abram Claesz voor henzelf en vervangende Gerrit Cornelisz wonende te Krommenie, een van de voogden aan de ene zijde, en Pieter Dircxz, voor hemzelf en zich sterk makende voor Gerrit Cornelisz Ris aan de andere zijde, dat daarmee de goederen ter weesboek zijn gebracht, en dat Baert de onmondige kinderen zal onderhouden tot zij de leeftijd van 20 jaar bereiken, zoals hij dat ook met zijn oude kinderen heeft gedaan (RA Westzaan inv.1915 fol.356 d.d. 19.3.1621), koopt op 26.8.1626, dan wonende in de kerkbuurt, van Pieter Dircksz, wonende in de crabbelbuert, een akkertje land groot omtrent 60 roeden, liggende achter Jannitgen Jan Fransen uit, belend ten noorden Cornelis Fransz en ten zuiden Baert Cornelisz zelf (RA Westzaan inv.1572 fol.179 d.d. 26.8.1626), bekent op 5.12.1626 schuldig te zijn aan de nagelaten weeskinderen van Pouwels Jansz bij Anna Gerrits zaliger een jaarlijkse losrente van 15 gulden over een lening van 300 gulden, waarvoor hij in onderpand geeft een stuk land genaamd die ven, groot omtrent 700 roeden liggende op het end van de gouw, belend ten noorden Heijndrick Pietersz en ten zuiden de erfgenamen van Lijsbet Aris (RA Westzaan inv.1899 fol.190v d.d. 5.12.1626; in de marge volgt dat de schuld is afgelost op 4.2.1628), koopt op 25.3.1629, dan wonende in de middel, voor een bedrag van 302 gulden van Jan Cornelisz, wonende te Wormerveer, een stuk land genaamd den bosch, groot 344 roeden, liggende achter Willem Claesz uit 5 campen over de watering, belend ten noorden Gerret Arisz en ten zuiden Dirck Claesz Cock (RA Westzaan inv.1573 fol.180v d.d. 25.3.1629), bekent op 6.5.1640 als grootvader en voogd van de weeskinderen van Egbert Jacobsz en Guertgen Baerts zaliger, wonende in de kerkbuurt van Westzaan, schuldig te zijn aan dezelfde weeskinderen en de weeskinderen van Dirck Claesz Teunisen een jaarlijkse losrente van 10 gulden over een som van 200 gulden, waarvoor hij in onderpand geeft een hooihuis en erf staande en liggende in de kerkbuurt, belend ten zuiden Dirck Jansz Aechges en ten noorden Dieuwer Cornelis weduwe (RA Westzaan inv.1900 fol.122 d.d. 6.5.1640), bekent op 8.5.1640, dan wonende in de kerkbuurt, aan de weeskinderen van Dirck Claesz Teunisen, wonende in de crabbelbuijert, een jaarlijkse losrente van 5 gulden over een som van 100 gulden, waarvoor hij in onderpand geeft een huis en erf staande en liggende in de kerkbuurt, belend ten zuiden Guerte Mieus en ten noorden Gerrit Dircxz (RA Westzaan inv.1900 fol.123 d.d. 8.5.1640; in de marge staat dat Jan Dircxz, een van de kinderen, bekent dat op 10.1.1668 de genoemde som is voldaan), zijn nagelaten zoon Pieter Baertsz, wonende in de kerkbuurt te Westzaan, verkoopt voor hemzelf en voor de overige erfgenamen van zijn vader Baert Cornelisz op 15.2.1652 voor een bedrag van 327 gulden 15 stuivers aan Jacob Cornelis Aecht Jans, wonende in de crabbelbuert, drie akkers land, groot tezamen 203 roeden liggende naast de weelsloot, te weten een bezuiden en twee benoorden (RA Westzaan inv.1580 fol.154v d.d. 15.2.1652), tr. met Ghriete Claes die een dr. is van Claes Gerritsz, en wiens vrouw Marij Pieters op 24.7.1618 testamentair laat vastleggen dat zij nalaat aan het arme kind van Willem Speeckenessen dat innocent is, genaamd Guertge Willems, de som van 10 gulden, aan Claes Cornelisz, het kind van Cornelis Baert Jan Dieuwers de som van 50 gulden, en aan Thrijn Heijndericx, haar zusters dochter, en in geval van haar overlijden aan haar kind of kinderen, de som van 400 gulden, en benoemt zij tot haar universele erfgenamen voornoemde Thrijn Heijndericx en Theunis Heijndericxz, haar zusters kinderen, mitsgaders Jan Ootgersz, haar overleden broeders dochters zoon (RA Westzaan inv.1569 fol.322 d.d. 24.7.1618), zij laat op 10.10.1620, als weduwe van Claes Gerritsz, in zijn leven wonende in de middel, haar testament dat is opgesteld op 24.7.1618 herzien, waarbij zij laat vastleggen dat zij nalaat aan Cornelis Baertsz, haar mans dochters zoon, bij haar inwonende, de gerechte helft van een stuk land genaamd het beetgen, groot 412 roeden, liggende in de middel aan de weg, belend ten zuiden Aerian Pietersz en ten zuiden Grietgen Heijndericx weduwe, de gerechte helft van een stuk land genaamd die veerse ven, groot 566 roeden, liggende achter Gerret Claes Stuermans uit vier campen over de watering, belend ten zuiden de erfgenamen van Cornelis Dircxz Outges en ten noorden Jan Jansz Waecker, de gerechte helft van schipper jaepen acker, groot 241 roeden, liggende voor Aerian Sijmonsz uit, twee campen over de watering, belend ten zuiden Grietgen Heijndericx en ten noorden Jan Pietersz, de gerechte helft van een stuk land genaamd die lange camp van claes jan buijs, groot 404 roeden, liggende achter Vrerick Comen Jans uit, een camp over de noorder watering, belend ten zuiden en ten noorden Gerret Cornelisz Ris, de gerechte helft van een stuk land genaamd die vijff hondt, groot 503 roeden, liggende achter Aerian Pietersz uit op en binnen de watering, belend ten noorden Hillegont Gerrets weduwe en ten zuiden Reijer Jansz, de gerechte helft van het hooihuis en erf en land genaamd die laen, groot 790 roeden, liggende aan de weg, belend ten noorden Cornelis Dircxz en ten zuiden de erfgenamen van Cornelis Gerretsz en Claes Jan Dieuwers, de gerechte helft van de suijer waterings camp, groot 483 roeden, liggende voor Cornelis Dircxz uit op en over de waetering, belend ten noorden Griete Claes weduwe wijlen Maet Heijn en ten noorden de erfgenamen van Floris Claes Jellis, en de gerechte helft van een stuk land genaamd het legelant, groot 320 roeden, liggende achter Neel Aris uit zes campen over de waetering, belend ten noorden Pieter Jan Pieters en ten zuiden Sijmon Jansz op Wormerveer, waarvoor Cornelis Baertsz aan haar zal uitkeren de som van 1600 gulden (RA Westzaan inv.1570 fol.29v d.d. 10.10.1620), Baert Cornelisz tr. daarvoor, gezien de nauwe band met Neel Phillips die tr. met Sijmon Mieusz en met de nagelaten zoon van Cornelis Phillipsz Ghroen, aangezien zijn zoon Pieter Baertsz geld leent van diens nagelaten zoon (RA Westzaan inv.1899 fol.189v d.d. 5.12.1626) en aangezien enkelen van zijn kleinkinderen van kinderen uit zijn eerste bed de naam Phillips dragen, met
7745 NN Phillips, dr. van Phillips Cornelisz de Groen
7746 Claes Claesz Valckes, zn. van Claes Valckis, koopt op 3.1.1613 voor een bedrag van 74 gulden van Claes Cornelisz Trijserier en Gerrit Sijmesz als geordonneeerde curateurs van de desolate boedel van Jan Pietersz van Hooren een akkertje land liggende in de banne van Westzaan, groot 95 roeden, belend ten zuiden Arian Jansz en ten noorden Griet Jans (RA Westzaan inv.1567 fol.195 d.d. 3.1.1613), koopt op op diezelfde dag voor een bedrag van 194 gulden van dezelfde curateurs een akkertje land liggende liggende achter Albert Kesen uit, groot 176 roeden, belend ten zuiden Claes Cornelisz en ten noorden Gerrit Ariansz (RA Westzaan inv.1567 fol.196 d.d. 3.1.1613), koopt op diezelfde dag voor een bedrag van 114 gulden van dezelfde curateurs een stukje land genaamd willem ? ventgen, groot 128 roeden, belend ten zuiden Albert Cornelisz en ten noorden Pieter Willemsz, waarvan Jan Pietersz een vierde deel toekomt en de rest toekomt aan Griet Ians en Aecht Ians (RA Westzaan inv.1567 fol.198 d.d. 3.1.1613), koopt op diezelfde dag voor een bedrag van 188 gulden van dezelfde curateurs een akkertje liggende Albert Cornelisz uit, groot 166 roeden en belend ten zuiden Claes Cornelisz en ten noorden Gerret Aeriansz (RA Westzaan inv.1567 fol.204 d.d. 3.1.1613), op 20.4.1613 worden naar aanleiding van het overlijden van zijn vrouw voogden aangesteld over zijn nagelaten weeskinderen, te weten Jan Claesz als voogd over Aechte Claes, Cornelis Claesz als voogd over Jan Claesz, Jan Sijmonsz als voogd over Heijnrick Claesz, Tijs Heijnricxz als voogd over Aerian Claesz, Jacob Jansz als voogd over Trijn Claes, en Willem Pietersz als oom en voogd over Jacob Claesz (RA Westzaan inv.1907 fol.11 (14) d.d. 20.4.1613; het zal de jongste zoon Jacob Claesz zijn die we later tegenkomen als voogd over de kinderen van Aerian Baertsz en Mari Claes; hoewel men anders zou vermoeden was de voornaam Jacob gecombineerd met de patroniem Claesz een zeldzame combinatie in de banne Westzaan, en we komen Jacob nadien tegen in de crabbelbuurt, zie o.a. RA Westzaan inv.1572 fol.143v d.d. 12.3.1626; Mari Claes wordt niet als een van de weeskinderen genoemd maar was waarschijnlijk op dat moment al volwassen; zij en haar man zal bij verdeling van het ouderlijk goed het huis en erf bij de zuider weel zijn toegekomen), op 30.7.1613 komt Claes Claesz alias Claes Valkes als vader van zijn kinderen bij Trijn Pieters zijn huisvrouw zaliger, die overeenkomt met Willem Pietersz als voogd van Jacob Claesz, Jacob Jansz als voogd van Thrijn Claes, Thijs Hendricxz als voogd van Arian Claesz, Jan Sijmonsz als voogd van Hendrick Claesz, Cornelis Claesz Valckes als voogd van Jan Claesz, en Jan Claesz als voogd van Aechte Claes, dat Claes Claesz met zijn kinderen zal blijven bezitten de gemene boedel (RA Westzaan inv.1915 fol.289 d.d. 30.7.1613), op 12.2.1614 koopt Willem Pietersz Gouts van Claes Claesz Valckes en van de voogden van de kinderen van Trijn Pieters, met name Jan Claesz, Cornelis Claesz, Jan Sijmonsz, Thijs Heindericxz, Jacob Jansz en Jan Jansz, het erfdeel dat Claes Claesz Valckes en zijn kinderen is toegekomen van hun moeder en grootvader Pieter Gerritsz, te weten de gerechte helft van vier maden land en het halve huis en erf liggende in het zuidend van Westzaan, belend ten zuiden Jan Claesz en ten noorden Dirck Jan Wijves van Assendelft (RA Westzaan inv.1567 fol.445 d.d. 12.2.1614), tr. met
7747 Trijn Pieters, overl. voor 20.4.1613, dr. van Pieter Gerritsz
7748 Cornelis Pietersz Broers alias Keesgen Broertgis alias Keesgen Broers, zn. van Pieter Cornelisz Broertgen, denkelijk overl. voor 28.3.1616 (RA Westzaan inv.1568 fol.155 d.d. 28.3.1616: verkoop van land in de middel voor Sijberichen uit), koopt op 11.8.1593 van Bruijn Pietersz een huis en erf staande en liggende te Westzaan in de middel, waar nu ter tijd de naaste lenders van zijn de heerenwech ten oosten, Arian Sijmis ten zuiden, de weelsloot ten noorden (RA Westzaan inv.1564 fol.189 d.d. 11.8.1593), zijn nagelaten weduwe, die dan is hertrouwd met Dirck Huijgen, en zijn zeven kinderen komen op 18.2.1622 deling van het ouderlijk goed overeen, waarbij aan de kinderen toekomt een stuk land genoemd die laen liggende in de middel bewesten de weg, groot 641 roeden, belend ten noorden Aerian Sijmonsz en ten zuiden Maertgen tot Lansmoer (Landsmeer), alsmede twee stukjes land liggende achter Baert Jan Dieuwers uit aan de dijckcampen, groot tezamen omtrent 5 verrendeel en een zestien land, belend ten noorden Sijmon Dircksz en ten zuiden Pieter Jansz, alsmede de gerechte helft in een huis, hooihuis en erf, en waarbij aan de vier oudste kinderen toekomt de andere helft van het huis, hooihuis en erf, hetwelk zij van Dirck Huijgensz overgenomen hebben, en zijn Dirck Huijgen als man en voogd van Sijberich Aris, Aerian Pietersz, Claes Claesz, Pieter Jansz en Cornelis Dircx als voogden van de kinderen voor henzelf en zich sterk makend voor de afwezige voogden, overeengekomen dat Dirck Huijgen tot last neemt alle schulden, uitgezonderd 94 gulden, die de vier oudste kinderen tot hun last nemen, en waarbij Dirck Huijgen belooft de vier oudste kinderen van alle verdere lasten en schulden te vrijwaren, en de drie jonge kinderen te onderhouden tot hun achttiende levensjaar (RA Westzaan inv.1915 fol.353 d.d. 18.2.1622), tr. met
7749 Sijberich Aris, verkoopt op 7.3.1617, als weduwe van Keesgen Broers en bijgestaan door Aerian Pietersz, voor een bedrag van 300 gulden aan Pieter Jansz, mede wonende in de middel, een akker land groot 272 roeden, liggende achter Vrerick Baertsz uit, gelegen op en binnen de watering, belend ten zuiden Marij Jans weduwe en ten noorden Louweris Jansz (RA Westzaan inv.1568 fol.294 d.d. 7.3.1617), verkoopt op diezelfde dag voor een bedrag van 68 gulden aan Pieter Pietersz Hennipklopper, mede wonende in de middel, een akker land groot 195 roeden, liggende achter Neel Aris Lobberichs uit, gelegen op en binnen de watering, belend ten zuiden Pieter Jansz en ten noorden Neel Aris (RA Westzaan inv.1568 fol.297 d.d. 7.3.1617), hertr. met Dirck Huijgen (Huijgensz), zn. van Huijch Egbertsz en Aechte Dircx (RA Westzaan inv.1568 fol.1 d.d. 15.6.1614: testament van Huijch Egbertsz en Aechte Dircx), hij verkoopt op 3.5.1612 aan Luijt Jansz Molenaer een stuk land genaamd die brede camp, groot omtrent vijf hondt land, liggende in de middel achter Flooris Claes Ielles uit op en binnen de watering, belend ten zuiden Ian Sijmonsz en ten noorden de erfgenamen van Flooris Claesz (RA Westzaan inv.117 d.d. 3.5.1612), verkoopt op 1.1.1613 aan Griet Huijgen, weduwe van wijle Valck Arentsz, een huis en erf staande en liggende in de middel, belend ten zuiden Huijch Egbertsz en Gerret Huijgen en ten noorden Derck Claesz Spekenes (RA Westzaan inv.1567 fol.184 d.d. 1.1.1613), koopt op 1.1.1613 van Huijg Egbertsz een stukje land groot omtrent anderhalf madt min een zestiende deel, liggende in de middel, belend ten zuiden Gerret Jansz en ten noorden Jan Eggesz (RA Westzaan inv.1567 fol.97 d.d. 1.1.1613), koopt op 20.2.1619, dan wonende in de middel, voor een bedrag van 600 gulden van Jacob Dirckx Drijver, wonende te Wormerveer, een stuk land genaamd schip ven groot omtrent derhalf vierendeel land, liggende voor Jan Pietersz aan de weg, belend ten noorden Heijnderick Cornelisz en ten zuiden Luijt Jansz Molenaer (RA Westzaan inv.472v d.d. 20.2.1619), verkoopt op 20.1.1620 voor een bedrag van 28 gulden aan Claes Gerretsz, wonende te Wormerveer, een hoekje land groot 303 roeden, belend ten westen de watering en ten oosten Griete Dircx (RA Westzaan inv.1569 fol.650 d.d. 20.1.1620), verkoopt op diezelfde dag voor een bedrag van 500 gulden aan Nantgen Maartensz, wonende in de middel, een stukje land liggende voor Nantgen uit in de middel, groot 346 roeden, belend ten noorden Pieter Jansz en ten zuiden Claes Claesz Broers (RA Westzaan inv.1569 fol.652 d.d. 20.1.1620), koopt op 14.3.1620 van een bedrag van 1850 gulden van Cornelis Dircx Manskes, waard in de valck, een huis en erf met een schuur, staande en liggende in de kerkbuurt, waar de valck uithangt, belend ten noorden het kerkhof en ten zuiden Lobberich Egberts (RA Westzaan inv.1569 fol.658 d.d. 14.3.1620), bekent op 14.3.1626, wonende in de middel en van beroep waard, een schuld van 150 gulden aan Jacob Pietersz Bon, brouwer in de clock te Haarlem, inzake geleverde Haarlemse bieren, die Dirck zal mogen houden zolang hij bier zal blijven afnemen, en waarvoor Dirck in onderpand stelt zijn huis en erf met het achtergelegen land, waar de valck uit hangt, liggende en staande in de middel, belend ten noorden Griete Claes en ten zuiden Cornelis Willemsz en Cornelis Luijtsz (RA Westzaan inv.1572 fol.150 d.d. 14.3.1626), koopt op 18.3.1632 van Cornelis Dircx Mannen, wonende in de kerkbuurt, aan akkertje land groot omtrent 10 roeden, liggende bij t weijver, belend ten noorden en ten zuiden Cornelis Claesz Keesen (RA Westzaan inv.1574 fol.269 d.d. 18.3.1632), verkoopt op 1.4.1632 voor een bedrag van 712 gulden aan Cornelis Pietersz Bleecker, wonende te Zaandam in de ban van Oostzaan, twee akkers papenland, groot tezamen 652 roeden, liggende achter Philip Baertsz over de watering, belend ten noorden Dirck Davitsz en ten zuiden Lobberich Aris weduwe (RA Westzaan inv.1574 fol.291 d.d. 1.4.1632), verkoopt op 20.4.1633 voor een bedrag van 19 gulden 4 stuivers 8 penningen aan Cornelis Claesz IJsercramer, wonende op het weijver, een klein akkertje land groot 16 roeden liggende bij de weijver, belend ten noorden en ten zuiden de koper (RA Westzaan inv.1575 fol.113v d.d. 20.4.1633), bekent op 21.2.1635 schuldig te zijn aan zijn kinderen genaamd Cornelis, Jan en Gerrit Dircksz, wonende in de middel, een jaarlijkse losrente van 8 gulden over een som van 178 gulden, waarvoor hij in onderpand stelt zijn huis en erf en een stuk land groot omtrent 270 roeden, liggende en staande in de middel, belend ten noorden Pieter Jansz en ten zuiden Cornelis Luijtsz (RA Westzaan inv.1900 fol.39 d.d. 21.2.1635), verkoopt op 25.3.1643 voor een bedrag van 405 gulden aan Gerret en Jan Dircxz, zijn zoons wonende in de middel, een stukje land liggende in de middel achter de verkopers werf, groot omtrent 200 roeden, belend ten zuiden Cornelis Luijtsz Molenaer en ten noorden Pieter Jansz (RA Westzaan inv.1577 fol.368v d.d. 25.3.1643)
7750 Abraham (Abram) Claesz Oosterhoorn (Oosterhoren, Oosterhooren), secretaris in de banne Westzaan, koopt op 21.3.1613 tezamen met Egbert Huijgen van Willem Claesz een stuk land liggende in de kerkbuurt van Westzaan groot 569 roe, belend ten zuiden de kerk en ten noorden Dirck Copges en Jan Claesz (RA Westzaan inv.1567 fol.306 d.d. 21.3.1613), koopt op 1.5.1616 voor een bedrag van 464 gulden 7 stuivers van Egbert Huijgensz twee stukken land, het ene genoemd dirck mannen breet groot 256 roe liggende binnen die overwegsloot, belend ten zuiden Anne Cornelis, weduwe van Luijt Pietersz, en ten noorden de weduwe van Dirck Arentsz Man, het andere stuk land genoemd guertge theunis acker liggende achter Dirck Jannes op de twisch, groot 155 roe, belend ten zuiden Dirck Michielsz en ten noorden Guert Willems Neeltgen (RA Westzaan inv.1568 fol.169v en 170 d.d. 1.5.1616; akte op fol.170 vermeldt Neeltgen Pot ipv Dirck Michielsz), koopt op 29.3.1622 voor een bedrag van 137 gulden 10 stuivers van Heijnderick Cornelisz als man en voogd van Guijertgen Theunis wonende in de middel de gerechte helft van een huis en het halve erf staande en liggende opt laentgen benoorden de kerk, belend ten noorden Egge Huijgens en ten zuiden de koper, met een vrije onverhinderde gang over het land om naar en van de herenweg te gaan (RA Westzaan inv.1570 fol.212v d.d. 29.3.1622), koopt op 21.6.1623 voor een bedrag van 22 gulden van Cornelis Claesz IJsercramer, wonende op de weijver, een hoekje land groot omtrent 50 roe liggende op de twisch, belend ten noorden Claes Pietersz en ten zuiden Dirck Cobges erfgenamen (RA Westzaan inv.1571 fol.98v d.d. 21.6.1623), bekent op 5.4.1624 schuldig te zijn aan Gerrit Pietersz, nagelaten weeskind van Griete Gerrits wonende te Wormerveer, een jaarlijkse losrent van 5 gulden over een som van 100 gulden, waarvoor hij in onderpand stelt een stukje land genaamd dirck mannen breetgen, groot 256 roeden liggende voor Jan Aris Backers uit op en binnen de erenwechsloot, belend ten zuiden Anna Cornelis weduwe en ten noorden Aechte Claes Valckes weduwe (RA Westzaan inv.1899 fol.148v d.d. 5.4.1624), koopt op 15.1.1625 van Jan Claesz als man en voogd van Thrijn Jans, en Cornelis Jansz Gorter als voogd van Claes en Theunis Jansz, de gerechte helft van een huis en erf met een vrije gang om heen en weer te gaan naar de heerenweg, staande en liggende in de kerkbuurt op t laentge, belend ten noorden Claes Claes Nanningen en ten zuiden Jacob Michielsz en de koper (RA Westzaan inv.1572 fol.72v d.d. 15.1.1625), verkoopt op 17.11.1627 voor een bedrag van 18 gulden aan Pieter Claesz houtcoper c.s. een akkertje land liggende op de twisch voor Jan Arisz Backers uit, groot omtrent 310 roeden, belend ten noorden Pieter Claesz c.s. en ten zuiden Dirck Copges weduwe (RA Westzaan inv.1572 fol.298v d.d. 17.11.1627), verkoopt op 19.4.1629 voor een bedrag van 300 gulden aan Claes Abramsz, schoolmeester te Westzaan, een huisje en erf liggende en staande in de kerkbuurt aan de nieuwe zijde, belend ten noorden Claes Claesz Nanningen en ten zuiden Jacob Michielsz en Abram Claesz, onder voorwaarden dat dit huis en erf vrij pad hebben aan de noordzijde van Jacob Michielsz huis (RA Westzaan inv.1573 fol.288v d.d. 19.4.1629), koopt op 15.1.1637 voor een bedrag van 180 gulden van Frans Cornelisz Haen c.s. een akker land groot 102 roeden, liggende achter Pieter Mieusz camp uit, belend ten noorden de verkopers en ten zuiden Baert Cornelisz (RA Westzaan inv.1576 fol.143v d.d. 15.1.1637), leeft 10.4.1642 (RA Westzaan inv.1577 fol.253 d.d. 10.4.1642), tr. met
7751 Theunisgen Sijmonsdr. van Sijmon Claesz en Marijtgen Claes Costers
7752 Gerret Cornelisz Ris (Risses, Rijsses), alias Groote Gerret Ris, overl. voor 4.5.1633 (RA Westzaan inv.1575 fol.117 d.d. 4.5.1633: verkoop van de woning van de weduwe Ghriet Gerrit Rissen met haar kinderen, staande in de Koog, belend ten zuiden de weduwe van Groote Gerret Ris), zn. van Cornelis Geritsz en Risken Claes, verkoopt op 21.1.1620 tezamen met Jan Jansz, schepen in de banne van Westzaan, als voogden van Rijsgen Gerrets met haar kinderen, weduwe van wijlen Jan Jansz wonende in de middel, aan Cornelis Jansz wonende te Zaandijk een hooihuis en erf staande en liggende op de Koog, belend ten noorden Tijs Gerretsz en ten zuiden Jan Cornelisz Cuijper (RA Westzaan inv.1569 fol.643 d.d. 21.1.1620), verkoopt op die dag in diezelfde hoedanigheid voor een bedrag van 90 gulden aan Maerten Maertensz een akker land (grootte niet ingevuld) liggende in de banne van Westzaan, belend ten zuiden Sijmon Dircxz en ten noorden Pieter Jansz (RA Westzaan inv.1569 fol.648 d.d. 21.1.1620), is op 11.2.1620 borg voor zijn zoon Dirck Gerritsz Risses (RA Westzaan inv.1899 fol.92v d.d. 11.2.1620), is op 4.6.1626 borg voor Arent Dircxz Manskes, wonende in de middel, die een jaarlijkse losrente schuldig is aan het nagelaten weeskind van Gerrit Jansz Cranck (RA Westzaan inv.1899 fol.185v d.d. 4.6.1626), verkoopt op 27.1.1633, dan wonende in de middel, voor een bedrag van 215 gulden 5 stuivers aan Pieter Pietersz, wonende te Wormerveer, een akker land groot 123 roeden liggende in de leij, belend ten noorden Cornelis Heijn en ten zuiden Claesgen Claes (RA Westzaan inv.1575 fol.61v d.d. 27.1.1633)
7758 Willem Sijmonsz Hannes, koopt op 24.6.1620 van Pieter Cornelisz Ouwerijcx, beiden wonende in het zuidend, een huisje zonder erf (RA Westzaan inv.16v d.d. 24.6.1620; in de akte geen verdere plaatsbepaling van het huisje), otr. Amsterdam 1.7.1606 (hij afkomstig van Zaandam, van beroep houtwerker, weduwnaar van Marij Jans, wonende te Amsterdam, zij afkomstig van Westzaan en bijgestaan door haar voogden; huwelijkse voorwaarden 21.9.1606, waarbij zij wordt bijgestaan door Gerrit Jansz haar voogd en Jan Sijmensz IJperen haar oom en voogd, zie RA Westzaan inv.1566 fol.119 d.d. 21.9.1606, tr. Westzaan 20.7.1606 met Lijsgen (Leijsbet) Aris
7760 Jan Willemsz Schuijtevoerder (Schuijtvoerder) alias Jan Willem Keesen (Ceesen), wonende in Assendelft in de woutbuurt, verkoopt op 7.6.1630 tezamen met Gerrit Dircxz n.u. aan Sijmon Claesz Wildeboer het gerechte derdedeel in een stuk land genaamd dirck cillen meed, dat deel groot 444 roeden en liggende in floren weer, onverdeeld gemeen met Gerrit Pieter Ham en Willem Sijmons, belend ten noordoosten en zuidoosten Flores Pieters met zijn kinderen ten zuidwesten Wouter Wilemsz en Marijtgen Cornelis en ten westen Barent de Jonge met Griet Heijnricx, voor het bedrag van 954 gulden (RA Assendelft inv.2005 fol.159v d.d. 7.6.1630), koopt op 25.7.1636 van Heindrick Cornelis oom en voogd van Jan Jansz Neelen voorkind van zaliger Marij Cornelis wonende in Zeeland op Schouwen een akker land genaamd de delft acker groot 124 roeden liggende in de hondert gaerden, belend ten noordoosten Pieter Pouwelsz ten zuidoosten de delft ten zuidwesten de weduwe en kinderen van Cornelis Allertsz Duijffies en ten noordwesten de comparant zelf, voor een bedrag van 114 gulden (RA Assendelft inv.2006 fol.169 d.d. 25.7.1636) en dat in dat zelfde jaar weer wordt verkocht aan Pieter Pauwelsz wonende in Krommenie (RA Assendelft inv.2006 fol.171 d.d. 7.11.1636), koopt op 5.4.1638 van Jan Cornelisz die zich sterk maakt voor zijn vader Cornelis Garbrantsz en zijn broers en zuster een stuk land genaamd de cruijscamp liggende op de delft in jan baningen weer groot 395 roeden, belend ten noordwesten de delft ten noordoosten Marten Jansz ten zuidoosten Griet Sijmons en ten zuidwesten Trijn Pieters Schouten, voor een bedrag van 440 gulden boven de opstal van 6 gulden per jaar ten behoeve van de kerk en de pastorie (RA Assendelft inv.2006 fol.283v-284 d.d. 5.4.1638), leent op 2.6.1650, tezamen met zijn zuster Dieuwer Cornelis en de kinderen van Baeffgen Cornelis, aan de heerh Harmen van Rijswijk als voogd van Haesgen Stoffels wonende te Zaandam een bedrag van 304 gulden 4 stuivers, waarvoor Haesgen belooft een losrente te betalen van 7 gulden 10 stuivers (RA Westzaan inv.1579 fol.397v d.d. 2.6.1650), zn. van Willem Cornelisz, tr. met
7761 NN, dr. van Claes Sijmonsz en Griet Jans Gaell (RA Assendelft inv.2006 fol. 295-295v d.d. 9.7.1638)
7776 Ootger (Otger, Autger) Claesz alias Ootger Claes Maertsis, wonende in Assendelft, armenvoogd ald. (GAZ OA Assendelft inv.139c anno 1646; ibid. anno 1654), ouderling ald. (GAZ kerkarchief Assendelft inv. 1 anno 1646; ibid. anno 1652), koopt op 24.3.1622 van Jan Willemsz een huis en erf in het zuideinde ald., belend ten noordoosten Henrick Cornelisz van Saennen en ten zuidwesten Claes Corneliz Cors, voor een bedrag van 600 gulden (RA Assendelft inv.2003 fol.132-132v d.d. 24.3.1622) en verkoopt dat huis weer 9.1.1626 aan Engel Cornelisz voor een bedrag van 750 gulden (RA Assendelft inv.2004 fol.69v d.d. 9.1.1626), zn. van Claes Maertsz van Zaenen en Trijn Claes, tr. 2e Assendelft geref. 27.10.1641 met Meijnsje Gerrits, weduwe van Assendelft, eerder gehuwd met Baert Roelofsz die overl. Assendelft 19.2.1641 (aantekening in lidmatenreg. nederd. geref. ald.), tr. 1e met
7777 NN, mogelijk overl. voor 1636 (geen vermelding in lidmatenreg. nederd. geref. ald. onder Otger Claesz)
7780 Claes Cornelisz Banck, wonende in Assendelft, bakker ald., geb. ca. 1600 (ONA Assendelft inv.155 d.d. 12.8.1663), zn. van Cornelis Claesz Noemmen en Trijn Banckeris (verponding Assendelft inv.294 fol.32; verponding Assendelft inv.297 fol.33), op 2.3.1641 verkoopt Mr Anthoni van der Wolff, baljuw en schout te Gouda, aan Claes Cornelisz Banck een perceel land, vicariegoed zijnde, dat van der Wolff is toegekomen van Pieter van Geuveren alias Pieter Duijves, zijn grootvader, volgens een akte d.d. 15.12.1610, liggende in de banne van Assendelft in de buijtenkaegen, groot 888 roe, belend ten noordoosten Anna Gerrits, ten zuidoosten Dirck Jong Claessen en Cornelis Willemsz, ten zuidwesten de meer en ten noordwesten Jan Bouwesz, laatst gebruikt door Jan Baertsz, voor de som van 608 gulden (RA Assendelft 2007 fol.124 en 124v d.d. 15.3.1641), op 26.2.1644 compareert Pieter Gevertsz voor zichzelf en voor zijn vader Gevert Jansz, die voor een bedrag van 2800 gulden aan Claes Cornelisz Banck verkoopt een stuk land genaamd de volger, groot omtrent 1179 roeden, liggende achter het huis van de koper, belend ten noordoosten de weduwe van Havick Gerritsz en Aecht Jans weduwe van Claes Engelsz, ten zuidoosten voornoemde weduwe, ten zuidwesten Lijsbet Gerrits en ten noordwesten Trijn Jan Lauwen (RA Assendelft inv.2008 fol.118-118v d.d. 26.2.1644), op 23.2.1646 compareert Jan Claesz voor zichzelf en zijn moeder Trijn Jan Lauwes zaliger, die aan Claes Cornelisz Banck verkoopt een stukje land genaamd de volger, groot 650 roe, liggende te Assendelft in jan lauwen weer, belend ten noordoosten Jan Huijgen c.s., ten zuidwesten de koper, ten zuidwesten Anna Gerrits en ten noordwesten Cornelia Cornelis en haar kinderen (GAZ RA 2008 fol.204v-205 d.d. 23.2.1646)
7824 Gerrit Jansz Helderman alias Gerrit Jansz Glaesemaecker alias Gerrit Schouten, glazenmaker te Beverwijk, waard in de moerinne ald., koopt op 14.4.1603 van Cornelis Arentsz een huis en erf binnen Beverwijk aan de peperstraat (NHA RA 1208, fol.28) en dat hij dertien jaar later verkoopt aan Louris Pietersz Cousmaker, eist op 25.10.1605 van Cornelis Jansz de Boer de betaling van 13 gulden 10 stuivers inzake geleverd lijnzaad (NHA RA 1163), leent op 23.3.1610 van Jonkvr. Petronella van Dorp een bedrag van 400 gulden, waarvoor hij in onderpand geeft een kroft land genaamd pieter van dijcxcrofgen of ’t cruijscrofgen groot 930 roe (NHA RA 1322 fol.108), wordt in 1611 samen met zijn broer Pieter Jansz van Dijck gedaagd door de voogden van Claesgen Ians, hun onmondige halfzuster, om betaling van 165 gulden voor de uitkoop van het ouderlijk huis en inboedel (NHA RA 1164 d.d. 2.8.1611, 26.11.1611 en 13.7.1612), verkoopt op 22.1.1612 samen met zijn broer Pieter Jansz van Dijck aan Crijn Dircxz, mede poorter in Beverwijk, 5/8 deel in een stuk weiland in Wijk aan Duin in wijckerbrouck, zowel binnen- als buitendijks, gemeen met Goedelieff Jooris en Claes Cornelisz van ’t Calff en belend aan de cleijne sluijssloot en de wijkermeer (NHA RA 1322 fol.144), koopt op 30.5.1612 van de gasthuismeesters van Haarlem twee akkers land, groot 578 roe, belend aan de hooge en de leege (lage) hofflanderwech (NHA RA 1322 fol.157), is in 1612 betrokken in een geschil met de voogden over de erfgenamen van zijn broer Pieter Jansz van Dijck (NHA RA 1164 d.d. 27.1.1612 en 23.2.1612), leent op 27.6.1614 een bedrag van 400 gulden van Jacob Cornelisz Nobel, waarvoor hij zijn huis en erf op de noordhoek van de peperstraat, alsmede een croft land groot omtrent 600 roe in Wijk aan Duin, en een derde deel in een stuk land in wijckerbrouck genaamd jan luijcasz hoogeven groot in het geheel 1100 roe (NHA RA 1323 fol.53), koopt op 1.4.1616 van Michiel Joncker, poorter van Beverwijk, een huis en erf en schuur aan de breestraat te Beverwijk op de hoek van de bagijnensteeg (NHA RA 1207, fol.142), verkoopt op 21.5.1617 aan Cornelis Fransz, poorter te Beverwijk, een stuk land genaamd tuenencroft groot omtrent 800 roe (NHA RA 1325 fol.5), eist in 1622 en 1624 geld van Thewes Schoterman inzake verteerde kosten (NHA RA 931, 6.4.1622, 17.4.1624 en 22.5.1624), overl. voor 21.5.1635 (NHA RA 1211, fol.19), zn. van Jan Lucasz Helderman en Aechte Pieters, tr. met
7825 Maritgen Claes, waardin in de moriaen te Beverwijk, overl. voor 11.6.1650 (NHA NA 142, fol.195), dr. van Claes Engelsz Hertoch en Anna Arents, leent op 12.11.1638 een bedrag van Maritgen Claes, weduwe van Augustijn van Teijlingen (NHA RA 1211, fol.175), leent op 13.5.1642 een bedrag van Cornelis Garbrantsz Borst, brouwer in de passer te Haarlem, met als onderpand haar huis en erf in de breestraat (NHA RA 1212, fol.86), verkoopt op 26.2.1640 Aechtjen en Wendeltgen Wouters, kinderen van zaliger Wouter Gerritsz, een stukje geestland genaamd dat plaijsant, groot omtrent 600 roeden (NHA RA 1346, fol.2v), wordt op 24.7.1642 gedaagd door Wouter Petersz Veerman omdat zij op verscheidene dagen goederen van hem op straat heeft geworpen die eiser had opgeslagen in een schuur die hij van gedaagde heeft gehuurd (NHA RA 1168, fol.32), verkoopt op 1.5.1645 aan Willem Bouwensz, waard in ’t block, en aan Jan Cornelis Bennebroeck, brouwer in de twee ruijten tot Haarlem, herberg van de morinne in de breestraat (NHA RA 1212, fol.223)
7828 Dielis (Dielissen, Gielis, Gielisen, Gillis) Jansen van Vachelen (van Vachel), wonende te Breda, geb. ca. 1587, bakker ald. (SAB vestbrieven 1616 d.d. 23.11.1616), in 1628 wonende te Ginneken (SAB vestbrieven 1628-1629 d.d. 9.12.1628), zn. van Jan Dijrcxz van Vachelen en Adriaene Peeter Dielis IJsaakx (SAB vestbrieven 1607 d.d. 19.1.1607), verkoopt op 7.12.1611 tezamen met zijn broer Dijrck Jansz van Vachelen aan Joosten Everaertsz en zijn moeder Maeijken Thomas de huizingen en brouwerij genaamd den rooden schilt met alle toebehoren gelegen in de t